Spanningen in het schoolteam: actie nemen of laten overwaaien?
Spanningen in een schoolteam zijn onvermijdelijk, zeker tijdens veranderingsprocessen. Maar wanneer is een conflict een kans voor groei en wanneer is het een destructieve kracht die de werking verlamt? De verleiding om lastige gesprekken uit te weg te gaan is groot, maar het laten overwaaien van problemen leidt vaak tot een diepere crisis onder de waterlijn. Een scherpe analyse van de dynamiek in de leraarskamer en de moed die nodig is om spanningen constructief aan te pakken.
EduNext krijgt meer en meer vragen van scholen om hen te helpen bij het oplossen van spanningen tussen teams of tussen leraren onderling. Deze spanningen zetten de interpersoonlijke relaties in het schoolteam op scherp en veroorzaken veel energieverlies. En dus willen een aantal directies daarvan af, andere directies maken de doos van Pandora liever niet open. Is dit laatste wel een optie?
Hoe komen deze spanningen tot stand?
Er zijn meerdere mogelijke oorzaken:
- De manier waarop de school wordt geleid of niet geleid: zo kan er door veel directiewissels een machtsvacuüm zijn ontstaan waar enkele leraren of coördinatoren inspringen. Dit kan zorgen voor gebrekkige besluitvorming of persoonlijke voordelen
- Een onevenwichtige rolverdeling in het schoolteam. Hierdoor zijn de lasten ongelijk verdeeld waardoor bepaalde leraren het gevoel kunnen hebben dat andere collega’s er de kantjes aflopen en dat ze daarin door de leiding worden gesteund
- Een nieuwe zorgcoördinator die verbaal sterk is en hiërarchisch werkt waardoor er te weinig aandacht is voor gezamenlijke beslissingen en teamdynamiek
- Een emotionele gebeurtenis die lang geleden plaatsvond maar die nooit goed is uitgepraat en die telkens weer naar boven komt
- Persoonlijke conflicten tussen teamleden die langzaam gegroeid zijn en die afstralen op andere collega’s waardoor de samenwerking bemoeilijkt wordt
- Eilandvorming waarbij collega’s kampen vormen die onder elkaar over de school, de leiding of collega’s praten zonder het er met de andere collega’s zelf over te hebben
- Afbouw van klassen waarbij er te weinig aandacht is geweest voor het rouwproces en er onrust kan zijn over mogelijke toekomstige verdere ontmanteling.
- Spanningen tussen verschillende graden, tussen vakwerkgroepen of tussen kleuterteam en team lager onderwijs. Bijvoorbeeld omdat de ene groep ten opzichte van de andere een bepaalde overtuiging heeft zoals ‘lesgeven aan kleuters is gemakkelijker dan aan leerlingen lager onderwijs’, ‘wiskunde is belangrijker dan muzische vorming’ of ‘masters zijn meer dan bachelors’
- Grensoverschrijdend gedrag van iemand op school waar de leiding of bestuur niet doortastend heeft op gereageerd.
Consequenties van deze spanningen?
Als spanningen blijven aanslepen, kunnen er heel wat schadelijke gevolgen zijn:
- De kans bestaat dat iedereen continu op eieren moet lopen en diplomatiek moet zijn. Doordat de emoties te veel binnen wordt gehouden, ontploft het af en toe
- Moeilijke samenwerking tussen bepaalde collega’s of teams. Teamleden die niet goed met elkaar overleggen, kunnen moeilijk gezamenlijke doelen bereiken
- Gebrekkige en agressieve communicatie, collega’s die niet meer vrijuit durven spreken of elkaar zelfs geen goeiemorgen meer zeggen
- Negatieve afstraling op de leerlingen. Die voelen deze spanningen zeer goed aan en kunnen die overnemen met een moeilijk klasmanagement als gevolg
- Weinig pedagogisch-didactische gesprekken wat het moeilijk maakt om verticale leerlijnen te creëren en te versterken
- Verhoogde stress, verminderd werkplezier en verlaagde motivatie bij bepaalde teamleden of teams. Dit kan aanleiding geven tot een hoger ziekteverzuim en verloop.
- Slecht voor het imago van de school: de interne wandelganggesprekken blijven meestal niet binnenskamers. Ook ouders, toekomstige leerlingen en andere externen kunnen hierdoor een negatieve perceptie van de school krijgen
- Ongunstig inspectierapport: de inspecteurs die komen doorlichten voelen deze spanningen tijdens hun gesprekken en besluiten dat dit een negatieve invloed heeft op de onderwijskwaliteit.
- Geen goede voedingsbodem voor innovatie en verandering. En op lange termijn een negatieve invloed op de schoolcultuur.
Enkele vragen die je kunt stellen
Hoe komen we terug tot verbindende en respectvolle communicatie waarbij we ook moeilijke boodschappen met elkaar kunnen en durven bespreken?
Hoe zorgen we ervoor dat wat gezegd moet worden ook gezegd wordt, zodat we samen weer vooruit kunnen kijken?
Hoe brengen we de gespannen onderlinge relaties op een veilige manier in kaart en kunnen we de energie in het schoolteam terug doen stromen?
Hoe pak je het aan?
De eerste vraag die zich stelt is: moet je het wel aanpakken? Haal je hiermee geen koeien uit de gracht die daar best mogen blijven zitten? Als het gaat over kleine spanningen die op termijn mogelijk weer zullen verdwijnen, kan dit een strategie zijn. Maar als de spanningen zodanig zijn dat ze een negatieve invloed hebben op het welbevinden van collega’s en op de realisatie van de school- en klasdoelen, dan is er actie nodig. De desbetreffende teams of collega’s zullen dat niet gewoon uit zichzelf doen. Daarvoor beschikken ze meestal niet over de methodieken en is het vaak niet veilig genoeg om zich uit te spreken of om de confrontatie aan te gaan met collega’s. Heel wat schoolteams willen elkaar geen pijn doen en hebben schrik om spanningen te benoemen. Want dan gaat de doos van Pandora open en gaat die daarna nog wel ooit dicht? Wat ook kan spelen is dat weinig collega’s zelf de boodschapper willen zijn. Of ze denken dat ze het toch niet kunnen oplossen. Daarom laten ze het vaak zo en houden ze het schadelijke patroon in stand, ook al hebben ze er elke dag last van.
Als directie of leidinggevende is het niet altijd gemakkelijk om als moderator op te treden bij dergelijke spanningen in het team. Je bent immers als deel van het schoolsysteem zelf betrokken partij. Een neutrale partij met de nodige expertise kan zinvol zijn, zeker ook omdat het gevoelige materie is waarbij het creëren van veiligheid, vertrouwen en de juiste interventies van ontzettend belang is.
De aanpak verschilt ook van het niveau van de spanningen. Gaat het hier over een ernstig trauma zoals het verlies van collega’s of leerlingen, dan kan een trauma-expert helpen. Gaat het over grensoverschrijdend gedrag, dan is bemiddeling wellicht aangewezen. Gaat het over andere spanningen dan kan een neutrale professionele begeleiding het team terug naar zichzelf leren kijken en met elkaar in gesprek laten gaan over bepaalde emotionele gebeurtenissen. We gaan hieronder verder in op het laatste.
Historielijn
Een relatief veilige manier en een eerste stap om de dingen te benoemen, is samen terugkijken naar het verleden. Daarbij brengt het team samen de feiten en gebeurtenissen in kaart vanaf het moment dat de collega met de langste anciënniteit in de school is gestart tot op de dag van vandaag. Door bij elke gebeurtenis ook de emoties - zowel positief als negatief - te vermelden, ontstaat een geschiedenis van blije en droevige momenten. Doordat collega's dat op een veilige manier met elkaar kunnen delen, ontstaat er begrip, komen er emoties los en kan er terug al wat energie beginnen stromen.
Veilig verder verkennen
Een volgende mogelijke stap is om de meeste emotionele gebeurtenissen uit de historielijn samen te bespreken in een proactieve cirkel. Daarbij gelden een aantal afspraken zoals dat elke collega iets kan zeggen vanuit zijn eigen persoon zonder dat de groep daarover in discussie gaat. Iemand anders kan daar wel op reageren of iets nieuws toevoegen. Doordat er tussenin stiltes vallen, ontstaat er een speciale dynamiek. Een ongemakkelijke stilte kan er immers voor zorgen dat iemand op een bepaald moment begint te spreken en iets zegt dat hij eigenlijk niet van plan was om te delen. Het gebeurt heel vaak dat collega’s sorry zeggen, dat ze elkaar complimenten geven, dat ze hulp aanbieden en dat er tranen vloeien. Maar evengoed kan het zijn dat de groep rond de hete brij blijft cirkelen en de 'olifant in de kamer' nog niet benoemt. Het effect van een goed begeleide proactieve cirkel kan zijn dat bepaalde teamleden elkaar nadien aanspreken of een gesprek aanvragen met de begeleider.
Een andere methode is een gesprek op voeten. Dit is een gespreksvorm uit Deep Democracy waarbij je bewegend in een ruimte met elkaar in gesprek gaat en op zoek gaat naar verschillende invalshoeken en iedereen actief in het gesprek betrekt.
Bijkomende gesprekken
De gesprekken met iedereen doe je best ook niet te lang. Het is belangrijk dat mensen die nog maar pas in het team zijn, de historiek kennen en weten vanwaar de spanningen - die ze ook voelen - komen, maar meestal hebben ze er geen behoefte aan om bij de verdere gesprekken aanwezig te zijn. Ook andere collega’s die niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de spanningen, kunnen kiezen om niet verder deel te nemen. Afhankelijk van wat er uit de proactieve cirkel komt, kun je gesprekken plannen in kleinere groepen, per twee of per drie. Je kan ook de relationele bedrading tussen (bepaalde) teamleden in kaart brengen, bijvoorbeeld door hen de onderlinge relaties te laten tekenen zodat ze er een beter begrip van krijgen. Of je organiseert een opstelling met de desbetreffende betrokkenen om uit te spreken wat er moet gezegd worden.
Streep eronder
Op een bepaald moment moet je weer vooruit. Je kunt niet blijven achterom kijken, ook al hebben sommige collega's daar nog verder behoefte aan. Je kunt dan wel vragen wat ze nodig hebben om weer vooruit te kunnen kijken en hen daarbij helpen. Het kan sterk zijn om op dat moment een toekomstgericht project op te starten zoals het actualiseren van je schoolvisie of samen op zoek gaan aar een aangepaste schoolorganisatie. Zo schuift de focus van het verleden naar de toekomst.
Van onderstroom naar doorbraak?
In ons nieuw boek Druk op de schoolketel wijden we een hoofdstuk aan De mensen in een systeem en hun gedrag. De komende periode organiseren we ontmoetingsavonden waarbij we in gesprek gaan over andere manier van kijken naar schoolsystemen en hun patronen. Een avond van reflectie, ontmoeting en praktijkverhalen.
We houden halt in onderstaande inspirerende scholen. Meer info en inschrijven:
In Vrije Basisschool De Wijnberg in Wevelgem zetten ze sterk in op cognitief sterk functionerende leerlingen
Basisschool De Wijnberg in Wevelgem toont aan dat aandacht voor cognitief sterk functionerende leerlingen geen luxe is, maar een noodzaak voor een inclusieve school. Hoe creëer je een omgeving waarin deze kinderen werkelijk uitgedaagd worden zonder hen te isoleren van de groep? Hun aanpak laat zien dat investeren in differentiatie voor de top van de piramide uiteindelijk de kwaliteit voor álle leerlingen ten goede komt. Een inspirerend voorbeeld van onderwijs op maat in de praktijk.
Op 12 november was de EduNext leergemeenschap basisonderwijs samen met enkele andere onderwijsprofessionals te gast in VBS De Wijnberg te Wevelgem. Coördinator Hans Van de Moortel gaf op gepassioneerde wijze toelichting over hun CSF aanpak. Daarna konden we de klassen bezichtigen en kregen we bijkomende uitleg over de werking van de kangoeroeklas. Een samenvatting van een inspirerende voormiddag.
Hoe het allemaal begon
In VBS De Wijnberg kwamen ouders in 2013 met een inschrijving van een peuter die hoge cognitieve vaardigheden toonde. ‘Wat overkomt ons?’, dachten ze toen. Samen met de ouders zijn ze op stap gegaan en gingen ze voor het best mogelijke onderwijs voor hun kind. Via infoavonden van Hoogbloeier en Exentra ontstond het eerste bewustzijn. Meerdere leraren volgende een 4-jarige opleiding bij Exentra. Daarna was er een traject van schooleigen en teamgerichte professionalisering tijdens personeelsvergaderingen en pedagogische studiedagen over binnenklasdifferentiatie. Ze verdiepten zich in formatief assessment, breed evalueren, systeemdenken en talentontwikkeling. Uiteindelijk besloot de school om gedurende 3 schooljaren deel te nemen aan het lerend netwerk van Project Talent. In 2023 dienden ze een aanvraag in om zelf ankerschool te worden van een lerend netwerk van 12 scholen en ondertussen is er al een 2e lerend netwerk met nog eens 8 scholen opgestart.
Mindset van het team
De perceptie is vaak dat een CSF leerling een jongetje is met een bril die sterk is in wiskunde. Door op zoek te gaan naar wetenschappelijke inzichten leerde de school het onderscheid maken tussen dergelijke fabels en feiten. Ze onderzochten hoe hun verschillende leraren naar kinderen met cognitief talent kijken. Daarbij is het belangrijk om je niet te richten op 1 punt maar het hele spectrum in kaart te brengen. Via gesprekken met ouders, door kinderen uitdagingen te geven, gerichte te observeren en deze observaties samen te bespreken, ontstond een breder inzicht. Ook brachten ze de mindset van de leraren ten aanzien van CSF leerlingen in kaart. Het team leerde dat er niet zoiets bestaat als ‘de cognitief sterk functionerende leerling’. CSF leerlingen vormen een heterogene groep met een eigen profiel, unieke ontwikkeling en eigen opvoedings-, onderwijs-, ondersteuningsnoden.
“Een cognitief sterk functionerende leerling is een leerling die voor brede cognitieve vaardigheden en/of prestaties op schoolvorderingstoetsen tot de beste 10% van een relevante vergelijkingsgroep behoort.’
”
Herkennen en signaleren
In het kleuteronderwijs gebeurt dit via een vragenlijst voor ouders en kleuterleidsters (geen klasscreenings), gerichte observatie en multidisciplinair overleg met het kernteam maatwerk. In de lagere school gebeurt dit via gerichte observatie van binnenklasdifferentiatie, toetsen, leerlingvolgsysteem (met doortesten), pretoetsen, AVI, IQ-test, begeleiding en evaluatie. Via het multidisciplinair overleg met het kernteam maatwerk beslissen ze of de leerling enkele uren per week naar de kangoeroeklas gaat voor verdere uitdaging. Hierbij is het belangrijk om een onderscheid te leren maken tussen leerkenmerken (snel van begrip, weinig instructie nodig, grote denksprongen kunnen maken, abstract kunnen denken, verbanden zien en een sterk geheugen) en persoonskenmerken (perfectionistisch, faalangstig, zelfontdekkend, leergierig, humoristisch, gedreven, gezag in vraag stellen). Leerkenmerken leiden naar afgestemd onderwijs, het opzoeken van de leerzone en het aanbieden van cognitieve uitdagingen. Persoonskenmerken leiden naar extra coaching van mindset, het trainen van executieve vaardigheden en motivationele interventies. Persoonskenmerken kunnen zowel belemmerend als versterkend zijn.
Compacten en verrijken
Leraren moeten nadenken over wat ze zullen schrappen:
- Moet een kind bij elke activiteit aanwezig zijn?
- Kunnen er stappen overgeslagen worden?
- Kan er verkorte instructie gegeven worden?
- Hebben ze herhaling nodig?
Daarnaast dienen ze op zoek te gaan naar aangepaste verrijking. De school gebruikt daarvoor de taxonomie van Bloom (onthouden, begrijpen, analyseren, evalueren en creëren). Bij kleuters gaat het dan over uitdagende opdrachten in de hoeken of opdrachten met hogere denkorde. In de lagere school kan dit gaan over verdieping, verbreding via extra curriculum, taken en projecten van hogere denkorde of extra uitdagingen. Ze gebruiken de autometafoor (sturen, remmen, gas geven …) om executieve functies te trainen en ook Breinkrachten zoals stopkracht, doorzetkracht of plan- en regelkracht.
Klasexterne verrijking via kangoeroeklas
Na multidisciplinair overleg en communicatie met leerling en ouders) kunnen leerlingen vanaf het 4e leerjaar – naast binnenklasdifferentiatie in elke klas tijdens de rest van de week - anderhalf uur per week naar de kangoeroeklas waarbij CSF leerlingen van het derde leerjaar vanaf Pasen kunnen komen proeven. De school onderzoekt momenteel of het ook een kangoeroewerking kan opzetten voor de kleuters. Uitdagingen daarbij zijn het inrichten van lestijden en het vinden van gemotiveerde leraren met ervaring.
In de kangoeroeklas komen CSF leerlingen op het moment dat er voor andere leerlingen herhalingslessen zijn. Ze werken niet met invulblaadjes, er is geen handleiding of methode. Coördinator Hans werkt voornamelijk vanuit de interesse en motivatie van het kind. Met een variatie aan werkvormen en leerinhouden. Ze bepalen samen waarover ze zullen leren. Regelmatig zijn er breinlessen en komen er gastdocenten op bezoek. Ze doen ook af en toe aan duotekengesprekken (zonder praten), ze leren filosoferen of organiseren een pi-dag.
“Een bioloog komt tijdens de kangoeroewerking spreken over de dieren in Zuid-Amerika. Daarna mogen de leerlingen een dier kiezen, brengen ze de biotoop van deze dieren in kaart en maken er uiteindelijk een tentoonstelling van”
Ook in de kangoeroeklas komt de taxonomie van Bloom op de voorgrond zoals samen verhalen creëren, begrijpen via close reading of evalueren van elkaars werk. Ze werken steeds met een brede of gelaagde evaluatie (vanuit geheugen => met de notities erbij => met chromebook).
Een van de deelnemers stelde terecht de vraag: ‘gaan leerlingen tijdens zo een kangoeroewerking wel diep genoeg en blijft het niet te oppervlakkig?’
Door methodieken aan te reiken, criteria te bepalen bij doelen en uitdagingen, zelfreflectie, groeigesprekken en oudergesprekken, schriftelijke onverwachte toetsen … voorkomen ze dit. De rapportage van de kangoeroeklas vormt een extra onderdeel in het Questi rapport dat de school voor elke leerling gebruikt. Daarnaast gaf Hans ook aan om niet te snel overstag te gaan wanneer leerlingen niet meteen uit hun leerkuil geraken. Dan moet je doorzetten.
De kangoeroewerking is een extra spoor boven op de al bestaande sporen. Het kan niet werken als de leraren zelf niet geloven in het stimuleren van CSF leerlingen en hen gewoon naar de kangoeroeklas sturen. De kangoeroewerking is een extra stap als de andere stappen al gezet zijn.
Bekijk het hele spectrum!
We hebben de neiging om ons zorgbeleid af te stemmen op de minder begaafden en daar de meeste uren aan te besteden:
Illustratie L-aTent vzw (uit PP presentatie Hans Van de Moortel)-
Terwijl het zinvol zou zijn om het meer als volgt te organiseren:
Illustratie L-aTent vzw (uit PP presentatie Hans Van de Moortel)-
4 pijlers voor afgestemd onderwijs
1. Professionalisering: lerend netwerk, teamgericht en persoonlijk, gluren bij de buren (intern en extern), leren van en met elkaar, delen en samen ontwikkelen, een pad uittekenen (groeitijd en perspectief), op maat van de school
2. Talentontwikkeling: ontdekken en inzetten op het ontwikkelen van cognitief talent, denkvaardigheden Bloom ontwikkelen, begrijpen dat elk kind uniek is en elk cognitief talent een eigen profiel heeft, het belang van de ontwikkeling van executieve vaardigheden erkennen om het (cognitieve) talent te laten groeien en ontwikkelen en het model van Kuipers toepassen.
3. Zorgbeleid: de 2 belangrijkste vragen zijn volgens Hans:
- Wat als een kind niet (of weinig) tot leren komt …?
- Wat als een kind niet (of weinig) geniet van leren…?
Om dan te kijken of dit een onderzoeksvraag waardig is, hoe we dit zien of herkennen, wat er allemaal meespeelt, wat we ermee doen en hoe we komen we tot een plan van aanpak.
4. Didactische en pedagogische organisatie en aanpak: lestijdenpakket en opdrachten herbekijken, co-teaching als mogelijkheid onderzoeken, het leerstofjaarklassensysteem in vraag stellen, andere groeperingsvormen overwegen, binnenklasdifferentiatie optimaliseren, gebruik van diverse materialen, het klasklimaat en klasmanagement versterken, bijkomende ondersteuning voorzien, faciliteren en kans creëren en durven experimenteren
Ook mee op schoolbezoek?
De deelnemende onderwijsprofessionals gingen naar huis met heel wat inzichten en ideeën. Dank aan Hans Van de Moortel en directie Elien Tant voor hun deskundige uitleg en visie. EduNext organiseert regelmatig schoolbezoeken. Volg daarvoor zeker ook de EduNext nieuwsbrief (doorscrollen naar beneden op deze pagina) of onze Linkedin pagina.
Onze volgende schoolbezoeken basisonderwijs zijn gepland op:
- 24 januari in GO! De Driesprong te Maldegem
- 24 maart in VBS Heilige Familie te Schaarbeek
Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be als je erbij wil zijn. Gezien dit een schoolbezoek is dat we doen met onze leergemeenschap (15 personen), voorzien we maximaal 10 extra tickets, dus reserveer snel je plaatsje!
Artificiële intelligentie, krankzinnige mogelijkheden – Lieven Scheire
Lieven Scheire neemt ons mee in de duizelingwekkende wereld van artificiële intelligentie en de impact ervan op ons dagelijks leven en leren. De mogelijkheden lijken krankzinnig, maar wat betekent dit voor de essentie van ons onderwijs? Terwijl de technologie sneller evolueert dan ons bevattingsvermogen, moeten we de vraag stellen welke vaardigheden we jongeren nog moeten aanleren. Een boeiende verkenning van een toekomst die al begonnen is en die ons dwingt onze menselijkheid te herdefiniëren.
Cevora, het vormingscentrum van paritair comité 200, dat in België bijna 60.000 bedrijven en 500.000 werknemers telt, organiseerde voor haar docenten een dag over artificiële intelligentie en nodigde Lieven Scheire uit om er zijn licht over te werpen. Wat hij met verve deed. Hij maakte de toch wel complexe materie heel bevattelijk. En steeds met een vleugje humor. EduNext collega Dirk De Boe was erbij.
Artificiële intelligentie is pensioensgerechtigd!
In 1956 viel de naam artificiële intelligentie voor de eerste keer tijdens het Dartmouth Summer Research Project. Het probleem was dat de computers op dat moment onvoldoende krachtig waren om de benodigde rekencapaciteit te leveren. Eind de jaren 90 worden de eerste schuchtere AI pogingen gedaan zoals het gebruik van de Clippy assistent die als een digitale paperclip te pas en te onpas in ons computerscherm opdook om ons te helpen. Maar de gebruikers zagen hem eerder als een vervelend fenomeen dat vaak de verkeerde vragen stelde en die ze zo snel mogelijk wegklikten.
Exponentiële stijging van rekenkracht
Onze huidige generatie smartphones zijn 100.000 keer sterker in rekenkracht dan de Houston computers die de maanlanding in 1969 coördineerden. En rekenkracht is wat je – naast heel veel data - nodig hebt om AI voldoende te trainen. Tot voorheen werkten de meeste SW programma’s met rule-based SW. Dat is klassieke software die uitgaat van logisch uitvoerbare stappen. Daarmee kun je echter alleen maar automatiseren. En over de jaren zijn heel wat zaken rondom ons geautomatiseerd maar bepaalde zaken niet omdat ze te complex waren voor deze software.
Een fantastische patroonherkenningsmachine
Mensen kunnen heel goed patronen herkennen zoals bijvoorbeeld een hond onderscheiden van een kat. De beperking van de klassieke SW is dat ze dat moeilijk kunnen. En patroonherkenning heb je net nodig voor bepaalde handelingen zoals bijvoorbeeld fruit plukken. Je moet een appel kunnen onderscheiden van een blad in de omgeving. Artificiële Intelligentie is een software die ontworpen is zoals het menselijk brein en die zo heel goed patronen zoals gezichten, gedrag en stemgeluiden kan herkennen. Na de stoommachine, de lopende band en het internet zal deze software zorgen voor een nieuwe golf van automatisatie. Dit wordt de snelste automatisatiegolf die we ooit hebben gekend. AI wordt op termijn een heel handig en dagelijks hulpmiddel zoals elektriciteit en water dat al lang zijn.
De wiskundeleraar met de handen in het haar?
AI is fenomenaal. Zo kun je bijvoorbeeld met de app Photomath heel eenvoudig een integraal oplossen door er een foto van te nemen. De oplossing verschijnt meteen op je scherm. ‘Ha’, zegt de leraar. ‘Dan vraag ik de leerling om de tussenstappen te benoemen. Zo weet ik of zij of hij het begrijpt’. Maar ook dat kan de software. Met een druk op de knop verschijnen alle tussenstappen. En je kunt op elke tussenstap klikken om te kijken hoe deze tot stand is gekomen. Dit opent enorme mogelijkheden. Zo kan een leraar in plaats van klassikaal te verbeteren leerlingen vragen om in de app te kijken of ze de juiste stappen hebben doorlopen. Als ze daarbij vastlopen of meer uitleg nodig hebben, kunnen ze de leraar roepen. Zo kan die zijn tijd efficiënter besteden.
De taalleerkracht EN DE toren van Babylon
Google translate werkte vroeger met rule based software. Enkele jaren geleden kreeg je nog woorden die verkeerd vertaald werden of onlogisch samengestelde zinnen. Intussen is de kwaliteit spectaculair verbeterd. En dat is omdat het op artificiële Intelligentie sofware draait. Wat extra mogelijkheden geeft dan alleen maar geschreven woorden te vertalen. Door bijvoorbeeld op het icoontje camera te drukken, kun je stukken tekst in een beeld ogenblikkelijk vertalen. Klik je op microfoon, dan herhaalt hij het gesprokene in een andere taal. Je hebt een gratis simultaan tolk op zak. Dit kun je heel goed gebruiken voor meertaligheid in de klas. We weten ondertussen dat het gebruiken van de thuistaal op school zorgt dat leerlingen het Nederlands gemakkelijker oppikken. Een leraar kan dus nu via Google translate een instructie eenvoudig vertalen in de taal van de leerling waardoor die het sneller begrijpt. En voor oudercontacten heb je misschien niet altijd een menselijke tolk nodig.
Ons brein gekopieerd
Onze hersenen werken niet met logisch voorgeprogrammeerde stappen. Het is netwerk van neuronen dat onderling met elkaar verbonden is en waarbij verbindingen die meermaals gebruikt worden zich versterken. Dat maakt het brein zeer krachtig. Zo kunnen we door iets te ruiken ogenblikkelijk terug gekatapulteerd worden naar de tijd waarin die geur in ons leven vaak voorkwam. Dus het menselijk neuraal netwerk wordt steeds krachtiger naarmate het goed getraind en onderhouden wordt.
Nu zijn wiskundigen erin geslaagd om dat neuraal netwerk na te bouwen. Ze creëerden een netwerk van knooppunten met een ingang en een uitgang. Maar dat neuraal netwerk kan helemaal niets tenzij je het traint. Bijvoorbeeld door het een foto van een kat te tonen en te zeggen dat het een kat is. Dat doe je heel veel keren, daarna toon je een foto van een hond en zegt dat het een hond is en dat doe je ook in veelvoud. Hierdoor zullen sommige verbindingen in het netwerk versterkt worden, andere zullen verzwakken. Op een bepaald moment toon je weerom een foto van een hond of een kat maar je zegt er niet bij wat het is. De software zal dan een uitspraak te doen. Hoe meer data je toevoegt, hoe nauwkeurig de voorspelling zal worden. Op die manier programmeren we de structuur van onze hersenen in dat systeem. En het wordt elke keer sterker. En blijkbaar niet alleen voor het herkennen van honden en katten maar ook voor andere objecten.
Caveat
Dit neuraal netwerk is een zwarte doos. We hebben wiskunde ontwikkeld die zorgt dat het werkt, we weten echter niet hoe het werkt. Van elk knooppunt kunnen we informatie opvragen maar we kunnen niet vragen waarom het programma een fout heeft gemaakt. Zo bleek dit neutraal netwerk heel goed te werken voor het onderscheiden van wolven en huskeys. Tot het op zekere keer een wolf voor een huskey hield. Uiteindelijk bleek dat de het grootste onderscheid tussen de foto’s met wolven en huskeys de sneeuw op de achtergrond was. Dus de SW weet helemaal niet wat een wolf of een huskey is maar probeert de patronen te herkennen. De computer zoekt het grootste statistisch verschil tussen 2 datasets en dat kan evengoed de achtergrond zijn.
We moeten dus opletten voor bias. Dergelijke fouten zijn lastig te ontdekken. De meeste neurale netwerken zijn immers niet explainable. Daarom zijn ze in Europa ook verboden. In Amerika mogen ze wel. Zo trainde Amazon voor haar sollicitatieprocedure het systeem met succesvolle profielen van de laatste 50 jaar. Op die manier haalde de machine er echter alleen mannen uit van allochtone origine (omdat die vroeger dat soort jobs deden). Amerikanen gebruiken AI ook om te bepalen wie er voorwaardelijk vrijkomt uit de gevangenis. De grote vraag is hoe we omgaan met neurale netwerken zodanig dat zo weinig mogelijk mensen benadeeld worden.
AI zelf aan zet
AI is de laatste tijd ook heel sterk in creatie. Dat gebeurt via een reinforcement netwerk waarbij er miljoenen keren geprobeerd wordt en er steeds een feedback loop gaat naar een ander AI netwerk. We spreken hier over generatieve AI die zelf creëert. De software kan dit omdat het genoeg kennis heeft van patronen in de wereld. Zo vraagt Lieven Scheire de software voor de grap om een panda te creëren die in een glas-in-loodraam een kruiswoordraadsel aan het oplossen is. Enkele seconden later verschijnt het resultaat. Via beeldassociaties en een reservoir van miljoenen patronen, komt hij razendsnel tot een creatie.
Chat GPT
Een van de bekendste AI software producten die we kennen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is Chat GPT geen zoekmachine maar een taalmodel. Je kunt hem trainen met menselijke feedback zodat je betere antwoorden op vragen krijgt maar hij kan zelf ook een tekst verder aanvullen. De eerste versies waren belabberd maar intussen is het resultaat indrukwekkend. Zo vraagt Lieven Scheire bij iemand in de zaal naar een vakantie-ervaring. Blijkt dat die met zijn dochter naar een ballonnenmuseum is geweest. Op basis van een stukje begintekst vertelt de software het verhaal verder van hoe het bezoek kon verlopen zijn. Het is een prachtig verhaal, ook al heeft de software geen idee van wat een ballon is. Het is een staaltje wiskundig vernuft. Maar er is altijd eindredactie van de mens nodig. Lieven Scheire noemt Chat GPT een hardwerkende stagiair die niet te vertrouwen is.
Eindeloze mogelijkheden
AI kan een taal herkennen, gesproken taal omzetten in geschreven taal, je stem imiteren, video’s maken, die video’s omzetten in een andere taal met jouw stemgeluid en mondbewegingen erbij. Het kost 1 Euro en tien minuten rekentijd. AI kan ook zelf programmeren. Software programmeurs gebruiken AI als assistent. Je kunt een boek invoeren en dit laten bespreken. Je kunt afbeeldingen maken via Image creator. Je kunt een deel van een boek omzetten in een filmscenario met bijvoorbeeld de stijl van Friends, van een tekst een podcast of een sonnet maken of je Powerpoint slides via AI maken. Lieven Scheire deelde ook enkele interessante links: https://www.lievenscheire.com/ailinks
Impact op het klimaat
Iemand uit het publiek stelde deze toch wel heel terechte vraag. Chat GPT verbruikt voor 1500 woorden ongeveer 1 KWH. Er zal hiervoor dus enorm veel energie nodig zijn, zeker als dit een consumentenproduct wordt. En dat wordt het. Maar volgens Lieven Scheire kan AI kan ook meedenken over energiecreatie zoals kernfusie.
Samenvatting
De keynote van Lieven Scheire werd in real life visueel geoogst door Axelle Vanquaillie. Een knap staaltje visueel en auditief vernuft.
Misschien wel het belangrijkste woord bij innovatie- en transformatietrajecten: hoe maak je ze persoonsonafhankelijk?
Wat gebeurt er met je innovatietraject als die ene bezielde leraar of directeur vertrekt? Persoonsonafhankelijkheid is het meest cruciale, maar ook het moeilijkste aspect van schooltransformatie. Echte verandering zit niet in individuen, maar in de structuren en de cultuur van de school. Ontdek hoe je een beweging bouwt die groter is dan de som van de huidige teamleden, zodat de ingezette koers standhoudt, ongeacht de poppetjes die op dat moment het beleid bepalen.
We hadden de voorbije jaren heel wat gesprekken met Vlaamse directies. We vroegen daarbij onder meer of hun veranderingstrajecten duurzaam zijn. Dat bleek niet altijd het geval. Veel innovatie- en transformatietrajecten vallen stil als het project afgelopen is, als een van de trekkers de school verlaat of als de begeleiding stopt. Ze gaven aan dat ze gedurende het veranderingstraject te weinig rekening hadden gehouden met het verduurzamen ervan of om te zorgen dat het onafhankelijk werd van personen. Het gevolg was dat de transformatie nadien dreigde stil te vallen of soms zelfs terugviel naar de vorige toestand.
Dat betekent dat er in een veranderingstraject voldoende aandacht moet zijn voor de voorbereiding, de implementatie en de verduurzaming ervan.
Voorbereidende fase
Een nieuw pedagogisch concept in je school introduceren, is een ingrijpende verandering die je vooraf best heel goed voorbereidt. Daarbij sta je lang genoeg stil waarom je met jouw school op transformatietocht wil gaan. Welke noden en lokale urgenties hebben leraren, leerlingen en ouders? Wat wringt er momenteel? Op welke mooie projecten kun je bouwen? Een volgende stap is om de voorwaarden voor succes in kaart te brengen. Eén daarvan is tijd creëren voor het schoolteam. Een dergelijke transformatie doe je niet over de middag. Je zult er structureel tijd moeten voor uittrekken.
Ook belangrijk zijn een aantal leidende principes die je onderweg nodig zult hebben zoals een systemische en cyclische aanpak. Fragmentarisch hier en daar iets wijzigen zal niet werken en een transformatie is ook geen stappenplan dat je afvinkt. Je zult regelmatig moeten terugkeren naar vorige stappen en draagvlak creëren bij het hele schoolteam. Meestal is het niet haalbaar of praktisch om het volledige traject met alle teamleden te doorlopen. Dat betekent dat je heel goed zult moeten nadenken over hoe je je een kernteam zult samenstellen en hoe je met alle betrokkenen gaat communiceren. Daarnaast denk je het best goed na of je een dergelijke verandering alleen kunt trekken dan wel begeleiding nodig hebt.
Implementatiefase
In deze fase ga je het nieuw pedagogisch concept uitdenken en implementeren. Daarbij doorloop je een aantal cruciale interventies. Het is enorm belangrijk om stil te staan bij de mooie projecten die nu al lopen in de school en om voldoende aandacht te hebben voor de groeikansen. Daarna ga je samen dromen en vertaal je dat ideaalbeeld naar concrete toekomstige doelstellingen voor leerlingen, leraren, ouders, coördinatoren en directies.
Een belangrijke stap hierbij is het bepalen hoe je met elkaar onderweg wil omgaan. Breng ook zeilen in kaart die je vooruitstuwen of ankers die je afremmen op weg naar je doel. Om daarna na te denken over het nieuw pedagogisch concept dat je in je school nodig hebt om op termijn je droomschool te kunnen realiseren. Dit is een cruciale periode in het traject die meerdere interventies vergt en tijd nodig heeft. Het komt er immers op aan om regelmatig te klankborden met het hele team en om er voldoende over in gesprek te gaan. Als je het uiteindelijk eens bent over de pedagogisch leidende principes voor je toekomstige school en je er voldoende draagvlak hebt voor gecreëerd, ben je klaar om het verder te concretiseren. Dit gebeurt meestal in een pilootproject met enkele teamleden die er de goesting en de competenties voor hebben. Tijdens de implementatie stuur je regelmatig bij waarna je kunt opschalen.
Verduurzamingsfase
Hier loopt het vaak mis. Het project is zogezegd afgelopen en valt stil. Een belangrijk aspect om het te verduurzamen is, is zorgen voor de nodige teamvaardigheden en een ondersteunende schoolcultuur. Dit is een langzaam proces dat focus vraagt. Je kunt hier niet te snel gaan of aan te veel tegelijk beginnen. Een ander belangrijk element is het verwerven van voldoende expertise in procescoaching. Op die manier kun je de gedane veranderingen bestendigen en ben je in staat om zelf toekomstige veranderingen te leiden.
Waar je het best ook voldoende aandacht aan schenkt is de rolverdeling in het schoolteam waarbij elk teamlid gelijkmatig en gelijkwaardig bijdraagt en waarbij iedereen zoveel mogelijk zijn of haar talenten kan inzetten. We ervaren dat een goedwerkende gereedschapskoffer met sterke praktijkvoorbeelden, werkvormen, tools, templates en inspiratiemateriaal zorgt voor een actieve verspreiding van kennis in de school. Ook is het belangrijk om op een aantal parameters te gaan meten en zo de impact van het veranderingstraject in kaart te brengen. Dit alles zit vervat in een meerjarenplan dat een overzicht biedt van de belangrijkste projecten en acties van de school gedurende de komende jaren. Dit plan is dynamisch en van iedereen.
Caveat
Een valkuil bij het beschrijven van een dergelijk transformatietraject in fases, is dat je ook zo gaat denken. Alsof je een veranderingstraject stap voor stap kunt uitvoeren en in een checklist kunt afvinken. Deze fases zijn in de praktijk niet strikt gescheiden en zeer contextafhankelijk. Voor je aan de voorbereidende fase begint, kun je al aan elementen uit de derde fase werken, zoals aan de vaardigheden van leraren. Anderzijds zit er wel een organische en logische flow in. Dat geldt ook voor de verschillende interventies. Bepaalde interventies, zoals het bepalen van de droomschool, keren tijdens een traject regelmatig terug. Het is deze cyclische benadering die ertoe leidt dat je het voortschrijdende inzicht integreert en dat je ondertussen ook verankert wat je al hebt gedaan. Het schoolteam is immers niet constant met de transformatie bezig, dus heeft het regelmatig behoefte om het gehele plaatje te zien.
Meer weten?
We hebben onze inzichten beschreven in deze transformatiegids.
Heb je interesse in een begeleiding op maat? We hebben verschillende opties => workshops, transformatiescan, masterclass en trajecten.
Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be, bel Dirk op 0474/949448 of maak een vrijblijvende afspraak.
De valkuil van het olievlekprincipe bij veranderingsprocessen of waarom innovaties zich niet gemakkelijk verspreiden over de hele school
Het olievlekprincipe is de meest hardnekkige mythe in onderwijsland: het geloof dat enthousiasme vanzelf overspringt van de pioniers naar de rest van het team. In de praktijk creëert dit vaak een kloof tussen de 'believers' en de 'weerstanders'. Waarom verspreiden innovaties zich zo moeizaam over de hele school? Dit artikel fileert de valkuilen van dit principe en biedt alternatieve strategieën om verandering systemisch te verankeren in de hele organisatie in plaats van in een eilandje.
Heel wat scholen hebben de voorbije jaren mooie innovaties opgestart zoals teamteaching- of digitaliseringsprojecten. Daarbij nemen enkele leraren het initiatief om samen iets uit te werken, krijgen ze steun van hun directie en starten ze ermee. Het enthousiasme, de motivatie en de competenties van deze leraren zorgen er vaak voor dat hun proeftuin een succes wordt. Ondertussen mogen hun collega’s blijven lesgeven zoals vroeger. Directies hopen dat de goede praktijk zich daarna via het olievlekprincipe doorheen de school zal verspreiden. Vaak is dat niet het geval. Het groepje leraren dat de innovatie omarmt, ontwikkelt de proeftuin door, past aan en leert bij waardoor de kloof met de andere leraren geleidelijk aan vergroot. Er ontstaat eilandvorming. Een van de redenen dat onvoldoende andere leraren de overstap maken naar het nieuwe pedagogische concept, is dat ze niet de kans kregen om de proeftuin en de pedagogische principes erachter mee te mogen bedenken. Of er op zijn minst voldoende in betrokken te zijn geweest. Als directies die leraren dan gaan stimuleren om ook zo te gaan lesgeven, gaan deze leraren zogezegd in weerstand. Gelijk hebben ze.
Betrek iedereen bij het veranderingstraject
Het is fantastisch als enkele leraren samen een innovatief project willen starten. Dat mag je als directie niet tegenhouden want dat is net wat je op termijn in de hele school wil. De uitdaging bestaat erin om alle leraren van in het begin zoveel mogelijk te betrekken. Natuurlijk kan dat niet bij elke leraar met dezelfde intensiteit. Daarom kun je bijvoorbeeld met een kernteam werken dat een goede vertegenwoordiging is van het hele schoolteam. En daarin mogen zeker ook enkele minder innoverende leraren zitten.
“Als Stefan en Maaike in het kernteam zitten, dan heb ik er vertrouwen in”
Je kunt dit kernteam zien als de verkenners die onderzoeken hoe de toekomstige school eruit zou kunnen zien en dit daarna voorleggen aan het hele schoolteam. Het schoolteam geeft daarop dan feedback, vult aan en verrijkt. Daarmee kan het kernteam weer verder. Daarin zullen waarschijnlijk elementen zitten uit de eerder opgestarte proeftuin maar ook andere. Je komt zo uiteindelijk tot leidende pedagogische principes voor de hele school. Het is daarbij noodzakelijk dat het kernteam regelmatig terugkeert en zorgt dat het schoolteam met een goede snelheid verder vaart. Niet te snel, niet te traag.
Het kernteam zorgt best voor heel wat kansen om in overleg te gaan. Leraren hebben immers nood aan veel gesprekken om zich eigenaar te voelen van de verandering en om zich achter een nieuw pedagogisch concept te kunnen scharen. Het verhaal een keer aanhoren op een personeelsvergadering is onvoldoende om betrokkenheid te genereren.
Voorzie VOLDOENDE tijd
Om regelmatig in overleg te kunnen gaan tijdens een veranderingstraject komen we uit bij de onderwijstijd van onze leraren. Die is in het Vlaamse onderwijs structureel niet voorzien. Heel wat beleidsteams zijn momenteel aan het nadenken hoe ze teamtijd kunnen creëren. Tijd om te overleggen, tijd om te ontwerpen, tijd om te evalueren, tijd om bij te sturen. Die tijd is nodig zowel voor het kernteam als voor het hele schoolteam. Voor het kernteam moet je het structureel inroosteren. Wekelijks of om de twee weken een paar uur zorgt voor focus en diepgang. Daarnaast heb je ook tijd nodig voor het hele schoolteam.
“Ik heb het gehad met vergaderingen tussen de soep en de patatten ”
Je kunt al starten om zoveel mogelijk tijd van pedagogische studiedagen en personeelsvergaderingen voor het veranderingstraject te voorzien maar ook dat zal nog niet voldoende zijn. Denk ook aan mogelijkheden zoals het inzetten van externen (ouders, vzw’s, cultuurhuizen, ondernemers, vrijwilligers, oud-leraren …). Die kunnen op regelmatige tijdstippen een zinvolle pedagogische activiteit voor de leerlingen begeleiden terwijl de leraren op dat moment overleggen. Meer en meer scholen zetten daarvoor ook afstandsonderwijs in. Leerlingen werken – al dan niet op school – zelfstandig aan een opdracht. De leraren begeleiden hen bij de opstart en gaan daarna in teamoverleg. Er zijn ook scholen die om de 6 weken een volledige dag voorzien of dat om de twee weken tussen 15.30 en 17.00 doen. Zolang het decretaal niet geregeld is, hangt het van de creativiteit van de scholen.
Begeleid leraren bij het rouwproces
Je kunt een veranderingstraject met een aanzienlijke pedagogische ambitie zien als een rouwcurve waar leraren doorheen gaan. Je moet leraren en andere medewerkers dan ook de kans geven om doorheen het proces van shock, ontkenning, frustratie, woede, depressie, onderzoek, acceptatie, en integratie te gaan.
De ene leraar gaat snel door de verschillende stadia, andere leraren hebben daar meer tijd voor nodig. Doordat leraren regelmatig in overleg mogen gaan over de vernieuwing en het kernteam daar tussentijds veel over communiceert, krijgen de mentale modellen van leraren de kans om op te schuiven. Daarnaast zijn veel persoonlijke gesprekken nodig. Daarbij kun je vragen aan leraren wat ze nodig hebben om de volgende stap te kunnen zetten. Bijvoorbeeld doordat andere leraren eerst springen waardoor zij een jaar langer kunnen wachten. Of door met hen op bezoek te gaan naar een school waar ze het al toepassen. Zo creëer je langzaam maar zeker meer draagvlak.
“Ik ben niet zeker of ik het al kan of ooit ga kunnen - leraar tijdens een veranderingstraject”
Zorg voor een duidelijk proces
Bij een ambitieus veranderingstraject heb je drie fases:
- Voorbereidingsfase: urgenties in kaart brengen, strategie uitwerken, kernteam samenstellen, tijd voorzien, afspraken rond communicatie maken)
- Implementatie fase: startsituatie in kaart brengen, toekomstige school vormgeven, concrete doelstellingen voor leerlingen, leraren en school, leidende pedagogische principes bepalen, pilootproject definiëren
- Verduurzamingsfase: pilootproject bijsturen en opschalen, inzetten op vaardigheden lerarenteam, werken aan een ondersteunende schoolcultuur, een gedragen meerjarenplan maken
Het loopt fout als je een van deze drie fases overslaat of maar gedeeltelijk toepast. Door voldoende aandacht te hebben voor elk fase, krijg je een duurzame verandering. Dat lijkt misschien langer te duren maar de haas komt meestal later aan dan de schildpad.
Begeleiding nodig in dit proces?
EduNext begeleidt scholen tijdens hun veranderingsproces. Wil je hier meer over weten? Maak een vrijblijvende afspraak, neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel op dirk op 0474/949448.
Kijk in onderstaande video’s wat twee basis- en twee secundaire scholen van onze coaching vinden.
EduNext leergemeenschappen
De kracht van een leergemeenschap ligt in de erkenning dat niemand alle antwoorden alleen heeft. Door samen te leren over de grenzen van vakgroepen en scholen heen, ontsluiten we een potentieel aan kennis dat anders onbenut blijft. Maar hoe bouw je een gemeenschap die werkelijk tot de kern gaat en niet blijft steken in vrijblijvendheid? Een verkenning van de principes van collectief leren als fundament voor een duurzame en wendbare schoolorganisatie waar groei de norm is.
De leergemeenschappen voor het schooljaar 2024-2025 zijn inmiddels gestart. Zie hieronder het programma voor dit schooljaar. Volgend 2025-2026 maken we een nieuw programma. Ben je geïnteresseerd om volgend schooljaar deel te nemen? Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je samen met collega’s uit andere secundaire scholen inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je onder impuls van een ervaren transformatiecoach tools en methodieken kan aanleren m.b.t. systemische innovatie en transformatie?
Wat als je onder begeleiding van een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
Wil je samen met maximaal 15 andere onderwijsprofessionals maandelijks deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 300 Euro (inclusief BTW). Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten en mag je voor de themabijeenkomsten één andere persoon uit je school gratis mee uitnodigen. En je krijgt ook een link naar een online visueel platform waar je alle leermateriaal (presentaties, output workshops, interessante links, literatuur …) kunt raadplegen. Om de community voldoende divers te houden, kunnen er maximaal 2 personen per school inschrijven.
programma LEERGEMEENSCHAP secundair ONDERWIJS schooljaar 2024-2025
Onderwijscafé Inclusief onderwijs - 17 oktober avond - Broeikas Aalst (basis + secundair) met gastspreker Beno Schraepen
Schoolbezoek Edugo Lochristi - 14 november namiddag
Themabijeenkomst Executieve vaardigheden van leraren/directies - 13 december namiddag - De Werf Aalst
Webinar Keuzethema deelnemers - 8 januari voormiddag online (basis + secundair)
Schoolbezoek Immaculata Maria Instituut Roosdaal - 23 januari namiddag
Themabijeenkomst Structureel anders omgaan met tijd op school - 18 februari namiddag - De Werf Aalst
Schoolbezoek GO! Mira Hamme - 18 maart namiddag
Themabijeenkomst - de zandbank: wat als je school vastloopt? - 25 april namiddag - De Werf Aalst
Onderwijscafé 8 mei avond: Artificiële intelligentie op school - Broeikas Aalst (basis + secundair) met gastspreker Robbe Wulgaert
Ontdek het volledige programma leergemeenschap secundair onderwijs
Programma leergemeenschap basisONDERWIJS schooljaar 2025-2026
Onderwijscafé Inclusief onderwijs - 17 oktober avond - Broeikas Aalst (basis + secundair) met gastspreker Beno Schraepen
Schoolbezoek VBS De Wijnberg Wevelgem - 12 november voormiddag
Themabijeenkomst Executieve vaardigheden van leraren - 13 december namiddag - De Werf Aalst
Webinar Keuzethema via deelnemers - 8 januari voormiddag (basis + secundair)
Schoolbezoek GO! De Driesprong Maldegem - 24 januari namiddag
Themabijeenkomst Structureel anders omgaan met tijd op school - 18 februari namiddag - De Werf Aalst
Schoolbezoek VBS Heilige Familie Schaarbeek - 24 maart namiddag
Themabijeenkomst De zandbank: wat als je school vastloopt? - De Werf Aalst - 25 april namiddag
Onderwijscafé Artificiële intelligentie op school - 8 mei avond - Broeikas Aalst (basis + secundair) met gastspreker Robbe Wulgaert
Ontdek het volledige programma van de leergemeenschap basisonderwijs.
Tien ontwikkelingen in de maatschappij met grote impact op het onderwijs
De wereld buiten de schoolmuren raast voort, maar hoe vertalen we maatschappelijke aardbevingen naar de klaspraktijk? Van demografische verschuivingen tot de technologische revolutie: deze tien trends zijn geen verre toekomstmuziek, maar bepalen vandaag al de leerbehoeftes van onze jongeren. Een noodzakelijke realitycheck voor elk schoolteam dat relevant wil blijven in een tijdperk waarin de enige constante de verandering zelf is.
Wanneer scholen, scholengroepen of scholengemeenschappen een nieuwe visie ontwikkelen, dan kunnen ze maar beter rekening houden met wat er zich aan de buitenwereld afspeelt en welke gebeurtenissen in de de maatschappij een invloed zullen hebben op het onderwijs. We zijn zelf geen trendwatchers maar staken ons licht op bij mensen die zich daar wel voor uitgeven. En belangrijker, we deden een poging om deze ontwikkelingen te vertalen naar het onderwijs. Van geen enkele trend afzonderlijk schrik je wellicht. Maar de combinatie van deze ontwikkelingen kunnen veel impact hebben.
Demografische ontwikkelingen
Onze bevolking wordt gemiddeld ouder en meer divers. Dat betekent dat mensen in de toekomst langer zullen moeten werken en zich meer dan vroeger regelmatig zullen moeten om- en bijscholen. Dat impliceert dat ze op school de vaardigheid leren om autonoom en levenslang te leren. Daarnaast zullen scholen nog meer moeten inzetten op de realisatie van gelijke onderwijskansen zodat mensen met een migratieachtergrond succesvol kunnen integreren. Andere en complexere gezins- en samenlevingsvormen zorgen ervoor dat steeds meer kinderen groot worden in gezinnen met een alleenstaande ouder of in nieuw samengestelde gezinnen. Dat zorgt voor een andere communicatie tussen de school- en thuisomgeving. Dat is trouwens voor scholen met veel leerlingen uit kansarme gezinnen of die een andere thuistaal spreken nu al een uitdaging. Positief gebruik maken van de meertaligheid en de diversiteit van leerlingen is een uitdaging en tegelijk een kans voor scholen.
“Hoe zorgen we ervoor dat we alle leerlingen dezelfde slaagkansen geven, ongeacht hun socio-economische achtergrond?”
Inclusie
Elk land in Europa doet het beter op vlak van inclusie dan België. We staan dan ook het meest onderaan in de rangschikking van inclusieve maatschappijen. Het zorgcontinuüm in onderwijs kan zorgen voor eilanden waardoor leerlingen in sommige scholen (te) gemakkelijk doorgeschoven worden naar het CLB en leersteuncentra. Er zijn geen exacte cijfers maar bij vermoedelijk de helft van de leerlingen die momenteel via leersteuncentra ondersteund worden, gaat het over basiszorg die de school zelf kan opnemen. Het is een belangrijke oefening voor scholen om dit te bestuderen en te kijken wat nodig is om dit zelf te kunnen. Hoe maken we proactief de stap van integratiedenken naar inclusiedenken?
“Hoe kunnen we ons lerarenteam competenter maken in handelingsgericht werken en UDL? ”
Tijds- en plaatsonafhankelijk leren
Tijdens Covid hebben scholen de mogelijkheden van afstandsleren gezien. Opeens moest het. Met alle uitdagingen en moeilijkheden die daarbij kwamen kijken. Contactonderwijs blijft ontzettend belangrijk maar nu en dan eens afstandsonderwijs kan ervoor zorgen dat leerlingen leren om zelfstandiger te werken en dat leraren ondertussen samen kunnen overleggen en professionaliseren. In plaats van de leerlingen naar huis te sturen, zou je het afstandsleren in de klas zelf kunnen simuleren. Keer na keer zou je de afstand tussen leerlingen en leraren fysiek kunnen vergroten. Stap per stap zou je kunnen kijken hoe leerlingen en leraren hun ‘fysieke’ interacties kunnen reduceren tot ze het ook vanop afstand beheersen. Tot de leerlingen af en toe volledig zelfstandig kunnen werken en leraren die aan het overleggen zijn in de ruimte ernaast. Zo kunnen kinderen die thuis geen goede leerruimte hebben ook autonomer leren werken. Voor scholen die weinig plaats hebben, kan het een optie zijn om een samenwerking met een bedrijf op te zetten. Door thuiswerk staat heel wat kantoorruimte immers een deel van de week leeg. Bij dit alles blijven sterke en voldoende instructies ook in de toekomst een basis blijven vormen van goed onderwijs.
“Hoe richten wij onze leerprocessen in de fysieke en digitale leeromgeving in zodat leerlingen en leraren tijds- en plaatsonafhankelijk kunnen leren en werken?”
Adaptief leren
Adaptieve leeromgevingen zijn leeromgevingen die rekening houden met de verschillen tussen leerlingen en die zich aan elke leerling (niveau, interesses en voorkeuren) afzonderlijk aanpassen. Daarbij gebeuren de aanpassingen op het moment zelf en worden ze steeds bijgestuurd. Via programma’s als Snappet of Eduten maken leerlingen oefeningen die afhankelijk van zijn of haar prestatie aangepast worden. Zo kunnen ook leerlingen die het moeilijker hebben met de leerstof ook succeservaringen hebben. En de leraar heeft via zijn digitale assistent een dashboard ter beschikking waardoor hij gerichter kan coachen.
Andere mogelijkheden voor adaptief leren zijn videocoaching waarbij leraren elkaar filmen en de beelden nadien bekijken om ervan te leren. In de lerarenopleiding van PXL Hogeschool staan bijvoorbeeld overal camera’s en microfoons. Die staan in verbinding met een visiesysteem dat de beelden streamt naar de lokalen ernaast of die opneemt voor gebruik in afstands- of avondonderwijs. (Toekomstige) leraren kunnen er ook live of in uitgesteld relais leren van andere onderwijzers. Ze kunnen observeren hoe leerlingen reageren op bepaalde werkvormen of instructies en zichzelf gadeslaan.
PXL lerarenopleiding Hasselt
“Hoe zorgen we ervoor dat we niet doorslaan in adaptief leren en zo als school een nieuwe fabriek worden?”
Artificiële intelligentie
We vroegen Chat GPT wat de belangrijkste onderwijstrends zijn (zonder door te vragen):
Er zijn veel trends in het onderwijs die de komende jaren belangrijk zullen zijn. Een van de belangrijkste trends is de integratie van technologie in het klaslokaal. Dit omvat bijvoorbeeld het gebruik van tablets, educatieve apps en online platforms om het leren te verbeteren.
Een andere belangrijke trend is gepersonaliseerd leren, waarbij de onderwijservaring wordt aangepast aan de individuele behoeften en interesses van elke leerling. Dit kan worden bereikt door middel van adaptieve leertechnologieën, projectmatig leren en andere innovatieve lesmethoden.
Daarnaast is er een groeiende belangstelling voor sociale en emotionele vaardigheden en welzijn in het onderwijs. Dit omvat bijvoorbeeld mindfulness-oefeningen, positieve psychologie en initiatieven om pesten te verminderen.
Tot slot is er ook veel aandacht voor het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, communicatie en samenwerking.
We vallen niet achterover van dit antwoord maar mits onze vragen wat duidelijker te stellen was het wellicht toch meer bruikbaar geweest. Het wordt voor het onderwijs een uitdaging om te zorgen dat leerlingen dit gebruiken als hulpmiddel bij het leren en niet om te plagiëren. De eerste gerechtszaken zijn al bezig en waarschijnlijk volgen er nog. Minder gemotiveerde studenten zullen steeds creatiever worden. Daarom juist is het belangrijk om hen te motiveren om Chat GPT als bronmateriaal te gebruiken om vandaaruit verder te onderzoeken en te exploreren.
Daarnaast zal het van leraren en leerlingen ook ethische competenties vergen en is het belangrijk dat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan leren omgaan met ethische dilemma’s.
“Hoe maken wij onze leraren en studenten vaardig om in te schatten hoe waarheidsgetrouw informatie, beelden of video’s zijn?”
Tweedeling in de maatschappij
Er is een groeiende polarisatie in onze maatschappij op allerlei vlakken (sociaal, politiek, financieel …). Daarbij kunnen er ‘kampen’ ontstaan. Dat zie je ook in onderwijsvernieuwing. Je bent een sterk voorstander van cognitief onderwijs of je bent voor ervaringsgericht onderwijs. Het is kennis ontwikkelen of vaardigheden oefenen. Alsof er geen gulden middenweg bestaat die beide combineert. Het gevaar van polarisatie bestaat erin dat beide groepen zich te weinig (kunnen) inleven in het standpunt van de ander waardoor er intolerantie kan ontstaan. Dit fenomeen kan in de toekomst nog sterker worden, zeker onder invloed van sociale media bubbels en echokamers. Op een bepaald moment lopen leerlingen en ook wijzelf het risico om alleen nog met gelijkgezinden te praten. Het is belangrijk om respect te hebben voor een andere mening en te blijven in dialoog gaan. Het is bijvoorbeeld goed om leerlingen (en leraren) te laten nadenken over hoe ze reageren op een idee waar ze het volledig mee oneens zijn. Of hoe ze hun oordeel kunnen uitstellen wanneer iemand een gedurfd idee oppert. Maar ook hoe ze een nieuw midden en evenwicht kunnen vinden en uitersten leren verbinden.
“Hoe leren wij onze leerlingen om ook aandacht te hebben voor extreme, andere of tegengestelde meningen? ”
Technologische revolutie
In de publicatie ‘De robot de baas’ van de Amsterdam University Press heeft Casper Thomas het over onderwijs in de robotsamenleving. De hypothese is dat arbeid op grote schaal vervangen zal worden door machines waarbij niemand nog veilig is. Ook hoogopgeleiden lopen gevaar. Hun diploma maakt hen niet langer onmisbaar omdat een robot op termijn ook niet-routiniseerbaar werk zal kunnen doen en sterker wordt in het vermogen om te analyseren en te denken. Toch worstelen robots nog met enkele obstakels: werk dat creativiteit vergt, het bedenken van nieuwe ideeën, sociale interactie en empathie. In deze gebieden kan de mens het verschil maken. Stel dat we onderwijs puur als voorbereiding op arbeid zouden beschouwen, dan moeten we jongeren opleiden in vaardigheden die computers niet aankunnen. De man-machine interface wordt krachtiger dan de slimste mens of de meest intelligente robot. Daarbij doet de mens ook taken of neemt hij beslissingen die we om ethische reden niet aan de robot willen overlaten.
Natuurlijk gaat onderwijs verder dan jongeren klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Het gaat ook over Bildung, het breed vormen van de gehele persoon op zoek naar zelfontplooiing, het ontwikkelen van waarden, normen, verantwoordelijkheid en actief burgerschap, in relatie tot andere mensen. Het verwerven van denkvaardigheden, een levensbeschouwelijke visie en persoonlijkheid. Daarom is er naast technologie ook tijd nodig voor nieuwsgierigheid, verwondering, reflectie en filosofie. We zullen in de toekomst dan ook regelmatig aandacht moeten hebben voor curriculumvernieuwing. Voldoende aandacht blijven houden voor basisvakken als lezen, rekenen en schrijven en toch voldoende tijd maken voor identiteitsontwikkeling, inzicht in jezelf en persoonsvorming. Daarbij mag het belang van kunst, sport, zingeving en filosofie ook niet onderschat worden. Geen gemakkelijke oefening. Slimme integratie en combinatie van verschillende leerdoelen zullen nodig zijn.
“Hoe stimuleren we vaardigheden als creatief denken, empathie, design, metavaardigheden en systeemdenken bij onze leerlingen? (en ook bij onze leraren en directies?)”
Datagedreven onderwijs
Elke school zit op een berg data, nog weinig scholen gebruiken die om hun beleid mee aan te sturen. Uiteraard is buikgevoel belangrijk maar data kunnen je helpen om onderbouwd een bepaalde koers te varen. Hoe contextualiseer je ruwe data zodat je er bruikbare informatie mee bekomt? Hoe kun je patronen ontdekken in de gegevens en zo inzichten ontwikkelen of mogelijke oplossingsrichtingen en acties bedenken?
De Vlaamse inspectie reikt scholen met de datawijzers een interessant instrument aan. Anderzijds hebben inspecteurs niet de tijd om scholen daarbij ook uitgebreid te coachen. Vanuit EduNext speuren we dan ook naar sterke praktijkvoorbeelden waar andere scholen kunnen van leren. Zo kreeg basisschool Louis Paul Boon in Erembodegem op Sett Vlaanderen een podium om te tonen hoe zij data deskundig aanwenden op school. Het is ook belangrijk om data doordacht en breed te gebruiken. Om eerst te kijken waar je met je school naartoe wil en deze visie in concrete doelstellingen te vertalen. Vanuit deze doelstellingen kun je dan bepalen welke data je gaat verzamelen om daar dan in de toekomst op te sturen. Dat zijn best zowel kwantitatieve data over hoe leerlingen leren, demografische gegevens en schoolprocessen als kwalitatieve gegevens en percepties over hoe de onderwijskwaliteit op school evolueert.
“Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren gebruik maken van data om hun onderwijspraktijk verder te versterken?”
Nood aan (veel) leraren
Elke sector heeft nood aan nieuwe werkkrachten en vindt ze moeilijker en moeilijker. Ook heel wat scholen hebben vandaag te maken met een tekort aan leraren en in de toekomst kan dit nog groter worden. Heel wat leraren zullen immers in pensioen gaan terwijl het aantal leerlingen blijft toenemen. Aangezien we niet verwachten dat het aantal studenten aan de lerarenopleiding spectaculair zal toenemen en er ook heel wat leraren vroegtijdig het onderwijs verlaten, dreigt het tekort in de toekomst nog groter te worden. Gelukkig zijn er heel wat zij-instromers maar zij missen in eerste instantie vaak nog de didactische kwalificaties of weten niet hoe ze een goed klasmanagement voor elkaar krijgen. Initiatieven zoals Teach for Belgium waarbij gemotiveerde zijinstromers pedagogisch en organisatorisch sterk ondersteund worden, mogen wat ons betreft flink uitgebreid worden. Daarnaast zijn we allemaal onderwijsambassadeurs, niet alleen Evy Geysels. En sterke onderwijsverhalen verdienen nog meer een podium. Het zal ook belangrijk zijn om nieuwe leraren voldoende te coachen en te ondersteunen en kansen te geven zodat ze zich kunnen doorzetten en in het onderwijs blijven.
We denken dat een aantrekkelijk pedagogisch concept waarin je als leraar autonomie krijgt, betrokken bent en steeds mag bijleren een voordeel zal zijn in de toekomst. Leraren kunnen nu al kiezen uit meerdere jobs en zullen dat in de toekomst nog meer kunnen doen. Het komt er op aan om als school attractief te zijn. Een gemeenschappelijke en uitdagende onderwijsvisie, een wervend pedagogisch project en een schoolteam dat aan elkaar hangt, zijn daarbij enorme troeven.
“Hoe kunnen we samen nog meer ambassadeur zijn van het lerarenberoep?”
Gezondheid
Jammer genoeg stellen we een groeiend aantal gezondheidsproblemen voor in onze maatschappij, in het bijzonder bij onze leerlingen, leraren en directies. Depressie, stress en burn-out kunnen wijzen op het feit dat de druk op onderwijsprofessionals de jongste jaren groter is geworden en dat de huidige manier van onderwijs organiseren niet meer toereikend is om deskundig en haalbaar om te gaan met uitdagingen zoals digitalisering, meertaligheid, verschillende startsituaties van leerlingen en kinderen met een beperking of moeilijk gedrag. Niets wijst erop dat de huidige situatie snel zal verbeteren. De vorige trend draagt daar ook niet aan bij. In team lesgeven dringt zich op. Zo kun je het werk evenwichtiger verdelen, elkaar beter ondersteunen, van elkaar leren en elkaars talenten complementair inzetten. Daarnaast kan samen lesgeven ook beter zijn voor heel wat leerlingen die kampen met psychische problemen. Het maakt individuele coaching immers meer haalbaar. Door ook in te zetten op sociaal leren, kan ook de leerling te hulp schieten en andere leerlingen verder helpen. Doordat leerlingen leren om eigenaarschap over hun leren te nemen en zo ook zelfstandiger leren werken, kunnen ze ook leraren ontlasten.
“Hoe zorgen we voor een goede fysieke, mentale, emotionele, spirituele en sociale balans bij onze leerlingen en leraren?”
Ondersteuning nodig?
Wil je voor een school een nieuw pedagogisch concept bedenken en/of implementeren zodat je school beter bestand is tegen deze ontwikkelingen? EduNext heeft daarvoor meerdere mogelijkheden (meerjarig traject, deeltraject, Masterclass, Transformatiescan, workshops of intervisies). Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
EduNext leergemeenschap secundair onderwijs - schooljaar 2024 - 2025
Het secundair onderwijs staat voor complexe transformaties, van nieuwe leerplannen tot de roep om meer welbevinden. In de leergemeenschap secundair onderwijs vinden directies en coördinatoren een veilige haven om hun meest prangende vragen te delen. Door samen te onderzoeken wat werkt in diverse contexten, ontstaat er een krachtig network van verandering. Ontdek hoe collectief leren de individuele leider versterkt in de uitdagende opdracht om een school van binnenuit te vernieuwen.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je samen met collega’s uit andere secundaire scholen inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je onder impuls van een ervaren transformatiecoach tools en methodieken kan aanleren m.b.t. systemische innovatie en transformatie?
Wat als je onder begeleiding van een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar:
Onderwijscafé Inclusief onderwijs - 17 oktober avond - Broeikas Aalst
Schoolbezoek Edugo Lochristi - 14 november namiddag
Themabijeenkomst Executieve vaardigheden van leraren/directies - 13 december namiddag - De Werf Aalst
Webinar Keuzethema deelnemers - 8 januari voormiddag online
Schoolbezoek Immaculata Maria Instituut Roosdaal - 23 januari namiddag
Themabijeenkomst Structureel anders omgaan met tijd op school - 18 februari namiddag - De Werf Aalst
Schoolbezoek GO! Mira Hamme - 18 maart namiddag
Themabijeenkomst - de zandbank: wat als je school vastloopt? - 25 april namiddag - De Werf Aalst
Onderwijscafé 8 mei avond: Artificiële intelligentie op school - Broeikas Aalst
Gedetailleerd programma: zie hieronder
Wil je samen met maximaal 15 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs maandelijks deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 300 Euro (inclusief BTW). Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten en mag je voor de themabijeenkomsten één andere persoon uit je school gratis mee uitnodigen. En je krijgt ook een link naar een online visueel platform waar je alle leermateriaal (presentaties, output workshops, interessante links, literatuur …) kunt raadplegen.
Om de community voldoende divers te houden, kunnen er maximaal 2 personen per school inschrijven. Schrijf je meteen in en reserveer je plaatsje want volzet is volzet!
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Gedetailleerd programma
Onderwijscafé inclusief onderwijs - 17 oktober (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Inclusie wordt voor scholen de komende jaren een belangrijk thema. Een onafhankelijke commissie van experten, academici, onderwijsprofessionals en ervaringsdeskundigen werkte in juni een langetermijnvisie en een actieplan uit met aandacht voor de rol van gewoon en buitengewoon onderwijs. Een van hen is Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent aan AP Hogeschool. Hij doet sinds jaren onderzoek over inclusie in onderwijs. Onder moderatie van EduNext gaat Beno in op de vragen uit het publiek. Inloop vanaf 18.30, start om 19.00 uur, einde 21.00 uur, uitloop tot 21.30
Schoolbezoek Edugo Lochristi - 14 november - 13 - 16 uur
In Edugo Lochristi dachten ze na hoe ze leerlingen van 1B en 2B hun eigen leren meer in handen konden laten nemen. Ze vonden de oplossing in het open ruimtemodel (ORM) waarin de leerlingen gedurende 10 uur per week les krijgen. Voor de vakken Frans, Engels, Wiskunde en MaVo kiezen ze wanneer ze wat doen en hoe ze dat doen. De leerlingen krijgen coaching in het plannen en afwerken van hun werk zodat ze tegen het einde van de week alles netjes klaar hebben. En ze leren ook van hun klasgenoten. Niet alleen bereiken ze samen een ander resultaat dan wanneer ze alles alleen doen, ze leren ook rekening te houden met anderen. In het ORM werd over alles nagedacht: naast het aanbrengen van de vakinhoud, wordt ook veel aandacht besteed aan differentiatie, remediëring, coaching, taalontwikkelend lesgeven en het meubilair. Je krijgt het allemaal te zien.
Themabijeenkomst: executieve vaardigheden van leraren: 13 december - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Momenteel is er heel wat aandacht voor executieve vaardigheden voor leerlingen. Maar ook voor leraren en directies zijn executieve vaardigheden belangrijk. Zoals de ontwikkeling van metacognitie, reflectievermogen en omgaan met onverwachte veranderingen. Tijdens deze themabijeenkomst gaan we in detail in op deze executieve vaardigheden en hoe we onze schoolteams daar via concrete tips en methodieken in kunnen ondersteunen.
Webinar 8 januari 2025 - 9.30 - 11 uur online
We zullen mogelijke onderwerpen tijdens het onderwijscafé of tijdens de themabijeenkomst verzamelen, waarna we het thema van het webinar via stemming van de deelnemers kiezen. EduNext zal daarna het webinar voorbereiden. Het webinar zal worden opgenomen voor wie uitgesteld wil kijken.
Schoolbezoek Immaculata Maria Instituut Roosdaal - 23 januari - 13 - 16 uur
Het Immaculata Maria Instituut in Roosdaal heeft een innovatief pedagogisch concept ontwikkeld dat zich richt op projectwerk, teamteaching, coaching, executieve functies en gedeeld lesmateriaal. De leraar fungeert als coach, met als doel het eigenaarschap bij leerlingen en leraren te versterken. Ze vonden daarvoor inspiratie over de landsgrenzen heen (Slovenië, Estland, het Verenigd Koninkrijk en Finland). De eerste resultaten laten zich nu al concreet zien in de eerst graad (Olympus project) en de derde graad (Solo project). Daarnaast heeft de school ook een radicaal nieuw onderwijsconcept ontwikkeld voor muzische vorming. Laat je inspireren door hun verhaal van groei en kom kijken naar hun innovatieve projecten.
Themabijeenkomst: structureel anders omgaan met tijd op school: 18 februari - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
We hebben allemaal tijd te kort terwijl we veel tijd verliezen aan multitasking, mails, vergaderingen, onderbrekingen, slechte planning, sociale of andere multimedia. Hoe kunnen we structureel anders omgaan met deze tijdrovers en bestaande negatieve tijdspatronen doorbreken? Hoe kunnen we ons gedrag ten aanzien van tijd veranderen en zo meer tijd overhouden om aan onze school te werken? En hoe kunnen we ook onze collega’s leren om beter om te gaan met hun tijd?
Schoolbezoek GO! MiRA Hamme - 18 maart - 13 - 16 uur
In 2018 startte het schoolteam van GO! MiRA Hamme een transitieproces om een school - die op sterven na dood was - te laten groeien tot een inspiLerend atheneum. Deze eclectische onderwijsmethode is geïnspireerd op onderwijsinzichten uit binnen en buitenland. De school die alle finaliteiten heeft, organiseert secundair onderwijs op een andere, vernieuwende manier door onderwijsdoelen te verdelen in verschillende leeromgevingen: masterclass, MiRA-LAB en my portfolio. Elke leeromgeving heeft een specifieke aanpak waarin de doelstellingen samenhangend en evenwichtig aan bod komen. Tijdens dit schoolbezoek maak je kennis met het transitieproces waar de school een uitdagende missie heeft geconcretiseerd in een evenwichtige (traditionele/vernieuwende) onderwijsorganisatie. Daarbij zetten ze - ondanks beperkte middelen, verouderde infrastructuur en tussenstructuren - ook in op een modern personeelsbeleid waarbij autonomie, competentie en verbinding centraal staan.
Themabijeenkomst: De zandbank: wat als je school vastloopt? 25 april - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Scholen zijn sterk in aansturen, uitzetten van doelen en stappenplannen uitwerken. Noodzakelijke aspecten van een sterk beleidsvoerend vermogen om verandering en innovatie te ondersteunen. En toch loopt het soms vast, valt de dynamiek weg en duiken er onvoorziene aspecten op die alle sturing en ondersteuning moeilijk maken. Onder de waterlijn herkennen we dat de relationele bedrading en de harmonie in het schoolteam om samen te werken verstoord is. Hoe kunnen we deze onderstroom in kaart brengen en wat kunnen we doen om deze te herstellen?
Onderwijscafé Artificiële intelligentie op school 8 mei (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Technologie zoals ChatGPT (en andere) zet ons onderwijs al een tijdje op losse schroeven. Artificiële intelligentie is overal en blijkt in het onderwijs een eindeloos discussiepunt. Gaat AI onze job overnemen? Gaan leerlingen hun huiswerk maken met GPT-tools? Boek je leerwinst met een AI-tutor? In dit onderwijscafé willen we orde brengen in de chaos. Robbe Wulgaert, leraar informaticawetenschappen en AI aan het Sint-Lievenscollege in Gent, auteur van het boek AI in de klas en docent aan de Universiteit Antwerpen, deelt in dit café zijn ervaring, toont kant-en-klaar lesmateriaal en gaat in op de vragen van de deelnemers.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
EduNext leergemeenschap basisonderwijs - schooljaar 2024 - 2025
Samen leren met collega's van andere scholen biedt een perspectief dat je binnen je eigen muren nooit zult vinden. De EduNext leergemeenschap voor het basisonderwijs is een plek waar reflectie en actie samenkomen. Geen klassieke cursus, maar een traject waarin gedeelde uitdagingen de basis vormen voor collectieve groei. Hoe versterk je elkaars transformatiekracht door over de grenzen van de eigen school heen te kijken? Een uitnodiging tot diepgaande professionele kruisbestuiving.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je samen met collega’s uit andere basisscholen inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je onder impuls van een ervaren transformatiecoach tools en methodieken kan aanleren m.b.t. systemische innovatie en transformatie?
Wat als je onder begeleiding van een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar:
Onderwijscafé Inclusief onderwijs - 17 oktober avond - Broeikas Aalst
Schoolbezoek VBS De Wijnberg Wevelgem - 12 november voormiddag
Themabijeenkomst Executieve vaardigheden van leraren - 13 december namiddag - De Werf Aalst
Webinar 8 januari voormiddag - Keuzethema via deelnemers - online
Schoolbezoek 24 januari namiddag - GO! Driesprong Maldegem
Themabijeenkomst 18 februari namiddag - Structureel anders omgaan met tijd op school - De Werf Aalst
Schoolbezoek 24 maart 2025 namiddag - VBS Heilige Familie Schaarbeek
Themabijeenkomst 25 april namiddag: De zandbank: wat als je school vastloopt? - De Werf Aalst
Onderwijscafé 8 mei avond: Artificiële intelligentie op school - Broeikas Aalst
Gedetailleerd programma: zie hieronder
Wil je samen met maximaal 15 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs maandelijks deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 300 Euro (inclusief BTW). Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten en mag je voor de themabijeenkomsten één andere persoon uit je school gratis mee uitnodigen. En je krijgt ook een link naar een online visueel platform waar je alle leermateriaal (presentaties, output workshops, interessante links, literatuur …) kunt raadplegen.
Om de community voldoende divers te houden, kunnen er maximaal 2 personen per school inschrijven. Schrijf je meteen in en reserveer je plaatsje want het kan snel gaan. Volzet is volzet!
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap basisonderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Gedetailleerd programma
Onderwijscafé inclusief onderwijs - 17 oktober (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Inclusie wordt voor scholen een belangrijk thema de komende jaren. Een onafhankelijke commissie van experten, academici, onderwijsprofessionals en ervaringsdeskundigen werkte in juni een langetermijnvisie en een actieplan uit met aandacht voor de rol van gewoon en buitengewoon onderwijs. Een van de commissieleden is Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent aan AP Hogeschool. Hij doet sinds jaren onderzoek over inclusie in onderwijs. Onder moderatie van EduNext gaat Beno in op de vragen uit het publiek. Inloop vanaf 18.30, start om 19.00 uur., einde 21.00 uur, uitloop tot 21.30
Schoolbezoek VBS Wijnberg Wevelgem 12 november - 9 tot 12 uur
Vrije basisschool Wijnberg in Wevelgem startte een tijd geleden een zoektocht naar afgestemd onderwijs voor haar cognitief sterk functionerende (CSF) leerlingen. Ondertussen is de school sinds 2023 ankerschool binnen het Project Talent en coördinator van enkele lerende netwerken om scholen op hun weg naar onderwijs beter op maat van CSF leerlingen (kleuter en lager) te begeleiden. Tijdens dit schoolbezoek ontdek je de sleutels en mogelijkheden om met CSF aan de slag te gaan en kun je zien hoe de school dit in de praktijk brengt.
Themabijeenkomst: executieve vaardigheden van leraren: 13 december - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Momenteel is er heel wat aandacht voor executieve vaardigheden voor leerlingen. Maar ook voor leraren en directies zijn executieve vaardigheden belangrijk. Zoals de ontwikkeling van metacognitie, reflectievermogen en omgaan met onverwachte veranderingen. Tijdens deze themabijeenkomst gaan we in detail in op deze executieve vaardigheden en hoe we onze schoolteams daar via concrete tips en methodieken in kunnen ondersteunen.
Webinar 8 januari 2025 - 9.30 - 11 uur online
We zullen mogelijke onderwerpen tijdens het onderwijscafé of tijdens de themabijeenkomst verzamelen, waarna we het thema via stemming van de deelnemers kiezen. EduNext zal daarna het webinar voorbereiden. Het webinar zal worden opgenomen voor wie het uitgesteld wil bekijken.
Schoolbezoek GO! De Driesprong Maldegem - 24 januari - 13 - 16 uur
In De Driesprong Maldegem heerst een innovatieve cultuur. Zo zetten de school sterk in op leesonderwijs via het LIST project. Daarbij starten alle leraren elke dag met 30 minuten lezen en dompelen ze zo de kinderen onder in een rijk taalbad. De school zet ook in op ICT in de klas en atelierwerking. Daarnaast laat de school zich ook internationaal inspireren via Erasmus en bouwde via uitwisselingsprojectenheel wat concrete ervaring op. Een boeiend en enthousiast verhaal over hoe de school onderwijs levensecht en dynamisch organiseert.
Themabijeenkomst: structureel anders omgaan met tijd op school: 18 februari 13 - 16 uur - De Werf Aalst
We hebben allemaal tijd te kort terwijl we veel tijd verliezen aan multitasking, mails, vergaderingen, onderbrekingen, slechte planning, sociale of andere multimedia. Hoe kunnen we structureel anders omgaan met deze tijdrovers en bestaande negatieve tijdspatronen doorbreken? Hoe kunnen we ons gedrag ten aanzien van tijd veranderen en zo meer tijd overhouden om aan onze school te werken? En hoe kunnen we ook onze collega’s leren om beter om te gaan met hun tijd?
Schoolbezoek basisschool Heilige Familie Schaarbeek - 24 maart - 13 - 16 uur (onder voorbehoud)
Benieuwd hoe deze school in hartje Brussel innovatief onderwijs realiseert? Leren draait hier om veiligheid en om vertrouwen. Om een uitdagende leefwereld op maat van elk kind. Om denkvermogen dat geprikkeld wordt. Verbeelding aan de macht. Het is talent herkennen en doen bloeien. Het is leren omgaan met gevoelens, leren genieten, leren leven met alle zintuigen. Daarnaast is het ook een brede school die de brug slaat met de buitenwereld en waar ouders een actieve rol vervullen.
Themabijeenkomst: De zandbank: wat als je school vastloopt? 25 april - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Scholen zijn sterk in aansturen, uitzetten van doelen en stappenplannen uitwerken. Noodzakelijke aspecten van een sterk beleidsvoerend vermogen om verandering en innovatie te ondersteunen. En toch loopt het soms vast, valt de dynamiek weg en duiken er onvoorziene aspecten op die alle sturing en ondersteuning moeilijk maken. Onder de waterlijn herkennen we dat de relationele bedrading en de harmonie in het schoolteam om samen te werken verstoord is. Hoe kunnen we deze onderstroom in kaart brengen en wat kunnen we doen om deze te herstellen?
Onderwijscafé Artificiële intelligentie op school 8 mei (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Technologie zoals ChatGPT (en andere) zet ons onderwijs al een tijdje op losse schroeven. Artificiële intelligentie is overal en blijkt in het onderwijs een eindeloos discussiepunt. Gaat AI onze job overnemen? Gaan leerlingen hun huiswerk maken met GPT-tools? Boek je leerwinst met een AI-tutor? In dit onderwijscafé willen we orde brengen in de chaos. Robbe Wulgaert, leraar informaticawetenschappen en AI aan het Sint-Lievenscollege in Gent, auteur van het boek AI in de klas en docent aan de Universiteit Antwerpen, deelt in dit café zijn ervaring, toont kant-en-klaar lesmateriaal en gaat in op de vragen van de deelnemers.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap basisonderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Wachten om het noodzakelijke veranderingsproces in je school op te starten om je leraren te sparen, is het eigenlijk een optie?
Het lijkt een nobel streven om verandering uit te stellen om het team te sparen, maar is deze 'voorzichtigheid' op lange termijn niet juist schadelijk? Stilstand in een veranderende wereld leidt onherroepelijk tot een verhoogde druk wanneer de kloof met de realiteit onoverbrugbaar wordt. Dit artikel daagt schoolleiders uit om de spanning tussen zorg en urgentie onder ogen te zien. Is sparen hetzelfde als beschermen, of ontneem je de school de kans om tijdig te evolueren?
Tijdens gesprekken met directies blijkt dat ze zich er enorm bewust van zijn dat een veranderingsproces in hun school hard nodig is. De uitdagingen zijn zodanig dat hun huidig pedagogisch concept deze niet meer aankan. Dan is het logisch om samen met het schoolteam na te denken over een nieuw pedagogisch concept, zou je denken. Net daar wringt het schoentje. Om zo een participatief proces aan te vatten, is er mentale ruimte nodig. Die is er momenteel vaak niet bij het schoolteam. Heel wat leraren zijn overladen en directies willen hen niet meer extra belasten door een veranderingstraject te lanceren. Daar bovenop komt nog eens het nijpend lerarentekort .
Drawify illustratie
Catch-22
Directies willen hun schoolteam graag eens een ‘gewoon’ jaar geven. Maar dat gewoon jaar bestaat al een tijdje niet meer. Scholen starten het nieuwe schooljaar en tegen de herfstvakantie zijn al veel leraren uitgeput. Na een weekje opladen, sprinten ze naar de kerstvakantie. Om dan naar krokus te rennen. Vervolgens spurten ze naar de paasvakantie om dan afgemat de grote vakantie aan te vatten. Het begint op een vicieuze cirkel te lijken. Regelmatig hebben we directies aan de lijn die interesse hebben in een veranderingstraject. Een aantal zet door, anderen besluiten uiteindelijk om een jaar te wachten en om hun team ‘rust’ te geven. ‘Contacteer me volgend jaar eens terug’, luidt de boodschap. Wat blijkt een jaar later? De startsituatie is niet veranderd. De vraag is of deze nog zal veranderen. Wellicht komen er de volgende jaren weer andere uitdagingen bij.
Hoe kom je uit deze ongemakkelijke spreidstand?
We geloven dat wachten geen optie is. Een nieuw pedagogisch concept kan net zorgen voor de rust waar leraren naar snakken. Zich niet meer elke dag opgejaagd voelen, ’s middags eens rustig de tijd hebben om samen te eten, veel minder bezig moeten zijn met klasmanagement of energie krijgen van leerlingen die zelf gemotiveerd aan de slag gaan. De uitdaging bestaat erin om de vicieuze cirkel te doorbreken. Het risico daarbij is dat een traject om tot een nieuw pedagogisch concept te komen, het team in eerste instantie nog meer belast. Er zijn op zijn minst twee sleutels die je op korte termijn en tegelijkertijd kunt activeren om uit deze benarde situatie te geraken:
Teamtijd creëren: in het Vlaamse onderwijs is er leertijd voorzien voor onze leerlingen, niet voor onze leraren. Tijd om te overleggen, te ontwerpen en te evalueren is niet structureel ingebouwd. We gaan ervan uit dat leraren dat doen buiten de lestijden. Dit gebeurt niet altijd efficiënt, voldoende diepgaand of samen. Verschillende scholen hebben volgend jaar voor hun schoolteam wekelijks tijd ingeroosterd. In een eerdere blog enkele voorbeelden.
Leerlingen meer autonomie durven geven: als leerlingen in staat zijn om gedurende bepaalde momenten van de week zelfstandig te werken, krijgen leraren tijd om andere zaken aan te pakken. Tijdens Covid gebeurde dit vaak, echter niet altijd met het gewenste resultaat. Nadenken over hoe dit beter kan en hoe leerlingen thuis of in de klas een deel van de leertijd onafhankelijk of met beperkt toezicht nuttig bezig kunnen zijn. En dit durven invoeren, ook al is het nog niet perfect.
Daarnaast zijn er twee sleutels die eerder voor de langere termijn zijn omdat je deze pas kunt activeren nadat je eerst samen met het team goed hebt nagedacht over je toekomstig pedagogisch concept:
· Samen voor de klas: als leraren samen met collega’s voor leerlingen kunnen staan, schept dat heel wat mogelijkheden: met twee of meer leraren weet je meer, kun je bij elkaar aankloppen, kun je elkaars talenten beter benutten en sta je sterker bij voorvallen in de klas. En als er iemand afwezig is, zorgt dit voor minder stress want je vangt dit samen op.
· Een goede rolverdeling: in een school worden dagelijks heel wat taken opgenomen, zowel pedagogische, procesmatige als andere taken. Zorgen dat die taken met inspraak evenwichtig onder elkaar verdeeld worden, maakt het duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Als teamleden een deel van deze taken zelf onder elkaar mogen toewijzen, dan ontstaat er engagement om deze taken op te nemen en een eigen invulling te geven. Dit vergroot de draagkracht van het team enorm.
Vergeet ook de tijd van directies en beleidsmedewerkers niet!
Als directie kun je je ook eens de vraag stellen:
- Hoeveel % van mijn tijd werk ik in mijn school?
- Hoeveel % van mijn tijd werk ik aan mijn school?
Een volgende vraag is hoeveel dat in de toekomst best zou zijn. Het is belangrijk om als directie en beleidsteam voldoende tijd te kunnen uittrekken om rustig te kunnen nadenken over de toekomst. Een traject om te komen tot een nieuw pedagogisch project kan ook qua tijdsbesteding voor het beleidsteam een knelpunt zijn. Die moet je dus ook inroosteren of creëren. In deze blog kun je daar enkele ideeën over lezen.
Je kunt ook nadenken over samenwerking met een externe procesbegeleider. Zo haal je niet alleen expertise, inspiratie en neutraliteit binnen, je zorgt ook voor tijd en ontzorging. Wil je weten hoe EduNext een dergelijk traject aanpakt en samen met jou kijkt naar de voorwaarden om tot een succesvol en duurzaam nieuw pedagogisch concept te komen? Neem dan contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448