Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Het vierledig transformatierad, een dynamisch denkmodel om in gesprek te gaan over duurzame transformatie van je school

Duurzame transformatie is geen lineair proces met een duidelijk eindstation, maar een voortdurende beweging tussen verschillende dimensies van de schoolorganisatie. Het vierledig transformatierad biedt een structuur om de dialoog over visie, cultuur, structuur en context scherp te houden. Door deze elementen constant met elkaar in verbinding te brengen, voorkom je dat vernieuwing versnippert en zorg je voor een fundament dat ook bij woelig water stevig blijft staan.

Jaren terug besloten we om ons te specialiseren in veranderingsprocessen. Om hierover in gesprek te kunnen gaan met onderwijsprofessionals die we inspireren en begeleiden, hadden we een kader nodig. Gebaseerd op het curriculair spinnenweb van Jan van den Akker, ontwikkelden we in eerste instantie het pedagogisch-didactisch transformatierad. De essentie hiervan is dat leerlingen eigenaarschap over hun leren kunnen nemen op elk van de acht elementen. Het transformatierad hebben we tijdens begeleidingen, pedagogische-studiedagen, navormingen en directiecongressen uitvoerig gebruikt om directies, leraren en coördinatoren te laten nadenken over hun huidig onderwijsconcept en hen uit te dagen om er een ambitieus alternatief voor te bedenken. We beseften toen al dat het pedagogische transformatierad alleen niet voldoende is. Het is niet omdat je een nieuw pedagogisch concept kunt bedenken dat je het ook kunt realiseren. Via een praktijkonderzoek hebben we nagedacht hoe we een nieuw pedagogisch concept duurzaam en persoonsonafhankelijk konden maken.

Welk kader gebruik jij om over verandering in je school te praten?

Tijdens onze interviews met Vlaamse innovatieve directies uit basis- en secundair onderwijs bleek dat net de achilleshiel te zijn bij hun veranderingstrajecten. Het veranderingstraject viel op een bepaald moment stil omdat leraren over onvoldoende vaardigheden beschikten, omdat de schoolcultuur te weinig ondersteunend was of omdat noodzakelijke processen ontbraken. Met deze input en onze eigen praktijkervaring, vatten we een uitgebreide literatuurstudie aan en kwamen we tot een aantal bepalende factoren.

Complexe veranderingen in één beeld VATTEN?

De grote uitdaging is om een ingewikkelde materie als een transformatie op een eenvoudige manier voor te stellen zonder dat de complexiteit verloren gaat.  Na heel wat ontwikkeling kwamen we uit bij het vierledig transformatierad:

Vierledig transformatierad EduNext

Daarbij bouwden we verder op het pedagogisch didactisch transformatierad en voegden we drie cirkels toe. Zo ontstonden:

-        11 vaardigheden die het lerarenteam nodig heeft om het nieuwe pedagogische concept in de praktijk te brengen.

-        8 cultuurelementen die er samen voor zorgen dat het nieuwe pedagogische concept zich in het DNA van de school kan zetten.

-        8 proceselementen bestaande uit voorwaarden en acties op weg naar een duurzaam transformatieproces.

Het vierledig transformatierad geeft zo een structuur om over transformatie in gesprek te gaan en er gerichte acties voor te bedenken.

Systemisch denken

Het vierledig transformatierad laat ook toe om linken te leggen tussen de verschillende elementen onderling en tussen de elementen over de verschillende cirkels heen. Zo kun je een link leggen tussen creatief denken en het innovatieklimaat maar evengoed is er een relatie tussen metingen en kwaliteitsontwikkeling. Je kunt van binnen naar buiten linken leggen en omgekeerd. Zo kun je bijvoorbeeld bij de leervorm vanuit teamteaching starten (pedagogisch-didactisch). Daarvoor zul je een team nodig hebben dat goed kan samenwerken, durft te reflecteren en elkaar feedback geven (vaardigheden). Het team zal op een inclusieve manier besluiten moeten kunnen nemen (cultuur) en de rollen binnen het team goed moeten verdelen (proces).

Van buiten naar binnen kun je bijvoorbeeld starten bij de creatie van een schoolbrede toolbox als dynamisch co-creatief platform met inspiratie, werkvormen, checklists, goede praktijken en geleerde lessen. Deze kan een cultuur van professionalisering voeden en een boost geven aan vaardigheden als didactisch handelen en netwerken. Dit zal uiteindelijk het leerproces van leerlingen (pedagogisch-didactisch) ten goede komen.

Welke systemische verbanden kun jij leggen voor je school?

Dit model kun je gebruiken om in plaats van het lineaire oorzaak-gevolg denken na te denken overversterkende relaties tussen de elementen en zo breng je beweging in de hoofden van leraren. De invulling van opleidingen en pedagogische studiedagen kan zo ook veel zinvoller verlopen.

Begin niet aan alles tegelijk

Het vierledig transformatierad maakt ook meteen duidelijk dat een duurzame en persoonsonafhankelijke transformatie een werk van lange adem is en meerdere jaren in beslag neemt. Je zult dus keuzes moeten maken en prioriteiten stellen. Je kunt immers niet aan 35 elementen tegelijk werken. Om scholen daarbij te ondersteunen, hebben we voor elk van de elementen uit het vierledig transformatierad een rubric ontwikkeld. Daarbij hebben we in de verticale as een aantal voor het desbetreffende element belangrijke criteria gedefinieerd. In de horizontale as staan vier niveaus waarvoor we telkens indicatoren hebben bepaald. Hieronder een voorbeeld van de rubric innovatieklimaat:

EduNext rubric Innovatieklimaat

Door te verdiepen op een element, kom je te weten bij welke criteria je al goed scoort en kun je beter definiëren wat je specifieke uitdagingen zijn. De scores zijn louter informatief, het zijn de kwalitatieve gesprekken die je er samen over voert die je inzicht geven in je sterktes en je groeikansen.

Neem een foto van je school

Het zou natuurlijk een hels karwei zijn om elk van die elementen via rubrics in detail te bespreken. Daarom hebben we een transformatiescan ontwikkeld die je samen met je beleids- en/of schoolteam kunt invullen. Hierbij schaal je je school op basis van een definitie in op elk van de 35 elementen. Je motiveert telkens in enkele woorden of met een voorbeeld waarom je die score geeft. Als je de scores samenvoegt zie je op welke elementen dat je al goed bezig bent en waar je nog kunt in verbeteren. Of je ontdekt discrepanties tussen de scores van verschillende teamleden. Via dieptegesprekken kun je met behulp van de rubrics ontdekken op welke elementen je het best focust. .

WIL JE met het vierledig transformatierad aan de slag gaan?

-        Lees het boek De Ultieme gids voor transformatie van je school

-        Organiseer een workshop systeemdenken of een workshop hoe bedenk je een nieuw onderwijsconcept?

-        Organiseer samen met je schoolteam een transformatiescan

-        Ga voor een meerjarig begeleidingstraject of deeltraject

Voor een vrijblijvend intakegesprek kun je contact nemen met Dag De Baere via dagdebaere@edunext.be of Dag bellen op 0472/095473

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Het gebruik van groeitaal, een krachtige hefboom voor verandering

De woorden die we gebruiken in de leraarskamer en in de klas bepalen de grenzen van wat we voor mogelijk houden. Groeitaal is meer dan een set positieve woorden; het is een instrument om een mindset van potentieel te installeren. Door de focus te verleggen van wat niet lukt naar wat nog kan worden geleerd, verandert de hele dynamiek in een school. Ontdek hoe een bewuste taalkeuze een cultuur van angst kan ombuigen naar een cultuur van onbegrensde groei.

De manier waarop sommige politici de voorbije weken met elkaar spraken, doet onze haren te berge rijzen. Ook als ze het over onderwijs praten. Ze hebben het over de lat die hoger moet, het niveau dat moet opgekrikt worden of leerlingen die moeten worden bijgespijkerd. Ze willen allemaal dat onze leerlingen het Nederlands goed beheersen maar zelf blinken ze qua taalgebruik niet altijd uit. Vaak gebruiken ze taal die uitgaat van een kloof tot iets dat moet bereikt worden, van een afstand tot een norm. Het is dikwijls harde taal die uitgaat van een negatieve startsituatie en die voor de doelgroep weinig motiverend of zelfs kwetsend over komt. Gelukkig zijn er weinig onderwijsprofessionals die op die manier over hun leerlingen of collega’s spreken. Toch merken we ook bij hen nog veel taal die beter kan. We kunnen er allemaal in groeien. Het ‘meerdere-mindere’-model dat we van kindsbeen af mee krijgen, plaatst ons regelmatig in een meerdere positie ten opzichte van de ander, waardoor die in een mindere positie terechtkomt. En dat uit zich in ons taalgebruik. Het vergt elke dag inspanningen om vanuit een evenwaardig perspectief te communiceren. Zelfs al zijn we heilig overtuigd van het belang van een groeimindset, onze woordkeuze volgt niet altijd. Communiceren via groeitaal is een kunst. En het heeft veel impact op het gedrag van collega’s. En op jouw eigen gedrag.

De magische woorden ‘nog’ en ‘al’

Een zin als ‘ik kan dit niet’ klinkt helemaal anders dan ‘ik kan dit nog niet’. In de laatste zin ga je ervan uit dat je het ooit wel gaat kunnen. Het is een kwestie van tijd en inzet eer het zover is. Het woord ‘al’ zet de stappen die je al hebt genomen in de verf en geeft je energie. Het zorgt dat je kunt verder bouwen op wat je al gerealiseerd hebt. Het zijn woorden die bij het coachen van leerlingen en leraren heel veel effect hebben. Als een leraar zegt: ‘ik kan dit niet’, kun je vragen: ‘Kun je dit niet of kun je dit nog niet?’ en ‘Wat heb je nodig om het te kunnen?’. Dat kan het aanleren van een vaardigheid zijn of misschien gewoon meer tijd. Op die manier het gesprek voeren, zorgt voor begrip en voor een mogelijke verschuiving in het denken van die collega. Gebruik daarom taal die zich richt op mogelijkheden in plaats van beperkingen. Spreek eerder over kansen en voordelen die een verandering biedt dan over problemen of beperkingen die ze met zich meebrengt. Focus eerder op wat je gaat doen en minder op wat je niet gaat doen. Als je bijvoorbeeld wil aangeven dat je niet gaat hervallen in de fouten van het verleden, kun je beter aangeven wat je in de toekomst anders gaat doen. Met een zin als ‘het is niet onze bedoeling om …’ bereik je vaak het omgekeerde: de toehoorder vergeet de negatie en begint na te denken over de situatie die je niet wil.

Denk negatief klinkende woorden om

Als je in een gesprek met een collega zegt dat je begrijpt dat hij in weerstand gaat, dan activeer je pas die zogenaamde weerstand. Niemand wordt graag op die manier aangesproken. Die collega vindt van zichzelf waarschijnlijk dat hij helemaal niet in weerstand gaat. Hij denkt daar gewoon anders over, heeft misschien nog meer argumenten nodig om de voorgestelde vernieuwing te omarmen of vraagt zich af of hij wel de vaardigheden heeft om het gewenste in de praktijk te brengen. Als je denkt in woorden als draagvlak, bijstand of veerkracht, dan kijk je helemaal anders naar de situatie en vertrek je van het idee dat je samen inspanningen levert om achter een nieuw idee te gaan staan.

Waarom niet een nieuw woord bedenken voor onze personeelsvergadering? Wie maakt graag deel uit van het personeel?

Ook kunnen bepaalde begrippen door omstandigheden een negatieve weerklank hebben gekregen. Stel dat je een project binnenklasdifferentiatie hebt gelopen en dat heeft niet de gewenste resultaten opgeleverd, dan kun je die term in de toekomst het best vermijden. Je kunt het dan bijvoorbeeld hebben over hoe elke leerling zo goed mogelijk haar of zijn leerdoelstellingen kan realiseren.

Gebruik actieve en waarderende taal

Zinnen met ‘worden’ zetten niet aan tot beweging. En net die dynamiek heb je nodig tijdens een veranderingsproces. Maar ook werkwoorden zoals ‘zijn’ vervangen door krachtigere alternatieven zoals ‘doen’, ‘leren’ en ‘ontwikkelen’ hebben meer impact. ‘Zijn’ impliceert dat de situatie blijft zoals ze is. Ook ‘men’ vermijd je best zoveel mogelijk. Dit maakt je communicatie zeer onpersoonlijk en wekt weinig energie op bij de toehoorder. Door positieve en krachtige woorden motiveer je medewerkers en stimuleer je actie. Op synoniemen.net vind je vaak betere alternatieven voor je eerste woordkeuze. Het is verstandig om belangrijke toespraken goed uit te schrijven en daarna te zoeken op ‘worden’, ‘men’, ‘zijn’ of ‘gaan’ en die vervangen. Of je tekst door collega’s laten lezen en je communicatie met hun feedback aanpassen. Bij mondelinge communicatie is het een kwestie van aandacht en oefening. Wat daarbij helpt, is niet te snel spreken of eerst goed nadenken voordat je reageert en over wat je wil zeggen. Het is belangrijk om je mening te uiten maar denk na hoe, tegen wie en in welke omstandigheden je dat doet. Leer de impact van je woorden inschatten. Je boodschap met meer mildheid en tact formuleren, komt meestal met de loop der jaren.

Als je het over kinderen met een andere thuistaal hebt die het Nederlands minder goed beheersen, zeg dan dat ze meertalig zijn

Ga op zoek naar betekenis

Een verandering brengt emotie teweeg bij medewerkers. Ze gaan daarbij door een rouwcurve. Door het gebruik van groeitaal, kunt je hen helpen om de betekenis van de verandering voor zichzelf te ontdekken. Laat hen nadenken over wat de verandering voor hen inhoudt en hoe deze verandering hun persoonlijke ambities en die van hun leerlingen kan ondersteunen. Het veranderingstraject biedt ook een kans om nieuwe vaardigheden te leren en om als persoon te groeien. Tijdens zo een traject heb je rationele argumenten nodig maar het is vooral de emotie die zal zorgen voor de gewenste gedragsverandering. Je daarbij kwetsbaar opstellen en eerlijk zijn en dit via betekenisvolle communicatie ondersteunen, kan collega’s helpen om zelf ook hun gevoelens te durven delen.

Creativiteit en humor

Een taal gebruiken die mooier en creatiever is, die energie geeft of die poëtisch is. Woorden of zinnen ‘omdenken’, zodat ze beter klinken en meer effect hebben. Zo was er in Duitsland in een woud een mooi bord: ‘Voorbehouden voor reeën’. Er had evengoed ‘verboden toegang’ kunnen staan. Het eerste is verrassend en spreekt ons veel meer aan.

Foto - BSBO De Ontdekker - Oudenaarde

Kijk eens naar de website van je school en bedenk ideeën om wat humor en creativiteit toe te voegen

Bedenk ideeënboosters

We hebben soms de neiging om te snel  ‘ja maar’ te zeggen als we een nieuw idee aanhoren. We kennen waarschijnlijk allemaal uitspraken zoals ‘dat past niet in het rooster’, ‘dat doen we al’, ‘dat wordt chaos in mijn klas’ of ‘dat mag niet van de inspectie’. Je kunt deze ook omdenken tot quotes die energie en goesting geven om uitgesproken ideeën een kans te geven.

Maak eens posters met eigen ideeënboosters en hang die op in de leraarskamer en in vergaderlokalen

Communiceer geweldig

Marshall Rosenberg zegt dat we als mensheid een taalprobleem hebben, omdat we getraind en opgevoed worden in een taal die ons leert om te analyseren en te veroordelen. En die ons wegleidt van onze behoeften. Daarom definieerde hij geweldloze communicatie als een bewustzijn om onze taal te ondersteunen zodat we ons helder en duidelijk kunnen uitdrukken en kunnen luisteren naar wat er echt toe doet. Om dat te illustreren gebruikt hij de metafoor van de giraf en de jakhals. De giraf omdat het een dier is met een groot hart dat goed kan luisteren. Bovendien is het een herbivoor en een van de meest vredevolle dieren. Hij kan door zijn lange nek ook goed het overzicht houden. De giraf zorgt voor verbondenheid en is gevoelsmatig. De jakhals is een roofdier dat resultaatgericht is, oordeelt, vergelijkt en controleert. Hij is zeer rationeel en durft agressie, manipulatie en macht te gebruiken. Rosenberg pleit voor een goede balans tussen de jakhals en de giraf zonder de jakhals voorrang te geven. De giraf kan de jakhals daarentegen helpen om zich op een verbonden manier te uiten waardoor die minder meedogenloos is en meer empathie vertoont. Rosenberg noemt dit geweldloze communicatie: een manier van interactie die het mogelijk maakt op vreedzame wijze informatie uit te wisselen en verschillen te overbruggen, waarbij menselijke waarden en behoeften centraal staan. Deze wijze van communiceren wil taalgebruik stimuleren dat tot wederzijds begrip leidt en woordkeuzes vermijden die mensen kwetst en in hun waarde aantast.

GEBRUIK NIEUWE TAAL

Net als elke andere sector gebruikt het onderwijs nog regelmatig oude taal. In grote secundaire scholen durven directies zeggen ‘we moeten ons korps meekrijgen’. Alsof ze in het leger zitten. Terwijl ‘we zoeken draagvlak bij ons lerarenteam’ veel meer aanspreekt. Klaslokalen kun je omdopen in leerruimtes of leeromgevingen. Vakwerkgroepen kunnen professionele leergemeenschappen worden. Een vergaderlokaal kun je hertalen naar een co-creatieruimte. Discussies worden gesprekken en remediëren zou je kunnen omdopen naar ondersteunen. Het secretariaat worden administratieve medewerkers en directeurs noemen zich schoolleider of coördinator. De ouderraad wordt een kernteam van ouders. De leraarskamer kan uit een ontspanningsruimte en een stilteruimte bestaan. Door de nieuwe benamingen op creatieve manier te visualiseren, zorg je dynamiek en een frisse wind.

Loop eens door je school en je processen en denk je benamingen om

De manier waarop je communiceert, helpt je om als school je dromen en doelen te verwezenlijken. Door hier samen aandacht aan te besteden, zorg je voor een positief en motiverend klimaat en werk je aan een ondersteunende schoolcultuur die beweging ondersteunt.

Wil jij ook aan de slag met groeitaal?

Samen met je schoolteam creatief nadenken over het taalgebruik op je school en via een brainstorm concrete ideeën bedenken en visualiseren? Dat kan via een workshop out-of-the-box denken waarbij je samen met collega’s via enkele creativiteitstechnieken concrete ideeën voor je school of klas bedenkt. Contacteer hiervoor Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Van statische visieteksten elke vijf jaar naar een proces van continue dynamische visie-ontwikkeling

Waarom zouden we onze koers slechts om de vijf jaar herijken als de wereld om ons heen dagelijks verandert? Het tijdperk van statische visieteksten maakt plaats voor een dynamisch proces van continue ontwikkeling. Door de visie te zien als een levend gesprek in plaats van een vaststaand document, blijft een schoolteam alert en wendbaar. Ontdek hoe een constante reflectie op de 'waarom-vraag' de motor wordt voor een toekomstbestendige leerorganisatie.

Om de zoveel tijd actualiseren scholen hun visie en dan ligt die voor vijf jaar vast. Om ze na die periode terug onder de loep te leggen. Vijf jaar is in de huidige tijden van snelle veranderingen wel heel lang. In die periode verandert er ontzettend veel. En wellicht zal de verandering in de toekomst nog sneller gaan. Kunnen we het ons nog veroorloven om zo lang te wachten om onze visie te actualiseren? Is het nog van deze tijd om om de zoveel jaar een visie-oefening te doen? Wordt het geen tijd om te evolueren naar continue visie-ontwikkeling?

We onderscheiden in een continu proces van visie-ontwikkeling vijf fases. Deze lopen niet noodzakelijk lineair na elkaar. Ze kunnen ook cyclisch op elkaar ingrijpen.

  1. Voorbereidingsfase

Hierin onderzoek je aan de hand van trends en signalen wat er in de maatschappij en de wereld gebeurt en welke invloed dat heeft op je huidig en toekomstig onderwijs. In welke mate veranderen de noden van leerlingen, ouders, leraren en directies hierdoor? Dit kun je doen via gesprekken met alle betrokkenen (v.b. aan de hand van een aantal vragen), intervieuws met trendwatchres, het volgen van onderwijsblogs, het lezen van onderwijsboeken, het luisteren naar podcasts, gluren in andere sectoren en deelnemen aan professionaliseringen. Het is sterk als teamleden daarbij ook bepaalde rollen opnemen (v.b. onderwijstrendwatcher, pedagogisch-didactische spotter, EF observator …)

Maak een fysiek moodboard in de leraarskamer met belangrijke trends en artikels of creëer een online moodboard op Miro waar leraren belangrijke info kunnen lezen en delen

Een volgende stap is om succescriteria (ambities) en belangrijke mijlpalen vast te leggen. Hoe zorg je dat je van statische visie-oefeningen evolueert naar een dynamische manier van visie-ontwikkeling? Het begint bij het nadenken over het waarom van visie-ontwikkeling. Daarbij zul je merken dat er een sterke link is tussen visie-ontwikkeling en het gedrag van leraren. Zodra leraren weten waarom ze iets doen, vergroot de kans dat ze aan de slag gaan met het wat en het hoe. Naarmate dat ze meer betrokken zijn in het proces van visie-ontwikkeling, zal hun mindset en hun gedrag mee veranderen. In deze fase stel je het best ook een actie- en communicatieplan op.

2. Creatiefase

Hierin beschrijf je je toekomstige school. Hoe ziet je school er in 2027 uit? Wat is je ideale school voor leerlingen, leraren, het leren, de school en de ouders? Zo ontstaat er gezond een spanningsveld tussen de huidige situatie en de gewenste toestand. Het is daarbij belangrijk om verder te gaan dan het maken van een visie-tekst en die te vertalen in concrete doelstellingen en pedagogisch leidende principes waar iedereen van het schoolteam achter staat. Lees hier hoe je dat doet en zo je schoolvisie echt tot leven brengt.

Breng je visie tot leven via proeftuinen, pilootprojecten, leerlabo’s of professionele leergemeenschappen

Het is belangrijk om te komen tot prototypes waar je specifieke elementen van de visie onderzoekt, uittest, bijstuurt en opnieuw uitprobeert. Zo creëer je specifieke voorbeelden waarin de visie tot leven komt op de klasvloer. Dat geeft energie en maakt de visie tastbaar.

3. Visualisatiefase

Het is zeker oké om de visie vast te leggen in een visiedocument. Daarin kun je bouwstenen en verwachtingsbeelden van de visie verwoorden. Een vlakke tekst is een mogelijkheid, denk ook aan andere mogelijkheden zoals een rubric, een routebeschrijving, een verhaal, een gedicht …

Steek niet te veel tijd in een perfecte visietekst. Is het goed genoeg voor nu? Ga dan verder en slijp - nadat je van de prototypes hebt geleerd - je tekst bij.

Bij een visietekst enkele beelden bij plaatsen is zeker oké maar niet voldoende. Denk na over manieren om je visie te visualiseren. Bijvoorbeeld via visual harvesting, een moodboard of een tableau.

Voorbeeld Visual Harvest - Basisschool De Klimop Bonheiden - Axelle Vanquaillie

Het is ook een goede oefening om een passende metafoor te ontwikkelen bij je visie. Op die manier kan iedereen op school de visie veel makkelijker onthouden. Zoals de kip in basisschool De Scharrel of vuur in Tienerschool Vonk!  Bij EduNext houden we van de metafoor van de bootreis. We koppelen daar heel wat woorden uit de nautiek aan zoals expeditie, bakens, stuurcabine, navigatiekaart, de kunst van het loodsen, de scheepskist en alle hens aan dek. Je kunt vast zelf met je team een mooie metafoor bedenken. Bij de keuze van een stijlfiguur is het wel belangrijk dat ze over de hele lijn klopt. Anders ondergraaf de visualisatie de kracht van je visie en gaat dat ene negatieve element in de leraarskamer of op een pv misschien wel een eigen leven leiden. Zeker door collega’s die minder geneigd zijn om de nieuwe visie tot leven te brengen.

4. Implementatiefase

Hierbij maak je een operationeel plan (wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe) met de beschrijving van de verschillende activiteiten om de visie tot uitvoering te brengen. Met daarbij ook de planning van deze acties. Het best is om dit meerjarenplan samen met het team te schrijven.

Door prototypes, proeftuinen, professionele leergemeenschappen of leerlabo’s kan het schoolteam experimenten uitvoeren, resultaten evalueren en bijsturen.

Zo beschik je over mini laboratoria waar je je toekomstige school al in het klein ziet en waar collega’s naar kunnen komen kijken

Het is wel belangrijk om te zorgen dat deze teams hierbij procesbegeleiding krijgen. Een procescoach of een kerngroep met mandaat voor procescoaching is zeker geen luxe. Zo zorg je dat er uit die experimenten ook een output komt en dat de teams op een gestructureerde wijze resultaten boeken.

5. Borgingsfase

In deze fase veranker je al het voorgaande in de systemen en processen van de school. Ook het maken van afspraken op basis van de opgebouwde expertise is nuttig.

Zorg dat elke nieuwe leraar zich in de schoolvisie verdiept. Vraag haar of hem wat ze erin zouden toevoegen of aanpassen

Dit is ook de fase waarin je geslaagde praktijken opschaalt en uitbreidt zodat ze deel gaan uitmaken van de algemene werking van de school. Of je maakt van een aantal experimenten één samenhangend geheel.

Hulpvragen visieontwikkeling

Om te kijken hoever je al staat op vlak van visie-ontwikkeling hebben we een aantal criteria ontwikkeld waar je een antwoord kan op geven:

•        In welke fase van visieontwikkeling zit jullie school? (helemaal nog niet aan bezig, voorbereidende fase, implementatiefase, verduurzamingsfase)

•        In welke mate is jullie school in staat om continu trends en signalen uit de externe wereld te capteren als input voor een continu proces van visieontwikkeling?

•        In hoeverre slagen jullie erin om jullie visie om te zetten in een nieuw en werkend pedagogisch concept?

•        In welke mate slagen jullie erin om jullie visie te laten leven op de klasvloer en is ze zichtbaar tijdens het lesgeven?

•        In welke mate gebruiken jullie jullie schoolvisie als leidraad voor dagelijkse acties en als filter om al dan niet voor bepaalde projecten of mogelijke initiatieven te kiezen?

Deze criteria maken deel uit van een rubric die EduNext hiervoor ontwikkelde. Visie-ontwikkeling is immers een van de acht elementen die de cultuur van een school bepalen en is dus uitermate belangrijk bij transformatieprocessen.

met visie-ontwikkeling aan de slag gaan?

Wil je hier graag meer over weten, dan kun je meedoen aan een workshop visie-ontwikkeling. Een traject visie-ontwikkeling in je school is ook mogelijk. Mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe breng je jouw schoolvisie echt tot leven?

Een visie op papier is geduldig, maar de weerbarstige praktijk van de klasvloer vraagt om meer dan mooie woorden. Hoe zorg je ervoor dat de ambities uit het schoolwerkplan niet verstoffen in een lade, maar de leidraad worden voor elke pedagogische handeling? De weg van intentie naar actie is vaak geplaveid met twijfel; het vertalen van abstracte idealen naar tastbaar gedrag is de ultieme lakmoesproef voor elk innovatief schoolbeleid.

Als je door websites van scholen surft en je zoomt in op de visies, dan lees je volgende zinnen:

-            Wij stellen onze leerlingen centraal

-            Wij vinden het welbevinden van iedereen op school belangrijk

-            We zetten in op diversiteit

-            We werken voortdurend aan kwaliteitsvol onderwijs

-            We ontwikkelen de talenten van al onze leerlingen

-            We bieden krachtige leeromgevingen aan

-            We besteden aandacht aan milieu en duurzaamheid

-            We hebben een sterk uitgebouwde leerlingenbegeleiding

-            We bereiden onze leerlingen voor op hoger onderwijs

Enkel vragen die hierbij rijzen:

-            Stel dat je daar het logo van een andere school zou bijplaatsen, zou iemand het merken?

-            Zouden leerlingen en leraren van die school kunnen vertellen wat er in hun visietekst staat?

-            Als je door die school zou lopen, zou je die visie dan vertaald zien op de klasvloer?

In heel wat scholen is het antwoord positief. In andere scholen is dat minder het geval. Waarom? Omdat die scholen er vooralsnog niet in geslaagd zijn om hun visie volledig tot leven te brengen.

 Blijf niet hangen in een visietekst

Uiteraard moet je als school een visie hebben. Je moet weten waar naartoe. De stip op de horizon moet duidelijk zijn. Daarom is het zeer zinvol om daar met het hele schoolteam over na te denken. En daarbij mag je dromen. Als je kijkt naar je huidige en toekomstige uitdagingen, welke school heb je dan nodig? Hoe zou je willen dat je school er in 2027 uit ziet? En dan kom je samen tot een tekst of een aantal pijlers die voor de school belangrijk zijn. De valkuil bestaat erin om deze tekst te blijven bijslijpen totdat hij er op papier perfect uitziet. Om hem daarna te visualiseren op de website, aan de schoolpoort te hangen, te verspreiden via brochures of een plaats te geven tijdens opendeurdagen.

Vertaal de visie in concrete doelstellingen

Het is belangrijk om je schoolvisie verder door te vertalen. Wat betekent deze visie voor je leerlingen, leraren, school en de wereld rondom je school?

-            Welke leerlingen wil je zien als ze de laatste keer door je schoolpoort stappen?

-            Wat wil je dat leerlingen kennen en kunnen?

-            Hoe wil je dat leerlingen met elkaar omgaan?

-            Hoe verloopt de relatie tussen leerlingen en leraren?

-            Welke kwaliteiten en expertise hebben leraren in je school?

-            Welk gedrag vertonen je leraren op school?

-            Welke schoolklimaat wil je op school?

-            Hoe wil je dat de buitenwereld je school ziet?

-            Hoe wil je omgaan met de ouders van je leerlingen?

Deze doelstellingen kun je bij elke nieuw project, bij het uitwerken van processen of bij praktische beslissingen steeds weer voor ogen houden en je afvragen of dit beantwoordt aan je doelstellingen.

Definieer leidende pedagogische principes

Hoewel de doelstellingen al een stuk concreter zijn, is dat nog niet voldoende. De link die nog te weinig gemaakt wordt, is de vertaling van de doelstellingen naar de dagelijkse pedagogie en didactiek. Dat vergt een extra slag. Hiervoor kun je het EduNext transformatierad als denkmodel gebruiken.

EduNext transformatierad

Daarbij ga je samen met het lerarenteam na hoe je voor elk van de wielen van het transformatierad je visie en doelstellingen concreet kunt vertalen in leidende pedagogische principes. Per wiel kun je zo een 3 tot 5 principes gaan bepalen. Goed gedefinieerde leidende principes zijn voldoende concreet, geven sturen en richting maar bieden toch nog genoeg ruimte om die te interpreteren en aan te passen naar de klascontext.

Enkele voorbeelden van leidende pedagogische principes zijn:

-            Leerinhoud: we reflecteren regelmatig op de vooropgestelde leerdoelen en versterken zo het zelfreflecterend vermogen van leerling en leraar

-            Leervorm: onze instructies mogen in de toekomst nog maximaal 20 minuten duren en leerlingen zullen leren beslissen welke instructies ze nodig hebben en welke niet.

-            Leerproces: we gaan werken met digitale portfolio’s waarbij leerlingen hun opgedane vaardigheden en nevenactiviteiten kunnen bijhouden

-            Leertijd: we starten elke morgen met een gemeenschappelijk kringmoment waarbij leerlingen over een zelfgekozen thema met elkaar in gesprek gaan

-            Leeromgeving: wij streven ernaar dat elke leerling op elke moment een plek kan vinden om in stilte te kunnen werken

-            Leernetwerk: we gaan de ouderbetrokkenheid versterken door hen ’s morgens de kans te geven om een koffie te drinken hen op vrijdagnamiddag te laten aansluiten bij een gemeenschappelijk moment

-            Leermateriaal: We willen een overkoepelende toolbox creëren waar we onze  lesmaterialen samen kunnen maken en delen

-            Leerorganisatie: We streven ernaar om wekelijks 1 à 2 uur overlegtijd te creëren

Het is van belang om je ervan bewust te worden dat de wielen van het transformatierad één samenhangend systemisch geheel vormen. De daarvan afgeleide pedagogisch leidende principes zijn dat ook. Goed gedefinieerde principes kunnen op elkaar inspelen en elkaar versterken.

Tijdens het bedenken en vormgeven van deze principes hou je het best ook telkens de doelstellingen voor ogen en check je of je via deze leidende pedagogische principes je doelstellingen wel degelijk bereikt. Eens je het met het schoolteam eens bent over de leidende pedagogische principes, vormen ze je kompas tijdens je dagelijks onderwijs.

Weet dat bepaalde leidende pedagogische principes bij leraren angst kunnen oproepen omdat ze het nog niet zien zitten om die uit te voeren of omdat ze er zich nog niet competent voor voelen. Het is belangrijk om daar tijdens het proces voldoende oog voor te hebben, hen daarbij te coachen en zo te werken aan draagvlak.

Proeftuin of pilootproject

Een laatste stap in het proces is om de leidende pedagogische principes te vertalen naar je dagelijks onderwijs. Dat kan via een proeftuin of een pilootproject. Het onderscheid is belangrijk. Een proeftuin omvat enkele van de leidende pedagogische principes waarmee je gaat experimenteren en de effecten ervan in kaart brengt. Een pilootproject integreert alle leidende pedagogische principes. Het is je toekomstige school in het klein. Dat betekent dat je de leidende pedagogische principes vertaalt naar concrete lesinhouden, lestabellen, evaluatie, benodigde leerruimte, organisatie, leermateriaal en netwerk. Een pilootproject heeft meer impact maar is ook een stuk uitdagender.  Een proeftuin heeft minder effect maar zorgt er wel voor de leraren meer laagdrempelig met de innovaties aan de slag kunnen gaan. Het risico bij proeftuinen is dat het proeftuinen blijven. Maar als er meerdere proeftuinen lopen, kun je die op termijn wel verbinden tot één pilootproject.

Doordat er op school proeftuinen of pilootprojecten lopen, zul je zien dat de visie zo veel voelbaarder wordt. Het is geen vrijblijvende tekst meer op de website. Stel dat je bezoek hebt op school, dan zullen leraren en leerlingen die in de proeftuinen of pilootprojecten actief zijn, gemakkelijk de visie kunnen vertellen omdat hun dagelijkse werking ervan doordrongen is.

Wil jij je schoolvisie nog meer laten leven?

We hebben voor bovenstaande stappen een deeltraject ontwikkeld waarbij we het schoolteam coachen om via enkele interventies te komen van visie naar doelstellingen naar overeengekomen leidende pedagogische principes. Interesse? Neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe krijg je alle betrokkenen mee tijdens een veranderingstraject?

Wanneer een kleine groep enthousiastelingen een vernieuwing uitdenkt zonder de rest van het team te betrekken, is de kans op falen groot. Echt draagvlak ontstaat niet aan de zijlijn van een proeftuin, maar door iedereen vanaf de start medeverantwoordelijk te maken voor het traject. Hoe doorbreek je de isolatie van innovatie en zorg je voor een gedragen beweging die standhoudt wanneer de eerste euforie voorbij is?

Bij een innovatie of transformatie is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere proeftuinen lopen. Voor de collega’s die niet rechtstreeks bij deze innovaties betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.

Creeer draagvlak voordat je begint

1) Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie aan te pakken. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door de collega’s te laten zien hoe de leerlingeninstroom de komende jaren zal veranderen of door hen bewust te laten maken dat ze het niet meer alleen zullen aankunnen. Zo maak je werk van een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde verandering, bijvoorbeeld via de scholengroep of een doorlichting.

2) Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagde transformatie te komen zoals:

  • Willen gaan voor één overkoepelend schoolproject

  • Geloven in eigenaarschap van leerlingen en leraren

  • Alle belanghebbenden (leraren, leerlingen, ouders) van in het begin te betrekken. Durf de hogere sporten van de participatieladder beklimmen

  • Voldoende tijd voor het lerarenteam voor het veranderingstraject voorzien

  • Je schoolbestuur mee hebben

3) Breng een leidende coalitie op de been, een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in een kernteam team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een kernteam van acht. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan.

Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject

4) Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan een tijd later te  eindigen bij het omarmen van het nieuwe.

Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross

Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, andere collega’s zullen meer tijd nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching of opleiding aangewezen.

5) Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar via een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of de ingang van de school zijn daarvoor zeer geschikt. Laat het team zelf nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.

6) Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject kan je bijvoorbeeld komen tot een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een of meerdere van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal wil je die om de veertien dagen houden. Voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich er de nodige vaardigheden voor eigen te maken . Door bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.

Creëer draagvlak na het veranderingstraject

Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.

7) Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. Om dat te kunnen doen, is vertrouwen nodig maar dat kun je tijdens een veranderingstraject opbouwen.

8) Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.

Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daarvoor een plan van aanpak. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.

9) Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.

Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.

Wil je hier graag meer over weten?

Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school. Voldoende draagvlak creëren bij het schoolteam is ook een centraal thema tijdens onze masterclass transformatiecoaching .

We gaan hierover met jou ook graag vrijblijvend in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Reken af met tijdrovers op school

De leraarskamer gonst vaak van de klachten over werkdruk, maar veel kostbare tijd lekt weg in inefficiënte vergaderingen en administratieve ruis. Het aanpakken van tijdrovers is geen kwestie van harder werken, maar van radicale keuzes durven maken in wat we níét meer doen. Ontdek hoe je door kritisch te kijken naar routineuze processen de broodnodige ademruimte creëert voor wat er werkelijk toe doet: de kwalitatieve interactie met de leerling.

Tijdens het schooljaar lopen elke ochtend en avond veel mensen door de schoolpoort. Ongemerkt glippen er telkens enkele dieven mee. Zij zijn niet uit op materieel gewin, het gaat hen onze tijd. Brutaal en ongemaskerd sluipen ze dagelijks binnen. Waar zijn ze op uit? Zoveel mogelijk werkuren stelen. En dat lukt ze prima. Hoewel iedereen ze kent, mogen ze op veel plaatsen gewoon hun gang blijven gaan. Nochtans hebben we allemaal tijd te kort en worden we dagelijks door de tijd ingehaald. Bovendien hebben deze tijdrovers ook een negatieve impact op ons welbevinden. Tijdrovers zijn immers meedogenloos en verslavend. En het zijn broertjes van elkaar. De eerste letter van hun naam begint met een m en ze roven ook graag samen tijd.

Drawify illustratie

Tijdrover 1: Multitasking

Af en toe horen we tijdens begeleidingen leraren zeggen dat zij wel kunnen multitasken. En niet kort daarna iemand die zegt dat vrouwen dat wel kunnen. Een mythe. Je kunt wel autorijden en ondertussen aan iets denken. Dat lukt omdat we het autorijden hebben geautomatiseerd en ons denkend brein - bij rustig verkeer - beschikbaar is. Tegelijkertijd aan twee dingen denken, lukt niemand. En toch blijven velen het dagelijks proberen. Multitasken leidt tot veel concentratieverlies en belast je brein intensief waardoor je snel moe wordt en je productiviteit fel zakt.

Drawify illustratie

Tips

  • Werk je taken na elkaar af. Weersta aan de drang om van hier naar daar te flippen.

  • Zorg dat enkel ziet of hoort wat je nodig hebt. Neem verleidingen weg en ontloop stoorzenders

  • Richt bewust je aandacht en ban aanlokkelijke nevengedachten

  • Zet jezelf een tijdsdoel voor een werkstuk dat je af wil hebben

  • Beloon jezelf na het singletasken

 Tijdrover 2: Mail

We mailen ons te pletter. Voor je het weet, besteed je een halve dagtaak aan het lezen en beantwoorden van mails. Er zijn nog altijd veel mensen die een lege inbox willen hebben. Dat kan voordelen hebben maar het kost ons veel tijd en het is vaak dweilen met de kraan open.

Drawify illustratie

Tips

  • Voorzie tweemaal per dag een tijdsblok waarin je mails beantwoordt

  • Sluit je mailbox steeds af na gebruik

  • Gun jezelf max x minuten mailtijd per dag. Analyseer je huidig aantal minuten en zet wekelijks een scherper doel

  • Reduceer het aantal mails per dag en verminder het aantal lijnen per mail

  • Laat je mails in cc in een aparte folder binnenkomen en bekijk die twee keer per week

  • Laat je mails die je verzendt enkele minuten in je ‘postvak uit’ waarna ze automatisch verzonden worden. Zo kun je nog correcties doen

Tijdrover 3: Meetings

Te veel. Te lang. Niet voorbereid. Niet efficiënt. Geen agenda. Geen verslag: vergaderingen, we kennen ze allemaal. En toch blijven we eraan deelnemen. En ja, we hebben natuurlijk onze laptop mee zodat we ons kunnen bezighouden met de vorige tijdrover terwijl de directeur of een collega aan het woord is. Als je bij online meetings je video en je microfoon afzet, lukt dit je vast ook.

Drawify illustratie

Tips

  • Halveer de vergadertijd of verminder de frequentie.

  • Check of iedereen (de hele tijd) aanwezig moet zijn

  • Installeer een nieuwe regel: iedereen mag de meeting verlaten als het niet meer interessant is

  • Vergader af en toe staand

  • Voorzie een ‘bullshit’ knop. Als iemand te lang aan het woord is, kun je daar op drukken

https://www.pilz.com/nl-BE

Tijdrover 4: Minuutje?

Meestal vragen mensen het niet eens. Ze onderbreken je zomaar. Probeer in de gemiddelde leraarskamer – meestal ingericht als landschapsbureau – maar eens te werken. Je moet al een geoefende mediterende monnik zijn om je in een dergelijke omgeving te kunnen focussen. Er loopt wel altijd iemand langs of er komt een whatsappje binnen. En ben je dan toch even geconcentreerd aan het werk, dan komen enkele collega’s in jouw buurt een mini-vergadering houden.

 TIPS

  • Voorzie in stilleruimtes of vergaderboxen of zoek een plek waar je rustig kunt werken.

  • Durf pratende mensen erop aan te spreken om hun gesprekken in een afgesloten ruimte verder te zetten.

  • Zet je pop-ups af. Zorg dat je een tijdje onvindbaar bent

  • Plaats een bordje ‘niet storen’ of zet een koptelefoon op

Tijdrover 5: Multimedia

Zo sociaal zijn ze vaak niet. Ze kunnen je lang bezig houden waardoor je nadien je werk mag inhalen. Eens je er aan begint, kun je erin verdwalen. Voor je het weet is er een uur voorbij. Of je gaat toch gauw nog eens checken hoeveel likes je intussen op je meest recente post hebt.

Drawify illustratie

 TIPS

  • Leg je smartphone weg of zet hem op stil.

  • Voorzie een telefoontas in vergaderruimtes

  • Plan je sociale mediamomenten in, bijvoorbeeld als beloning na een flink stuk werk.

  • Sluit al je sociale media vensters en schakel pop-up’s uit

  • Neem je GSM niet mee naar toilet

Tijdrover 6: Matig plannen

Ook deze tijdrover kan gigantisch veel tijd stelen. Heel wat mensen brengen geen of weinig structuur aan in hun werk. Of ze beschikken over geen goede tool. Daarnaast leert onderzoek dat we te optimistisch zijn in onze planning.

Drawify illustratie

TIPS

  • Plan lege ruimte in je agenda in. Vermom het desnoods als een taak

  • Voorzie blokken van tijd om geconcentreerd te werken

  • Verzamel alle informatie voor je begint

  • Overschat de benodigde tijd voor een taak met een factor twee

  • Verdeel je werk in vier categorieën (dringend, onbelangrijk, niet dringend, belangrijk). Spendeer de meeste tijd aan niet dringende, belangrijke taken

Gedragsverandering

Deze tijdrovers aanpakken, vergt een gedragswijziging. En dat is niet eenvoudig. Veel mensen blijven vaak in intenties steken en vallen snel terug op hun vroegere gewoontes. Om voorgoed af te rekenen met tijdrovers zal je bovenstaande en andere tips minstens 21 dagen moeten volhouden (sommige onderzoeken spreken over 63 dagen), dan pas worden het nieuwe gewoontes.

Hulp nodig?

Wil je de tijdrovers in je school eens en voorgoed uitschakelen? Dit kan via een begeleidingstraject op maat. Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met Dirk (dirkdeboe@edunext.be - 0474/949448).  

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Provoceren, terugdenken en vooruitdenken tijdens veranderingsprocessen

Hoe doorbreek je de verlammende logica van 'zo hebben we het altijd gedaan'? De kunst van de provocatie dwingt een team om buiten de gebaande paden te treden door het ondenkbare te suggereren. Door vanuit een ideale toekomst terug te denken naar het nu, worden belemmeringen plotseling hanteerbaar. Een praktische methodiek voor scholen die vastzitten in lineaire verbetertrajecten en toe zijn aan een creatieve sprong voorwaarts die de verbeelding weer activeert.

Vastgeroeste patronen op school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede gewoontes gaat. Er zijn echter patronen die verandering of innovatie in je school danig kunnen afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het gebeurt vaak dat dergelijke provocatieve ideeën niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door het extreme idee terug te denken tot een haalbaar idee, kun je het toch realiseren. Deze techniek passen we met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen en jij kunt hem ook gebruiken om jouw hardnekkige patronen te doorbreken.

Beweging creëren door te provoceren

Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.

Saaie lEeromgeving

Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch een beetje te ver. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom je bij ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes.

De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet aan denkt. Laat ons het nog even oefenen op twee andere uitdagingen.

Toezicht houden

Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:

Leraren krijgen TE veel mails en Smartschool berichten

In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je te binnen schieten of een annex toevoegen die je vergeten was.  

Hoe provoceren en hoe terugdenken?

Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in geïnspireerd door een pretpark i.p.v. de volledige school).

Terugdenken en vooruitdenken bij veranderingSPROCESSEN

Tijdens een veranderingstraject kunnen leraren moeite hebben met bepaalde ideeën. Stel dat je op termijn wekelijks coachingsgesprekken met de leerlingen wil organiseren, dan kan dat wel eens heel bedreigend zijn voor bepaalde leraren. Door het idee te gaan terugdenken naar één keer per maand, naar één keer per trimester of naar één keer per jaar vergroot de slaagkans. Om het idee op een bepaald moment weer te gaan vooruitdenken en bijvoorbeeld de frequentie van de coachingsgesprekken te verhogen. Onhaalbare ideeën kunnen zo toch realiseerbaar worden omdat je ze via het terugdenken kleiner maakt, wetende dat je die ideeën na een tijd ook weer kan vooruitdenken. En zo kun je het tempo van de innovaties of veranderingen verlagen of verhogen.

Voor veel uitdagingen toepasbaar

Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.

Wil je er zelf ook mee aan de slag?

Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Ideaal voor tijdens een pedagogische studiedag. Wil je creatief denken structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Het creëren van teamtijd: een belangrijke hefboom voor innovatie in je school en tegelijk een sleutel voor een diepe transformatie

Onderwijsinnovatie sterft vaak in de marge van een overvolle agenda. Teamtijd is geen luxe, maar de brandstof voor elke betekenisvolle transformatie. Wanneer een team de ruimte krijgt om werkelijk te vertragen en samen te reflecteren, ontstaan er inzichten die in de dagelijkse hectiek verloren gaan. Ontdek hoe je tijd kunt 'vrijmaken' door de bestaande organisatie radicaal te herdenken, zodat professionele dialoog weer de prioriteit krijgt die het verdient.

In ons onderwijs is er structureel leertijd voorzien voor leerlingen maar niet voor leraren. Nochtans is de behoefte hieraan groot, zeker gezien leraren in de toekomst meer en meer samen voor de klas zullen staan of samen verantwoordelijk zullen zijn voor een groep leerlingen. Ze moeten hun leerdoelen, lesvoorbereidingen en evaluaties dan ook meer op elkaar kunnen afstemmen. En daar ook samen voldoende overlegtijd aan besteden. Daarnaast vraagt ook het verder professionaliseren van het lerarenteam tijd. Tijd om te kunnen verdiepen, dingen uit te proberen, erover te reflecteren en aan te passen.

Drawify illustratie

Je zult dus als school voldoende aandacht moeten schenken aan het vinden van structurele overlegtijd voor het schoolteam. Het is immers niet wenselijk en niet efficiënt om deze allemaal over de middag of na schooltijd te organiseren. Enerzijds omdat je leraren hun pauzes ontneemt en ze zo niet rustig kunnen eten en eens over andere dingen te praten. Anderzijds omdat overleggen dan steeds onder tijdsdruk moet gebeuren en dat heeft vaak een negatief effect op het resultaat.

Gezien in de meeste scholen lesroosters meestal vastliggen voor een heel jaar, komt het erop aan om bij het maken van de lestabellen structureel overlegtijd in te roosteren. Je zult dus moeten kijken hoe je binnen de lesuren overdag leraren kunt vrij maken zodat ze met elkaar in overleg kunnen gaan. Hierbij enkele ideeën:

  • Samenwerken met een externe organisatie of vzw die de leerlingen maandelijks een namiddag onder hun hoede nemen

  • Leerlingen gedurende een halve dag zelfstandig en met minimaal toezicht of thuis aan een opdracht laten werken

  • Leraren lichamelijke opvoeding samen een activiteit laten uitwerken waaraan alle leerlingen deelnemen.

  • In december en juni gebruik maken van de examentijd van leerlingen.

  • Eind augustus structureel enkele dagen overlegtijd inplannen

  • Alle tijd voor pedagogische studiedagen en personeelsvergaderingen gebruiken om te overleggen en aan concrete dingen te werken.

  • Bij personeelsvergaderingen informatie vooraf doorsturen en de bijeenkomst zelf gebruiken als werktijd

  • Leerlingen naar een voorstelling laten gaan of laten deelnemen aan een bedrijfsbezoek, dit onder begeleiding van externen

  • Een opleiding EHBO voor de leerlingen voorzien door externen verzorgd

  • In de gemeente onder begeleiding van ondersteunende medewerkers leerlingen zwerfafval laten opruimen

  • Leerlingen gedurende een paar uur een tekst of een boek laten lezen.

  • Leerlingen met minimaal toezicht vrije ruimte geven om een project uit te werken

  • Oud-leraren aan je school binden. Die kunnen dan een halve dag of een dag per week ingezet worden.

  • Gepensioneerde leraren vragen of ze wekelijks of maandelijks een halve dag willen inspringen

  • Vrijwilligersnetwerk opzetten dat regelmatig toezicht kan houden

Een aantal van deze ideeën kunnen omwille van de leeftijd van de leerlingen, het feit dat ze nog niet autonoom kunnen werken, het kostenplaatje, het nog ontbreken van het netwerk, het verzekeren van de veiligheid of complexe logistiek momenteel nog niet mogelijk zijn. Door leerlingen zelfsturend te maken, door op zoek te gaan naar lange termijnsamenwerkingen en te kijken welk potentieel er bij ouders, het schoolnetwerk en de buurt aanwezig zijn, kun je creatieve oplossingen vinden. Het kan een idee zijn om daarover met het schoolteam een brainstorm te organiseren. 

“Als we het echt menen, dan lukt het niet meer via ad hoc overlegmomenten”

Je mag ook niet in de valkuil lopen om eenzijdig tijd te putten uit het lesrooster van leerlingen. Zij hebben immers recht op een volwaardige invulling van hun lestijden. Het is nu al zo dat leraren binnen de lestijden naar vormingen gaan ten koste van leertijd van leerlingen. In het nieuwe denken over de opdracht van leraren spreken we dan ook niet enkel over leerlinggebonden tijd maar ook over schoolgebonden tijd met personeelsvergaderingen, overleg, professionalisering en persoonlijke tijd. Traditioneel verwoorden we die opdrachten vanuit het aantal uren lestijd. Zoek niet alle tijd voor het kern- en schoolteam in deze zone. Je neemt best een combinatie binnen de uurroosters van leerlinggebonden lestijd, de schoolgebonden tijd en persoonlijke tijd van het team. Het zoeken naar een goede balans is afhankelijk van school tot school maar vertrekken van ⅓ leerlingtijd (lestijden) ⅓ schoolgebonden overleg tijd en ⅓ persoonlijke tijd verdeling kan een startpunt zijn. Deze tijdsinvestering transparant benoemen en duiden naar het hele team is belangrijk om spanningen en verkeerde percepties te vermijden. 

Meer info?

EduNext begeleidt transformatietrajecten in basis- en secundair onderwijs. Het creëren van overlegtijd is een belangrijke voorwaarde voor een geslaagd verandertraject. We besteden er tijdens een traject met het beleidsteam dan ook veel aandacht aan. Een specifiek begeleidingstraject over het creëren van tijd samen met het hele schoolteam is ook mogelijk. Wil je hierover meer weten, neem dan contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Om een veranderingstraject duurzaam en persoonsonafhankelijk te maken, heb je een nieuwe schoolcultuur nodig. Maar hoe begin je daaraan?

De grootste angst bij elke innovatie is dat deze verdwijnt zodra de trekker vertrekt. Duurzaamheid is geen eindpunt, maar moet in het ontwerp van je transformatie zitten. Het vraagt om een verschuiving van individueel enthousiasme naar een nieuwe schoolcultuur die verankerd is in gedeelde gewoontes en structuren. Maar hoe herprogrammeer je het DNA van een organisatie zonder de ziel ervan te verliezen? Een diepe duik in het verankeringsproces.

Vraag aan tien directies wat de belangrijkste resultaten zijn van een veranderingstraject. Veel kans dat een nieuwe schoolcultuur een van de antwoorden is. Die is immers nodig om de verandering in de school onafhankelijk te maken van personen.

Het gebeurt immers regelmatig dat vernieuwingen of mooie proeftuinen op termijn verdwijnen of niet doorgetrokken worden. Dit kan meerdere redenen hebben: de bezielers zijn niet meer op de school, het lukt niet om voldoende draagvlak te realiseren om het het project op te schalen of het proefproject valt na een tijdje stil. Met andere woorden, de transformatie zit niet in de hoofden van het hele schoolteam of in het DNA van de school ingebakken waardoor er terugval kan zijn naar oude en minder gewenste patronen.

Na een uitgebreide literatuurstudie en praktijkonderzoek, distilleerden we acht elementen die samen zorgen voor een schoolcultuur die inhoudelijke en procesmatige veranderingen ondersteunen en zorgen dat de transformatie onafhankelijk wordt van tijdelijke gebeurtenissen, trekkers of begeleiding:

Inclusieve besluitvorming

Het lijkt logisch om beslissingen te nemen samen met de mensen die betrokken zijn bij het besluit. In de praktijk is dat niet altijd zo. Als je kiest voor inclusieve besluitvorming, dan creëer je meer draagvlak voor beslissingen. Dat kan door bij (bepaalde) besluiten ook te luisteren naar de minderheid en hen te vragen waarom ze niet akkoord gaan. Je hoeft de beslissing daarom niet te herzien maar je kunt ze aanpassen met feedback en ideeën van hen die het er in eerste instantie niet mee eens zijn. Zo kan iedereen achter het besluit gaan staan. Een andere manier is om te vragen of iemand een fundamenteel bezwaar heeft en of de beslissing goed genoeg is voor nu. Een proces van inclusieve besluitvorming opstarten, zorgt voor meer vertrouwen op school. Daarnaast heeft ook de communicatie over de besluiten en het goed uitvoeren ervan, een positieve impact op de schoolcultuur.

Betrek de mensen die het besluit nadien zullen uitvoeren bij het nemen van een beslissing

Visieontwikkeling

Om de zoveel jaar houden veel scholen hun visie tegen het licht. Ze doen dan meestal samen met een aantal medewerkers een visie-oefening waarna ze deze communiceren via borden en website. Veel kans dat dit nadien dode letter blijft. Op zijn minst moet je nadien de visie implementeren, opvolgen en bijsturen. Visieontwikkeling gaat nog een stap verder. Het gaat over het voortdurend ontwikkelen van je schoolvisie waarbij zoveel mogelijk schoolteamleden signalen en veranderingen uit de buitenwereld opvangen en erover met elkaar in gesprek gaan. Dat geeft de school continu richting en verbindt teamleden met elkaar. Op die manier komen teamleden tot gemeenschappelijke mentale modellen, referentiekaders en waarden om de ambities en doelen van hun school mee bij te sturen. Door ze op die manier te herhalen en ze ook als filter te gebruiken voor nieuwe projecten, acties en beslissingen, zal de visie langzaam maar zeker deel uitmaken van het DNA van de school.

Maak een prikbord in de leraarskamer en/of maak een Miro bord met onderwijsartikels en belangrijke trends

Leiderschap

Om een veranderingsproces in de school duurzaam te realiseren, is heel wat leiderschap nodig. Persoonlijk leiderschap is voor elke leraar belangrijk en daar moet je zeker aandacht aan schenken. Je kunt leiderschap ook bekijken vanuit de verschillende rollen die je op school nodig hebt zoals transformationele leiders, inspiratoren, coaches, communicatoren, visionairs, architecten, poortwachters, managers en ondernemers. Door elk van deze en eventueel andere rollen te beschrijven, krijg je een andere invalshoek op leiderschap. Voor deze rollen heb je meerdere mensen nodig. Het is onmogelijk voor een directeur om al deze petten tegelijk op te zetten. Deze oefening past ook in het creëren van een evenwichtige en gedragen rolverdeling op school.  Als collega’s het mandaat van elkaar krijgen om deze rollen in lijn met hun talenten op te nemen, dan spreid je tegelijk ook het leiderschapl.

Zet voorbeelden van sterk leiderschap van medewerkers in de kijker

Innovatieklimaat

Dit gaat over de mate waarin schoolteamleden mogen experimenteren en dingen uitproberen en de steun die ze daarbij krijgen van collega’s, directies, coördinatoren en beleidsmedewerkers. Hoe reageren collega’s als een leraar zijn klas heeft verbouwd of een nieuwe werkvorm heeft uitgeprobeerd? Zorg voor vrijheid en autonomie bij het lerarenteam én ook voor gemeenschappelijke doelen en uitdagingen. Net zoals bij inclusieve besluitvorming is hiervoor vertrouwen en openheid nodig zodat er emotionele veiligheid en durf ontstaat om vastgeroeste patronen in vraag te stellen. Uit onderzoek blijkt dat ook humor en spel een belangrijke factor te zijn voor het innovatieklimaat. Ze reduceren immers stress en ontmijnen bedreigende situaties. Maar ook de mate waarin constructief debat kan plaatsvinden of hoe er omgegaan wordt met conflicten, heeft een sterke invloed.

Maak je eigen ideeënbooster poster en hang die uit op verschillende plekken op school

Kwaliteitsontwikkeling

Het dagelijks realiseren van de schoolvisie en de kerntaken van de school vergt een continu proces van kwaliteitsbewustzijn en -handelen. Schooldata vormen een mooie hefboom voor kwaliteitsontwikkeling. Een grote uitdaging daarbij is om te weten welke gegevens cruciaal zijn om je visie te realiseren en je strategische doelen te bereiken. De schoolportretten van de onderwijsinspectie werden intussen uitgebreid en zijn beschikbaar via de nieuwe datawijzer. Daarnaast heb je ook schooleigen data. Om goed met deze gegevens te kunnen omgaan, heb je weerom heldere doelen en meetbare indicatoren nodig zodat je de voortgang kunt monitoren. Om dan pas acties te ontwikkelen die bijdragen tot het bereiken van die doelen. Door regelmatig en lang genoeg te meten, kun je de evolutie vaststellen en kun je ook het buikgevoel dat in de school heerst met data onderbouwen of ontkrachten.

Organiseer gesprekken over wat leraren verstaan onder goede onderwijskwaliteit

Professionalisering

Een doeltreffend professionaliseringsbeleid draagt bij tot een cultuur van continu leren. Het is belangrijk om daarbij een sterke visie op professionaliseren uit te tekenen waarin er duidelijke linken zijn met kwaliteitsontwikkeling en de langetermijndoelen die je wil bereiken. Die maak je concreet via verwachtingsbeelden en succescriteria. Daarna kun je huidige situatie en noden binnen het schoolteam objectief in kaart brengen en kijken welke noden sporen met de gewenste toekomst. De volgende stap is om na te gaan via welke activiteiten je die noden zult invullen, in welke mate die budgettair haalbaar zijn en of je de expertise ervoor extern dan wel intern kunt vinden. Hanteer daarbij het best een divers palet van professionaliseringsinitiatieven. Vraag je ook af of je de balans kunt verleggen naar meer interne professionalisering waarbij leraren samen het geleerde in de praktijk omzetten, evalueren en bijsturen.

Denk samen na hoe je in de weekroosters structureel overlegtijd kunt inbouwen

Eén verbonden team

Een team dat goed aan elkaar hangt en voor elkaar in de bres springt, is een belangrijke hefboom om een veranderingstraject te verduurzamen. Om goed te kunnen functioneren als team en om conflicten te voorkomen is er bij elk teamlid een goede balans nodig tussen rechten (vrijheden) en plichten (verantwoordelijkheid). Dat betekent dat je met elkaar goede en duidelijke afspraken maakt. Opnieuw komen we uit bij een gebalanceerde rolverdeling waarin je iedereen volgens zijn of haar kennis, expertise, vaardigheden en talenten betrekt bij de schoolactiviteiten en processen. Het betekent ook dat je over gezamenlijke collectieve doelstellingen beschikt die boven de individuele belangen komen te staan.

Schaf priviliges af die de gelijkwaardigheid onder de teamleden in de weg staan

Talentontwikkeling

Inzetten op continue talentontwikkeling leidt tot persoonlijke groei en professionalisering van elk teamlid. Het zorgt dat je als schoolteam ook flexibeler kunt omgaan met toekomstige uitdagingen. Door oog te hebben voor het talent van elke medewerker, voelen teamleden zich meer betrokken en verantwoordelijk, krijgen ze meer energie en voelen ze zich goed in hun vel. Door de talenten in kaart te brengen, kun je ze complementair inzetten en er rekening mee houden bij de aanwerving van nieuwe leraren of andere medewerkers. Het is daarnaast ook cruciaal om een context te creëren waarin teamleden hun talenten kunnen laten zien en verder ontwikkelen.

Organiseer eens een talentendouche of roddel eens positief over elkaar

Hoe begin je eraan?

Zoals je al gemerkt hebt, zijn er tussen de acht elementen heel wat linken. Ze vormen samen één geheel. Vandaar dat het ook een idee kan zijn om één element als ingangspoort te nemen en te kijken hoe je daarin kunt groeien, bijvoorbeeld door daar samen met het beleids- of schoolteam een brainstorm over te organiseren. Tegelijk zal je merken dat, als je de acties in de praktijk brengt, je ook op de andere elementen vorderingen zult maken.  

Het kan ook als volgt. EduNext heeft voor elk van deze acht elementen rubrics gemaakt. Telkens hebben we een aantal criteria gedefinieerd die beschreven zijn via indicatoren op vier niveaus:

Door in eerste instantie voor elk van de indicatoren de huidige situatie in kaart te brengen, krijg je een beeld hoe je er als school nu voor staat. Om daarna de gewenste situatie te beschrijven. De vermelde indicatoren kunnen daartoe inspiratie verschaffen. Uit een dergelijke oefening kan blijken dat je het al goed doet op een aantal criteria en dus beter kunt focussen op die criteria waarin je als school nog kunt groeien. Zo kun je ook concrete acties ontplooien waar het schoolteam effectief nood aan heeft.

Maar hoe kies je nu op welke element je gaat werken? Dit kan vanuit het buikgevoel, je hebt vast wel een idee waar je al sterk in bent en waarin je een boost kunt gebruiken. Je kunt dit ook onderbouwd doen. EduNext heeft hiervoor een transformatiescan ontwikkeld. Daaarbij kunnen teamleden zich via een vragenlijst inschalen voor elk van de elementen en hun score via voorbeelden motiveren. Nadien kun je samen de resultaten te bespreken, interpreteren en tot een gezamenlijk beeld te komen. Om daarna een of meerdere elementen te kiezen en via de desbetreffende rubric in detail te bespreken. Zo detecteer je naast je sterke punten groeikansen waarmee je een concreet plan van aanpak kunt maken.

Wil je hierover meer weten?

Mail naar anboone@edunext.be of bel haar op 0472/344976

 






Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Activeer via een krachtige leeromgeving ook de derde pedagoog in je school

Als de architectuur van je school nog steeds de hiërarchie van de vorige eeuw ademt, zal elke pedagogische vernieuwing stranden. De fysieke ruimte als 'derde pedagoog' heeft de kracht om gedrag onbewust te sturen. Hoe ontwerp je zones die zowel focus als samenwerking uitlokken? Dit artikel verkent hoe we de beperkingen van het klassieke lokaal kunnen doorbreken om een omgeving te creëren die de autonomie van de leerling letterlijk de ruimte geeft.

De leeromgeving wordt ook al eens de 3e pedagoog genoemd, naast leerlingen en medeleerlingen, leraren en opvoeders. Uit onderzoek blijkt dat de omgeving waarin mensen vertoeven een enorme impact heeft op hun gedrag. Met andere woorden, de leeromgeving aanpassen kan een krachtige interventie zijn om verandering in je school te realiseren. Ben je bij de gelukkigen die binnen onafzienbare tijd over een nieuwbouw of renovatie kan beschikken? Dan is het belangrijk om de juiste stappen te zetten zodat de nieuwe leeromgeving voldoet aan je (toekomstige) wensen. Maar ook als dat niet het geval is, kan je via aanpassingen in de bestaande leeromgeving een grote impact creëren. Maar hoe begin je daar nu aan?

Maak een integraal pedagogisch plan

Als je de leeromgeving als ingangspoort neemt voor verandering, dan start je het best vanuit een ambitieuze en gedragen visie. Waar wil je als school naartoe? Wat is de stip op de horizon? Welke graad van eigenaarschap wil je dat leerlingen erin zullen hebben? Welke leerlingen wil je aan het vervolgonderwijs, het werkveld of de maatschappij afleveren? Vanuit die visie kun je tot een pedagogisch concept met leidende principes voor de komende jaren komen. Het transformatierad kan daartoe een handig denkmodel zijn. De leeromgeving is immers een van de wielen van het rad. Je kan je de volgende vragen stellen:

- welke leerinhouden zullen er in de leerruimte aan bod komen?

- op welke manier zullen leraren er les geven of op welke wijze leren leerlingen er?

- hoe gaan leerlingen en leraren hun leren bijsturen?

- Hoe ga je slim om met de leertijd?

- Welk leermateriaal heb je in die toekomstige leeromgeving nodig?

- Wie zal er allemaal nog in deze leeromgeving actief zijn?

- Hoe ga je dit alles in de toekomst organiseren?  

transformatierad leeromgeving.jpg

EduNext transformatierad

Je kan daarbij in kaart brengen welke huidige patronen en gewoontes er in elk van de wielen van het transformatierad momenteel heersen en welke daarvan remmend zijn. Door er alternatieven voor te bedenken, kan je de negatieve patronen doorbreken. Uit die verschillende alternatieven kies je en kom je tot een geïntegreerd geheel. Daarbij maak je ook keuzes met betrekking tot het interieur. Dit doe je best alvorens dat je een (binnenhuis)architect of aannemer aanspreekt.  Het vergt immers een grondige analyse van welke ruimte je precies nodig hebt om tot excellent leren te komen.

Eerst vormen wij de leeromgeving, daarna vormt de leeromgeving ons

Denk goed na over alle parameters

Naast het pedagogische luik zijn er nog belangrijke parameters als je een nieuwe leeromgeving bedenkt. In het boek Inspiratiegids voor klasinrichting en scholenbouw vind je er een aantal waar je best een goed antwoord op weet:

-        Bezettingsgraad en groeipotentieel van de school (gebaseerd op demografische ontwikkelingen)

-        Capaciteit van de school gebaseerd op de fysische normen

-        Algemene ruimtelijke organisatie (kwaliteit inkom, binnen- en buitenruimtes)

-        Toereikendheid voor ICT gebruik

-        Risicopreventie (brandveiligheid, inbraak, vervuiling, bodem …)

-        Kwaliteit van de architectuur en de omgeving (erfgoed, karakter, eigenheid)

-        Staat van het gebouw (hoofdstructuur)

-        Kosten voor bediening en onderhoud

-        Inclusie (toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit)

-        Comfort en welzijn (thermisch, akoestisch, visueel, lucht, hygiëne)

-        Milieueffecten (energieverbruik, water, verspilling, biodiversiteit)

-        Stedelijke integratie (openbare voorzieningen, brede school, mobiliteit)

Kom tot een vlekkenplan

Je hebt nu een idee van waar je naartoe wil en je weet wat de actuele situatie is. De volgende stap is een programma van wensen, eisen en verlangens ten aanzien van de toekomstige ruimtelijke indeling. Alvorens je een plattegrond met ruimtes en beperkingen laat tekenen, maak je best eerst een vlekkenplan. Dat bestaat uit een of meerdere plattegrondtekeningen die beschrijven welke personen of groepen bij elkaar in de buurt zitten. Per groep vul je deze als een vlek in de plattegrond in op basis van de vereiste minimumoppervlakken en de gewenste relaties met andere groepen. Door een schematisch voorstel in vlekken (zones) op te maken, deel je de beschikbare ruimte in volgens de leerbehoeften. Daarbij kan je best denken vanuit leeractiviteiten: wat ‘doen’ de leerlingen: zo ontstaat er een ruimte waar ze instructie krijgen, waar ze zelfstandig werken, waar ze coöperatief bezig zijn, waar ze creatief aan de slag gaan, waar ze reflecteren of bezinnen, waar ze sociaal geconnecteerd zijn …

Een vlekkenplan brengt deze ruimte in kaart en toont de verbindingen ertussen, hoe de circulatie verloopt en in hoeverre ruimtes niet storend zijn voor elkaar. Vooraf moet het ook duidelijk zijn welke leerzones je wil en hoeveel leerlingen er maximaal aanwezig zullen zijn.

Door ronde vormen te hanteren, vermijd je dat het een grondplan wordt. Gebruik een legende op basis van symbolen, namen en ruimtebeschrijvingen. Het is handig om de relatie tussen de verschillende vlekken te beschrijven. Vergeet niet dat je  steeds vertrekt vanuit de activiteiten van de leerlingen. Daarbij is het belangrijk dat  alle leerlingen van het begin af aan toegang hebben tot alle aspecten van het leren.

Vlekkenplan basisschool De Glinster - OSK-AR architecten

Je kan het vlekkenplan ook uitbreiden tot een moodboard waarbij je foto’s van inspirerende leeromgevingen plakt. Dat is handig om in gesprek te gaan met de (binnenhuis)architect en/of aannemer. Het is wenselijk om een architect of aannemer te kiezen met onderwijsinteresse en -ervaring. Liefst iemand met een gelijklopende en toekomstgerichte onderwijsvisie. In dat geval kan je voldoende ruimte laten voor zijn of haar creativiteit. Naast het functionele is het ook belangrijk dat de ruimte er goed uitziet en dat de gekozen materialen en kleuren warm aanvoelen.

Zorg voor een dynamsich, flexibel en innovatief concept

Het is een open deur. Je kan je nieuwe of aangepaste leeromgeving nog zo toekomstgericht ontwerpen, ooit komt er een dag dat je ze wil veranderen. Dan is het handig als de inrichting niet te vast is. Daarom is een modulaire en flexibele opbouw cruciaal. Een leerinfrastructuur met beweegbaar meubilair, multifunctioneel gebruik van ruimtes, aanwending van diverse werkvormen, beschikbaarheid over nieuwe technologieën, die de buitenwereld binnen brengen en omgekeerd. Het zijn lokalen met ruimte voor aanpassing en waar een waaier van werkvormen mogelijk zijn: doceren, vertellen, onderwijsgesprekken, klasgesprekken, hoekenwerk, zelfstandig begeleid werk, ICT-ondersteunend audio-visueel leren, projectwerk en zelfstudie

Waar jongeren graag vertoeven

Zorg voor een stimulerende leeromgeving die spannend, eigentijds, ondersteunend, bezielend en inspirerend is. Een omgeving waarin je wordt gestimuleerd om graag te leren en waar je je thuis voelt. Als het ware een tweede thuis: een veilige, warme en stimulerende plek.

 Geef ons een plek waar we graag zijn

Lorenze Ramalho – voormalig leerling scholengroep Adite

En tegelijk kan deze ruimte ook een multifunctioneel werkplek voor leraren en ondersteunend personeel zijn.

HOE KRIJG JE IEDEREEN MEE?

Bij een dergelijk veranderingstraject is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet te lang. Voor de collega’s die niet rechtstreeks bij deze innovaties betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen. Er zijn diverse manieren om draagvlak te creëren. Lees er meer over in deze blog.

Op zoek naar mosterd?

Je hoeft het niet allemaal zelf uit te vinden. Zo vind je in de eerder vermelde inspiratiegids ideeën om je eigen scenario uit te bouwen. Daarbij hou je rekening met een pedagogische as en een architecturale as. Voor elk van die assen zijn er een aantal uitgangspunten. Afhankelijk van je gekozen visie kan je een of meerdere van die uitgangspunten kiezen.

Rhizo Lyceum Kortrijk - Lab 21.0

Rhizo Lyceum Kortrijk - Lab 21.0

Een andere sterke inspiratiebron zijn de scholen die de Nederlandse ontwerpster Rosan Bosch vanuit Kopenhagen ontwerpt. Zij creëerde reeds heel wat innovatieve scholen, voornamelijk in Scandinavië. Zij gelooft in de fysieke leeromgeving als strategisch tool, als ruimtelijke interventie in onderwijskundige gebouwen om gemotiveerde leerlingen en creatieve probleemoplossers te vormen. Design als inspiratiebron voor verandering en als motivatie om nieuwe leerscenario's te ontwikkelen.

Rosan Bosch Vittra School Telefonplan.png

Rosan Bosch hanteert zes design principes:

-        Mountain Top: een ruimte voor individuen om een groep aan te spreken of te bereiken;

-        Cave: een stille ruimte voor persoonlijke concentratie, focus en reflectie. Vaak voorheen ongebruikte plaatsen in de school

-        Camp Fire: een flexibele ruimte voor leersituaties in groep en kleine teams. Focus op dialoog, brainstormen, debatteren en samenwerken.

-        Watering hole: combineert informele ruimtes met uitwisseling met voorbijgangers en storingen. Het is een ruimte waar leerlingen verrassende ideeën en verbazingwekkende vaardigheden ontdekken

-        Hands-on voegt een extra non-verbale communicatiedimensie toe aan de hierboven beschreven principes

-        Movement integreert beweging als een natuurlijk deel in alle ruimtes.

Deze design principes kan je gebruiken voor een nieuwbouw maar je kan deze ruimtes evengoed in elke bestaande school integreren.

Waar je ook nog inspiratie kan opdoen is in Niekée Roermond, de school die een tiental jaar geleden volledig verbouwd werd en waar in Agora leerlingen een persoonlijke leerroute doorlopen. Ex-directeur Sjef Drummen was een van de ontwerpers en volgens hem is een goede school een mix van:

-        Harvard (ruimte om cognitief aan de slag te gaan)

-        Een boeddhistisch klooster (ruimte voor reflectie, contemplatie, zingeving)

-        Een marktplaats (interactie met de buitenwereld)

-        Een atelier (waar je dingen kunt doen en maken)

-        De Efteling (waar je kan spelen, ontdekken en verwonderd zijn)

Niekée Roermond

Niekée Roermond

Ondersteuning nodig?

Misschien kun je bij de stap naar een nieuwe of aangepaste leeromgeving hulp gebruiken. EduNext begeleidt regelmatig scholen die een nieuwbouw of verbouwing plannen. Neem contact op met Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Geraadpleegde bronnen:

Klas met een hoek af - Inge Nuyens

The Third Teacher – 79 ways you can use design to transform teaching & learning - Inc. OWP/P Cannon Design

Blueprint for tomorrow – redesigning schools for student-centered learning – Prakash Naïr

Designing for a better worlds starts at school – Rosan Bosch

EduNext, transformeer je school van binnenuit – Dirk De Boe

Inspiratiegids voor klasinrichting en scholenbouw – Jo Tondeur en Lisa Herman

De ultieme gids voor transformatie van je school - Dirk De Boe en Peter Van de Moortel

Meer lezen