Blog

Categorieën
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

Op 1 en 2 maart brandt de lamp in Flanders Expo. Jij komt toch ook naar Sett Gent?

Sett Gent is veel meer dan een technologiebeurs; het is het epicentrum waar de onderwijscommunity van morgen samenkomt. In een wereld die steeds sneller digitaliseert, is de nood aan fysieke ontmoeting en inspiratie groter dan ooit. Ontdek waarom dit event de ideale plek is om je batterijen op te laden, je netwerk te versterken en de nieuwste pedagogische trends aan den lijve te ondervinden. Een uitnodiging om samen de toekomst van het leren vorm te geven.

We zijn heel fier dat we samen met het Sett team opnieuw curator mochten zijn van het grootste onderwijsevent in Vlaanderen. Lees hier in vogelvlucht waarom je best snel je ticket boekt.

Praktijkvoorbeelden uit het Vlaamse onderwijs

EduNext geeft al jaren een podium aan sterke voorbeelden van scholen in transformatie. Dit jaar zijn dat basisscholen XPlow! Beringen, Het Paviljoen in Schaarbeek en Vrije Basisschool Scheldewindeke. Voor het secundaire onderwijs zijn dat Atheneum Sint-Truiden, A-Maze Beringen, De Nova Kessel-Lo, BuSO Sint-Franciscus Roosdaal, BuSO De Karwij Lokeren en Tangram Vilvoorde. Als tienerschool hebben we het Atheneum in Bree.

Onderwijstransformatie

Peter Van de Moortel en Dirk De Boe, transformatiecoaches bij EduNext vzw, gidsen je deskundig doorheen fases en stappen bij de transformatie van je school. Daniel Muijs, decaan school of education en co-auteur Wijze Lessen, geeft zijn visie weer over wat een excellente leraar nodig heeft voor nu en straks. Tjitske Bergsma (Stichting Leerkracht) en Rianne Neering (Stichting Nivoz), vertellen hoe je eigenaarschap bij leerlingen kunt creëren via leerpleinen en units. An Dumoulin en Sylvia Mommaerts, lerarenopleiders UCLL, hebben het over de O van Onderwijs: krachtig lesgeven en evalueren. Astrid Koelman en Eva Dierickx, respectievelijk onderzoeker en lerarenopleider AP hogeschool, ontkrachten de mythes in kleuteronderwijs en geven je tips hoe je kleuters kunt leren delen en ongewenst gedrag afleren.

Personeelsbeleid

HR in onderwijs, het is in Vlaanderen relatief nieuw. Het krijgt terecht meer en meer aandacht, ook op Sett. Auteurs Brigitte Vermeersch (VRT journaliste) en Greet Decin, (programmadirecteur lerarenopleiding UCLL), brengen warme, realistische verhalen van leraren waarom ze voor hun beroep kozen en tonen vele kanten van de job. Maarten Vansteenkiste, motivatiepsycholoog Ugent, brengt het leiderschapskompas mee als leidraad voor motivatie. Steffie De Baerdemaeker, onderwijsinspirator werkgeluk en diversiteit, vertelt hoe je een motor voor onderwijskwaliteit kunt creëren door meer in te zetten op werkgeluk en minder op werkdruk. Jan Royackers, coach bij Schoolmakers, zal het hebben over hoe je als leraar in je sterkte voor de klas kunt staan. Virginie März, hoofddocent Louvain-La-Neuve, onderzocht hoe startende leraren een meerwaarde kunnen zijn voor je school en hoe andere leraren van hen kunnen leren. Filip Raes, hoogleraar psychologie, schreef een prima boek over hoe we kunnen ophouden met piekeren. Hij doet ons de voornaamste inzichten uit de doeken. Yves Larock, coach bij Schoolmakers, geeft zijn visie weer op schoolleiderschap als een verhaal van samen groeien.

Zelfregulerend leren en executieve functies

Het ontwikkelen hiervan is een van de belangrijke voorwaarden voor kinderen en jongeren om eigenaarschap over hun leren te kunnen opnemen. Sanne Feryn, docente bij Odisee, heeft het over hoe je kleuters kunt laten groeien in executieve functies. Jeltsen Peeters, professor onderwijsinnovatie, schreef een helder boek over zelfregulerend leren en zal ons tonen hoe je dit bij leerlingen kunt activeren. Esther Heinze, coach in Tienerschool Bree, brengt haar EF toolbox mee en licht toe hoe hun schoolteam leerlingen tussen 10 en 14 executieve vaardigheden aanleert.

Taalbeleid

Een van de belangrijkste aspecten om tot goed leren te komen, mag niet ontbreken op Sett. Ohan Agirdag, professor pedagogische wetenschappen, geeft tips hoe we kunnen werken aan kansengelijkheid in een meertalige samenleving. Lidy Peeters, docente Academia universiteit in Nederland, heeft het over de aanwezige moedertaal als hefboom voor het aanleren van een nieuwe taal. Jordi Casteleyn, hoogleraar vakdidactiek Nederlands, leert ons hoe je het best om kunt gaan met taalontwikkelingsachterstanden en taaldoelen. Robbe Wulgaert, leraar informatiewetenschappen, heeft het over hoe je artificiële intelligentie kunt in zetten bij klassieke en moderne talen.

Scholenbouw

Nicolas Ramaekers van OSK-AR architecten (expert in scholenbouw) zal uitleggen hoe je het leerlandschap als actieve pedagogische tool kunt inzetten. En hoe je dit in verschillende stappen, samen met alle belanghebbenden, kunt ontwerpen en implementeren. Zowel in nieuwbouw als in verbouwing.

De kracht van het zonderzoeken

In de televisiereeks ‘De Columbus’ geniet Wim Lybaert van de kracht van het onverwachte. Niet is geënsceneerd en het toeval bepaalt hoe de dagen verlopen. Laurens Verbeke, televisiemaker en bedenker van het programma, leert ons hoe we ook in onderwijs het toeval kunnen omarmen, hoe we ons denken af en toe op pauze kunnen zetten en via doe-doelen weer volop verwondering vinden. Geniet van deze a-typische lezing.

Slim omgaan met technologie

Sett staat ook voor ICT. Wilfred Rubbens, Nederlands expert in blended learning, leert ons hoe we goed kunnen kiezen tussen Asynchroon Online Leren, Synchroon Online Leren en fysiek onderwijs. Eveneens uit Nederland komt Gino Camp, professor Onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit. In zijn lezing daagt hij ons uit om verder te kijken dan het online onderwijs in COVID tijd en na te denken over hoe we online en blended leren effectief kunnen gebruiken. Natalie Provost, pedagogisch ICT coördinator scholengroep Inigo, vertelt hoe je tot een duurzaam ICT-beleid komt in het lager onderwijs. Stephanie Vervaet, lector en onderzoeker Vives, toont hoe je STEM in de kleuterklas met succes kunt aanpakken. ICT coördinatoren Inge Decleyn en Wouter Willems, geven concrete tips voor een functioneel ICT-beleidsplan. Steven Ronsijn, pedagogisch directeur scholengroep SKOG, licht kritische succesfactoren toe om tot pedagogische meerwaarde te komen tijdens je technologische transformatie. Lander Van der Biest, expert in gamekunde, vertelt hoe je verantwoord kunt gamen in onderwijs. David Minne van Fourcast for Education laat ons kennismaken met Smart Symbols om in de kleuterklas doordacht te innoveren. Pascal Penta, leraar in De Oester, zet ons op weg naar een mediawijze leerlijn.

Jongeren graag zien en veerkrachtig maken

Hanne Rosius, pedagogisch onderwijswetenschapper PXL en leraar van het jaar 2022, geeft een persoonlijke reflectie over graag zien als hefboom voor alle leerlingen. Schoolmaker Stijn Rooms toont hoe jongeren veerkrachtig kunnen worden dankzij zelfinzicht.

Marketing en authentieke communicatie

Joeri De Blauwe, algemeen directeur Óscar Romeroscholen, vertelt hoe zij als scholengroep inzetten op authentieke communicatie met échte verhalen van leerlingen en leraren. Zo is de school een sterk merk naar leerlingen en ouders én ook naar toekomstige leraren.

Workshops

Dit jaar zijn er ook terug heel wat workshops over technologie en transformatie. Verschillende workshops zijn al volzet zoals deze over Leren durven coachen (Johan De Wilde en Tom Vandenberghe – docenten Odissee), De cirkel van hoop (Elke Gybels - UCLL), Hoe komen tot een duidelijke, efficiënte en transparante rolverdeling (An Godart - EduNext), Bouwen aan krachtige teams (Lisa Verhelst), Inspirerend en motiverend transformationeel leiderschap (Goele Luyts - EduNext) en Teken je les (Axelle Vanquaillie). Je kunt je hiervoor nog wel aanmelden voor de wachtlijst. Voor een aantal workshops zijn er wel nog plaatsen beschikbaar. Meer details in het workshopprogramma.

Pop-up toekomstklassen

Wij zijn blij om terug twee innovatieve scholen met hun leerlingen en leraren naar Sett Gent te kunnen brengen. Gedurende twee dagen kun je er de super innovatieve kleuterwerking van GO! De Springplank Brugge voelen en proeven.

Klik op deze link om de video te bekijken

Daarnaast kun je ook meemaken hoe het Sint-Lievenscollege in Gent het officiële curriculum verrijkt met nieuwe vakken als design thinking, artificiële intelligentie, digiwiskunde, virtual reality en digital storytelling. En zo een levensechte duurzame invulling geeft aan de nieuwe eindtermen van het secundair onderwijs. Ook kun je hun Minecraft Learning Lab bewonderen.

Hoe kiezen?

Het is onmogelijk om zelf alle sessies waar je interesse in hebt, bij te wonen. Maar samen met je collega’s lukt dit vast wel! Bij deze een warme oproep om je (als team) in te schrijven. Naast de lezingen en workshops loont het ook de moeite om de beursruimte te bezoeken en te netwerken. Er zijn heel wat interessante stands over technologie en transformatie.

We nodigen je ook graag uit voor een vrijblijvend gesprek op de EduNext stand! Dit is de meest oranje stand 😉

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

De provocatie- en terugdenkmethode, een techniek om hardnekkige patronen in je school te doorbreken

Creatief denken in het onderwijs stopt vaak waar de 'zo doen we het hier nu eenmaal'-logica begint. De provocatiemethode dwingt je om heilige huisjes opzettelijk omver te werpen. Door absurde vragen te stellen en van daaruit terug te denken naar de realiteit, ontstaan er oplossingen die je met lineair denken nooit had gevonden. Een praktische oefening in mentale lenigheid voor teams die vastzitten in traditionele patronen en nood hebben aan een radicale doorbraak.

Vastgeroeste patronen in je school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede patronen gaat. Negatieve patronen daarentegen kunnen het veranderingsproces in je school danig afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het probleem met dergelijke provocatieve ideeën is dat ze vaak niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door vanuit de provocatie terug te denken (nieuw werkwoord!) kunnen we wel tot haalbare ideeën komen. Deze techniek pasten we intussen met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen toe en jij kunt hem ook gebruiken in je school.

Beweging creëren door te provoceren

Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.

Saaie lEeromgeving

Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch wel een beetje te ver en is er trouwens weinig kans dat het schoolbestuur dit goedkeurt. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom uit op ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes:

De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet altijd aan denkt. Om het helemaal duidelijk te maken, passen we het toe op twee andere uitdagingen.

Toezicht houden

Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:

Leraren krijgen megaveel mails en Smartschool berichten

In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je nog invallen of een annex toevoegen die je vergeten was.  

Hoe provoceren en hoe terugdenken?

Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in à la Disney i.p.v. de volledige school).

Voor veel uitdagingen toepasbaar

Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.

Wil je er zelf ook mee aan de slag?

Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Wil je creatief denken als gangmaker van innovatie structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem daarvoor contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe je het olievlekprincipe bij veranderingsprocessen kan omdenken zodat het wel kan werken

Het idee dat een kleine groep enthousiastelingen vanzelf de rest van de school zal besmetten, blijkt in de praktijk vaak een illusie. Het olievlekprincipe vraagt om een strategische benadering in plaats van hoop. Hoe voorkom je dat de kloof tussen 'pioniers' en 'achterblijvers' onoverbrugbaar wordt? Dit artikel biedt een frisse blik op hoe je enthousiasme kanaliseert naar structurele verandering die de hele organisatie in beweging zet.

Heel wat scholen hebben de voorbije jaren mooie innovaties opgestart zoals STEAM-, teamteaching- of digitaliseringsprojecten. Daarbij nemen enkele leraren het initiatief om samen iets uit te werken, krijgen ze steun van hun directie en starten ermee. Het enthousiasme, de motivatie en de competenties van deze leraren zorgen er vaak voor dat hun proeftuin een succes wordt. Ondertussen mogen hun collega’s blijven lesgeven zoals vroeger. Directies hopen dat de goede praktijk zich daarna via het olievlekprincipe doorheen de school zal verspreiden. Vaak is dat niet het geval. Het groepje leraren dat de innovatie omarmt, ontwikkelt de proeftuin door, past aan en leert bij waardoor de kloof met de andere leraren geleidelijk aan vergroot. Er ontstaat eilandvorming. Een van de redenen dat onvoldoende andere leraren de overstap maken naar het nieuwe pedagogische concept, is dat ze niet de kans kregen om de proeftuin en de pedagogische principes erachter mee te mogen bedenken. Of er op zijn minst voldoende in betrokken te zijn geweest. Als directies die leraren dan gaan stimuleren om ook zo te gaan lesgeven, gaan deze leraren zogezegd in weerstand. Je zou voor minder.

Betrek iedereen bij het veranderingstraject

Het is fantastisch als enkele leraren samen een proeftuin willen beginnen. Dat mag je als directie niet tegenhouden want dat is net wat je op termijn in de hele school wil. De uitdaging bestaat erin om alle leraren van in het begin zoveel mogelijk te betrekken. Natuurlijk kan dat niet bij elke leraar met dezelfde intensiteit. Daarom kun je met een kernteam werken dat een goede vertegenwoordiging is van het hele schoolteam. Daarin mogen zeker ook enkele minder innoverende leraren zitten.

Als Stefan en Maaike in het kernteam zitten, dan heb ik er vertrouwen in

Je kunt dit kernteam zien als de verkenners die onderzoeken hoe de toekomstige school eruit zou kunnen zien en dit daarna voorleggen aan het hele schoolteam. Het schoolteam geeft daarop dan feedback, vult aan en verrijkt. Daarmee kan het kernteam weer verder. Daarin zullen waarschijnlijk elementen zitten uit de eerder opgestarte proeftuin maar ook andere. Je komt zo samen tot een nieuw pedagogisch concept met leidende principes voor de hele school. Het is daarbij noodzakelijk dat het kernteam regelmatig terugkeert en zorgt dat het schoolteam met een goede snelheid verder vaart. Niet te snel, niet te traag.

Het kernteam zorgt het best voor heel wat kansen om in overleg te gaan. Leraren hebben immers nood aan veel gesprekken om zich eigenaar te voelen van de verandering en om zich achter een nieuw pedagogisch concept te kunnen scharen. Het verhaal een keer aanhoren op een personeelsvergadering is onvoldoende om betrokkenheid te genereren.  

Voorzie genoeg tijd

Om regelmatig in overleg te kunnen gaan tijdens een veranderingstraject komen we uit bij de onderwijstijd van onze leraren. Die is in het Vlaamse onderwijs structureel niet voorzien. Heel wat beleidsteams zijn momenteel aan het nadenken hoe ze teamtijd kunnen creëren. Tijd om te overleggen, tijd om te ontwerpen, tijd om te evalueren, tijd om bij te sturen. Die tijd is nodig zowel voor het kernteam als voor het hele schoolteam.  Voor het kernteam moet je het structureel inroosteren. Wekelijks of om de twee weken een paar uur zorgt voor focus en diepgang. Daarnaast heb je tijd nodig voor het hele schoolteam.

Ik heb het gehad met vergaderingen tussen de soep en de patatten

Je kunt al starten om zoveel mogelijk tijd van pedagogische studiedagen en personeelsvergaderingen voor het veranderingstraject te voorzien maar ook dat zal nog niet voldoende zijn. Denk ook aan mogelijkheden zoals het inzetten van externen (ouders, vzw’s, cultuurhuizen, ondernemers, vrijwilligers, oud-leraren …). Die kunnen op regelmatige tijdstippen een zinvolle pedagogische activiteit voor de leerlingen begeleiden terwijl de leraren op dat moment overleggen. Meer en meer scholen zetten daarvoor ook afstandsonderwijs in. Leerlingen werken – al dan niet op school – zelfstandig aan een opdracht. De leraren begeleiden hen bij de opstart en gaan daarna in teamoverleg. Er zijn ook scholen die om de 6 weken een volledige dag voorzien of dat om de twee weken tussen 15.30 en 17.00 doen. Zolang het decretaal niet geregeld is, hangt het van de creativiteit van de scholen.

Begeleid leraren bij het rouwproces

Je kunt een veranderingstraject met een aanzienlijke pedagogische ambitie zien als een rouwcurve waar leraren doorheen gaan. Je moet leraren en andere medewerkers dan ook de kans geven om doorheen het proces van shock, ontkenning, frustratie, woede, depressie, onderzoek, acceptatie, en integratie te gaan.

De ene leraar gaat snel door de verschillende stadia, andere leraren hebben daar meer tijd voor nodig.

Doordat leraren regelmatig in overleg mogen gaan over de vernieuwing en het kernteam daar tussentijds veel over communiceert, krijgen de mentale modellen van leraren de kans om op te schuiven. Daarnaast zijn veel persoonlijke gesprekken ook belangrijk. Daarbij kun je vragen aan leraren wat ze nodig hebben om de volgende stap te kunnen zetten. Bijvoorbeeld doordat andere leraren eerst springen waardoor zij een jaar langer kunnen wachten. Of door met hen op bezoek te gaan naar een school waar ze het al toepassen. Zo creëer je langzaam maar zeker meer draagvlak.

Ik ben niet zeker of ik het al kan of ooit ga kunnen

Zorg voor een duidelijk proces

Bij een ambitieus veranderingstraject heb je drie fases:

-        Voorbereidingsfase (urgenties in kaart brengen, strategie uitwerken, kernteam samenstellen, afspraken rond communicatie maken)

-        Implementatie fase (huidige situatie in kaart brengen, toekomstige school vormgeven, leidende pedagogische principes bepalen, pilootproject definiëren)

-        Verduurzamingsfase (pilootproject bijsturen en opschalen, inzetten op vaardigheden lerarenteam, werken aan een ondersteunende schoolcultuur, een gedragen meerjarenplan maken)

Het loopt fout als je een van deze drie fases overslaat of maar gedeeltelijk toepast. Door voldoende aandacht te hebben voor elk fase, krijg je een duurzame verandering. Dat lijkt misschien langer te duren maar de haas komt meestal later aan dan de schildpad.

Meer info?

In het boek ‘De ultieme gids voor transformatie van je school’ kun je de verschillende fases van een veranderingstraject in detail lezen. Misschien wel een leuk kerstgeschenk voor je innovatieve collega? Je kunt het hier bestellen.

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Wat in het kantoor van elke directeur zou moeten hangen: het vierledig transformatierad: een denk- en gespreksmodel voor transformatie van je school

Complexe veranderingstrajecten behoeven een helder visueel anker. Het vierledig transformatierad biedt directies en teams een krachtig denkmodel om de verschillende dimensies van schoolvernieuwing in kaart te brengen. Door cultuur, structuur, context en visie constant in relatie tot elkaar te zien, voorkom je versnippering. Een essentieel werkinstrument om de dialoog in het team te voeden en de koers vast te houden te midden van de dagelijkse hectiek.

Samen met een groeiend aantal onderwijsprofessionals zijn wij ervan overtuigd dat de uitdagingen voor ons onderwijs zodanig zijn dat een transformatie nodig is. We kiezen doelbewust voor dat toch wel beladen woord.  We hebben daar intern en met ons netwerk veel gesprekken over gevoerd. Is dat woord niet te zwaar? Spreken we niet beter over innovatie? Want als je in veel scholen het woord transformatie uitspreekt, is het ‘kot’ te klein.

Durf jij het woord ‘transformatie’ in de leraarskamer laten vallen?

We hebben beslist om toch vast te houden aan dit woord omdat we de dingen graag bij naam noemen. Volgens Van Dale betekent transformatie immers gedaanteverwisseling. Zoals in de natuur een vlinder niet meer te herkennen is van een rups. De nieuwe school zal bij een diepe transformatie op termijn drastisch verschillen van de vroegere school. En het is die metamorfose - weliswaar over een periode van meerdere jaren - die we nodig hebben voor onze huidige en toekomstige uitdagingen.

Wat als er een model zou bestaan om over transformatie te denken en te spreken?

Jaren terug besloten we om ons als vzw EduNext in transformatie te specialiseren. Om hierover in gesprek te kunnen gaan met onderwijsprofessionals die we inspireren en begeleiden, hadden we een kader nodig. Dat hebben we stelselmatig opgebouwd. Gebaseerd op het curriculair spinnenweb van Jan van den Akker, ontwikkelden we in 2017 het pedagogisch-didactisch transformatierad. De essentie hiervan is dat het model mogelijkheden biedt dat leerlingen eigenaarschap over hun leren nemen op acht elementen. Het transformatierad hebben we tijdens begeleidingen, pedagogische-studiedagen, navormingen en directiecongressen uitvoerig gebruikt om directies, leraren en coördinatoren te laten nadenken over hun huidig onderwijsconcept en hen uit te dagen om er een ambitieus alternatief voor te bedenken. We beseften toen al dat het pedagogische transformatierad alleen niet voldoende was. Het is niet omdat je een nieuw pedagogisch concept kunt bedenken dat je er ook voldoende draagvlak voor kunt realiseren. We hadden het geluk om vanaf 2020 een tweejarig Vlaio praktijkonderzoek te mogen doen waarbij we ons gefocust hebben op één aspect: hoe zorgen we ervoor dat een nieuw pedagogisch concept duurzaam is en persoonsonafhankelijk wordt?

Welk kader gebruik jij om over verandering in je school te praten?

Tijdens onze interviews met Vlaamse innovatieve directies uit basis- en secundair onderwijs bleek dat net de achilleshiel te zijn bij hun veranderingstrajecten. De transformatie viel op een bepaald moment stil om verschillende redenen: leraren beschikten over onvoldoende vaardigheden, de schoolcultuur was te weinig ondersteunend of er was een gebrek aan een aantal noodzakelijke processen.  Met deze input en onze eigen praktijkervaring, vatten we een uitgebreide literatuurstudie aan en kwamen we tot een aantal bepalende factoren.

De kracht van visual harvesting

De grote uitdaging is om een ingewikkelde materie op een eenvoudige manier voor te stellen zonder dat de complexiteit verloren gaat. Net als in 2017 bij het pedagogisch-didactisch transformatierad gingen we te rade bij Axelle Vanquaillie die als visual harvester steeds nadenkt hoe je een boodschap visueel, aantrekkelijk en duidelijk weergeeft.  Na heel wat ontwikkeling kwamen we uit bij het vierledig transformatierad:

Vierledig transformatierad EduNext

Daarbij bouwden we verder op het pedagogisch didactisch transformatierad en voegden er drie cirkels aan toe. Zo ontstonden:

-        11 vaardigheden die het lerarenteam nodig heeft om het nieuwe pedagogische concept in de praktijk te brengen.

-        8 cultuurelementen die er samen voor zorgen dat het nieuwe pedagogische concept zich in het DNA van de school kan zetten.

-        8 proceselementen bestaande uit voorwaarden en acties op weg naar een duurzaam transformatieproces.

Het vierledig rad vormt zo een eenvoudig model om over transformatie te praten en in acties om te zetten. We zijn ons bewust van de gevaren om moeilijke uitdagingen zoals een transformatieproces simpel voor te stellen. Anderzijds merken we dat het voor een behapbaar overzicht zorgt en onderwijsprofessionals structuur geeft.

Systemisch denken

Het vierledig transformatierad laat ook toe om linken te leggen tussen de verschillende elementen onderling en tussen de elementen over de verschillende cirkels heen. Zo kun je een link leggen tussen creatief denken en het innovatieklimaat maar evengoed is er een relatie tussen metingen en kwaliteitsontwikkeling. Je kunt van binnen naar buiten linken leggen en omgekeerd. Zo kun je bijvoorbeeld bij de leervorm vanuit teamteaching starten (pedagogisch-didactisch). Daarvoor zul je een team nodig hebben dat goed kan samenwerken, durft te reflecteren en elkaar feedback geven (vaardigheden). Het team zal op een inclusieve manier besluiten moeten kunnen nemen (cultuur) en de rollen binnen het team goed moeten verdelen (proces). Van buiten naar binnen kun je bijvoorbeeld starten bij de creatie van een schoolbrede toolbox als dynamisch co-creatief platform met inspiratie, werkvormen, checklists, goede praktijken en geleerde lessen. Deze kan een cultuur van professionalisering voeden en een boost geven aan vaardigheden als didactisch handelen en netwerken. Dit zal uiteindelijk het leerproces van leerlingen (pedagogisch-didactisch) ten goede komen.

Welke systemische linken kun jij leggen voor je school?

Dit model kun je gebruiken om in plaats van het lineaire oorzaak-gevolg denken over te gaan naar het leggen van versterkende relaties. De invulling van opleidingen en pedagogische studiedagen kan zo veel zinvoller verlopen. Door zo over onderwijs na te denken, breng je beweging brengen in de hoofden van leraren en zorg je dat het transformatierad begint te draaien.

Begin niet aan alles tegelijk

Het vierledig transformatierad maakt ook meteen duidelijk dat een duurzame transformatie een werk van lange adem is en meerdere jaren in beslag neemt. Je zult dus keuzes moeten maken en prioriteiten stellen. Je kunt immers niet aan 35 elementen tegelijk werken. Om scholen daarbij te ondersteunen, hebben we voor elk van de elementen uit het vierledig transformatierad een rubric ontwikkeld. Daarbij hebben we in de verticale as een aantal voor het desbetreffende element belangrijke criteria gedefinieerd. In de horizontale as staan vier niveaus waarvoor we telkens indicatoren hebben bepaald. Hieronder een voorbeeld van de rubric innovatieklimaat:

EduNext rubric Innovatieklimaat

Door te verdiepen op een element, kom je te weten bij welke criteria je al goed scoort en kun je beter definiëren wat je specifieke uitdagingen zijn. De scores zijn louter informatief, het zijn de kwalitatieve gesprekken die je er samen over voert die je inzicht geven in je sterktes en je groeikansen.

Neem een foto van je school

Het zou natuurlijk een hels karwei zijn om elk van die elementen via rubrics in detail te bespreken. Daarom hebben we een scan ontwikkeld die je samen met je beleids- en/of schoolteam kunt invullen. Hierbij schaal je je school op basis van een definitie in op elk van de 35 elementen. Je motiveert telkens in enkele woorden of met een voorbeeld waarom je die score geeft. Als je de scores samenvoegt zie je op welke elementen dat je al goed bezig bent en waar je nog kunt in verbeteren. Of je ontdekt discrepanties tussen de scores van verschillende teamleden. Via dieptegesprekken kun je met behulp van de rubrics ontdekken wat je uitdaging juist is.

WIL JE met het vierledig transformatierad aan de slag gaan?

-        Lees het boek De Ultieme gids voor transformatie van je school

-        Organiseer een workshop systeemdenken of een workshop hoe bedenk je een nieuw onderwijsconcept?

-

-        Bestel een transformatiescan

-        Ga voor een meerjarig begeleidingstraject of een deeltraject

Je kunt ook An bellen of mailen => anboone@edunext.be - 0472/344976. Als je een poster van het vierledig transformatierad op A1 formaat zou willen, dan kijken we of we dat kunnen organiseren.

Meer lezen
Overzichten & Gidsen Dirk De Boe Overzichten & Gidsen Dirk De Boe

Tien factoren voor succesvolle schoolfusies

Een fusie tussen scholen is veel meer dan een administratieve operatie; het is een botsing van culturen en identiteiten. Waarom lukt het bij de ene groep wel om een nieuwe eenheid te smeden en blijft het bij de andere bij een verplicht nummer? Dit artikel fileert de tien kritieke succesfactoren, van gedeeld leiderschap tot het durven loslaten van het eigen gelijk. Een onmisbaar overzicht voor besturen die streven naar een synergie die verder gaat dan de cijfers.

Regelmatig ontstaan er fusies tussen scholen. Daar zijn meerdere redenen voor. Een van de twee scholen ontbreekt schaalgrootte zoals bijvoorbeeld een kleine leefschool in basisonderwijs waardoor de vaste kosten te groot worden, de werkdruk extreem wordt of waardoor ze de onderwijskwaliteit niet meer kunnen leveren bij afwezigheid van een leraar. Een andere reden kan te maken hebben met het aanbod. Twee secundaire scholen kunnen het plan hebben om samen alle richtingen aan te bieden en zo leerlingen en ouders te overtuigen dat leerlingen gedurende hun middelbaar onderwijs op dezelfde school kunnen blijven. Het kan ook om een gedeeltelijke fusie gaan waarbij een netwerk van autonome scholen gemeenschappelijke administratieve, financiële, logistieke en andere algemene diensten voor ogen hebben. Meestal wordt de beslissing tot fusie op hoger niveau genomen en is het aan de desbetreffende directeurs om te zorgen dat het een succes wordt. En dat is het jammer genoeg niet altijd. Maar je kunt de kans wel maximaliseren door een aantal valkuilen te vermijden. Wij formuleren ze hieronder als succesfactoren.

Sterke strategische fit

Het is belangrijk dat de scholen die fuseren een gelijkaardige visie op onderwijs hebben en dezelfde verwachting op vlak van kwaliteit. Doordat leraren bijvoorbeeld andere competenties hebben of de school zich voorheen richtte tot een ander leerlingenpubliek kunnen er bij de leiding van in het begin al significante verschillen zijn over hoe volgens hen onderwijs vormgegeven moet worden. Het is noodzakelijk om hier op voldoende hoog conceptueel niveau tot overeenstemming te komen en samen een aantal leidende principes af te spreken die bij het verder verloop van de fusie zullen toegepast worden.

SCHENK Voldoende aandacht AAN de schoolculturen

De kans bestaat dat je het belang van de schoolcultuur onderschat. Meestal is er bij een fusie een botsing van culturen. Mensen willen graag ergens bij horen en dat kan - ten gevolge van een fusie waar leraren meestal niet zelf voor gekozen hebben - in het gedrang komen. Het komt immers zelden voor dat twee scholen die fuseren dezelfde schoolcultuur hebben. Sowieso hebben ze een andere geschiedenis en verleden. Daarnaast kan het pedagogisch project gevoelig verschillen, kan er een andere stijl van leiderschap zijn of hebben leraren een andere achtergrond (v.b. ASO, TSO, BSO). Komen tot een nieuwe schoolcultuur is een werk van lange adem en betekent dat je daar veel tijd in investeert. De voornaamste uitdaging daarbij is misschien wel komen tot één verbonden team. En ook voldoende elementen uit de vroegere schoolcultuur te behouden.

VOORZIE Genoeg tijd om in gesprek te gaan

Bij een fusie gaat elke leraar en medewerker door een rouwproces. Ze moeten onderweg het oude en vertrouwde voor een deel achterlaten en het nieuwe komt ervoor in de plaats. Sommige collega’s gaan daar sneller door, anderen hebben meer tijd nodig. Daar zijn twee aspecten aan: de hoeveelheid tijd en hoe intens die tijd besteed of beleefd wordt. Tijd is voor elke school nu al een uitdaging. Die wordt nog groter als scholen gaan fuseren. Elk jaar samen een gemeenschappelijke studiedag organiseren of een dag met elkaar op de heide zijn eerste stappen maar niet voldoende. Er zijn gedurende het schooljaar structureel veel meer overlegmomenten nodig. Niet alleen met een gemeenschappelijke kernteam of met werkgroepen over de vroegere scholen heen maar ook met elke collega. Vooraf structureel overlegtijd creëren is dan ook cruciaal.  

Kom tot heldere gemeenschappelijke doelen

Mensen gaan zich niet inzetten voor een fusie als ze er het belang niet van inzien. En zeker niet als ze zelf niet hebben mogen nadenken over die gezamenlijke ambitie. Het is belangrijk om deze vrij snel in het traject te formuleren en samen de gewenste resultaten zichtbaar te maken. Het mag daarbij niet alleen over een gemeenschappelijke visietekst gaan. Deze moet zich ook concreet vertalen in de gedragswijziging die je op lange termijn voor ogen hebt. Het is daarbij belangrijk om je telkens de vraag te stellen op welke manier je leerlingen hierdoor beter gaan leren en hoe dit leraren helpt om een optimale onderwijskwaliteit te verzorgen. En in welke mate beleidsmedewerkers, coördinatoren, ouders en ander medewerkers beter worden van de samenwerking. 

Doe samen dingen EN MAAK HET CONCREET

Het gebeurt dat scholen tijdens een fusie te lang blijven hangen in de theorie. Er vindt bijvoorbeeld een veel te lange visie-oefening plaats waarbij je het allemaal op voorhand in detail probeert te bedenken om het daarna via een actieplan in de praktijk te brengen. Op het moment dat je tot de actie overgaat, is de dynamiek al verdwenen. Het vooraf blijven bijslijpen van visieteksten, weinig mensen kijken ernaar uit. Je gaat het best relatief snel over tot de kern van de zaak: het gemeenschappelijk pedagogisch project. Dat maakt de visie concreet. Daarbij is het belangrijk om te experimenteren, ervan te leren en bij te sturen. Regelmatig een quick win creëert  de perceptie dat er iets gebeurt. Zonder te vervallen in kortetermijndenken.

Kijk verder dan standpunten en belangen

Een fusie is niet zelden een onderhandelingsproces is waarbij de twee scholen zoveel mogelijk proberen binnen te halen en op die manier zelf zo weinig mogelijk moeten veranderen aan hun eigen werkwijzen, processen en cultuur. Dit resulteert niet altijd in de beste oplossing. Het kan eindigen in een compromis waarbij niemand zich gelukkig voelt. Het is verstandig om achter meningen en belangen de achterliggende noden en behoeften in kaart te brengen en deze met elkaar te verbinden. De basisbehoeften van leraren uit verschillende scholen liggen meestal dichter bij elkaar dan hun meningen of belangen. Zo vermijd je zinloze en eindeloze discussies.  

Hanteer een integrale benadering

Scholen hebben de neiging om fragmentarisch te werken, ook bij een fusie. Het gemeenschappelijk traject wordt hierbij opgesplitst in behapbare delen. Dat is op zich niet verkeerd maar ze kunnen wel elk een eigen leven gaan leiden waardoor de verbinding zoek raakt. Het is belangrijk om het hele proces goed op te volgen en regelmatig connecties te maken tussen de verschillende onderdelen en hun acties. Dat kan bijvoorbeeld via een sterke verbindende projectleider die ook over stevige procescoaching vaardigheden beschikt en die kan zorgen dat er blijvend aandacht is voor inhoudelijke, procesmatige, organisatorische en relationele aspecten. De uitdaging daarbij is de neutraliteit te bewaren, zeker als de projectleider tot een van de vroegere scholen behoort.

Werk via een participatief proces

Iedereen weet dat een top-down fusie niet werkt en toch gebeurt het nog regelmatig dat fusies ‘uitgerold’ worden. Mensen mogen dan pas beginnen mee nadenken als er volgens hen al te veel dingen beslist zijn en er nog te weinig bewegingsruimte overblijft. Van in het begin resoluut kiezen voor betrokkenheid en inspraak waarbij iedereen van bestuurder tot leraar, leerling en ouder volwaardig mee kunnen denken en doen, zorgt voor een brede gedragenheid en verhoogt de slaagkans van de fusie.

Kijk MEER vooruit DAN ACHTERUIT

Het gebeurt bij fusies dat mensen blijven graven in het verleden en achterwaarts blijven denken. Het is inderdaad belangrijk om te weten welke trauma's er van vroeger zijn. Je kunt niet om de grootste ankers heen. Die moet je inderdaad lichten eer je verder kunt. Maar ga daar ook niet te ver in. Focus je op ankers die blokkerend te zijn en probeer niet te blijven hangen in de historiek en in dingen waar je niets meer kunt aan veranderen. Een manier is om telkens de aandacht te richten naar de gewenste toekomst en te zorgen dat collega’s in hun cirkel van impact blijven. Zo help je hen om te focussen op die dingen waar ze vat op hebt. Dit kan ook door te waarderen wat er op de scholen nu goed werkt.

Communiceer CREATIEF

Veel veranderingen lopen fout in slechte communicatie. Dat kan reeds het geval zijn voordat de fusie een feit is. Iemand praat zijn mond voorbij en zorgt zo al voor een slechte start. Mensen hebben het ‘ergens’ moeten horen of lezen, niet via hun eigen directie of coördinator. Maar ook tijdens het fusieproces is een continue communicatie van groot belang. Vaak zegt men dat je ook moet communiceren als er geen nieuws. Misschien is een veelheid aan communicatiekanalen nog belangrijker. Mensen hebben visuele en auditieve herhaling nodig om doordrongen te raken van een boodschap of informatie. En neem er ook maar de andere zintuigen bij. Zoals manieren om de verandering te laten doorvoelen of samen een lekker hapje eten.  

Drawify illustratie

Meer info?

Zoals je hebt gemerkt, zijn deze tien succesfactoren niet alleen belangrijk bij een fusie maar ook bij elke aparte schooltranformatie. EduNext heeft zich daar de voorbije jaren in gespecialiseerd. Lees hier meer over onze begeleidingen. We gaan er met jou graag vrijblijvend over in gesprek.

Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

‘De Studie’ als voorbereiding op levenslang leren

Is de traditionele 'studie' nog wel van deze tijd, of kan het een laboratorium worden voor zelfsturend leren? 'De Studie' in Oostende bewijst dat dit moment een unieke kans biedt om leerlingen te coachen in autonomie en discipline. Door de focus te verschuiven van toezicht houden naar leerbegeleiding, wordt de studie een plek waar jongeren de fundamenten leggen voor een leven lang leren. Een inspirerend model dat de status quo uitdaagt.

In opiniestukken maken mensen uit het onderwijs en daarbuiten zich terecht zorgen over de vraag of scholen voldoende leraren zullen blijven hebben. Als er geen leraar beschikbaar is, dan gebeurt het dat leerlingen naar ‘De Studie’ worden verwezen. In een groot lokaal brengen ze dan de tijd door onder begeleiding van een leraar. Het uitgangspunt in de columns is dat de studie iets negatief is, een vermaledijde plek waar niet geleerd wordt, waar leerlingen zich vervelen en waar ze hun motivatie verliezen. In heel wat scholen is dat ook zo. Maar dit hoeft niet zo te zijn of te blijven.

Studere

Het woord studie is op zich een positief woord. Volgens de definitie is het tijd die besteed wordt om zich kennis of vaardigheden eigen te maken. Het is tijd voor het verkennen van een bepaald onderwerp of probleem en een poging om er alles van aan de weet te komen. Het Latijnse studere betekent: zich inspannen, streven naar, zich een weg banen naar.

Studie kan dus tijd zijn om zelf alleen of samen dingen te leren, tijd om zich te verdiepen, tijd om te reflecteren, tijd om te herhalen, tijd om tot rust te komen. Het kan de voorbode zijn van levenslang leren. Een oefentijd waarin leerlingen leren om zelfstandig kennis, vaardigheden en attitudes te verwerven. Zodanig dat ze dat later zelf kunnen, te beginnen in het hoger onderwijs waarbij ze thuis of op kot veel in hun eigen Studie zullen zitten en waarbij ze hun eigen leren kunnen organiseren. Maar ook later in de samenleving en in het werkveld zullen ze de behoefte hebben om voortdurend kennis en vaardigheden te kunnen opdoen.

Zorg dat leerlingen hun leerdoelen kennen

Er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden verbonden aan een goed functionerende ‘Studie’. Cruciaal is dat leerlingen hun leerdoelen voor de komende periode kennen en dat ze ook weten welke doelen ze volgende week willen bereiken. Als een van hun leraren niet aanwezig is, dan kunnen ze op dat moment kiezen om al dan niet aan het geplande doel verder te werken of beslissen om aan een ander objectief aan te vatten. Liefst is er een andere leraar aanwezig die hen daarbij kan coachen. Dat vergt flexibiliteit in het rooster waarbij de leerdoelen ontkoppeld worden van specifieke lesuren. Leerlingen kunnen leren om zelf te beslissen wanneer ze bepaalde doelen bereiken. Het betekent wel dat ze gemotiveerd zijn om hun leerdoelen te bereiken. Ook dat vraagt veel voorafgaande aandacht en oefening.

 Meer dan één leervorm

 Een goede studie laat meerdere leervormen toe:

-      Instructie: dit lijkt in ‘De Studie’ onmogelijk omdat de persoon die de les normaal zou geven niet aanwezig is. Een oplossing is om te voorzien in een leerplatform waarin leraren vooraf opgenomen korte instructievideo’s plaatsen. Leerlingen kunnen die dan op eigen tempo en zoveel keer als nodig bekijken. Maar ook toegang tot ander analoog en digitaal bronmateriaal kan een optie zijn.

-      Begeleid zelfstandig leren: hiervoor is ‘De Studie’ uitermate geschikt. Leerlingen kunnen er in stilte aan bepaalde leerdoelen werken. Maar ze kunnen dit natuurlijk niet vanzelf. Dit moet stap per stap aangeleerd worden zoals afleiding en stoorzenders leren uitschakelen, activiteiten en hun volgorde leren plannen, taken uitvoeren en het effect ervan controleren. Maar ook het leren reguleren van emoties, motivatie en alertheid. Het vermogen om na te denken voor je iets doet, informatie vast te houden in je geheugen, je aandacht erbij te houden en op tijd aan taken te beginnen en bij te sturen. Executieve functies en zelfregulerend leren zijn voor leerlingen (en volwassenen!) dan ook levensbelangrijke vaardigheden. Elke school zou die verplicht moeten aanleren aan al zijn leerlingen. Het zijn bouwstenen om eigenaarschap en zelfsturing mogelijk te maken.

-      Coöperatief leren: de tijd die leerlingen in de studie’ doorbrengen, kan ook aangewend worden om samen met andere leerlingen aan eerder gedefinieerde projecten of uitdagingen te werken.

-      Zelfontdekkend leren: in de studie kunnen leerlingen ook zelfstandig nieuwe thema’s te verkennen, bijvoorbeeld gekoppeld aan een praktijkonderzoek of een proef.

Dat betekent dat een goede studieruimte het best uit meerdere zones bestaat: een stilteruimte, een plek waar leerlingen met elkaar in overleg kunnen gaan, een plaats met exploratiemateriaal …

Andere organisatie NODIG

In een traditioneel onderwijsconcept kun je via enkele ingrepen wellicht enkele verbeteringen aanbrengen aan de manier waarop je momenteel de studie organiseert. Voor ingrijpende impact op motivatie en efficiëntie, heb je wellicht een andere organisatievorm nodig. Daarbij zijn bijvoorbeeld meerdere leraren verantwoordelijk voor een groep leerlingen en wordt ‘De Studie’ geïntegreerd in het onderwijsconcept en in de lestabel. Naast voldoende instructietijd wordt er ook tijd voorzien voor andere leervormen zoals begeleid zelfstandig leren en sociaal leren. In het begin zullen leerlingen daarin meer ondersteuning nodig hebben (en bepaalde leerlingen heel lang of misschien altijd). Na een tijd zullen ze leren om zoveel mogelijk hun plan te trekken als een van hun leraren er niet is. De organisatievorm zorgt ervoor dat ook collega’s onverwachte afwezigheden beter kunnen opvangen. Het maakt ook dat ‘De Studie’ niet meer aanzien wordt als uitzonderlijk of negatief maar deel uitmaakt van het onderwijsconcept van de school.

We kunnen hopen dat we via allerhande maatregelen in de toekomst een massale instroom van leraren zullen krijgen maar wellicht gaat de behoefte aan bijkomende leraren de eerstkomende jaren hoog blijven. Een flexibel onderwijsconcept is dan ook een van de te overwegen opties. Het blijkt trouwens dat scholen die een dergelijk onderwijsconcept hebben ingevoerd, ook gemakkelijker nieuwe leraren aantrekken. Die werken immers graag in een uitdagende en dynamische leeromgeving omringd door gemotiveerde collega’s.

Meer info?

EduNext begeleidt scholen bij de creatie van een nieuw onderwijsconcept. Meer uitleg over onze begeleiding op maat vind je hier.

Hoe je tot een nieuw onderwijsconcept komt, beschrijven we in ons nieuw boek: De Ultieme gids voor onderwijstransformatie van je school. Je kunt het via deze link bestellen:

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Wat iedere onderwijsprofessional eigenlijk zou moeten weten over gedragsverandering – Ben Tiggelaar

Weten dat we moeten veranderen is één ding, het ook daadwerkelijk doen is iets heel anders. Ben Tiggelaar ontleedt de psychologie achter ons vaak weerbarstige gedrag. Waarom vallen we steeds terug in oude gewoontes, ook als we betere alternatieven kennen? Dit artikel vertaalt inzichten uit de gedragswetenschap naar de schoolvloer en biedt concrete handvatten om de kloof tussen ambitieuze plannen en de dagelijkse praktijk eindelijk te dichten.

Volgens Ben Tiggelaar, schrijver en gedragswetenschapper, draait veranderen om gedrag. Het gedrag van anderen dat je probeert te beïnvloeden én het eigen gedrag waarmee je dat doet. En dat is behoorlijk complex. Bij elke lezing vraagt hij aan de deelnemers meteen wat ze nadien gaan doen met zijn verhaal. Het gebeurt immers vaak dat mensen heel enthousiast zijn wanneer ze tijdens een keynote een nieuw inzicht opdoen. Als ze het een tijd nadien voor de tweede keer horen, zijn ze dat al wat minder. Als ze het voor de derde keer beluisteren en ze hebben er intussen nog niets mee gedaan, dan verandert het enthousiasme in frustratie. Over verandering praten en er niets mee doen, leidt tot verandermoeheid. Zo krijg je op een bepaald moment zelfs al buikpijn als iemand erover begint.

Foto genomen tijdens SOK congres

Maak een verliesanalyse

Het is niet dat mensen niet willen veranderen. Ze maken in hun leven immers grote veranderingen mee. Ze trouwen, kopen een huis, nemen kinderen of veranderen van job. Verandering waar je beter van wordt, zijn helemaal niet erg. Het zijn veranderingen waarbij je verliest die aversie oproepen. Als je bijvoorbeeld 100 Euro wint, dan voelt dat aan als 100 Euro. Maar verlies je die 100 Euro wat later weer, dan lijk je 250 Euro kwijt. Veranderen is dus niet het probleem maar verliezen. De moeilijkheid is dat je nu iets verliest om later iets anders te winnen. Als je stopt met roken, ben je nu het plezier om te paffen kwijt om er later gezonder door te worden. Laat je morgen je auto staan, dan wordt de planeet er later beter van. Het is altijd hetzelfde principe. Het komt er op aan om in kaart te brengen wie wat verliest. Ben Tiggelaar reikt ons daarvoor de SCARF methode (Status, Certainty, Autonomy, Relatedness, Fairness) aan. Je kunt door een verandering je status verliezen, in onzekerheid terecht komen, je autonomie kwijtspelen, er niet meer bij horen of de verandering oneerlijk vinden. In de praktijk zullen mensen dat echter niet zo verwoorden. Als mensen voelen dat ze status verliezen, zeggen ze: ‘dit werkt niet’. Zo worden onderwateremoties rationeel verwoord en treden beschermingsmechanismes in werking. Het komt er dus op aan om onder de waterlijn te kijken en vast te stellen wat er precies aan de hand is en wat mensen juist verliezen. En je ook af te vragen of je dat verlies kunt compenseren. Onderschat immers nooit de kracht van de verliezers in een veranderingsproces. Een tactiek is om ook het verlies van het niet-veranderen te bespreken. Stel je voor dat we ons onderwijssysteem voor vijf jaar bevriezen en in status quo gaan, wat zijn we tegen dan kwijt? Op die manier geef je de nadelen meer gewicht.

Praat niet te lang over visie en missie

Foto genomen tijdens SOK congres

Ben Tiggelaar zegt dat heel wat organisaties blijven hangen in de missie of de visie. De ene verandering is nog niet eens geïmplementeerd of daar is een nieuwe al. Er wordt te weinig aandacht gegeven aan gedragsverandering. Hij illustreert dat door enkele deelnemers tijdens zijn lezingen het podium op te roepen en samen enkele rondjes te stappen. Ben Tiggelaar speelt de rol van Herbie (uit The Goal –  Eliyahu Goldrath). Hij is overladen met verschillende tassen. Als hij in het midden loopt, hindert hij de mensen achter hem. Loopt hij vooraan, dan loopt de hele groep trager. Loopt hij achteraan, dan zijn ze hem meteen kwijt. Herbie is altijd de bottleneck en de hele groep klaagt omwille hem. Tot ze zijn tassen verdelen en iedereen samen snelheid maakt. Gedragsveranderings is als Herbie, je moet het aanpakken of het gaat met jou aan de haal.

Gedrag veranderen is leren en oefenen

Er is volgens Ben Tiggelaar een verschil tussen enerzijds iets zien en begrijpen en anderzijds het kunnen. Mensen denken vaak dat als ze het zien en het begrijpen, ze het ook kunnen. Maar dit klopt niet. Het vergt veel oefening om een patroon te vervangen door een nieuw patroon. Het is herhalen en herhalen. Kijk maar naar rijlessen. Je herhaalt het tientallen keren en door de directe feedback kom je steeds dichter bij het gewenste gedrag. Als leraar doe je trouwens elke dag niets anders dan gedragsverandering bij je leerlingen bewerkstelligen. Volgens onderzoek zijn er zelfs 66 dagen nodig om je het nieuwe gedrag eigen te maken. Zo niet val je terug in het oude patroon. Maar de spreiding tussen mensen is enorm. Bij sommigen volstaan tien dagen, anderen hebben er honderd voor nodig.

De ladder

Ben Tiggelaar denkt dat we een ordeningsframewerk nodig hebben. Hij heeft daarvoor een eenvoudige ladder bedacht. Deze bevat het doel, het gedrag en de support.

Foto genomen tijdens SOK congres

Je begint met het doel. Wat wil je graag? Formuleer een helder waarom. Ben Tiggelaar zegt dat je best een beetje leren in je doel kunt stoppen. En heb je meer dan één doel, kies er dan één, anders ga je teveel improviseren of een smoes gebruiken als je een van je doelen niet realiseert. Kies eerder een leerdoel dan een prestatiedoel.

In het midden van de ladder staat het gedrag. Wat doe je dan precies? Hoe ziet dat eruit? Kies gedrag dat je leuk vindt. Dat wint altijd. Intrinsieke motivatie. Als het gedrag in zich niet leuk is om te vertonen, dan gaan mensen dat niet doen. Gedrag is alles wat je kunt voordoen en nadoen. Wat moet er gebeuren om de kans op het gewenste gedrag te vergroten? Kun je het? Heb je getraind? En wil je het? Ben je gemotiveerd? Vooraf motiveren mislukt vaak. Eerst doen. Vanuit kleine stapjes. De motivatie verhogen door het gedrag eerst te tonen.

De onderste sport van de ladder wordt vaak vergeten: de support: wat heb je nodig? Hoe kun je zorgen dat de omgeving het gewenste gedrag makkelijker maakt? Bijvoorbeeld door in de situatie aan te geven wat de bedoeling is. Ben Tiggelaar haalt daarbij ook het aspect tijd aan. Als alles vol zit in de agenda en er komt iets bij, wat moet er dan weg? Als je iets nieuws moet doen, en je hebt geen tijd, dan gebeurt het niet. Simpel.

Twintig seconden moed

Toen de dochter van Ben Tiggelaar naar de kennismakingsavond van haar nieuwe school ging, kende ze er niemand en en blijft ze een tijdje helemaal alleen staan. Tot ze op een onbekend meisje toestapt en daarna een leuke avond heeft. Wat zijn jouw twintig seconden?

Foto genomen tijdens SOK congres

Meer lezen?

Wil je je verder verdiepen in het verhaal van Ben Tiggelaar over gedragsverandering en in het wetenschappelijk onderzoek erachter, dan kun je zijn zijn boek De Ladder https://www.tiggelaar.nl/deladder/ lezen.

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Wachten om aan het noodzakelijke veranderingsproces op je school te beginnen om je leraren niet teveel te belasten, is het eigenlijk nog wel een optie?

Het lijkt humaan om verandering uit te stellen vanwege de hoge werkdruk, maar is stilstaan wel een veilige optie? Het uitblijven van noodzakelijke transformatie leidt vaak tot meer frustratie en een gevoel van irrelevantie op de lange termijn. Een scherpe reflectie op het dilemma van de schoolleider: hoe balanceer je tussen zorg voor je team en de morele plicht om onderwijs te bieden dat aansluit bij de noden van de leerling van vandaag?

Tijdens gesprekken met directies blijkt dat ze zich er enorm bewust van zijn dat een veranderingsproces in hun school hard nodig is. De uitdagingen zijn zodanig dat hun huidig pedagogisch concept deze niet meer aankan. Dan is het logisch om samen met het schoolteam na te denken over een nieuw pedagogisch concept, zou je denken. Net daar wringt het schoentje. Om zo een participatief proces aan te vatten, is er mentale ruimte nodig. Die is er momenteel vaak niet bij het schoolteam. Heel wat leraren zijn overladen en directies willen hen niet meer extra belasten door een veranderingstraject te lanceren. Daar bovenop komt nog eens het nijpend lerarentekort .

Drawify illustratie

Catch-22

Directies willen hun schoolteam graag eens een ‘gewoon’ jaar geven. Maar dat gewoon jaar bestaat al een tijdje niet meer. Scholen starten het nieuwe schooljaar en tegen de herfstvakantie zijn al veel leraren uitgeput. Na een weekje opladen, sprinten ze naar de kerstvakantie. Om dan naar krokus te rennen. Vervolgens spurten ze naar de paasvakantie om dan afgemat de grote vakantie aan te vatten. Het begint op een vicieuze cirkel te lijken. Regelmatig hebben we directies aan de lijn die interesse hebben in een veranderingstraject. Een aantal zet door, anderen besluiten uiteindelijk om een jaar te wachten en om hun team ‘rust’ te geven. ‘Contacteer me volgend jaar eens terug’, luidt de boodschap. Wat blijkt een jaar later? De startsituatie is niet veranderd. De vraag is of deze nog zal veranderen. Wellicht komen er de volgende jaren weer andere uitdagingen bij.

Hoe kom je uit deze ongemakkelijke spreidstand?

We geloven dat wachten geen optie is. Een nieuw pedagogisch concept kan net zorgen voor de rust waar leraren naar snakken. Zich niet meer elke dag opgejaagd voelen, ’s middags eens rustig de tijd hebben om samen te eten, veel minder bezig moeten zijn met klasmanagement of energie krijgen van leerlingen die zelf gemotiveerd aan de slag gaan. De uitdaging bestaat erin om de vicieuze cirkel te doorbreken. Het risico daarbij is dat een traject om tot een nieuw pedagogisch concept te komen, het team in eerste instantie nog meer belast. Er zijn op zijn minst twee sleutels die je op korte termijn en tegelijkertijd kunt activeren om uit deze benarde situatie te geraken:

  • Teamtijd creëren: in het Vlaamse onderwijs is er leertijd voorzien voor onze leerlingen, niet voor onze leraren. Tijd om te overleggen, te ontwerpen en te evalueren is niet structureel ingebouwd. We gaan ervan uit dat leraren dat doen buiten de lestijden. Dit gebeurt niet altijd efficiënt, voldoende diepgaand of samen. Verschillende scholen hebben volgend jaar voor hun schoolteam wekelijks tijd ingeroosterd. In een eerdere blog enkele voorbeelden.

  • Leerlingen meer autonomie durven geven: als leerlingen in staat zijn om gedurende bepaalde momenten van de week zelfstandig te werken, krijgen leraren tijd om andere zaken aan te pakken. Tijdens Covid gebeurde dit vaak, echter niet altijd met het gewenste resultaat. Nadenken over hoe dit beter kan en hoe leerlingen thuis of in de klas een deel van de leertijd onafhankelijk of met beperkt toezicht nuttig bezig kunnen zijn. En dit durven invoeren, ook al is het nog niet perfect.  

    Daarnaast zijn er twee sleutels die eerder voor de langere termijn zijn omdat je deze pas kunt activeren nadat je eerst samen met het team goed hebt nagedacht over je toekomstig pedagogisch concept:  

·        Samen voor de klas: als leraren samen met collega’s voor leerlingen kunnen staan, schept dat heel wat mogelijkheden: met twee of meer leraren weet je meer, kun je bij elkaar aankloppen, kun je elkaars talenten beter benutten en sta je sterker bij voorvallen in de klas. En als er iemand afwezig is, zorgt dit voor minder stress want je vangt dit samen op.

·        Een goede rolverdeling: in een school worden dagelijks heel wat taken opgenomen, zowel pedagogische, procesmatige als andere taken. Zorgen dat die taken met inspraak evenwichtig onder elkaar verdeeld worden, maakt het duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Als teamleden een deel van deze taken zelf onder elkaar mogen toewijzen, dan ontstaat er engagement om deze taken op te nemen en een eigen invulling te geven. Dit vergroot de draagkracht van het team enorm.

Vergeet ook de tijd van directies en beleidsmedewerkers niet!

Als directie kun je je ook eens de vraag stellen:

-        Hoeveel % van mijn tijd werk ik in mijn school?

-        Hoeveel % van mijn tijd werk ik aan mijn school?

Een volgende vraag is hoeveel dat in de toekomst best zou zijn. Het is belangrijk om als directie en beleidsteam voldoende tijd te kunnen uittrekken om rustig te kunnen nadenken over de toekomst. Een traject om te komen tot een nieuw pedagogisch project kan ook qua tijdsbesteding voor het beleidsteam een knelpunt zijn. Die moet je dus ook inroosteren of creëren. In deze blog kun je daar enkele ideeën over lezen.  

Je kunt ook nadenken over samenwerking met een externe procesbegeleider. Zo haal je niet alleen expertise, inspiratie en neutraliteit binnen, je zorgt ook voor tijd en ontzorging. Wil je weten hoe EduNext een dergelijk traject aanpakt en samen met jou kijkt naar de voorwaarden om tot een succesvol en duurzaam nieuw pedagogisch concept te komen? Neem dan contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Veel innovatie- en transformatietrajecten vallen stil als het project afgelopen is, als een van de trekkers de school verlaat of als de begeleiding stopt. Maar hoe zorg je nu voor duurzaamheid?

Het kerkhof van gestopte onderwijsprojecten is groot. Waarom slagen sommige scholen er wel in om vernieuwing te verankeren in hun DNA? Dit artikel legt de vinger op de zere plek: duurzaamheid vraagt om meer dan enthousiaste trekkers; het vraagt om een collectieve verschuiving in de dagelijkse werking. Ontdek de strategieën die nodig zijn om van een tijdelijke impuls een blijvende transformatie te maken die ook bij personeelswissels standhoudt.

We hadden de voorbije jaren heel wat gesprekken met Vlaamse directies. We vroegen daarbij onder meer of hun veranderingstrajecten duurzaam zijn. Dat bleek niet altijd het geval. Ze gaven aan dat ze gedurende het veranderingstraject te weinig rekening hadden gehouden met het verduurzamen ervan. Het gevolg was dat de transformatie nadien dreigde stil te vallen of soms zelfs terugviel naar de vorige toestand.

Dat betekent dat er in een veranderingstraject voldoende aandacht moet zijn voor de voorbereiding, de implementatie en de verduurzaming ervan.

Voorbereidende fase

Een nieuw pedagogisch concept in je school introduceren, is een ingrijpende verandering die je vooraf best heel goed voorbereidt. Daarbij sta je lang genoeg stil waarom je met jouw school op transformatietocht wil gaan. Welke noden en lokale urgenties hebben leraren, leerlingen en ouders? Wat wringt er momenteel? Op welke mooie projecten kun je bouwen? Een volgende stap is om de voorwaarden voor succes in kaart te brengen. Eén daarvan is tijd creëren voor het schoolteam. Een dergelijke transformatie doe je niet over de middag. Je zult er structureel tijd moeten voor uittrekken.

Ook belangrijk zijn een aantal leidende principes die je onderweg nodig zult hebben zoals een systemische en cyclische aanpak. Fragmentarisch hier en daar iets wijzigen zal niet werken en een transformatie is ook geen stappenplan dat je afvinkt. Je zult regelmatig moeten terugkeren naar vorige stappen en draagvlak creëren bij het hele schoolteam. Meestal is het niet haalbaar of praktisch om het volledige traject met alle teamleden te doorlopen. Dat betekent dat je heel goed zult moeten nadenken over hoe je je een kernteam zult samenstellen en hoe je met alle betrokkenen gaat communiceren. Daarnaast denk je het best goed na of je een dergelijke verandering alleen kunt trekken dan wel begeleiding nodig hebt.

Implementatiefase

In deze fase ga je het nieuw pedagogisch concept uitdenken en implementeren. Daarbij doorloop je een aantal cruciale interventies. Het is enorm belangrijk om stil te staan bij de mooie projecten die nu al lopen in de school en om voldoende aandacht te hebben voor de groeikansen. Daarna ga je samen dromen en vertaal je dat ideaalbeeld naar concrete toekomstige doelstellingen voor leerlingen, leraren, ouders, coördinatoren en directies.

Een belangrijke stap hierbij is het bepalen hoe je met elkaar onderweg wil omgaan. Breng ook zeilen in kaart die je vooruitstuwen of ankers die je afremmen op weg naar je doel. Om daarna na te denken over het nieuw pedagogisch concept dat je in je school nodig hebt om op termijn je droomschool te kunnen realiseren. Dit is een cruciale periode in het traject die meerdere interventies vergt en tijd nodig heeft. Het komt er immers op aan om regelmatig te klankborden met het hele team en om er voldoende over in gesprek te gaan. Als je het uiteindelijk eens bent over de pedagogisch leidende principes voor je toekomstige school en je er voldoende draagvlak hebt voor gecreëerd, ben je klaar om het verder te concretiseren. Dit gebeurt meestal in een pilootproject met enkele teamleden die er de goesting en de competenties voor hebben. Tijdens de implementatie stuur je regelmatig bij waarna je kunt opschalen.

Verduurzamingsfase

Hier loopt het vaak mis. Het project is zogezegd afgelopen en valt stil. Een belangrijk aspect om het te verduurzamen is, is zorgen voor de nodige teamvaardigheden en een ondersteunende schoolcultuur. Dit is een langzaam proces dat focus vraagt. Je kunt hier niet te snel gaan of aan te veel tegelijk beginnen. Een ander belangrijk element is het verwerven van voldoende expertise in procescoaching. Op die manier kun je de gedane veranderingen bestendigen en ben je in staat om zelf toekomstige veranderingen te leiden.

Waar je het best ook voldoende aandacht aan schenkt is de rolverdeling in het schoolteam waarbij elk teamlid gelijkmatig en gelijkwaardig bijdraagt en waarbij iedereen zoveel mogelijk zijn of haar talenten kan inzetten. We ervaren dat een goedwerkende gereedschapskoffer met sterke praktijkvoorbeelden, werkvormen, tools, templates en inspiratiemateriaal zorgt voor een actieve verspreiding van kennis in de school. Ook is het belangrijk om op een aantal parameters te gaan meten en zo de impact van het veranderingstraject in kaart te brengen. Dit alles zit vervat in een meerjarenplan dat een overzicht biedt van de belangrijkste projecten en acties van de school gedurende de komende jaren. Dit plan is dynamisch en van iedereen.

Caveat

Een valkuil bij het beschrijven van een dergelijk transformatietraject in fases, is dat je ook zo gaat denken. Alsof je een veranderingstraject stap voor stap kunt uitvoeren en in een checklist kunt afvinken. Deze fases zijn in de praktijk niet strikt gescheiden en zeer contextafhankelijk. Voor je aan de voorbereidende fase begint, kun je al aan elementen uit de derde fase werken, zoals aan de vaardigheden van leraren. Anderzijds zit er wel een organische en logische flow in. Dat geldt ook voor de verschillende interventies. Bepaalde interventies, zoals het bepalen van de droomschool, keren tijdens een traject regelmatig terug. Het is deze cyclische benadering die ertoe leidt dat je het voortschrijdende inzicht integreert en dat je ondertussen ook verankert wat je al hebt gedaan. Het schoolteam is immers niet constant met de transformatie bezig, dus heeft het regelmatig behoefte om het gehele plaatje te zien.

Meer weten?

We hebben onze inzichten beschreven in deze transformatiegids.

Heb je interesse in een begeleiding op maat? We hebben verschillende opties => workshops, transformatiescan, masterclass en trajecten.

Neem contact op met anboone@edunext.be of bel An op 0472/344976

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Rust

In de jachtige wereld van onderwijsvernieuwing lijkt rust een luxe die we ons niet kunnen veroorloven. Toch is stilte geen leegte, maar een noodzakelijke conditie voor diepgang en kwaliteit. Dit essay reflecteert op de kracht van vertraging als instrument voor betere besluitvorming en creativiteit. Pas wanneer de ruis wegvalt, komt de essentie van het leraarschap en de leerbehoefte van het kind weer scherp in beeld. Een pleidooi voor bewuste reflectie.

De vele dagen zon op mijn snoet tijdens de vakantie hebben wonderen gedaan, het doet me verlangen naar meer … meer rust, meer genieten. Laatst was ik op een school om ze voor te bereiden op hun transformatietraject. En toen ik ze vroeg “Wat moet de noodzakelijke uitkomst zijn van dit traject?” was hun antwoord: “RUST EN (terug) GENIETEN van het onderwijs”
Amai … ik kon het zo hard voelen, ik kon het zo goed begrijpen.

Foto HEHAschool

Na twee Corona-jaren likken we in onderwijs net als in vele andere sectoren onze wonden. We hebben net als de mensen in de zorg geknokt om stand te houden en te overleven. Maar het ergste van alles is dat ook onze leerlingen - die ons zo nauw aan het hart liggen - ook hun wonden hebben gelikt. Gelukkig zijn heel wat jongeren erin geslaagd om tijdens de zomer hun isolement te doorbreken. %aar er zijn nog altijd leerlingen die het LEF om dingen aan te pakken nog aan het zoeken zijn, puur omdat het “jong zijn” twee jaar lang niet mocht. 

Mijn wijze vader vertelde me aan het begin van de pandemie “het zal nooit meer worden zoals het vroeger was”. Ik was naïef en dacht “komaan een half jaartje op onze tanden bijten en dan doen we snel alsof er niets gebeurd is.

Maar er is heel veel gebeurd. Er is zelfs te veel gebeurd. Naast veel menselijk leed zijn  leraren en leerlingen noodgedwongen in heel wat innovaties moeten duiken.

Plotseling was er de Digisprong en voldoende geld voor laptops.
Onverwacht moesten we klassen splitsen, leerpaden maken, afstandsleren.
Opeens moesten we anders vergaderen (“uw micro staat nog uit!”)
Plotsklaps moesten we anders connecteren met leerlingen (eens gaan wandelen na de schooluren met een begeleider in de plaats van strafstudie). Ineens waren CLB’s crisismanager en werden de ouders parttime leraar.

Maar de laatste tijd krijg ik ook vanuit het onderwijs terug de zon op mijn gezicht. Want ik merk dat vele scholen beseffen dat - nu er even een beetje tijd en ruimte komt -  deze innovaties ook een kans zijn om het onderwijs te versterken en te veranderen. Dat deze veranderingen allemaal nog niet zo slecht waren!

Ja, we hebben veel zaken anders gedaan … maar was dat nu werkelijk zo verschrikkelijk? Of kunnen we er iets blijvends van maken voor de toekomst? Het is allemaal wel heel snel gegaan en voor veel scholen in één keer op hun bord terechtgekomen. En daarom is er nu RUST nodig. Een team met een goede veranderingsmindset straalt rust uit. Ook in moeilijke tijden! Omdat het in staat is om vlot te schakelen, maar ook te verdiepen en te verduurzamen. Het team kan structureel rust inbouwen en kijken naar het gehele plaatje, naar hoe alle kleine radertjes in hun school zijn verdraaid. Rust om te analyseren hoe de innovatie verschillende andere processen heeft doen versnellen of vertragen.

Het vergt tijd en rust om afstand te nemen van de dagelijkse zorgen en om het geheel van alle processen te bekijken. Tijd om weg te stappen uit de overlevingsmodus, rust om samen bewuste keuzes te maken naar de toekomst toe. Als je dit kan bereiken met je collega’s is niet alles voor niets geweest. Dan kan je kracht putten uit de twee moeilijke jaren. 

Maar is je team er klaar voor? Heeft het een transformatieve mindset en zijn er voldoende vaardigheden aanwezig? Hoeveel werk is er aan de schoolcultuur en de processen? Wel, dit kan je meten en aanpakken.

En als je in staat bent om al die kleine innovaties in te passen in het groter geheel, dan zal je als team ook om kunnen gaan met alle innovaties en veranderingen die nog gaan komen!

Joris Van Waes - transformatiecoach EduNext

jorisvanwaes@edunext.be - 0478/946800

Meer lezen