Wat we kunnen leren van basisschool De Driesprong te Maldegem
Basisschool De Driesprong in Maldegem is een inspirerend voorbeeld van hoe een duidelijke pedagogische koers de hele schoolorganisatie kan optillen. Door consequent te kiezen voor een aanpak die de autonomie van de leerling versterkt, hebben zij een leeromgeving gecreëerd waar rust en focus heersen. Wat is het geheim van hun succes en welke hindernissen hebben zij moeten overwinnen? Een praktijkverhaal over de kracht van volgehouden keuzes en de impact van een gedeelde visie op het welbevinden van team en leerlingen.
We gingen op 24 januari met 21 onderwijsprofessionals uit de EduNext leergemeenschap basisonderwijs op bezoek bij GO! De Driesprong te Maldegem.
EduNext leergemeenschap basisonderwijs op schoolbezoek
Deze Oost-Vlaamse basisschool telt 400 leerlingen en een 35-tal leraren. De school ging de jongste 10 jaar door een transformatie. De aanleiding hiervoor was een stijgende nood aan differentiatie en het gevoel om altijd tekort te schieten. Door knelpunten op de klasvloer uit te spreken, ontwikkelden ze gezamenlijk een nieuwe visie waarbij ze de leerlingen vanaf het begin betrokken.
Big 5
Het schoolteam kwam samen tot vijf focuspunten:
1. Atelier
o In de namiddag doen de leerlingen projectwerk via coöperatieve werkvormen.
o De groepen bestaan uit jongere en oudere kinderen, geclusterd per graad.
o Elke leerkracht heeft een talent mogen uitwerken voor de atelierwerking, waarbij hij of zij een domein konden kiezen. Ook voor muzische vorming verdeelden ze de domeinen .
o In de atelierwerking ligt de nadruk op doen, ontdekken en veel naar buiten gaan.
2. Outdoor
o Buiten leren door te ontdekken en spelend te leren en niet eenvoudig binnenactiviteiten buiten uitvoeren.
o Er komt een nieuwe speelplaatsomgeving waarin de school de buitenklassen zal integreren.
3. Tweekracht
o Dit concept hebben ze parallel aan de atelierwerking uitgewerkt en begon met de vraag van twee leerkrachten die parallel lesgaven.
o Door een kleine ingreep, zoals een gat in de muur en een deur, maakten ze samen lesgeven mogelijk.
o Tweekracht gaat verder dan co-teaching; de twee leraren zijn samen verantwoordelijk voor één groep leerlingen.
o Eén leraar is gespecialiseerd in wiskunde (ijsbergrekenen: vertrekken vanuit het concrete om dan naar het abstracte te gaan), de ander in taal.
o Voor het 1e tot en met het 3e leerjaar werken de leraren samen een week- en dagplanning uit. De dag begint met instructie voor taal en wiskunde, waarna ze wisselen. Leerlingen die de instructie niet nodig hebben, kunnen zelfstandig aan de slag waarbij beide leraren coachen.
4. Digitaal-ICT
o De leraar verantwoordelijk voor wiskunde in het 4e leerjaar is in de namiddag pedagogisch ICT-coördinator en leert andere leraren hoe ze met ICT kunnen werken.
o De school heeft gekozen voor Apple vanwege de duurzaamheid. Elke leerling heeft vanaf het 4e leerjaar een eigen toestel waardoor een digibord niet nodig is. Leerlingen volgen op hun scherm en krijgen directe feedback via Snappet.
o Het gebruik van Snappet vervangt handboeken; leerlingen vullen oefeningen in en krijgen meteen feedback, waardoor ze kunnen reflecteren en hun eigen cursus maken.
o Ze hebben gekozen om enkel met een beamer te werken en op eigen toestellen (Apple) te noteren. Alle leraren en leerlingen hebben dezelfde toestellen.
o In het 1e en 2e leerjaar zijn interactieve borden wel belangrijk om de beweging van het schrijven te zien.
o De school zorgt ook voor interne workshops om leraren bij te scholen in het gebruik van de iPad.
o De school heeft een leerlijn computationeel denken ontwikkeld van kleuterklas 1 tot en met leerjaar 6.
o Alle scholen van de scholengroep hebben budget verzameld om een IT-lab te maken. Ze ondersteunen leraren om hiermee aan de slag te gaan.
5. List lezen
o Moeizaam traject met ongelooflijke effecten.
o Er is een werkgroep List met kartrekkers uit elke graad.
o Er is een vast rooster voor List, elke ochtend na de zachte landing.
o Ze hebben de klasbibliotheken rijk ingericht en werken samen met de openbare bibliotheek. Boekpromotie en leesactiviteiten zijn gericht op verschillende leerjaren.
o Interactief voorlezen bij peuters en kleuters gebeurt in overeenstemming met de verschillende hoeken in de klas. De leraren gebruiken gevarieerde prentenboeken in samenwerking met de bibliotheek. Ook kleuters doen mee aan de leesjury. De kinderen genieten van het lezen en het doen alsof, waarbij materiaal, ruimte en inrichting een rol spelen.
o In het eerste leerjaar ligt de focus op boekpromotie. Elke week wordt er een nieuw boek van de week geïntroduceerd. De leerlingen maken kennis met de klasbibliotheek en er zijn voorleesmomenten. Na nieuwjaar begint het hommelen, waarbij dagelijks tien minuten wordt gelezen. Twee dagen per week lezen oudere leerlingen, ouders en grootouders voor. AVI-lezen wordt hierbij geïntegreerd.
o In het tweede leerjaar wordt lezen gekoppeld aan spelling. Van het derde tot en met het zesde leerjaar wordt er vier keer per week gelezen. De leerkracht doet aan boekpromotie door een stukje voor te lezen en een leesopdracht te geven. Daarna lezen de leerlingen twintig minuten in hun eigen boek. Minstens één keer per week is er een miniles verbonden aan het voorlezen.
o Een uitgebreide bibliotheek, ingericht in de gangen, is van groot belang. Leraren moeten de boeken kennen en de doelen geïntegreerd realiseren via List. Ze gebruiken de boeken niet alleen voor taal, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de ateliers.
o De kinderen maken een boekportfolio met de titel, een bladwijzer en een foto van het gelezen boek. Ze geven aan welk boek ze het leukst vonden, waarna de leraren hierover in gesprek gaan met de leerlingen. Zo hebben de leraren zicht op de doelen en zetten ze in op herkenning. AVI-afname gebeurt door de taalankers en de resultaten komen in het zorgsysteem. Ze werken klasdoorbrekend en op niveau. Boeken zijn altijd en overal zichtbaar.
o Voor de professionalisering van leraren gebruiken ze ICT. Ze hebben een WhatsApp-groep van taalankers waarin leraren alle kennis over de boeken delen en elkaar vragen kunnen stellen. Ze gebruiken ook Apps zoals Hebban en Goodreads, Instagram-accounts en sites met "rijke teksten".
o Er is een link met internationalisering, waarbij ze samen een sprookje herwerken. Er is ook een link met ICT, waarbij ze verhalen vertellen met behulp van ICT. De Schatkamerbende leest 's middags in hun boek.
o Het taalanker heeft de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling, voorbereiding en evaluatie van het domein taal. Andere leraren zijn betrokken en coachen de kinderen bij alle domeinen. Ze overleggen na school en er sturen veel berichten naar elkaar.
Verdere aanpak
Internationalisering
o Internationalisering is geen doel op zich maar een manier om de visie sterker uit te werken.
o Evi is zorgcoördinator en internationaliseringscoördinator. De meerwaarde van internationalisering is er zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen.
o Samenwerking met leraren uit verschillende landen aan projecten voor de leerlingen. Leerlingen van de 3e graad kunnen zich kandidaat stellen om mee te gaan op mobiliteit.
o Ze benaderen internationalisering vanuit het kind, met alle beslissingen in functie van de leerlingen. Het vraagt veel administratie, maar het biedt een bredere blik op onderwijs en gedeelde uitdagingen. Hierdoor ontstaat een nieuwe dynamiek in het schoolteam en dragen ze als team alle inspanningen.
o Mobiliteit voor leerkrachten werkt vanuit de visie (vb. i.f.v. List lezen) en biedt de mogelijkheid om zich volledig onder te dompelen in een thema. Het team neemt het werk over van afwezige collega's. Dit vraagt veel organisatie maar iedereen springt voor elkaar in.
Differentiatie: via Snappet werken leerlingen op hun eigen niveau en krijgen ze directe feedback.
Leraren: er is geen aparte leraar lichamelijke opvoeding waardoor een FTE beschikbaar komt. Leraren zijn gekoppeld aan groepen kinderen in plaats van klassen, wat flexibiliteit biedt.
Innovatie: tijd maken voor nascholing en fouten mogen maken. Er is ondersteuning van de scholengemeenschap en van de coördinerend directeur.
Community: de keuze voor Apple creëert een eigen community. Leerlingen krijgen de toestellen niet mee naar huis.
Wat vinden de bezoekers van deze school?
Exit kaartjes na een schoolbezoek: schitterend idee! De aanwezigen mochten na afloop feedback geven waarna ze de kaartjes aan het team kunnen laten zien en hen zo nog verder te motiveren!
Een greep uit de feedback:
📚 'Dank je wel, was zeer interessant. We gaan tijdens onze pedagogische studiedag aan de slag om een LIST verhaal uit te werken en te implementeren. Fijn om te zien dat leerlingen en leraren hier veel leesvreugde uit halen'
💡 'LIST lijkt ons een grote meerwaarde. Durven out-of-the-box denken betreffende je schoolorganisatie. Snappet, we zoeken de mogelijkheden verder uit. Hoe Erasmus bepaalde weerstanden kan ombuigen'
💗 'Dank je wel, Nina. Je verhaal is inspirerend. Feit dat je je teamleden betrekt om ons dit te vertellen, toont dat jullie visie en keuzes gedragen worden door het hele team. Ik denk dat het hier fijn is om te werken'
🧒 'Leuk om te zien hoe een warm team jullie zijn en het kind steeds centraal zetten in jullie werking'
👀 'Zoveel visie, zoveel inspiratie, zoveel passie, zoveel engagement, zoveel leerkracht voor en door de kinderen. Ik heb genoten en neem zeker nog contact op'
📕 'Heel mooie schoolwerking. Vaak zien we scholen die een light versie van LIST promoten. Dat is bij jullie zeker niet het geval. Ik neem ook talenten en tussendeuren mee'
👍 'Genoten van de inspirerende verhalen: LIST, ICT en Internationaal. Hier wordt een visie uitgeschreven waar er verder wordt nagedacht dan één jaar. Fijn om te zien dat de directeur investeert in haar leraren, gelooft in haar leraren, hen complimenteert. Hier zou ik graag werken'
👨👨👦👦 'Knap hoe jullie bevlogen leraren vertellen over het traject dat de school loopt. Het werken met groepen in plaats van met klassen is heel inspirerend'
🔥 'Wat een enthousiasme, de goesting spat eraf. De leerkrachten hun motor wordt aangedreven door directie en enkele trekkers. Zin om met enkele ideeën aan de slag te gaan. LIST en visie leerlingvolgsysteem neem ik mee'
🙏 Dank je wel voor dit verslag, An Godart. Dank je wel voor de organisatie, Peter Van de Moortel!
DIRECTIE ZELF BEZIG HOREN?
Op woensdag 26 februari om 10.30 brengt directie Nina Beeckmans tijdens Sett Vlaanderen in Mechelen samen met Filip Bisschop en Filip Van Vooren een lezing over digitale onderwijstransformatie met Erasmus+
Ook mee op schoolbezoeK?
Volg onze Linkedin pagina: https://www.linkedin.com/company/edunext-vzw/ of abonneer op onze nieuwsbrief. Inschrijven kan onderaan elke pagina van de EduNext website.
Hoe basisschool Sint-Jozef in Evere haar schoolstructuur helemaal hertekende ...
Wanneer een nijpend lerarentekort de dagelijkse werking van een school bedreigt, is een noodgreep vaak de enige uitweg. De Sint-Jozefsschool in Evere koos echter voor een fundamentele hertekening van haar structuur in plaats van een tijdelijke pleister. Door de muren tussen klassen te slopen en in te zetten op teamteaching met zij-instromers, ontstond een nieuwe dynamiek die de leerling centraal stelt. Een hoopgevend verslag van creativiteit in tijden van schaarste.
De jongste jaren krijgen veel scholen in Vlaanderen te maken met een lerarentekort. Ook de Sint-Jozefsschool in Evere stond eind vorig schooljaar voor de uitdaging om vijf nieuwe leraren te vinden. Deze kleine Brusselse school telt 155 leerlingen, 17 teamleden en 2 directies. De ene directeur focust zich vooral op het pedagogische, de andere directeur meer op het administratieve en organisatorische. Er zijn 20 verschillende nationaliteiten op school. Slechts een klein aantal leerlingen heeft het Nederlands als thuistaal. De school zocht en vond vijf leraren. Echter, vier ervan hebben geen lerarendiploma. Daardoor was het onmogelijk om hen zonder extra ondersteuning in de klas te plaatsen.
Visual Evelien Moens
Miniteams
Om de leraren met minder ervaring en pedagogische achtergrond optimaal te begeleiden, ontwikkelde het schoolteam een innovatieve schoolstructuur met miniteams en teamcoaches. De school zorgde ervoor dat geen enkele starter of zij-instromer alleen voor de klas kwam te staan en dat ze iedereen zo goed mogelijk begeleiden en ondersteunen. Zo kwamen ze tot volgende teams:
Visual Evelien Moens
De miniteams kregen de autonomie om hun weekplanning, taken en rollen zelf te verdelen, op een manier die paste bij hun vaardigheden en talenten.
In team speelhuis (instapklas, eerste en tweede kleuterklas) hebben ze bijvoorbeeld hun thema’s gelijk getrokken. De twee klasleraren zijn leraren in opleiding. De teamcoach maakt de agenda samen met de hen. Ze helpt vooral bij het brainstormen en het kiezen van de doelen. Ze gaat hierbij stap voor stap te werk:
Hoe selecteer je doelen?
Hoe ga je deze doelen realiseren, observeren en evalueren?
Welke activiteiten zijn geschikt voor deze kleuters?
Hoe kun je je hoeken verrijken?
In team springkasteel (derde kleuterklas, eerste en tweede leerjaar) hebben ze ervoor gekozen om bepaalde vakken te verdelen. De leraren schuiven dan door. Ze organiseren ook wekelijks een voorleesmoment en hoekenwerk voor de drie klassen samen.
In team boomhut (derde, vierde, vijfde en zesde leerjaar) werken ze vooral per graad. Ook hier worden de vakken verdeeld. Sommige vakken, zoals wereldoriëntatie, geven de leraren met de twee klassen samen. Ook tijdens het dagcontract zitten de leerlingen samen zodat de leraren tijd en ruimte hebben om miniklasjes te begeleiden of leerlingen even apart te nemen. Voor rekenvaardigheden - waarbij ze wekelijks één uur besteden aan niveaugerichte oefeningen en automatisatie - organiseren ze de les over de vier klassen heen.
teamcoachES
De teamcoaches kregen een duidelijke taakomschrijving:
Visual Evelien Moens
Ze zorgen voor de aanvangsbegeleiding van de starters en het coachen van de leraren uit hun team. Ze zorgen voor regelmatig overleg en zorgen hierbij ook voor agendapunten.
De teamcoaches staan zoveel mogelijk mee op de klasvloer zodat ze alle kinderen van dichtbij kunnen observeren en mee begeleiden. Ze staan ook in voor de zorgcoördinatie van de kinderen uit hun team.
Elke vrijdagnamiddag is het overleg. De ene week is het zorgoverleg, de andere week teamoverleg. Zo denken ze samen na over alle kinderen, verdelen ze hun ‘zorgen’ en kijken ze welk team meer ondersteuning nodig heeft of waar ze moeten aanpassen. In dit teamoverleg bespreken ze ook agendapunten op schoolniveau zoals de outputgegevens en organisatorische thema’s. De directie is bij dit teamoverleg aanwezig.
Samenwerken
Uiteraard is het belangrijk dat de teamleden bij deze schoolstructuur goed kunnen samenwerken. Het team zet hiervoor heel erg in op een aantal teamwaarden:
Visual Evelien Moens
Het hele plaatje
Een dergelijke schoolorganisatie heeft enkele aandachtspunten maar heel wat voordelen:
Visuals Evelien Moens
Meer weten over deze aanpak?
Op woensdagnamiddag 25 februari zullen enkele leraren hun aanpak toelichten tijdens Sett Vlaanderen in Mechelen. Meer info via deze link.
ook TOE AAN een nieuwe organisatieSTRUCTUUR?
Het is belangrijk om hiervoor voldoende draagvlak te creëren bij je schoolteam. Daarbij kan deskundige begeleiding helpen. Vraag vrijblijvend advies via contact@edunext.be of bel Dirk De Boe op 0474/949448
In Edugo Lochristi nemen leerlingen uit 1B en 2B via het open ruimtemodel hun eigen leren in handen
In Edugo Lochristi doorbreken ze de traditionele klasmuren met een open ruimtemodel voor de eerste graad. Leerlingen uit de B-stroom nemen hier letterlijk hun eigen leerproces in handen, ondersteund door een team van leraren dat coacht in plaats van enkel zendt. Hoe beïnvloedt de fysieke omgeving het zelfvertrouwen en de motivatie van jongeren die vaak een moeizaam schoolparcours achter de rug hebben? Een getuigenis over de kracht van autonomie en een herwonnen geloof in eigen kunnen.
In de eerste graad van de B-stroom dachten enkele leraren na hoe leerlingen hun eigen leren in handen konden nemen. Ze vonden de oplossing in het open ruimtemodel (ORM) waarin de leerlingen gedurende 10 uur per week les krijgen. Voor de vakken Frans, Engels, Wiskunde en MaVo kiezen ze wanneer ze wat doen en hoe ze dat doen. De leerlingen krijgen coaching in het plannen en afwerken van hun werk zodat ze tegen het einde van de week alles netjes klaar hebben. En ze leren ook van hun klasgenoten. Niet alleen bereiken ze samen een ander resultaat dan wanneer ze alles alleen doen, ze leren ook rekening te houden met anderen. In het ORM werd over alles nagedacht: naast het aanbrengen van de vakinhoud, wordt ook veel aandacht besteed aan differentiatie, remediëring, coaching, taalontwikkelend lesgeven en het meubilair. EduNext ging er op 14 november samen met 30 onderwijsprofessionals op schoolbezoek.
Enkele inzichten
👉 Aparte fysieke hoeken voor Wiskunde, Engels, Frans en Maatschappelijke vorming (De 4 vakken binnen ORM). Omdenken vanuit kleuteronderwijs ;-)
👉 Leerlingen kiezen aan wat ze werken en waar ze gaan zitten
👉 Leerlingen maken een weekplanning voor 2 weken. Dit geeft ruimte om in de 2e week bij te sturen (v.b. ziekte in eerste week)
👉 Beperkte plenaire instructiemomenten, gevolgd door gedifferentieerde instructies (individueel, kleine groepjes ...)
👉 Papieren planning. Voor leerlingen die het moeilijk hebben: de planning in stukjes knippen, taken schrappen of dicht bij de leraar/begeleider plaatsnemen
👉 Groot planningsbord waarbij de leerlingen zelf via magneetjes visualiseren waar ze staan in hun planning
👉 Leerlingen plannen hun toetsen zelf en verbeteren ze zelf via verbetersleutel en batterijtjes (leeg, half vol, vol)
👉 Geen huiswerk mits planning leeractiviteiten op orde
👉 Taalontwikkelend lesgeven: taalsteun, context, interactie (via zelfevaluatiesjabloon)
👉 Reactionair beleid (i.p.v. sanctioneringdbeleid) via gespecialiseerde leerlingbegeleiders, schooleigen 4-ladenmodel, cooldownformulier en herstelgesprekken.
👉 Hulp van studenten orthopedagogie en ergotherapie van Arteveldehogeschool op de klasvloer
⁉️ Hoe ervaren leraren 2e graad leerlingen die in het ORM les kregen?
💡 Ze zijn veel zelfstandiger
💡 Ze vinden gemakkelijker oplossingen
💡 Ze kunnen beter plannen
OVERZICHT via transformatierad
Ook mee op schoolbezoek?
Op donderdagnamiddag 23 januari zijn we te gast bij het Immaculata Maria Instituut in Roosdaal
Op maandag namiddag 18 maart gaan we op bezoek bij GO! Mira te Hamme
Interesse om erbij te zijn? Geef een seintje aan dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Of volg het via de EduNext Linkedin pagina
In Vrije Basisschool De Wijnberg in Wevelgem zetten ze sterk in op cognitief sterk functionerende leerlingen
Basisschool De Wijnberg in Wevelgem toont aan dat aandacht voor cognitief sterk functionerende leerlingen geen luxe is, maar een noodzaak voor een inclusieve school. Hoe creëer je een omgeving waarin deze kinderen werkelijk uitgedaagd worden zonder hen te isoleren van de groep? Hun aanpak laat zien dat investeren in differentiatie voor de top van de piramide uiteindelijk de kwaliteit voor álle leerlingen ten goede komt. Een inspirerend voorbeeld van onderwijs op maat in de praktijk.
Op 12 november was de EduNext leergemeenschap basisonderwijs samen met enkele andere onderwijsprofessionals te gast in VBS De Wijnberg te Wevelgem. Coördinator Hans Van de Moortel gaf op gepassioneerde wijze toelichting over hun CSF aanpak. Daarna konden we de klassen bezichtigen en kregen we bijkomende uitleg over de werking van de kangoeroeklas. Een samenvatting van een inspirerende voormiddag.
Hoe het allemaal begon
In VBS De Wijnberg kwamen ouders in 2013 met een inschrijving van een peuter die hoge cognitieve vaardigheden toonde. ‘Wat overkomt ons?’, dachten ze toen. Samen met de ouders zijn ze op stap gegaan en gingen ze voor het best mogelijke onderwijs voor hun kind. Via infoavonden van Hoogbloeier en Exentra ontstond het eerste bewustzijn. Meerdere leraren volgende een 4-jarige opleiding bij Exentra. Daarna was er een traject van schooleigen en teamgerichte professionalisering tijdens personeelsvergaderingen en pedagogische studiedagen over binnenklasdifferentiatie. Ze verdiepten zich in formatief assessment, breed evalueren, systeemdenken en talentontwikkeling. Uiteindelijk besloot de school om gedurende 3 schooljaren deel te nemen aan het lerend netwerk van Project Talent. In 2023 dienden ze een aanvraag in om zelf ankerschool te worden van een lerend netwerk van 12 scholen en ondertussen is er al een 2e lerend netwerk met nog eens 8 scholen opgestart.
Mindset van het team
De perceptie is vaak dat een CSF leerling een jongetje is met een bril die sterk is in wiskunde. Door op zoek te gaan naar wetenschappelijke inzichten leerde de school het onderscheid maken tussen dergelijke fabels en feiten. Ze onderzochten hoe hun verschillende leraren naar kinderen met cognitief talent kijken. Daarbij is het belangrijk om je niet te richten op 1 punt maar het hele spectrum in kaart te brengen. Via gesprekken met ouders, door kinderen uitdagingen te geven, gerichte te observeren en deze observaties samen te bespreken, ontstond een breder inzicht. Ook brachten ze de mindset van de leraren ten aanzien van CSF leerlingen in kaart. Het team leerde dat er niet zoiets bestaat als ‘de cognitief sterk functionerende leerling’. CSF leerlingen vormen een heterogene groep met een eigen profiel, unieke ontwikkeling en eigen opvoedings-, onderwijs-, ondersteuningsnoden.
“Een cognitief sterk functionerende leerling is een leerling die voor brede cognitieve vaardigheden en/of prestaties op schoolvorderingstoetsen tot de beste 10% van een relevante vergelijkingsgroep behoort.’
”
Herkennen en signaleren
In het kleuteronderwijs gebeurt dit via een vragenlijst voor ouders en kleuterleidsters (geen klasscreenings), gerichte observatie en multidisciplinair overleg met het kernteam maatwerk. In de lagere school gebeurt dit via gerichte observatie van binnenklasdifferentiatie, toetsen, leerlingvolgsysteem (met doortesten), pretoetsen, AVI, IQ-test, begeleiding en evaluatie. Via het multidisciplinair overleg met het kernteam maatwerk beslissen ze of de leerling enkele uren per week naar de kangoeroeklas gaat voor verdere uitdaging. Hierbij is het belangrijk om een onderscheid te leren maken tussen leerkenmerken (snel van begrip, weinig instructie nodig, grote denksprongen kunnen maken, abstract kunnen denken, verbanden zien en een sterk geheugen) en persoonskenmerken (perfectionistisch, faalangstig, zelfontdekkend, leergierig, humoristisch, gedreven, gezag in vraag stellen). Leerkenmerken leiden naar afgestemd onderwijs, het opzoeken van de leerzone en het aanbieden van cognitieve uitdagingen. Persoonskenmerken leiden naar extra coaching van mindset, het trainen van executieve vaardigheden en motivationele interventies. Persoonskenmerken kunnen zowel belemmerend als versterkend zijn.
Compacten en verrijken
Leraren moeten nadenken over wat ze zullen schrappen:
- Moet een kind bij elke activiteit aanwezig zijn?
- Kunnen er stappen overgeslagen worden?
- Kan er verkorte instructie gegeven worden?
- Hebben ze herhaling nodig?
Daarnaast dienen ze op zoek te gaan naar aangepaste verrijking. De school gebruikt daarvoor de taxonomie van Bloom (onthouden, begrijpen, analyseren, evalueren en creëren). Bij kleuters gaat het dan over uitdagende opdrachten in de hoeken of opdrachten met hogere denkorde. In de lagere school kan dit gaan over verdieping, verbreding via extra curriculum, taken en projecten van hogere denkorde of extra uitdagingen. Ze gebruiken de autometafoor (sturen, remmen, gas geven …) om executieve functies te trainen en ook Breinkrachten zoals stopkracht, doorzetkracht of plan- en regelkracht.
Klasexterne verrijking via kangoeroeklas
Na multidisciplinair overleg en communicatie met leerling en ouders) kunnen leerlingen vanaf het 4e leerjaar – naast binnenklasdifferentiatie in elke klas tijdens de rest van de week - anderhalf uur per week naar de kangoeroeklas waarbij CSF leerlingen van het derde leerjaar vanaf Pasen kunnen komen proeven. De school onderzoekt momenteel of het ook een kangoeroewerking kan opzetten voor de kleuters. Uitdagingen daarbij zijn het inrichten van lestijden en het vinden van gemotiveerde leraren met ervaring.
In de kangoeroeklas komen CSF leerlingen op het moment dat er voor andere leerlingen herhalingslessen zijn. Ze werken niet met invulblaadjes, er is geen handleiding of methode. Coördinator Hans werkt voornamelijk vanuit de interesse en motivatie van het kind. Met een variatie aan werkvormen en leerinhouden. Ze bepalen samen waarover ze zullen leren. Regelmatig zijn er breinlessen en komen er gastdocenten op bezoek. Ze doen ook af en toe aan duotekengesprekken (zonder praten), ze leren filosoferen of organiseren een pi-dag.
“Een bioloog komt tijdens de kangoeroewerking spreken over de dieren in Zuid-Amerika. Daarna mogen de leerlingen een dier kiezen, brengen ze de biotoop van deze dieren in kaart en maken er uiteindelijk een tentoonstelling van”
Ook in de kangoeroeklas komt de taxonomie van Bloom op de voorgrond zoals samen verhalen creëren, begrijpen via close reading of evalueren van elkaars werk. Ze werken steeds met een brede of gelaagde evaluatie (vanuit geheugen => met de notities erbij => met chromebook).
Een van de deelnemers stelde terecht de vraag: ‘gaan leerlingen tijdens zo een kangoeroewerking wel diep genoeg en blijft het niet te oppervlakkig?’
Door methodieken aan te reiken, criteria te bepalen bij doelen en uitdagingen, zelfreflectie, groeigesprekken en oudergesprekken, schriftelijke onverwachte toetsen … voorkomen ze dit. De rapportage van de kangoeroeklas vormt een extra onderdeel in het Questi rapport dat de school voor elke leerling gebruikt. Daarnaast gaf Hans ook aan om niet te snel overstag te gaan wanneer leerlingen niet meteen uit hun leerkuil geraken. Dan moet je doorzetten.
De kangoeroewerking is een extra spoor boven op de al bestaande sporen. Het kan niet werken als de leraren zelf niet geloven in het stimuleren van CSF leerlingen en hen gewoon naar de kangoeroeklas sturen. De kangoeroewerking is een extra stap als de andere stappen al gezet zijn.
Bekijk het hele spectrum!
We hebben de neiging om ons zorgbeleid af te stemmen op de minder begaafden en daar de meeste uren aan te besteden:
Illustratie L-aTent vzw (uit PP presentatie Hans Van de Moortel)-
Terwijl het zinvol zou zijn om het meer als volgt te organiseren:
Illustratie L-aTent vzw (uit PP presentatie Hans Van de Moortel)-
4 pijlers voor afgestemd onderwijs
1. Professionalisering: lerend netwerk, teamgericht en persoonlijk, gluren bij de buren (intern en extern), leren van en met elkaar, delen en samen ontwikkelen, een pad uittekenen (groeitijd en perspectief), op maat van de school
2. Talentontwikkeling: ontdekken en inzetten op het ontwikkelen van cognitief talent, denkvaardigheden Bloom ontwikkelen, begrijpen dat elk kind uniek is en elk cognitief talent een eigen profiel heeft, het belang van de ontwikkeling van executieve vaardigheden erkennen om het (cognitieve) talent te laten groeien en ontwikkelen en het model van Kuipers toepassen.
3. Zorgbeleid: de 2 belangrijkste vragen zijn volgens Hans:
- Wat als een kind niet (of weinig) tot leren komt …?
- Wat als een kind niet (of weinig) geniet van leren…?
Om dan te kijken of dit een onderzoeksvraag waardig is, hoe we dit zien of herkennen, wat er allemaal meespeelt, wat we ermee doen en hoe we komen we tot een plan van aanpak.
4. Didactische en pedagogische organisatie en aanpak: lestijdenpakket en opdrachten herbekijken, co-teaching als mogelijkheid onderzoeken, het leerstofjaarklassensysteem in vraag stellen, andere groeperingsvormen overwegen, binnenklasdifferentiatie optimaliseren, gebruik van diverse materialen, het klasklimaat en klasmanagement versterken, bijkomende ondersteuning voorzien, faciliteren en kans creëren en durven experimenteren
Ook mee op schoolbezoek?
De deelnemende onderwijsprofessionals gingen naar huis met heel wat inzichten en ideeën. Dank aan Hans Van de Moortel en directie Elien Tant voor hun deskundige uitleg en visie. EduNext organiseert regelmatig schoolbezoeken. Volg daarvoor zeker ook de EduNext nieuwsbrief (doorscrollen naar beneden op deze pagina) of onze Linkedin pagina.
Onze volgende schoolbezoeken basisonderwijs zijn gepland op:
- 24 januari in GO! De Driesprong te Maldegem
- 24 maart in VBS Heilige Familie te Schaarbeek
Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be als je erbij wil zijn. Gezien dit een schoolbezoek is dat we doen met onze leergemeenschap (15 personen), voorzien we maximaal 10 extra tickets, dus reserveer snel je plaatsje!
Hoe een fusie tussen basisscholen GAAF! en De Kleine Okapi in Aalst zorgde voor een nieuwe onderwijskundige aanpak en een volledig andere leerorganisatie
Een fusie tussen scholen wordt vaak gezien als een administratieve noodzaak, maar voor GAAF! en De Kleine Okapi was het de katalysator voor een pedagogische revolutie. Door twee culturen te laten versmelten tot een volledig nieuwe leerorganisatie, ontstond er ruimte voor een aanpak die de beperkingen van de afzonderlijke scholen oversteeg. Een inspirerend verslag over hoe een organisatorische breuklijn kan leiden tot een krachtige en vernieuwende onderwijskundige visie.
Tussen 2018 en 2023 waren er op de GO! campus in de Eikstraat te Aalst twee basisscholen actief: GAAF! met een 300-tal leerlingen en De Kleine Okapi met een 70-tal leerlingen. Beide scholen mikten op een ander doelpubliek en hadden een verschillend pedagogisch project. Dit gaf de kans aan ouders om te kiezen tussen een grotere meer traditionele school en een kleinschalige school met elementen uit het methodeonderwijs waarbij ouders zeer betrokken werden. De conflicterende visies van beide scholen zorgden na enkele jaren echter voor heel wat spanningen en frustraties. Zo was er bijvoorbeeld maar één turnzaal en één speelplaats. Daarenboven werd het voor De Kleine Okapi steeds uitdagender om de pedagogische werking te vrijwaren toen er regelmatig leerkrachten uitvielen. Stilaan rees het idee om van beide scholen één school te maken. Het nieuws dat beide scholen zouden gaan samensmelten werd niet op gejuich onthaald bij de ouders van De Kleine Okapi. Ze vreesden ervoor dat de toenmalige werking van de grotere school zou doorgetrokken worden naar de kleinere school. Nochtans was het doel om één pedagogisch concept te bedenken met de sterke elementen van beide scholen. Daarom stelden de scholen van in het begin het principe van gelijkwaardigheid voorop. De schoolteams gaven zichzelf een jaar de tijd om na te denken hoe ze in de toekomst het onderwijs wilden vormgeven. Het eerste jaar zou er dus niets veranderen op de klasvloer. De schoolleiding besefte dat de fusie een kans was om een heel nieuw pedagogisch project uit te tekenen. Gezien de complexiteit van een dergelijke vernieuwing en het feit dat er twee schoolculturen waren met heel wat gevoeligheden, nam de school de beslissing om de hulp van EduNext in te roepen.
Een leidende coalitie op de been brengen
Omdat het niet doenbaar was om telkens met het hele team samen te komen, besloot GAAF! om een kernteam samen te stellen met een evenwichtige verdeling tussen beide scholen.
Kernteam basisschool GAAF! Aalst
Daarbij was er ook een vertegenwoordiger van de ouders van elke school die de communicatie verzorgde naar hun respectievelijke oudergroep. Een kernteam heeft voordelen en nadelen. Enerzijds kun je meer snelheid maken en zijn deze teamleden vaak zeer gemotiveerd en bewust van de nodige verandering. Anderzijds loop je het risico dat het schoolteam niet op dezelfde snelheid zit. Daarom besloot GAAF! om voldoende klankbordmomenten te organiseren met het hele schoolteam. Op die manier konden ze de input en de ideeën van iedereen meenemen en elke collega de kans geven om te wennen aan de nieuwe ideeën door er met elkaar over in gesprek te gaan. Het kernteam kun je zien als de onderzoekers die voorop lopen en mogelijke pistes in kaart brengen maar ook regelmatig terugkeren en afstemmen met hun collega’s. Het kernteam in GAAF! neemt geen enkele beslissing. Ze creëerden draagvlak door het volledige team continu te betrekken. Elke personeelsvergadering en elk overleg stond in het teken van overleg, uitwisseling en reflectie. De ouders betrokken ze via padlet, een oudercafé of een bevraging via Google Forms. Als het schoolteam een draft had, dan hingen ze die aan de inkom om feedback van ouders te krijgen.
Ouders betrekken
Aan de slag
GAAF! ging in september 2022 van start en begon te dromen over hoe hun toekomstige school eruit zou kunnen zien. Daarna keken ze hoe ze die ambities konden vertalen in concrete streefdoelen voor leerlingen, leraren en de school. Om deze daarna verder te concretiseren in leidende pedagogische principes. Daarvoor hanteerde het team het EduNext transformatierad. Voor elk van de wielen (leerinhoud, leervorm, leerproces, leertijd, leeromgeving, leermateriaal, leernetwerk en leerorganisatie) kwam de school tot draft leidende pedagogische principes. Daarna hebben ze die verfijnd en afgestemd met de collega’s tot ze finaal werden. Deze leidende pedagogische principes vormen voor GAAF! het kompas, het zijn krachtlijnen die criteria bevatten waaraan hun onderwijs wil voldoen. Een goed gedefinieerd leidend pedagogisch principe geeft voldoende sturing en richting en biedt toch nog genoeg ruimte aan leraren om dat in hun klas te interpreteren en aan te passen. Deze principes helpen GAAF! bij het nemen van beslissingen en bij reflectie over hun onderwijs. Nadat het schoolteam het eens was geworden over de leidende pedagogische principes, bestond de volgende uitdaging erin om ze in de praktijk te brengen.
Leidende pedagogische principes Basisschool GAAF! Aalst
Geleidelijk aan of gewoon springen?
In eerste instantie was het de bedoeling om te starten met één pilootproject. Maar in april 2023 organiseerde de directie individuele gesprekken met elke leraar waarbij ze in gesprek gingen over hoe ze naar het volgende schooljaar keken en hoe ze zichzelf binnen vijf jaar zagen. Een grote meerderheid van de collega’s was enthousiast over het nieuwe pedagogische concept. Een aantal collega’s zou het jammer gevonden hebben om een heel jaar mee te mogen schrijven aan een nieuw onderwijsconcept en dan nog drie of vier jaar te moeten wachten. Waarom springen we niet met de hele school tegelijk? Een bijkomend argument was dat het moeilijker en moeilijker werd om de kleine school nog een jaar apart te laten bestaan. Zo heeft de school besloten om in september 2023 met alle units tegelijk te starten.
Het pedagogisch concept van GAAF!
De school is afgestapt van het leerstofjaarklassensysteem en heeft gekozen voor unitonderwijs. De leraren hebben zich verdeeld over vier units:
- Unit 1: K0 K1 K2 (instappers, eerste en tweede kleuterklas)
- Unit 2: K3 L1 (derde kleuterklas, eerste leerjaar)
- Unit 3: L2 L3 L4 (tweede, derde en vierde leerjaar)
- Unit 4: L5 L6 (derde graad)
Tussen 8.45 en 9.00 werkt de school met een zachte landing en tussen 15.25 en 15.40 is er een rustig vertrek. ’s Morgens zijn er geen rijen of toezicht. De leerlingen leren om zelf naar hun klasomgeving te komen. Na een kringmoment in hun eigen nest krijgen de leerlingen in de voormiddag instructielessen. De school werkt daarvoor met EDI (Expliciete Directe Instructie) en tijdens die lessen zitten de leerlingen per leerjaar. Dit is het geval voor de tredevakken (Nederlands, Frans en wiskunde) waarbij er een chronologische opbouw is van de leerstof. De leraren werken nu nog met methodes, die bieden een houvast. Het is wel de bedoeling dat ze vanuit de leerdoelen werken en de methodes eerder als bronmateriaal te gebruiken.
Tijdens instructielessen zijn ze met twee leraren aanwezig. De vakexpert geeft de instructie terwijl de andere leraar coacht. Bij een ander vak wisselt dat. Na de instructie zwermen de leerlingen leeftijdsoverschrijdend uit naar het leerplein (behalve in unit 1) samen met een leraar die hen coacht bij het verder verwerven van de leerstof. De andere leerlingen blijven bij de andere leraar in de klas die dan verlengde instructie geeft. Ook als leerlingen geen instructie nodig hebben of na een korte instructie alleen verder kunnen voor hun oefeningen, gaan ze naar het leerplein.
Per nest is er een vaste coach die ook de kringmomenten aan het begin en het einde van de dag begeleidt. Dat zorgt voor verbondenheid en samen leren. Elke unit werkt ontwikkelingsgericht en kijkt waar elk kind staat en wat het nodig heeft. Daarom is het mogelijk dat cognitief sterke leerlingen voor een bepaald thema aansluiten bij een andere unit.
De leerlingen krijgen veel autonomie. Via een planbord en een keuzebord realiseren ze in de loop van de week een aantal doelen en werken ze een aantal taken af. Dat bouwen de leraren geleidelijk aan op. Er is veel aandacht voor zelfregulerende vaardigheden. Leerlingen halen hun benodigde materiaal op in hun bakje en deponeren het - nadat de taak afgewerkt is – terug. Om te zorgen dat het voor de kinderen duidelijk is in welk nest ze zitten, naar welke instructielessen ze moeten en waar ze hun leraar kunnen vinden, heeft de school een systeem met hangkaartjes en magneetjes uitgedokterd.
Keuzebord
De kracht van metaforen en storytelling
Tijdens haar verhaal gebruikt directie Sofie regelmatig metaforen. Zo zag ze hun vroegere situatie met twee scholen als een nieuw samengesteld gezin waarbij de kinderen niet voor elkaar gekozen hebben en toch moeten samenleven.
Daarnaast vertelt ze over een skiër die bij mistig weer naar beneden wil maar het dal niet kan zien. Hij gebruikt de paaltjes en de vlaggetjes om veilig beneden te geraken. Die poortjes zijn haalbare en realistische tussendoelen die de verandering voor leraren behapbaar maken. Door het team daarbij te helpen, vergroot je de slaagkans van de transformatie.
In de school wordt er ook heel veel gevisualiseerd. Overal hangen de leerdoelen uit, hangen er emotiekaartjes aan de deur en zijn er deurbegroeters.
Een van de ouders is heel sterk in tekenen. Zij heeft de werking van de school en hoe een schooldag eruit ziet in een mooi en laagdrempelig verhaal gegoten via Kamishibai vertelplaten. Alvorens te starten met de nieuwe werking, is dat verhaal in alle klassen aan de kinderen verteld. Op die manier konden leerlingen en ouders zich voorstellen hoe een onderwijsdag er in de toekomst zou uitzien.
Aandacht voor het welbevinden
Het feit dat de leraren van GAAF! in team staan en verantwoordelijkheid nemen voor een grotere groep leerlingen, zorgt ervoor dat ze meer samenwerken en dat ze ook bij elkaar terecht kunnen. Ze kunnen hun uitdagingen delen, gezamenlijk tot oplossingen komen en de lasten samen dragen. De teamleden werden er zich dit jaar van bewust dat sterke teamvaardigheden een verschil maken tegenover er alleen voor staan in je klas. Door veel met elkaar te praten, elkaar te steunen en kleine successen te vieren, bleef het team – ondanks de vele uitdagingen tijdens zo een vernieuwingstraject - zeer gemotiveerd. Dat lukte omdat er steeds respect was voor de verschillende snelheden tussen de verschillende leraren en units. Wel is het belangrijk dat er stappen vooruit gezet worden.
“Juf Lieve ging op een bepaald moment 4/5 werken omdat het in het vorige systeem voor haar te zwaar begon te worden. Maar nu ze is overgeschakeld op het nieuwe systeem, werkt ze terug 5/5”
De school maakte van ABC (autonomie, betrokkenheid, competentie) A4BC. Accepteren, aanvaarden en aandacht voor iedereen. Door regelmatig individueel en samen terug te blikken op wat het traject met hen heeft gedaan, wat hen energie geeft en wat ervoor zorgde dat het soms minder goed ging, werkt het team aan haar zelfreflectievaardigheden en haar veerkracht. Als er frustraties zijn, dan probeert de school om dat naar boven te brengen tijdens de bijeenkomsten, niet in de wandelgangen of in de leraarskamer. Geen vergadering na de vergadering.
Tijd creëren
Een dergelijke werking uitdokteren en bijsturen zou niet mogelijk zijn zonder veelvuldig overleg. Tijdens de levensbeschouwelijke vakken (2 u/week) is er binnen de units mogelijkheid tot overleg. Daarnaast roostert de school de leraren zoveel mogelijk vrij van toezichten. Er is bijvoorbeeld een extra toezichter aangesteld en ook de directie en de zorgcoördinator nemen regelmatig over. De unitwerking zorgt ervoor dat leraren ook overdag korte overlegmomenten hebben. Daarnaast zijn de meeste leraren om 8 uur aanwezig zodat ze tot 8.45 uur ook nog tijd hebben om af te stemmen.
Het blijft in beweging
Vaak hoor je tijdens seminaries en congressen verhalen over innovatieve scholen waarbij je jezelf de vraag stelt of dit in de praktijk wel echt zo werkt. Wel, tijdens onze rondgang konden we het verhaal van Sofie bij alle leerlingen en leraren terugvinden. Het leeft echt. De leraren deden per unit zelf hun verhaal, leerlingen lopen ons voorbij en plakken hun magneetje op het keuzebord, nemen hun materiaal uit hun bakje en hangen hun kaartje rond hun nek. Zonder dat ze daartoe aangespoord worden. In de klas werken ze zelfstandig of onder begeleiding van de coach.
In vele innovatieve scholen die we bezoeken, krijgen we soms het gevoel; ‘dit is het’, ‘dit is wat we willen’, terwijl de mindset in GAAF! is dat het in volle beweging blijft. Het traject verloop in theorie rechtlijnig van A naar B, in de realiteit zijn er veel kronkels. GAAF! bouwt de brug terwijl ze erover lopen. Ze beseffen dat ze nog maar aan het begin staan en dat ze nog veel zullen vallen en leren. Maar ze zien wel dat dit onderwijsconcept veel meer potentieel heeft voor de uitdagingen die zich stellen.
“Als je de vraag zou stellen wie nog terug wil naar het oude systeem, zou je weinig kandidaten vinden. ”
Foto Jean-Pierre Swirko
Meer weten over trajectbegeleiding?
Alle credits gaan naar het hele schoolteam die voluit voor dit traject is gegaan. Vanuit EduNext zijn we heel blij om dit fantastische team te mogen begeleiden. Ben je benieuwd naar wat zo een transformatiecoachingstraject voor jouw school kan inhouden? Vraag een vrijblijvend gesprek aan via mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Hoe basisschool GAAF! in Aalst een meervoudige structuur- en gedragsverandering bij leerlingen, leraren en ouders realiseert
In Aalst bewijst basisschool GAAF! dat een radicale koerswijziging vraagt om een meervoudige aanpak. Het veranderen van structuren is slechts het begin; de echte uitdaging ligt in de verschuiving van gedrag bij leerlingen, leraren én ouders. Dit praktijkvoorbeeld laat zien hoe een holistische visie op leren en samenleven leidt tot een omgeving waar eigenaarschap en verbondenheid geen holle termen meer zijn, maar de dagelijkse realiteit.
Op 29 april en 6 mei was EduNext samen met 30 directies, leraren, coördinatoren en beleidsmedewerkers uit heel Vlaanderen te gast in basisschool GAAF! te Aalst. Het doel was om te komen leren van hoe zij hun innovatief onderwijs vormgeven en hoe hun veranderingsproces is gelopen. Voor wie er niet bij kon zijn, hierbij het verslag …
EduNext schoolbezoek aan basisschool GAAF! Aalst
De lokale context
Tussen 2018 en 2023 waren er op de GO! campus in de Eikstraat te Aalst twee basisscholen actief: GAAF! met een 300-tal leerlingen en De Kleine Okapi met een 70-tal leerlingen. Beide scholen mikten op een ander doelpubliek en hadden een verschillend pedagogisch project. Dit gaf de kans aan ouders om te kiezen tussen een grotere meer traditionele school en een kleinschalige school met elementen uit het methodeonderwijs waarbij ouders zeer betrokken werden. De conflicterende visies van beide scholen zorgden na enkele jaren voor heel wat spanningen en frustraties. Zo was er bijvoorbeeld maar één turnzaal en één speelplaats. Daarenboven werd het voor De Kleine Okapi steeds uitdagender om de pedagogische werking te vrijwaren toen er regelmatig leerkrachten uitvielen. Het werd op een bepaald moment zeer moeilijk om deze school in dezelfde vorm verder te zetten. Stilaan rees het idee om van beide scholen één school te maken.
Oei, een fusie!
Het nieuws dat beide scholen zouden gaan samensmelten werd niet op gejuich onthaald bij de ouders van De Kleine Okapi. Ze vreesden ervoor dat de toenmalige werking van de grotere school zou doorgetrokken worden naar de kleinere school. Nochtans was het doel om één pedagogisch concept te bedenken met de sterke elementen van beide scholen. Daarom stelden de scholen van in het begin het principe van gelijkwaardigheid voorop. De schoolteams gaven zichzelf een jaar de tijd om na te denken hoe ze in de toekomst het onderwijs wilden vormgeven. Het eerste jaar zou er dus niets veranderen op de klasvloer. De schoolleiding besefte dat zo een fusie een kans was om een heel nieuw pedagogisch project te creëren. Gezien de complexiteit van zo een vernieuwing en het feit dat er twee schoolculturen waren met heel wat gevoeligheden, nam de school de beslissing om externe trajectbegeleiding van EduNext in te roepen.
Gluren bij de buren
Tijdens pedagogische studiedagen verdeelde het schoolteam zich en trokken ze in subgroepjes naar vernieuwende scholen in Vlaanderen. Dit leverde heel wat inspiratie op en het zorgde ook energie en verbinding. De school schreef zich ook in voor een onderzoeksproject Executieve Functies van Odisee. Daarnaast nam directie Sofie De Pauw deel aan de EduNext masterclass en volgde ze ook een Banaba schoolontwikkeling bij Artevelde. Ook bracht de school externe teamteaching en co-teaching expertise binnen en lieten ze zich verder inwijden in zelfregulerend leren. Daarnaast zorgde EduNext tijdens de begeleiding regelmatig voor extra inspiratie. De school is ook lid van een professionele leergemeenschap (oproep veranderwijs.nu) en volgde een een professionaliseringstraject bij Vlajo voor activerend onthaal.
Een leidende coalitie op de been brengen
Omdat het niet doenbaar was om telkens met het hele team samen te komen, besloot GAAF! om een kernteam samen te stellen met een evenwichtige verdeling tussen beide scholen.
Kernteam basisschool GAAF! Aalst
Daarbij was er ook een vertegenwoordiger van de ouders van elke school die de communicatie verzorgde naar hun respectievelijke oudergroep. Een kernteam heeft voordelen en nadelen. Enerzijds kun je meer snelheid maken en zijn deze teamleden vaak zeer gemotiveerd en bewust van de nodige verandering. Anderzijds loop je het risico dat het schoolteam niet op dezelfde snelheid zit. Daarom besloot GAAF! om voldoende klankbordmomenten te organiseren met het hele schoolteam. Op die manier konden ze de input en de ideeën van iedereen meenemen en elke collega de kans geven om te wennen aan de nieuwe ideeën door er met elkaar over in gesprek te gaan. Het kernteam kun je zien als de onderzoekers die voorop lopen en mogelijke pistes in kaart brengen maar ook regelmatig terugkeren en afstemmen met hun collega’s. Het kernteam in GAAF! neemt geen enkele beslissing. Ze creëerden draagvlak door het volledige team continu te betrekken. Elke personeelsvergadering en elk overleg stond in het teken van overleg, uitwisseling en reflectie. De ouders betrokken ze via padlet, een oudercafé of een bevraging via Google Forms. Als het schoolteam een draft had, dan hingen ze die aan de inkom om feedback van ouders te krijgen.
Ouders betrekken
Aan de slag
GAAF! ging in september 2022 van start en begon te dromen over hoe hun toekomstige school eruit zou kunnen zien. Daarna keken ze hoe ze die ambities konden vertalen in concrete streefdoelen voor leerlingen, leraren en de school. Om deze daarna verder te concretiseren in leidende pedagogische principes. Daarvoor hanteerde het team het EduNext transformatierad. Voor elk van de wielen (leerinhoud, leervorm, leerproces, leertijd, leeromgeving, leermateriaal, leernetwerk en leerorganisatie) kwam de school tot draft leidende pedagogische principes. Daarna hebben ze die verfijnd en afgestemd met de collega’s tot ze finaal werden. Deze leidende pedagogische principes vormen voor GAAF! het kompas, het zijn krachtlijnen die criteria bevatten waaraan hun onderwijs wil voldoen. Een goed gedefinieerd leidend pedagogisch principe geeft voldoende sturing en richting en biedt toch nog genoeg ruimte aan leraren om dat in hun klas te interpreteren en aan te passen. Deze principes helpen GAAF! bij het nemen van beslissingen en bij reflectie over hun onderwijs. Nadat het schoolteam het eens was geworden over de leidende pedagogische principes, bestond de volgende uitdaging erin om ze in de praktijk te brengen.
Leidende pedagogische principes Basisschool GAAF! Aalst
Geleidelijk aan of gewoon springen?
In eerste instantie was het de bedoeling om te starten met één pilootproject. Maar in april 2023 organiseerde de directie individuele gesprekken met elke leraar waarbij ze in gesprek gingen over hoe ze naar het volgende schooljaar keken en hoe ze zichzelf binnen vijf jaar zagen. Een grote meerderheid van de collega’s was enthousiast over het nieuwe pedagogische concept. Een aantal collega’s zou het jammer gevonden hebben om een heel jaar mee te mogen schrijven aan een nieuw onderwijsconcept en dan nog drie of vier jaar te moeten wachten. Waarom springen we niet met de hele school tegelijk? Een bijkomend argument was dat het moeilijker en moeilijker werd om de kleine school nog een jaar apart te laten bestaan. Zo heeft de school besloten om in september 2023 met alle units tegelijk te starten.
Het pedagogisch concept van GAAF!
De school is afgestapt van het leerstofjaarklassensysteem en heeft gekozen voor unitonderwijs. De leraren hebben zich verdeeld over vier units:
- Unit 1: K0 K1 K2 (instappers, eerste en tweede kleuterklas)
- Unit 2: K3 L1 (derde kleuterklas, eerste leerjaar)
- Unit 3: L2 L3 L4 (tweede, derde en vierde leerjaar)
- Unit 4: L5 L6 (derde graad)
Tussen 8.45 en 9.00 werkt de school met een zachte landing en tussen 15.25 en 15.40 is er een rustig vertrek. ’s Morgens zijn er geen rijen of toezicht. De leerlingen leren om zelf naar hun klasomgeving te komen. Na een kringmoment in hun eigen nest krijgen de leerlingen in de voormiddag instructielessen. De school werkt daarvoor met EDI (Expliciete Directe Instructie) en tijdens die lessen zitten de leerlingen per leerjaar. Dit is het geval voor de tredevakken (Nederlands, Frans en wiskunde) waarbij er een chronologische opbouw is van de leerstof. De leraren werken nu nog met methodes, die bieden een houvast. Het is wel de bedoeling dat ze vanuit de leerdoelen werken en de methodes eerder als bronmateriaal te gebruiken.
Tijdens instructielessen zijn ze met twee leraren aanwezig. De vakexpert geeft de instructie terwijl de andere leraar coacht. Bij een ander vak wisselt dat. Na de instructie zwermen de leerlingen leeftijdsoverschrijdend uit naar het leerplein (behalve in unit 1) samen met een leraar die hen coacht bij het verder verwerven van de leerstof. De andere leerlingen blijven bij de andere leraar in de klas die dan verlengde instructie geeft. Ook als leerlingen geen instructie nodig hebben of na een korte instructie alleen verder kunnen voor hun oefeningen, gaan ze naar het leerplein.
Per nest is er een vaste coach die ook de kringmomenten aan het begin en het einde van de dag begeleidt. Dat zorgt voor verbondenheid en samen leren. Elke unit werkt ontwikkelingsgericht en kijkt waar elk kind staat en wat het nodig heeft. Daarom is het mogelijk dat cognitief sterke leerlingen voor een bepaald thema aansluiten bij een andere unit.
De leerlingen krijgen veel autonomie. Via een planbord en een keuzebord realiseren ze in de loop van de week een aantal doelen en werken ze een aantal taken af. Dat bouwen de leraren geleidelijk aan op. Er is veel aandacht voor zelfregulerende vaardigheden. Leerlingen halen hun benodigde materiaal op in hun bakje en deponeren het - nadat de taak afgewerkt is – terug. Om te zorgen dat het voor de kinderen duidelijk is in welk nest ze zitten, naar welke instructielessen ze moeten en waar ze hun leraar kunnen vinden, heeft de school een systeem met hangkaartjes en magneetjes uitgedokterd.
Keuzebord
De kracht van metaforen en storytelling
Tijdens haar verhaal gebruikt directie Sofie regelmatig metaforen. Zo zag ze hun vroegere situatie met twee scholen als een nieuw samengesteld gezin waarbij de kinderen niet voor elkaar gekozen hebben en toch moeten samenleven.
Daarnaast vertelt ze over een skiër die bij mistig weer naar beneden wil maar het dal niet kan zien. Hij gebruikt de paaltjes en de vlaggetjes om veilig beneden te geraken. Die poortjes zijn haalbare en realistische tussendoelen die de verandering voor leraren behapbaar maken. Door het team daarbij te helpen, vergroot je de slaagkans van de transformatie.
In de school wordt er ook heel veel gevisualiseerd. Overal hangen de leerdoelen uit, hangen er emotiekaartjes aan de deur en zijn er deurbegroeters.
Een van de ouders is heel sterk in tekenen. Zij heeft de werking van de school en hoe een schooldag eruit ziet in een mooi en laagdrempelig verhaal gegoten via Kamishibai vertelplaten. Alvorens te starten met de nieuwe werking, is dat verhaal in alle klassen aan de kinderen verteld. Op die manier konden leerlingen en ouders zich voorstellen hoe een onderwijsdag er in de toekomst zou uitzien.
Aandacht voor het welbevinden
Het feit dat de leraren van GAAF! in team staan en verantwoordelijkheid nemen voor een grotere groep leerlingen, zorgt ervoor dat ze meer samenwerken en dat ze ook bij elkaar terecht kunnen. Ze kunnen hun uitdagingen delen, gezamenlijk tot oplossingen komen en de lasten samen dragen. De teamleden werden er zich dit jaar van bewust dat sterke teamvaardigheden een verschil maken tegenover er alleen voor staan in je klas. Door veel met elkaar te praten, elkaar te steunen en kleine successen te vieren, bleef het team – ondanks de vele uitdagingen tijdens zo een vernieuwingstraject - zeer gemotiveerd. Dat lukte omdat er steeds respect was voor de verschillende snelheden tussen de verschillende leraren en units. Wel is het belangrijk dat er stappen vooruit gezet worden.
“Juf Lieve ging op een bepaald moment 4/5 werken omdat het in het vorige systeem voor haar te zwaar begon te worden. Maar nu ze is overgeschakeld op het nieuwe systeem, werkt ze terug 5/5”
De school maakte van ABC (autonomie, betrokkenheid, competentie) A4BC. Accepteren, aanvaarden en aandacht voor iedereen. Door regelmatig individueel en samen terug te blikken op wat het traject met hen heeft gedaan, wat hen energie geeft en wat ervoor zorgde dat het soms minder goed ging, werkt het team aan haar zelfreflectievaardigheden en haar veerkracht. Als er frustraties zijn, dan probeert de school om dat naar boven te brengen tijdens de bijeenkomsten, niet in de wandelgangen of in de leraarskamer. Geen vergadering na de vergadering.
Tijd creëren
Een dergelijke werking uitdokteren en bijsturen zou niet mogelijk zijn zonder veelvuldig overleg. Tijdens de levensbeschouwelijke vakken (2 u/week) is er binnen de units mogelijkheid tot overleg. Daarnaast roostert de school de leraren zoveel mogelijk vrij van toezichten. Er is bijvoorbeeld een extra toezichter aangesteld en ook de directie en de zorgcoördinator nemen regelmatig over. De unitwerking zorgt ervoor dat leraren ook overdag korte overlegmomenten hebben. Daarnaast zijn de meeste leraren om 8 uur aanwezig zodat ze tot 8.45 uur ook nog tijd hebben om af te stemmen.
Het blijft in beweging
Vaak hoor je tijdens seminaries en congressen verhalen over innovatieve scholen waarbij je jezelf de vraag stelt of dit in de praktijk wel echt zo werkt. Wel, tijdens onze rondgang konden we het verhaal van Sofie bij alle leerlingen en leraren terugvinden. Het leeft echt. De leraren deden per unit zelf hun verhaal, leerlingen lopen ons voorbij en plakken hun magneetje op het keuzebord, nemen hun materiaal uit hun bakje en hangen hun kaartje rond hun nek. Zonder dat ze daartoe aangespoord worden. In de klas werken ze zelfstandig of onder begeleiding van de coach.
In vele innovatieve scholen die we bezoeken, krijgen we soms het gevoel; ‘dit is het’, ‘dit is wat we willen’, terwijl de mindset in GAAF! is dat het in volle beweging blijft. Het traject verloop in theorie rechtlijnig van A naar B, in de realiteit zijn er veel kronkels. GAAF! bouwt de brug terwijl ze erover lopen. Ze beseffen dat ze nog maar aan het begin staan en dat ze nog veel zullen vallen en leren. Maar ze zien wel dat dit onderwijsconcept veel meer potentieel heeft voor de uitdagingen die zich stellen.
“Als je de vraag zou stellen wie nog terug wil naar het oude systeem, zou je weinig kandidaten vinden. ”
Foto Jean-Pierre Swirko
Meer weten over trajectbegeleiding?
Alle credits gaan naar het hele schoolteam die voluit voor dit traject is gegaan. Vanuit EduNext zijn we heel blij om dit fantastische team te mogen begeleiden. Ben je benieuwd naar wat zo een transformatiecoachingstraject voor jouw school kan inhouden? Vraag een vrijblijvend gesprek aan via mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Hoe GO! tienerschool VONK! te Hoeilaart het vuur tot leren aanwakkert in elke leerling
Tienerschool VONK! in Hoeilaart laat zien dat de breuklijn tussen basisonderwijs en secundair geen onoverkomelijke hindernis hoeft te zijn. Door een veilige haven te bieden aan de 10- tot 14-jarigen, krijgt hun specifieke ontwikkelingsfase de aandacht die ze verdient. In een omgeving waar passie en autonomie centraal staan, wordt de natuurlijke nieuwsgierigheid van jongeren niet gedoofd, maar juist aangewakkerd. Een praktijkvoorbeeld dat de norm uitdaagt.
Als co-curator voor Sett Vlaanderen hebben wij het genoegen om regelmatig nieuwe onderwijsconcepten te mogen scouten zoals VONK! in Hoeilaart. Het is geen tienerschool zoals die van Anderlecht en Bree (10 – 14 jarige leerlingen). Deze school heeft enkel een 1e graad secundair (ASO) en focust zich op twaalfjarigen voor wie de overstap naar het secundair onderwijs een spannende gebeurtenis is. Een nieuwe school, een nieuwe omgeving, nieuwe gezichten, een hele uitdaging. De school is aan haar 2e schooljaar bezig en startte vorig jaar – omdat de nieuwbouw nog niet af was - in het cultureel centrum van Hoeilaart. In januari van dit jaar namen ze hun prachtig nieuw gebouw in gebruik.
Het centrale thema van VONK! is vuur. De school wil het brandende verlangen van leerlingen om bij te leren ondersteunen en versterken zodat ze hun toekomst zelf mee vorm kunnen geven en tegelijk inhoudelijk sterk staan voor hun vervolgonderwijs. Overal komt dit terug, ook in de benaming van de ruimtes (Lucifer, Vulcanus, Archimedes …). De leraarskamer heet toepasselijk de ‘Vuurtoren’.
We merken tijdens ons bezoek snel dat een leerlinggecentreerde aanpak centraal staat in deze school. Het is niet alleen een tekst op hun website of een quote op het venster. Zo mogen leerlingen hun leraren met de voornaam aanspreken en is elke leraar er ook coach. Dit begint al bij de start van het schooljaar met een kennismakingsweek. Hier leren leerlingen en leraren elkaar goed kennen. Op het einde van deze week geven de leerlingen via een top 3 voor welke coach ze kiezen. Daaruit bepalen de leraren hun stamgroepleerlingen. Alle leraren en medewerkers begeleiden samen alle leerlingen. Office Manager Brenda - die ons een rondleiding geeft - wordt evengoed aangesproken als gelijk welke vakleraar.
Leeromgeving
Elk leerjaar heeft zijn eigen verdiep. Daarin neemt het leerhuis een centrale plaats in. Het is een grote ruimte verdeeld in compartimenten die de leersfeer sterk bevordert. ’s Ochtends starten de leerlingen in kleine groepen waarbij ze de planning overlopen. Daarna verdelen ze zich over de verschillende locaties in functie van die planning. Naast het leerhuis zijn er instructielokalen (kleinere en grotere), een tribune, een stilteruimte, een leeshoek, een bistro en een pedagogische keuken. Er is ook een forum waar leerlingen samenkomen om met elkaar in gesprek te gaan over zichzelf, de school, de buurt en de wereld. Wat opvalt is dat alle leerlingen (eigen) pantoffels dragen. Dit zorgt voor meer rust. Er is ook een mooie sportaccomodatie (pingpongruimte, voetbalkooi, basketbalveld) en ze maken gebruik van de theaterzaal en sporthal van de gemeente. En er is zelfs een pluktuin.
Leervorm
Leraren beperken hun instructiemomenten tot 30 minuten. Daarin komt de theorie aan bod (v.b. meetkunde). Daarna zijn er 2 x 30 minuten lab-sessies waarbij de leerlingen de theorie interactief toepassen (v.b. met krijt meetkundige figuren tekenen op de speelplaats). Tot slot is er ‘Vonk on Fire’. Dit is begeleide, zelfstandige werktijd en kan met om het even welke leraar zijn. Een leraar moet in VONK! in staat zijn om regelmatig zijn vakpet af te zetten.
Per periode (telkens tussen 2 vakanties) is er project. Dat vindt elke week plaats op dinsdag en is met alle leerlingen (1e en 2e) samen. De leraren bepalen vooraf de projecten (v.b. het VONK! feest organiseren). Ze koppelen daar ook economische en wiskundedoelen aan. In de 1e periode van het schooljaar starten ze hiermee en is het nog meer geleid. Het zijn dan mini-projecten die om de 3 weken via een rotatiesysteem worden aangeboden en waarbij leerlingen een bepaalde activiteit volgen.
Leerorganisatie
In VONK! werken ze met stamgroepen. Dit zijn groepen met maximaal 15 leerlingen met een bijhorende stamcoach. Per leerjaar zijn er 5 stamgroepen. Dit doen ze om het werkbaar te houden. Op maandagochtend heeft elke stamgroep samen met hun coach een moment waarbij de leerlingen algemene info over de school krijgen. Hiervoor maakt de school voor de stamcoaches een PowerPoint. Daarna volgt in elke stamgroep een planningsmoment. In de agenda van de leerlingen staat de begeleide werktijd vast ingeroosterd. Met behulp van hun studiewijzer plannen ze hun week verder in. De leraren geven zelf hun planning door vóór zondagavond 20u, elke leraar voor zijn eigen vak. De leraren hebben een algemeen VONK! lessenrooster met daarin alle leerlingen en hun routes (zie lager). Wat opvalt in VONK! is dat er er geen aparte zorgleraren zijn.
Leerproces
De school werkt met een routesysteem voor Nederlands, Engels, Frans en wiskunde:
- G-route (gestuurd)
- B-route (begeleid)
- Z-route (zelfstandig)
De leerlingen kiezen per vak welke route ze volgen en kunnen dus voor Nederlands bijvoorbeeld in een andere route zitten dan voor wiskunde. Na elke periode sturen leraren dit bij, vooral via bevragingen aan leerlingen tijdens coachinggesprekken. Daaruit blijkt dat de meeste leerlingen zich na wat oefening vrij goed kunnen inschalen.
Voor rapportage werken ze met kleurenschalen:
- rood (niet behaald)
- oranje (op weg)
- groen (behaald)
- blauw (uitstekend).
Er heerst ook een sterke feedbackcultuur op school. Op elke taak of evaluatie krijgen leerlingen digitale of mondelinge feedback.
Tijdens het 2e planningsmoment op donderdag sturen de leerlingen hun planning bij en werken ze ook aan leren leren, coaching, motivatie.
Na elke periode is er een klassenraad van 1 dag waarna een er telkens een genstergesprek (oudergesprek) volgt. Het is de bedoeling dat de leerlingen dit driehoeksgesprek op termijn gaan leiden.
In de leerruimtes vinden leerlingen ook heel wat praktische middelen om hun leerproces in eigen handen te nemen of om eerst zelf het antwoord te zoeken alvorens het aan de leraar te vragen.
Leerinhoud
Voor elke periode maakt elke leraar een leerpad met de te behalen doelen inclusief de evaluaties. De leraren mogen zelf kiezen of ze al dan niet met een methode of met eigen materiaal uitwerken. 50% van de lesinhouden komen via een methode, de andere helft ontwikkelen de leraren zelf.
Leerlingen hebben ook keuzevakken: STEAM/Latijn in 1e jaar, moderne talen/wetenschappen en STEM/wetenschappen in 2e jaar. Daarnaast krijgen ze anderhalf uur per week lichamelijke opvoeding (traditioneel) en is er ook 30 min sport en spel. Daarvoor zijn er 6 disciplines in lessen uitgewerkt (o.a. petanque). Voor talen en cultuur werken ze vakoverschrijdend met challenges. Zo is er voor Engels bijvoorbeeld een uitdaging om je eigen recept te creëren. Het winnende recept wordt bereid.
Leertijd
Leerlingen bepalen gedurende de week hun eigen tempo (zolang het maar klaar is op het einde van de week). Zo plannen ze in de voormiddag tussen 9.40u en 12.10u ook zelf hun pauze in. Sommige leerlingen gaan zodanig op in het leren dat leraren hen attent moeten maken om toch een break te nemen. En er zijn natuurlijk ook enkele leerlingen die daarbij in de gaten moeten gehouden worden. Elke donderdag stoppen de leerlingen om 14.30u. Dan is VONK!@home tijd. De leerlingen werken dan tot 17u thuis verder aan hun schooltaken. Dit zorgt wekelijks structureel voor 2,5 uur overlegtijd voor het lerarenteam. Drie keer per maand vindt het overleg plaats met het volledige team en éénmaal per maand is er ruimte voor zelfgeorganiseerd overleg. Op woensdag is er les tot 13.00 uur.
Leermateriaal
Elke leerling beschikt via hun laptop over een Google-agenda waarin ze hun eigen planning maken (instructiemomenten, werken aan taken, samenwerking …). Elke leerling heeft dus haar of zijn eigen lessenrooster. De leerlingen werken in Google Classroom waardoor het maken, verspreiden en beoordelen van opdrachten vereenvoudigt. Daarnaast werkt de school met Google Drive voor gedeelde documenten, lesfiches en mappen.
Wat ook opvalt ’s ochtends als de leerlingen op school aankomen, is dat ze hun mobiele telefoon in het GSM-hotel deponeren. Hun laptop is dus overdag hun enige scherm en sociale media zijn hierop uitgeschakeld. Omdat sommige leerlingen over een smartwatch beschikken, hebben ze daarover ook afspraken gemaakt.
Leernetwerk
Externe samenwerking is belangrijk voor de school. Naast een goede samenwerking met de gemeente, werkt het schoolteam ook samen met andere scholen uit de scholengroep SCOOP zoals Tangram Vilvoorde en Impuls Dilbeek. Daarnaast is er ook een nauwe samenwerking met de moederschool (Atheneum Tervuren) waarmee ze een traject rond zelfregulerend leren lopen. Er zijn ook Erasmus + projecten waarin bijvoorbeeld leerlingen uit de Z-route Engels een stellingenspel organiseren. Jaarlijks brengt de school een bezoek aan de lokale imker. Daarnaast is er op maandagavond co-housing met het CVO en werkt de school samen met het Jongeren Advies Centrum (JAC).
Benieuwd hoe je tot een NIEUW onderwijssconcept komt en DAARVOOR DRAAGVLAK CREËRT?
EduNext heeft voor alle duidelijkheid VONK! niet begeleid bij dit traject. De school heeft het volledig zelf gedaan. We coachen wel heel wat andere scholen die nood hebben aan procesbegeleiding, een neutrale blik en inspiratie uit andere scholen. Dat doen we op verschillende manieren. Wil je weten wat de mogelijkheden zijn, dan is een gratis intake gesprek mogelijk. Mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Hoe je op school via een cocreatief collaboratieplatform vlot kennis en vaardigheden kunt verspreiden onder collega’s
Interne professionalisering strandt vaak op een gebrek aan tijd of overzicht. Een digitaal cocreatief platform kan de barrières tussen vakgroepen en klassen doorbreken. Door expertise zichtbaar en deelbaar te maken, wordt het team een zelflerend netwerk. Dit artikel verkent de kracht van tools zoals Padlet of Miro, niet als gadget, maar als de ruggengraat van een levendige kennismanagement-strategie die de collectieve intelligentie van de school ontsluit.
Onderwijsprofessionals hebben voor hun werk continu nood aan inspiratie, tools, werkvormen, meetinstrumenten en andere informatie. Die vinden ze zowel op school als daarbuiten. In de meeste scholen wordt dat leermateriaal niet altijd goed gedeeld of beheerd. Leraren die bijvoorbeeld een specifieke werkvorm trachten te vinden, kunnen op die manier lang zoeken of zelf opnieuw het warm water uitvinden.
“We zouden veel tijd kunnen besparen mochten we een dynamisch systeem hebben om informatie, sjablonen en werkvormen gemakkelijk terug te vinden en aan te vullen ”
Het kan dus een idee zijn om een schooleigen toolbox samen te stellen met voorbeeldlessen, nota’s van nascholingen, rapporten van schoolbezoeken, handleidingen, vragenlijsten, sjablonen, favoriete werkvormen, mindmaps, presentaties van lezingen, brainstorms, praktijkonderzoeken, documentatie van gerealiseerde projecten of evaluatieverslagen. Tot zelfs een bibliotheek met interessante onderwijsboeken en hun samenvatting toe. Zo bouw je aan een cocreatieve toolbox die ter beschikking staat van iedereen en die collega’s dagelijks kunnen gebruiken en onderhouden. Via een dergelijke gereedschapskoffer kun je ook sterke praktijken uit het verleden bekijken en vermijden om in dezelfde valkuilen te stappen. Het geeft je eveneens inspiratie voor het versterken van je onderwijspraktijk. Leraren die zich willen verdiepen, kunnen dat zo gericht doen. Je creëert zo ook een platform voor kennismanagement voor je school, ideaal voor startende leraren of voor een nieuwe beleidsmedewerker die zich wil inlezen.
Hoe begin je eraan?
Door deze toolbox in cocreatie met alle leraren en zelfs met leerlingen te maken, maak je er een levend gebeuren van. Toch is niet denkbeeldig dat zo’n toolbox een vergaarbak wordt van allerhande informatie waarin niemand op een bepaald moment nog vindt wat hij nodig heeft. Het gevolg is dat mensen veel tijd verliezen of het uiteindelijk opgeven. Denk dus vooraf goed na over de volgende vragen:
· Hoe ziet de architectuur van je gereedschapskoffer eruit?
· Hoe zorg je voor een helikopterzicht van waaruit je eenvoudig en gebruiksvriendelijk meer gedetailleerde informatie kunt vinden?
· Welke inhouden wil je erin?
· Op welke manier wil je dat zichtbaar maken voor de teamleden?
· Hoe kun je de gebruikers gemakkelijk laten navigeren?
· Hoe zorg je dat de teamleden zelf ook informatie kunnen opladen en welke criteria hanteer je daarbij?
· Hoe zorg je voor een eenvoudig onderhoud van de toolbox?
· Hoe zorg je dat de inhoud van de gereedschapskoffer up-to-date blijft?
“Zorg voor een flexibele en aanpasbare architectuur”
Ook al heb je goed over deze vragen nagedacht, dan nog is het mogelijk dat je na enkele maanden gebruik weer moet veranderen. Het kan een idee zijn om niet meteen groot te beginnen en het organisch te laten groeien. Om het na wat experimenteren te herschikken. Bij het opzetten en onderhouden van een dergelijke toolbox heb je rollen en verantwoordelijken nodig. Daarbij heb je collega’s nodig die inhoudelijk sterk zijn en die gedreven zijn om kennis te laten circuleren binnen het schoolteam. Ze zorgen ervoor dat collega’s materiaal op het platform plaatsen, dat ze daar andere collega’s van op de hoogte brengen en dat irrelevant materiaal na verloop van tijd ook van het platform wordt gehaald.
Een geweldig visueel collaboratieplatform
Voor een dergelijke toolbox zijn meerdere platformen mogelijk. We hebben goede ervaringen met Miro, een oneindig canvas dat je zelf en samen met anderen vorm kunt geven. Je kunt er heel handig informatie toevoegen zoals een foto plakken, een URL plaatsen of een video integreren. Zowel via het internet, een screenshot vanuit een ander scherm of vanuit je computer kun je naadloos PDF’s , PowerPoints, excels en tekstdocumenten opladen en afladen. Je kunt door al deze documenten in Miro ook gemakkelijk navigeren. Zo wandel je bijvoorbeeld op Miro zelf door een PowerPoint presentatie zonder dat je weerom naar een ander scherm moet gaan of de file moet gaan downloaden. Het platform is ook enorm gemakkelijk als je samen met collega’s aan een project werkt of in een werkgroep zit. Dan open je een Miro bord en kun je alle informatie op dat bord zetten. Zo hoeven collega’s niet meer te zoeken in hun mailbox. De informatie staat meteen visueel waar collega’s het nodig hebben. Door je scherm te delen kan je tonen waar alles staat.
“Net als een fysieke leeromgeving moet ook een digitaal leerplatform visueel aanspreken”
Onze ervaring leert dat deze aantrekkelijke en laagdrempelige manier collega’s aanzet tot samenwerking en informatie delen. Je kunt in Miro ook gemakkelijk samen brainstormen door post-its aan te klikken en er ideeën op te noteren. Je kan er ook objecten tekenen en inkleuren, zowel in vrije vorm als met figuren die je kan aanklikken. Maar je kan nog zoveel meer met Miro. Het heeft zelf een camera-, microfoon- en chatfunctie. Dus in plaats van op de videogesprek link te klikken, kun je dat ook rechtstreeks op Miro en kun je elkaar daar zien en horen. En je bent meteen op de plaats waar je aan het werk bent zonder twee vensters in de gaten te moeten houden. Super handig zijn ook de kant en klare sjablonen die je kunt gebruiken en aanpassen naar je persoonlijke wens en smaak. Zo zijn er bijvoorbeeld sjablonen voor Mindmapping en SWOT analyse. En als je zelf iets hebt dat je later opnieuw wil gebruiken, dan maak je er gewoon een template van. Met Miro kun je ook presenteren en door verschillende frames wandelen, vergelijkbaar met Prezi. Dat is super handig als deelnemers op het eind van een sessie hun werk aan elkaar willen voorstellen zonder dat ze daarvoor PowerPoint moeten starten. Er is ook een timer waarin je kan aangeven hoeveel tijd er nog is voor een bepaalde opdracht. Je kan ook mensen taggen zodat ze getriggerd worden om naar het bord te komen, gesteld dat je een geweldig idee hebt gepost en benieuwd bent naar wat collega’s ervan denken. En je kunt het ook gebruiken om een stemming te organiseren.
Zelf eens proberen?
Hieronder vind je de link naar een EduNext testbord waar je naar hartenlust mag experimenteren: https://miro.com/app/board/uXjVMXag1Us=/?share_link_id=912061045702
Miro testomgeving - probeer het zelf maar eens uit …
Als dit je wat lijkt, kun je starten met de gratis versie. Zo zijn wij ook ooit begonnen. Dat is ideaal om een aantal dingen uit te proberen want je hebt heel veel functionaliteit. Je krijgt wel maximaal drie borden. Bij de gratis versie moeten de mensen die je uitnodigt een account aanmaken en daarna inloggen om toegang tot het bord te krijgen. Niet echt moeilijk maar wel een extra drempel tegenover de betalende versie waar je gewoon de link kan sturen naar de personen die je inviteert. Als je een licentie wil aanschaffen, dan betaal je daar ongeveer 15 Euro per maand/per persoon voor. Hiervoor krijg je oneindig veel borden en mag je oneindig veel mensen uitnodigen.
Hulp nodig of meer weten?
Een goed kennismanagement tool is cruciaal voor een school. Zowel tijdens de dagelijkse werking, tijdens een veranderingsproces maar ook om vernieuwingen bij iedereen op school te verspreiden. Zo maak je je professionaliseringsbeleid heel zichtbaar en concreet en creëer je een extra dynamiek. Tijdens onze begeleidingen is een schooleigen gereedschapskoffer een van de aspecten van de verduurzamingsfase van een transformatie. Contacteer Dirk De Boe voor meer info op 0474/949448 of mail Dirk op dirkdeboe@edunext.be
‘De Studie’ als voorbereiding op levenslang leren
Is de traditionele 'studie' nog wel van deze tijd, of kan het een laboratorium worden voor zelfsturend leren? 'De Studie' in Oostende bewijst dat dit moment een unieke kans biedt om leerlingen te coachen in autonomie en discipline. Door de focus te verschuiven van toezicht houden naar leerbegeleiding, wordt de studie een plek waar jongeren de fundamenten leggen voor een leven lang leren. Een inspirerend model dat de status quo uitdaagt.
In opiniestukken maken mensen uit het onderwijs en daarbuiten zich terecht zorgen over de vraag of scholen voldoende leraren zullen blijven hebben. Als er geen leraar beschikbaar is, dan gebeurt het dat leerlingen naar ‘De Studie’ worden verwezen. In een groot lokaal brengen ze dan de tijd door onder begeleiding van een leraar. Het uitgangspunt in de columns is dat de studie iets negatief is, een vermaledijde plek waar niet geleerd wordt, waar leerlingen zich vervelen en waar ze hun motivatie verliezen. In heel wat scholen is dat ook zo. Maar dit hoeft niet zo te zijn of te blijven.
Studere
Het woord studie is op zich een positief woord. Volgens de definitie is het tijd die besteed wordt om zich kennis of vaardigheden eigen te maken. Het is tijd voor het verkennen van een bepaald onderwerp of probleem en een poging om er alles van aan de weet te komen. Het Latijnse studere betekent: zich inspannen, streven naar, zich een weg banen naar.
Studie kan dus tijd zijn om zelf alleen of samen dingen te leren, tijd om zich te verdiepen, tijd om te reflecteren, tijd om te herhalen, tijd om tot rust te komen. Het kan de voorbode zijn van levenslang leren. Een oefentijd waarin leerlingen leren om zelfstandig kennis, vaardigheden en attitudes te verwerven. Zodanig dat ze dat later zelf kunnen, te beginnen in het hoger onderwijs waarbij ze thuis of op kot veel in hun eigen Studie zullen zitten en waarbij ze hun eigen leren kunnen organiseren. Maar ook later in de samenleving en in het werkveld zullen ze de behoefte hebben om voortdurend kennis en vaardigheden te kunnen opdoen.
Zorg dat leerlingen hun leerdoelen kennen
Er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden verbonden aan een goed functionerende ‘Studie’. Cruciaal is dat leerlingen hun leerdoelen voor de komende periode kennen en dat ze ook weten welke doelen ze volgende week willen bereiken. Als een van hun leraren niet aanwezig is, dan kunnen ze op dat moment kiezen om al dan niet aan het geplande doel verder te werken of beslissen om aan een ander objectief aan te vatten. Liefst is er een andere leraar aanwezig die hen daarbij kan coachen. Dat vergt flexibiliteit in het rooster waarbij de leerdoelen ontkoppeld worden van specifieke lesuren. Leerlingen kunnen leren om zelf te beslissen wanneer ze bepaalde doelen bereiken. Het betekent wel dat ze gemotiveerd zijn om hun leerdoelen te bereiken. Ook dat vraagt veel voorafgaande aandacht en oefening.
Meer dan één leervorm
Een goede studie laat meerdere leervormen toe:
- Instructie: dit lijkt in ‘De Studie’ onmogelijk omdat de persoon die de les normaal zou geven niet aanwezig is. Een oplossing is om te voorzien in een leerplatform waarin leraren vooraf opgenomen korte instructievideo’s plaatsen. Leerlingen kunnen die dan op eigen tempo en zoveel keer als nodig bekijken. Maar ook toegang tot ander analoog en digitaal bronmateriaal kan een optie zijn.
- Begeleid zelfstandig leren: hiervoor is ‘De Studie’ uitermate geschikt. Leerlingen kunnen er in stilte aan bepaalde leerdoelen werken. Maar ze kunnen dit natuurlijk niet vanzelf. Dit moet stap per stap aangeleerd worden zoals afleiding en stoorzenders leren uitschakelen, activiteiten en hun volgorde leren plannen, taken uitvoeren en het effect ervan controleren. Maar ook het leren reguleren van emoties, motivatie en alertheid. Het vermogen om na te denken voor je iets doet, informatie vast te houden in je geheugen, je aandacht erbij te houden en op tijd aan taken te beginnen en bij te sturen. Executieve functies en zelfregulerend leren zijn voor leerlingen (en volwassenen!) dan ook levensbelangrijke vaardigheden. Elke school zou die verplicht moeten aanleren aan al zijn leerlingen. Het zijn bouwstenen om eigenaarschap en zelfsturing mogelijk te maken.
- Coöperatief leren: de tijd die leerlingen in de studie’ doorbrengen, kan ook aangewend worden om samen met andere leerlingen aan eerder gedefinieerde projecten of uitdagingen te werken.
- Zelfontdekkend leren: in de studie kunnen leerlingen ook zelfstandig nieuwe thema’s te verkennen, bijvoorbeeld gekoppeld aan een praktijkonderzoek of een proef.
Dat betekent dat een goede studieruimte het best uit meerdere zones bestaat: een stilteruimte, een plek waar leerlingen met elkaar in overleg kunnen gaan, een plaats met exploratiemateriaal …
Andere organisatie NODIG
In een traditioneel onderwijsconcept kun je via enkele ingrepen wellicht enkele verbeteringen aanbrengen aan de manier waarop je momenteel de studie organiseert. Voor ingrijpende impact op motivatie en efficiëntie, heb je wellicht een andere organisatievorm nodig. Daarbij zijn bijvoorbeeld meerdere leraren verantwoordelijk voor een groep leerlingen en wordt ‘De Studie’ geïntegreerd in het onderwijsconcept en in de lestabel. Naast voldoende instructietijd wordt er ook tijd voorzien voor andere leervormen zoals begeleid zelfstandig leren en sociaal leren. In het begin zullen leerlingen daarin meer ondersteuning nodig hebben (en bepaalde leerlingen heel lang of misschien altijd). Na een tijd zullen ze leren om zoveel mogelijk hun plan te trekken als een van hun leraren er niet is. De organisatievorm zorgt ervoor dat ook collega’s onverwachte afwezigheden beter kunnen opvangen. Het maakt ook dat ‘De Studie’ niet meer aanzien wordt als uitzonderlijk of negatief maar deel uitmaakt van het onderwijsconcept van de school.
We kunnen hopen dat we via allerhande maatregelen in de toekomst een massale instroom van leraren zullen krijgen maar wellicht gaat de behoefte aan bijkomende leraren de eerstkomende jaren hoog blijven. Een flexibel onderwijsconcept is dan ook een van de te overwegen opties. Het blijkt trouwens dat scholen die een dergelijk onderwijsconcept hebben ingevoerd, ook gemakkelijker nieuwe leraren aantrekken. Die werken immers graag in een uitdagende en dynamische leeromgeving omringd door gemotiveerde collega’s.
Meer info?
EduNext begeleidt scholen bij de creatie van een nieuw onderwijsconcept. Meer uitleg over onze begeleiding op maat vind je hier.
Hoe je tot een nieuw onderwijsconcept komt, beschrijven we in ons nieuw boek: De Ultieme gids voor onderwijstransformatie van je school. Je kunt het via deze link bestellen:
Hoe Atheneum Bree een oud gebouw omtoverde tot een moderne inspirerende leerruimte
Atheneum Bree toont aan dat je niet op een nieuwbouw hoeft te wachten om de leeromgeving te transformeren. Met visie en creativiteit werd een verouderd gebouw omgevormd tot een plek die modern onderwijs ademt. Het relaas van deze metamorfose laat zien dat de muren meebewegen wanneer de pedagogiek dat vraagt. Een tastbaar voorbeeld van hoe architecturale ingrepen de dagelijkse interactie tussen leraren en leerlingen fundamenteel kunnen verbeteren.
In tienerschool Bree krijgen leerlingen tussen tien en veertien jaar samen onderwijs. Dit betekent dat leerlingen uit het 5e en 6e leerjaar samenzitten met leerlingen uit 1 en 2e middelbaar (A- en B-stroom). Op die manier slaan ze de brug tussen het lager en het secundair onderwijs. Dat wordt immers al eens pejoratief de overstap tussen het ‘warme nest’ en het ‘wespennest’ genoemd.
In totaal zijn er 100 leerlingen en 8 leraren op een oppervlakte van 10 x 40 meter met twee instructieruimtes en verschillende werkruimtes. Het meubilair is flexibel en modulair en dient zowel voor individueel als groepswerk. De ruimte is ingericht op de plaats waar voormalige klaslokalen waren en waar de gangen geïntegreerd zijn in de leerruimtes.
Het centrale idee van de Tienerschool is om eigenaarschap bij leerlingen leggen, dit vanuit autonomie, betrokkenheid en competentie. Met het oog op betere leerresultaten én een hoger welbevinden.
Werken met een weekplanning
Het doel is dat elke leerling elke week zelf zijn werkplanning leert maken. Elke vrijdag is daarvoor een moment voorzien. In het begin doen ze dat samen in een planningsgroep. Elke week wordt die kleiner omdat iedereen het na verloop van tijd zelf kan.
De grijze vakken zijn vast. Er staan ook andere vaste momenten zoals instructie ingepland. De witte vlakken dienen de leerlingen zelf in te plannen. Er mag geen enkel blokje wit blijven.
Studiewijzers als gids
Om hun weekplanning te kunnen maken, gebruiken leerlingen studiewijzers die per kennisgebied wekelijks beschikbaar zijn:
Leerlingen leren zelf inschatten hoe veel tijd ze nodig hebben voor een studiewijzer. Lukt het niet in één blokje, dan kunnen ze er een tweede bijnemen of het bij een ander blokje plaatsen. Op die manier weten leerlingen goed wat er die week op hen afkomt. Leerlingen krijgen geen huiswerk maar als ze tijdens de vrije werktijd niet efficiënt werken en niet klaar zijn op vrijdag, dan merken ze dat ze weekendwerk hebben. Dan gaat de leraar met de leerling in gesprek en kijkt hoe dit in de toekomst kan vermeden worden, bijvoorbeeld door zich te leren focussen of hoe hij tijdig een taak start. Leerlingen leren zo zelf hun doelen te bepalen en te reflecteren op hun leerproces.
Zichzelf leren inschalen
De school werkt met preteaching. Leerlingen maken vooraf aan een instructie oefeningen of bekijken een filmpje. Dit moeten ze de avond voor de instructie indienen. Op die manier kan de leraar checken hoeveel instructie nodig is of kan de leerling zelf bepalen of hij een bepaalde instructie nog nodig heeft.
Evaluatie
De evaluatie gebeurt voornamelijk formatief. Leerling testen zichzelf en bepalen wanneer ze dat doen in de week. Elke leerling beschikt over een gepersonaliseerd procesbakje met eigen materiaal. Hij haalt de test eruit, werkt hem af en leg die terug in het bakje. Op vrijdag moet alles erin liggen. Summatieve testen gebeuren tegelijkertijd met iedereen samen.
MAX als visie
Het onderwijsconcept van de Tienerschool heeft een sterke impact op hoe leraren op school werken. Enerzijds betekent het een switch van individu naar team en anderzijds een van leraar naar coach. Dus ook voor leraren is autonomie, verbondenheid en competentie het uitgangspunt. De school streeft naar leraren die maximaal zichzelf kunnen zijn, die maximaal met elkaar verbonden zijn en die maximaal bekwaam zijn. Via een pedagogische studiedag hebben ze de principes voor zichzelf vertaald:
• Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie.
• Laat leerstof actief verwerken.
• Bouw samenhang in.
• Gebruik metingen als leer- en oefenstrategie.
• Geef groeigerichte feedback.
• Zet in op samenwerkend leren.
• Stimuleer zelfregulerend leren.
Iedere woensdag plant de planleraar de planning van de leraren. Om de prioriteiten te bepalen, gebruiken ze het Teambord Trello. Hier houden ze hun acties bij (to do – doing – done-). Elke maandag vergaderen ze. De afgewerkte agendapunten schuiven ze door.
Fasen van betrokkenheid
De school werkt met de 7 stappen in de betrokkenheid volgens het CBAM model:
Fasen van betrokkenheid - Itslearning
Door de teamleden zich hierop te laten scoren, kunnen ze zien waar welke leraar behoefte aan heeft en welke info ze missen. Zo kunnen ze per leraar interventies uitwerken en geraken leraren steeds meer betrokken.
Inzetten op executieve vaardigheden
Tieners eigenaarschap geven over hun leerproces lukt enkel mits ze executieve vaardigheden beheersen. Daarom gaat er in de Tienerschool veel aandacht naar.
Ze doen dat op verschillende manieren:
• Door aparte vaardigheden expliciet te coachen
• Zelfstandig trainen van vaardigheden tijdens de vrije werktijd
• Coachen tijdens lessenreeksen over executieve functies
• Coachen in klasverband
• Tijdens 1 op 1 coachingsmomenten
In september coachen ze op het systeem van de Tienerschool en hoe die werkt. Leerlingen maken ondertussen kennis met de leraren. In oktober mogen de leerlingen hun top 3 samenstellen. Daarna worden de leerlingen onder de leraren verdeeld waar bij zoveel mogelijk hun 1e of 2e keuze wordt gerespecteerd. Daarna start het coachingstraject. 1 u per week zitten ze in gemengde groepen over de A en B klassen heen samen en geven ze aandacht aan executieve vaardigheden. Dit gebeurt op basis van de vaardigheden die kinderen al hebben en door met elkaar in gesprek te gaan en elkaar te helpen.
Interventiefiches
Om leerlingen meer inzicht te geven in hoe ze denken en handelen, heeft de school fiches gemaakt zodat leerlingen kunnen nadenken over hun metacognitie, hun werkgeheugen, de organisatie van hun werk, de planning van hun activiteiten en hun tijdsmanagement. Het doel is dat leerlingen zelf nadenken over hoe ze daar in de toekomst beter kunnen in worden.
Voor elke van deze hebben ze ook checklisten gemaakt die leerlingen daarbij helpen.
App Well
De school werkt met Appwel, een laagdrempelige app om het welbevinden van leerlingen systematisch op te volgen. Deze gratis app werd ontwikkeld door PXL Hogeschool. Het doel is een vroege signalering van psychische problemen en een snelle, laagdrempelige aanpak van de problemen. De leerlingen van de Tienerschool vullen de vragenlijst drie maal per jaar in. De school zet in om stress en faalangst om te zetten in ontspanning en rust. Daartoe hebben ze specifieke lessenreeksen ontwikkeld (bewustwording, wat is faalangst, kwaliteiten en talenten, fixed en growth mindset, het GGGG-model (gebeurtenis, gedachte, gedrag en gevolg) en het belang van de leerkuil).
Wat zeggen leerlingen ervan?
Het belang van wetenschappelijke onderbouw
Coördinator van de Tienerschool is Esther Heinze. Ze studeerde af als schoolontwikkelaar (Banaba Odisee Brussel) en volgde een train the trainer bij Leren Leren Schiedam. Daardoor is ze in staat haar collega’s te coachen om de leerlingen te ondersteunen in het ontwikkelen van de executieve vaardigheden. Het binnenhalen van expertise en wetenschappelijk onderbouwd werken is een belangrijke succesfactor voor de Tienerschool. Esther kreeg van Christel Moors (directeur Atheneum Bree) carte blanche bij het opzetten van het nieuwe concept. De tienerschool is trouwens geen doel op zich maar vormt intussen wel het middelpunt van de schoolcampus. Vandaar gaat de school verder uitbreiden, zowel naar basisonderwijs als naar de bovenbouw zodat op termijn de ganse school zal getransformeerd zijn.
De werking samengevat via het EduNext transformatierad
EduNext transformatierad
ZELF AAN DE SLAG?
EduNext coacht intussen heel wat scholen uit basis- en secundair onderwijs bij hun transformatieproces. Interesse in een kennismakingsgesprek hierover? Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel dirk op 0474/949448