‘Weet je wat je doet, mevrouw? Berg die Chromebooks veilig op in de kast.’
Wanneer technologie de overhand neemt in de klas, ontstaat er vaak een verlangen naar de eenvoud van vroeger. Maar Chromebooks opbergen lost het fundamentele probleem van digitale afleiding niet op. Het is een oproep om technologie niet als vijand te zien, maar als een middel dat vraagt om een nieuwe vorm van pedagogische regie. Hoe vind je de balans tussen de rijkdom van het web en de noodzakelijke rust en focus in het leerproces?
Toen we onlangs een schoolleider aan de lijn hadden die vertelde dat ze via haar schoolbestuur enkele honderden Chromebooks had kunnen scoren, was dat het antwoord dat we gaven. We stellen tijdens onze contacten met directies, leraren en coördinatoren vast dat er veel enthousiasme is voor de Digisprong waarbij de Vlaamse regering in ICT-infrastructuur op school investeert.
Zijn er wel voldoende wifi-punten?
We constateren dat de klemtoon nog te vaak en veel te snel ligt op het technische aspect van de digitalisatie:
- Welk toestel gaan we kopen of huren?
- Welke infrastructuur hebben we hiervoor nodig?
- Hoe zorgen we dat onze toestellen steeds goed opgeladen zijn?
- Hoe gaan we dat financieren en wie is de eigenaar van de toestellen?
- Hoe zorgen we dat toestellen niet verdwijnen?
- Hoe geven we opleiding aan leerlingen en leraren?
Dit zijn heel belangrijke vragen en moeten zeker een plaats krijgen. Maar deze komen pas aan bod als je eerst een sterke en gedragen visie hebt ontwikkeld over hoe je deze toestellen met pedagogische meerwaarde gaat inzetten in de school. Dit mag geen aparte ICT visie zijn. Ze maakt deel uit van een schoolvisie waarin alle belangrijke elementen van het leren geïntegreerd zijn. De digisprong is overigens een ideaal moment om je huidig pedagogisch concept onder de loep te leggen. Voldoet het nog aan de talrijke uitdagingen waarmee leraren momenteel in hun klas geconfronteerd worden zoals diversiteit, hoogbegaafdheid, leerlingen met achterstanden en vakoverschrijdende sleutelcompetenties? Het zou jammer zijn om je bestaande pedagogische concept - als dat niet meer voldoet - te digitaliseren en leerlingen te laten werken met numerieke invulboeken.
Het leermateriaal als ingangspoort
Om te komen tot een nieuw pedagogisch concept waarin digitaal leermateriaal een centrale plaats krijgt, kun je het transformatierad gebruiken.
Dit is een denkmodel waarbij leerlingen centraal staan in hun leerproces en waar ze autonomie en eigenaarschap krijgen over hun leren. Dit laat toe om systemisch en integraal te kijken naar alle belangrijke elementen die voor kwalitatief onderwijs nodig zijn: de leerinhouden, de manier van lesgeven, het bijsturen van het leren, de tijd tijdens de welke leerlingen leren, de infrastructuur, het leernetwerk, het leermateriaal en de organisatie van het leren. Hierbij kun je bestaande vastgeroeste patronen in vraag stellen en er zinvolle alternatieven voor bedenken. Om er daarna één samenhangend geheel van te maken dat elkaar complementair versterkt. Er is niets mis om de digitalisatie als ingangspoort te nemen en van daaruit na te denken over de overige elementen van het transformatierad:
- Welke leerinhouden gaan we op die toestellen zetten?
- Hoe en in welke mate gaan we met deze toestellen lesgeven?
- Hoe kunnen we gebruik maken van deze apparaten om het leren van onze leerlingen bij te sturen?
- Hoe kan de digitalisatie zorgen dat leerlingen volgens hun eigen leertempo en niveau kunnen leren?
- Welke leeromgeving hebben we nodig om de nieuwe manier van werken optimaal te laten renderen?
- Hoe kunnen we alle betrokkenen op en rond de school bij dit project betrekken? Hoe kunnen zij mee zorgen dat digitalisatie een meerwaarde wordt?
- Hoe gaan we onze organisatie hierop aanpassen?
De vraag die zich in elk van de wielen ook stelt is: hoe gaan we leerlingen daarbij betrekken? Hoe geven we hen daarbij autonomie? Hoe zorgen we dat ze tijdens hun leren voldoende keuzes kunnen maken?
CATCH 22
Een dergelijke visie bedenk je niet op een namiddag. Als je het hele schoolteam er wil bij betrekken en ervoor zorgen dat ze er achter staan, dan zal je hiervoor tijd moeten voorzien. Tijd om het samen te bedenken maar om zich het nieuwe concept eigen te kunnen maken. Tijd om te experimenteren, tijd om de nodige vaardigheden aan te leren. De timing van aankoop of schenking van de toestellen kan hiermee dus wel eens conflicteren. Scholen kunnen daardoor in een moeilijk parket terechtkomen. Als ze hun kans laten voorbijgaan, missen ze de kans op gratis apparaten. Als ze het echter halsoverkop invoeren, kan het een fiasco worden. Vandaar onze reactie aan de schooleider om de toestellen op te bergen en eerst te werken aan een gedragen visie. Daarbij stelt zich nog een hamvraag: wat zal de school doen bij einde levensduur van de apparaten? Kan de school de implementatie van digitaal leermateriaal blijven continueren als de subsidie straks wegvalt? Het is twijfelachtig dat de Vlaamse regering hiervoor om de paar jaar in de geldbeugel zal tasten. Als je op deze vragen een antwoord hebt, dan pas is het tijd voor andere vragen zoals hoe je de aankoop verantwoordt, hoe je controle inbouwt en ja, of er ook voldoende wifi-punten zijn. Succes met de implementatie!
Hulp nodig?
Wil je meer weten hoe je tot een gedragen visie komt en hoe je die gedragen in de praktijk kunt brengen, neem dan contact op met EduNext. Mail daarvoor naar jorisvanwaes@edunext.be of bel Joris op 0474946800
De Inspirodroom van het Inspirocollege in Houthalen-Helchteren: een hefboom voor uitdagend onderwijs en een plek waar leerlingen hun dromen kunnen najagen
In Houthalen-Helchteren bewijst het Inspirocollege dat dromen een plek verdienen in de schoolstructuur. De 'Inspirodroom' is meer dan een ruimte; het is een manifest tegen eenzijdig onderwijs. Hier krijgen leerlingen de kans om hun eigen talenten te verkennen buiten de klassieke kaders om. Een inspirerende case-study over hoe een fysieke herinrichting fungeert als hefboom voor een cultuur waarin leerlingen weer eigenaar worden van hun toekomst.
Als je in het Inspirocollege te Houthalen-Helchteren binnenwandelt, kom je meteen in de Inspirodroom terecht, een grote open ruimte die prachtig ontworpen is en die in niets met een klassiek leslokaal te vergelijken is. Je verwacht een dergelijk design eerder bij Studio 100 of bij Mobile Vikings en niet in een secundaire school.
De Inspirodroom is een open leercentrum (400 vierkante meter) op maat van de leerlingen gemaakt. Er zitten maximaal vier klassen tegelijk samen.
De leerlingen gaan er op verschillende manieren met de leerstof om:
- Groepswerk maken aan de grote tafels
- Les krijgen in het instructielokaal
- Presenteren op het podium
- Taal oefenen in het taallabo
- Lezen in de bibliotheek
Leerlingen krijgen hier meer vrijheid en ruimte en moeten niet de ganse dag stilzitten. Ze kunnen er ook na of voor school afspreken om bijvoorbeeld een spreekbeurt te maken. Of ze kunnen er in de pauzes of onder de middag chillen in een rustig hoekje.
“Ik vond de wiskundelessen vroeger heel saai maar als we nu wiskunde hebben in de Inspirodroom, ben ik heel blij. Als we dan een dag geen wiskunde hebben, dan is die dag minder leuk omdat ik dan niet hier zit ”
Een doordachte visie
De school zet bij haar visie in op vier principes:
Oog voor talent: streven naar een onderwijs dat jongeren zoveel mogelijk kansen geeft om hun eigen talenten, interesses, sterktes en zwaktes te leren kennen. Dit gebeurt vanaf het eerste jaar in de talenturen waar leerlingen op een creatieve manier begeleid worden bij een brede waaier aan interessegebieden en kennisdomeinen (theatertools, vloggen en bloggen, creatief met kunst, mode, inspiring English, sportmonitor, dans, houttechnieken …). Via succeservaringen ontdekt ieder waar zijn interesse meer of minder naar uitgaat, waar hij meer of minder aanleg voor heeft en welke studiekeuze hij het best kan maken.
Het gebruik van activerende werkvormen: de school streeft ernaar om jongeren zoveel mogelijk actief met de leerinhouden aan de slag te laten gaan. Via interactieve methodieken zijn leerlingen vanuit werkelijkheidsgetrouwe opdrachten actief betrokken bij hun eigen leerproces. Daarbij is er ook de ruimte voor creatieve en expressieve vormen van verwerking van leerstof. Afwisseling tussen verschillende activerende werkvormen maakt een les prettiger, versterkt de motivatie en betrokkenheid van de jongeren en schept ruimte voor differentiatie. Er is veel aandacht voor onderzoekend en samenwerkend leren waardoor het leren veel actiever verloopt.
Begeleid zelfstandig leren: hierbij delen leerlingen en leraar de sturing van het leerproces voor een bepaald leerstofonderdeel binnen een bepaalde tijd. Dat kan via een gedetailleerde planning, studiewijzers, sleutels of oplossingsbladen. Ook het differentiëren in ondersteuningsniveaus waarbij de leerlingen kunnen kiezen tussen meer of minder hulp bij het uitvoeren van een opdracht, is een mogelijkheid. Een belangrijk aspect is zelfreflectie. Leerlingen denken aan de hand van opdrachten, stellingen, of criteria na over hun aanpak, hun resultaten, hun werken in groep. Het proces naar zelfstandig leren verloopt stapsgewijs en op eigen tempo.
Participatie: de school houdt rekening met meningen, wensen, zorgen van de verschillende partijen (ouders, leraren, leerlingen). In en buiten de les kunnen leerlingen mee verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld via het leerlingenparlement. Leerlingen krijgen bijvoorbeeld de kans om tijdens hun schoolloopbaan minister van pers te zijn.
Deze principes hebben één zaak gemeen: de leerling is een actieve participant in zijn eigen leerproces. De school gelooft in het unieke van elke leerling in haar of zijn streven naar zelfrealisatie. Daarom wil ze mogelijkheden creëren voor de groei van iedereen. De nadruk ligt op de eigen activiteit, het ontdekken van de eigen talenten, het plannen, het werken in team en het in de hand nemen van het eigen leerproces. Het zijn stuk voor stuk elementen die de leraren bij elke leerling aanmoedigen. Op die manier creëert de school zoveel mogelijk een onderwijs op maat van elke leerling. Dat betekent dat de leraar niet langer alleen kennis overdraagt, hij begeleidt leerprocessen.
“Ik kon moeilijk afscheid nemen van mijn stoffig krijtbord maar met dit concept, de visie er achter en enthousiaste leerlingen gaat dat moeiteloos ”
De leeromgeving als hefboom voor onderwijstransformatie
De school zocht naar een manier om haar visie te veruitwendigen en te realiseren. Daarbij rees het idee om de leeromgeving volledig anders aan te pakken. Ze kwamen in contact met Deusjevoo, een decorbouwer in hart en nieren. Hun visie op leren en werken en die van creatief directeur Jo Peeters sprak de school enorm aan. Deusjevoo hecht immers veel aandacht aan de mensen die in de leeromgeving leren en werken. Via een enquête brachten ze de behoeften en belangen van leerlingen, leraren en ouders in kaart. Dat leidde tot belangrijke inzichten:
- de grootste behoefte is een plaats is waar groepen kunnen samenwerken, discussiëren, of waar men gewoon even heel enthousiast en luid mag zijn. Maar evengoed moet de ruimte uitnodigen tot stilte en concentratie. Deze twee samenbrengen in één ruimte lijkt op het eerste zicht onmogelijk. Toch kon Deusjevoo dit dilemma oplossen en laten ze de ruimte communiceren met de leerlingen en de leraren.
- Verder hebben de leraren nood aan een ruimte buiten de klasmuren waar ze op een andere manier les kunnen geven. Net zo goed moet deze ruimte groepswerk faciliteren.
- Technologie: een ruimte waar leerlingen alle beschikbare informatie ter wereld met één klik kunnen verkrijgen.
De conclusie is dat een school zoveel meer is dan een leerplan, dat iedereen andere behoeftes heeft en dat je die moet zien te integreren.
Een dergelijke vraag vereist een aangepaste infrastructuur en een creatieve, inspirerende leeromgeving. Het resulteerde in een open en multifunctioneel leercentrum waarin de vernieuwde onderwijsvisie met talentgericht onderwijs en activerende werkvormen centraal staan. Het is een plaats waar de leraren met de leerlingen in een rustige atmosfeer kunnen werken, zowel individueel als in groep. Leerlingen kunnen hier tijdens de lessen, in de vrije uren en na de schooluren terecht.
De Inspirodroom bevat een ovale arena waar je presentaties kan geven, naar een film kijken of een debat organiseren. Daarachter bevinden zich ronde tafels waarin iPads zijn ingewerkt om opzoekwerk te bevorderen. Leerlingen kunnen er samen aan een taak werken. Er is een apart instructielokaal waarbij er ongestoord les kan gegeven worden. Het is wel niet de bedoeling om deze ruimte op de klassieke manier te benutten. Meestal worden daar kortere instructiemomenten voorzien.
Leerlingen kunnen overal in de ruimte zitten. Alleen, met zijn tweeën of in kleine groepjes. Tijdens de lessen via een opdracht maar ook voorschools, tijdens de pauzes en na schooltijd, bijvoorbeeld via begeleide avondstudie. Want studeren moet je ook leren. Leerlingen kunnen in de Inspirodroom vragen stellen over de leerstof, krijgen studietips en leren een goede studiemethode en studieplanning aan.
Een fraaie bibliotheek zet leerlingen aan om in de vrije tijd of tijdens de lessen te lezen. Voor leerlingen is het een plek om zaken op te zoeken of een goed boek te vinden.
Daarnaast hecht het Inspirocollege veel belang aan taal. Daarvoor is een multimedia taallabo voorzien. In deze ruimte krijgen leerlingen bijvoorbeeld luisteroefeningen in een bepaalde taal. De leraar kan bij uitspraakoefeningen elke leerling apart beluisteren en feedback geven zodat enkel die leerling de leraar hoort.
De grote glaspartijen brengen natuurlijk licht en vormen een directe verbinding met buiten. In de binnentuin is er ruimte voor overleg en ontspanning. Het gebruik van ronde en zachte materialen dragen bij tot meer respect, verdraagzaamheid en zorgt dat leerlingen en leraren op een aangename manier met elkaar omgaan. Overal in de ruimte is tapijt gebruikt dat even hygiënisch is als een tegelvloer. Daardoor is de Inspirodroom in tegenstelling tot veel klaslokalen geen akoestische nachtmerrie. Zachte materialen zorgen voor absorptie en maken de ruimte aangenaam.
Via grote lampen wordt er ook met het licht in de ruimte gespeeld. Als van de leerlingen verwacht wordt dat ze geconcentreerd werken, kleuren de lampen rood. De Inspirodroom is dan een studie- of een rustplek. Leerlingen kunnen zich dan terugtrekken in de bib of in het treinstel. Vandaar hebben ze zicht op de groene en rustgevende buitenomgeving. Als de Inspirodroom groen kleurt, dan wil de ruimte de communicatie bevorderen met de arena als grootste communicatiefacilitator. Het is een plek waar leerlingen presentaties kunnen geven voor klasgenoten en leren spreken voor een groep. Leraren kunnen er een gesprek modereren en gastsprekers uitnodigen. Het leerlingenparlement is voorzien van een spiraaltafel om communicatie te bevorderen of debatten te voeren in eigen of andere taal. Maar ook de directie en de leraren kunnen hier overlegmomenten houden.
Bij samenwerken kleurt de ruimte blauw. De klaverbladtafels zijn ontworpen om samenwerking te faciliteren en zijn ideaal voor groepswerken en andere opdrachten waar leerlingen samen moeten werken om gestelde doelen te bereiken. Voor grotere groepen kan de arena gebruikt worden, het treinstel voor kleinere intiemere besprekingen.
Wat brengt de toekomst?
De Inspirodroom is geen eindpunt. Momenteel oogt het lesrooster nog vrij traditioneel en zijn de basismodules zijn nog steeds vakgericht. De school verplicht de leraren niet om in de Inspirodroom te komen werken. De ruimte heeft wel nog geen enkel uur leeg gestaan. Het zijn de leerlingen zelf die aan de leraren vragen om in de Inspirodroom les te mogen krijgen. Wat een sterke trigger is om de ruimte maximaal te benutten en om ook verdere innovatie in de school aan te wakkeren. En ondertussen stijgen de leerlingenaantallen.
De school werkt gestaag verder aan de toekomst. Momenteel zit de eerste graad in het nieuwe schoolgebouw, maar ook de andere graden krijgen een nieuw gebouw: op termijn wil de school twee nieuwe bouwprojecten aangaan, waarbij ze voor de 2° en 3° graad gelijkaardige ruimtes voor hun specifieke noden willen realiseren. Weer op basis van bevragingen bij ouders, leerlingen en leraren. En aan de Inspirodroom is ook een tuin gekoppeld om buiten te kunnen leren.
Verder zijn er ideeën om in de toekomst naast een Inspirodroom ook een Technodroom te bouwen. Aan dromen geen gebrek dus in het Inspirocollege. Stap voor stap is het schoolteam op weg naar een leeromgeving waarin leerlingen eigenaar kunnen worden van hun leren.
“Je mag zijn wie je bent, Met fouten en gebreken
Om te kunnen worden wie je in aanleg bent
En je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur”
Het schoolgebouw moet de visie langs muren en ramen uitademen – Jo Peters (Deusjevoo & UPspace)
Een schoolgebouw is nooit neutraal; het vertelt een verhaal over hoe we naar leerlingen en leren kijken. Jo Peters daagt scholen uit om hun muren letterlijk en figuurlijk te laten spreken. Door de fysieke ruimte te ontwerpen als een verlengstuk van de pedagogische visie, transformeert beton in een inspiratiebron. Hoe maak je van een gebouw een omgeving die uitnodigt tot beweging, ontmoeting en diepgaande verwondering?
Jo Peters is creatief directeur bij Deusjevoo, een Limburgs bedrijf dat gekend is voor zijn beursstanden, televisiedecors en interieurs. Wat weinig mensen weten is dat Deusjevoo ook in onderwijs actief is. Zo hebben ze de T2 campus in Genk gerenoveerd en creëerden ze de Inspirodroom, een prachtige leeromgeving in het Inspirocollege te Houthalen-Helchteren. Die school was op zoek naar een manier om zijn visie te vertalen in een gebouw. Toen ze de zienswijze van Jo hoorden, gingen ze met Deusjevoo in zee.
Breng je schoolgebouw tot leven
De visie van de school kan helder en gedragen zijn maar daarom leeft ze nog niet. Een visie is meer dan een bordje dat je bij het binnentreden van het gebouw of op de website aantreft. Als je geluk hebt, draagt iedereen op school de visie uit. Maar dan nog zit ze niet in het gebouw. Dat merk je meteen als je een school binnen komt. Ademt het gebouw de visie uit of niet? Vind je de visie terug als je door de gangen loopt of in de leraarskamer vertoeft? Wordt het interieur met materialen en kleuren consequent doorgetrokken? Vaak niet. Niet zelden is een school een kakafonie van materialen en kleuren met weinig lijn en eenheid. Een sterk design kan ervoor zorgen dat een gebouw met de bewoners in dialoog gaat en zo het verhaal van de school vertelt. Muren zijn immers dragers van informatie. Via een creatief design en out-of-the-box denken kan je die muren tot leven brengen. De impact van de omgeving op de personen die er leven of werken wordt nog te vaak onderschat.
Ontketen de breinen van leerlingen en leraren
Hoewel Jo reeds op 14 jarige leeftijd zijn grote droom najoeg en vanuit een tuinhuis groeide tot een van de grootste decorbouwers uit de lage landen, zag hij pas echt het licht toen hij Theo Compernolle, professor en auteur van het boek ‘Ontketen je brein’ ontmoette. Van hem leerde hij hoe je een optimale werkplek creëert met respect voor het brein. Wat een brein aankan of niet aankan bepaalt immers hoe een gebouw eruit ziet. Een van de hardnekkige mythes is dat we denken dat we kunnen multitasken. Velen onder ons proberen het toch elke dag. Het zorgt voor een gevoelige productiviteitsdaling, een flink grotere foutenmarge en toenemende stress. Als je je wil focussen kan je maar één ding tegelijkertijd. Ofwel ben je in focus in stilte, ofwel ben je aan het communiceren, ofwel maak je kabaal bij ontspanning of bij het samenwerken. Maar je bent nooit twee van deze dingen tegelijkertijd aan het doen. Toch zijn we stiekem verslaafd aan al die kleine duizenden dingen die ons de ganse dag bombarderen en die ons lekkere dopamine geven dat dan ook nog eens super verslavend is. Je moet daarom via het ontwerp van het gebouw uitsluiten dat leerlingen kunnen multitasken en zorgen dat ze focus behouden. Studeren en samenwerken gaat bijvoorbeeld niet tegelijkertijd. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in het menselijk brein. Eigenlijk hebben we er drie: een reflexbrein dat ogenblikkelijk in werking treedt als er bijvoorbeeld een tijger komt binnengestormd, een reflecterend brein dat veel nadenkt, langzaam werkt en veel energie verbruikt, dit brein is uniek voor mensen en stelt ons in staat te leren en te innoveren en een archiverend brein dat verbindingen legt, informatie verwerkt en ordent.
Afbeelding uit het boek ‘Hoe je je brein bevrijdt’ - Theo Compernolle
Als je weet hoe je die drie breinen naast elkaar kunt laten werken in een gebouw, dan heb je een slim gebouw.
De vijf zones van een ideale leeromgeving
Met bovenvermelde inzichten komt Jo tot vijf zones in zijn leeromgevingen:
- Een plaats voor concentratie
- Een omgeving voor dialoog en communicatie
- Een zone om samen te werken
- Een vertrek om te recupereren
- Een ruimte om te circuleren
Door de ruimtes zorgvuldig te ontwerpen en op elkaar af te stemmen, kan je multitasken vermijden en kan je de breinen van de leerlingen gepast aanspreken.
Ergonomie is cruciaal. Onze leerlingen zitten bijvoorbeeld veel te veel. De meeste schoolgebouwen laten leerlingen het grootste deel van de dag op een stoel zitten die dan meestal nog niet eens ergonomisch is. De impact op fysiek en mentaal vlak enorm en lijdt vaak tot demotivatie naarmate leerlingen groter worden. Jongeren moeten al zittend positie nemen terwijl ze bewegende mensen zijn. Je kan een ruimte zodanig ontwerpen dat leerlingen gedurende de dag veel meer aan het bewegen zijn.
“Je kunt fout zitten maar je kunt nooit fout rechtstaan – Jo Peters”
In het Inspirocollege in Houthalen-Helchteren kunnen leerlingen zich bijvoorbeeld terugtrekken in de leerslang, een langgerekte trein voor het venster. Dat meubel zet aan tot hangen, klimmen, klauteren, liggen … en zitten. Het is ook een plek om individueel of in kleine groepjes in focus te werken. De hele Inspirodroom is zo opgevat dat quasi alle bewegingsvormen mogelijk zijn en dat het klassieke ‘zitten’ wordt vermeden. Zo zijn er grote klaverbladtafels waar een volledige klasgroep rond kan staan, en waar in groep werken gestimuleerd wordt.
Laat je leiden door lumineuze kleuren en hou de akoestiek in toom
Via licht kan je ook gericht aangeven welke activiteit op dat moment gewenst is in de leeromgeving. In de Inspirodroom gebeurt dat via grote cirkelvormige lampenkappen. Deze kappen veranderen van kleur in functie van de activiteit die er wordt gestimuleerd. Kleuren de kappen rood dan worden de gebruikers gestimuleerd tot concentratie en recuperatie. Dan maken zij het stil en wordt de hele Inspirodroom een studieplek. Kleurt de ruimte groen dan mag er gecommuniceerd worden. De blauwe kleur ten slotte geeft aan dat er mag samengewerkt worden. Niet te uitbundig maar wel in fluistertoon.
Een zorgvuldig ontworpen akoestiek is cruciaal. In heel wat basisscholen zie je onder de stoelen doorgesneden tennisballen. Om te zorgen dat er niet te veel lawaai is als kinderen hun stoelen verschuiven. Dat is mooie maar reactieve oplossing. Je moet de akoestiek van bij het ontwerp aanpakken. Dat betekent dat materiaalkeuze enorm belangrijk is. Zachte materialen zoals tapijt worden vaak geweerd in veel scholen omdat er teveel stof in kruipt en het moeilijk te onderhouden is. Toch is het een van de beste manieren om geluid te dempen. En momenteel bestaat er ook tapijt dat even hygiënisch is als een tegelvloer. Maar ook het gebruik van hout en beklede muren zorgen voor een beperkte nagalmtijd wat de akoestiek enorm ten goede komt. Het komt erop aan om op een creatieve manier de akoestiek onder controle te houden. Het gebruik van warme en dempende materialen zorgen er tevens voor dat de leerlingen er graag vertoeven.
Meer info vind je op deusjevoo.be en UPspace.be
Hoe directie Myriam terug baas werd over haar tijd en zo haar school vooruitstuwde
Verdrinken in administratie en ad-hoc brandjes blussen: het is de realiteit van menig schoolleider. Het verhaal van Myriam laat zien dat een omslag in persoonlijk leiderschap de sleutel is tot schoolverandering. Door radicaal te kiezen voor pedagogisch leiderschap en taken te delegeren, creëerde zij de ademruimte die nodig was om haar visie weer centraal te stellen. Een inspirerende les in professionele zelfzorg en focus.
Om in een school tot daadwerkelijke verandering te komen, denken we vaak aan het belang van een inspirerende en gedragen visie, het creëren van urgentie bij het ganse team, het creëren van voldoende draagvlak of het realiseren van een innovatieve schoolcultuur.
Een belangrijke en vaak nog onderschatte voorwaarde om hieraan te kunnen werken, is tijd.
Drawify illustratie
“Een dag uit het leven van directeur Miriam anno 2017
Miriam is ‘s ochtends als eerste op school. Voor iedereen aankomt, wil ze nog wat werken aan het toekomstplan van de school. Maar er blijkt een probleem te zijn met de verwarming in de eetzaal. Ze gaat naar Eddy, de onderhoudsman, die naar een oplossing zoekt. Als ze in haar bureel terug is, is Anisa er al. Ze wil advies over een probleem in haar klas. Er gaat snel een half uur voorbij en dan is Eddy er opnieuw. Hij moet een onderdeel bestellen. Miriam tekent de bon en beantwoordt snel enkele dringende mails. Stilaan komen de eerste leraren aan. Ze gaat even een babbel slaan in de lerarenkamer. Daarna loopt ze naar de schoolpoort om er de binnenkomende leerlingen te begroeten. Na het belsignaal wordt zij onderschept door Ilse, die haar enkele facturen laat tekenen. Het is intussen tijd voor haar eerste vergadering. Samen met enkele leraren en de webmaster brainstormen ze over de nieuwe schoolwebsite. Na afloop krijgt ze telefoon van haar coördinerende directeur die informatie nodig heeft voor hun volgend overleg. Of ze niet snel een kleine presentatie kan voorbereiden. Bij dit werk wordt zij regelmatig onderbroken omdat mensen haar nodig hebben om een beslissing te kunnen nemen. Plots staat er een leerling voor de deur. Hij is uit de klas gestuurd. Het kost haar weer een half uur om uit te vissen wat er gebeurd is en welke sanctie ze zal nemen. Na de middag gaat een van de leraressen ziek naar huis. Miriam lost mee het roosterprobleem op. Dan volgt een vergadering over de voorbereiding van het kerstfeest en woont ze een bijeenkomst van de vakgroep wiskunde bij. Als zij terug op haar plaats komt, ligt er een briefje op haar tafel. Een ouder heeft gebeld en Miriam telefoneert meteen terug. Even later wordt ze naar de sportzaal geroepen waar ze voor de verbouwing materialen moet kiezen. Om vier uur staat Miriam terug aan de schoolpoort waar een ouder haar aanspreekt over de problemen van haar kind. Dan nog even naar huis, want ‘s avonds is er nog ouderraad. Van werken aan het toekomstplan van de school is vandaag niet veel terechtgekomen.”
Zijn bovenvermelde activiteiten dan niet belangrijk. Ja, zeker. De vraag is of de directeur ze allemaal zelf moet doen. Schoolleiders worden nog te vaak opgeslorpt door dagdagelijkse activiteiten. Het is moeilijk om aan je pedagogische project te werken als je slag om slinger gestoord wordt, overal bij wil zijn of te operationeel bezig bent. Dan rest er te weinig tijd voor het pedagogisch project. En dat is toch een van de kerntaken van een schoolleider. Een directeur die wil inzetten op verandering van zijn school, zal dus op zoek moeten gaan naar tijd. Tijd voor zichzelf maar ook voor zijn team. Dat is lastige opdracht. Maar niet onmogelijk.
DENK Proactief na over tijd
1. Denk na over wat je in de toekomst niet meer gaat doen, gaat delegeren of anders invullen. Focus zoveel mogelijk op activiteiten die niet dringend zijn, maar wel belangrijk. Zorg voor tijdsblokken in je weekplanning waarbij je niet onderbroken wordt.
2. Maak een analyse van de schoolactiviteiten en vraag je af of ze allemaal nodig zijn. Een filter daarbij kan zijn of de activiteit de leerling echt vooruit helpt.
3. Verwijder administratieve ballast voor het ganse team. Vraag je af wie iets doet met bepaalde overzichten, formulieren of rapporten. En of bepaalde dingen echt op papier moeten staan.
4. Zorg voor efficiënte en inspirerende vergaderingen. Stel alle vergaderingen in vraag. Welke zijn echt nodig? Hoe maken we ze actiever? Moeten ze zo lang duren? Moet iedereen aanwezig zijn? Kan je bepaalde informatie buiten de vergadering houden? Probeer eens een andere werkvorm uit.
5. Zorg ervoor dat collega’s in de school zelf beslissingen leren nemen, dat ze hun problemen zelf leren oplossen en deze niet meer naar omhoog delegeren.
6. Werk aan efficiënte processen en een goede omkadering om de werkstromen te kanaliseren, om opdrachten te organiseren en te delegeren.
7. Werk aan een beperkt aantal en met elkaar verbonden schooldoelen. Vermijd te veel parallelle projecten.
8. Voorzie tijd voor een beleids-/kern-/transformatieteam dat samen met alle collega’s de toekomst van de school uitstippelt.
9. Rooster individuele coachingstijd, overleg- en professionaliseringstijd structureel in.
10. Link thema’s van pedagogische studiedagen aan het gekozen pedagogisch project. Kies niet lukraak voor een boeiende spreker of een interessante workshop.
“Een dag uit het leven van directeur Miriam anno 2023
Miriam opent ’s ochtends haar mailbox niet en wordt tijdens de hele voormiddag geen enkele keer gestoord. Haar medewerkers weten intussen dat zij ’s ochtends liever rustig wil werken. Ze hebben geleerd om de meeste problemen zelf op te lossen. Ze nemen nu zelf beslissingen en tekenen documenten met ‘in opdracht’ zodat ze haar daar niet meer mee lastig hoeven te vallen. Miriam heeft de school de laatste jaren een nieuw gezicht gegeven. Het transformatieproject werpt zijn vruchten af. ’s Middags vergadert ze met haar transformatieteam om de presentatie voor het schoolbestuur door te nemen en om volgende stappen te bespreken. Er heerst een goede dynamiek in het team. Linda, de externe coach, is er ook. Zij heeft Miriam en het team enorm geholpen tijdens het traject. Zonder haar hadden ze het niet gered. Het tussentijdse resultaat oogt mooi. In een kwart van de klassen heeft de school een nieuw systeem ingevoerd. De klassen hebben een kleine instructieruimte en eilanden waar de leerlingen thematisch of autonoom werken. Leraren coachen en geven les in team. Het welbevinden van leraren en leerlingen is enorm gestegen en de leerlingen behalen mooie resultaten. Miriam heeft met de leraren afspraken gemaakt om geen leerlingen meer naar haar door te sturen. Ze voeren nu ook zelf leerlingen- en oudergesprekken. Miriam woont de ouderraad niet meer bij, dat doet nu Veerle. De dag nadien verneemt ze wat er is besproken en in hoeverre de school iets kan doen. Miriam was van plan om één dag per week thuis te werken, maar heeft daarvan afgezien. Aangezien de leraren van de omgevormde klassen nu 38 uur op school zijn om samen lessen voor te bereiden en te bespreken, wil ze het voorbeeld geven. Ze heeft haar werk nu zo georganiseerd dat ze ook op de school rustig en geconcentreerd kan werken.”
Myriam achterna?
EduNext inspireert en begeleidt scholen om zelf van binnenuit te veranderen. Interesse om te weten hoe wij zo een begeleiding aanpakken? Vraag een vrijblijvend intakegesprek aan. Of neem contact op met Dirk (dirkdeboe@edunext.be - 0474/949448)
In de ESBZ school in Berlijn is onderwijs geen voorbereiding op het leven, het is er het leven zelf
Wat gebeurt er als je leerlingen de volledige regie geeft over hun leerpad en maatschappelijke projecten? De ESBZ-school in Berlijn toont aan dat radicale vrijheid hand in hand gaat met grote verantwoordelijkheid. In dit unieke model verdwijnt het kunstmatige onderscheid tussen de klas en de buitenwereld, waardoor jongeren niet alleen leren voor een diploma, maar actief bijdragen aan de samenleving van vandaag.
Enkele jaren geleden vertelde Frederic Laloux in zijn keynote op het EduNext leerfestival over ESBZ, een Duitse innovatieve secundaire school, een van de voorbeelden uit zijn boek Reinventing Organizations. In de zaal zat leraar Christophe Keyenberg van het Heilig Graf in Turnhout. Hij was er zo door geïnspireerd dat hij besloot de school te bezoeken. Dat was de aanleiding om op het volgende leerfestival een zeer gesmaakte Skype workshock te houden met Christian Hausner, leraar op de school en een van de bezielers. Wat maakt deze school met 600 leerlingen en 60 leraren zo speciaal?
Wat is het doel van een school in de 21e eeuw?
Het hoger doel van ESBZ is om hun leerlingen voor te bereiden op de 21e eeuwse uitdagingen, terug te vinden in de globale duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties:
Concreet vertaalt zich dat in vier doelstellingen:
- Leren om kennis te verwerven
- Leren om samen te leven
- Leren om te zijn
- Leren om te doen
Alles lessen zijn opgehangen aan deze vier doelstellingen
Hoe gaat het concreet in zijn werk?
Voor wiskunde, taal en wetenschappen zitten verschillende klassen door elkaar. Deze vakken zijn in modules opgedeeld en bij elke module horen flitskaarten met theorie, oefeningen en toetsen. De instructies zijn zelfverklarend opgesteld zodat leerlingen er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Deze instructies werden, na feedback van leerlingen, stelselmatig verbeterd en mooier ontworpen. Dit was een zeer intensief proces waarin heel veel tijd is gekropen, een investering die zich nadien heeft terugverdiend.
De leerlingen bepalen hun eigen leertempo. Ze leren in hun eentje of in kleine groepen. Wanneer ze vragen hebben, dan stellen ze die eerst aan andere leerlingen. Alleen als die niet kunnen helpen, richten ze zich tot de leraar die zo meer tijd krijgt voor individuele coaching van leerlingen die het meer nodig hebben.
Als leerlingen klaar zijn, verbetert de leraar hun werk en geeft feedback, vaak schriftelijk. Hij heeft de taak om 24 leerlingen te begeleiden die elk een individueel traject volgen. Leerlingen kunnen ook zelf om testen vragen.
In elke klas zitten ook kinderen met autisme of met lichte of ernstige leerbeperkingen. In ESBZ kunnen ze naast andere leerlingen in eigen tempo werken.
Er zijn geen rijen. ’s ochtends of na pauzes gaan de leerlingen direct naar hun klas.
Elke leerling heeft een logboek waarin hij noteert waar hij staat. Hij krijgt duidelijke leerdoelen die hij moet bereiken en mag overtreffen. Hij krijgt de verantwoordelijkheid voor wat hij leert en mag zijn tijd zelf indelen. Het logboek wordt ook gebruikt bij communicatie met ouders die het ook tekenen.
Er zijn wekelijkse tutorgesprekken met zijn coach waarbij ze het logboek bekijken en nieuwe doelen bepalen. Samen bespreken ze de voortgang tijdens de voorbije week, problemen die zich hebben voorgedaan en de plannen voor de komende week. Ook bespreken ze eventuele emotionele en relationele onderwerpen waar de leerling mee zit. Hierdoor leren leerling en leraar elkaar op een dieper niveau kennen. Twee keer per jaar bepalen de leerlingen in een gesprek met hun begeleider drie doelen voor de komende maanden.
Elke tutor-leraar heeft 13 leerlingen die hij coacht. Dergelijke gesprekken vergen sterke communicatievaardigheden bij de tutors en helpen ook leerlingen zich beter uit te drukken.
Het is geen vrijheid-blijheid. Er zijn duidelijke verwachtingen van wat leerlingen aan het eind van het jaar zullen bereiken. Ze moeten de eindtermen halen.
“De basis van leren is een goede relatie met iemand die je vertrouwt. Een leraar die je de kracht geeft om verantwoordelijkheid te nemen.”
Challenges
Bij de oranje vakken in het rooster zitten de leerlingen in hun klasgroep.
Daarin zitten ook uitdagingen die leerlingen mogen aanpakken, dingen die ze graag doen. Leerlingen krijgen de autonomie om deze projecten zelf te ontwikkelen.
Leerlingen doen twee grote projecten per jaar gebaseerd op een of meerdere globale duurzaamheidsdoelen. Tijdens het jaar zijn er meerdere kleinere projecten. Ze krijgen daarvoor bijna een dag per week.
De projecten zijn interdisciplinair opgezet en maakt leren in een authentieke context mogelijk. Ze zijn holistisch en verbinden hoofd, hart en hand.
“Kinderen zijn meesters in het aangaan van uitdagingen. Je moet gewoon vertrouwen in hen hebben. Laat hen problemen oplossen en er heel veel uit leren. Iedereen kan een change maker zijn.”
Centraal in het projectleren staan zowel coöperatief als zelfgeorganiseerd leren. Door zelfgestelde doelen na te streven en te bereiken, kunnen leerlingen de effectiviteit van hun eigen ideeën en acties ervaren. Op hun weg naar zelfverzekerde en volwassen mensen, is dit een van de belangrijkste componenten. Op die manier levert de school een actieve bijdrage voor "leren in het leven".
Voorbeelden van onderwerpen zijn biodiversiteit, de Berlinale, identiteit en gemeenschap, dictatuur en democratie. De studenten voeren het ontwerp van het individuele projectwerk over deze onderwerpen zelf uit in overleg met hun projectdocenten.
De pluimbijeenkomst
Elke vrijdagnamiddag komt de hele school een uur bij elkaar in een grote zaal . Ze beginnen altijd met zingen om een ‘samen’ gevoel te krijgen.
Het verdere verloop heeft geen agenda. Er staat een microfoon op het podium, het is een moment om elkaar te prijzen en te bedanken. Leerlingen en docenten die zich geroepen voelen, komen naar voren, pakken de micro en bedanken een andere leerling of collega voor iets wat ze die week hebben gezegd of gedaan.
Iedereen die aan het woord komt, vertelt een verhaal dat iets zegt over de verteller en degene die wordt geprezen. Dit heft op empathische wijze de grenzen tussen leraar en leerling op. Het zijn vaak grappige, ontroerende en welgemeende verhalen. Op die manier ontstaat er vertrouwen en een samenhorigheidsgevoel.
“De manier waarop we leerculturen ontwerpen heeft invloed op onze werkcultuur en omgekeerd”
Elke klas komt ook wekelijks bij elkaar om de spanningen in de groep te bespreken en aan te pakken. De bijeenkomst wordt voorgezeten door een leerling. Gezien alle leerlingen en leraren getraind zijn in geweldloze communicatie, is de discussie steeds veilig. De leraar neemt deel als een leerling (niet als coach). Leerlingen krijgen er ook een rol (v.b. moderator).
Alle im Ausland (AiA)
Als leerlingen zestien zijn, gaan ze voor drie maanden naar het buitenland. Indien mogelijk naar een land naar keuze. Om daar te leven en te leren in een andere cultuur die ze voorheen niet kenden. Gedurende deze tijd zijn de studenten betrokken bij een zelfgeorganiseerd, lokaal, sociaal, ecologisch of duurzaam project.
De focus ligt niet op tijd doorbrengen in een zo aantrekkelijk mogelijk land maar op contact met andere mensen, met de natuur en werken aan een zinvol project.
“Onderwijs is een sociaal proces. Onderwijs is groei. Onderwijs is geen voorbereiding op het leven, het is het leven zelf - John Dewey”
De leerlingen worden bij hun planning nauw begeleid en ondersteund door hun respectievelijke docenten, de AiA-coördinatoren en een groot aantal betrokken ouders.
Het centrale aspect van het project is een zelfgeorganiseerde opzet, planning en uitvoering van het ongeveer drie maanden durende programma.
De diverse en spannende ervaringen worden bij het terugkomen uitgewerkt als onderdeel van drie gezamenlijke reflectiedagen en direct gepresenteerd aan de scholengemeenschap en alle andere geïnteresseerden.
Drie weken om nooit te vergeten
Dit gaat over een activiteit die buiten Berlijn moet plaatsvinden. De jongeren plannen en bereiden de uitdaging zelfstandig voor met de steun van een coach en voeren deze vervolgens uit, over de lessen heen.
Veel kinderen gaan wandelen, maken een fiets- of boottocht of helpen mee op boerderijen. Overnachten in tenten en self-catering zijn vaak de grootste uitdagingen.
Voor deze activiteit hebben de studenten slechts een budget van 150 euro per persoon dat niet mag worden overschreden. De laatste drie jaar vindt dit plaats zonder smartphone. Hierdoor zijn de studenten afhankelijk van veelvuldige contacten met andere mensen. Dit gebeurt voorafgaand aan de uitdaging via overeenkomsten (bijvoorbeeld kost en inwoning tegen de uitvoering van kleinere taken) of tijdens de uitdaging zelf, bijvoorbeeld om beschutting te vragen tegen een storm.
Een opgeleide jeugdleider begeleidt de studenten tijdens hun weg maar grijpt alleen in bij ernstige conflicten en gevaar voor leven en ledematen.
De leerlingen leren zo met vooruitziende blik moedig en zorgvuldig te plannen, constructief om te gaan met fouten en andere moeilijkheden en innovatieve oplossingsstrategieën te ontwikkelen en te implementeren. De jongeren komen zichzelf tegen, gaan herhaaldelijk tot het uiterste en bieden sociale, fysieke en ontwikkelingspsychologische diensten waar ze trots op kunnen zijn.
Pulsars & workshops
Pulsars zijn meerdaagse interdisciplinaire en vaak meerjarige leermogelijkheden die worden voorbereid en begeleid door experten. Naast leraren kunnen dit ook leerlingen, ouders en externe partijen zijn (bijv. studenten of vertegenwoordigers van NGO's).
Aan de hand van een onderwerp bepalen de studenten, begeleid door de vakexperten, hun eigen focus op de inhoud, rekening houdend met het interdisciplinair karakter van deze leervorm. Zo kunnen belangrijke leerdoelen vanuit verschillende perspectieven worden ontwikkeld en verdiept. En testen leerlingen hun interdisciplinaire vaardigheden.
Aan het einde van de week presenteren de leerlingen via een feest de resultaten van de individuele specialisaties op creatieve manier aan elkaar. Ze bespreken dit vervolgens verder in kader van het hoofdonderwerp.
Voorbeelden van de afgelopen jaren zijn: ‘mannelijkheid’, ‘ballingschap literatuur’, ‘stadstuinieren’, ‘slam poëzie’, ‘circus’, ‘Brexit’, ‘muziek van de toekomst’ en ‘moleculaire keuken’.
“Jongeren hebben rolmodellen nodig, mensen met echte boodschappen en change makers”
Vanaf 16 jaar worden workshops over leven en werkvaardigheden meerdere dagen per schooljaar aangeboden. Hier leren de studenten strategieën en vaardigheden voor succesvol leren en werken in een schoolcontext en erbuiten.
Naast docenten nemen ook ouders, alumni en externen deel aan het verzorgen van een breed scala aan workshops.
Lerarenteams
Bij ESBZ is onderwijs een teamsport. Elke klas heeft 2 begeleiders-docenten zodat leraren met zijn tweeën werken
Drie klassen vormen een mini-school, kleine eenheden die snel kunnen inspelen op de dagelijkse stroom van kwesties en kansen. Ze kunnen zelf beslissingen nemen zonder de goedkeuring van de directeur.
Leraren hebben ook geleerd om te coachen, goed te communiceren en los te laten. Dat is noodzakelijk om een dergelijk leerconcept succesvol te realiseren.
Ouderbetrokkenheid
De school is in 2007 door ouders opgericht en sindsdien zijn ze altijd zeer actief geweest.
Om de kosten te drukken, hebben ze besloten om elke maand drie uur van hun tijd in de school te stoppen. Ze organiseren regelmatig feestelijke weekends waarin ze samen de klas opknappen.
De oudervereniging initieert regelmatig nieuwe ontwikkelingen en ideeën, ook op pedagogisch vlak. Ze adviseren het schoolbestuur en denken via verschillende werkgroepen na over de toekomstige ontwikkeling van de school.
School bezoeken?
Wie graag een bezoek brengt aan deze school, kan dat. Maandelijks worden er workshops voor externen georganiseerd. Voorlopig zijn die natuurlijk afgelast maar vanaf augustus verschijnen de nieuwe data.
Bronnen:
Presentatie Christian Hausner op EduNext Leerfestival
Verslag bezoek aan ESBZ door Christophe Keyenberg
Reinventing Organisations - Frederic Laloux
Website ESBZ: https://www.ev-schule-zentrum.de/
Gesprek met Christian Hausner tijdens de Ashoka leadership conference
T2 campus in Genk – broeikas voor talentontwikkeling
De T2-campus in Genk doorbreekt de muren tussen onderwijs en bedrijfsleven. In deze hypermoderne omgeving staat talentontwikkeling centraal, los van de traditionele hokjesgeest. Het is een blauwdruk voor de toekomst van het technisch en beroepsonderwijs: een plek waar passie voor technologie wordt gevoed door directe interactie met de realiteit van de arbeidsmarkt en state-of-the-art faciliteiten.
De T2‑campus maakte van de vroegere mijnwerkerssite in Genk een inspirerende plek. Het doel is om in een gedeelde infrastructuur Limburgs talent voor technologie, te ontdekken, te stimuleren, te connecteren en ontwikkelen. Dit voor verschillende doelgroepen: jongeren, werknemers, ondernemers en werkzoekenden. Zij komen er allemaal (van elkaar) leren. Niet alleen technische vaardigheden maar ook samenwerken, creatief denken en ondernemen.
Via innovatieve technische opleidingen voor leerlingen, werknemers, werkzoekenden en ondernemers, verkleint de campus tevens de kloof tussen scholen en de arbeidsmarkt. Daarnaast ontwikkelen ze innovatieve leermethodieken, waardoor leerlingen hun persoonlijk leertraject kunnen samenstellen. Via een ‘broeikas’ traject kunnen studenten en jonge ondernemers hun ideeën hier verder vorm geven. Dagelijks nemen ongeveer 1.300 trainees, van jong tot oud, deel aan inspirerende technologiemodules en ‑projecten.
Hoe gaat het praktisch in zijn werk?
In een voortdurend partnerschap met scholen, leraren en bedrijven ontwikkelt de campus korte leersnacks, workshops of projectdagen. Maar een klas kan ook gedurende een bepaalde periode aanwezig zijn op de campus. Zo zijn momenteel van het Atlas college (School en Werk - de leertijd) permanent op de T2-campus voor theorie en praktijklessen. De stimulerende omgeving nodigt de leraar uit om zelf innovatief uit de hoek te komen.
De inrichting bestaat uit een leercampus waarbij er geen aparte labs meer zijn per vak of techniek. Verwante technieken zijn wel in één lab gegroepeerd: elektrolab, metallab, IT lab, energylab en bouwlab. De wanden zijn van glas zodat het leren en het lesgeven zichtbaar is. Het gebouw is wit en fris, techniek is er sexy. Geen schotten meer tussen vakken.
De verschillende doelgroepen werken er zij aan zij. Ze doen samen mee aan talks rond technologie, vaardigheden en ondernemingszin waarbij ook bedrijven participeren. Ze nemen deel aan hackatons en kunnen tijdens innovatietrajecten zelf heel wat vaardigheden verwerven. De mix van volwassenen en jongeren zorgt ervoor dat iedereen meer verantwoordelijkheid opneemt. Ze stellen zelf hun materiaal op, respecteren pauze-afspraken en spijbelen minder. De schoolbel bestaat hier niet. Hoewel heel wat van deze jongeren schoolmoe zijn, nemen ze hier wel verantwoordelijkheid en initiatief.
Ontmoeten, verbinden en samenwerken
T2 zet sterk in om de mindset van de leraar te veranderen tussen het moment dat hij naar hier komt en het moment dat hij terugkeert naar de klas. Dit is een sterke hefboom waar de campus op inzet. Zo ontwikkelden ze een Train the trainer traject voor leraren. Die komen het hier oppikken en nemen het mee naar hun klas en vertellen het daarna weer door.
Vanaf februari 2020 kunnen jongeren van 10 tot 18 jaar een technologieavontuur beleven. Ze mogen er van TECHville, een stad gebouwd op schaal, een slimme stad maken. Gedurende drie dagen kunnen ze er proeven opzetten en hun creatieve breinen aan het werk te zetten. Ze gaan in teams op zoek naar oplossingen voor uitdagingen in verschillende domeinen (energie, elektro, IT, materialen).
Tijdens start to connect lunchsessies komt een ondernemer of een expert een korte uiteenzetting doen over een bepaald topic (tech, marketing, ondernemen) waarna de jongeren in gesprek gaan met de spreker.
Leraren kunnen ook op informele manier spelen met nieuwe technologieën: VR en AR, Arduino, robots en programmeren. Dit gebeurt in de zogenaamde playgroundsessies waarin ze getriggerd worden om hun ideeën in de praktijk om te zetten. Daarnaast brengt T2 ook leraren rond een bepaald thema (bv STEM, mobiel leren, Arduino …) bij elkaar waarbij ze expertise en kennis uitwisselen op inhoudelijk en didactisch vlak. Over de netten heen. Hier hangt geen kruisje noch een vlag. T2 wil in de toekomst ook meer de link leggen met hogescholen en universiteiten en zo de koppeling maken met onderzoek.
Jongeren kunnen via Techboostcamps, gratis dagsessies, hun technisch of businessidee verfijnen en verder ontwikkelen. Daarbij geholpen door ervaren broeikascoaches. Gedurende enkele uren nemen die leerlingen mee en dagen hen op een leuke manier uit om een businessplan te maken, dit als voorbereiding op een mini-onderneming.
Tijdens een digital trainer traject kiezen leerkrachten online een eigen leerpad bij het aanleren en toepassen van een bepaalde technologie of hoe ze kunnen werken met ICT in de klas. Elk kwartaal zijn er op de campus coachingsmomenten. Die helpen hen verder in het ontwikkelen van hun digitale skills. Op die manier creërt de T2 campus ambassadeurs in de scholen. Dergelijke cursussen zijn geen standaard nascholing. Leraren mogen zelf hun weg zoeken en hun ding uitkiezen. Heb je een expert nodig, dan zal die je coachen.
Ondernemerschap staat centraal in de campus. Via een challenge, een ondernemingszin-workshop van een halve dag, geeft een klas op zelfstandige basis hun ondernemingsidee met een game en interactieve werkvormen vorm en pitcht die nadien.
Een escaperoom-sessie en extra sessies integreren vaardigheden in bestaande werkvormen in de klas. Mobiel leren en aangepaste (project)dagen worden samen met leraren en studenten ontworpen. Zelfstandig leren op de iPad, interactieve sessies ontwikkelen in co-creatie. Noem maar op.
Interessant is ook dat campus, een samenwerking tussen Syntra Limburg, VDAB en de stad Genk, een ecosysteem heeft meer dan 100 bedrijven (Bookwidgets, Apple, Microsoft …) die contribueren aan de campus en participeren in het digital skills aanbod (trajecten, codeweek.…). Andere bedrijven leveren infrastructuur en expertise om de opleidingen up to date te houden. Het zorgt voor een optimale kruisbestuiving tussen businessideeën en technologie. Zo komt er bijvoorbeeld elke dinsdag iemand een kwartier praten over zijn beroep tijdens de lunchpauze. Daarna is er mogelijkheid tot vraag en antwoord.
Uitbreken
En zo komen er wekelijks nieuwe initatieven bij. Dat is eigenlijk de essentie van de campus. Een context voorzien waar dit soort initatieven vorm krijgen en mensen van alle leeftijden en uit verschillende sectoren (onderwijs, industrie, onderzoek …) van elkaar leren en altijd maar weer opentrekken. Sociaal leren dragen ze hier hoog in het vaandel. Ongelooflijk ook wat ze na een jaar reeds bereikt hebben en hoeveel leerlingen, leraren, werkzoekenden en mensen uit het werkveld hier komen leren. Het was dan ook meer dan verdiend dat de T2 campus tijdens SETT Gent, het onderwijsevent dat enkele weken geleden doorging, de transformatie-award won.
Van links naar rechts: moderator (Wim Van den Brulle), Katinka Van De Velde (Easyfairs), Annelies Schrooten (T2 campus), Bart Boelen (T2 campus) en Marijke Maes (EduNext)
De jury van EduNext gaf de winnaars de tip om uit te breken uit hun eigen concept en in te breken in scholen zodat dit mooi initiatief verder verschaald kan worden in Limburg en Vlaanderen. Een uitdaging die het team van de T2 campus heel graag opneemt!
Hoe het Stedelijk Lyceum Quellin Antwerpen zijn visie in de praktijk brengt …
Innovatie in een grootstedelijke context brengt unieke uitdagingen met zich mee. Het Stedelijk Lyceum Quellin laat zien hoe je een krachtige visie vertaalt naar een diverse leerlingenpopulatie zonder aan ambities in te boeten. Door de focus te leggen op nabijheid en een duidelijke structuur, ontstaat er een veilige haven waarbinnen experiment en groei hand in hand kunnen gaan.
Heel wat scholen in Vlaanderen hebben een visie. Maar vraag er een willekeurige leraar naar en hij moet het antwoord meestal schuldig blijven. Het is niet omdat de visie hier en daar op een bordje te lezen valt of omdat ze op de website staat, dat ze ook leeft in de school of dat leraren er zich bij betrokken voelen. Het Stedelijk Lyceum Quellin in Antwerpen heeft vorig schooljaar zijn visie helemaal herbekeken en kwam tot deze mooie formulering:
Om te zorgen dat de visie tot leven komt, vatte de school het idee op om ze tijdens de pedagogische studiedag in september te concretiseren.
Samen creatief aan de slag
De leraren kregen in teams de opdracht om hun vertaling te maken van de visie. Ze kregen de visietekst mee en mochten creatief uit de hoek komen. De enige randvoorwaarde was dat het eindproduct op een tableau kwam. Je zag een paar leraren fronsen toen ze over de opdracht hoorden. Maar al snel kregen ze het materiaal in de gaten: karton, verf, stiften, scharen, koord, wasco’s, lijm, gekleurd papier en dies meer. En toen ze er collega’s enthousiast zagen aan beginnen, konden ze de verleiding ook niet weerstaan. Enkele minuten later bruiste het van de energie en de meest creatieve ontwerpen kregen vorm.
De teams waren zodanig samengesteld dat leraren die normaal minder in contact met elkaar kwamen, samen aan de slag gingen. Na een uur tekenen, knippen, kleuren en plakken, waren de teams klaar en toonden ze trots hun resultaat. Elk team bleek zijn eigen interpretatie aan de visie te hebben gegeven.
Pareltjes
Er was zelfs een team bij dat met het aanwezige knutselmateriaal nog niet tevreden was. Ze hadden er een tegel bijgehaald. Die staat symbool voor de steen die de school in de levensrivier van hun leerlingen verlegt. De tableaus van heel wat teams beperken zich trouwens niet tot twee dimensies, het zijn echte kunstwerken met heel originele invalshoeken. Het demonstreert de enorme creatiekracht van het Quellin team.
De uitgewerkte visies krijgen momenteel een plaats in de lerarenkamer:
Later is het de bedoeling om ze te verspreiden over de ganse school. Op die manier blijft de herinnering levendig en kom je de visie overal tegen. En het kan een idee zijn om ook leerlingen die oefening eens te laten maken …
Het Stedelijk Lyceum Quellin wordt bij haar transformatie begeleid door EduNext. Wil je meer informatie over hoe zo een traject verloopt? Stuur dan een mail naar contact@edunext.be of bel op 0474/949448.
In kindercampus Mozaïek hebben leraren en leerlingen Stephen Covey's '7 gewoontes van zeer effectieve mensen' als gemeenschappelijke taal voor hun nieuwe onderwijsproject
Hoe bouw je een schoolcultuur waarin iedereen dezelfde waarden ademt? Kindercampus Mozaïek koos voor de '7 gewoontes' van Covey als fundament. Het resultaat is een krachtige, gedeelde taal die zowel kleuters als teamleden helpt om regie te nemen over hun eigen groei. Een inspirerend voorbeeld van hoe een helder ethisch kader de dagelijkse omgang en de leerprestaties fundamenteel verandert.
Tijdens de eerste editie van Sett Gent verhuisde deze school samen met haar leerlingen voor twee dagen naar Flanders Expo in Gent. Bezoekers konden live zien hoe de school werkt. Ze konden vragen stellen aan leerlingen en leraren en ontdekten het volgende:
Stephen Covey in de school
‘De zeven principes van zeer effectieve mensen’ is een klassieker in het bedrijfsleven. Die verwacht je niet meteen in een school. Intussen zijn die principes via The Leader in Me vertaald naar het onderwijs. Het schoolteam van kindercampus Mozaïek besliste om deze zeven gewoontes te gebruiken als gemeenschappelijke taal voor leerlingen en leraren bij het nieuwe onderwijsproject. Daarin staat zelfstandig leren centraal en geven leraren en directie het voorbeeld.
Overal in de school zie je de zeven gewoontes terugkomen. Bij het principe win-win vertelt een van de leerlingen:
“Stel dat je thuis een tuin zou willen maken en je mama is daar tegen.
Maar ze eet graag aardbeien. Dan zou je kunnen zeggen:
‘Mama, ik ga aardbeien kweken in die tuin’.”
WEG MET DE HANDBOEKEN
Enkele jaren geleden kwam de school in contact met adaptief leren en het digitaal leerplatform Snappet. Enkele leraressen begonnen dit uitgebreid te testen. Het bleek uitstekend te werken. Er stond wel een prijskaartje tegenover maar anderzijds werd er toen ook veel geld aan handboeken besteed. Ze gingen voor het nieuwe platform op voorwaarde dat de handboeken er uit gingen.
Open leercentrum
De leerlingen van de derde graad kunnen gebruik maken van een open ruimte waarin ze op hun tablet de leerstof zelfstandig of onder begeleiding verwerken.
De leerlingen krijgen eerst een korte klassikale instructie. Die verloopt parallel over de verschillende klassen van hetzelfde leerjaar (5e of 6e leerjaar). Daarna krijgen de leerlingen de tijd om zich in te schalen. Als ze extra instructie nodig hebben, blijven ze in het klaslokaal. Als ze de oefeningen onder begeleiding of volledig zelf kunnen maken, dan gaan ze naar het leercentrum. De leerlingen die extra instructie krijgen, komen een tijdje later ook naar de open leerruimte.
Intelligent dashboard
In Snappet beschikken de leraren over een overzicht van al hun leerlingen en zien ze hoe ze de lesstof verwerken. Ze kunnen leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, bijsturen. Ze kunnen minder sterke leerlingen gemakkelijkere oefeningen geven zodat ze ook succeservaringen krijgen. Sterkere leerlingen worden uitgedaagd met moeilijkere oefeningen. De leraren kunnen ook zien of de leerlingen volgens hun normaal niveau presteren. Is dat niet zo, dan kunnen ze de leerling vragen hoe het komt. De leerlingen krijgen directe feedback over hun oefeningen en zo ook over hun leerproces. Ze kunnen zien welke leerdoelen ze al bereikt hebben en welke ze nog moeten oefenen. Leraren beschikken over diverse rapportages waardoor ze de groei van hun leerlingen over de schooljaren heen kunnen zien en zo betere analyses maken. De school gebruikt deze methode voor rekenen en taal, niet voor spelling.
Toekomstklassen tijdens Sett Gent 2023
Op 1 en 2 maart 2023 vindt de 3e editie van Sett Gent plaats. Naast een uitgebreid programma aan praktijkvoorbeelden, workshops en andere sprekers, kun je er ook een lagere en een secundaire school.als pop-up toekomstklas aan het werk zien. Binnenkort meer daarover. Meer info over het programma vind je via deze link: https://www.sett-gent.be/nl/programma/. Kom een kijkje nemen en hou ook zeker even halt aan de EduNext stand.
Tien jaar terug dacht deze school een aantal gebouwen te slopen, nu komen directies en leraren uit heel Vlaanderen kijken hoe zij hun onderwijs van binnenuit transformeren
Het verhaal van een school die zichzelf heruitvond aan de rand van de afgrond. Waar eerst sloophamers werden ingepland, staat nu een bloeiende leeromgeving die als inspiratiebron dient voor heel Vlaanderen. Dit relaas bewijst dat infrastructuur volgt op visie: pas wanneer je durft te breken met oude denkpatronen, ontstaat er ruimte voor een architectuur die het leren écht ondersteunt.
Een aantal jaar geleden hadden ze in het Atheneum te Herzele nog maar 9 leerlingen in 1A. Het zag er heel slecht uit voor de school. Ondanks degelijk traditioneel onderwijs genoot de school in de streek een slechte reputatie. De leiding dacht er zelfs aan om bepaalde gebouwen af te breken omdat ze leeg stonden. De omslag vond een zestal jaar geleden plaats toen enkele leraren uit 1B op bezoek gingen bij De Prins in Diest. Tijdens de terugrit besloten ze om het ook anders aan te pakken. Ze kregen de steun van hun directie die voorzag in een aangepaste leeromgeving (glazen wand, smartboard, stoeltjes, tafeltjes en poefjes). De leraren zelf offerden een deel van hun vakantie op om alles voor te bereiden. Het bleek een succes. Intussen is het project ook volop bezig in de A-stroom en gaat elk jaar een nieuw leerjaar met de innovatieve aanpak aan de slag.
Isabelle Truyen, algemeen directeur scholengroep 20, vertelt hoe de school in Herzele functioneert. Bij hun aanpak is het cruciaal dat leerlingen zich bewust zijn van hun eigen leerproces, dat ze weten wat ze leren en waarom ze het doen. Je merkt het als je in de klaslokalen binnenkomt. De leerlingen kijken niet op, ze werken zelfstandig of samen met klasgenoten. Ze volgen hun eigen leertraject via een weekplanning die een vertaling is van de leerdoelen. Leerlingen hebben controle over hun eigen leren, over het tempo en de ruimte waarin ze dat doen. De leraren werken er in team en hebben een schoolopdracht.
In plaats van lessen van 50 minuten werken ze met clusters. Twee namiddagen per week is er begeleid uitdiepen en bijschaven (BUB). Daarin krijgen minder sterke leerlingen begeleiding om leerstof bij te werken (remediëring) en worden sterkere leerlingen uitgedaagd met moeilijkere oefeningen (uitdieping).
Een belangrijk gegeven hierbij is dat de leerling zichzelf leert inschalen en evalueren. Dat zorgt dat hij leert nadenken over zijn studiemethode. Hij kan daarbij beroep doen op instructie maar ook op leraren en leerlingen. Ze hebben in Herzele Heroes, Super Heroes en Power Heroes. Leerlingen zijn altijd minstens hero.
Dat betekent dat leerlingen voor een bepaalde leerstof een Hero kunnen zijn en voor andere een Power Hero. Dit maakt dat leerlingen zich minder met elkaar gaan vergelijken en dat elke leerling wel ergens sterk in is. Het zorgt voor meer respect en het stimuleert om elkaar te helpen.
Hoewel de school tijdens de transitie niet met het transformatierad heeft gewerkt, geven zij invulling aan bijna alle wielen:
De school werd tijdens het eerste Sett onderwijsevent in Gent gekozen om er twee dagen als voorbeeld pop-up school te fungeren. Zo zie je maar dat een penibele situatie van vandaag er geen hoeft te blijven …
Ben je ook van plan om ook een transformatietraject in je school aan te vatten of te continueren en kun je hierbij hulp gebruiken? Je vindt hier meer info over een mogelijke EduNext begeleiding: https://www.edunext.be/begeleiding.
Je kunt ook een mail sturen naar dirkdeboe@edunext.be of bellen op 0474/949448 voor een vrijblijvend intakegesprek.
Hoe een flexibele klasinrichting leren stimuleert. Er mag van je klassen hier en daar gerust een hoek af - Inge Nuyens
De fysieke leeromgeving is veel meer dan alleen decor; het is de 'derde leraar' die gedrag en motivatie stuurt. Inge Nuyens breekt een lans voor een klasinrichting die de rigide structuren van vroeger loslaat. Door de ruimte letterlijk open te breken, ontstaat er plaats voor verschillende leerstijlen en een dynamiek die aansluit bij de natuurlijke nieuwsgierigheid van jongeren.
Maak het schoolgebouw opnieuw spannend
Traditionele klasopstellingen, we kennen ze allemaal. Ze stimuleren meestal slechts één manier van leren: frontaal lesgeven. Stel dat je, naast aandacht geven aan de kinderen zelf, hun klasgenoten, hun leraren en hun ouders ook zou focussen op de derde pedagoog, de ruimte waarin geleerd wordt? Vanuit haar ervaring als CEO van Dox, ontwerper en producent van interieurconcepten voor onderwijsvernieuwing, heeft Inge Nuyens een visie hoe je een toekomstbestendige klasomgeving kunt creëren en realiseren. Het komt er volgens haar op aan om het schoolgebouw opnieuw inspirerend te maken. Zodat jongeren er graag zijn en gemotiveerd zijn om te leren. Laboratoria waar talent zich kan ontwikkelen.
Begin met het einde in gedachten
Bij een nieuwe klas- of schoolinrichting is een goede planning het halve werk. Daarbij onderscheidt Inge Nuyens verschillende fases. De pre-conceptuele fase is er een van ideeën en informatie verzamelen. Dat is een fase die lang duurt en waarbij je beste alle regels los laat. Je kan best een werkgroep oprichten met brede vertegenwoordiging die het project van begin tot einde opvolgt. Daarbij moet de directie zeker aanwezig zijn. Inge Nuyens is voorstander van een seminarie waarin je alle projectwensen naar boven laat komen. Bij voorkeur laat je dat extern begeleiden. Daarbij moet je voldoende aandacht schenken aan het maken van een projectmissie die de bestaande schoolvisie verruimt. Deze vormt dan de leidraad gedurende het ganse traject en fungeert als scheidsrechter bij het beoordelen van de vele ideeën. Want je kan ze niet allemaal uitvoeren. Daarna volgt de synthesefase waarin knopen doorgehakt worden en keuzes gemaakt. Zo kom je tot een concept waarin wensen en dromen geïntegreerd zijn. In een laatste fase kom je van een grof naar een finaal plan. Om het daarna uit te voeren. Nazorg en aanpassingen zijn onvermijdelijk.
Hoe moet de ruimte er dan uit zien?
Een dergelijke ruimte biedt volgens Inge Nuyens de kans om in te zetten op individuele vaardigheden, individueel werk en groepsactiviteiten. Ze moedigt ook afstandsonderwijs aan waarbij je de klas kan 'flippen'. Sleutelwoorden zijn flexibiliteit, beweging, communicatie, betrokkenheid en het belang van een mooie stijl bij het kiezen van meubilair.
De CONTENT methode
Interessant voor al wie een klasinrichting wil aanpakken, is de 8 E-methode, acht handvatten waarop je keuzes voor de inrichting kunt onderbouwen:
Educatief: inhoudelijk bijdragend tot het leerproces
Ergonomisch: zorgend voor grotere concentratie
Economisch: duurzaam met lagere kosten op lange termijn
Ecologisch: recycleerbaar, bio-afbreekbaar en betrouwbaar geproduceerd
Ethisch: authentiek en eerlijk
Emotioneel: gezellig, natuurlijk en met positieve kleuren
Esthetisch: schoonheid, harmonie, stijl en soberheid
Evolutief: voorbereid op toekomstige onderwijsvormen
Inge Nuyens roept scholengroepen op om iemand te hebben die bij deze keuzes onafhankelijk advies kan geven.
INSPIRATIE
In haar boek 'Klas met een hoek af' vind je een waaier aan inspiratie, voorbeelden en methodieken hoe je een toekomstige klas- of leeromgeving deskundig kunt aanpakken. Je krijgt een dieper inzicht hoe je een van de acht wielen van het EduNext transformatierad op geïntegreerde wijze kan aanpakken.
Het is bij het ontwerp van een nieuwe leeromgeving belangrijk om ook op de andere wielen in te zoomen om zo te komen tot een geïntegreerde die bij de projectmissie waarover Inge Nuyens spreekt, kan meegenomen worden.