Tien ontwikkelingen in de maatschappij met grote impact op het onderwijs
De wereld buiten de schoolmuren raast voort, maar hoe vertalen we maatschappelijke aardbevingen naar de klaspraktijk? Van demografische verschuivingen tot de technologische revolutie: deze tien trends zijn geen verre toekomstmuziek, maar bepalen vandaag al de leerbehoeftes van onze jongeren. Een noodzakelijke realitycheck voor elk schoolteam dat relevant wil blijven in een tijdperk waarin de enige constante de verandering zelf is.
Wanneer scholen, scholengroepen of scholengemeenschappen een nieuwe visie ontwikkelen, dan kunnen ze maar beter rekening houden met wat er zich aan de buitenwereld afspeelt en welke gebeurtenissen in de de maatschappij een invloed zullen hebben op het onderwijs. We zijn zelf geen trendwatchers maar staken ons licht op bij mensen die zich daar wel voor uitgeven. En belangrijker, we deden een poging om deze ontwikkelingen te vertalen naar het onderwijs. Van geen enkele trend afzonderlijk schrik je wellicht. Maar de combinatie van deze ontwikkelingen kunnen veel impact hebben.
Demografische ontwikkelingen
Onze bevolking wordt gemiddeld ouder en meer divers. Dat betekent dat mensen in de toekomst langer zullen moeten werken en zich meer dan vroeger regelmatig zullen moeten om- en bijscholen. Dat impliceert dat ze op school de vaardigheid leren om autonoom en levenslang te leren. Daarnaast zullen scholen nog meer moeten inzetten op de realisatie van gelijke onderwijskansen zodat mensen met een migratieachtergrond succesvol kunnen integreren. Andere en complexere gezins- en samenlevingsvormen zorgen ervoor dat steeds meer kinderen groot worden in gezinnen met een alleenstaande ouder of in nieuw samengestelde gezinnen. Dat zorgt voor een andere communicatie tussen de school- en thuisomgeving. Dat is trouwens voor scholen met veel leerlingen uit kansarme gezinnen of die een andere thuistaal spreken nu al een uitdaging. Positief gebruik maken van de meertaligheid en de diversiteit van leerlingen is een uitdaging en tegelijk een kans voor scholen.
“Hoe zorgen we ervoor dat we alle leerlingen dezelfde slaagkansen geven, ongeacht hun socio-economische achtergrond?”
Inclusie
Elk land in Europa doet het beter op vlak van inclusie dan België. We staan dan ook het meest onderaan in de rangschikking van inclusieve maatschappijen. Het zorgcontinuüm in onderwijs kan zorgen voor eilanden waardoor leerlingen in sommige scholen (te) gemakkelijk doorgeschoven worden naar het CLB en leersteuncentra. Er zijn geen exacte cijfers maar bij vermoedelijk de helft van de leerlingen die momenteel via leersteuncentra ondersteund worden, gaat het over basiszorg die de school zelf kan opnemen. Het is een belangrijke oefening voor scholen om dit te bestuderen en te kijken wat nodig is om dit zelf te kunnen. Hoe maken we proactief de stap van integratiedenken naar inclusiedenken?
“Hoe kunnen we ons lerarenteam competenter maken in handelingsgericht werken en UDL? ”
Tijds- en plaatsonafhankelijk leren
Tijdens Covid hebben scholen de mogelijkheden van afstandsleren gezien. Opeens moest het. Met alle uitdagingen en moeilijkheden die daarbij kwamen kijken. Contactonderwijs blijft ontzettend belangrijk maar nu en dan eens afstandsonderwijs kan ervoor zorgen dat leerlingen leren om zelfstandiger te werken en dat leraren ondertussen samen kunnen overleggen en professionaliseren. In plaats van de leerlingen naar huis te sturen, zou je het afstandsleren in de klas zelf kunnen simuleren. Keer na keer zou je de afstand tussen leerlingen en leraren fysiek kunnen vergroten. Stap per stap zou je kunnen kijken hoe leerlingen en leraren hun ‘fysieke’ interacties kunnen reduceren tot ze het ook vanop afstand beheersen. Tot de leerlingen af en toe volledig zelfstandig kunnen werken en leraren die aan het overleggen zijn in de ruimte ernaast. Zo kunnen kinderen die thuis geen goede leerruimte hebben ook autonomer leren werken. Voor scholen die weinig plaats hebben, kan het een optie zijn om een samenwerking met een bedrijf op te zetten. Door thuiswerk staat heel wat kantoorruimte immers een deel van de week leeg. Bij dit alles blijven sterke en voldoende instructies ook in de toekomst een basis blijven vormen van goed onderwijs.
“Hoe richten wij onze leerprocessen in de fysieke en digitale leeromgeving in zodat leerlingen en leraren tijds- en plaatsonafhankelijk kunnen leren en werken?”
Adaptief leren
Adaptieve leeromgevingen zijn leeromgevingen die rekening houden met de verschillen tussen leerlingen en die zich aan elke leerling (niveau, interesses en voorkeuren) afzonderlijk aanpassen. Daarbij gebeuren de aanpassingen op het moment zelf en worden ze steeds bijgestuurd. Via programma’s als Snappet of Eduten maken leerlingen oefeningen die afhankelijk van zijn of haar prestatie aangepast worden. Zo kunnen ook leerlingen die het moeilijker hebben met de leerstof ook succeservaringen hebben. En de leraar heeft via zijn digitale assistent een dashboard ter beschikking waardoor hij gerichter kan coachen.
Andere mogelijkheden voor adaptief leren zijn videocoaching waarbij leraren elkaar filmen en de beelden nadien bekijken om ervan te leren. In de lerarenopleiding van PXL Hogeschool staan bijvoorbeeld overal camera’s en microfoons. Die staan in verbinding met een visiesysteem dat de beelden streamt naar de lokalen ernaast of die opneemt voor gebruik in afstands- of avondonderwijs. (Toekomstige) leraren kunnen er ook live of in uitgesteld relais leren van andere onderwijzers. Ze kunnen observeren hoe leerlingen reageren op bepaalde werkvormen of instructies en zichzelf gadeslaan.
PXL lerarenopleiding Hasselt
“Hoe zorgen we ervoor dat we niet doorslaan in adaptief leren en zo als school een nieuwe fabriek worden?”
Artificiële intelligentie
We vroegen Chat GPT wat de belangrijkste onderwijstrends zijn (zonder door te vragen):
Er zijn veel trends in het onderwijs die de komende jaren belangrijk zullen zijn. Een van de belangrijkste trends is de integratie van technologie in het klaslokaal. Dit omvat bijvoorbeeld het gebruik van tablets, educatieve apps en online platforms om het leren te verbeteren.
Een andere belangrijke trend is gepersonaliseerd leren, waarbij de onderwijservaring wordt aangepast aan de individuele behoeften en interesses van elke leerling. Dit kan worden bereikt door middel van adaptieve leertechnologieën, projectmatig leren en andere innovatieve lesmethoden.
Daarnaast is er een groeiende belangstelling voor sociale en emotionele vaardigheden en welzijn in het onderwijs. Dit omvat bijvoorbeeld mindfulness-oefeningen, positieve psychologie en initiatieven om pesten te verminderen.
Tot slot is er ook veel aandacht voor het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, communicatie en samenwerking.
We vallen niet achterover van dit antwoord maar mits onze vragen wat duidelijker te stellen was het wellicht toch meer bruikbaar geweest. Het wordt voor het onderwijs een uitdaging om te zorgen dat leerlingen dit gebruiken als hulpmiddel bij het leren en niet om te plagiëren. De eerste gerechtszaken zijn al bezig en waarschijnlijk volgen er nog. Minder gemotiveerde studenten zullen steeds creatiever worden. Daarom juist is het belangrijk om hen te motiveren om Chat GPT als bronmateriaal te gebruiken om vandaaruit verder te onderzoeken en te exploreren.
Daarnaast zal het van leraren en leerlingen ook ethische competenties vergen en is het belangrijk dat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan leren omgaan met ethische dilemma’s.
“Hoe maken wij onze leraren en studenten vaardig om in te schatten hoe waarheidsgetrouw informatie, beelden of video’s zijn?”
Tweedeling in de maatschappij
Er is een groeiende polarisatie in onze maatschappij op allerlei vlakken (sociaal, politiek, financieel …). Daarbij kunnen er ‘kampen’ ontstaan. Dat zie je ook in onderwijsvernieuwing. Je bent een sterk voorstander van cognitief onderwijs of je bent voor ervaringsgericht onderwijs. Het is kennis ontwikkelen of vaardigheden oefenen. Alsof er geen gulden middenweg bestaat die beide combineert. Het gevaar van polarisatie bestaat erin dat beide groepen zich te weinig (kunnen) inleven in het standpunt van de ander waardoor er intolerantie kan ontstaan. Dit fenomeen kan in de toekomst nog sterker worden, zeker onder invloed van sociale media bubbels en echokamers. Op een bepaald moment lopen leerlingen en ook wijzelf het risico om alleen nog met gelijkgezinden te praten. Het is belangrijk om respect te hebben voor een andere mening en te blijven in dialoog gaan. Het is bijvoorbeeld goed om leerlingen (en leraren) te laten nadenken over hoe ze reageren op een idee waar ze het volledig mee oneens zijn. Of hoe ze hun oordeel kunnen uitstellen wanneer iemand een gedurfd idee oppert. Maar ook hoe ze een nieuw midden en evenwicht kunnen vinden en uitersten leren verbinden.
“Hoe leren wij onze leerlingen om ook aandacht te hebben voor extreme, andere of tegengestelde meningen? ”
Technologische revolutie
In de publicatie ‘De robot de baas’ van de Amsterdam University Press heeft Casper Thomas het over onderwijs in de robotsamenleving. De hypothese is dat arbeid op grote schaal vervangen zal worden door machines waarbij niemand nog veilig is. Ook hoogopgeleiden lopen gevaar. Hun diploma maakt hen niet langer onmisbaar omdat een robot op termijn ook niet-routiniseerbaar werk zal kunnen doen en sterker wordt in het vermogen om te analyseren en te denken. Toch worstelen robots nog met enkele obstakels: werk dat creativiteit vergt, het bedenken van nieuwe ideeën, sociale interactie en empathie. In deze gebieden kan de mens het verschil maken. Stel dat we onderwijs puur als voorbereiding op arbeid zouden beschouwen, dan moeten we jongeren opleiden in vaardigheden die computers niet aankunnen. De man-machine interface wordt krachtiger dan de slimste mens of de meest intelligente robot. Daarbij doet de mens ook taken of neemt hij beslissingen die we om ethische reden niet aan de robot willen overlaten.
Natuurlijk gaat onderwijs verder dan jongeren klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Het gaat ook over Bildung, het breed vormen van de gehele persoon op zoek naar zelfontplooiing, het ontwikkelen van waarden, normen, verantwoordelijkheid en actief burgerschap, in relatie tot andere mensen. Het verwerven van denkvaardigheden, een levensbeschouwelijke visie en persoonlijkheid. Daarom is er naast technologie ook tijd nodig voor nieuwsgierigheid, verwondering, reflectie en filosofie. We zullen in de toekomst dan ook regelmatig aandacht moeten hebben voor curriculumvernieuwing. Voldoende aandacht blijven houden voor basisvakken als lezen, rekenen en schrijven en toch voldoende tijd maken voor identiteitsontwikkeling, inzicht in jezelf en persoonsvorming. Daarbij mag het belang van kunst, sport, zingeving en filosofie ook niet onderschat worden. Geen gemakkelijke oefening. Slimme integratie en combinatie van verschillende leerdoelen zullen nodig zijn.
“Hoe stimuleren we vaardigheden als creatief denken, empathie, design, metavaardigheden en systeemdenken bij onze leerlingen? (en ook bij onze leraren en directies?)”
Datagedreven onderwijs
Elke school zit op een berg data, nog weinig scholen gebruiken die om hun beleid mee aan te sturen. Uiteraard is buikgevoel belangrijk maar data kunnen je helpen om onderbouwd een bepaalde koers te varen. Hoe contextualiseer je ruwe data zodat je er bruikbare informatie mee bekomt? Hoe kun je patronen ontdekken in de gegevens en zo inzichten ontwikkelen of mogelijke oplossingsrichtingen en acties bedenken?
De Vlaamse inspectie reikt scholen met de datawijzers een interessant instrument aan. Anderzijds hebben inspecteurs niet de tijd om scholen daarbij ook uitgebreid te coachen. Vanuit EduNext speuren we dan ook naar sterke praktijkvoorbeelden waar andere scholen kunnen van leren. Zo kreeg basisschool Louis Paul Boon in Erembodegem op Sett Vlaanderen een podium om te tonen hoe zij data deskundig aanwenden op school. Het is ook belangrijk om data doordacht en breed te gebruiken. Om eerst te kijken waar je met je school naartoe wil en deze visie in concrete doelstellingen te vertalen. Vanuit deze doelstellingen kun je dan bepalen welke data je gaat verzamelen om daar dan in de toekomst op te sturen. Dat zijn best zowel kwantitatieve data over hoe leerlingen leren, demografische gegevens en schoolprocessen als kwalitatieve gegevens en percepties over hoe de onderwijskwaliteit op school evolueert.
“Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren gebruik maken van data om hun onderwijspraktijk verder te versterken?”
Nood aan (veel) leraren
Elke sector heeft nood aan nieuwe werkkrachten en vindt ze moeilijker en moeilijker. Ook heel wat scholen hebben vandaag te maken met een tekort aan leraren en in de toekomst kan dit nog groter worden. Heel wat leraren zullen immers in pensioen gaan terwijl het aantal leerlingen blijft toenemen. Aangezien we niet verwachten dat het aantal studenten aan de lerarenopleiding spectaculair zal toenemen en er ook heel wat leraren vroegtijdig het onderwijs verlaten, dreigt het tekort in de toekomst nog groter te worden. Gelukkig zijn er heel wat zij-instromers maar zij missen in eerste instantie vaak nog de didactische kwalificaties of weten niet hoe ze een goed klasmanagement voor elkaar krijgen. Initiatieven zoals Teach for Belgium waarbij gemotiveerde zijinstromers pedagogisch en organisatorisch sterk ondersteund worden, mogen wat ons betreft flink uitgebreid worden. Daarnaast zijn we allemaal onderwijsambassadeurs, niet alleen Evy Geysels. En sterke onderwijsverhalen verdienen nog meer een podium. Het zal ook belangrijk zijn om nieuwe leraren voldoende te coachen en te ondersteunen en kansen te geven zodat ze zich kunnen doorzetten en in het onderwijs blijven.
We denken dat een aantrekkelijk pedagogisch concept waarin je als leraar autonomie krijgt, betrokken bent en steeds mag bijleren een voordeel zal zijn in de toekomst. Leraren kunnen nu al kiezen uit meerdere jobs en zullen dat in de toekomst nog meer kunnen doen. Het komt er op aan om als school attractief te zijn. Een gemeenschappelijke en uitdagende onderwijsvisie, een wervend pedagogisch project en een schoolteam dat aan elkaar hangt, zijn daarbij enorme troeven.
“Hoe kunnen we samen nog meer ambassadeur zijn van het lerarenberoep?”
Gezondheid
Jammer genoeg stellen we een groeiend aantal gezondheidsproblemen voor in onze maatschappij, in het bijzonder bij onze leerlingen, leraren en directies. Depressie, stress en burn-out kunnen wijzen op het feit dat de druk op onderwijsprofessionals de jongste jaren groter is geworden en dat de huidige manier van onderwijs organiseren niet meer toereikend is om deskundig en haalbaar om te gaan met uitdagingen zoals digitalisering, meertaligheid, verschillende startsituaties van leerlingen en kinderen met een beperking of moeilijk gedrag. Niets wijst erop dat de huidige situatie snel zal verbeteren. De vorige trend draagt daar ook niet aan bij. In team lesgeven dringt zich op. Zo kun je het werk evenwichtiger verdelen, elkaar beter ondersteunen, van elkaar leren en elkaars talenten complementair inzetten. Daarnaast kan samen lesgeven ook beter zijn voor heel wat leerlingen die kampen met psychische problemen. Het maakt individuele coaching immers meer haalbaar. Door ook in te zetten op sociaal leren, kan ook de leerling te hulp schieten en andere leerlingen verder helpen. Doordat leerlingen leren om eigenaarschap over hun leren te nemen en zo ook zelfstandiger leren werken, kunnen ze ook leraren ontlasten.
“Hoe zorgen we voor een goede fysieke, mentale, emotionele, spirituele en sociale balans bij onze leerlingen en leraren?”
Ondersteuning nodig?
Wil je voor een school een nieuw pedagogisch concept bedenken en/of implementeren zodat je school beter bestand is tegen deze ontwikkelingen? EduNext heeft daarvoor meerdere mogelijkheden (meerjarig traject, deeltraject, Masterclass, Transformatiescan, workshops of intervisies). Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
EduNext leergemeenschap secundair onderwijs - schooljaar 2024 - 2025
Het secundair onderwijs staat voor complexe transformaties, van nieuwe leerplannen tot de roep om meer welbevinden. In de leergemeenschap secundair onderwijs vinden directies en coördinatoren een veilige haven om hun meest prangende vragen te delen. Door samen te onderzoeken wat werkt in diverse contexten, ontstaat er een krachtig network van verandering. Ontdek hoe collectief leren de individuele leider versterkt in de uitdagende opdracht om een school van binnenuit te vernieuwen.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je samen met collega’s uit andere secundaire scholen inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je onder impuls van een ervaren transformatiecoach tools en methodieken kan aanleren m.b.t. systemische innovatie en transformatie?
Wat als je onder begeleiding van een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar:
Onderwijscafé Inclusief onderwijs - 17 oktober avond - Broeikas Aalst
Schoolbezoek Edugo Lochristi - 14 november namiddag
Themabijeenkomst Executieve vaardigheden van leraren/directies - 13 december namiddag - De Werf Aalst
Webinar Keuzethema deelnemers - 8 januari voormiddag online
Schoolbezoek Immaculata Maria Instituut Roosdaal - 23 januari namiddag
Themabijeenkomst Structureel anders omgaan met tijd op school - 18 februari namiddag - De Werf Aalst
Schoolbezoek GO! Mira Hamme - 18 maart namiddag
Themabijeenkomst - de zandbank: wat als je school vastloopt? - 25 april namiddag - De Werf Aalst
Onderwijscafé 8 mei avond: Artificiële intelligentie op school - Broeikas Aalst
Gedetailleerd programma: zie hieronder
Wil je samen met maximaal 15 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs maandelijks deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 300 Euro (inclusief BTW). Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten en mag je voor de themabijeenkomsten één andere persoon uit je school gratis mee uitnodigen. En je krijgt ook een link naar een online visueel platform waar je alle leermateriaal (presentaties, output workshops, interessante links, literatuur …) kunt raadplegen.
Om de community voldoende divers te houden, kunnen er maximaal 2 personen per school inschrijven. Schrijf je meteen in en reserveer je plaatsje want volzet is volzet!
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Gedetailleerd programma
Onderwijscafé inclusief onderwijs - 17 oktober (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Inclusie wordt voor scholen de komende jaren een belangrijk thema. Een onafhankelijke commissie van experten, academici, onderwijsprofessionals en ervaringsdeskundigen werkte in juni een langetermijnvisie en een actieplan uit met aandacht voor de rol van gewoon en buitengewoon onderwijs. Een van hen is Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent aan AP Hogeschool. Hij doet sinds jaren onderzoek over inclusie in onderwijs. Onder moderatie van EduNext gaat Beno in op de vragen uit het publiek. Inloop vanaf 18.30, start om 19.00 uur, einde 21.00 uur, uitloop tot 21.30
Schoolbezoek Edugo Lochristi - 14 november - 13 - 16 uur
In Edugo Lochristi dachten ze na hoe ze leerlingen van 1B en 2B hun eigen leren meer in handen konden laten nemen. Ze vonden de oplossing in het open ruimtemodel (ORM) waarin de leerlingen gedurende 10 uur per week les krijgen. Voor de vakken Frans, Engels, Wiskunde en MaVo kiezen ze wanneer ze wat doen en hoe ze dat doen. De leerlingen krijgen coaching in het plannen en afwerken van hun werk zodat ze tegen het einde van de week alles netjes klaar hebben. En ze leren ook van hun klasgenoten. Niet alleen bereiken ze samen een ander resultaat dan wanneer ze alles alleen doen, ze leren ook rekening te houden met anderen. In het ORM werd over alles nagedacht: naast het aanbrengen van de vakinhoud, wordt ook veel aandacht besteed aan differentiatie, remediëring, coaching, taalontwikkelend lesgeven en het meubilair. Je krijgt het allemaal te zien.
Themabijeenkomst: executieve vaardigheden van leraren: 13 december - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Momenteel is er heel wat aandacht voor executieve vaardigheden voor leerlingen. Maar ook voor leraren en directies zijn executieve vaardigheden belangrijk. Zoals de ontwikkeling van metacognitie, reflectievermogen en omgaan met onverwachte veranderingen. Tijdens deze themabijeenkomst gaan we in detail in op deze executieve vaardigheden en hoe we onze schoolteams daar via concrete tips en methodieken in kunnen ondersteunen.
Webinar 8 januari 2025 - 9.30 - 11 uur online
We zullen mogelijke onderwerpen tijdens het onderwijscafé of tijdens de themabijeenkomst verzamelen, waarna we het thema van het webinar via stemming van de deelnemers kiezen. EduNext zal daarna het webinar voorbereiden. Het webinar zal worden opgenomen voor wie uitgesteld wil kijken.
Schoolbezoek Immaculata Maria Instituut Roosdaal - 23 januari - 13 - 16 uur
Het Immaculata Maria Instituut in Roosdaal heeft een innovatief pedagogisch concept ontwikkeld dat zich richt op projectwerk, teamteaching, coaching, executieve functies en gedeeld lesmateriaal. De leraar fungeert als coach, met als doel het eigenaarschap bij leerlingen en leraren te versterken. Ze vonden daarvoor inspiratie over de landsgrenzen heen (Slovenië, Estland, het Verenigd Koninkrijk en Finland). De eerste resultaten laten zich nu al concreet zien in de eerst graad (Olympus project) en de derde graad (Solo project). Daarnaast heeft de school ook een radicaal nieuw onderwijsconcept ontwikkeld voor muzische vorming. Laat je inspireren door hun verhaal van groei en kom kijken naar hun innovatieve projecten.
Themabijeenkomst: structureel anders omgaan met tijd op school: 18 februari - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
We hebben allemaal tijd te kort terwijl we veel tijd verliezen aan multitasking, mails, vergaderingen, onderbrekingen, slechte planning, sociale of andere multimedia. Hoe kunnen we structureel anders omgaan met deze tijdrovers en bestaande negatieve tijdspatronen doorbreken? Hoe kunnen we ons gedrag ten aanzien van tijd veranderen en zo meer tijd overhouden om aan onze school te werken? En hoe kunnen we ook onze collega’s leren om beter om te gaan met hun tijd?
Schoolbezoek GO! MiRA Hamme - 18 maart - 13 - 16 uur
In 2018 startte het schoolteam van GO! MiRA Hamme een transitieproces om een school - die op sterven na dood was - te laten groeien tot een inspiLerend atheneum. Deze eclectische onderwijsmethode is geïnspireerd op onderwijsinzichten uit binnen en buitenland. De school die alle finaliteiten heeft, organiseert secundair onderwijs op een andere, vernieuwende manier door onderwijsdoelen te verdelen in verschillende leeromgevingen: masterclass, MiRA-LAB en my portfolio. Elke leeromgeving heeft een specifieke aanpak waarin de doelstellingen samenhangend en evenwichtig aan bod komen. Tijdens dit schoolbezoek maak je kennis met het transitieproces waar de school een uitdagende missie heeft geconcretiseerd in een evenwichtige (traditionele/vernieuwende) onderwijsorganisatie. Daarbij zetten ze - ondanks beperkte middelen, verouderde infrastructuur en tussenstructuren - ook in op een modern personeelsbeleid waarbij autonomie, competentie en verbinding centraal staan.
Themabijeenkomst: De zandbank: wat als je school vastloopt? 25 april - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Scholen zijn sterk in aansturen, uitzetten van doelen en stappenplannen uitwerken. Noodzakelijke aspecten van een sterk beleidsvoerend vermogen om verandering en innovatie te ondersteunen. En toch loopt het soms vast, valt de dynamiek weg en duiken er onvoorziene aspecten op die alle sturing en ondersteuning moeilijk maken. Onder de waterlijn herkennen we dat de relationele bedrading en de harmonie in het schoolteam om samen te werken verstoord is. Hoe kunnen we deze onderstroom in kaart brengen en wat kunnen we doen om deze te herstellen?
Onderwijscafé Artificiële intelligentie op school 8 mei (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Technologie zoals ChatGPT (en andere) zet ons onderwijs al een tijdje op losse schroeven. Artificiële intelligentie is overal en blijkt in het onderwijs een eindeloos discussiepunt. Gaat AI onze job overnemen? Gaan leerlingen hun huiswerk maken met GPT-tools? Boek je leerwinst met een AI-tutor? In dit onderwijscafé willen we orde brengen in de chaos. Robbe Wulgaert, leraar informaticawetenschappen en AI aan het Sint-Lievenscollege in Gent, auteur van het boek AI in de klas en docent aan de Universiteit Antwerpen, deelt in dit café zijn ervaring, toont kant-en-klaar lesmateriaal en gaat in op de vragen van de deelnemers.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
EduNext leergemeenschap basisonderwijs - schooljaar 2024 - 2025
Samen leren met collega's van andere scholen biedt een perspectief dat je binnen je eigen muren nooit zult vinden. De EduNext leergemeenschap voor het basisonderwijs is een plek waar reflectie en actie samenkomen. Geen klassieke cursus, maar een traject waarin gedeelde uitdagingen de basis vormen voor collectieve groei. Hoe versterk je elkaars transformatiekracht door over de grenzen van de eigen school heen te kijken? Een uitnodiging tot diepgaande professionele kruisbestuiving.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je samen met collega’s uit andere basisscholen inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je onder impuls van een ervaren transformatiecoach tools en methodieken kan aanleren m.b.t. systemische innovatie en transformatie?
Wat als je onder begeleiding van een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar:
Onderwijscafé Inclusief onderwijs - 17 oktober avond - Broeikas Aalst
Schoolbezoek VBS De Wijnberg Wevelgem - 12 november voormiddag
Themabijeenkomst Executieve vaardigheden van leraren - 13 december namiddag - De Werf Aalst
Webinar 8 januari voormiddag - Keuzethema via deelnemers - online
Schoolbezoek 24 januari namiddag - GO! Driesprong Maldegem
Themabijeenkomst 18 februari namiddag - Structureel anders omgaan met tijd op school - De Werf Aalst
Schoolbezoek 24 maart 2025 namiddag - VBS Heilige Familie Schaarbeek
Themabijeenkomst 25 april namiddag: De zandbank: wat als je school vastloopt? - De Werf Aalst
Onderwijscafé 8 mei avond: Artificiële intelligentie op school - Broeikas Aalst
Gedetailleerd programma: zie hieronder
Wil je samen met maximaal 15 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs maandelijks deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 300 Euro (inclusief BTW). Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten en mag je voor de themabijeenkomsten één andere persoon uit je school gratis mee uitnodigen. En je krijgt ook een link naar een online visueel platform waar je alle leermateriaal (presentaties, output workshops, interessante links, literatuur …) kunt raadplegen.
Om de community voldoende divers te houden, kunnen er maximaal 2 personen per school inschrijven. Schrijf je meteen in en reserveer je plaatsje want het kan snel gaan. Volzet is volzet!
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap basisonderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Gedetailleerd programma
Onderwijscafé inclusief onderwijs - 17 oktober (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Inclusie wordt voor scholen een belangrijk thema de komende jaren. Een onafhankelijke commissie van experten, academici, onderwijsprofessionals en ervaringsdeskundigen werkte in juni een langetermijnvisie en een actieplan uit met aandacht voor de rol van gewoon en buitengewoon onderwijs. Een van de commissieleden is Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent aan AP Hogeschool. Hij doet sinds jaren onderzoek over inclusie in onderwijs. Onder moderatie van EduNext gaat Beno in op de vragen uit het publiek. Inloop vanaf 18.30, start om 19.00 uur., einde 21.00 uur, uitloop tot 21.30
Schoolbezoek VBS Wijnberg Wevelgem 12 november - 9 tot 12 uur
Vrije basisschool Wijnberg in Wevelgem startte een tijd geleden een zoektocht naar afgestemd onderwijs voor haar cognitief sterk functionerende (CSF) leerlingen. Ondertussen is de school sinds 2023 ankerschool binnen het Project Talent en coördinator van enkele lerende netwerken om scholen op hun weg naar onderwijs beter op maat van CSF leerlingen (kleuter en lager) te begeleiden. Tijdens dit schoolbezoek ontdek je de sleutels en mogelijkheden om met CSF aan de slag te gaan en kun je zien hoe de school dit in de praktijk brengt.
Themabijeenkomst: executieve vaardigheden van leraren: 13 december - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Momenteel is er heel wat aandacht voor executieve vaardigheden voor leerlingen. Maar ook voor leraren en directies zijn executieve vaardigheden belangrijk. Zoals de ontwikkeling van metacognitie, reflectievermogen en omgaan met onverwachte veranderingen. Tijdens deze themabijeenkomst gaan we in detail in op deze executieve vaardigheden en hoe we onze schoolteams daar via concrete tips en methodieken in kunnen ondersteunen.
Webinar 8 januari 2025 - 9.30 - 11 uur online
We zullen mogelijke onderwerpen tijdens het onderwijscafé of tijdens de themabijeenkomst verzamelen, waarna we het thema via stemming van de deelnemers kiezen. EduNext zal daarna het webinar voorbereiden. Het webinar zal worden opgenomen voor wie het uitgesteld wil bekijken.
Schoolbezoek GO! De Driesprong Maldegem - 24 januari - 13 - 16 uur
In De Driesprong Maldegem heerst een innovatieve cultuur. Zo zetten de school sterk in op leesonderwijs via het LIST project. Daarbij starten alle leraren elke dag met 30 minuten lezen en dompelen ze zo de kinderen onder in een rijk taalbad. De school zet ook in op ICT in de klas en atelierwerking. Daarnaast laat de school zich ook internationaal inspireren via Erasmus en bouwde via uitwisselingsprojectenheel wat concrete ervaring op. Een boeiend en enthousiast verhaal over hoe de school onderwijs levensecht en dynamisch organiseert.
Themabijeenkomst: structureel anders omgaan met tijd op school: 18 februari 13 - 16 uur - De Werf Aalst
We hebben allemaal tijd te kort terwijl we veel tijd verliezen aan multitasking, mails, vergaderingen, onderbrekingen, slechte planning, sociale of andere multimedia. Hoe kunnen we structureel anders omgaan met deze tijdrovers en bestaande negatieve tijdspatronen doorbreken? Hoe kunnen we ons gedrag ten aanzien van tijd veranderen en zo meer tijd overhouden om aan onze school te werken? En hoe kunnen we ook onze collega’s leren om beter om te gaan met hun tijd?
Schoolbezoek basisschool Heilige Familie Schaarbeek - 24 maart - 13 - 16 uur (onder voorbehoud)
Benieuwd hoe deze school in hartje Brussel innovatief onderwijs realiseert? Leren draait hier om veiligheid en om vertrouwen. Om een uitdagende leefwereld op maat van elk kind. Om denkvermogen dat geprikkeld wordt. Verbeelding aan de macht. Het is talent herkennen en doen bloeien. Het is leren omgaan met gevoelens, leren genieten, leren leven met alle zintuigen. Daarnaast is het ook een brede school die de brug slaat met de buitenwereld en waar ouders een actieve rol vervullen.
Themabijeenkomst: De zandbank: wat als je school vastloopt? 25 april - 13 - 16 uur - De Werf Aalst
Scholen zijn sterk in aansturen, uitzetten van doelen en stappenplannen uitwerken. Noodzakelijke aspecten van een sterk beleidsvoerend vermogen om verandering en innovatie te ondersteunen. En toch loopt het soms vast, valt de dynamiek weg en duiken er onvoorziene aspecten op die alle sturing en ondersteuning moeilijk maken. Onder de waterlijn herkennen we dat de relationele bedrading en de harmonie in het schoolteam om samen te werken verstoord is. Hoe kunnen we deze onderstroom in kaart brengen en wat kunnen we doen om deze te herstellen?
Onderwijscafé Artificiële intelligentie op school 8 mei (18.30 - 21.30) - Broeikas Aalst
Technologie zoals ChatGPT (en andere) zet ons onderwijs al een tijdje op losse schroeven. Artificiële intelligentie is overal en blijkt in het onderwijs een eindeloos discussiepunt. Gaat AI onze job overnemen? Gaan leerlingen hun huiswerk maken met GPT-tools? Boek je leerwinst met een AI-tutor? In dit onderwijscafé willen we orde brengen in de chaos. Robbe Wulgaert, leraar informaticawetenschappen en AI aan het Sint-Lievenscollege in Gent, auteur van het boek AI in de klas en docent aan de Universiteit Antwerpen, deelt in dit café zijn ervaring, toont kant-en-klaar lesmateriaal en gaat in op de vragen van de deelnemers.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap basisonderwijs en neem deel aan onze schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en webinar. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 300 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Wachten om het noodzakelijke veranderingsproces in je school op te starten om je leraren te sparen, is het eigenlijk een optie?
Het lijkt een nobel streven om verandering uit te stellen om het team te sparen, maar is deze 'voorzichtigheid' op lange termijn niet juist schadelijk? Stilstand in een veranderende wereld leidt onherroepelijk tot een verhoogde druk wanneer de kloof met de realiteit onoverbrugbaar wordt. Dit artikel daagt schoolleiders uit om de spanning tussen zorg en urgentie onder ogen te zien. Is sparen hetzelfde als beschermen, of ontneem je de school de kans om tijdig te evolueren?
Tijdens gesprekken met directies blijkt dat ze zich er enorm bewust van zijn dat een veranderingsproces in hun school hard nodig is. De uitdagingen zijn zodanig dat hun huidig pedagogisch concept deze niet meer aankan. Dan is het logisch om samen met het schoolteam na te denken over een nieuw pedagogisch concept, zou je denken. Net daar wringt het schoentje. Om zo een participatief proces aan te vatten, is er mentale ruimte nodig. Die is er momenteel vaak niet bij het schoolteam. Heel wat leraren zijn overladen en directies willen hen niet meer extra belasten door een veranderingstraject te lanceren. Daar bovenop komt nog eens het nijpend lerarentekort .
Drawify illustratie
Catch-22
Directies willen hun schoolteam graag eens een ‘gewoon’ jaar geven. Maar dat gewoon jaar bestaat al een tijdje niet meer. Scholen starten het nieuwe schooljaar en tegen de herfstvakantie zijn al veel leraren uitgeput. Na een weekje opladen, sprinten ze naar de kerstvakantie. Om dan naar krokus te rennen. Vervolgens spurten ze naar de paasvakantie om dan afgemat de grote vakantie aan te vatten. Het begint op een vicieuze cirkel te lijken. Regelmatig hebben we directies aan de lijn die interesse hebben in een veranderingstraject. Een aantal zet door, anderen besluiten uiteindelijk om een jaar te wachten en om hun team ‘rust’ te geven. ‘Contacteer me volgend jaar eens terug’, luidt de boodschap. Wat blijkt een jaar later? De startsituatie is niet veranderd. De vraag is of deze nog zal veranderen. Wellicht komen er de volgende jaren weer andere uitdagingen bij.
Hoe kom je uit deze ongemakkelijke spreidstand?
We geloven dat wachten geen optie is. Een nieuw pedagogisch concept kan net zorgen voor de rust waar leraren naar snakken. Zich niet meer elke dag opgejaagd voelen, ’s middags eens rustig de tijd hebben om samen te eten, veel minder bezig moeten zijn met klasmanagement of energie krijgen van leerlingen die zelf gemotiveerd aan de slag gaan. De uitdaging bestaat erin om de vicieuze cirkel te doorbreken. Het risico daarbij is dat een traject om tot een nieuw pedagogisch concept te komen, het team in eerste instantie nog meer belast. Er zijn op zijn minst twee sleutels die je op korte termijn en tegelijkertijd kunt activeren om uit deze benarde situatie te geraken:
Teamtijd creëren: in het Vlaamse onderwijs is er leertijd voorzien voor onze leerlingen, niet voor onze leraren. Tijd om te overleggen, te ontwerpen en te evalueren is niet structureel ingebouwd. We gaan ervan uit dat leraren dat doen buiten de lestijden. Dit gebeurt niet altijd efficiënt, voldoende diepgaand of samen. Verschillende scholen hebben volgend jaar voor hun schoolteam wekelijks tijd ingeroosterd. In een eerdere blog enkele voorbeelden.
Leerlingen meer autonomie durven geven: als leerlingen in staat zijn om gedurende bepaalde momenten van de week zelfstandig te werken, krijgen leraren tijd om andere zaken aan te pakken. Tijdens Covid gebeurde dit vaak, echter niet altijd met het gewenste resultaat. Nadenken over hoe dit beter kan en hoe leerlingen thuis of in de klas een deel van de leertijd onafhankelijk of met beperkt toezicht nuttig bezig kunnen zijn. En dit durven invoeren, ook al is het nog niet perfect.
Daarnaast zijn er twee sleutels die eerder voor de langere termijn zijn omdat je deze pas kunt activeren nadat je eerst samen met het team goed hebt nagedacht over je toekomstig pedagogisch concept:
· Samen voor de klas: als leraren samen met collega’s voor leerlingen kunnen staan, schept dat heel wat mogelijkheden: met twee of meer leraren weet je meer, kun je bij elkaar aankloppen, kun je elkaars talenten beter benutten en sta je sterker bij voorvallen in de klas. En als er iemand afwezig is, zorgt dit voor minder stress want je vangt dit samen op.
· Een goede rolverdeling: in een school worden dagelijks heel wat taken opgenomen, zowel pedagogische, procesmatige als andere taken. Zorgen dat die taken met inspraak evenwichtig onder elkaar verdeeld worden, maakt het duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Als teamleden een deel van deze taken zelf onder elkaar mogen toewijzen, dan ontstaat er engagement om deze taken op te nemen en een eigen invulling te geven. Dit vergroot de draagkracht van het team enorm.
Vergeet ook de tijd van directies en beleidsmedewerkers niet!
Als directie kun je je ook eens de vraag stellen:
- Hoeveel % van mijn tijd werk ik in mijn school?
- Hoeveel % van mijn tijd werk ik aan mijn school?
Een volgende vraag is hoeveel dat in de toekomst best zou zijn. Het is belangrijk om als directie en beleidsteam voldoende tijd te kunnen uittrekken om rustig te kunnen nadenken over de toekomst. Een traject om te komen tot een nieuw pedagogisch project kan ook qua tijdsbesteding voor het beleidsteam een knelpunt zijn. Die moet je dus ook inroosteren of creëren. In deze blog kun je daar enkele ideeën over lezen.
Je kunt ook nadenken over samenwerking met een externe procesbegeleider. Zo haal je niet alleen expertise, inspiratie en neutraliteit binnen, je zorgt ook voor tijd en ontzorging. Wil je weten hoe EduNext een dergelijk traject aanpakt en samen met jou kijkt naar de voorwaarden om tot een succesvol en duurzaam nieuw pedagogisch concept te komen? Neem dan contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Een gunstig innovatieklimaat op school: een belangrijke hefboom voor verandering
Waarom bloeien vernieuwingen in de ene school moeiteloos op, terwijl ze in de andere stikken in weerstand? Een gunstig innovatieklimaat is geen toeval, maar het resultaat van bewust beleid dat fouten durft te omarmen en autonomie stimuleert. Het klimaat op school fungeert als de bodem voor verandering; zonder de juiste voedingsstoffen zal elk nieuw idee vroeg of laat verwelken. Ontdek de factoren die van een school een broedplaats maken voor onderwijskundige vernieuwing.
Een van de elementen die de schoolcultuur bepalen, is het innovatieklimaat. Dat merk je meteen als je de leraarskamer binnen wandelt of als je door de gangen loopt en naar de lesactiviteiten kijkt. Mogen leraren hier experimenteren en worden nieuwe initiatieven aangemoedigd? Of worden ze eerder afgeremd of tegengehouden? Het innovatieklimaat gaat over de omstandigheden binnen een organisatie die het innoveren bevorderen of juist hinderen. Een gunstig innovatieklimaat zorgt voor een sterk innovatief vermogen, cruciaal tijdens transities.
Welke factoren bepalen het innovatieklimaat?
Scott Isacson, Joe Tidd en Göran Ekvall deden er diepgaand onderzoek over en kwamen tot negen factoren die samen het innovatieklimaat van een organisatie bepalen:
1. Uitdaging en betrokkenheid: verhoogt de kans dat leraren vrijwillig tijd en energie in de school investeren
2. Vrijheid en autonomie: doet leraren initiatief nemen en kennis delen
3. Steun voor ideeën: zorgt ervoor dat leraren naar elkaar luisteren en elkaar aanmoedigen
4. Vertrouwen en openheid: geeft leraren emotionele veiligheid, vertrouwen en durf om remmende gewoontes kritisch ter discussie te stellen
5. Humor en spel: reduceren stress en ontmijnen bedreigende situaties
6. Constructief debat: brengt tussen leraren open gedachtewisselingen teweeg en nodigt uit om elkaar positief te versterken.
7. Goed omgaan met conflicten: heeft een positief effect op het resultaat en de relatie
8. Risico nemen: gebeurt als leraren weten dat ze mogen experimenteren en fouten maken
9. Tijd voor ideeën: zorgt dat teamleden samen ideeën kunnen bedenken en realiseren
Elk van deze factoren zou je op een schaal van 0 tot 5 kunnen scoren waardoor je een visueel beeld krijgt van het huidige innovatieklimaat in je school:
Bron: Innoshock boek
Eens je het huidige innovatieklimaat in kaart hebt gebracht, zou je voor je school eens de drie factoren kunnen benoemen die nu al aanwezig zijn maar ook de drie factoren die momenteel tegen werken. Daarna kun je ook je ambities uitspreken richting de toekomst. Waar zou je over enkele jaren op elk van die factoren willen staan en wat zijn realistische stappen? Om zo tot een plan van aanpak te komen.
Hoe ZIT het met het innovatieklimaat op jouw school?
Wellicht heb je als directeur, beleidsmedewerker, coördinator of leraar wel een buikgevoel hoe het met jullie innovatieklimaat gesteld is. Je kunt het via onderstaande vragen beter onderbouwen :
1. Uitdaging en betrokkenheid
· In welke mate hebben leraren persoonlijke en teamuitdagingen?
· Hoe betrokken zijn leraren bij visie, beleid en de uitvoering ervan?
· Hoe intrinsiek gemotiveerd zijn leraren bij het uitvoeren van projecten, taken en ideeën?
2. Vrijheid
· In welke mate hebben leraren autonomie om hun werk te regelen?
· In welke mate worden leraren beperkt door regels?
· In welke mate moeten leraren toestemming te vragen?
3. Vertrouwen en openheid
· In welke mate is er in de school voor leraren emotionele veiligheid?
· In welke mate durven leraren (gedurfde) ideeën opperen?
· Zijn er in de school veel schotten (tussen graden, tussen vakgroepen, tussen directie en lerarenteam, tussen leraren en coördinatoren)?
4. Tijd voor ideeën
· In hoeverre is er in de school tijd om samen ideeën te bedenken, uit te werken en in de praktijk te brengen?
· Wordt er in de school regelmatig een brainstorm georganiseerd?
· In hoeverre is er in de school expertise in creatief denken?
5. Humor en plezier
· In hoever heerst er in de klassen en in de leraarskamer een ontspannen atmosfeer?
· Worden er op school en daarbuiten regelmatig sociale activiteiten en teambuildings georganiseerd?
· Zijn leraren tuk op een goede grap en wordt er graag gelachen of gejend?
6. Conflict
· Zijn er in de school constructieve en gezonde conflicten?
· Hebben leraren met elkaar regelmatig persoonlijke conflicten?
· Durven leraren over de inhoud van taken voldoende in conflict gaan?
7. Debat
· Debatteren leraren voldoende op school? Of vermijden ze het debat?
· Praten leraren meer over probleem dan er wat aan te doen?
· In welke mate klagen leraren eerder dan constructief in gesprek te gaan om de problemen of uitdagingen op
8. Risico nemen
· In welke mate steunt directie en beleid projecten met risico?
· In welke mate zijn leraren bezig met projecten waarover ze liever nog niet communiceren uit angst dat ze zullen afgeblazen worden?
9. Steun voor ideeën
· In welke mate ondersteunt directie en beleid ideeën en projecten van leraren
· In welke mate ondersteunen leraren elkaar bij het bedenken en het uitvoeren van hun ideeën
Aan de slag?
Wil je het innovatieklimaat van je school in kaart brengen? EduNext heeft daarvoor een scan ontwikkeld die je samen met een aantal collega’s kunt invullen. Zo verzamel je kwantitatieve en kwalitatieve data. Door die samen te bespreken en er via rubrics op te verdiepen, kom je tot een actieplan om het innovatieklimaat op je school te versterken. Voor meer info, neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Misschien wel de belangrijkste opbrengst van een veranderingstraject: een nieuwe schoolcultuur
Aan het einde van een transformatietraject zijn het vaak niet de nieuwe lokalen of de digitale tools die de meeste impact hebben, maar de verschuiving in hoe men met elkaar omgaat. Een nieuwe schoolcultuur is de meest kostbare, maar ook de meest fragiele opbrengst van verandering. Hoe veranker je nieuwe waarden en gewoontes zodat ze de volgende generatie leraren overleven? De focus op de onderstroom van de organisatie is essentieel voor wie blijvende impact nastreeft.
Tijdens ons praktijkonderzoek, interviewden we meer dan 25 Vlaamse schooldirecties. Volgens hen is een sterke schoolcultuur een zeer belangrijke hefboom voor verandering. Dit zetten ons aan het denken: hoe zorgen we dat veranderingen in scholen duurzaam zijn en onafhankelijk van personen. Het gebeurt immers nog te vaak dat innovaties na verloop van tijd verdwijnen of niet overgenomen worden door andere collega’s. Daar zijn meerdere redenen voor mogelijk: de bezielers van het innovatieve project hebben de school intussen verlaten, het lukte niet om andere leraren aan boord te krijgen of de vernieuwing viel gewoon na een tijdje stil. Zolang een innovatie of transformatie niet in de hoofden van het hele schoolteam zit of in het DNA van de school, kan er terugval zijn naar oude en minder gewenste patronen.
Na een uitgebreide literatuurstudie en praktijkonderzoek, distilleerden we acht elementen die samen zorgen voor een schoolcultuur die inhoudelijke en procesmatige veranderingen ondersteunen en zorgen dat de veranderingsinitiatieven onafhankelijk wordt van tijdelijke gebeurtenissen, trekkers of begeleiding.
Inclusieve besluitvorming
Het lijkt logisch om beslissingen te nemen samen met de mensen die nadien ook betrokken zijn bij het besluit. In de praktijk is dat niet altijd zo. Doe je dat wel, dan kies je voor inclusieve besluitvorming en creëer je meer draagvlak voor de beslissing en verhoog je de kans dat collega’s het gemeenschappelijke besluit ook uitvoeren. Dat kan door bij (bepaalde) besluiten ook te luisteren naar de minderheid en hen te vragen waarom ze niet akkoord gaan. Je hoeft de beslissing daarom niet te herzien maar je kunt ze aanpassen met feedback en ideeën van zij er in eerste instantie niet mee akkoord zijn. Zo kan iedereen toch achter het besluit gaan staan. Een andere manier is om te vragen of iemand een fundamenteel bezwaar heeft en of de beslissing goed genoeg is voor nu. Zo vermijd je dat enkelingen beslissingen tegenhouden zonder dat ze zelf een gegrond bezwaar hebben.
“Betrek de mensen die het besluit nadien zullen uitvoeren bij het nemen van een beslissing”
2. Visieontwikkeling
De tijd dat je als school om de vijf jaar je visie eens tegen het licht kon houden, behoort tot het verleden. Alles verandert zo snel dat je je schoolvisie voortdurend moet ontwikkelen. Idealiter vangen alle teamleden daarbij veranderingssignalen uit de buitenwereld op en gaan ze erover in gesprek. Dat geeft de school continu richting en zorgt voor verbinding tussen de teamleden. Dit helpt om te komen tot gemeenschappelijke mentale modellen, referentiekaders en waarden om de ambities en doelen van hun school mee bij te sturen. Door de visie telkens aan te scherpen en ze als filter te gebruiken voor nieuwe projecten, acties en beslissingen, zal ze op termijn deel uitmaken van het DNA van de school.
“Maak een prikbord in de leraarskamer en/of maak een Miro bord met onderwijsartikels en belangrijke trends ”
Leiderschap
Bekijk leiderschap vanuit de verschillende rollen die je op school nodig hebt: transformationele leiders, inspiratoren, coaches, communicatoren, visionairs, architecten, poortwachters, managers en ondernemers. Door elk van deze en eventueel andere rollen te beschrijven, krijg je een andere invalshoek op leiderschap. Voor deze rollen heb je meerdere mensen nodig. Het is onmogelijk en niet gewenst dat een directeur al deze rollen opneemt. Als collega’s het mandaat van elkaar krijgen om deze rollen in lijn met hun talenten op te nemen, dan spreid je het leiderschap in je school.
“Zet voorbeelden van sterk leiderschap van medewerkers in de kijker”
Innovatieklimaat
Hoe reageren collega’s als een leraar zijn klas heeft verbouwd of een nieuwe werkvorm heeft uitgeprobeerd? In welke mate mogen teamleden experimenteren en dingen uitproberen? Krijgen ze daarbij steun van collega’s, directies, coördinatoren en beleidsmedewerkers? Factoren die het innovatieklimaat bepalen zijn vrijheid, autonomie, gemeenschappelijke doelen, vertrouwen, openheid, emotionele veiligheid, durf, humor, tijd en steun voor ideeën, constructief debat en goed omgaan met conflicten.
“Maak je eigen ideeënbooster poster en hang die uit op verschillende plekken op school”
Kwaliteitsontwikkeling
Het dagelijks realiseren van de schoolvisie en de kerntaken van de school vergt een continu proces van kwaliteitsbewustzijn en -handelen. Schooldata vormen een mooie hefboom voor kwaliteitsontwikkeling. Een grote uitdaging daarbij is om te weten welke gegevens cruciaal zijn om je visie te realiseren. Daarvoor heb je heldere doelen en meetbare indicatoren nodig. Om dan pas acties te ontwikkelen die bijdragen tot het bereiken van die doelen. Door regelmatig en lang genoeg te meten, kun je de evolutie vaststellen en kun je ook het buikgevoel dat in de school heerst met data onderbouwen of ontkrachten.
“Organiseer gesprekken over wat leraren verstaan onder goede onderwijskwaliteit ”
Professionalisering
Een doeltreffend professionaliseringsbeleid draagt bij tot een cultuur van continu leren. Zorg daarbij voor verwachtingsbeelden en succescriteria. Daarna kun je huidige situatie en noden binnen het schoolteam objectief in kaart brengen en kijken welke noden sporen met de gewenste toekomst. Hanteer het best een divers palet van professionaliseringsinitiatieven. Vraag je ook af of je de balans kunt verleggen naar meer interne professionalisering waarbij leraren samen het geleerde in de praktijk omzetten, evalueren en bijsturen.
“Denk samen na hoe je in de weekroosters structureel overlegtijd kunt inbouwen”
Eén verbonden team
Een team dat voor elkaar in de bres springt, is een belangrijke hefboom bij veranderingstrajecten. Om goed te kunnen functioneren als team en om conflicten te voorkomen is er een goede balans nodig tussen rechten (vrijheden) en plichten (verantwoordelijkheid). Dat betekent dat je met elkaar goede en duidelijke afspraken maakt. En dat je iedereen volgens zijn of haar kennis, expertise, vaardigheden en talenten betrekt bij schoolactiviteiten en processen. Gezamenlijke collectieve doelstellingen zorgen dat de individuele belangen niet de bovenhand nemen.
“Schaf priviliges af die de gelijkwaardigheid onder de teamleden in de weg staan”
Talentontwikkeling
Inzetten op continue talentontwikkeling leidt tot persoonlijke groei van elk teamlid. Het zorgt dat je als schoolteam flexibel kunt omgaan met toekomstige uitdagingen. Door oog te hebben voor het talent van elke collega, voelen teamleden zich meer betrokken en verantwoordelijk, krijgen ze meer energie en voelen ze zich goed in hun vel. Door de talenten in kaart te brengen, kun je ze complementair inzetten en er rekening mee houden bij de aanwerving van nieuwe leraren of andere medewerkers. Cruciaal is het om een context te creëren waarin teamleden hun talenten kunnen laten zien en verder ontwikkelen.
“Organiseer eens een talentendouche of roddel eens positief over elkaar ”
Hoe begin je eraan?
Zoals je al gemerkt hebt, zijn er tussen de acht elementen heel wat linken. Ze vormen samen één geheel. Vandaar dat het ook een idee kan zijn om één element als ingangspoort te nemen en te kijken hoe je daarin kunt groeien, bijvoorbeeld door daarover samen met het beleids- of schoolteam een brainstorm te organiseren. Tegelijk zal je merken dat je - als je de acties in de praktijk brengt - ook op de andere elementen vorderingen zult maken.
Je kan ook via rubrics werken. EduNext heeft deze voor elk van de acht elementen uitgewerkt. Telkens hebben we een aantal criteria gedefinieerd die beschreven zijn via indicatoren op vier niveaus:
Door in eerste instantie voor elk van de indicatoren de huidige situatie in kaart te brengen, krijg je een beeld hoe je er als school nu voor staat. Om daarna de gewenste situatie te beschrijven. De vermelde indicatoren kunnen daartoe inspiratie verschaffen. Uit een dergelijke oefening kan blijken dat je het al goed doet op een aantal criteria en dus beter kunt focussen op die criteria waarin je als school nog kunt groeien. Zo kun je ook concrete acties ontplooien waar het schoolteam effectief nood aan heeft.
Maar hoe kies je nu op welke element je gaat werken? Dit kan vanuit het buikgevoel, je hebt vast wel een idee waar je al sterk in bent en waarin je een boost kunt gebruiken. Je kunt dit ook onderbouwd doen via de EduNext transformatiescan. Daarbij schalen teamleden zich via een vragenlijst in voor elk van de cultuurelementen en motiveren ze hun score via voorbeelden. Nadien kun je samen de resultaten te bespreken, interpreteren en tot een gezamenlijk beeld te komen. Om daarna een of meerdere elementen te kiezen en via de desbetreffende rubric in detail te bespreken. Zo detecteer je naast je sterke punten ook groeikansen waarmee je een concreet plan van aanpak kunt maken.
Hierover meer weten?
Neem vrijblijvend contact op met Dirk De Boe op 0474/949448 of stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be
Vijftien lessen die kleurrijke basisscholen ons leren – Cordula Rooijendijk
Cordula Rooijendijk deelt vijftien indringende lessen van zogenaamde 'kleurrijke' basisscholen, waar diversiteit geen beleidsterm is maar de rauwe dagelijkse realiteit. Deze scholen fungeren als voorhoede in de zoektocht naar inclusie en kansengelijkheid. Wat kunnen wij leren van hun veerkracht en hun vermogen om verbinding te maken in een versnipperde samenleving? Een confronterende en hoopvolle blik op de kracht van onderwijs als motor voor sociale samenhang en emancipatie.
Cordula Rooijendijk, directeur van Montessori school De Amstel in Amsterdam, ging op bezoek bij tientallen gekleurde Nederlandse basisscholen. Zoals wellicht velen onder ons had ze initieel heel wat vooroordelen over deze scholen en over wat er allemaal fout loopt. Maar ze is positief verrast teruggekeerd en onder de indruk over hoe deze scholen hun grote uitdagingen aanpakken en zorgen voor een onderwijskwaliteit die ze niet voor mogelijk had gehouden. Ze vatte haar bezoeken in haar boek samen in vijftien lessen waarvan we er in deze recensie enkele uitlichten.
Boek uitgegeven bij atlas contact
De leergierigste leerlingen vind je op zwarte scholen
Op scholen in witte achterstandswijken is het soms de norm dat het leven niks is en ook niks zal worden. Ouders die werkloos zijn, zoals ook hun ouders dat waren, hebben lage verwachtingen van hun kinderen en stimuleren hen weinig om te leren en te werken. Daarnaast zijn er ouders uit de gegoede middenklasse die hun kinderen ‘vergeten’ op te voeden, geen duidelijke regels en grenzen stellen, en hen niet leren hoe ze zich moeten gedragen. Doordat ze hun verantwoordelijkheid niet nemen, ontnemen ze hun kinderen heel wat ontwikkelingskansen.
Op verschillende zwarte scholen daarentegen zag de auteur een tomeloze leergierigheid. De mindset is daar dat als je iets wil bereiken, je ervoor moet werken. Ouders van de leerlingen daar verwachten die ingesteldheid van hun kinderen en wensen dat ze het beter krijgen dan zijzelf.
Omarm de straat- en thuiscultuur
Cordula Rooijendijk citeert socioloog Iliass el Hadioui die drie ladders onderscheidt:
- De ladder van thuis
- De ladder van straat of van de peergroup
- De ladder van school
Die drie ladders verschillen van elkaar, de sociale codes en omgangsvormen zijn anders. Succesvolle jongeren lukt het om te switchen tussen die ladders en alle drie de ladders te beklimmen. Hoe sterker die ladders verschillen, hoe lastiger je het hebt als kind. Zodra de schoolladder sterk afwijkt van je vriendengroep op straat en/of thuis, kan dat je immers onzeker maken. Daarom is persoonsvorming van essentieel belang naast het geloof in eigen kunnen. De scholen die de auteur bezocht ontwikkelen een sterke band met hun kinderen. Ze leren dat het klimmen op de schoolladder hun identiteit niet hoeft te schaden en geven ze geen straffen die hun eigenwaarde of zelfvertrouwen breken. Ze doen juist een beroep op hun schuldgevoel zodat ze hun gedrag uit zichzelf veranderen. En daarbij accepteren ze de straat- en thuiscultuur als te beklimmen ladders die net zo belangrijk zijn.
“Omarm de thuiscultuur, zorg dat de kinderen er wat van kunnen laten zien in de klas. Aan anderen laten zien waar je vandaan komt, elkaar vertellen over de normen en waarden die je meekreeg en die van elkaar accepteren, is belangrijk voor de persoonsvorming van een kind”
De schrijfster verwijst naar Hans Kaldenbach die aangeeft dat je het gedrag via 2 methodes kunt veranderen: zacht (judo) of hard (karate) waarbij je meestal eerst met judo begint. Daarbij zijn er twee belangrijke uitgangspunten:
- Duidelijkheid: benoemen welk gedrag onwenselijk is en wat je niet meer wilt zien
- Vriendelijkheid en een band hebben met de kinderen: hen het gevoel geven dat je van ze houdt en dat ze ertoe doen
Hangjongeren urineren in het portiek van een vrouw. Terwijl ze de post uit de brievenbus haalt, spreekt ze een van de jongeren aan en zeg dat ze blij is om hem te zien. Ze zegt hem dat ze hem af en toe een sigaret ziet roken in het portiek en dat dit prima is maar dat er de laatste tijd ook veel wordt geplast en of hij, als hij de jongens ziet die dat doen, wil zeggen dat ze daarmee moeten stoppen. Omdat het niet zo fris is, omdat ze bang is dat andere buren de politie zullen bellen. De jongen knikt en het werkt, de overlast verdwijnt – voorbeeld uit het boek
Praat met elkaar
Scholen hebben de wettelijke opdracht om burgerschap te bevorderen, maar hebben veel ruimte om hier zelf invulling aan te geven. Dit op een manier die past bij de visie en de identiteit van de school, de kenmerken van de leerlingenpopulatie en de maatschappelijke omgeving waarin de school fungeert. Verschillende gekleurde scholen voeren open gesprekken met ouders over de invulling en de betekenis van de burgerschapslessen. Op die manier kan de angst die soms leeft bij ouders worden weggenomen. Als diversiteit wringt, dan praten ze met elkaar en proberen ze de ander te begrijpen. Zorg er daarom voor dat je als school aandacht besteedt aan alle elementen van diversiteit. Je kunt niet paarse vrijdag vieren en vervolgens geen aandacht besteden aan de ramadan, Keti Koti, Pesach, Divali of Pasen.
Voorzie in een multifunctionele stilteruimte waar je mag mediteren, je yogamat leggen, bidden, mijmeren of even prikkelvrij zijn.
Hoge ouderbetrokkenheid vind je op zwarte scholen
Tijdens haar bezoeken, zag de auteur dat gekleurde scholen sterk inzetten op ouderbetrokkenheid. Maar daar moet je wel de juiste dingen voor doen. Een van de scholen heeft een ouderconsulent, een leraar die een paar uur per week is vrijgeroosterd. Ze weet welke ouders het lastig hebben, vraagt hoe het gaat, of ze nog wat kan doen. Ze leert ouders hoe educatieve spellen werken en geeft ze mee naar huis met de opdracht een spel te spelen met hun kind en dat te filmen. En daarna wil ze graag het filmpje zien. Ze spreekt ouders aan als er een open ochtend is en moedigt hen aan naar de koffie- en koekochtenden te komen. Ze helpt ouders om zich in te schrijven voor de schoolapp zodat ze ook alle schoolberichten ontvangen, en vraagt of ze deze hebben gelezen of vertaalt waar nodig.
Een andere van de scholen die ze bezocht, laat ouders een intentieverklaring tekenen bij inschrijving. Daarin staat dat ouders de verschillen tussen kinderen accepteren, geloven in de ontwikkeling van hun kind, interesse tonen in de schoolactiviteiten en hierbij helpen. Ook dat ze leraren informeren over de talenten van hun kind en hun kind ondersteunen bij het schoolwerk. Omgekeerd staat erin dat de school de ouders betrekt, de ouder erkent als professional, in kansen denkt en ouderbijeenkomsten organiseert.
Een school had zelfs een vaderochtend waarbij 90% van de vaders aanwezig was! Vaders willen heel graag betrokken worden bij de school van hun kind, alleen weten ze vaak niet hoe, en dan blijven ze maar weg. Je moet ze daarbij helpen. Vaders zijn een belangrijke spil bij de opvoeding en de scholing van hun kind en zijn op school ook nodig.
In een andere school is een leeg klaslokaal ingericht. Opa’s en oma’s geven jeu-de-boule- en schilderlessen, iemand anders geeft kookles of ouders lezen individueel een boekje met een leerling op de gang. De leraren maken boekjes voor thuis met daarin de woorden die ze op dat moment op school behandelen, met elk te leren woord ook een afbeelding ervan en altijd met het bijbehorende voorzetsel. Thuis laten ouders hun kind het woord hardop lezen en praten ze erover in hun eigen taal. Als ze dat niet doen, dan nodigt de leraar hen uit voor een gesprek om te kijken waarom het niet lukt en wat ze nodig hebben om het wel te doen. Alle ouders doen uiteindelijk mee. Dan schieten de resultaten omhoog en breiden de leerlingen hun Nederlandse woordenschat in snel tempo uit. Het mogen gebruiken van de moedertaal stimuleert de ontwikkeling van kinderen op school enorm.
Voed je kind op
Een leraar heeft in zwarte scholen twee banen: leraar en maatschappelijk werker. Je kunt wel doen alsof het jouw taak niet is om thuisproblemen op te lossen, maar thuis heeft nu eenmaal een grote invloed op de schoolprestaties. Dus als het thuis niet goed gaat, komt een kind helemaal niet tot ontwikkeling. Als kinderen bijvoorbeeld stress hebben, dan zet dat de ontwikkeling van het werkgeheugen, de besluitvorming en de impulsregulatie onder druk. Je werkgeheugen heb je als leerling nodig om tijdelijke informatie in je geheugen op te slaan en om cognitieve taken uit te voeren. Je hebt het nodig bij het maken van een puzzel, het uitrekenen van een rekensom, het schrijven van een stukje tekst of bij het uitvoeren van een gymopdracht.
Niet lullen maar poetsen
De onderwijsinspectie heeft laten weten niet te zullen optreden als scholen vanwege het lerarentekort overgaan op een vierdaagse schoolweek (en de leraren de vijfde dag laat professionaliseren). Er mag soms meer dan je denkt. Je moet de ruimte binnen de regels leren zoeken, ze wat oprekken en daar geen ruchtbaarheid aan geven. Buiten de gebaande paden denken, creatieve oplossingen vinden, het mag af en toe schuren.
“Zolang je onderwijskwaliteit op orde is, gaan we niet na of jouw schoolorganisatie wel precies aan de voorschriften voldoet ”
In basisschool Nellestein komen timmermannen, rappers, dichters, kunstenaars, sporters, koks, dansers op school kinderen cursussen geven. De leerlingen mogen zelf een workshop kiezen. In een andere school worden de gymlessen twee keer per week aan een halve klas gegeven terwijl de andere helft van de leerlingen bij de leraar blijft en extra lessen krijgt in dingen waar ze nog moeite mee hebben. Ze huren ook andere professionals in om op meer momenten de klassen te kunnen halveren waardoor de andere helft steeds heel intensief leskrijgt van de eigen leraar. Zo is er een docent beeldende vorming, een student pedagogiek, een bibliothecaresse die gewend is om kinderactiviteiten in de bib te organiseren en met de leerlingen leest en een gepensioneerde dame die met de kinderen kookt.
Vorm een visie, bepaal je doelen en handel ernaar
Een van de scholen die de schrijfster bezocht, zet heel hard in op gelijkheid tussen kinderen. Dat doen ze op verschillende manieren:
- Ze laten jarige kinderen op school niet trakteren op iets lekkers maar laten de kinderen die jarig zijn kiezen wat voor leuks ze die dag met de klas gaan doen zoals een kwartier langer buiten spelen, tekenen of een toneelstukje maken …
- Ze laten ouders niet betalen voor schoolreisjes maar zorgen voor kosteloze uitjes zoals een speurtocht door de wijk of naar een speeltuin gaan een wijk verderop
- Ze richten geen schoolband op maar organiseren een leerorkest waarin alle leerlingen een instrument leren bespelen
- Ze vragen niet naar vakantieverhalen maar waarom de kinderen blij zijn om terug op school te zijn
- Ze laten spreekbeurten niet meer thuis voorbereiden maar op school zodat alle leerlingen evenveel hulp krijgen
Naast deze en andere lessen, heeft Cordula Rooijendijk ook nog een paar lessen voor het ministerie van onderwijs zoals het verbieden van zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) in het onderwijs, te kleine scholen opheffen, bijlesbureaus verbieden en monoculturele scholen ontmoedigen. Ze doet ook een oproep om het vakmanschap van leraren te herwaarderen. Dit door hen meer tijd te geven zodat ze zich kunnen focussen op een goede voorbereiding, het geven van uitstekende lessen, het aanpassen van lesstof op het niveau van het kind en bijscholing.
Conclusie
Een zeer lezenswaardig boek met interessante inzichten die van toepassing zijn voor het secundair/voortgezet onderwijs. Hier en daar trekt de auteur iets minder onderbouwde conclusies zoals dat je het beste onderwijs op zwarte scholen vindt of dat de kwaliteit in (te) kleine scholen matig is. Fijn dat ze af en toe ook provoceert en zo dingen in beweging probeert te krijgen. Het boek zorgt er voor dat je als lezer of onderwijsprofessional met een andere bril naar gekleurde scholen kijkt en dat je goesting krijgt om er op bezoek te gaan. Er valt immers heel wat mosterd te halen. Daarnaast eindigt ze mooi met een oproep om met elkaar in gesprek te blijven gaan, naar elkaar te blijven luisteren, de ander proberen te begrijpen en vooral niet te polariseren. Het boek leest heel vlot en is uitgegeven bij atlas contact.
Alleen de verbeelding kan ons redden - Michael De Cock
In een wereld die gedomineerd wordt door cijfers en efficiëntie, herinnert Michael De Cock ons aan de reddende kracht van de verbeelding. Verhalen en kunst zijn geen luxe, maar de enige manier om de complexiteit van het menszijn te vatten en jongeren een kompas te geven in een onzekere wereld. Wanneer we de verbeelding uit de school bannen, verliezen we de mogelijkheid om een andere werkelijkheid te dromen. Een vurig pleidooi voor de terugkeer van de verwondering in de klas.
Michael De Cock schakelt in dit meeslepend boek continu tussen verbeelding en realiteit en geeft daarbij onverbloemd zijn mening over kunst en cultuur. De kunst alleen kan ons volgens de auteur niet redden. Maar het is op zijn minst wel wat ons verbindt, en wat overblijft. Het is wat we kwetsbaar in het midden leggen. Het is een ritueel dat de angst en de dood bezweert. Het is de gemeenschappelijke grond waarop we elkaar vinden, het bord waarop we schaken, de liefde die we delen.
Bij kunst staat de verbeelding voorop. Mensen kunnen zich immers alles voorstellen. Zelfs het onvoorstelbare. Dat kan leiden tot fantastische verhalen maar ook tot een golf van onredelijke angst. In vele gevallen is de verbeelding een lust, in combinatie met angst is ze zelfs een vreselijke last. De verbeelding kan immers duizelingwekkend zijn. De auteur vraagt zich af wat iemand uit de 16e eeuw zou denken van Tomorrowland als je hem met een teletijdmachine naar hier zou kunnen halen en laten meevieren? Zou hij onder de indruk zijn? Zou hij meedansen? Zou hij denken dat hij in een nachtmerrie terecht was gekomen, of zou zijn brein uit elkaar spatten door het teveel aan indrukken en prikkels? En hoe zouden wij kijken naar de wereld zoals die er in 2422 uitziet?
De kunst van de begrenzing
Volgens de auteur ontstaat kunst, echt goede kunst, altijd binnen de krijtlijnen van de beperking. Daarom is absolute vrijheid noch haalbaar, noch wenselijk. Het leven is chaos, kunst brengt orde. Hij verwijst daarvoor naar Madame de Bovary waarin Gustave Flaubert er op meesterlijke wijze in slaagt om van de puriteinse restricties die de burgerlijke moraal hem oplegde een meerwaarde te maken. Zo laat hij Emma Bovary met haar geliefde Léon in een koets door Rouen rijden. Ze bedrijven er stomend de liefde, althans dat suggereert de tekst. Weinig scènes zijn erotischer dan deze, toch wordt er met geen woord over seks gerept. Alles speelt zich in het verborgene af, achter de gesloten gordijnen van de koets – en dus in het hoofd van de lezers.
Op de barricaden voor cultuur
De auteur kan nauwelijks andere dingen bedenken waar hij zo voor wil vechten of zelfs verhuizen als voor vrijheid en het recht om te leven in een maatschappij waarin kunst en verbeelding genoeg ruimte krijgen. De dictatuur en het negationisme zijn de cultus van de dood. Kunst viert het leven en de hoop. Kunst vormt de poort naar ons hart en het empathisch vermogen. Als er iets is dat het menselijke vernuft heeft uitgevonden - door de eeuwen en eeuwen heen - om de pijn, de vreugde, het gemis, noem maar op, deelbaar en overdraagbaar te maken, dan zijn het verhalen en alle afgeleiden. En verwondering is niet zelden de juiste start van de kunstpraktijk.
“Cultuur is niet de kers op de taart, maar het fundament waarop je een menswaardige maatschappij bouwt.”
Volgens de auteur moeten we een tegenstroom organiseren. Een tegenstroom waarvan de cultuurwereld, het middenveld en burgers deel kunnen uitmaken en waarbij ze een nieuwe gemeenschap vormen. De schrijver citeert daarbij Morrison: “If you have some power, then your job is to empower somebody else”.
Ode aan het theater
In het theater is er tijd voor verbeelding. De tijd gaat er trager. De tijd stolt er als stroop en glijdt traag door je vingers. In theater kun je een leven vertellen in twee uur, en een seconde eindeloos laten duren. Het is maar hoe we het zelf willen. Michael De Cock vindt theater vooral interessant vanwege al die ontmoetingen met mensen die in andere toonaarden dan die van hem gestemd zijn. Daarom houdt hij ook van huizen met een lange en rijke geschiedenis. Geschiedenis die groter is dan wie er ook tijdelijk aan het hoofd van staat.
Niets is volgens de schrijver zo in staat om gemeenschap te vormen als theater. Goed theater is een plek waar artiesten uit formele en informele netwerken aan de slag zijn en elkaars werk volgen, elkaar aanmoedigen, en falen een optie is. Een theater waarvan de artiesten de tijd krijgen en nemen om te zoeken, te bezinnen en zich te vervolmaken. In ruil daarvoor coachen ze elkaar, gaan ze in dialoog met het publiek en staan ze voor de klas nu en dan om jonge mensen op sleeptouw te nemen en hun duidelijk te maken dat theater ook iets voor hen kan zijn, wat hun talent ook is. Als er maar passie is. Een plek waar verbeelding leeft en waar die verbeelding poorten in de geest opent. Waar de stad het canvas is en haar straten, de huizen, de bomen, de letters, de komma’s, de punten en de tekst vormen. Waar iedereen die wil, kan meeschrijven aan een verhaal, waar hij of zij zich kan in herkennen. Waar kinderen vanaf de lager school de weg ernaartoe vinden. Waar je kunt dansen en denken. Verwonderen, bewonderen en gemeenschap vormen. Een stad in een stad. Een theater als kruispunt, als ader, als kloppend hart en als plek van betekenis in het leven van ieder die dat wil.
De auteur raadt iedereen aan om met kinderen naar voorstellingen te gaan. Het is een wonder wat je dan bijleert, wanneer je tegelijk en vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde verhaal kijkt. Of zelf toneel spelen. Er is weinig leuker dan virtuoos en gelegitimeerd doen alsof je iemand anders bent. Het bevrijdt een mens van een hoop zorgen en houdt hem jong.
Ethiek
Michael De Cock maakte de vorige generatie theatermakers en kunstenaars nog mee toen grensoverschrijdend gedrag en directief leiderschap vaak voorkwam. Tegenwoordig kun je niets goed meer maken dat niet beantwoordt aan de juiste ethische normen en waarden. Dat is voor velen nog altijd wennen. Auteurschap wordt bevraagd, net als de geprivilegieerde positie van de kunstenaar. Dat geeft geregeld problemen in het herijken van onze culturele geschiedenis. Mogen we nog van Céline, Picasso of Lolita houden? En om welke redenen dan wel of niet? Maar één ding is ondertussen wel zeker: het romantische beeld van de artiest, die roept en tiert, brult en briest, die een hufter en een onmens is, die mensen laat wachten omdat hij toevallig net (g)een ingeving heeft – het is allemaal voorbij. Zonder de juiste sociale en empathische vaardigheden kun je vandaag geen goed regisseur meer zijn, vindt de schrijver.
Heb lak aan wat mensen van je vinden!
De auteur mijdt gelijkgestemden, en mocht hij ze al tegen het lijf lopen, dan loopt hij een blok om. Als hij een gelijkgestemde wil tegen komen, dan kijkt hij wel in de spiegel en zelfs dat probeert hij te vermijden.
Hij vindt ook dat je alleen goed kan spelen als je je amuseert en helemaal los kunt gaan. Daarom mag je nooit de kern van jezelf verloochenen en moet je je steeds amuseren. Zonder contact met jezelf en plezier kun je jezelf niet verliezen.
Tot slot gelooft hij ook in serendipiteit. Michael De Cock denkt dat de dingen eerder bij toeval op je pad komen. En dat net de dingen waar je niet naar verlangt of die je niet nastreeft de grootste kansen oplevert.
Conclusie
Zeer aan te raden en vlot leesbaar boek op de grens van essay, manifest en roman waarin Michael De Cock meandert door het leven en zijn ontmoetingen met mensen die hem hebben beïnvloedt. En waarbij hij zijn verbeelding de vrije loop laat. Alleen de verbeelding kan ons redden is uitgegeven bij Lannoo.
Hoe kunnen we onze school zodanig organiseren dat elke leerling evolutie kan maken en krijgt waar hij recht op heeft?
Hoe organiseren we ons onderwijs zo dat we elk kind recht doen, zonder als team kopje-onder te gaan? De zoektocht naar een rechtvaardige schoolorganisatie vraagt om een fundamentele herijking van hoe we tijd en ruimte indelen. Evolutie is voor elke leerling mogelijk, mits de structuur het leren volgt in plaats van andersom. Een diepgaande reflectie op de morele plicht van de school om een omgeving te creëren waar werkelijk niemand tussen de mazen van het net valt.
Het organisatiemodel van scholen omschrijft de manier waarop we het leren van leerlingen organiseren, hoe leraren hun onderwijsopdracht uitvoeren en welke organisatorische leerroutes leerlingen kunnen kiezen. Tot voor kort was het traditionele leerstofjaarklassensysteem het organisatiemodel dat bijna elke school ter wereld hanteert.
Intussen is de wereld fel veranderd en krijgen scholen te maken met veel meer uitdagingen dan vroeger. Zoals inspelen op een sterk gewijzigde leerlingeninstroom, meertalige kinderen onderwijzen, omgaan met sterk verschillende instapniveaus, leerlingen gemotiveerd houden, gaan voor inclusief onderwijs, hoogbegaafde leerlingen uitdagen en het aantrekken en behouden van sterke leraren. Het leerstofjaarklassensysteem schiet voor deze uitdagingen te kort.
Waarom De Sint-Stevensschool in Sint-Pieters-Leeuw haar onderwijs anders organiseert
Vragen die we ons moeten stellen
• Is onze leerorganisatie nog wel afgestemd op het leren van de leerling of is ze eerder het resultaat van het comfort van leraren?
• Kunnen we met onze leerorganisatie voor elke leerling nog altijd een optimale leervordering garanderen?
• Vertrekken we bij onze leerorganisatie vanuit een inclusief perspectief?
• Laat onze leerorganisatie toe om onze leerlingen centraal te stellen in hun leerproces?
• Kunnen we op onze huidige manier zorgen voor leerroutes zonder onderbrekingen?
• Zorgt onze leerorganisatie voor een kwaliteitsontwikkelend perspectief?
“Laat ons bij het samenstellen van lesroosters minder rekening houden met desiderata van leraren en prioriteit geven aan wat leerlingen nodig hebben.”
Soorten leerorganisatiemodellen
• Het leerstofjaarklassensysteem: de leerstof is onderverdeeld in jaarpakketten op basis van de leerontwikkeling van de gemiddelde leerling. Leerlingen zijn gegroepeerd volgens leeftijd.
• Individueel onderwijs: het onderwijs wordt individueel aangestuurd en aangeboden. Dit via een één op één onderwijsrelatie in de vorm van een pupil/mentor relatie.
• Unit onderwijs: onderwijs georganiseerd in grotere klasgroepen met aandacht voor doorlopende ontwikkelingslijnen. Teams van leraren begeleiden gemengde leeftijdsgroepen en hebben veel aandacht voor zelfsturing, coöperatief werk en leerbegeleiding.
• Thuisonderwijs: het onderwijs wordt thuis georganiseerd, veelal door ouders zelf of door een privéleraar. Leerlingen leggen op het einde toetsen af voor een examencommissie op basis van eindtermen of einddoelen.
• Methode onderwijs: dit onderwijs wordt georganiseerd vanuit een centrale visie en filosofie (v.b. Steiner, Freinet, Montessori) en heeft meestal een specifieke pedagogie en didactiek ontwikkeld.
• Modulair onderwijs: de leerstof wordt georganiseerd in modules (leerstofonderdelen) die naast elkaar en op verschillende tijdstippen kunnen gevolgd worden. De modules staan op zich waarvoor leerlingen telkens deelattesten kunnen behalen. Wie alle modules van een opleiding heeft doorlopen krijgt een diploma.
• Blended learning onderwijs is een organisatievorm die oorspronkelijk gebaseerd was op een doordachte mix van contact- en online onderwijs maar vaak ook toegepast wordt via een mix van didactische strategieën ongeacht het gebruik van technologie.
• Brede school onderwijs: deze leerorganisatie streeft een sterke samenwerking met de (lokale) omgeving na met focus op een multidisciplinaire samenwerking in functie van levenslang leren.
De uitdaging bestaat er in om als school pedagogisch architect te zijn en te kiezen voor een mix van leerorganisatiemodellen aangepast aan de noden van de leerlingen en de lokale context. Het doel daarbij is om een ononderbroken leerproces te creëren waarbij de school de leeromgeving aanpast aan de ontwikkeling van leerlingen (en niet omgekeerd).
Mag zo een nieuwe leerorganisatie wel?
Het is antwoord is ja. De groeperingsvorm die de school kiest, behoort tot haar autonomie. De school kan zelf beslissen over tijdsbesteding, weekuurroosters, aanbod gemeenschappelijke vakken, aanpassingen van het leertempo, onderwijskundige methodes en werkvormen. Dit volgens het decreet basisonderwijs uit 1997 en het decreet secundair onderwijs uit 1999. Meerdere scholen in Vlaanderen passen een alternatieve leerorganisatie toe.
Bekijk het breder dan puur het organisatorische!
Scholen vertellen ons regelmatig dat hun leerstofjaarklassensysteem niet meer werkt. De eerste vraag die we dan stellen is of ze ook bereid zijn om te kijken naar hun leerinhouden, naar hun manier van lesgeven, naar hoe ze evalueren, naar hun lestabellen, naar hun fysieke leeromgeving, naar het leermateriaal en naar hun leernetwerk. Als het antwoord negatief is, dan heeft het geen zin en blijft het bij een cosmetische aanpassing of het kan zelfs leiden tot een achteruitgang. Er zijn verschillende scholen die te weinig doordacht flex leertijd voor leerlingen hebben ingevoerd met als gevolg een negatief resultaat en de perceptie bij hun leraren dat flex niet werkt. Andere scholen gingen in zelfsturende teams werken zonder hun pedagogie aan te passen. Ook dit bleek op termijn te resulteren in weinig meerwaarde. Je leerorganisatie aanpassen vergt een systemische aanpak. Een van de manieren om de leerorganisatie vanuit verschillende perspectieven te bekijken, is via het transformatierad:
Het is een denkmodel met acht wielen waarbij je je huidig pedagogisch concept in vraag kan stellen, bijvoorbeeld startend vanuit de ingangspoort organisatie. Dit wiel aanpassen heeft invloed op elk van de andere wielen. Om succesvol te zijn, zul je immers je naast je leerorganisatie ook je leerinhouden, leervormen, leerproces, leertijd, leeromgeving, leernetwerk en leermateriaal voldoende moeten aanpassen en er één versterkend en samenhangend geheel van maken.
Flexibele organisatievormen
Bij de nieuwe uitdagingen in ons onderwijs zijn flexibele organisatievormen noodzakelijk. Op die manier kunnen leerlingen meer eigenaarschap nemen over hun leren en kunnen leraren hen maximale ontplooiingskansen geven. Daarbij hou je het best rekening met vijf bouwstenen:
Outputgerichte leeruitkomsten: voor flexibel onderwijs zijn heldere leeruitkomsten cruciaal. Ze geven aan wat de leerling kan aan het einde van een leerperiode. Belangrijke kenmerken van goede leeruitkomsten zijn outputgerichtheid en herkenbaarheid. Resultaat van deze bouwsteen: helder en goed geformuleerde leeruitkomsten.
Leerwegonafhankelijke toetsing: deze is gericht op het beoordelen van door leerlingen gerealiseerde leeruitkomsten. Deze vorm van toetsing is dus niet afgeleid van het onderwijsaanbod. Leerlingen kunnen via divers ‘bewijsmateriaal’ worden beoordeeld. Het formuleren van beoordelingscriteria bij de leeruitkomsten is hierbij essentieel. Resultaat van deze bouwsteen: Instrumenten en beoordelingscriteria geschikt voor toetsing en validatie.
Onderwijstoolbox: een geheel aan divers en gevarieerd didactisch leermateriaal en leeractiviteiten waarmee de leerling aan het bereiken van de leeruitkomsten kan werken. Resultaat van deze bouwsteen: een variëteit aan leeractiviteiten die verschillende typen leerlingen kunnen gebruiken om hun leeruitkomsten te bereiken
Leerscenario’s: vanuit een onderwijstoolbox kunnen bij een leerling of groep leerlingen een passende set leeractiviteiten en leermateriaal ontwikkeld worden, aansluitend bij persoonlijke leervoorkeuren, leerstrategieën en leeromstandigheden van deze leerlingen. Resultaat van deze bouwsteen: vormgegeven leerscenario’s op basis van persona’s (type en kenmerken leerlingen) die ook individueel maatwerk mogelijk maken.
Coördinatie en organisatie: dit zorgt ervoor dat flexibel onderwijs binnen het team van leraren en tussen leerlingen en leraren onderling prettig en soepel verloopt. Resultaat van deze bouwsteen: duidelijke afspraken binnen het lerarenteam.
Meer info of ondersteuning?
Met het transformatierad en de bouwstenen kun je verschillende leerroutes voor leerlingen ontwerpen. Het spreekt voor zich dat dit het best op een participatieve manier gebeurt en dat je hierbij leraren, leerlingen en ouders voldoende betrekt. EduNext heeft heel wat ervaring op dit vlak en begeleidt verschillende scholen in dit proces. Daarnaast hebben we voor de leerorganisatie ook een rubric ontwikkeld met een aantal criteria die je kunnen uitdagen en helpen om je leerorganisatie te hertekenen. Heb je hierover vragen? Neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.
Van visie naar doelstellingen naar leidende pedagogische principes naar leerlabo's
De weg van een abstracte visie naar de dagelijkse praktijk in leerlabo's loopt via scherp geformuleerde pedagogische principes. Zonder deze tussenstap blijven doelen vaak zweven boven de werkelijkheid. Hoe vertaal je grootse ambities naar concrete leeromgevingen waar leerlingen werkelijk tot hun recht komen? Dit artikel ontrafelt de architectuur van verandering en toont hoe een consistente lijn tussen beleid en klasvloer de basis vormt voor een succesvolle schooltransformatie.
Het is belangrijk om als school een sterke visie te hebben. Je moet weten waar naartoe. De stip op de horizon moet duidelijk zijn. Het is zeer zinvol om daar met het hele schoolteam over na te denken. En daarbij mag je dromen. Als je kijkt naar je huidige en toekomstige uitdagingen, welke school heb je dan nodig? Hoe zou je willen dat je school er in 2027 uit ziet? En dan kom je samen tot een tekst of een aantal pijlers die voor de school belangrijk zijn. De valkuil bestaat erin om deze tekst te blijven bijslijpen totdat hij er op papier perfect uitziet. Om hem daarna te visualiseren op de website, aan de schoolpoort te hangen, te verspreiden via brochures of een plaats te geven tijdens opendeurdagen.
Vertaal de visie in concrete doelstellingen
Het is belangrijk om je schoolvisie verder door te vertalen. Wat betekent deze visie voor je leerlingen, leraren, school en de wereld rondom je school?
- Welke leerlingen wil je zien als ze de laatste keer door je schoolpoort stappen?
- Wat wil je dat leerlingen kennen en kunnen?
- Hoe wil je dat leerlingen met elkaar omgaan?
- Hoe verloopt de relatie tussen leerlingen en leraren?
- Welke kwaliteiten en expertise hebben leraren in je school?
- Welk gedrag vertonen je leraren op school?
- Welke schoolklimaat wil je op school?
- Hoe wil je dat de buitenwereld je school ziet?
- Hoe wil je omgaan met de ouders van je leerlingen?
Deze doelstellingen kun je bij elke nieuw project, bij het uitwerken van processen of bij praktische beslissingen steeds weer voor ogen houden en je afvragen of dit beantwoordt aan je doelstellingen.
VAN DOELSTELLINGEN NAAR leidende pedagogische principes
Hoewel de doelstellingen al een stuk concreter zijn, is dat nog niet voldoende. De link die nog te weinig gemaakt wordt, is de vertaling van de doelstellingen naar de dagelijkse pedagogie en didactiek. Dat vergt een extra slag. Hiervoor kun je het EduNext transformatierad als denkmodel gebruiken. Daarbij ga je samen met het lerarenteam na hoe je voor elk van de wielen van het transformatierad je visie en doelstellingen concreet kunt vertalen in leidende pedagogische principes. Per wiel kun je zo een 3 tot 5 principes bepalen. Goed gedefinieerde leidende principes zijn voldoende concreet, geven sturen en richting maar bieden toch nog genoeg ruimte om die te interpreteren en aan te passen naar de klascontext. Voorbeelden van leidende pedagogische principes zijn:
- Leerinhoud: we reflecteren regelmatig op de vooropgestelde leerdoelen en versterken zo het zelfreflecterend vermogen van leerling en leraar
- Leervorm: onze instructies mogen in de toekomst nog maximaal 20 minuten duren en leerlingen zullen leren beslissen welke instructies ze nodig hebben en welke niet.
- Leerproces: we gaan werken met digitale portfolio’s waarbij leerlingen hun opgedane vaardigheden en nevenactiviteiten kunnen bijhouden
- Leertijd: we starten elke morgen met een gemeenschappelijk kringmoment waarbij leerlingen over een zelfgekozen thema met elkaar in gesprek gaan
- Leeromgeving: wij streven ernaar dat elke leerling op elke moment een plek kan vinden om in stilte te kunnen werken
- Leernetwerk: we gaan de ouderbetrokkenheid versterken door hen ’s morgens de kans te geven om een koffie te drinken hen op vrijdagnamiddag te laten aansluiten bij een gemeenschappelijk moment
- Leermateriaal: We willen een overkoepelende toolbox creëren waar we onze lesmaterialen samen kunnen maken en delen
- Leerorganisatie: We streven ernaar om wekelijks 1 à 2 uur overlegtijd te creëren
Tijdens het bedenken en vormgeven van deze principes hou je het best ook telkens je doelstellingen voor ogen en check je of je via deze leidende pedagogische principes je doelstellingen wel degelijk bereikt. Eens je het met het schoolteam eens bent over de leidende pedagogische principes, vormen ze je kompas tijdens je dagelijks onderwijs.
Weet dat bepaalde leidende pedagogische principes bij leraren angst kunnen oproepen omdat ze het nog niet zien zitten om die uit te voeren of omdat ze er zich nog niet competent voor voelen. Het is belangrijk om daar tijdens het proces voldoende oog voor te hebben, hen daarbij te coachen en zo te werken aan draagvlak.
Van LEidende Pedagogische principES naar LEERLABO’s
Een laatste stap in het proces is om de leidende pedagogische principes te vertalen naar je dagelijks onderwijs. Dat kan via een pilootproject waarbij je alle leidende pedagogische principes integreert. Het is je toekomstige school in het klein. Dat betekent dat je de leidende pedagogische principes vertaalt naar concrete lesinhouden, lestabellen, evaluatie, benodigde leerruimte, organisatie, leermateriaal en netwerk. Een pilootproject kan voor een aantal leraren nog te vroeg zijn of nog te ambitieus. In dat geval kun je ook werken met leerlabo’s. Die kun je zien als een mogelijkheid tot experimenteren waarbij deelteams voor bepaalde leidende principes onderzoeksvragen opstellen, op zoek gaan naar antwoorden, voorstellen uitwerken, deze toepassen in de klas, dit evalueert, erover rapporteren en de resultaten communiceren met de collega’s. Op die manier worden een aantal leidende pedagogische principes concreet.
Als er op school leerlabo’s of pilootprojecten lopen, zul je zien dat de visie veel tastbaarder wordt. Het is geen vrijblijvende tekst meer op de website. Stel dat je bezoek hebt op school, dan zullen leraren en leerlingen die in de leerlabo’s of pilootprojecten actief zijn, de visie gemakkelijk kunnen vertellen omdat hun dagelijkse werking ervan doordrongen is.
Hoe het Sint-Pietersinstituut in Turnhout via leerlabo’s haar visie concretiseert
Wil jij je schoolvisie nog meer TOT leven BRENGEN?
We hebben voor bovenstaande stappen een deeltraject ontwikkeld waarbij we het schoolteam coachen om via enkele interventies te komen van visie naar doelstellingen naar overeengekomen leidende pedagogische principes naar leerlabo’s. Interesse? Neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.