Hoe creëer je in je school een cultuur, een structuur en een context die leerlingen voorbereidt op de transformatie van leven, leren en werken?
Critici vragen vaak om hard bewijs voordat ze de weg van vernieuwing inslaan. Maar wat verstaan we onder 'bewijs' in een domein zo complex als onderwijs? Dit artikel gaat de confrontatie aan met de roep om meetbaarheid en toont aan dat transformatie tastbare resultaten oplevert op vlak van welbevinden, betrokkenheid en leerwinst. Een eerlijke reflectie over de balans tussen wetenschappelijke onderbouwing en de durf om te pionieren.
Om een antwoord te kunnen bieden op de vele veranderingen die zich in snel tempo op onze scholen afkomen, geloven wij dat we hiervoor in de school, naast een nieuw pedagogisch-didactisch onderwijsconcept, ook de cultuur, de structuur en de context zullen moeten creëren.
Met de zeilboot op weg
Bij EduNext hebben we de gewoonte om de transformatie van de school voor te stellen als een zeilboot die van de huidige naar de toekomstige situatie vaart. Voor deze reis zijn meerdere jaren nodig want de zee is woelig, de bestemming onzeker en de bemanning vaak nog onervaren op vlak van veranderingsprocessen.
Een zeiler moet op zijn minst twee dingen weten:
- Waar zeil ik naartoe? Wat is mijn bestemming?
- Wat is mijn actuele positie?
Bij aanvang van de reis brengt je als schoolteam dan ook de actuele situatie in kaart:
- Waar is onze school sterk in?
- Waar zijn we fier op?
- Wat werkt niet of niet meer?
- Welke van onze behoeften zijn momenteel niet ingevuld?
- Welke urgenties spelen er?
Via verschillende werkvormen kan je hier samen met het team zicht op krijgen.
Daarna ga je samen kijken waar je binnen enkele jaren wil zijn:
- Hoe ziet onze droomschool eruit?
- Wat willen we leerlingen meegeven?
- Hoe zullen leerlingen en leraren zich er voelen?
- Welk gedrag vertonen we dan?
- Hoe gaan we om met ouders?
Een ambitieuze en gedragen visie zorgt meteen voor een spanningsverschil met de actuele situatie en geeft goesting om naar die aantrekkelijke horizon te varen.
Ankers en zeilen
Aan de boot zitten ook zeilen, positieve elementen in de school die de boot vooruitstuwen richting droomschool. Daarnaast zijn er ook ankers die de boot afremmen. Het is belangrijk om beide in kaart te brengen. En om na te denken hoe je topzeilen kunt verstevigen, zeilen kunt bijzetten of groter maken. Dergelijke quick wins geven energie aan het schoolteam. Die heb je nodig bij een onstuimige zee. Daarnaast moet je de grote ankers in de loop van het veranderingstraject ook (durven) ophalen. Anders geraak je nooit op je bestemming.
Het transformatierad als denkmodel
Vervolgens is het belangrijk om het nieuwe pedagogische concept - in lijn met de nieuwe visie - vorm te geven. Het transformatierad is een handige tool om over het toekomstige onderwijsconcept na te denken:
Het bevat immers alle elementen die voor onderwijs van belang zijn. Een cruciale vraag die je hierbij stelt is welke rol leerlingen in je toekomstig onderwijs zullen mogen spelen? Krijgen ze voldoende eigenaarschap over hun leren op elk van de elementen van het transformatierad?
Daarnaast is het cruciaal om het transformatierad op een systemische manier te bekijken. Alle wielen van het rad zijn immers met elkaar verbonden. Stel dat je bijvoorbeeld elke leerling een laptop of een Chromebook ter beschikking stelt, dan zal je ook moeten kijken naar de leerinhouden die daarop komen, je zal je manier van lesgeven waarschijnlijk moeten aanpassen en het heeft vast konsekwenties op de manier waarop je evalueert. Je zal ook de leeromgeving erop moeten voorzien en mogelijk zal het ook een impact hebben op de leertijd van de leerlingen. Ook kan het handig zijn om er externe partijen bij te betrekken en tot slot zal je het allemaal goed moeten organiseren. Die integrale kijk blijkt volgens wetenschappelijk onderzoek cruciaal te zijn om succesvol te zijn met dergelijke veranderingsprojecten. De laptops worden zo een middel om het nieuw pedagogisch project mee te ondersteunen en geen doel op zich.
De volgende stap is om bestaande patronen in kaart te brengen voor elk van de wielen van het transformatierad. Dingen die je al heel lang doet op een bepaalde manier in vraag durven stellen. De sterke patronen kun je behouden, voor de afremmende patronen bedenk je alternatieven. Om uit die alternatieven keuzes te maken en er één samenhangend, geïntegreerd geheel van te maken.
Vaardigheden, schoolcultuur EN PROCESSEN
Je kunt een fantastisch nieuw pedagogisch project bedenken, daarom gebeurt het nog niet op de klasvloer. Verandering gebeurt door mensen. Daarin vertolkt het lerarenteam een cruciale rol. Ze hebben dan ook de vaardigheden nodig om het nieuwe onderwijsconcept te kunnen implementeren. Zoals het kunnen geven en ontvangen van feedback, leerlingen en elkaar kunnen coachen, goed kunnen communiceren en samenwerken of in staat zijn tot zelfreflectie.
Vierledig transformatierad
Om te zorgen dat de implementatie duurzaam is en dat de school na de transformatie opnieuw nieuwe veranderingstrajecten zal aankunnen, zal je ook moeten werken aan een schoolcultuur die dat mogelijk maakt. We spreken dan onder andere over leiderschap, talentontwikkeling van leraren, gedragen besluitvorming en één verbonden team.
Meerjarenplan
Met bovenstaande ingrediënten kan je komen tot een meerjarenplan waarbij je stap per stap het nieuwe onderwijsconcept in de praktijk brengt. Bijvoorbeeld via een pilootproject in een van de leerjaren. Daarbij is een goede rolverdeling, duidelijke engagementen en coaching nodig. Het zal ook niet van de eerste keer lukken. Experimenteren, ervan leren en bijsturen zijn onvermijdelijke stappen. Natuurlijk kun je ook veel leren van andere scholen die soortgelijke trajecten hebben gedaan. Je hoeft hun fouten niet opnieuw te maken. Toch is elke school anders. Het is niet omdat het elders werkt (of niet werkt) dat het in jouw school werkt (of niet werkt). Je zal telkens de vertaling moeten maken naar jouw specifieke context.
De laatste stap in het traject is verduurzamen. Dat betekent transformatievaardig worden en in staat zijn om samen met het schoolteam toekomstige veranderingen succesvol aan te pakken. Daarbij hoort een adequate rolverdeling op schoolniveau.
Cyclische benadering
We beschreven hierboven een aantal, volgens ons, cruciale stappen in een dergelijk veranderingstraject. De indruk zou kunnen ontstaan dat zo een traject via een mechanistische checklist kan verlopen. Onze ervaring uit de praktijk is volledig anders. Je doorloopt deze stappen maar daarom niet noodzakelijk in dezelfde volgorde of eenmalig. Sommige stappen zullen meerdere keren aan bod komen en er zullen bijkomend tussentijdse interventies nodig zijn om het succesvol te maken.
Hulp nodig?
EduNext heeft voor de verschillende stappen tools ontwikkeld om schoolteams te helpen op weg naar hun droomschool. We coachen ondertussen twaalf scholen in basis- en secundair onderwijs. Met scholen die daar behoefte aan hebben gaan we graag gedurende drie jaar op weg. Je vindt hier meer info over onze aanpak. Je kan ook een vrijblijvende intake aanvragen of deelnemen aan een van onze inspirerende infomomenten.
Ben je leraar en zou je graag in je school ook zo een traject lopen? Ga dan samen met enkele collega’s eens langs bij jouw directie.
Ben je leerling en vind je dat je meer zelfsturing en autonomie moet krijgen? Bespreek het in de leerlingenraad of praat erover met een van je leraren.
Ben je ouder en vind jij dat jouw kinderen eigenaarschap over hun leren moeten krijgen? Breng het op als agendapunt op de volgende ouderraad.
Boekrecensie: groeien in executieve functies – Hoe? Zo! – Catherine Malfait
Leerlingen die moeite hebben met plannen, filteren of emoties reguleren, worden vaak bestempeld als 'moeilijk', terwijl het ontbreekt aan de juiste executieve vaardigheden. Catherine Malfait biedt een wetenschappelijk onderbouwde, maar uiterst praktische gids om deze functies te versterken. Dit is geen droge theorie, maar een pleidooi om zelfsturing te zien als een ontwikkelbaar proces waar de school een cruciale rol in speelt.
Meer en meer (en gelukkig) krijgen executieve functies aandacht in het onderwijs. Het zijn cognitieve processen die je in staat stellen om gedrag, gevoelens en gedachten te sturen en zo doelgericht en sociaal gedrag te stellen. Dat is in leven en werk ontzettend belangrijk en dient ook in het onderwijs meer aandacht te krijgen, vindt Catherine Malfait, docent en onderzoeksmedewerker aan de Odisee Hogeschool en auteur van het boek. “Zeker omdat executieve functies belangrijke sleutels zijn voor zelfsturing en leren leren”. Het boek richt zich voornamelijk tot lager onderwijs maar de principes zijn evengoed toepasbaar in secundair en hoger onderwijs. En eigenlijk zou ook elke leraar en volwassene deze functies onder de knie moeten hebben.
Wat zijn nu die executieve functies?
Als een leerling executieve functies verworven heeft, kan hij zelf zijn gedrag sturen zodat hij eigenaar wordt van zijn handelen en er zo richting kan aan geven. Hij wordt zo stap per stap bestuurder van zijn gedrag. Die executieve functies ontstaan niet vanzelf, leerlingen moeten hierin goed begeleid moeten. Naarmate het zelfsturend vermogen toeneemt, kan de begeleiding afnemen.
“Executieve functies stellen een leerling in staat om zijn leerproces in handen te nemen en om zijn gedrag zelf bij te sturen”
Catherine Malfait splitst de executieve functies op in lagere orde en hogere orde functies. De lagere orde executieve functies ontwikkelen zich eerst (en ontwikkelen zich verder). Ze vormen het fundament van de hogere orde executieve functies.
Daarnaast zijn ze ook systemisch. De executieve functies zijn immers met elkaar verweven. Ze kunnen elkaar versterken of tegenwerken. Als een leerling bijvoorbeeld in staat is om informatie vast te houden, dan zal dat hem helpen als hij een beetje afgeleid is.
De executieve functies zelf vind je gemakkelijk terug in andere literatuur of op het internet. De meerwaarde van het boek zit hem in de focussen die de auteur meegeeft om in de executieve functies te groeien.
Begin bij jezelf
Belangrijk daarbij is dat je je als leraar zelf bewust wordt van hoe je je eigen gedachten, gedrag en gevoelens stuurt. Via zelfreflectie kun je weten welke strategieën je zelf hanteert. Voorbeeldgedrag is belangrijk omdat we als (jonge) mens heel veel leren door imitatie. Toch loopt het niet allemaal vanzelf en zullen executieve functies moeten aangeleerd en ingeoefend worden.
Denk luidop
Een belangrijke tip daarbij is om als leraar hardop te denken. Zo kunnen je leerlingen jouw denkproces meevolgen en zelf ook kopiëren. Dat kun je bijvoorbeeld goed toepassen bij instructies of bij uitgewerkte voorbeelden waarbij je stapsgewijs demonstreert hoe je een taak uitvoert of een probleem oplost.
Maak onbewust gedrag bewust
Deze groeistrategie toepassen kun je door het gedrag te benoemen. Dat werkt zowel bij gewenst als ongewenst gedrag. Alleen al het feit dat leerlingen er zich van bewust worden, vergroot de kans dat ze zichzelf bijsturen. Je kunt daarbij ondersteunen via de ‘scaffolding’ techniek. Je biedt de leerling tijdelijk een steiger aan omdat hij nog niet helemaal alleen kan klimmen. Je kijkt daarbij naar wat de leerling nog niet alleen kan maar wel kan leren dankzij jou. Door hen eerst maximale begeleiding te geven en naarmate hij oefent de begeleiding (en dus de steiger) af te bouwen, leert hij zich bijsturen (en alleen klimmen).
Feedback
Een belangrijke factor om je leerlingen te laten groeien in executieve functies is hen terugkoppeling te geven. Die feedback wordt sterker als hij inspeelt op drie pijlers: groei, inzet en strategie:
Bij groei geef je feedback, feed-up en feedforward:
- Feedback: waar sta je tegenover vroeger?
- Feed-up: welk leerdoel wil je bereiken?
- Feedforward: welke stap moet je nog nemen richting het leerdoel en het gewenste gedrag?
Daarnaast is het ook belangrijk om de inspanning die de leerling levert te benoemen en stil te staan bij de strategie die de leerling heeft gebruikt.
Focus
Leer de leerlingen zelf stilstaan bij hun denken en gedrag. Als je wil dat leerlingen hun gedrag kunnen sturen, dan is het belangrijk om hen tijd te geven om na te denken. Zo kunnen ze ook eerst voelen vooraleer ze handelen. En krijgen ze de ruimte om een antwoord te formuleren of een andere oplossing te bedenken.
Rust
Af en toe niets doen, dagdromen, is ook heel belangrijk. Terwijl we onze gedachten de vrije loop laten of juist even laten rusten, blijkt ons brein heel actief. Het gebruik deze tijd om zich te organiseren, om informatie te verwerken of om verbanden te leggen. Op die manier leer je leerlingen ook hoe ze hun onbewuste effectief kunnen gebruiken. Dat is onder andere zeer belangrijk bij het ontwikkelen van creativiteit.
Conclusie
Het boek is een aanrader voor leraren die met executieve functies aan de slag willen gaan. Het heeft een goede onderbouw en toont hoe je executieve functies groeigericht kunt inzetten. Het meest waardevol zijn misschien wel de vele praktische voorbeelden en eenvoudige werkvormen die je meteen in de klas kunt toepassen. Catherine Malfait heeft dit duidelijk zelf goed in de vingers. Er staat ook een checklist in hoe je je focus kunt kiezen. Als je een bepaald gedrag vaststelt, kun je terecht bij een aantal handige reflectievragen. Dit had wat vroeger in het boek mogen staan.
Wil je het Catherine zelf horen vertellen?
Dat kan op woensdag 28 oktober tijdens Sett Connect online. Luister hier wat ze daarbij zal vertellen.
Inschrijven kan via deze link. Ontdek hier het volledige programma.
Binnenkort krijgt haar boek ook een zusje. Catherines collega Sanne Feryn bezig aan een vergelijkbaar boek maar specifiek gericht op kleuteronderwijs.
Op woensdagnamiddag 28 april zijn het dames die rocken op Sett Connect online!
De technologische transitie in het onderwijs wordt vaak vanuit een mannelijk perspectief benaderd, maar Sett Connect draait de rollen om. Een reeks sterke vrouwelijke stemmen deelt hun visie op de digitale toekomst. Het gaat hier niet om de tools op zich, maar om de vraag hoe innovatie menselijk en inclusief blijft. Een inspirerende middag die laat zien dat diversiteit in perspectieven de broodnodige versnelling kan geven aan schoolontwikkeling.
De eerste editie van Sett Connect online vond in oktober vorig jaar plaats. EduNext is verheugd om ook mee het programma te hebben mogen cureren van de 2e editie. In het verleden kregen we nogal eens de opmerking dat er tijdens de EduNext inspiratiemomenten toch wel veel mannen op het podium stonden. Dat viel niet in dovemansoren. Samen met het Easyfairs team, stellen we op woensdag 28 april graag volgende vier gepassioneerde dames aan u voor. Omdat we binnenklasdifferentiatie, executieve functies, digitalisering en onderwijsinnovatie belangrijk vinden om leerlingen eigenaarschap over hun leren te laten nemen.
Veerle Scheirs - Digitalisering: hoe als schoolleider een proces van digitale transformatie (co-)creëren?
Het digitaliseren van een school vraagt meer dan het aanbieden van online lessen of een laptop in de klas. Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden voor een succesvolle digitale transformatie? Hoe faciliteer je dit proces als directeur en hoe geef je dit vorm samen met je beleids- en lerarenteam? Veerle Scheirs, algemeen directeur van het Scheppersinstituut in Mechelen, ging er zelf aanstaan en heeft als schoolleider vanuit een duidelijke onderwijsvisie op co-creatieve wijze de transformatie naar een digitale leeromgeving vormgegeven. Benieuwd hoe ze dat heeft aangepakt?
Catherine Malfait - Groeien in executieve functies. Hoe? Zo!
Op je beurt wachten, gericht naar de instructie luisteren, de tijd nemen om een antwoord op de vraag te bedenken, reflecteren over wat je nodig hebt… Het zijn allemaal uitingen van executieve functies die volop in ontwikkeling zijn bij onze leerlingen. Cathérine Malfait, docent en onderzoeksmedewerker aan de Odisee Hogeschool, biedt in haar lezing inzicht in wat executieve functies zijn en hoe je deze kan herkennen in jouw klaspraktijk. Ze geeft daarbij voorbeelden over jouw executief functioneren en die van de leerlingen. Zo begrijp je niet alleen het belang van deze executieve functies voor zelfsturing en leren, je krijg ook praktische tips mee om de executieve functies van de leerlingen te ondersteunen en te versterken.
Kristien Bruggeman (LAB) - Hoe organiseer je onderwijsinnovatie?
Het LAB was reeds eerder te gast op het EduNext leerfestival en op de eerste editie van Sett. Ondertussen zijn we een tijd verder en heeft de school niet stilgestaan. Vandaag telt de LAB school bijna 500 leerlingen en kan ze niet meer voldoen aan de inschrijvingsvraag. De school organiseert haar onderwijs rond het LAB-model, gebaseerd op de integratieve pedagogiek van Tynjala. Dit model biedt een uitgekiende combinatie van theoretische, ervaringsgerichte en persoonlijke kennis en zorgt ervoor dat de leerlingen én leraren met goesting blijven leren. LAB biedt elke leerling een individueel leertraject aan, betrekt ouders bij het persoonlijk ontwikkelingsproces van leerlingen en leidt haar leraren op tot leercoach. In de keynote vertelt oprichter en co-directeur Kristien Bruggeman hoe de school haar onderwijs organiseert, welke aandachtspunten er zijn als je ervoor kiest om je school radicaal anders te organiseren en welke effecten dit heeft op leraren en leerlingen. Klik hieronder op de link om te zien wat Kristien zal vertellen:
Kristien Bruggeman - LAB
Katrien Struyven - Differentiatie in de klas: luxe of noodzaak
Leerverschillen zijn inherent aan elke klaspraktijk. Om positief om te gaan met deze verschillen binnen de leeromgeving biedt binnenklasdifferentiatie kansen. In deze presentatie gaat Katrien Struyven, coördinator van de Educatieve Masters aan UHasselt, in op de verschillen tussen leerlingen die er echt toe doen, de signalen die je alert moeten maken om differentiatie effectief in te zetten en op diverse praktijkvoorbeelden die je kunnen inspireren om er zelf actief mee aan de slag te gaan.
Gelukkig is er Hans …
Naast transformatie is technologie een belangrijk onderdeel van Sett. Sett staat immers nog altijd voor School Education Transformation Technology. Daarvoor zorgt collega Hans van de ICT praktijkdag. En hij zorgde ook voor mannen ;-) en super relevante thema’s zoals STEAM, de DIGISPRONG en INNNOVATIETECHNOLOGIE.
Kevin Bostoen - STEAM-challenges in lager onderwijs
In deze workshop maakt Kevin Bostoen, leraar wiskunde – techniek – fysica je bekend met verschillende STEAM-tools die gemakkelijk inzetbaar zijn in het lager onderwijs. Voor de eerste graad plaatst hij het ‘unplugged’ programmeren in de kijker. Voor de tweede graad gaat hij met de deelnemers met storytelling via het programma Scratch aan de slag. Voor de derde graad toont hij micro:bit kan helpen bij de invulling van STEAM. Je kunt hem hier horen zeggen wat hij gaat brengen.
Ruben Vanderlinde - essentiële condities om de Digisprong te wagen
De Digisprong wordt de grootste ICT investering in het Vlaamse onderwijs sinds jaren. Onderzoek toont aan dat deze investering noodzakelijk is maar dat er ook randvoorwaarden of ondersteunende condities zijn om hiervan een succes te maken. Ruben Vanderlinde, professor aan de Vakgroep Onderwijskunde van Universiteit Gent, zal deze succescriteria tijdens zijn lezing toelichten:
1) het belang van visieontwikkeling ten aanzien van de plaats van ICT in onderwijs
2) het belang van een schoolbreed ICT-beleidsplan
3) het belang van effectieve ICT-professionalisering
GO! Atheneum Keerbergen (Lars Vandeput & Steven Hendrick): Innovatietechnologie inzetten op de klasvloer: zin of onzin?
VR en 360 technologie vinden stilaan hun ingang in het onderwijs. Hoever staat deze technologie en biedt dit momenteel reeds een meerwaarde? In welke leergebieden kan deze technologie het pedagogisch proces ondersteunen? Hoe pak je dit organisatorisch en didactisch aan en waar en wanneer zet je deze technologie best in? Heel wat scholen overwegen een investering, maar een eenvoudig antwoord ligt momenteel niet direct voor de hand. In deze keynote lichten Lars Vandeput en Steven Hendrickx hun ervaringen hiermee vanuit concrete projecten toe.
Goesting om dit inspirerende event samen met collega’s bij te wonen?
Naast deze sprekers kun je ook kennismaken met innovatieve exposanten en genieten van enkele straffe demo’s. Via deze link kun je je ticket reserveren.
Heb je een specifieke vraag voor EduNext? Breng gerust ook een bezoekje aan de online EduNext stand. Tot dan!
Tien geboden en vijf quotes uit de Inspiratiegids voor klasinrichting en scholenbouw (+School-onderzoeksproject)
Hoe vertaal je abstracte onderwijsvernieuwing naar de concrete inrichting van een klaslokaal? Deze tien geboden vormen een essentieel kompas voor iedereen die betrokken is bij scholenbouw of herinrichting. Voorbij de esthetiek ligt de kernvraag: ondersteunt deze opstelling de interactie die we beogen? Een verzameling prikkelende inzichten die aantonen dat elke stoel en elke wand een pedagogische keuze is die het leren bevordert of belemmert.
Hoe kan de fysieke ruimte bijdragen tot een krachtige leeromgeving? Welke randvoorwaarden zijn noodzakelijk voor het ontwikkelen van 21e eeuwse vaardigheden? Je vindt de antwoorden in de unieke inspiratiegids van Lisa Herman van de VUB (promotoren: Jo Tondeur en Joost Vaesen). De gids biedt wetenschappelijke onderbouw, handvatten, een plan van aanpak, veel praktische voorbeelden en 24 fiches die de leeromgeving helpen afstemmen op de pedagogische noden. Hij is bovendien gratis te downloaden: Inspiratiegids voor klasinrichting en scholenbouw
Tien geboden
Het is een marathon, geen sprint
Zorg voor een goede voorbereiding. Vooraleer je aan het transformatieproces begint, stel je een integraal plan vanuit een goed doordachte schoolvisie. Hou rekening met pedagogische, infrastructurele en financiële aspecten
Vertrek vanuit een duidelijke visie op onderwijs
Zorg ervoor dat je weet waar je naartoe wil gaan zodat je daar steeds op kan terugvallen wanneer er twijfel ontstaat of bij het maken van keuzes. Vertrek vanuit je pedagogisch project.
Elke school is uniek, elk resultaat is contextspecifiek
Er bestaan geen twee dezelfde scholen. Gelukkig maar. Elke school heeft zijn eigenheid. Vertrek dan ook vanuit inspiratiebronnen en niet vanuit kant-en-klare oplossingen. Denk eerst goed na over van waaruit je vertrekt en wat de basisvoorwaarden zijn. Van daaruit kan je dan verder gaan. .
Pedagogiek en ruimte moeten elkaar versterken en aanvullen
Je kan een perfectie visie hebben en een gebouw die deze visie onmogelijk maakt. Je kan een perfect gebouw hebben maar gen visie om er goed onderwijs in te verschaffen. Zorg dat je pedagogiek en didactiek op orde staat en dat je infrastructuur klopt.
Betrek alle stakeholders in de school
Betrek iedereen die later in de leeromgeving zal werken of ermee in contact komen. Naast leraren dus ook leerlingen en ouders. Het kan wat langer duren maar de gedragenheid en de slaagkansen zullen groter zijn.
Communicatie is het sleutelwoord
Pas als je aan het scheppen van gemeenschappelijke betekenis voldaan is, kan je tot een eindresultaat komen waar iedereen tevreden over is. Geef na elke stap feedback en zorg voor inspraak bij de relevante betrokkenen.
Transformatie is een cyclisch proces
Een transformatieproces heeft geen vast begin en einde. Het is geen lijstje dat je afvinkt. Het is een leerproces met veel vallen en veel opstaan. er is wel een leidraad: visievorming, planning, transformatie en evaluatie
Durf hulp te vragen
Ga elders kijken. Schakel experten in. Het zelf doen is niet altijd beter. Ga eens praten met een architect. En misschien zitten er in je schoolnetwerk ook wel mensen met heel wat kennis.
Geef niet op voorhand op
Denk niet te gauw dat het in jouw school niet mogelijk is. Durf met een open geest naar verandering kijken, denk out-of-the-box en zoek creatieve oplossingen. Het ging in die andere scholen die de stap gezet hebben ook niet vanzelf.
Vergeet de technische kant niet!
Denk ook aan onderhoud, hygiëne, akoestiek, verlichting, verluchting en temperatuur. Vermijd achter verborgen ongemakken of zware kosten.
Lab 21.0 - Rhizo Lyceum - Kortrijk - Ocular bvba
Vijf quotes
“Klop eens een muur uit. Het is niet omdat die er al 50 jaar staat, dat die moet blijven staan!”
“Haal het lerarenbureau uit de klas. Dat zet de leraar tussen de leerlingen en geeft een heel andere dynamiek’”
“De onderwijskwaliteit lijdt er onder wanneer er geen afstemming bestaat tussen de fysiek leeromgeving en de nagestreefde pedagogie”
“De fysieke leeromgeving moet een plek zijn die aansluit bij het leerproces, eerder dan een plek waaraan het leerproces zich moet aanpassen”
“Vertrek vanuit de visie en ga dan pas nadenken over de fysieke leeromgeving”
De Inspirodroom van het Inspirocollege in Houthalen-Helchteren: een hefboom voor uitdagend onderwijs en een plek waar leerlingen hun dromen kunnen najagen
In Houthalen-Helchteren bewijst het Inspirocollege dat dromen een plek verdienen in de schoolstructuur. De 'Inspirodroom' is meer dan een ruimte; het is een manifest tegen eenzijdig onderwijs. Hier krijgen leerlingen de kans om hun eigen talenten te verkennen buiten de klassieke kaders om. Een inspirerende case-study over hoe een fysieke herinrichting fungeert als hefboom voor een cultuur waarin leerlingen weer eigenaar worden van hun toekomst.
Als je in het Inspirocollege te Houthalen-Helchteren binnenwandelt, kom je meteen in de Inspirodroom terecht, een grote open ruimte die prachtig ontworpen is en die in niets met een klassiek leslokaal te vergelijken is. Je verwacht een dergelijk design eerder bij Studio 100 of bij Mobile Vikings en niet in een secundaire school.
De Inspirodroom is een open leercentrum (400 vierkante meter) op maat van de leerlingen gemaakt. Er zitten maximaal vier klassen tegelijk samen.
De leerlingen gaan er op verschillende manieren met de leerstof om:
- Groepswerk maken aan de grote tafels
- Les krijgen in het instructielokaal
- Presenteren op het podium
- Taal oefenen in het taallabo
- Lezen in de bibliotheek
Leerlingen krijgen hier meer vrijheid en ruimte en moeten niet de ganse dag stilzitten. Ze kunnen er ook na of voor school afspreken om bijvoorbeeld een spreekbeurt te maken. Of ze kunnen er in de pauzes of onder de middag chillen in een rustig hoekje.
“Ik vond de wiskundelessen vroeger heel saai maar als we nu wiskunde hebben in de Inspirodroom, ben ik heel blij. Als we dan een dag geen wiskunde hebben, dan is die dag minder leuk omdat ik dan niet hier zit ”
Een doordachte visie
De school zet bij haar visie in op vier principes:
Oog voor talent: streven naar een onderwijs dat jongeren zoveel mogelijk kansen geeft om hun eigen talenten, interesses, sterktes en zwaktes te leren kennen. Dit gebeurt vanaf het eerste jaar in de talenturen waar leerlingen op een creatieve manier begeleid worden bij een brede waaier aan interessegebieden en kennisdomeinen (theatertools, vloggen en bloggen, creatief met kunst, mode, inspiring English, sportmonitor, dans, houttechnieken …). Via succeservaringen ontdekt ieder waar zijn interesse meer of minder naar uitgaat, waar hij meer of minder aanleg voor heeft en welke studiekeuze hij het best kan maken.
Het gebruik van activerende werkvormen: de school streeft ernaar om jongeren zoveel mogelijk actief met de leerinhouden aan de slag te laten gaan. Via interactieve methodieken zijn leerlingen vanuit werkelijkheidsgetrouwe opdrachten actief betrokken bij hun eigen leerproces. Daarbij is er ook de ruimte voor creatieve en expressieve vormen van verwerking van leerstof. Afwisseling tussen verschillende activerende werkvormen maakt een les prettiger, versterkt de motivatie en betrokkenheid van de jongeren en schept ruimte voor differentiatie. Er is veel aandacht voor onderzoekend en samenwerkend leren waardoor het leren veel actiever verloopt.
Begeleid zelfstandig leren: hierbij delen leerlingen en leraar de sturing van het leerproces voor een bepaald leerstofonderdeel binnen een bepaalde tijd. Dat kan via een gedetailleerde planning, studiewijzers, sleutels of oplossingsbladen. Ook het differentiëren in ondersteuningsniveaus waarbij de leerlingen kunnen kiezen tussen meer of minder hulp bij het uitvoeren van een opdracht, is een mogelijkheid. Een belangrijk aspect is zelfreflectie. Leerlingen denken aan de hand van opdrachten, stellingen, of criteria na over hun aanpak, hun resultaten, hun werken in groep. Het proces naar zelfstandig leren verloopt stapsgewijs en op eigen tempo.
Participatie: de school houdt rekening met meningen, wensen, zorgen van de verschillende partijen (ouders, leraren, leerlingen). In en buiten de les kunnen leerlingen mee verantwoordelijkheid nemen, bijvoorbeeld via het leerlingenparlement. Leerlingen krijgen bijvoorbeeld de kans om tijdens hun schoolloopbaan minister van pers te zijn.
Deze principes hebben één zaak gemeen: de leerling is een actieve participant in zijn eigen leerproces. De school gelooft in het unieke van elke leerling in haar of zijn streven naar zelfrealisatie. Daarom wil ze mogelijkheden creëren voor de groei van iedereen. De nadruk ligt op de eigen activiteit, het ontdekken van de eigen talenten, het plannen, het werken in team en het in de hand nemen van het eigen leerproces. Het zijn stuk voor stuk elementen die de leraren bij elke leerling aanmoedigen. Op die manier creëert de school zoveel mogelijk een onderwijs op maat van elke leerling. Dat betekent dat de leraar niet langer alleen kennis overdraagt, hij begeleidt leerprocessen.
“Ik kon moeilijk afscheid nemen van mijn stoffig krijtbord maar met dit concept, de visie er achter en enthousiaste leerlingen gaat dat moeiteloos ”
De leeromgeving als hefboom voor onderwijstransformatie
De school zocht naar een manier om haar visie te veruitwendigen en te realiseren. Daarbij rees het idee om de leeromgeving volledig anders aan te pakken. Ze kwamen in contact met Deusjevoo, een decorbouwer in hart en nieren. Hun visie op leren en werken en die van creatief directeur Jo Peeters sprak de school enorm aan. Deusjevoo hecht immers veel aandacht aan de mensen die in de leeromgeving leren en werken. Via een enquête brachten ze de behoeften en belangen van leerlingen, leraren en ouders in kaart. Dat leidde tot belangrijke inzichten:
- de grootste behoefte is een plaats is waar groepen kunnen samenwerken, discussiëren, of waar men gewoon even heel enthousiast en luid mag zijn. Maar evengoed moet de ruimte uitnodigen tot stilte en concentratie. Deze twee samenbrengen in één ruimte lijkt op het eerste zicht onmogelijk. Toch kon Deusjevoo dit dilemma oplossen en laten ze de ruimte communiceren met de leerlingen en de leraren.
- Verder hebben de leraren nood aan een ruimte buiten de klasmuren waar ze op een andere manier les kunnen geven. Net zo goed moet deze ruimte groepswerk faciliteren.
- Technologie: een ruimte waar leerlingen alle beschikbare informatie ter wereld met één klik kunnen verkrijgen.
De conclusie is dat een school zoveel meer is dan een leerplan, dat iedereen andere behoeftes heeft en dat je die moet zien te integreren.
Een dergelijke vraag vereist een aangepaste infrastructuur en een creatieve, inspirerende leeromgeving. Het resulteerde in een open en multifunctioneel leercentrum waarin de vernieuwde onderwijsvisie met talentgericht onderwijs en activerende werkvormen centraal staan. Het is een plaats waar de leraren met de leerlingen in een rustige atmosfeer kunnen werken, zowel individueel als in groep. Leerlingen kunnen hier tijdens de lessen, in de vrije uren en na de schooluren terecht.
De Inspirodroom bevat een ovale arena waar je presentaties kan geven, naar een film kijken of een debat organiseren. Daarachter bevinden zich ronde tafels waarin iPads zijn ingewerkt om opzoekwerk te bevorderen. Leerlingen kunnen er samen aan een taak werken. Er is een apart instructielokaal waarbij er ongestoord les kan gegeven worden. Het is wel niet de bedoeling om deze ruimte op de klassieke manier te benutten. Meestal worden daar kortere instructiemomenten voorzien.
Leerlingen kunnen overal in de ruimte zitten. Alleen, met zijn tweeën of in kleine groepjes. Tijdens de lessen via een opdracht maar ook voorschools, tijdens de pauzes en na schooltijd, bijvoorbeeld via begeleide avondstudie. Want studeren moet je ook leren. Leerlingen kunnen in de Inspirodroom vragen stellen over de leerstof, krijgen studietips en leren een goede studiemethode en studieplanning aan.
Een fraaie bibliotheek zet leerlingen aan om in de vrije tijd of tijdens de lessen te lezen. Voor leerlingen is het een plek om zaken op te zoeken of een goed boek te vinden.
Daarnaast hecht het Inspirocollege veel belang aan taal. Daarvoor is een multimedia taallabo voorzien. In deze ruimte krijgen leerlingen bijvoorbeeld luisteroefeningen in een bepaalde taal. De leraar kan bij uitspraakoefeningen elke leerling apart beluisteren en feedback geven zodat enkel die leerling de leraar hoort.
De grote glaspartijen brengen natuurlijk licht en vormen een directe verbinding met buiten. In de binnentuin is er ruimte voor overleg en ontspanning. Het gebruik van ronde en zachte materialen dragen bij tot meer respect, verdraagzaamheid en zorgt dat leerlingen en leraren op een aangename manier met elkaar omgaan. Overal in de ruimte is tapijt gebruikt dat even hygiënisch is als een tegelvloer. Daardoor is de Inspirodroom in tegenstelling tot veel klaslokalen geen akoestische nachtmerrie. Zachte materialen zorgen voor absorptie en maken de ruimte aangenaam.
Via grote lampen wordt er ook met het licht in de ruimte gespeeld. Als van de leerlingen verwacht wordt dat ze geconcentreerd werken, kleuren de lampen rood. De Inspirodroom is dan een studie- of een rustplek. Leerlingen kunnen zich dan terugtrekken in de bib of in het treinstel. Vandaar hebben ze zicht op de groene en rustgevende buitenomgeving. Als de Inspirodroom groen kleurt, dan wil de ruimte de communicatie bevorderen met de arena als grootste communicatiefacilitator. Het is een plek waar leerlingen presentaties kunnen geven voor klasgenoten en leren spreken voor een groep. Leraren kunnen er een gesprek modereren en gastsprekers uitnodigen. Het leerlingenparlement is voorzien van een spiraaltafel om communicatie te bevorderen of debatten te voeren in eigen of andere taal. Maar ook de directie en de leraren kunnen hier overlegmomenten houden.
Bij samenwerken kleurt de ruimte blauw. De klaverbladtafels zijn ontworpen om samenwerking te faciliteren en zijn ideaal voor groepswerken en andere opdrachten waar leerlingen samen moeten werken om gestelde doelen te bereiken. Voor grotere groepen kan de arena gebruikt worden, het treinstel voor kleinere intiemere besprekingen.
Wat brengt de toekomst?
De Inspirodroom is geen eindpunt. Momenteel oogt het lesrooster nog vrij traditioneel en zijn de basismodules zijn nog steeds vakgericht. De school verplicht de leraren niet om in de Inspirodroom te komen werken. De ruimte heeft wel nog geen enkel uur leeg gestaan. Het zijn de leerlingen zelf die aan de leraren vragen om in de Inspirodroom les te mogen krijgen. Wat een sterke trigger is om de ruimte maximaal te benutten en om ook verdere innovatie in de school aan te wakkeren. En ondertussen stijgen de leerlingenaantallen.
De school werkt gestaag verder aan de toekomst. Momenteel zit de eerste graad in het nieuwe schoolgebouw, maar ook de andere graden krijgen een nieuw gebouw: op termijn wil de school twee nieuwe bouwprojecten aangaan, waarbij ze voor de 2° en 3° graad gelijkaardige ruimtes voor hun specifieke noden willen realiseren. Weer op basis van bevragingen bij ouders, leerlingen en leraren. En aan de Inspirodroom is ook een tuin gekoppeld om buiten te kunnen leren.
Verder zijn er ideeën om in de toekomst naast een Inspirodroom ook een Technodroom te bouwen. Aan dromen geen gebrek dus in het Inspirocollege. Stap voor stap is het schoolteam op weg naar een leeromgeving waarin leerlingen eigenaar kunnen worden van hun leren.
“Je mag zijn wie je bent, Met fouten en gebreken
Om te kunnen worden wie je in aanleg bent
En je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur”
Activeer in je school ook de derde pedagogoog en bouw zo aan een krachtige leeromgeving
Naast de leraar en de medeleerling is de fysieke ruimte de 'derde pedagoog' die het leerproces stuurt. Toch blijft deze krachtbron in veel scholen onbenut. Dit artikel verkent hoe kleine ruimtelijke ingrepen een grote impact kunnen hebben op de autonomie en focus van leerlingen. Het activeren van de omgeving vraagt niet om een groot budget, maar om een bewuste blik op de interactie tussen de mens en zijn gebouwde omgeving.
De leeromgeving wordt ook al eens de 3e pedagoog genoemd, naast leerlingen en medeleerlingen, leraren en opvoeders. Uit onderzoek blijkt dat de omgeving waarin mensen vertoeven een enorme impact heeft op hun gedrag. Met andere woorden, de leeromgeving aanpassen kan een krachtige interventie zijn om verandering in je school te realiseren. Ben je bij de gelukkigen die binnen onafzienbare tijd over een nieuwbouw of renovatie kan beschikken? Dan is het belangrijk om de juiste stappen te zetten zodat de nieuwe leeromgeving voldoet aan je (toekomstige) wensen. Maar ook als dat niet het geval is, kan je via aanpassingen in de bestaande leeromgeving een grote impact creëren. Maar hoe begin je daar nu aan?
Maak een integraal pedagogisch plan
Als je de leeromgeving als ingangspoort neemt voor verandering, dan start je het best vanuit een ambitieuze en gedragen visie. Waar wil je als school naartoe? Wat is de stip op de horizon? Welke graad van eigenaarschap wil je dat leerlingen erin zullen hebben? Welke leerlingen wil je aan het vervolgonderwijs, het werkveld of de maatschappij afleveren? Vanuit die visie kun je tot een pedagogisch concept met leidende principes voor de komende jaren komen. Het transformatierad kan daartoe een handig denkmodel zijn. De leeromgeving is immers een van de wielen van het rad. Je kan je de volgende vragen stellen:
- welke leerinhouden zullen er in de leerruimte aan bod komen?
- op welke manier zullen leraren er les geven of op welke wijze leren leerlingen er?
- hoe gaan leerlingen en leraren hun leren bijsturen?
- Hoe ga je slim om met de leertijd?
- Welk leermateriaal heb je in die toekomstige leeromgeving nodig?
- Wie zal er allemaal nog in deze leeromgeving actief zijn?
- Hoe ga je dit alles in de toekomst organiseren?
EduNext transformatierad
Je kan daarbij in kaart brengen welke huidige patronen en gewoontes er in elk van de wielen van het transformatierad momenteel heersen en welke daarvan remmend zijn. Door er alternatieven voor te bedenken, kan je de negatieve patronen doorbreken. Uit die verschillende alternatieven kies je en kom je tot een geïntegreerd geheel. Daarbij maak je ook keuzes met betrekking tot het interieur. Dit doe je best alvorens dat je een (binnenhuis)architect of aannemer aanspreekt. Het vergt immers een grondige analyse van welke ruimte je precies nodig hebt om tot excellent leren te komen.
“Eerst vormen wij de leeromgeving, daarna vormt de leeromgeving ons”
Denk goed na over alle parameters
Naast het pedagogische luik zijn er nog belangrijke parameters als je een nieuwe leeromgeving bedenkt. In het boek Inspiratiegids voor klasinrichting en scholenbouw vind je er een aantal waar je best een goed antwoord op weet:
- Bezettingsgraad en groeipotentieel van de school (gebaseerd op demografische ontwikkelingen)
- Capaciteit van de school gebaseerd op de fysische normen
- Algemene ruimtelijke organisatie (kwaliteit inkom, binnen- en buitenruimtes)
- Toereikendheid voor ICT gebruik
- Risicopreventie (brandveiligheid, inbraak, vervuiling, bodem …)
- Kwaliteit van de architectuur en de omgeving (erfgoed, karakter, eigenheid)
- Staat van het gebouw (hoofdstructuur)
- Kosten voor bediening en onderhoud
- Inclusie (toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit)
- Comfort en welzijn (thermisch, akoestisch, visueel, lucht, hygiëne)
- Milieueffecten (energieverbruik, water, verspilling, biodiversiteit)
- Stedelijke integratie (openbare voorzieningen, brede school, mobiliteit)
Kom tot een vlekkenplan
Je hebt nu een idee van waar je naartoe wil en je weet wat de actuele situatie is. De volgende stap is een programma van wensen, eisen en verlangens ten aanzien van de toekomstige ruimtelijke indeling. Alvorens je een plattegrond met ruimtes en beperkingen laat tekenen, maak je best eerst een vlekkenplan. Dat bestaat uit een of meerdere plattegrondtekeningen die beschrijven welke personen of groepen bij elkaar in de buurt zitten. Per groep vul je deze als een vlek in de plattegrond in op basis van de vereiste minimumoppervlakken en de gewenste relaties met andere groepen. Door een schematisch voorstel in vlekken (zones) op te maken, deel je de beschikbare ruimte in volgens de leerbehoeften. Daarbij kan je best denken vanuit leeractiviteiten: wat ‘doen’ de leerlingen: zo ontstaat er een ruimte waar ze instructie krijgen, waar ze zelfstandig werken, waar ze coöperatief bezig zijn, waar ze creatief aan de slag gaan, waar ze reflecteren of bezinnen, waar ze sociaal geconnecteerd zijn …
Een vlekkenplan brengt deze ruimte in kaart en toont de verbindingen ertussen, hoe de circulatie verloopt en in hoeverre ruimtes niet storend zijn voor elkaar. Vooraf moet het ook duidelijk zijn welke leerzones je wil en hoeveel leerlingen er maximaal aanwezig zullen zijn.
Door ronde vormen te hanteren, vermijd je dat het een grondplan wordt. Gebruik een legende op basis van symbolen, namen en ruimtebeschrijvingen. Het is handig om de relatie tussen de verschillende vlekken te beschrijven. Vergeet niet dat je steeds vertrekt vanuit de activiteiten van de leerlingen. Daarbij is het belangrijk dat alle leerlingen van het begin af aan toegang hebben tot alle aspecten van het leren.
Vlekkenplan basisschool De Glinster - OSK-AR architecten
Je kan het vlekkenplan ook uitbreiden tot een moodboard waarbij je foto’s van inspirerende leeromgevingen plakt. Dat is handig om in gesprek te gaan met de (binnenhuis)architect en/of aannemer. Het is wenselijk om een architect of aannemer te kiezen met onderwijsinteresse en -ervaring. Liefst iemand met een gelijklopende en toekomstgerichte onderwijsvisie. In dat geval kan je voldoende ruimte laten voor zijn of haar creativiteit. Naast het functionele is het ook belangrijk dat de ruimte er goed uitziet en dat de gekozen materialen en kleuren warm aanvoelen.
Zorg voor een dynamsich, flexibel en innovatief concept
Het is een open deur. Je kan je nieuwe of aangepaste leeromgeving nog zo toekomstgericht ontwerpen, ooit komt er een dag dat je ze wil veranderen. Dan is het handig als de inrichting niet te vast is. Daarom is een modulaire en flexibele opbouw cruciaal. Een leerinfrastructuur met beweegbaar meubilair, multifunctioneel gebruik van ruimtes, aanwending van diverse werkvormen, beschikbaarheid over nieuwe technologieën, die de buitenwereld binnen brengen en omgekeerd. Het zijn lokalen met ruimte voor aanpassing en waar een waaier van werkvormen mogelijk zijn: doceren, vertellen, onderwijsgesprekken, klasgesprekken, hoekenwerk, zelfstandig begeleid werk, ICT-ondersteunend audio-visueel leren, projectwerk en zelfstudie
Waar jongeren graag vertoeven
Zorg voor een stimulerende leeromgeving die spannend, eigentijds, ondersteunend, bezielend en inspirerend is. Een omgeving waarin je wordt gestimuleerd om graag te leren en waar je je thuis voelt. Als het ware een tweede thuis: een veilige, warme en stimulerende plek.
“ Geef ons een plek waar we graag zijn
Lorenze Ramalho – voormalig leerling scholengroep Adite”
En tegelijk kan deze ruimte ook een multifunctioneel werkplek voor leraren en ondersteunend personeel zijn.
Op zoek naar mosterd?
Je hoeft het niet allemaal zelf uit te vinden. Zo vind je in de eerder vermelde inspiratiegids ideeën om je eigen scenario uit te bouwen. Daarbij hou je rekening met een pedagogische as en een architecturale as. Voor elk van die assen zijn er een aantal uitgangspunten. Afhankelijk van je gekozen visie kan je een of meerdere van die uitgangspunten kiezen.
Rhizo Lyceum Kortrijk - Lab 21.0
Een andere sterke inspiratiebron zijn de scholen die de Nederlandse ontwerpster Rosan Bosch vanuit Kopenhagen ontwerpt. Zij creëerde reeds heel wat innovatieve scholen, voornamelijk in Scandinavië. Zij gelooft in de fysieke leeromgeving als strategisch tool, als ruimtelijke interventie in onderwijskundige gebouwen om gemotiveerde leerlingen en creatieve probleemoplossers te vormen. Design als inspiratiebron voor verandering en als motivatie om nieuwe leerscenario's te ontwikkelen.
Rosan Bosch hanteert zes design principes:
- Mountain Top: een ruimte voor individuen om een groep aan te spreken of te bereiken;
- Cave: een stille ruimte voor persoonlijke concentratie, focus en reflectie. Vaak voorheen ongebruikte plaatsen in de school
- Camp Fire: een flexibele ruimte voor leersituaties in groep en kleine teams. Focus op dialoog, brainstormen, debatteren en samenwerken.
- Watering hole: combineert informele ruimtes met uitwisseling met voorbijgangers en storingen. Het is een ruimte waar leerlingen verrassende ideeën en verbazingwekkende vaardigheden ontdekken
- Hands-on voegt een extra non-verbale communicatiedimensie toe aan de hierboven beschreven principes
- Movement integreert beweging als een natuurlijk deel in alle ruimtes.
Deze design principes kan je gebruiken voor een nieuwbouw maar je kan deze ruimtes evengoed in elke bestaande school integreren.
Waar je ook nog inspiratie kan opdoen is in Niekée Roermond, de school die een tiental jaar geleden volledig verbouwd werd en waar in Agora leerlingen een persoonlijke leerroute doorlopen. Ex-directeur Sjef Drummen was een van de ontwerpers en volgens hem is een goede school een mix van:
- Harvard (ruimte om cognitief aan de slag te gaan)
- Een boeddhistisch klooster (ruimte voor reflectie, contemplatie, zingeving)
- Een marktplaats (interactie met de buitenwereld)
- Een atelier (waar je dingen kunt doen en maken)
- De Efteling (waar je kan spelen, ontdekken en verwonderd zijn)
Niekée Roermond
Ondersteuning nodig?
Misschien heb je bij de stap naar een nieuwe of aangepaste leeromgeving hulp nodig. EduNext inspireert en begeleidt scholen om van binnenuit te veranderen. Neem vrijblijvend contact op met Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Geraadpleegde bronnen:
Klas met een hoek af - Inge Nuyens
The Third Teacher – 79 ways you can use design to transform teaching & learning
Blueprint for tomorrow – redesigning schools for student-centered learning – Prakash Naïr
Designing for a better worlds starts at school – Rosan Bosch
EduNext, transformeer je school van binnenuit – Dirk De Boe
Inspiratiegids voor klasinrichting en scholenbouw – Jo Tondeur en Lisa Herman
De ultieme gids voor transformatie van je school - Dirk De Boe en Peter Van de Moortel
Het schoolgebouw moet de visie langs muren en ramen uitademen – Jo Peters (Deusjevoo & UPspace)
Een schoolgebouw is nooit neutraal; het vertelt een verhaal over hoe we naar leerlingen en leren kijken. Jo Peters daagt scholen uit om hun muren letterlijk en figuurlijk te laten spreken. Door de fysieke ruimte te ontwerpen als een verlengstuk van de pedagogische visie, transformeert beton in een inspiratiebron. Hoe maak je van een gebouw een omgeving die uitnodigt tot beweging, ontmoeting en diepgaande verwondering?
Jo Peters is creatief directeur bij Deusjevoo, een Limburgs bedrijf dat gekend is voor zijn beursstanden, televisiedecors en interieurs. Wat weinig mensen weten is dat Deusjevoo ook in onderwijs actief is. Zo hebben ze de T2 campus in Genk gerenoveerd en creëerden ze de Inspirodroom, een prachtige leeromgeving in het Inspirocollege te Houthalen-Helchteren. Die school was op zoek naar een manier om zijn visie te vertalen in een gebouw. Toen ze de zienswijze van Jo hoorden, gingen ze met Deusjevoo in zee.
Breng je schoolgebouw tot leven
De visie van de school kan helder en gedragen zijn maar daarom leeft ze nog niet. Een visie is meer dan een bordje dat je bij het binnentreden van het gebouw of op de website aantreft. Als je geluk hebt, draagt iedereen op school de visie uit. Maar dan nog zit ze niet in het gebouw. Dat merk je meteen als je een school binnen komt. Ademt het gebouw de visie uit of niet? Vind je de visie terug als je door de gangen loopt of in de leraarskamer vertoeft? Wordt het interieur met materialen en kleuren consequent doorgetrokken? Vaak niet. Niet zelden is een school een kakafonie van materialen en kleuren met weinig lijn en eenheid. Een sterk design kan ervoor zorgen dat een gebouw met de bewoners in dialoog gaat en zo het verhaal van de school vertelt. Muren zijn immers dragers van informatie. Via een creatief design en out-of-the-box denken kan je die muren tot leven brengen. De impact van de omgeving op de personen die er leven of werken wordt nog te vaak onderschat.
Ontketen de breinen van leerlingen en leraren
Hoewel Jo reeds op 14 jarige leeftijd zijn grote droom najoeg en vanuit een tuinhuis groeide tot een van de grootste decorbouwers uit de lage landen, zag hij pas echt het licht toen hij Theo Compernolle, professor en auteur van het boek ‘Ontketen je brein’ ontmoette. Van hem leerde hij hoe je een optimale werkplek creëert met respect voor het brein. Wat een brein aankan of niet aankan bepaalt immers hoe een gebouw eruit ziet. Een van de hardnekkige mythes is dat we denken dat we kunnen multitasken. Velen onder ons proberen het toch elke dag. Het zorgt voor een gevoelige productiviteitsdaling, een flink grotere foutenmarge en toenemende stress. Als je je wil focussen kan je maar één ding tegelijkertijd. Ofwel ben je in focus in stilte, ofwel ben je aan het communiceren, ofwel maak je kabaal bij ontspanning of bij het samenwerken. Maar je bent nooit twee van deze dingen tegelijkertijd aan het doen. Toch zijn we stiekem verslaafd aan al die kleine duizenden dingen die ons de ganse dag bombarderen en die ons lekkere dopamine geven dat dan ook nog eens super verslavend is. Je moet daarom via het ontwerp van het gebouw uitsluiten dat leerlingen kunnen multitasken en zorgen dat ze focus behouden. Studeren en samenwerken gaat bijvoorbeeld niet tegelijkertijd. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in het menselijk brein. Eigenlijk hebben we er drie: een reflexbrein dat ogenblikkelijk in werking treedt als er bijvoorbeeld een tijger komt binnengestormd, een reflecterend brein dat veel nadenkt, langzaam werkt en veel energie verbruikt, dit brein is uniek voor mensen en stelt ons in staat te leren en te innoveren en een archiverend brein dat verbindingen legt, informatie verwerkt en ordent.
Afbeelding uit het boek ‘Hoe je je brein bevrijdt’ - Theo Compernolle
Als je weet hoe je die drie breinen naast elkaar kunt laten werken in een gebouw, dan heb je een slim gebouw.
De vijf zones van een ideale leeromgeving
Met bovenvermelde inzichten komt Jo tot vijf zones in zijn leeromgevingen:
- Een plaats voor concentratie
- Een omgeving voor dialoog en communicatie
- Een zone om samen te werken
- Een vertrek om te recupereren
- Een ruimte om te circuleren
Door de ruimtes zorgvuldig te ontwerpen en op elkaar af te stemmen, kan je multitasken vermijden en kan je de breinen van de leerlingen gepast aanspreken.
Ergonomie is cruciaal. Onze leerlingen zitten bijvoorbeeld veel te veel. De meeste schoolgebouwen laten leerlingen het grootste deel van de dag op een stoel zitten die dan meestal nog niet eens ergonomisch is. De impact op fysiek en mentaal vlak enorm en lijdt vaak tot demotivatie naarmate leerlingen groter worden. Jongeren moeten al zittend positie nemen terwijl ze bewegende mensen zijn. Je kan een ruimte zodanig ontwerpen dat leerlingen gedurende de dag veel meer aan het bewegen zijn.
“Je kunt fout zitten maar je kunt nooit fout rechtstaan – Jo Peters”
In het Inspirocollege in Houthalen-Helchteren kunnen leerlingen zich bijvoorbeeld terugtrekken in de leerslang, een langgerekte trein voor het venster. Dat meubel zet aan tot hangen, klimmen, klauteren, liggen … en zitten. Het is ook een plek om individueel of in kleine groepjes in focus te werken. De hele Inspirodroom is zo opgevat dat quasi alle bewegingsvormen mogelijk zijn en dat het klassieke ‘zitten’ wordt vermeden. Zo zijn er grote klaverbladtafels waar een volledige klasgroep rond kan staan, en waar in groep werken gestimuleerd wordt.
Laat je leiden door lumineuze kleuren en hou de akoestiek in toom
Via licht kan je ook gericht aangeven welke activiteit op dat moment gewenst is in de leeromgeving. In de Inspirodroom gebeurt dat via grote cirkelvormige lampenkappen. Deze kappen veranderen van kleur in functie van de activiteit die er wordt gestimuleerd. Kleuren de kappen rood dan worden de gebruikers gestimuleerd tot concentratie en recuperatie. Dan maken zij het stil en wordt de hele Inspirodroom een studieplek. Kleurt de ruimte groen dan mag er gecommuniceerd worden. De blauwe kleur ten slotte geeft aan dat er mag samengewerkt worden. Niet te uitbundig maar wel in fluistertoon.
Een zorgvuldig ontworpen akoestiek is cruciaal. In heel wat basisscholen zie je onder de stoelen doorgesneden tennisballen. Om te zorgen dat er niet te veel lawaai is als kinderen hun stoelen verschuiven. Dat is mooie maar reactieve oplossing. Je moet de akoestiek van bij het ontwerp aanpakken. Dat betekent dat materiaalkeuze enorm belangrijk is. Zachte materialen zoals tapijt worden vaak geweerd in veel scholen omdat er teveel stof in kruipt en het moeilijk te onderhouden is. Toch is het een van de beste manieren om geluid te dempen. En momenteel bestaat er ook tapijt dat even hygiënisch is als een tegelvloer. Maar ook het gebruik van hout en beklede muren zorgen voor een beperkte nagalmtijd wat de akoestiek enorm ten goede komt. Het komt erop aan om op een creatieve manier de akoestiek onder controle te houden. Het gebruik van warme en dempende materialen zorgen er tevens voor dat de leerlingen er graag vertoeven.
Meer info vind je op deusjevoo.be en UPspace.be
Er zijn grenzen aan acceptatie van weerstand. Het gevaar bestaat dat één persoon of een paar zeer kritische mensen in een team de hele ontwikkeling belemmeren
Weerstand wordt vaak gezien als een noodzakelijk onderdeel van verandering, maar wanneer wordt kritisch denken destructief voor het collectieve proces? Er bestaat een kantelpunt waarop de loyaliteit aan de vernieuwing moet primeren boven de acceptatie van vertragende krachten. Een scherpe analyse over de moed die nodig is om grenzen te stellen aan negativiteit, zodat de innovatiedrang van het hele team niet gegijzeld wordt.
In onderwijs is het belangrijk om elke dag bij te leren. Dat geldt evenzeer voor organisaties zoals EduNext die scholen inspireert en coacht om zelf van binnenuit te veranderen. Tijdens ons professionaliseringstraject stootten we op het voortreffelijke boek van Fred Korthagen: ‘Leren van binnenuit’ (met dank aan Bram Bruggeman!). Dit razend interessante werk is een aanrader en verschaft je heel wat mooie inzichten om in je school met transformatie aan de slag te gaan.
Alle interessante inzichten uit het boek hier vermelden, zou een te lange blog opleveren. Dus beperken we ons tot onderstaand stukje dat wellicht bij heel wat schoolleiders en leraren zeer herkenbaar is.
Vrijheid, blijheid
Het gevaar van te veel top-down werken is inmiddels breed bekend onder schoolleiders. Het gevaar van stuurloosheid is echter minstens zo groot en doet zich nog op veel scholen voor. Het moet voor schoolleiding en docenten duidelijk zijn waar de school over drie jaar wil zijn. Wanneer dat niet in orde is, dan kunnen al die leuke studiedagen in de loop der jaren, veelal over onderwerpen die geheel los staan van elkaar, niet in een kader worden geplaatst. Dat is een duidelijk voorbeeld van stuurloosheid.
Onder stuurloosheid gaat vaak een fundamenteler probleem schuil. Sommige schoolleiders zijn zo beducht voor weerstand dat ze alleen maar afwachten wat uit de leraren zelf komt en geen heldere koers voor schoolbrede ontwikkeling durven uitzetten. Het is niet nodig om te schrikken van weerstand, je kan actieve weerstand zien als teken dat er iets gebeurt.
Het vraagt om een andere kijk op weerstand. Weerstand kan gebaseerd zijn op diepere waarden of kwaliteiten die naar boven willen komen. In weerstand zit namelijk altijd een kernkwaliteit verborgen (bijvoorbeeld zorgvuldigheid, betrokkenheid, vasthoudendheid of moed). Als je er zo naar kijkt, wordt je algauw milder en kun je die kwaliteit ook benoemen. Dat kan weleens de hele weerstand ombuigen naar een productieve bijdrage.
Er zijn grenzen aan acceptatie van weerstand. Het gevaar is dat één persoon of een paar zeer kritische mensen in een team de hele ontwikkeling kunnen belemmeren. Die moeten dan niet te veel speelruimte krijgen, anders remmen ze het leerproces van collega’s af die wel vooruit willen. De schoolleiding moet voor zulke critici duidelijke grenzen aan kunnen geven, zonder hen als medewerkers af te wijzen.
Leo Lenstra zegt daarover: de professionalisering van de organisatie is niet gelijk opgegaan met de bestemming van de nieuwe rol van de leraar. Hij is niet meer de autonome professional in een relatief eenvoudige schoolorganisatie, maar werknemer in dienst van een professionele organisatie die eigen doelstellingen heeft en een eigen beleid voert. Dat verwacht de samenleving ook van de school.
Dat vraagt om leiderschap binnen de school. De grote kunst voor schoolleiders is om te laveren tussen de klip van top-down aanpak en die van vrijheid, blijheid. Om de laatste klip te kunnen vermijden, is het noodzakelijk om in het uiterste geval tegen een leraar te kunnen zeggen: ‘Dit is de koers die we met zijn allen gaan varen; als jij daar moeite mee hebt, wil ik je de mogelijkheid bieden voor een professionaliseringstraject zodat je de vaardigheden kan verwerven die je nodig hebt om hierin mee te kunnen gaan. Als dat echter te weinig oplevert, heb jij een groot probleem. Dan kun je misschien beter gaan zoeken naar een baan op een andere school waar het beleid wel past bij wat jij in huis hebt’. Vanuit het ui-model (zie onder) is het best mogelijk dat alle lagen bij die persoon goed sporen met elkaar maar dat die lagen niet sporen met de laag van de omgeving, namelijk de school waarin deze persoon werkt. Het komt erop aan om dit in goed overleg op te lossen en daarbij zowel duidelijkheid te geven en zorg te besteden aan het individu.
Stuit je bij jullie veranderingstraject in je school op te felle weerstand?
Wil je in het te lopen traject graag meer leiderschap zien bij je collega’s?
Heb je nood aan een gedragen visie die ook op de klasvloer leeft?
EduNext begeleidt scholen bij een dergelijk veranderingstraject. Vraag vrijblijvend meer info via dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
De kunst bestaat erin om in een school een context en een cultuur te creëren waarin het ganse schoolteam de hedendaagse uitdagingen samen succesvol aanpakt
De waan van de dag dwingt scholen vaak tot reactief handelen, maar echte veerkracht zit in de onderstroom van de organisatiecultuur. Hoe verschuif je de focus van rigide structuren naar een vruchtbare bodem waarbinnen een team collectief eigenaarschap opneemt? Dit artikel onderzoekt hoe de juiste context de sleutel is om complexe maatschappelijke uitdagingen niet alleen het hoofd te bieden, maar om te buigen naar een gedeelde kracht.
Wat als leerlingen …
Wat als leraren …
Een droom?
Is dit gezien de vele uitdagingen waar scholen momenteel voor staan geen onbereikbare droom? Denk maar aan een meer diverse instroom van leerlingen, het realiseren van transversale doelen, het integreren van kinderen met een beperking, leerlingen met taalachterstanden vooruit helpen, het realiseren van duaal leren, omgaan met leerlingen die afhaken en geconfronteerd worden met leraren of directies met een burn-out.
Wij geloven samen met heel wat scholen - die het momenteel aan het realiseren zijn - dat het wel degelijk mogelijk is om die droom waar te maken. Meer nog, we zijn ervan overtuigd dat een school dergelijke uitdagingen niet meer aan kan op een traditionele manier waarbij zowel lesinhouden, lestijden en leeromgevingen in vakken zijn opgedeeld.
“De kunst bestaat erin om in de school een context en een cultuur te creëren waarin het ganse team die uitdagingen samen succesvol aangaat en waarbij leerlingen stap per stap eigenaarschap opnemen over hun eigen leren.”
Het vergt een omslag op drie niveaus
Het eerste niveau is het pedagogisch-didactische. Doordat leerlingen in het centrum van hun leerproces kunnen komen, krijgen ze stap per stap eigenaarschap over hun leren en dit over alle aspecten ervan (leerinhoud, leervorm, leerproces, leertijd, leeromgeving, leernetwerk, leermateriaal en leerorganisatie). De rol van het lerarenteam hierbij kan niet genoeg benadrukt te worden. Het zijn net zij die deze context, zowel op de voor- en achtergrond, mogelijk maken, evalueren en bijsturen.
Om het nieuwe onderwijsconcept te kunnen realiseren, zijn op het niveau van het schoolteam een aantal vaardigheden van belang. Zoals bijvoorbeeld het kunnen geven en ontvangen van feedback, de capaciteit tot zelfreflectie en goed (kunnen) communiceren. In het nieuwe onderwijsconcept is het zeer belangrijk dat leraren zowel leerlingen als elkaar kunnen coachen. Een coachingsopleiding voor leraren kan dus een goede investering zijn mits dit gekoppeld is aan een integraal veranderingstraject.
Om de verandering duurzaam te maken en te verankeren is op schoolniveau een ondersteunende cultuur nodig. Elementen van belang zijn een innovatieklimaat, een gedragen onderwijsvisie, teamleden die voor elkaar een extra inspanning willen doen, een participatieve manier van besluitvorming en een professionele en lerende houding. En bovenop leiderschap. Een transformatie staat of valt met het leiderschap van de directeur maar ook met de mate waarin zij of hij dit kan of wil delen met het schoolteam.
Het vergt meestal een traject van meerdere jaren om bovenstaande te verwezenlijken. Het is zeker geen gezondheidswandeling want er zal weerstand zijn en die verdient als bron van ideeën een prominente plaats in het traject.
Het resultaat?
De beloning is groot: voor de leerlingen, voor de leraren, voor de ouders, voor de directeur, voor de samenleving.
Zelf doen?
Het is fantastisch als scholen een dergelijk veranderingsproces zelfstandig kunnen realiseren. Hoe meer scholen dat doen, hoe sneller leerlingen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben.
Sommige scholen kunnen bij een dergelijke transformatie de behoefte hebben aan intensieve ondersteuning. Er een externe partner bij betrekken kan een aantal voordelen inhouden zoals neutraliteit verzekeren, expertise in veranderingsprocessen binnenbrengen, kennis van sterke voorbeeldscholen in huis halen, een spiegel voorhouden en ontzorgen van de directie of het beleidsteam. Er zijn ook mogelijke nadelen aan verbonden: de externe partner kan zich mogelijk onvoldoende inleven in de schoolproblematiek, het eigenaarschap komt eventueel bij de externe coach te liggen en het project stopt als de begeleiding voorbij is. Het is belangrijk om een partner te kiezen die de voordelen kan waarmaken en niet in de valkuilen terecht komt.
Een dergelijk begeleidingstraject moet flexibel zijn en op maat. De ervaring leert dat elke school anders is. Gelukkig maar. Daarnaast is het aanlokkelijk om in te stappen in een proces waarbij alle te nemen stappen op voorhand netjes in een processchema staan beschreven. Je vinkt het lijstje af en je bent getransformeerd! Dan zit je nog in het oude denken. Een dergelijk proces is niet lineair en verloopt meestal niet zoals je het had voorzien. Het is belangrijk om in de aanpak te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden. Wat niet wil zeggen dat er geen stappen zijn die altijd van belang zijn zoals het bepalen van een gedragen visie en die samen met het ganse schoolteam levend maken bijvoorbeeld.
Daarnaast is het cruciaal dat de school het eigenaarschap over zijn veranderingstraject behoudt zodat de doorgevoerde verandering ook duurzaam is na de begeleiding. Een van de doelstellingen van een externe coach is om zich overbodig te maken en te zorgen dat zijn of haar rol achteraf in de school wordt gecontinueerd.
EduNext begeleidt dergelijke trajecten intussen in meer dan tien Vlaamse scholen. Wil je hierover een vrijblijvende afspraak maken? Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
“Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk leraren zijn voor jonge mensen die in hun bestaan zoekende zijn” - Dirk De Wachter
In de stilte van zijn consultatieruimte fileert psychiater Dirk De Wachter de essentie van het leraarschap. Voorbij de overdracht van kennis ziet hij de leraar als een cruciaal ankerpunt in de existentiële zoektocht van jongeren. Een pleidooi om onderwijs niet te herleiden tot kille data, maar te herwaarderen als een diepmenselijke ontmoeting waarin verbinding en het vinden van een plek in de wereld centraal staan.
Mischa Verheijden had als medeoprichter van re-story.be en als EduNext vrijwilliger een heel boeiend gesprek met Dirk De Wachter. Wil je het interview liever beluisteren, scroll dan even door deze pagina tot aan de podcast.
We dalen neer in de krochten van de ziel. Het zijn de uitnodigende woorden waarmee psychiater en psychotherapeut Dirk De Wachter ons de weg wijst naar zijn consultatieruimte in het souterrain van zijn thuispraktijk. Buiten is er het Antwerpse stadsverkeer, binnen is er rust. Het is een vrij donkere kamer met fauteuils en een bureau vol boeken. Aan de muur hangt zoals op meerdere plaatsen in zijn huis een werk van de schilder Bruneau. We hebben afgesproken voor een gesprek over onderwijs en al voordat we zitten, verontschuldigt hij zich dat hij geen onderwijsexpert is: “Ik denk dat het onderwijs de kerntaak heeft mensen te leren, maar even belangrijk is het sociale aspect om ergens in de wereld een plek te vinden. Een verbinding te maken.”
Foto Leen Wouters Fotografie
Als we zitten, vraag ik Dirk De Wachter naar de herinneringen aan zijn schooltijd. Ik vertel hem dat ik heb gelezen dat in de lessen Frans en wiskunde ook over kunst werd gesproken en dat hij vrij jong was toen hij al een werkstuk over Freud maakte.
“Ja ja”, zegt hij hoorbaar enthousiast als hij de herinneringen aan die tijd bovenhaalt, “Dat is in het middelbaar onderwijs. Ja ja. Ik kan overal verhalen over vertellen, maar het belangrijkste verhaal daar is waarom ik psychiater ben geworden.
De momentum, een soort van aha-erlebnis, een Paulus-moment was een leraar Nederlands die over de toen gangbare literatuur sprak: Clem Schouwenaars en allemaal schrijvers die vergeten zijn.
“En hij zei: ‘Er is nog een schrijver en een boek dat ik jullie zou aanraden, maar daar zijn jullie nog te jong voor. Dat is voor later.’ Die schrijver was Gerard Reve en dat boek was De Avonden. ”
Dezelfde avond ben ik naar de bibliotheek gegaan om dat boek, waar ik nog te jong voor was, te gaan lenen. Ik heb die hele nacht gelezen en was volkomen van mijn paard gebliksemd.
Ongelofelijk. Ik kom uit een klein dorp, uit een andere tijd. Ik wist van de wereld niet. En ik zag daar dat een mens gedachten kan hebben: Frits Echters, het hoofdpersonage van De Avonden heeft gedachten en die worden neergeschreven. Het begint trouwens ook met een droom die beschreven wordt. Ik was bezig met dromen.
Ik vertelde die leraar natuurlijk ook dat dat boek mij zo getroffen had. En dan heeft hij vanuit zijn eigen passie en belangstelling een les buiten het programma - niets interessanter dan de lessen buiten het programma - besteed aan de psychoanalyse, het onbewuste en die dromen. Hij gaf les over Freud, Adler en Jung.
Ik was verkocht en vanaf toen, het voorlaatste jaar van de humaniora, ben ik me heel erg gaan inlezen in de weliswaar secundaire toegankelijke psychoanalytische literatuur en ik wou psychoanalyticus worden. En het heeft me nooit meer losgelaten.
“Ik ben geen psychoanalyticus, dat is dan nog wel veranderd naar andere richtingen, maar goed de psychiatrie heeft me daar gegrepen tot vandaag. Door de leraar Nederlands die dus op een zeer gedreven authentieke manier iets vertelde buiten zijn programma.”
Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk leraren zijn voor jonge mensen die in hun bestaan zoekende zijn. Dat was bij mij in elk geval zo. Niet dat ik zeer ongelukkig was, maar in ieder geval zeer twijfelend en zoekend.
Leermeesters
Borderline Times, het boek waarin Dirk De Wachter overtuigend duidelijk maakt dat psychiatrie de spiegel van de wereld is en stelt dat de lijn tussen de mensen, de patiënten die hij in zijn praktijk ontvangt en niet-patiënten flinterdun is, maakte hem tot een bekende Vlaming.
Niet dat hij daar tegen is, maar het maakt ook dat hem over van alles en nog wat naar zijn mening wordt gevraagd. Nu dus ook over onderwijs. Hoewel dit interview niet helemaal uit de lucht komt vallen, omdat hij door EduNext als hoofdspreker is uitgenodigd op de grote onderwijsbeurs SETT in Gent neemt hij toch een bescheiden houding aan als het over onderwijs gaat.
Dirk: “Ik ben geen onderwijsexpert, ik kan alleen out of the box vertellen over die dingen. Vanuit mijn eigen ervaring, mijn kinderen hun ervaring. Het is niet dat ik buiten de wereld sta, maar ik ben geen expert. Ik denk dat het onderwijs de kerntaak heeft mensen te leren, maar even belangrijk is het sociale aspect om ergens in de wereld een plek te vinden. Een verbinding te maken.
En dan, dat vind ik erg belangrijk, in mijn leven is dat altijd heel erg belangrijk geweest: het fenomeen van de meester. Misschien raar, een beetje ouderwets zelfs, maar ik hecht heel veel belang aan een meester.
Ik heb mij altijd heel erg graag aan een figuur kunnen hechten, waar ik van kon leren, maar waarmee ik me ook voor een stuk kon identificeren. Van wie zijn leven - ‘zijn’ omdat het in mijn tijd allemaal mannen waren, ik kon leren, niet alleen in de zin van informatie, ook in de zin van leven.
“Ik heb het grote geluk gehad een aantal meesters in mijn leven te mogen meemaken. Dat zijn mensen die mij gemaakt hebben.”
Ook in de psychiatrie. Ik heb een leermeester gehad in mijn vak: Luc Isebaert, die vorig jaar is overleden, die mij eigenlijk als psychiater een identiteit heeft gegeven.
En dan vele jaren later ook heel belangrijk was Sam IJsseling, een filosoof in Leuven waar ik ook heel veel mee heb mogen lezen en nadenken. Dat zijn mensen die mij gemaakt hebben.”
Voor mij is dat heel belangrijk geweest. En ik zie dat ook in mijn vak heel belangrijk is, dat mensen nood hebben aan de psychiater die niet alleen een soort technicus is die zegt wat er kan gebeuren, maar ook als mens, als hechtingsfiguur. Dat is erg belangrijk in het leven in het algemeen. Ook in het onderwijs.”
De mens ontmoeten
Dirk de Wachter is ook als opleider en supervisor in de gezinstherapie verbonden aan de KU Leuven. Welke boodschap wil hij er overbrengen aan zijn studenten.
Dirk: “Mijn lessen zijn wat anders dan bij anderen. Dat had u wel kunnen verwachten zeker. Ik heb de cursus die ik geef overgenomen van Manu Keirse, de bekende rouwspecialist.
En de kern van de cursus zijn getuigenissen van patiënten, ervaringsdeskundigen die komen vertellen over hun leven met een handicap, een beperking, een lastigheid. Een blinde patiënt, een patiënt met een geschiedenis van kanker, een dame die haar partner heeft verloren aan suïcide, een patiënt met schizofrenie, een patiënt met multiple sclerose ...
Ik geef een raamwerk, een beetje theorie, dat moet er ook wel zijn, maar verder bestaat de cursus uit die getuigenissen. Mijn boodschap impliciet is: luister naar de patiënt, die heeft iets te zeggen. Ze worden heel erg aangezet om de mens te ontmoeten en het verdriet niet uit de weg te gaan, dat is waar het eigenlijk echt over gaat.
“Als die getuigenissen aan bod zijn, dan is dat auditorium waar dan 400 studenten zitten muisstil. Als ik mijn les geef dan wordt er geroezemoest, gefoefeld en gezeverd en dan zitten ze op hun Facebook. Het gaat nog, maar dan is het duidelijk zo’n beetje halvelings. Maar als die getuigenissen spreken, is het muisstil. Dat raakt hen wel.”
Het narratief
Is dat dan ook wat u in het begin voordat de opname startte zei: Re-story, dat is wat ik doe?
Dirk: “Ja natuurlijk, dat is mijn werk, Ik ben een narratief therapeut. Narratief betekent dat ik geloof in de mens als verhaal, wij zijn verhalen. Wij zijn dieren die spreken en dat spreken maakt ons mens en ons verhaal maakt wie we zijn.
Ik maak de mensen hun verhaal niet, maar in de dialoog probeer ik met mijn patiënten tot een beter verhaal te komen. A better story. En dus via woorden de identiteit maken van een mens.
Het is zelfs zo dat we met mensen met een heel ernstig psychiatrische problematiek ook heel letterlijk een nieuw verhaal maken. Het schrijven en vertellen van het verhaal is eigenlijk het wezen van mijn consultaties. Ook het verbinden van die verhalen, ik ben een systeemtherapeut, dus ik geloof heel erg in de verbinding tussen mensen. De mens als relatie.
Ik hecht dan ook heel veel belang aan het directe contact. Ook in het onderwijs. Met de meester, maar ook met de leerlingen onder mekaar.
“Ik denk dat met de coronatoestand nu ook iedereen in het onderwijs het er wel over eens is hoe belangrijk het is om die scholen te laten functioneren als ontmoetingsplaatsen. ”
Samen te babbelen. De face-en-face om het zo te zeggen. Dat de leraar daar ook aanwezig is in vlees en bloed. Wat niet wil zeggen dat ook internetachtige dingen en webinars interessant kunnen zijn. Blend het en al wat je wilt, maar ik hoop van ganser harte dat het het directe contact niet in de weg gaat staan. Want dan verarmt de mens. Dat staat de menselijkheid in de weg.
De menselijkheid is gediend bij directe verbinding. Soms rechtstreeks in wat Levinas, de filosoof die ik veel citeer, la caresse noemt, het mekaar aanraken. Dat voelen we nu zo sterk omdat het niet kan. En niet mag. Dat is heel letterlijk ook: als hier een patiënt binnenkomt, dan wil ik die een hand geven. En dat klinkt zomaar iets banaal, maar dat is heel wezenlijk die aanraking. Die verbinding.
“Ik ben het niet eens met de virologen die hopen dat we dat handen geven vanaf nu niet meer gaan doen. Dat we dat afschaffen. Alle appreciatie voor Marc van Ranst en zijn kennis, maar dat vind ik dus niet.”
Ik hoop dat we terug handen kunnen geven omdat dat binnen de menselijke gemeenschap ook een teken van verbinding is. Het handen geven heeft een heel belangrijke symbolische betekenis: ik heb geen wapen, ik dood u niet. Je geeft handen aan de mensen die je ook niet zo goed kent.
et argument is dat je de mensen die je graag hebt wel kunt omhelzen en kussen. Ja, dat zal ik wel blijven doen. Graag. Maar, ik wil de mensen die ik niet zo goed ken, de vreemdeling, l’ étranger, the stranger, een hand geven: ik ken u niet, maar ik verbind mij. Ik dood u niet om het in Levinasiaanse termen te zeggen. Ik vind dat heel essentieel.
Daar wil ik graag een punt van maken. Tegen de virologen, stel u voor. Zij maken de werkelijkheid vandaag. Enfin er komt een beetje tegenwind. Persoonlijk bedoel ik het alvast niet tegenover hen als mens, maar tegenover het maatschappelijke gebeuren dat de werkelijkheid toch wel heel erg door de virologische gevaren is gemaakt.
En we zijn nu een beetje verder, er is voortschrijdend inzicht, we hebben een klein beetje meer greep op de werkelijkheid, dus we kunnen toch wat beginnen nuanceren. En kritisch reflecteren.”
Toename psychopathologie na quarantaine
Al van in het begin van de coronacrisis heeft Dirk De Wachter gezegd dat hij en zijn collega’s door het gebrek aan die verbinding straks veel overwerk gaan hebben.
Dirk: “Daar is ook veel kritiek op geweest, maar dat is mijn aanvoelen. Uit de Verenigde Staten, uit China en stilletjes aan ook uit Europa komen er toch heel veel wetenschappelijke analyses dat stress, depressie en angst, posttraumatische stressstoornis en middelengebruik en al die parameters van de psychopathologie significant toenemen na de quarantaine.
Dan denk ik: daar moeten we toch op bedacht zijn. Het is een gegeven, dus dan hoop ik dat we kunnen nadenken over de geestelijke gezondheidszorg die toch de afgelopen decennia altijd een klein beetje het stiefkindje van de gezondheidszorg is geweest.
Nu ook weer: alle bedden werden vrijgemaakt voor de intensieve zorgen en de beademing. En terecht, maar gaan wij de volgende maanden en jaren ook bedden, personeel en geld hebben voor de grote hoeveelheid depressie, psychose, angst, middelengebruik die ons te wachten staat. Ik ben niet altijd optimistisch daarover.”
Socialiserende weefsel van de school
Om nog even terug te gaan naar onderwijs en jongeren: lopen die daarbij een extra risico? Mijn dochter heeft school echt gemist.
Dirk: “Dat is een gezonde reflex. Laat mij u geruststellen, als mensen zeggen: 'Goh, dat was toch niet gemakkelijk. Ik miste mijn vriendjes'. Dan denk ik: goed zo, dat komt in orde.
Zij die de school niet gemist hebben, daar maak ik mij grote zorgen over. Er zijn een aantal mensen die zeggen: 'Goh, ik voelde mij eigenlijk heel goed in de quarantaine. Ik was thuis, ik hoefde niks te doen, ik kon een filmpje kijken en ik had niks nodig'. Daar maak ik mij zorgen over.
Ik wil natuurlijk ook niet te snel psychiatriseren: laten we binnen de normaliteit in het onderwijs met de meester, met de leerlingen onder mekaar, met de scholen als systeem dit probleem onderkennen en daar zo goed mogelijk mee omgaan. Het bespreekbaar maken. Verbinding maken.
Zodanig dat we niet te snel, wat soms dreigt, psychiatriseren, want dat is wat de wereld doet. Dat is heel mijn discours van Borderline Times. De wereld maakt van elk tekort, elk verdriet en elke lastigheid een diagnostisch etiket.
Om hen dan naar de psychiater te sturen die met lange wachtlijsten geen tijd heeft om dat allemaal aan te pakken. En zo zit dat helemaal strop. Zo krijgen we een wereld die compleet gepsychiatriseerd is en tegelijkertijd machteloos is om daar iets aan te doen.
“Dus, preventief denk ik, heeft het onderwijs een heel belangrijke taak om ‘het leven met lastigheid en tekort’ ook goed te leven. Zeggen: ‘Die corona dat was me wat, daar heb ik het lastig mee gehad.’”
Daarvoor moet ik niet naar de psychiater. Nee, nee, daar moeten we samen eens een keer over spreken. Voor mijn part een traantje laten en eens zagen, zeveren, klagen en ambetant doen tegen mekaar. En mekaar vinden. Daar heeft het socialiserende weefsel van de school en hebben de leerkrachten een belangrijke taak om dat ook aan te kaarten en daar iets mee te doen.
Het is ook een opportuniteit zelfs om met dat lastige gegeven aan de slag te gaan en te wijzen op de nood aan verbinding. Nogmaals, in het verbod toont zich toch de grote nood. Niet naar school kunnen gaan, dat is toch verschrikkelijk. Dat is een van de verworvenheden van de moderne tijd.
“Als jonge mensen zeggen: ‘Ik wil niet naar school gaan’, dan denk ik: onze voorouders hebben ervoor gestreden dat kinderen naar school kunnen gaan.”
Dat ze kunnen leren. Dat ze van de wereld kunnen weten. Dat ze met elkaar kunnen omgaan.
En dat ze niet zoals in mijn streek, de Rupelstreek, op hun acht jaar als kind in de steenbakkerijen stenen moesten dragen. Om een beetje geld te verdienen om de alcohol voor hun verslaafde vaders te betalen. Miserie. Wat een chance dat we daar voorbij zijn. Dus school is echt wel godsgeschenk, om het seculier uit te drukken.”
Dit artikel werd opgetekend door Mischa Verheijden en verscheen eerder op re-story.be, een platform voor denkers en doeners van deze tijd.