Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Misschien wel de belangrijkste uitdaging van HR in onderwijs: het creëren van een nieuwe schoolcultuur

HR in onderwijs wordt te vaak herleid tot personeelsadministratie, terwijl de werkelijke opdracht ligt in het vormgeven van de schoolcultuur. De krapte op de arbeidsmarkt dwingt ons om fundamenteel anders te kijken naar inzetbaarheid en professioneel welbevinden. Hoe bouw je een omgeving die talent niet alleen aantrekt, maar ook duurzaam voedt? Dit artikel onderzoekt hoe een strategisch HR-beleid de architect is van de onderstroom waarin verandering kan gedijen. Cultuur is de enige echte 'competitive advantage' van een school.

Een van de belangrijkste uitdagingen voor directies en HR managers is een duurzame en persoonsonafhankelijke schoolcultuur. Enkele jaren geleden hebben we daar een uitgebreide literatuurstudie en praktijkonderzoek naar gedaan. We distilleerden acht elementen die samen zorgen voor een schoolcultuur die inhoudelijke en procesmatige veranderingen ondersteunen en zorgen dat de veranderingsinitiatieven onafhankelijk wordt van tijdelijke gebeurtenissen, trekkers of begeleiding.

  1. Inclusieve besluitvorming

Het lijkt logisch om beslissingen te nemen samen met de mensen die nadien ook betrokken zijn bij het besluit. In de praktijk is dat niet altijd zo. Toch is het nodig om draagvlak voor de beslissing te creëren en de kans ter verhogen dat collega’s het besluit ook uitvoeren. Dat kan doorbij het nemen van besluiten te luisteren naar de minderheid en hen te vragen waarom ze niet akkoord gaan. Je hoeft de beslissing daarom niet te herzien maar je kunt ze aanpassen met feedback en ideeën van hen die er in eerste instantie niet achter staan. Door het besluit op die manier te versterken, kan elke collega op een bepaald moment toch achter het besluit gaan staan. Om niet teveel in te moeten gaan op details, kun je collega’s vragen of ze een fundamenteel bezwaar hebben en of de beslissing veilig genoeg is voor nu. Zo vermijd je dat enkelingen beslissingen tegenhouden zonder dat ze zelf een gegrond bezwaar hebben.

Betrek de mensen die het besluit nadien zullen uitvoeren bij het nemen van een beslissing

2. Visieontwikkeling

De tijd dat je als school om de vijf jaar je visie tegen het licht kon houden, behoort tot het verleden. Alles verandert zo snel dat je je schoolvisie voortdurend moet ontwikkelen. Idealiter vangen alle teamleden daarbij veranderingssignalen uit de buitenwereld op en gaan ze erover in gesprek. Dat geeft de school continu richting en zorgt voor verbinding tussen de teamleden. Dit helpt om te komen tot gemeenschappelijke overtuigingen, referentiekaders en waarden om de ambities en doelen van de school mee bij te sturen. Door de visie telkens aan te scherpen en ze als filter te gebruiken voor nieuwe projecten, acties en beslissingen, zal ze op termijn deel uitmaken van het DNA van de school.

Maak een prikbord in de leraarskamer en/of maak een Miro bord met onderwijsartikels en belangrijke trends

Leiderschap

Bekijk leiderschap vanuit de verschillende rollen die je op school nodig hebt: transformationele leiders, inspiratoren, coaches, communicatoren, visionairs, architecten, poortwachters, managers en ondernemers. Door elk van deze en eventueel andere rollen te beschrijven, krijg je een andere invalshoek op leiderschap. Voor deze rollen heb je meerdere collega’s nodig. Het is onmogelijk en niet gewenst dat een directeur al deze rollen opneemt. Als collega’s het mandaat van elkaar krijgen om deze rollen in lijn met hun talenten op te nemen, dan spreid je het leiderschap in je school.

Zet voorbeelden van sterk leiderschap van medewerkers in de kijker

Innovatieklimaat

Hoe reageren collega’s als een leraar zijn klas heeft verbouwd of een nieuwe werkvorm heeft uitgeprobeerd? In welke mate mogen teamleden experimenteren en dingen uitproberen? Krijgen ze daarbij steun van collega’s, directies, coördinatoren en beleidsmedewerkers? Factoren die het innovatieklimaat bepalen zijn de mate van vrijheid, autonomie, gemeenschappelijke doelen, vertrouwen, openheid, emotionele veiligheid, durf, humor, tijd en steun voor ideeën, constructief debat en goed omgaan met conflicten.

Maak je eigen ideeënbooster poster en hang die uit op verschillende plekken op school

Kwaliteitsontwikkeling

Het dagelijks realiseren van de schoolvisie en de kerntaken van de school vergt een continu proces van kwaliteitsbewustzijn en -handelen. Schooldata vormen een mooie hefboom voor kwaliteitsontwikkeling. Een grote uitdaging daarbij is om te weten welke gegevens cruciaal zijn om je visie te realiseren. Daarvoor heb je heldere doelen en meetbare indicatoren nodig. Om dan pas acties te ontwikkelen die bijdragen tot het bereiken van die doelen. Door regelmatig en lang genoeg te meten, kun je de evolutie vaststellen en kun je ook het buikgevoel dat in de school heerst met data onderbouwen of ontkrachten.

Organiseer gesprekken over wat leraren verstaan onder goede onderwijskwaliteit

Professionalisering

Een doeltreffend professionaliseringsbeleid draagt bij tot een cultuur van continu leren. Zorg daarbij voor verwachtingsbeelden en succescriteria. Daarna kun je huidige situatie en noden binnen het schoolteam objectief in kaart brengen en kijken welke noden sporen met de gewenste toekomst. Hanteer het best een divers palet van professionaliseringsinitiatieven. Vraag je ook af of je de balans kunt verleggen naar meer interne professionalisering waarbij leraren samen het geleerde in de praktijk omzetten, evalueren en bijsturen.

Denk samen na hoe je in de weekroosters structureel overlegtijd kunt inbouwen

Eén verbonden team

Een team dat voor elkaar in de bres springt, is een belangrijke hefboom bij het realiseren van je missie en visie. Om goed te kunnen functioneren als team en om conflicten te voorkomen is er een goede balans nodig tussen rechten (vrijheden) en plichten (verantwoordelijkheid). Dat betekent dat je met elkaar goede en duidelijke afspraken maakt. En dat je iedereen volgens zijn of haar kennis, expertise, vaardigheden en talenten betrekt bij schoolactiviteiten en processen. Gezamenlijke collectieve doelstellingen zorgen dat de individuele belangen niet de bovenhand nemen.

Durf aan privileges raken die de gelijkwaardigheid onder de teamleden in de weg staan

Talentontwikkeling

Inzetten op continue talentontwikkeling leidt tot persoonlijke groei van elk teamlid. Het zorgt dat je als schoolteam flexibel kunt omgaan met toekomstige uitdagingen. Door oog te hebben voor het talent van elke collega, voelen teamleden zich meer betrokken en verantwoordelijk, krijgen ze meer energie en voelen ze zich goed in hun vel. Door de talenten in kaart te brengen, kun je ze complementair inzetten en er rekening mee houden bij de aanwerving van nieuwe leraren of andere medewerkers. Cruciaal is het om een context te creëren waarin teamleden hun talenten kunnen laten zien en verder ontwikkelen.

Organiseer eens een talentendouche of roddel eens positief over elkaar

Hoe begin je eraan?

Zoals je al gemerkt hebt, zijn er tussen de acht elementen heel wat linken. Ze vormen samen één geheel. Vandaar dat het ook een idee kan zijn om één element als ingangspoort te nemen en te kijken hoe je daarin kunt groeien, bijvoorbeeld door daarover samen met het beleids- of schoolteam een brainstorm te organiseren. Tegelijk zal je merken dat je - als je de acties in de praktijk brengt - ook op de andere elementen vorderingen zult maken.  

Je kan ook via rubrics werken. EduNext heeft deze voor elk van de acht elementen uitgewerkt. Telkens hebben we een aantal criteria gedefinieerd die beschreven zijn via indicatoren op vier niveaus:

Door in eerste instantie voor elk van de indicatoren de huidige situatie in kaart te brengen, krijg je een beeld hoe je er als school nu voor staat. Om daarna de gewenste situatie te beschrijven. De vermelde indicatoren kunnen daartoe inspiratie verschaffen. Uit een dergelijke oefening kan blijken dat je het al goed doet op een aantal criteria en dus beter kunt focussen op die criteria waarin je als school nog kunt groeien. Zo kun je ook concrete acties ontplooien waar het schoolteam effectief nood aan heeft.

Maar hoe kies je nu op welke element je gaat werken? Dit kan vanuit het buikgevoel, je hebt vast wel een idee waar je al sterk in bent en waarin je een boost kunt gebruiken. Je kunt dit ook onderbouwd doen via de EduNext Kwaliteitsscan. Daarbij schalen teamleden zich via een vragenlijst in voor elk van de cultuurelementen en motiveren ze hun score via voorbeelden. Nadien kun je samen de resultaten te bespreken, interpreteren en tot een gezamenlijk beeld te komen. Om daarna een of meerdere elementen te kiezen en via de desbetreffende rubric in detail te bespreken. Zo detecteer je naast je sterke punten ook groeikansen waarmee je een concreet plan van aanpak kunt maken.

Hierover meer weten?

Neem vrijblijvend contact op met Dirk De Boe op 0474/949448 of stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be

 






Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Diversiteit op school: hoe zorgen we ervoor dat elke leerling zich thuis voelt en slaagt?

Diversiteit is geen uitdaging die we moeten 'oplossen', maar een realiteit die ons dwingt onze eigen blinde vlekken onder ogen te zien. Hoe creëren we een schoolklimaat waarin elke leerling, ongeacht achtergrond, zich werkelijk herkend en gewaardeerd voelt? Dit artikel verkent de weg naar inclusie via culturele responsiviteit en hoge verwachtingen voor iedereen. Het gaat niet om het vieren van verschillen, maar om het slopen van de barrières die succes in de weg staan.

Diversiteit is alomtegenwoordig in onze Vlaamse scholen. Dat zorgt voor hevige debatten in de leraarskamer en in de media. Moeten we vasthouden aan één norm of net alle verschillen omarmen? Het recente ECDIS-project van de KU Leuven (Etnisch Culturele Diversiteit in Scholen) brengt via een grootschalig onderzoek bij duizenden leerlingen in Vlaamse basisscholen wetenschappelijk onderbouwde antwoorden op deze cruciale vragen. De resultaten zijn duidelijk: de manier waarop scholen omgaan met diversiteit heeft een enorme impact op hoe leerlingen zich voelen op school en op hun prestaties.

Afbeelding Erin Gordon - Drawify

3 manieren waarop scholen diversiteit benaderen

Assimilatie: hierbij is het idee dat leerlingen met een migratieachtergrond zich moeten aanpassen aan de Vlaamse cultuur en hun eigen taal en gewoonten best achterwege laten op school. Verschillen worden gezien als tekorten die weggewerkt moet worden.

Kleurenblindheid: deze benadering wil etnische verschillen negeren of minder belangrijk maken. De focus ligt op neutraliteit of het benadrukken dat we "allemaal mensen" zijn.

Pluralisme: deze visie ziet diversiteit als een meerwaarde en wil deze actief inzetten en omarmen.

Deze drie benaderingen hebben hetzelfde doel: alle leerlingen optimaal laten presteren. Maar wat is nu het effect van elke benadering?

Assimilatie ONDERMIJNT SCHOOLPrestaties

De resultaten van het ECDIS-project en de enquêtes tonen aan dat leerlingen zich naarmate ze meer assimilatie waarnemen op school significant mínder thuis voelen, ongeacht het domein (van taalverbod tot niet-erkenning van niet-christelijke religie). Zich minder thuis voelen, vertaalt zich steevast in lagere wiskundeprestaties. Als een leraar het bijvoorbeeld niet goed vindt als leerlingen trots zijn op hun niet-Vlaamse roots, dan heeft dat een rechtstreeks negatief effect op hun prestaties. Cruciaal is dat deze negatieve effecten gelden voor alle leerlingen (de effecten zijn wel sterker voor leerlingen met een migratieachtergrond). Tijdens focusgroepen met leerlingen, hebben deze laatste kritiek op assimilatie (inclusief het hoofddoekenverbod) omdat ze vinden dat ze daardoor niet kunnen tonen wie ze écht zijn en zich dus niet echt thuis kunnen voelen. Zich thuis voelen kan pas als je geaccepteerd wordt om wie je bent. Ook leerlingen zonder migratieachtergrond zijn tegen assimilatie. Ze vinden het belangrijk te kunnen leren over andere culturen. In bijna elke focusgroep vinden leerlingen een assimilatiebeleid discriminerend omdat leerlingen met een migratieachtergrond minder mogen dan andere leerlingen (zoals trots zijn op hun cultuur of hun moedertaal spreken). Gelijke behandeling is voor hen essentieel. De conclusie is duidelijk: regels zoals 'enkel Nederlands' op school zijn geen goed idee. Ook het hoofddoekenverbod heeft negatieve associaties met het zich thuis voelen en met prestaties voor alle leerlingen, wellicht omdat leerlingen het zien als discriminerend en een belemmering om zichzelf te zijn.

Kleurenblindheid: goede intenties …

De bevindingen over kleurenblinde praktijken zijn minder eenduidig. Over het algemeen hebben praktijken waarbij diversiteit volledig genegeerd wordt, zoals een laissez-faire taalbeleid (geen regels) of een verbod op alle religieuze tekens omwille van neutraliteit negatieve gevolgen voor het zich thuis voelen. De enige positieve associatie met kleurenblindheid is wanneer scholen verschillen minder belangrijk maken door te benadrukken dat we allemaal mensen zijn. Leerlingen vinden dat kleurenblinde scholen wel een gelijke behandeling nastreven - wat ze waarderen – maar vinden het jammer dat ze nog steeds niet trots mogen zijn op hun etniciteit of kunnen leren over elkaars culturen.

Pluralisme: groeikansen voor iedereen!

De onderzoekers vinden eenduidig positieve effecten voor alle pluralistische praktijken. Leerlingen die meer pluralisme ervaren op school, voelen zich meer thuis.  En dit sterkere gevoel van zich thuis voelen, hangt op zijn beurt samen met betere prestaties op de wiskundetoets. Voorbeelden van effectieve pluralistische praktijken zijn:

• Het inzetten van de thuistaal van leerlingen als hulpbron om te leren

• Het bespreken dat alle culturen waardevol zijn

• Het voorzien van lesmateriaal met gelijke representatie van mensen uit diverse culturen

Sommige pluralistische praktijken zijn nog effectiever voor zowel zich thuis voelen als voor prestaties:

• Een anti-discriminatiecurriculum: discriminatie bespreekbaar maken in de les

• Het bespreken van het Belgische koloniale verleden op school

Inclusief multiculturalisme: benadrukken dat alle etnische identiteiten positief gewaardeerd worden, inclusief de Vlaamse

Deze effecten gelden opnieuw voor leerlingen met een migratieachtergrond, en bevorderen in dezelfde mate ook het zich thuis voelen en de prestaties van leerlingen zonder migratieachtergrond. Iedereen wordt beter van het erkennen en omarmen van etnisch-culturele diversiteit. Leerlingen vinden het belangrijk dat hun identiteit positief gewaardeerd wordt en dat ze trots kunnen zijn op hun herkomst. Ze zien het leren over de culturen van klasgenoten als een meerwaarde. Ze hebben ook een sterke behoefte om discriminatie bespreekbaar te maken op school. Ze willen een kritische vorm van pluralisme die ongelijkheid aanpakt. Door leerlingen actief te betrekken bij het oplossen van problemen zoals ongelijke behandeling, voelen ze zich serieus genomen en competent. Dit grootschalige onderzoek toont aan dat het waarderen van diversiteit essentieel is voor het welzijn en de schoolresultaten van alle leerlingen in Vlaanderen. Assimilatie schaadt, kleurenblindheid is wisselend effectief, pluralisme biedt aantoonbare groeikansen voor iedereen.

Concreet aan de slag

Scholen en leraren kunnen dit concretiseren door:

Ruimte te maken voor de thuistalen van leerlingen (bijvoorbeeld door ze in te zetten als hulpbron) en diverse religieuze expressies.

• Meer algemeen aandacht te besteden aan diversiteit in het curriculum op een diepgaande manier.

• Leerlingen het gevoel te geven dat ze trots mogen zijn op hun etnische identiteiten.

• Zeker de meest effectieve praktijken te implementeren: het bespreekbaar maken van discriminatie en het kritisch bespreken van het Belgische koloniale verleden.

Conclusie onderzoek

Dit onderzoek is een oproep om etnisch-culturele verschillen te erkennen en aan te boren als een hulpbron om tot welzijn en leren te komen. Een doordacht pluralistisch diversiteitsbeleid kan zo een krachtige hefboom zijn om de algehele kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en ervoor te zorgen dat alle leerlingen zich optimaal thuis voelen en presteren. Op die manier zorgen we voor echt inclusieve scholen. Samenvattend wijst het onderzoek sterk in de richting van een schoolorganisatie, leeromgeving en curriculum die diversiteit omarmen en waarderen. Dit omvat het kritisch bespreken van ongelijkheid en het verleden, en het creëren van een omgeving waarin leerlingen geaccepteerd worden voor wie ze zijn en trots kunnen zijn op hun identiteit. Deze benadering is gunstig voor alle leerlingen.

Bron: ECDIS-project van de KU Leuven (Etnisch Culturele Diversiteit in Scholen) - Konings & De Leersnyder

Systemische aanpak via het transformatierad

Om effectief en versterkend in te zetten op diversiteit kun je inzetten op meerdere wielen van het transformatierad:

EduNext transformatierad

Aan de slag met inclusie?

EduNext heeft zich de voorbije jaren gespecialiseerd in het thema inclusie. Wil je hierover in gesprek gaan? Geef een seintje aan dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Zeven hefbomen om van werk- en vakgroepen sterke professionele leergemeenschappen te maken

Waarom blijft de samenwerking in sommige vakgroepen steken in vrijblijvendheid, terwijl andere teams bergen verzetten? Deze zeven hefbomen bieden een concreet actieplan om de professionele cultuur op school te versterken. Van gedeeld leiderschap tot een focus op leerresultaten: het transformeren van de samenwerkingsstructuur is de sleutel tot duurzame schoolverbetering. Een praktische gids voor directies en teamleiders die de kracht van het collectief werkelijk willen ontsluiten.

Een van de manieren om kwaliteitsvol onderwijs te realiseren, zijn goed functionerende vak- en werkgroepen. Werk- en vakgroepen kunnen bijdragen tot een collectieve verantwoordelijkheid en een sterke bijdrage leveren tot de realisatie van kwaliteitsverwachtingen. Zeker als die van louter samenwerken evolueert naar systematisch en als groep samen leren. Dat betekent dat vak- en werkgroepen regelmatig over hun werking reflecteren en hun werking bijsturen. In deze blog zeven vind je zeven hefbomen om van je vakgroepen PLG’s te maken en om je werkgroepen goed te laten functioneren.

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

  1. Maak een duidelijke koppeling met de visie

Voor leraren kunnen vak- of werkgroepen als een verplicht nummer aanvoelen. Je hebt je eigen lessen al voor te bereiden en dan moet je ook nog eens tijd steken in overleg met collega’s uit dezelfde of een andere graad. Als er geen duidelijk doel is op schoolniveau, dan blijft het vaak bij fragmentarische bijeenkomsten. Daarbij houden leraren bijvoorbeeld een nieuwe methode tegen het licht , geven ze terugkoppeling over een nascholing of besprejeb ze examenvragen met elkaar . Ze worden dan verplicht om horizontaal en verticaal samen te werken zonder concreet doel. Vak- en werkgroepen kunnen een sterke hefboom zijn in het vertalen van een gedragen gemeenschappelijke visie naar de klasvloer. Elk leraar heeft zo duidelijke doelstellingen waarvan ze het nut inzien en waar ze zich achter kunnen scharen.

Tip: Vertaal je visie in leidende pedagogische principes zoals bijvoorbeeld: ‘wij maken elke les een koppeling tussen de leerinhoud en de leerdoelen’. Werk- en vakgroepen kunnen dan mee kijken hoe ze deze doelstelling kunnen realiseren.

2. Voorzie voldoende tijd

Een team dat maar een paar keer per jaar samenkomt, wordt geen hechte professionele leergemeenschap. Op het moment dat iedereen terug mee is, is de vergadering al voor de helft afgelopen. Wil je echt inzetten op goed werkende vak- en werkgroepen, dan moet je hiervoor structureel tijd inplannen. Dat betekent minstens maandelijks samenkomen en liefst ook tussenin voldoende tijd voorzien. Dat zet je als schoolteam voor de uitdaging om in je jaaragenda structureel overlegtijd voor het schoolteam te voorzien. Een deel kan van die tijd kan door de vak- of werkgroepen worden benut.

Tip: creëer teamtijd als hefboom voor innovatie en kwaliteitsontwikkeling. Bijvoorbeeld door leerlingen regelmatig gedurende een halve dag zelfstandig met minimaal toezicht aan een opdracht te laten werken of door een breed extern netwerk uit te bouwen.

3. Zorg voor efficiënte bijeenkomsten

Het is belangrijk om een duidelijke structuur aan te brengen in de vergaderingen. Het kan een idee zijn om een onderscheid te maken tussen inhoudelijke bijeenkomsten en opvolgingsvergaderingen. Bij een opvolgingsmeeting ga je niet in de diepte in op de inhoud maar kijk je naar de status en wat teamleden nodig hebben om hun acties een stap verder te brengen. Je kunt het zien als een sprint met maximaal 5 minuten per punt. Op een half uur of een uur ben je klaar. Bij een inhoudelijke bijeenkomst ga je in de diepte in op één thema (bijvoorbeeld vooraf bepaald via een jaarkalender). Daarin kun je telkens 3 stappen onderkennen:

- Het onderwerp of thema duidelijk omschrijven. ‘Waarom’ en ‘wat houdt ons tegen’-vragen kunnen helpen om tot de kern van de uitdaging of het thema te komen.

- Verbreden: meerdere mogelijke oplossingen of richtingen verkennen. Daarbij durf je bestaande patronen doorbreken en vermijd je ‘ja maren’.

- Vernauwen: uit de bedachte oplossingen of richtingen één of meerdere kiezen en deze onderbouwen. En verder onderzoeken na de bijeenkomst.

Tip: haal mosterd uit Nederland: Hoe start je een professionele leergemeenschap? Of ga voor minimale verslaggeving via een teambord zoals Trello of Monday. Heel handig voor opvolging en weinig administratie.

4. Ontwikkel sterke procescoachingsvaardigheden

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

Een vak- of werkgroepcoördinator kan deze rol gekregen hebben omdat zij of hij inhoudelijk heel sterk is. Om een vak- of werkgroep voldoende progressie te laten maken zijn ook coachingsvaardigheden van groot belang. In een groep kan er immers weerstand en groepsdruk ontstaan. Hoe ga je bijvoorbeeld om met onwrikbare onderwijsideeën of verworven rechten? Daarbij is het belangrijk dat de moderator van de bijeenkomsten (is niet noodzakelijk de vak- of werkgroepcoördinator) inzicht heeft in groepsdynamiek, onder de waterlijn kan kijken en collega’s kan coachen.

Tip: zorg ervoor dat coördinatoren onder onder de ijsberg kunnen duiken of leer hen de principes van Deep Democracy zoals luisteren naar de stem van de minderheid, vragen of er nog mensen zijn die er zo over denken en zorgen dat iedereen een evenwaardige bijdrage kan leveren tijdens een bijeenkomst.

5. Werk systemisch en vakoverschrijdend

Het risico van vakgroepen is dat iedereen binnen het vak blijft waardoor je de verbindingen over de vakken heen mist. Dit kun je als volgt vermijden:

• Zoek naar de kruisverbindingen tussen de inhoud van vak- of werkgroepen. In welke mate kunnen bijvoorbeeld bepaalde leerdoelstellingen op een vakintegratieve manier beter en efficiënter gerealiseerd worden? Benarder de pedagogisch-didactische aanpak op een systemische manier en kom zo tot verticale leerlijnen. Het EduNext transformatierad kan daar als denkmodel bij helpen.

• Zorg voor intervisie tussen de vakwerkgroepcoördinatoren. Die kunnen naar elkaar toe een casus brengen (v.b. een probleem of een uitdaging binnen haar of zijn vakwerkgroep) waarbij de collega’s volgens een intervisiemethodiek luisteren, vragen stellen en advies geven. Op de manier staan de coördinatoren er niet alleen voor en kunnen ze elkaar helpen en coachen.

Tip: Laat coördinatoren elkaar casussen voorleggen via de OASE methodiek.

6. Werk aan zelfregulerende vaardigheden

We hebben het vaak over zelfregulerende vaardigheden van leerlingen zoals emotieregulatie, impulscontrole, werkgeheugen, taakinitiatie, planning, respons-inhibitie, doelgericht gedrag, volgehouden aandacht, metacognitie, organisatie, flexibiliteit en time-management. Maar ook de zelfregulerende vaardigheden van leraren zijn cruciaal om van chaotische, besluiteloze, ongemotiveerde, conflicterende, perfectionistische, te weinig kritische en afhankelijke vak- of werkgroepen te evolueren naar efficiënte, leerzame, samenwerkende, flexibele, leerlinggerichte, duurzame en diverse professionele leergemeenschappen.

Tip: Ga na hoe sterk de zelfregulerende vaardigheden van de deelnemers aan de vak- en werkgroepen zijn ontwikkeld. Kijk ook eens is het gesteld is met andere belangrijke vaardigheden zoals elkaar groeigericht feedback kunnen en durven geven, feedback kunnen ontvangen, kunnen (zelf)reflecteren of elkaar kunnen en mogen coachen.

7. Implementeer een evenwichtige rolverdeling

Collega’s die goed werk uitvoeren, trekken meestal extra werk aan. In een vak- of werkgroep kan er zo een onbalans ontstaan in de taakverdeling wat nefast is voor de dynamiek. Een evenwichtige taakverdeling waarbij iedereen bijdraagt en waarbij het duidelijk is wie wat doet, geeft veel energie. Naast de normale rollen in een vergadering (modereren, tijd bewaken en verslag maken) is een goede match tussen kennis, vaardigheden, expertise en talenten van de vak- en werkgroepleden enerzijds en de taken die ze er uitvoeren anderzijds cruciaal.

Tip: breng in de vak- en werkgroepen de belangrijkste taken in kaart, inventariseer ieders competenties en talenten en verdeel die nadien op sociocratische wijze evenwichtig onder elkaar.

HULP nodig bij het versterken van je vakgroepen?

Bovenvermelde hefbomen mee helpen vertalen op maat van jouw school? We denken graag mee na. Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448 voor een vrijblijvend intakegesprek.



Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schoolcijfers en hun relativiteit - Roger Standaert

Roger Standaert fileert de schijnbare objectiviteit van schoolcijfers en legt de vinger op de zere plek: meten is niet hetzelfde als weten. In een systeem dat geobsedeerd is door cijfermatige vergelijkingen, dreigt de werkelijke pedagogische voortgang uit het zicht te raken. Wat zeggen die getallen op een rapport werkelijk over het leerpotentieel van een kind? Een scherpe oproep om de dominantie van de puntenlijst te heroverwegen in het belang van een eerlijker onderwijs.

We hadden een boeiend gesprek met Roger Standaert, professor emeritus in de comparatieve pedagogiek Universiteit Gent. Een van de onderwerpen die aan bod kwamen, waren schoolcijfers en hun relativiteit:

👉 Punten op toetsen zijn een interessant en pedagogisch verantwoord hulpmiddel om met leerlingen in een bepaalde concrete context aan de slag te gaan. Ze zijn echter niet het doel van het onderwijs.
👉 De tendens om steeds maar meer verplichte toetsen in te voeren die dan exact meten of en in welke mate de leerlingen de doelen hebben bereikt zorgt voor een meetbaarheidsdenken dat leidt tot een bijna blind geloof in de waarde van toegekende cijfers en de steeds verder uitdijende bewerkingen ermee.
👉 Cijfers hebben het voordeel dat ze de werkelijkheid eenvoudig maken. Ze geven een gevoel van veiligheid omdat je dan je brein niet moet vermoeien met de vraag te stellen waarop die cijfers slaan en waarom ze die waarde kregen.
👉 De evolutie naar toetsbaarheid waarbij je leraren en scholen kan afrekenen op de behaalde resultaten maakt het vergelijken tussen scholen erg aanlokkelijk, zodat je via de verplichte toetsen ook de goede van de minder goede scholen kan onderscheiden.
👉 Door met exacte cijfers te werken, zie je meteen waar kansarme leerlingen niet voldoende aan hun trekken komen. Op die wijze kan je dan druk uitoefenen op leraren en scholen om die resultaten te verhogen.
👉 Het is belangrijk dat leraren, schoolbesturen en zelfs politici enig inzicht krijgen in cijfergeletterdheid, toegepast op het onderwijs. Het gaat dan op de eerste plaats over statistische basiskennis maar ook over inzicht in de psychologische, commerciële, economische en cultureel bepaalde mechanismen die cijfers versluieren of verdraaien.

💡 Lees het volledige artikel in Impuls Magazine: https://impuls-onderwijs.blogspot.com/2023/04/meetbaarheid-en-cijferbaarheid-roger.html

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schenk aandacht aan meerdere kanten van het zorgspectrum!

Zorg op school wordt vaak gereduceerd tot het helpen van leerlingen die onder de lat blijven, maar wat met degenen die er moeiteloos bovenuit stijgen of die sociaal-emotioneel buiten de boot vallen? Een werkelijk inclusieve school schenkt aandacht aan alle kanten van het spectrum. Dit artikel daagt ons uit om breed te kijken en zorg niet langer als een apart eilandje te zien, maar als een integraal onderdeel van de pedagogische basiswerking. Hoe creëren we een vangnet dat niemand uitsluit?

Sommige scholen hebben de neiging om hun zorgbeleid af te stemmen op de minder begaafden en daar hun meeste zorguren aan te besteden. Dat kan in een aantal gevallen zeer terecht zijn. Maar hoeft dat altijd zo te zijn?

DE meestE zorg NAAR de minder begaafden

Geïnspireerd door Hans Van de Moortel (De Wijnberg Wevelgem)

Terwijl het ook zou kunnen dat er leerlingen langs de linkerkant van de Gausscurve zitten omwille van factoren die minder te maken hebben met hun begaafdheid:

  • Kinderen uit een sociaal uitdagende context

  • Meertalige kinderen

  • Onderbrekingen in de schoolloopbaan

Anderzijds zitten er wellicht ook leerlingen aan de rechterkant van de Gausscurve met:

  • Gedrag dat hun begaafdheid camoufleert

  • Nog niet gedetecteerde hoogbegaafdheid

Daardoor krijgen die leerlingen niet de ondersteuning en uitdagingen die ze nodig hebben.

Omgekeerde ZORGGausscurve?

Je zou je zorguren ook anders kunnen verdelen. Meer zorguren voor de minder begaafden en meer zorguren voor de hoogbegaafden.

Geïnspireerd door Hans Van de Moortel (De Wijnberg Wevelgem)

Creëer je eigen zorgcurve

Misschien goed om samen met je beleidsteam en schoolteam eens na te denken over hoe de zorgcurve er op jouw school uit zou kunnen zien en volgende vragen te beantwoorden:

  • Welke informatie verzamelen we over leerlingen om te weten waar zij zich nu bevinden?

  • Hoe kunnen we beter observeren wat de mogelijkheden van leerlingen zijn en waar zij zich in de toekomst zouden kunnen bevinden?

  • Hoe kunnen we ons onderwijs anders organiseren zodanig dat de zorguren op de juiste plaats terechtkomen?

Meer dan IQ!

In bovenstaande afbeeldingen (en ook vaak in literatuur) ligt de focus vaak op het intelligentiequotiënt. Dat is één kant van het verhaal. We kennen allemaal hoogbegaafde leerlingen die sociaal moeilijk contacten leggen. En we kennen ook cognitief minder begaafde leerlingen die zich enorm kunnen inleven in andere mensen. Misschien goed om te bekijken hoe de curves voor onze leerlingen verlopen op vlak van:

  • IQ: intelligentiequotiënt

  • EQ: emotioneel intelligentiequotiënt

  • SQ: sociaal intelligentiequotiënt

Veel kans dat die drie curves niet op elkaar liggen.

Vragen?

We gaan graag met jou in gesprek over hoe je je organisatie kunt aanpassen om tot een betere zorgbesteding te komen. Bel Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schoolcijfers en hun relativiteit - Roger Standaert

Roger Standaert fileert de schijnbare objectiviteit van schoolcijfers en legt de vinger op de zere plek: meten is niet hetzelfde als weten. In een systeem dat geobsedeerd is door cijfermatige vergelijkingen, dreigt de werkelijke pedagogische voortgang uit het zicht te raken. Wat zeggen die getallen op een rapport werkelijk over het leerpotentieel van een kind? Een scherpe oproep om de dominantie van de puntenlijst te heroverwegen in het belang van een eerlijker onderwijs.

We hadden een boeiend gesprek met Roger Standaert, professor emeritus in de comparatieve pedagogiek Universiteit Gent. Een van de onderwerpen die aan bod kwamen, waren schoolcijfers en hun relativiteit:

👉 Punten op toetsen zijn een interessant en pedagogisch verantwoord hulpmiddel om met leerlingen in een bepaalde concrete context aan de slag te gaan. Ze zijn echter niet het doel van het onderwijs.
👉 De tendens om steeds maar meer verplichte toetsen in te voeren die dan exact meten of en in welke mate de leerlingen de doelen hebben bereikt zorgt voor een meetbaarheidsdenken dat leidt tot een bijna blind geloof in de waarde van toegekende cijfers en de steeds verder uitdijende bewerkingen ermee.
👉 Cijfers hebben het voordeel dat ze de werkelijkheid eenvoudig maken. Ze geven een gevoel van veiligheid omdat je dan je brein niet moet vermoeien met de vraag te stellen waarop die cijfers slaan en waarom ze die waarde kregen.
👉 De evolutie naar toetsbaarheid waarbij je leraren en scholen kan afrekenen op de behaalde resultaten maakt het vergelijken tussen scholen erg aanlokkelijk, zodat je via de verplichte toetsen ook de goede van de minder goede scholen kan onderscheiden.
👉 Door met exacte cijfers te werken, zie je meteen waar kansarme leerlingen niet voldoende aan hun trekken komen. Op die wijze kan je dan druk uitoefenen op leraren en scholen om die resultaten te verhogen.
👉 Het is belangrijk dat leraren, schoolbesturen en zelfs politici enig inzicht krijgen in cijfergeletterdheid, toegepast op het onderwijs. Het gaat dan op de eerste plaats over statistische basiskennis maar ook over inzicht in de psychologische, commerciële, economische en cultureel bepaalde mechanismen die cijfers versluieren of verdraaien.

💡 Lees het volledige artikel in Impuls Magazine: https://impuls-onderwijs.blogspot.com/2023/04/meetbaarheid-en-cijferbaarheid-roger.html

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Wachten om het noodzakelijke veranderingsproces in je school op te starten om je leraren te sparen, is het eigenlijk een optie?

Het lijkt een nobel streven om verandering uit te stellen om het team te sparen, maar is deze 'voorzichtigheid' op lange termijn niet juist schadelijk? Stilstand in een veranderende wereld leidt onherroepelijk tot een verhoogde druk wanneer de kloof met de realiteit onoverbrugbaar wordt. Dit artikel daagt schoolleiders uit om de spanning tussen zorg en urgentie onder ogen te zien. Is sparen hetzelfde als beschermen, of ontneem je de school de kans om tijdig te evolueren?

Tijdens gesprekken met directies blijkt dat ze zich er enorm bewust van zijn dat een veranderingsproces in hun school hard nodig is. De uitdagingen zijn zodanig dat hun huidig pedagogisch concept deze niet meer aankan. Dan is het logisch om samen met het schoolteam na te denken over een nieuw pedagogisch concept, zou je denken. Net daar wringt het schoentje. Om zo een participatief proces aan te vatten, is er mentale ruimte nodig. Die is er momenteel vaak niet bij het schoolteam. Heel wat leraren zijn overladen en directies willen hen niet meer extra belasten door een veranderingstraject te lanceren. Daar bovenop komt nog eens het nijpend lerarentekort .

Drawify illustratie

Catch-22

Directies willen hun schoolteam graag eens een ‘gewoon’ jaar geven. Maar dat gewoon jaar bestaat al een tijdje niet meer. Scholen starten het nieuwe schooljaar en tegen de herfstvakantie zijn al veel leraren uitgeput. Na een weekje opladen, sprinten ze naar de kerstvakantie. Om dan naar krokus te rennen. Vervolgens spurten ze naar de paasvakantie om dan afgemat de grote vakantie aan te vatten. Het begint op een vicieuze cirkel te lijken. Regelmatig hebben we directies aan de lijn die interesse hebben in een veranderingstraject. Een aantal zet door, anderen besluiten uiteindelijk om een jaar te wachten en om hun team ‘rust’ te geven. ‘Contacteer me volgend jaar eens terug’, luidt de boodschap. Wat blijkt een jaar later? De startsituatie is niet veranderd. De vraag is of deze nog zal veranderen. Wellicht komen er de volgende jaren weer andere uitdagingen bij.

Hoe kom je uit deze ongemakkelijke spreidstand?

We geloven dat wachten geen optie is. Een nieuw pedagogisch concept kan net zorgen voor de rust waar leraren naar snakken. Zich niet meer elke dag opgejaagd voelen, ’s middags eens rustig de tijd hebben om samen te eten, veel minder bezig moeten zijn met klasmanagement of energie krijgen van leerlingen die zelf gemotiveerd aan de slag gaan. De uitdaging bestaat erin om de vicieuze cirkel te doorbreken. Het risico daarbij is dat een traject om tot een nieuw pedagogisch concept te komen, het team in eerste instantie nog meer belast. Er zijn op zijn minst twee sleutels die je op korte termijn en tegelijkertijd kunt activeren om uit deze benarde situatie te geraken:

  • Teamtijd creëren: in het Vlaamse onderwijs is er leertijd voorzien voor onze leerlingen, niet voor onze leraren. Tijd om te overleggen, te ontwerpen en te evalueren is niet structureel ingebouwd. We gaan ervan uit dat leraren dat doen buiten de lestijden. Dit gebeurt niet altijd efficiënt, voldoende diepgaand of samen. Verschillende scholen hebben volgend jaar voor hun schoolteam wekelijks tijd ingeroosterd. In een eerdere blog enkele voorbeelden.

  • Leerlingen meer autonomie durven geven: als leerlingen in staat zijn om gedurende bepaalde momenten van de week zelfstandig te werken, krijgen leraren tijd om andere zaken aan te pakken. Tijdens Covid gebeurde dit vaak, echter niet altijd met het gewenste resultaat. Nadenken over hoe dit beter kan en hoe leerlingen thuis of in de klas een deel van de leertijd onafhankelijk of met beperkt toezicht nuttig bezig kunnen zijn. En dit durven invoeren, ook al is het nog niet perfect.  

    Daarnaast zijn er twee sleutels die eerder voor de langere termijn zijn omdat je deze pas kunt activeren nadat je eerst samen met het team goed hebt nagedacht over je toekomstig pedagogisch concept:  

·        Samen voor de klas: als leraren samen met collega’s voor leerlingen kunnen staan, schept dat heel wat mogelijkheden: met twee of meer leraren weet je meer, kun je bij elkaar aankloppen, kun je elkaars talenten beter benutten en sta je sterker bij voorvallen in de klas. En als er iemand afwezig is, zorgt dit voor minder stress want je vangt dit samen op.

·        Een goede rolverdeling: in een school worden dagelijks heel wat taken opgenomen, zowel pedagogische, procesmatige als andere taken. Zorgen dat die taken met inspraak evenwichtig onder elkaar verdeeld worden, maakt het duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Als teamleden een deel van deze taken zelf onder elkaar mogen toewijzen, dan ontstaat er engagement om deze taken op te nemen en een eigen invulling te geven. Dit vergroot de draagkracht van het team enorm.

Vergeet ook de tijd van directies en beleidsmedewerkers niet!

Als directie kun je je ook eens de vraag stellen:

-        Hoeveel % van mijn tijd werk ik in mijn school?

-        Hoeveel % van mijn tijd werk ik aan mijn school?

Een volgende vraag is hoeveel dat in de toekomst best zou zijn. Het is belangrijk om als directie en beleidsteam voldoende tijd te kunnen uittrekken om rustig te kunnen nadenken over de toekomst. Een traject om te komen tot een nieuw pedagogisch project kan ook qua tijdsbesteding voor het beleidsteam een knelpunt zijn. Die moet je dus ook inroosteren of creëren. In deze blog kun je daar enkele ideeën over lezen.  

Je kunt ook nadenken over samenwerking met een externe procesbegeleider. Zo haal je niet alleen expertise, inspiratie en neutraliteit binnen, je zorgt ook voor tijd en ontzorging. Wil je weten hoe EduNext een dergelijk traject aanpakt en samen met jou kijkt naar de voorwaarden om tot een succesvol en duurzaam nieuw pedagogisch concept te komen? Neem dan contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Hoe kunnen we onze school zodanig organiseren dat elke leerling evolutie kan maken en krijgt waar hij recht op heeft?

Hoe organiseren we ons onderwijs zo dat we elk kind recht doen, zonder als team kopje-onder te gaan? De zoektocht naar een rechtvaardige schoolorganisatie vraagt om een fundamentele herijking van hoe we tijd en ruimte indelen. Evolutie is voor elke leerling mogelijk, mits de structuur het leren volgt in plaats van andersom. Een diepgaande reflectie op de morele plicht van de school om een omgeving te creëren waar werkelijk niemand tussen de mazen van het net valt.

Het organisatiemodel van scholen omschrijft de manier waarop we het leren van leerlingen organiseren, hoe leraren hun onderwijsopdracht uitvoeren en welke organisatorische leerroutes leerlingen kunnen kiezen. Tot voor kort was het traditionele leerstofjaarklassensysteem het organisatiemodel dat bijna elke school ter wereld hanteert.

Intussen is de wereld fel veranderd en krijgen scholen te maken met veel meer uitdagingen dan vroeger. Zoals inspelen op een sterk gewijzigde leerlingeninstroom, meertalige kinderen onderwijzen, omgaan met sterk verschillende instapniveaus, leerlingen gemotiveerd houden, gaan voor inclusief onderwijs, hoogbegaafde leerlingen uitdagen en het aantrekken en behouden van sterke leraren. Het leerstofjaarklassensysteem schiet voor deze uitdagingen te kort.

Waarom De Sint-Stevensschool in Sint-Pieters-Leeuw haar onderwijs anders organiseert

Vragen die we ons moeten stellen

•     Is onze leerorganisatie nog wel afgestemd op het leren van de leerling of is ze eerder het resultaat van het comfort van leraren?

•     Kunnen we met onze leerorganisatie voor elke leerling nog altijd een optimale leervordering garanderen?

•     Vertrekken we bij onze leerorganisatie vanuit een inclusief perspectief?

•     Laat onze leerorganisatie toe om onze leerlingen centraal te stellen in hun leerproces?

•     Kunnen we op onze huidige manier zorgen voor leerroutes zonder onderbrekingen?

•     Zorgt onze leerorganisatie voor een kwaliteitsontwikkelend perspectief?

Laat ons bij het samenstellen van lesroosters minder rekening houden met desiderata van leraren en prioriteit geven aan wat leerlingen nodig hebben.

Soorten leerorganisatiemodellen

•     Het leerstofjaarklassensysteem: de leerstof is onderverdeeld in jaarpakketten op basis van de leerontwikkeling van de gemiddelde leerling. Leerlingen zijn gegroepeerd volgens leeftijd.

•     Individueel onderwijs: het onderwijs wordt individueel aangestuurd en aangeboden. Dit via een één op één onderwijsrelatie in de vorm van een pupil/mentor relatie.

•     Unit onderwijs: onderwijs georganiseerd in grotere klasgroepen met aandacht voor doorlopende ontwikkelingslijnen. Teams van leraren begeleiden gemengde leeftijdsgroepen en hebben veel aandacht voor zelfsturing, coöperatief werk en leerbegeleiding. 

•     Thuisonderwijs: het onderwijs wordt thuis georganiseerd, veelal door ouders zelf of door een privéleraar. Leerlingen leggen op het einde toetsen af voor een examencommissie op basis van eindtermen of einddoelen.

•     Methode onderwijs: dit onderwijs wordt georganiseerd vanuit een centrale visie en filosofie (v.b. Steiner, Freinet, Montessori) en heeft meestal een specifieke pedagogie en didactiek ontwikkeld.

•     Modulair onderwijs: de leerstof wordt georganiseerd in modules (leerstofonderdelen) die naast elkaar en op verschillende tijdstippen kunnen gevolgd worden. De modules staan op zich waarvoor leerlingen telkens deelattesten kunnen behalen. Wie alle modules van een opleiding heeft doorlopen krijgt een diploma.

•     Blended learning onderwijs is een organisatievorm die oorspronkelijk gebaseerd was op een doordachte mix van contact- en online onderwijs maar vaak ook toegepast wordt via een mix van didactische strategieën ongeacht het gebruik van technologie.

•     Brede school onderwijs: deze leerorganisatie streeft een sterke samenwerking met de (lokale) omgeving na met focus op een multidisciplinaire samenwerking in functie van levenslang leren.

De uitdaging bestaat er in om als school pedagogisch architect te zijn en te kiezen voor een mix van leerorganisatiemodellen aangepast aan de noden van de leerlingen en de lokale context. Het doel daarbij is om een ononderbroken leerproces te creëren waarbij de school de leeromgeving aanpast aan de ontwikkeling van leerlingen (en niet omgekeerd).

Mag zo een nieuwe leerorganisatie wel?

Het is antwoord is ja. De groeperingsvorm die de school kiest, behoort tot haar autonomie. De school kan zelf beslissen over tijdsbesteding, weekuurroosters, aanbod gemeenschappelijke vakken, aanpassingen van het leertempo, onderwijskundige methodes en werkvormen. Dit volgens het decreet basisonderwijs uit 1997 en het decreet secundair onderwijs uit 1999. Meerdere scholen in Vlaanderen passen een alternatieve leerorganisatie toe.

Bekijk het breder dan puur het organisatorische!

Scholen vertellen ons regelmatig dat hun leerstofjaarklassensysteem niet meer werkt. De eerste vraag die we dan stellen is of ze ook bereid zijn om te kijken naar hun leerinhouden, naar hun manier van lesgeven, naar hoe ze evalueren, naar hun lestabellen, naar hun fysieke leeromgeving, naar het leermateriaal en naar hun leernetwerk. Als het antwoord negatief is, dan heeft het geen zin en blijft het bij een cosmetische aanpassing of het kan zelfs leiden tot een achteruitgang. Er zijn verschillende scholen die te weinig doordacht flex leertijd voor leerlingen hebben ingevoerd met als gevolg een negatief resultaat en de perceptie bij hun leraren dat flex niet werkt. Andere scholen gingen in zelfsturende teams werken zonder hun pedagogie aan te passen. Ook dit bleek op termijn te resulteren in weinig meerwaarde. Je leerorganisatie aanpassen vergt een systemische aanpak. Een van de manieren om de leerorganisatie vanuit verschillende perspectieven te bekijken, is via het transformatierad:

Het is een denkmodel met acht wielen waarbij je je huidig pedagogisch concept in vraag kan stellen, bijvoorbeeld startend vanuit de ingangspoort organisatie. Dit wiel aanpassen heeft invloed op elk van de andere wielen. Om succesvol te zijn, zul je immers je naast je leerorganisatie ook je leerinhouden, leervormen, leerproces, leertijd, leeromgeving, leernetwerk en leermateriaal voldoende moeten aanpassen en er één versterkend en samenhangend geheel van maken.

Flexibele organisatievormen

Bij de nieuwe uitdagingen in ons onderwijs zijn flexibele organisatievormen noodzakelijk. Op die manier kunnen leerlingen meer eigenaarschap nemen over hun leren en kunnen leraren hen maximale ontplooiingskansen geven. Daarbij hou je het best rekening met vijf bouwstenen:

  1. Outputgerichte leeruitkomsten: voor flexibel onderwijs zijn heldere leeruitkomsten cruciaal. Ze geven aan wat de leerling kan aan het einde van een leerperiode. Belangrijke kenmerken van goede leeruitkomsten zijn outputgerichtheid en herkenbaarheid. Resultaat van deze bouwsteen: helder en goed geformuleerde leeruitkomsten.

  2. Leerwegonafhankelijke toetsing: deze is gericht op het beoordelen van door leerlingen gerealiseerde leeruitkomsten. Deze vorm van toetsing is dus niet afgeleid van het onderwijsaanbod. Leerlingen kunnen via divers ‘bewijsmateriaal’ worden beoordeeld. Het formuleren van beoordelingscriteria bij de leeruitkomsten is hierbij essentieel. Resultaat van deze bouwsteen: Instrumenten en beoordelingscriteria geschikt voor toetsing en validatie.

  3. Onderwijstoolbox: een geheel aan divers en gevarieerd didactisch leermateriaal en leeractiviteiten waarmee de leerling aan het bereiken van de leeruitkomsten kan werken. Resultaat van deze bouwsteen: een variëteit aan leeractiviteiten die verschillende typen leerlingen kunnen gebruiken om hun leeruitkomsten te bereiken

  4. Leerscenario’s: vanuit een onderwijstoolbox kunnen bij een leerling of groep leerlingen een passende set leeractiviteiten en leermateriaal ontwikkeld worden, aansluitend bij persoonlijke leervoorkeuren, leerstrategieën en leeromstandigheden van deze leerlingen. Resultaat van deze bouwsteen: vormgegeven leerscenario’s op basis van persona’s (type en kenmerken leerlingen) die ook individueel maatwerk mogelijk maken.

  5. Coördinatie en organisatie: dit zorgt ervoor dat flexibel onderwijs binnen het team van leraren en tussen leerlingen en leraren onderling prettig en soepel verloopt. Resultaat van deze bouwsteen: duidelijke afspraken binnen het lerarenteam.

Meer info of ondersteuning?

Met het transformatierad en de bouwstenen kun je verschillende leerroutes voor leerlingen ontwerpen. Het spreekt voor zich dat dit het best op een participatieve manier gebeurt en dat je hierbij leraren, leerlingen en ouders voldoende betrekt. EduNext heeft heel wat ervaring op dit vlak en begeleidt verschillende scholen in dit proces. Daarnaast hebben we voor de leerorganisatie ook een rubric ontwikkeld met een aantal criteria die je kunnen uitdagen en helpen om je leerorganisatie te hertekenen. Heb je hierover vragen? Neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

In een teamsport moet elke speler op haar of zijn beste plaats staan, hetzelfde geldt in een school voor de medewerkers

Een schoolteam functioneert als een topsportteam: de resultaten vallen of staan bij de juiste opstelling. Te vaak worden medewerkers ingezet op basis van diploma's of anciënniteit, in plaats van hun werkelijke talenten en passies. Hoe herverdeel je rollen zodat iedereen vanuit zijn kracht bijdraagt aan de gezamenlijke visie? Het optimaal benutten van de menselijke kapitaal op school is de snelste weg naar een duurzame transformatie waar zowel leraar als leerling bij wint.

Misschien klinken volgende uitspraken je wel bekend in de oren:

‘Als er op school iets moet gebeuren, kom je altijd bij dezelfde mensen uit.’

‘Is dat niet het werk van de klastitularis?’

‘Vroeger deed Roel dat maar nu hij er niet meer is, weet ik het niet’

‘Wie is er hier eigenlijk verantwoordelijk voor de bestelling van het labomateriaal?’

‘Waarvoor hebben we anders coördinatoren?’

Onduidelijkheid over de taakverdeling kan een schoolteam stevig ontregelen. Je kunt de teamdynamiek enorm versterken door te zorgen voor een evenwichtige, gedragen en heldere rolverdeling in lijn met ieders talenten.

Waarom rollen verdelen?

Een goede rolverdeling in een team zorgt voor een evenwichtige verdeling van taken waarbij iedereen bijdraagt en waardoor je ieders expertise en talenten benut en waardeert. Zo wordt het ook voor iedereen duidelijk wie wat doet, is het helder wat je van elkaar kunt verwachten en waar je voor wat terecht kunt. Het bevordert tegelijk de teamdynamiek en het welbevinden van het team. Als het proces op een participatieve manier verloopt, draagt het ook bij tot inclusieve besluitvorming. Bovendien zorgt een goede rolverdeling voor een efficiënte uitvoering van taken. Daarnaast is het een manier om te evolueren van een klas- naar een schoolopdracht. Heel veel voordelen, niet?

Hoe pak je het aan?

In een proces van rolverdeling, kun je volgende stappen onderscheiden:

1.        Inventariseren kerntaken van het team

2.        Kennis, talenten, vaardigheden en expertise teamleden in kaart brengen

3.        Match maken tussen kerntaken team en kennis, talenten, vaardigheden en expertise teamleden

4.        Rolverdeling in het team vastleggen

5.        Verantwoordelijkheden en opvolging afspreken

Het ziet er eenvoudig uit, in de praktijk is het dat vaak niet. Tijdens zo een proces van rolverdeling wordt het immers duidelijk hoe sterk het team al is en in welke mate de teamleden erin slagen om de taken gelijkmatig onder elkaar te verdelen. Dat betekent dat de relationele bedrading die misschien onder de waterlijn aanwezig was, nu aan de oppervlakte komt.

Sociocratisch proces

Het is best dat teamleden zelf de kerntaken van het team in kaart brengen. Om daarna ook elkaars expertise, kennis, vaardigheden en talenten te benoemen. En om elkaar daarna te nomineren voor een bepaalde rol die voor een taak verantwoordelijk is. Een belangrijke voorwaarde om dit te durven, is vertrouwen en een veilige omgeving. Collega’s moeten elkaar tijdens het proces van rolverdeling feedback durven geven. Anders kom je niet tot de beste rolverdeling. Maar als die veiligheid er is, kan er een sterke teamdynamiek ontstaan. Uit onze ervaring blijkt dat in zo een proces sommige teamleden wel heel veel genomineerd worden omdat de collega’s weten dat zij of hij de taak goed zal uitvoeren. Als die persoon de nominaties in ontvangst blijft nemen en niet weigert, dan is er een procesfacilitator nodig die stop zegt en zo deze persoon in bescherming neemt. Het omgekeerde kan ook gebeuren. Bepaalde teamleden krijgen geen nominaties van taken van hun collega’s. Dat gebeurt meestal bewust. Zo kwam een van de teamleden in een school die we hebben begeleid in dit proces net na de pauze in paniek bij ons. Iedereen had al taken toegewezen gekregen en niemand had hem genomineerd. Dat voelde niet goed aan. Direct na de break stelde hij zich kandidaat voor een van de volgende te verdelen taken.

Start klein, denk groot

Direct een rolverdeling samen met het hele schoolteam op touw zetten, kan verkeerd uitpakken. Je kunt beter minder ambitieus beginnen. Bijvoorbeeld met het kleuterteam, een bepaalde graad, een vakgroep, het beleidsteam, het schoolbestuur of het secretariaat. Onze ervaring is dat er aan de rolverdeling best een proces van visievorming vooraf gaat. Wat wil je bereiken met het team? Waar wil je de komende jaren op focussen? Wat zijn belangrijke werven die je samen wil aanpakken? Welke pedagogische vernieuwingen wil je realiseren? Hoe wil je de verbinding leggen met de andere teams op school en daarbuiten? Als die doelstellingen duidelijk zijn, kun je starten met de benodigde taken in kaart te brengen die nodig zijn om die doelstellingen te realiseren. Om dan verder de volgende stappen in het proces van rolverdeling te zetten.

Hoe het Atheneum Antwerpen kwam tot een evenwichtige taakverdeling

Hulp nodig?

EduNext heeft intussen al heel wat expertise opgebouwd en ondertussen verschillende teams begeleid om te komen tot een evenwichtige en gedragen rolverdeling. We hebben daar een specifiek begeleidingstraject voor ontwikkeld dat we aanpassen op maat van de school. Voor een vrijblijvend intakegesprek, kun je contact opnemen met dirkdeboe@edunext.be of Dirk bellen op 0474/949448.

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Het einde van het leerstofjaarklassensysteem zoals we het kennen?

Het indelen van kinderen op basis van hun 'productiedatum' is een relic uit het industriële tijdperk dat steeds minder aansluit bij de grillige realiteit van menselijke ontwikkeling. Wat gebeurt er als we de muren tussen leerjaren slopen en leerlingen laten groeien op hun eigen tempo? Een verkenning van leeftijdsdoorbrekend werken en gepersonaliseerde leerpaden. De vraag is niet óf het systeem zal vallen, maar wat de moedige alternatieven zijn die we er voor in de plaats stellen.

Het organisatiemodel van scholen omschrijft de manier waarop we het leren van leerlingen organiseren, hoe leraren hun onderwijsopdracht uitvoeren en welke organisatorische leerroutes leerlingen kunnen kiezen. Tot voor kort was het traditionele leerstofjaarklassensysteem het organisatiemodel dat bijna elke school ter wereld hanteert.

Intussen is de wereld fel veranderd en krijgen scholen te maken met veel meer uitdagingen dan vroeger. Zoals inspelen op een sterk gewijzigde leerlingeninstroom, meertalige kinderen onderwijzen, omgaan met sterk verschillende instapniveaus, leerlingen gemotiveerd houden, gaan voor inclusief onderwijs, hoogbegaafde leerlingen uitdagen en het aantrekken en behouden van sterke leraren. Het leerstofjaarklassensysteem schiet voor deze uitdagingen te kort.

Vragen die we ons moeten stellen

•     Is onze leerorganisatie nog wel afgestemd op het leren van de leerling of is ze eerder het resultaat van het comfort van leraren?

•     Kunnen we met onze leerorganisatie voor elke leerling nog altijd een optimale leervordering garanderen?

•     Vertrekken we bij onze leerorganisatie vanuit een inclusief perspectief?

•     Laat onze leerorganisatie toe om onze leerlingen centraal te stellen in hun leerproces?

•     Kunnen we op onze huidige manier zorgen voor leerroutes zonder onderbrekingen?

•     Zorgt onze leerorganisatie voor een kwaliteitsontwikkelend perspectief?

Laat ons bij het samenstellen van lesroosters minder rekening houden met desiderata van leraren en prioriteit geven aan wat leerlingen nodig hebben.

Soorten leerorganisatiemodellen

•     Het leerstofjaarklassensysteem: de leerstof is onderverdeeld in jaarpakketten op basis van de leerontwikkeling van de gemiddelde leerling. Leerlingen zijn gegroepeerd volgens leeftijd.

•     Individueel onderwijs: het onderwijs wordt individueel aangestuurd en aangeboden. Dit via een één op één onderwijsrelatie in de vorm van een pupil/mentor relatie.

•     Unit onderwijs: onderwijs georganiseerd in grotere klasgroepen met aandacht voor doorlopende ontwikkelingslijnen. Teams van leraren begeleiden gemengde leeftijdsgroepen en hebben veel aandacht voor zelfsturing, coöperatief werk en leerbegeleiding. 

•     Thuisonderwijs: het onderwijs wordt thuis georganiseerd, veelal door ouders zelf of door een privéleraar. Leerlingen leggen op het einde toetsen af voor een examencommissie op basis van eindtermen of einddoelen.

•     Methode onderwijs: dit onderwijs wordt georganiseerd vanuit een centrale visie en filosofie (v.b. Steiner, Freinet, Montessori) en heeft meestal een specifieke pedagogie en didactiek ontwikkeld.

•     Modulair onderwijs: de leerstof wordt georganiseerd in modules (leerstofonderdelen) die naast elkaar en op verschillende tijdstippen kunnen gevolgd worden. De modules staan op zich waarvoor leerlingen telkens deelattesten kunnen behalen. Wie alle modules van een opleiding heeft doorlopen krijgt een diploma.

•     Blended learning onderwijs is een organisatievorm die oorspronkelijk gebaseerd was op een doordachte mix van contact- en online onderwijs maar vaak ook toegepast wordt via een mix van didactische strategieën ongeacht het gebruik van technologie.

•     Brede school onderwijs: deze leerorganisatie streeft een sterke samenwerking met de (lokale) omgeving na met focus op een multidisciplinaire samenwerking in functie van levenslang leren.

De uitdaging bestaat er in om als school pedagogisch architect te zijn en te kiezen voor een mix van leerorganisatiemodellen aangepast aan de noden van de leerlingen en de lokale context. Het doel daarbij is om een ononderbroken leerproces te creëren waarbij de school de leeromgeving aanpast aan de ontwikkeling van leerlingen (en niet omgekeerd).

Mag zo een nieuwe leerorganisatie wel?

Het is antwoord is ja. De groeperingsvorm die de school kiest, behoort tot haar autonomie. De school kan zelf beslissen over tijdsbesteding, weekuurroosters, aanbod gemeenschappelijke vakken, aanpassingen van het leertempo, onderwijskundige methodes en werkvormen. Dit volgens het decreet basisonderwijs uit 1997 en het decreet secundair onderwijs uit 1999. Meerdere scholen in Vlaanderen passen een alternatieve leerorganisatie toe.

Bekijk het breder dan puur het organisatorische!

Scholen vertellen ons regelmatig dat hun leerstofjaarklassensysteem niet meer werkt. De eerste vraag die we dan stellen is of ze ook bereid zijn om te kijken naar hun leerinhouden, naar hun manier van lesgeven, naar hoe ze evalueren, naar hun lestabellen, naar hun fysieke leeromgeving, naar het leermateriaal en naar hun leernetwerk. Als het antwoord negatief is, dan heeft het geen zin en blijft het bij een cosmetische aanpassing of het kan zelfs leiden tot een achteruitgang. Er zijn verschillende scholen die te weinig doordacht flex leertijd voor leerlingen hebben ingevoerd met als gevolg een negatief resultaat en de perceptie bij hun leraren dat flex niet werkt. Andere scholen gingen in zelfsturende teams werken zonder hun pedagogie aan te passen. Ook dit bleek op termijn te resulteren in weinig meerwaarde. Je leerorganisatie aanpassen vergt een systemische aanpak. Een van de manieren om de leerorganisatie vanuit verschillende perspectieven te bekijken, is via het transformatierad:

Het is een denkmodel met acht wielen waarbij je je huidig pedagogisch concept in vraag kan stellen, bijvoorbeeld startend vanuit de ingangspoort organisatie. Dit wiel aanpassen heeft invloed op elk van de andere wielen. Om succesvol te zijn, zul je immers je naast je leerorganisatie ook je leerinhouden, leervormen, leerproces, leertijd, leeromgeving, leernetwerk en leermateriaal voldoende moeten aanpassen en er één versterkend en samenhangend geheel van maken.

Flexibele organisatievormen

Bij de nieuwe uitdagingen in ons onderwijs zijn flexibele organisatievormen noodzakelijk. Op die manier kunnen leerlingen meer eigenaarschap nemen over hun leren en kunnen leraren hen maximale ontplooiingskansen geven. Daarbij hou je het best rekening met vijf bouwstenen:

  1. Outputgerichte leeruitkomsten: voor flexibel onderwijs zijn heldere leeruitkomsten cruciaal. Ze geven aan wat de leerling kan aan het einde van een leerperiode. Belangrijke kenmerken van goede leeruitkomsten zijn outputgerichtheid en herkenbaarheid. Resultaat van deze bouwsteen: helder en goed geformuleerde leeruitkomsten.

  2. Leerwegonafhankelijke toetsing: deze is gericht op het beoordelen van door leerlingen gerealiseerde leeruitkomsten. Deze vorm van toetsing is dus niet afgeleid van het onderwijsaanbod. Leerlingen kunnen via divers ‘bewijsmateriaal’ worden beoordeeld. Het formuleren van beoordelingscriteria bij de leeruitkomsten is hierbij essentieel. Resultaat van deze bouwsteen: Instrumenten en beoordelingscriteria geschikt voor toetsing en validatie.

  3. Onderwijstoolbox: een geheel aan divers en gevarieerd didactisch leermateriaal en leeractiviteiten waarmee de leerling aan het bereiken van de leeruitkomsten kan werken. Resultaat van deze bouwsteen: een variëteit aan leeractiviteiten die verschillende typen leerlingen kunnen gebruiken om hun leeruitkomsten te bereiken

  4. Leerscenario’s: vanuit een onderwijstoolbox kunnen bij een leerling of groep leerlingen een passende set leeractiviteiten en leermateriaal ontwikkeld worden, aansluitend bij persoonlijke leervoorkeuren, leerstrategieën en leeromstandigheden van deze leerlingen. Resultaat van deze bouwsteen: vormgegeven leerscenario’s op basis van persona’s (type en kenmerken leerlingen) die ook individueel maatwerk mogelijk maken.

  5. Coördinatie en organisatie: dit zorgt ervoor dat flexibel onderwijs binnen het team van leraren en tussen leerlingen en leraren onderling prettig en soepel verloopt. Resultaat van deze bouwsteen: duidelijke afspraken binnen het lerarenteam.

Meer info of ondersteuning?

Met het transformatierad en de bouwstenen kun je verschillende leerroutes voor leerlingen ontwerpen. Het spreekt voor zich dat dit het best op een participatieve manier gebeurt en dat je hierbij leraren, leerlingen en ouders voldoende betrekt. EduNext heeft heel wat ervaring op dit vlak en begeleidt verschillende scholen in dit proces. Daarnaast hebben we voor de leerorganisatie ook een rubric ontwikkeld met een aantal criteria die je kunnen uitdagen en helpen om je leerorganisatie te hertekenen. Heb je hierover vragen? Stuur een mail naar contact@edunext.be of bel Dirk De Boe op 0474/949448

Meer lezen