Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Tien ontwikkelingen in de maatschappij met grote impact op het onderwijs

De wereld buiten de schoolmuren raast voort, maar hoe vertalen we maatschappelijke aardbevingen naar de klaspraktijk? Van demografische verschuivingen tot de technologische revolutie: deze tien trends zijn geen verre toekomstmuziek, maar bepalen vandaag al de leerbehoeftes van onze jongeren. Een noodzakelijke realitycheck voor elk schoolteam dat relevant wil blijven in een tijdperk waarin de enige constante de verandering zelf is.

Enkele weken terug vroeg het beleidsteam van de Vives lerarenopleiding ons om hen via een workshop een overzicht te geven van belangrijke onderwijstrends zodat ze zich daar nog beter op kunnen voorbereiden. We zijn geen trendwatchers maar namen deze uitdaging toch graag op. In deze blog vind je enkele ontwikkelingen in de maatschappij die het onderwijs sterk beïnvloeden. Van geen enkele trend afzonderlijk schrik je wellicht. Maar de combinatie van deze ontwikkelingen kunnen veel impact hebben.

Demografische ontwikkelingen

Onze bevolking wordt gemiddeld ouder en meer divers. Dat betekent dat mensen in de toekomst langer zullen moeten werken en zich meer dan vroeger regelmatig zullen moeten om- en bijscholen. Dat impliceert dat ze op school de vaardigheid leren om autonoom en levenslang te leren. Daarnaast zullen scholen nog meer moeten inzetten op de realisatie van gelijke onderwijskansen zodat mensen met een migratieachtergrond succesvol kunnen integreren. Andere en complexere gezins- en samenlevingsvormen zorgen ervoor dat steeds meer kinderen groot worden in gezinnen met een alleenstaande ouder of in nieuw samengestelde gezinnen. Dat zorgt voor een andere communicatie tussen de school- en thuisomgeving. Dat is trouwens voor scholen met veel leerlingen uit kansarme gezinnen of die een andere thuistaal spreken nu al een uitdaging. Positief gebruik maken van de meertaligheid en de diversiteit van leerlingen is een uitdaging en tegelijk een kans voor scholen.

Hoe zorgen we ervoor dat we alle leerlingen dezelfde slaagkansen geven, ongeacht hun socio-economische achtergrond?

Inclusie

Elk land in Europa doet het beter op vlak van inclusie dan België. We staan dan ook het meest onderaan in de rangschikking van inclusieve maatschappijen. Het zorgcontinuüm in onderwijs kan zorgen voor eilanden waardoor leerlingen in sommige scholen (te) gemakkelijk doorgeschoven worden naar het CLB en het leersteuncentrum. Er zijn geen exacte cijfers maar bij vermoedelijk de helft van de leerlingen die momenteel via leersteuncentra ondersteund worden, gaat het over basiszorg die de school zelf kan opnemen. Het is een belangrijke oefening voor scholen om dit te bestuderen en te kijken wat nodig is om dit zelf te kunnen. Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent/onderzoeker aan de AP Hogeschool geeft in deze blog inspiratie: hoe maken we proactief de stap van integratiedenken naar inclusiedenken?

Hoe kunnen we ons lerarenteam competenter maken in handelingsgericht werken en UDL?

Tijds- en plaatsonafhankelijk leren

Tijdens Covid hebben scholen de mogelijkheden van afstandsleren gezien. Opeens moest het. Met alle uitdagingen en moeilijkheden die daarbij kwamen kijken. Contactonderwijs blijft ontzettend belangrijk maar af en toe afstandsonderwijs kan ervoor zorgen dat leerlingen leren om zelfstandiger te werken en dat leraren ondertussen samen kunnen overleggen en professionaliseren. Je moet het dan wel goed voorbereiden en uitvoeren. Daarbij kan het een idee zijn om te vertrekken vanuit de klas. In plaats van de leerlingen naar huis te sturen, zou je het afstandsleren in de klas zelf kunnen simuleren. Keer na keer zou je de afstand tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en leraren fysiek kunnen vergroten. Het zou een uitdaging zijn om weinig in te boeten aan communicatie. Stap per stap zou je kunnen kijken hoe leerlingen en leraren hun ‘fysieke’ interacties kunnen reduceren tot ze het ook vanop afstand beheersen. Je zou week na week kunnen evalueren en bijsturen. Tot de leerlingen af en toe volledig zelfstandig kunnen werken met leraren die aan het overleggen zijn in de ruimte ernaast. Zo zorgen we ervoor dat kinderen die thuis geen accommodatie hebben om goed te studeren ook autonomer kunnen leren werken. Voor scholen die weinig plaats hebben, kan het een optie zijn om een samenwerking met een bedrijf op te zetten. Heel wat kantoorruimte in de industrie en dienstensector staat een deel van de week leeg omdat in de meeste sectoren mensen twee tot drie dagen in de week thuis werken. Daarbij benadrukken we dat sterke en voldoende instructies ook in de toekomst een basis blijven vormen van goed onderwijs.

Hoe richten wij onze leerprocessen in de fysieke en digitale leeromgeving in zodat leerlingen en leraren tijds- en plaatsonafhankelijk kunnen leren en werken?

Adaptief leren

Adaptieve leeromgevingen zijn leeromgevingen die rekening houden met de verschillen tussen leerlingen en die zich aan elke leerling (niveau, interesses en voorkeuren) afzonderlijk aanpassen. Daarbij gebeuren de aanpassingen op het moment zelf en worden ze steeds bijgestuurd. Leerlingen Via programma’s als Snappet of Eduten maken leerlingen oefeningen. Afhankelijk van zijn of haar prestatie krijgen ze daarna aangepaste oefeningen of instructies. Zo kunnen ook leerlingen die het moeilijker hebben met de leerstof succeservaringen hebben. En de leraar heeft via zijn digitale assistent een dashboard ter beschikking waardoor hij gerichter kan coachen.

Andere mogelijkheden voor adaptief leren zijn videocoaching waarbij leraren toestemming geven om gefilmd te worden en de beelden samen met hun coach bekijken om ervan te leren. In de lerarenopleiding van PXL Hogeschool staan overal camera’s en microfoons. Die staan in verbinding met een visiesysteem dat de beelden streamt naar de lokalen ernaast of die opneemt voor gebruik in afstands- of avondonderwijs. (Toekomstige) leraren kunnen er ook live of in uitgesteld relais leren van andere onderwijzers. Ze kunnen observeren hoe leerlingen reageren op bepaalde werkvormen of instructies en zichzelf gadeslaan.

PXL lerarenopleiding Hasselt

We moeten daarbij ook opletten om hierin niet te overdrijven. De Chinese hogeschool Hangzhou No. 11 past gezichtsherkenning toe en scant elke 30 seconden het gedrag van de studenten in het klaslokaal. Jan Masschelein en Maarten Simons waarschuwen in het boek De leerlingen centraal in het onderwijs - grenzen aan personalisering terecht voor het creëren van een nieuwe onderwijsfabriek. In PXL kregen deze lokalen niet toevallig de namen Huxley en Orwell, auteurs van toekomstromans 1984 en Brave New World.

Daarnaast verwachten we ook een verdere opmars van educatieve games. Vlaanderen zet daarin ook zijn eerste stappen. Onlangs mochten we een paar initiatieven aanschouwen op het OMG festival in Kortrijk.

Hoe zorgen we ervoor dat we niet doorslaan in adaptief leren en zo als school een nieuwe fabriek worden?

Artificiële intelligentie

We vroegen Chat GPT wat de belangrijkste onderwijstrends zijn (zonder door te vragen):

Er zijn veel trends in het onderwijs die de komende jaren belangrijk zullen zijn. Een van de belangrijkste trends is de integratie van technologie in het klaslokaal. Dit omvat bijvoorbeeld het gebruik van tablets, educatieve apps en online platforms om het leren te verbeteren.

Een andere belangrijke trend is gepersonaliseerd leren, waarbij de onderwijservaring wordt aangepast aan de individuele behoeften en interesses van elke leerling. Dit kan worden bereikt door middel van adaptieve leertechnologieën, projectmatig leren en andere innovatieve lesmethoden.

Daarnaast is er een groeiende belangstelling voor sociale en emotionele vaardigheden en welzijn in het onderwijs. Dit omvat bijvoorbeeld mindfulness-oefeningen, positieve psychologie en initiatieven om pesten te verminderen.

Tot slot is er ook veel aandacht voor het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, communicatie en samenwerking.

We vallen niet achterover van dit antwoord maar mits onze vragen wat duidelijker te stellen was het wellicht toch meer bruikbaar geweest. Het wordt voor het onderwijs een uitdaging om te zorgen dat leerlingen dit gebruiken als hulpmiddel bij het leren en niet om te plagiëren. De eerste processen zijn al bezig en waarschijnlijk volgen er nog heel wat. Minder gemotiveerde studenten zullen steeds creatiever worden. Daarom juist is het belangrijk om hen te motiveren om Chat GPT als bronmateriaal te gebruiken om vandaaruit verder te onderzoeken en te exploreren.

Daarnaast zal het van leraren en leerlingen ook ethische competenties vergen en is het belangrijk dat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan leren omgaan met ethische dilemma’s.

Hoe maken wij onze leraren en studenten vaardig om in te schatten hoe waarheidsgetrouw informatie, beelden of video’s zijn?

Tweedeling in de maatschappij

Er is momenteel een groeiende polarisatie in onze maatschappij op allerlei vlakken (sociaal, politiek, financieel …). Daarbij kunnen er ‘kampen’ ontstaan. Dat zie je ook in onderwijsvernieuwing.  Je bent een sterk voorstander van cognitief onderwijs of je bent voor ervaringsgericht onderwijs. Het is kennis ontwikkelen of vaardigheden oefenen. Alsof er geen gulden middenweg bestaat die beide combineert. Het gevaar van polarisatie bestaat erin dat beide groepen zich te weinig (kunnen) inleven in het standpunt van de ander waardoor er intolerantie kan ontstaan. Dit fenomeen kan in de toekomst nog sterker worden, zeker onder invloed van sociale media bubbels en echokamers. Op een bepaald moment lopen leerlingen en ook wijzelf het risico om alleen nog met gelijkgezinden te praten. Het is belangrijk om respect te hebben voor een andere mening en te blijven in dialoog gaan. Het is bijvoorbeeld goed om leerlingen (en leraren) te laten nadenken over hoe ze reageren op een idee waar ze het volledig mee oneens zijn. Of hoe ze hun oordeel kunnen uitstellen wanneer iemand een gedurfd idee oppert. Maar ook hoe ze een nieuw midden en evenwicht kunnen vinden en uitersten leren verbinden.

Hoe leren wij onze leerlingen om ook aandacht te hebben voor extreme, andere of tegengestelde meningen?

Technologische revolutie

In de publicatie ‘De robot de baas’ van de Amsterdam University Press heeft Casper Thomas het over onderwijs in de robotsamenleving. De hypothese is dat arbeid op grote schaal vervangen zal worden door machines waarbij niemand nog veilig is. Ook hoogopgeleiden lopen gevaar. Hun diploma maakt hen niet langer onmisbaar omdat een robot op termijn ook niet-routiniseerbaar werk zal kunnen doen en sterker wordt in het vermogen om te analyseren en te denken. Toch worstelen robots nog met enkele obstakels: werk dat creativiteit vergt, het bedenken van nieuwe ideeën, sociale interactie en empathie. In deze gebieden kan de mens het verschil maken. Stel dat we onderwijs puur als voorbereiding op arbeid zouden beschouwen, dan moeten we jongeren opleiden in vaardigheden die computers niet aankunnen. De man-machine interface wordt krachtiger dan de slimste mens of de meest intelligente robot. Daarbij doet de mens ook taken of neemt hij beslissingen die we om ethische reden niet aan de robot willen overlaten.

Natuurlijk gaat onderwijs verder dan jongeren klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Het gaat ook over Bildung, het breed vormen van de gehele persoon op zoek naar zelfontplooiing, het ontwikkelen van waarden, normen, verantwoordelijkheid en actief burgerschap, in relatie tot andere mensen. Het verwerven van denkvaardigheden, een levensbeschouwelijke visie en persoonlijkheid. Daarom is er naast technologie ook tijd nodig voor nieuwsgierigheid, verwondering, reflectie en filosofie. We zullen in de toekomst dan ook regelmatig aandacht moeten hebben voor curriculumvernieuwing. Voldoende aandacht blijven houden voor basisvakken als lezen, rekenen en schrijven en toch tijd voor identiteitsontwikkeling, inzicht in jezelf en persoonsvorming. Daarbij mag het belang van kunst, sport, zingeving en filosofie niet onderschat worden.

Hoe stimuleren we vaardigheden als creatief denken, empathie, design, metavaardigheden en systeemdenken bij onze leerlingen? (en ook bij onze leraren en directies?)

Datagedreven onderwijs

Elke school zit op een berg data, nog weinig scholen gebruiken die om hun beleid mee aan te sturen. Uiteraard is buikgevoel belangrijk maar data kunnen je helpen om onderbouwd een bepaalde koers te varen. Hoe contextualiseer je ruwe data zodat je er bruikbare informatie mee bekomt? Hoe kun je patronen ontdekken in de gegevens en zo inzichten ontwikkelen of mogelijke oplossingsrichtingen en acties bedenken?

De Vlaamse inspectie reikt scholen met de datawijzers een interessant instrument aan. Anderzijds hebben inspecteurs niet de tijd om scholen daarbij ook uitgebreid te coachen. Vanuit EduNext speuren we dan ook naar sterke praktijkvoorbeelden waar andere scholen kunnen van leren. Zo zal basisschool Louis Paul Boon in Erembodegem volgend jaar op Sett Vlaanderen een podium krijgen om te tonen hoe zij data deskundig aanwenden op school. Ken je nog sterke voorbeelden? => stuur ze naar dirk@dirkdeboe.be, dan verspreiden wij ze graag verder.

Het is ook belangrijk om data doordacht en breed te gebruiken. Om eerst te kijken waar je met je school naartoe wil en deze visie in concrete doelstellingen te vertalen. Vanuit deze doelstellingen kun je dan bepalen welke data je gaat verzamelen om daar dan in de toekomst op te sturen. Dat zijn best zowel kwantitatieve data over hoe leerlingen leren, demografische gegevens en schoolprocessen als kwalitatieve gegevens en percepties over hoe de onderwijskwaliteit op school evolueert.

Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren gebruik maken van data om hun onderwijspraktijk verder te versterken?

Nood aan (veel) leraren

Elke sector heeft nood aan nieuwe werkkrachten en vindt ze moeilijker en moeilijker. Ook heel wat scholen hebben vandaag te maken met een tekort aan leraren en in de toekomst kan dit nog groter worden. Heel wat leraren zullen immers in pensioen gaan terwijl het aantal leerlingen blijft toenemen. Aangezien we niet verwachten dat het aantal studenten aan de lerarenopleiding spectaculair zal toenemen en er ook heel wat leraren vroegtijdig het onderwijs verlaten, dreigt het tekort in de toekomst nog groter te worden. Gelukkig zijn er heel wat zij-instromers maar zij missen in eerste instantie vaak nog de didactische kwalificaties of weten niet hoe ze een goed klasmanagement voor elkaar krijgen. Initiatieven zoals Teach for Belgium waarbij gemotiveerde zijinstromers pedagogisch en organisatorisch sterk ondersteund worden, mogen wat ons betreft flink uitgebreid worden. Daarnaast zijn we allemaal onderwijsambassadeurs, niet alleen Evy Geysels. En sterke onderwijsverhalen verdienen nog meer een podium. Het zal ook belangrijk zijn om nieuwe leraren voldoende te coachen en te ondersteunen en kansen te geven zodat ze zich kunnen doorzetten en in het onderwijs blijven.

We denken dat een aantrekkelijk pedagogisch concept waarin je als leraar autonomie krijgt, betrokken bent en steeds mag bijleren een voordeel zal zijn in de toekomst. Leraren kunnen nu al kiezen uit meerdere jobs en zullen dat in de toekomst nog meer kunnen doen. Het komt er op aan om als school attractief te zijn. Een gemeenschappelijke en uitdagende onderwijsvisie, een wervend pedagogisch project en een schoolteam dat aan elkaar hangt, zijn daarbij enorme troeven.

Hoe kunnen we samen nog meer ambassadeur zijn van het lerarenberoep?

Gezondheid

Laatste ontwikkeling en veruit het belangrijkste in ons leven. Jammer genoeg stellen we een groeiend aantal gezondheidsproblemen voor in onze maatschappij, in het bijzonder bij onze leerlingen, leraren en directies. Depressie, stress en burn-out kunnen wijzen op het feit dat de druk op onderwijsprofessionals de jongste jaren groter is geworden en dat de huidige manier van onderwijs organiseren niet meer toereikend is om deskundig en haalbaar om te gaan met uitdagingen zoals digitalisering, meertaligheid, verschillende startsituaties van leerlingen en kinderen met een beperking of moeilijk gedrag. Niets wijst erop dat de huidige situatie snel zal verbeteren. De vorige trend draagt daar ook niet aan bij. In team lesgeven dringt zich op. Zo kun je het werk evenwichtiger verdelen, elkaar beter ondersteunen, van elkaar leren en elkaars talenten complementair inzetten. Daarnaast kan samen lesgeven ook beter zijn voor heel wat leerlingen die kampen met psychische problemen. Het maakt individuele coaching immers meer haalbaar. Door ook in te zetten op sociaal leren, kan ook de leerling te hulp schieten en andere leerlingen verder helpen. Doordat leerlingen leren om eigenaarschap over hun leren te nemen en zo ook zelfstandiger leren werken, kunnen ze ook leraren ontlasten.

Hoe zorgen we voor een goede fysieke, mentale, emotionele, spirituele en sociale balans bij onze leerlingen en leraren?

Ondersteuning nodig?

Wil je voor een school een nieuw pedagogisch concept bedenken en/of implementeren zodat je school beter bestand is tegen deze ontwikkelingen? EduNext heeft daarvoor meerdere mogelijkheden (meerjarig traject, deeltraject, Masterclass, Transformatiescan, workshops of intervisies). Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met anboone@edunext.be of bel An op 0472344976.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Inclusief onderwijs is de motor van een inclusieve samenleving – Beno Schraepen

Beno Schraepen daagt ons uit om inclusie niet langer te zien als een technisch-pedagogisch vraagstuk, maar als een fundamentele mensenrechtenkwestie. De muren tussen regulier en buitengewoon onderwijs weerspiegelen hoe we als samenleving omgaan met diversiteit. Dit relaas dwingt ons tot de vraag: durven we de school te herontwerpen als een plek waar werkelijk iedereen erbij hoort, of blijven we pleisters plakken op een uitsluitend systeem?

Elk land in Europa doet het beter op vlak van inclusief denken dan België. We staan dan ook het meest onderaan in de rangschikking van inclusieve maatschappijen. Ook al denken we minder vanuit exclusie en segregatie, we denken nog veel vanuit integratie. Dat is wezenlijk verschillend van inclusie.

Bij integratie is de mindset: de ander moet integreren; zij moeten zich aanpassen aan ons. Anders wordt het voor ons te lastig.

Voor een aantal mensen lukt dit niet. Het is immers moeilijk om te integreren in een samenleving die dat niet wil of die daar geen inspanningen voor doet. Denk bijvoorbeeld aan aangepaste bankautomaten. Inclusie gaat uit van wederzijdse aanpassing. Als we inclusief denken moeten we alert zijn voor het nog alom tegenwoordige integratiedenken.

Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent/onderzoeker aan de AP Hogeschool, doet sinds jaren onderzoek over inclusie op vlak van onderwijs. Volgens hem hebben we in onderwijs de inclusieboot gemist onder andere omdat we over een sterk buitengewoon onderwijs beschikken. In Noorwegen bijvoorbeeld bestaat het buitengewoon onderwijs al meer dan 30 jaar niet meer. Ook in andere landen zitten leerlingen met ASS in het gewoon onderwijs. Inclusief onderwijs wordt bij ons ook nog niet beloond. Scholen krijgen extra middelen omdat leerlingen (v.b. type 9) apart zitten. Het M-decreet heeft niet veel opgeleverd. Voordien zaten er 50000 leerlingen in het buitengewoon onderwijs, nu is dat aantal opgelopen tot 52000. Anderzijds, als je het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen zou afschaffen, dan heb je maar 4% meer leerlingen in het gewoon onderwijs.

Beno Schraepen - foto: Kristof Ghyselinck)

Het heeft volgens Beno ook geen zin om systemen van andere landen te kopiëren. Elk land of regio heeft zijn eigen context, historiek en systeem. Het is wel duidelijk dat heel wat onderwijsprofessionals kennis ontbreken over inclusief onderwijs, over hoe je leraren daarbij coacht en over hoe je interprofessioneel samenwerkt (school, CLB, leersteuncentra). Daarbij is het ook belangrijk dat ondersteuning zich onderscheidt van zorg en GON.

Scholen hebben nood aan een visie op inclusie

Inclusie biedt voordelen voor alle leerlingen. Alle onderzoekers zijn het erover eens dat ondersteuning voor specifieke leerlingen geen negatieve effecten heeft op andere leerlingen. Integendeel, hun leerkansen vergroten daardoor en ze worden beter voorbereid op een diverse maatschappij. Scholen denken dus best na over hoe ze echt inclusief kunnen zijn en hoe ze dat in hun schoolcultuur kunnen inbedden:

-        Hoe kunnen we ons schoolteam bewust maken van het belang van inclusie?

-        In welke mate kunnen we onze leraren hierin laten professionaliseren?

-        In welke mate kunnen onze leerlingen elkaar helpen?

-        In welke mate kunnen ouders volwaardig participeren tijdens de schooluren?

-        Welke vrijwilligers(organisaties) kunnen we inschakelen?

-        Kunnen we atelierwerk organiseren?

-        Welke andere hulpbronnen hebben we ter beschikking?

-        Hoe nemen we in onze school eigenaarschap over inclusie?

-        Lopen we eerst een traject handelingsgericht werken alvorens we een gemotiveerd verslag voor externe leersteun opstellen?

-        Hoe kunnen we de bereidheid scheppen om een inclusieve context te creëren?

-        Hoe kunnen we beter met UDL of redelijke aanpassingen omgaan?

Het is belangrijk om deze visie te ontwikkelen in samenspraak met het CLB en het leersteuncentrum waarmee je als school samenwerkt.

Trek een cirkel van een paar kilometer rond je school en kijk welke organisaties er kunnen komen helpen
— Beno Schraepen

Meer dan zorg

Het zorgcontinuüm kan zorgen voor eilanden waardoor leerlingen in sommige scholen gemakkelijk doorgeschoven worden naar CLB en naar het leersteuncentrum.

Er zijn geen exacte cijfers maar bij vermoedelijk de helft van de leerlingen die momenteel via leersteuncentra ondersteund worden, gaat het over basiszorg die de school zelf kan opnemen. Het is een belangrijke oefening voor scholen om dit te bestuderen en te kijken wat nodig is om dit zelf te kunnen opnemen:

-        Hoe kunnen we onze kennis over handelingsgericht werken verhogen?

-        Welke andere professionalisering (werkvormen, kennis …) hebben onze leraren nodig?

-        Welke aanpassingen kunnen we doen in onze school en in onze klassen?

-        In welke mate kunnen we onze leersteunuren beter en gerichter inzetten?

-        Hoe gaan we van een gefragmenteerde ad hoc aanpak naar een duurzame en integrale samenwerking met CLB en leersteuncentrum/ondersteuner?

-        Hoe kunnen we in onze school de basisvoorwaarden voor inclusie realiseren?

-        Hoe kunnen we de bereidheid bij onze leraren verhogen om extra hulpbronnen te activeren?

-        Hoe zorgen we dat leraren bereid zijn om zich verder te professionaliseren?

-        Is wat we bieden toereikend of kunnen we als school nog meer doen?

Dit vergt ook het versterken van twee belangrijke competenties in het schoolteam:

-        Ethische competenties.=> Hoe gaan we om met verschillen? Met welke partners werken we hiervoor samen? Hoe ziet die samenwerking er dan uit?

-        Creatieve competentie => Hoe worden we sterker in het oplossen van problemen? Hoe vinden we minder voor de hand liggende oplossingen?

Ga in gesprek met CLB en leersteuncentrum

-        Welke rol kunnen zij spelen in het realiseren van een inclusieve visie op onze school?

-        Hoe kunnen wij samen zorgen voor een meer kwalitatieve ondersteuning voor zij die het nodig hebben?

-        Hoe kunnen wij zorgen voor de basisvoorwaarden voor inclusie of hoe kunnen we die voorwaarden samen creëren?

-        Hoe kunnen we zelfredzamer worden op vlak van inclusie?

-        Welke hulpbronnen kunnen we samen activeren?

-        Hoe kunnen we zorgen voor 1 aanspreekpunt en zo de impact van leersteun vergroten?

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

Hoe tijdens de EduNext Masterclass Transformatiecoaching een groep gepassioneerde onderwijsprofessionals elkaar op sleeptouw nam …

Wanneer onderwijsleiders voelen dat hun huidige concept de limieten bereikt, volstaan klassieke managementtools niet meer. Tijdens de Masterclass Transformatiecoaching ontstaat een unieke dynamiek waarin kwetsbaarheid de motor wordt voor diepgaande verandering. Het gaat niet om het aanleren van trucjes, maar om het ontwikkelen van een scherpe blik op de onderstroom van de eigen organisatie en het vinden van de moed om écht te kantelen.

Tijdens onze contacten met scholen, komen we regelmatig directies, coördinatoren en beleidsmedewerkers tegen die voelen dat hun huidig onderwijsconcept tegen zijn limieten loopt en niet meer geschikt is voor de nieuwe uitdagingen die zich aandienen. Zoals een gewijzigde leerlingeninstroom, de noodzaak om meer gepersonaliseerd te leren of meertaligheid. Daarbij zijn ze zelf nog niet klaar om de verandering te leiden of ontbreken ze nog de tools en de inzichten om het in hun school vorm te geven. Bij EduNext dachten we na over hoe we deze doelgroep kunnen helpen. Het resulteerde in een vijfdaagse Masterclass transformatiecoaching die in het najaar 2022 het licht zag.

Intakegesprekken

Met elk van de deelnemers organiseerden Dirk De Boe en Peter Van de Moortel een videogesprek over de uitdagingen van hun school. Dit zorgde voor heel wat input die de docenten konden meenemen in hun voorbereiding. Anderzijds legde dit de basis voor een vertrouwensrelatie.

De locatie

Evelien Moens, transformatiecoach bij EduNext, ging op zoek naar een plek die paste bij een dergelijke masterclass: rust, een mooie omgeving en gezelligheid. Ze kwam uit bij De Kluizerij in Affligem en koos ook doelbewust voor zaal De Linde, een ruimte met parketvloer en voldoende buitenlicht die net groot en knus genoeg was en toch de mogelijkheid bood om met meerdere werkvormen aan de slag te gaan. De Kluizerij is ook zeer aangenaam voor de smaakpapillen! Enkele deelnemers geraakten tijdens de Masterclass verliefd op deze plek.

DE START: spannend!

Veertien deelnemers uit basis- en secundair onderwijs en verschillende netten maken hun opwachting. De sfeer zit er al meteen vrij snel in. Bij de check-in zien de Masterclassers al meteen dat ze vergelijkbare uitdagingen hebben. Peter en Dirk focussen zich de eerste dag op de verschillende fases tijdens een transformatietraject. De deelnemers worden zich bewust in welke fase hun school zich momenteel bevindt en wat er bij elke fase komt kijken. Ze leren ook hoe belangrijk het is om de condities te creëren voor een geslaagd veranderingsproces. Via workshops in kleine groepjes passen ze het geleerde meteen toe op hun school.

De beste opleiding die ik ooit volgde!
— Herlinde

Een ander belangrijk aspect tijdens de eerste twee dagen is het creëren van draagvlak in het team. De verhalen die de deelnemers hierbij vertellen zijn vaak zeer herkenbaar voor de anderen. Wat we voor ogen hadden, gebeurt: deelnemers noteren ook tips, tools en inzichten van elkaar. Tijdens de drink na afloop van de eerste tweedaagse zien we meteen dat er al heel wat verbondenheid en veiligheid is bij de Masterclassers. Met de poster van het vierledig transformatierad onder de arm, keren ze tevreden huiswaarts.

Tussentijdse opdracht en contactMOGELIJKHEID

EduNext heeft een transformatiescan ontwikkeld, een tool om te kijken hoe ver je als school al staat op vlak van het pedagogisch-didactische, de teamvaardigheden, de schoolcultuur en de processen. De deelnemers mogen deze voor hun school invullen. Dat blijkt heel confronterend te zijn. Het toont goed aan waar de school nu staat maar het geeft ook de lange weg weer die ze nog moeten afleggen. De scan zorgt er voor dat je de complexiteit van de transformatie overzichtelijk in kaart kunt brengen en biedt ook een manier hoe eraan te beginnen. De deelnemers mogen tussentijds ook sparren met Peter en Dirk en maken daar ook gebruik van. Zo is er bijvoorbeeld een gesprek waarbij twee deelnemers toelichten hoe ze tijdens een pedagogische studiedag van start willen gaan met hun veranderingsproces. Dirk en Peter geven hun daarbij feedback en advies.

Dag 3 en dag 4

De eerste dag begint emotioneel. Een van de deelnemers vertelt hoe ze op school niet zo fijne reacties van bepaalde collega’s kreeg en kan zich even niet meer inhouden. Ze wordt meteen getroost door de andere deelnemers en krijgt tips hoe ze met dergelijke situaties beter kan omgaan. Daarna bespreken we de resultaten van de transformatiescan en zoomen in op de teamvaardigheden en de schoolcultuur die nodig zijn om een nieuw pedagogisch concept in je school te kunnen introduceren. De Masterclassers maken in subgroepen een actieplan dat ze nadien aan elkaar voorstellen. We besteden ook heel wat tijd aan de procescoachingsvaardigheden die je nodig hebt om je schoolteam in beweging te krijgen. Een bijzonder moment ontstaat als een van de deelnemers het idee oppert om een bijkomende dag aan de Masterclass te breien. Ideaal om hierop de technieken van inclusieve besluitvorming toe te passen. Het resulteert in een heel mooi teammoment waarbij de groep besluit om het extra budget dat voor een van de deelnemers niet haalbaar is voor een bijkomende dag onder elkaar te verdelen.

De finale

De deelnemers krijgen na dag 4 opnieuw een opdracht. Ze mogen van zichzelf een analyse als procescoach maken of de technieken van teamcoaching toepassen op school. Bij het begin van de vijfde dag delen ze dit met elkaar. Het levert terug heel wat leerkansen op. Daarna gaan we aan de slag met de proceselementen. Twee subteams denken na over hoe je in school teamtijd creëert en een derde team denkt na over een co-creatieve toolbox voor hun school. Dit levert terug heel wat praktische ideeën op. Na de middag mag elke deelnemer een meerjarenplan voor haar of zijn school maken. Nadien lichten ze dit aan elkaar toe en krijgen ze van elkaar en van de docenten tips. Tijdens de extra dag mogen de deelnemers kiezen uit workshops. De workshops ‘hoe leerlingen eigenaarschap geven over hun leren’ en ‘hoe inspirerend en motiverend transformationeel leiderschap op school realiseren’ halen het. Elk team maakt daarbij ook een actieplan. Tijdens het laatste deel van de Masterclass mogen ze zelf een casus aanbrengen waarbij ze elkaar volgens de intervisiemethodiek advies geven.

En wat nu?

Deze groep hangt zo goed aan elkaar dat ze hebben besloten om hun lerend netwerk verder te zetten. Naast een online visueel collaboratieplatform (Miro bord) dat we blijven onderhouden is er al een Whatsapp groep ontstaan. De groep heeft besloten om ook bij elkaar op bezoek te gaan. Daarbij zal telkens een inhoudelijk transformatiethema aan bod komen en kunnen de Masterclassers een casus voor intervisie aanbrengen. We hadden het niet mooier kunnen dromen. Ook Peter, Dirk en de aanwezige EduNext coaches hebben heel veel geleerd. We zijn Nathalie, Rudi, Evi, Bieke (2x), Inge (2x), Hannelore, Sofie, Jenneke, Katrien, Ann, Koenraad en Isabelle dan ook heel dankbaar!

wat zeggen de deelnemers Erover?

Wil je er volgende editie ook bij zijn?

In het najaar organiseert EduNext een nieuwe Masterclass, terug in De Kluizerij in Affligem. Deze biedt kans aan 15 tot maximaal 20 onderwijsprofessionals uit het basis- en secundair onderwijs. Meer informatie en inschrijvingsmogelijkheid vind je hier: https://www.edunext.be/masterclass-transformatiecoaching

Contacteer de docenten

Dirk De Boe – 0474/949448 – dirkdeboe@edunext.be

Peter Van de Moortel - 0477 48 88 52 – petervandemoortel@edunext.be

Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

Hoe je op school via een cocreatief collaboratieplatform vlot kennis en vaardigheden kunt verspreiden onder collega’s

Interne professionalisering strandt vaak op een gebrek aan tijd of overzicht. Een digitaal cocreatief platform kan de barrières tussen vakgroepen en klassen doorbreken. Door expertise zichtbaar en deelbaar te maken, wordt het team een zelflerend netwerk. Dit artikel verkent de kracht van tools zoals Padlet of Miro, niet als gadget, maar als de ruggengraat van een levendige kennismanagement-strategie die de collectieve intelligentie van de school ontsluit.

Onderwijsprofessionals hebben voor hun werk continu nood aan inspiratie, tools, werkvormen, meetinstrumenten en andere informatie. Die vinden ze zowel op school als daarbuiten. In de meeste scholen wordt dat leermateriaal niet altijd goed gedeeld of beheerd. Leraren die bijvoorbeeld een specifieke werkvorm trachten te vinden, kunnen op die manier lang zoeken of zelf opnieuw het warm water uitvinden.

We zouden veel tijd kunnen besparen mochten we een dynamisch systeem hebben om informatie, sjablonen en werkvormen gemakkelijk terug te vinden en aan te vullen

Het kan dus een idee zijn om een schooleigen toolbox samen te stellen met voorbeeldlessen, nota’s van nascholingen, rapporten van schoolbezoeken, handleidingen, vragenlijsten, sjablonen, favoriete werkvormen, mindmaps, presentaties van lezingen, brainstorms, praktijkonderzoeken, documentatie van gerealiseerde projecten of evaluatieverslagen. Tot zelfs een bibliotheek met interessante onderwijsboeken en hun samenvatting toe. Zo bouw je aan een cocreatieve toolbox die ter beschikking staat van iedereen en die collega’s dagelijks kunnen gebruiken en onderhouden. Via een dergelijke gereedschapskoffer kun je ook sterke praktijken uit het verleden bekijken en vermijden om in dezelfde valkuilen te stappen. Het geeft je eveneens inspiratie voor het versterken van je onderwijspraktijk. Leraren die zich willen verdiepen, kunnen dat zo gericht doen. Je creëert zo ook een platform voor kennismanagement voor je school, ideaal voor startende leraren of voor een nieuwe beleidsmedewerker die zich wil inlezen.

Hoe begin je eraan?

Door deze toolbox in cocreatie met alle leraren en zelfs met leerlingen te maken, maak je er een levend gebeuren van. Toch is niet denkbeeldig dat zo’n toolbox een vergaarbak wordt van allerhande informatie waarin niemand op een bepaald moment nog vindt wat hij nodig heeft. Het gevolg is dat mensen veel tijd verliezen of het uiteindelijk opgeven. Denk dus vooraf goed na over de volgende vragen:

·        Hoe ziet de architectuur van je gereedschapskoffer eruit?

·        Hoe zorg je voor een helikopterzicht van waaruit je eenvoudig en gebruiksvriendelijk meer gedetailleerde informatie kunt vinden?

·        Welke inhouden wil je erin?

·        Op welke manier wil je dat zichtbaar maken voor de teamleden?

·        Hoe kun je de gebruikers gemakkelijk laten navigeren?

·        Hoe zorg je dat de teamleden zelf ook informatie kunnen opladen en welke criteria hanteer je daarbij?

·        Hoe zorg je voor een eenvoudig onderhoud van de toolbox?

·        Hoe zorg je dat de inhoud van de gereedschapskoffer up-to-date blijft?

Zorg voor een flexibele en aanpasbare architectuur

Ook al heb je goed over deze vragen nagedacht, dan nog is het mogelijk dat je na enkele maanden gebruik weer moet veranderen. Het kan een idee zijn om niet meteen groot te beginnen en het organisch te laten groeien. Om het na wat experimenteren te herschikken. Bij het opzetten en onderhouden van een dergelijke toolbox heb je rollen en verantwoordelijken nodig. Daarbij heb je collega’s nodig die inhoudelijk sterk zijn en die gedreven zijn om kennis te laten circuleren binnen het schoolteam. Ze zorgen ervoor dat collega’s materiaal op het platform plaatsen, dat ze daar andere collega’s van op de hoogte brengen en dat irrelevant materiaal na verloop van tijd ook van het platform wordt gehaald.

Een geweldig visueel collaboratieplatform

Voor een dergelijke toolbox zijn meerdere platformen mogelijk. We hebben goede ervaringen met Miro, een oneindig canvas dat je zelf en samen met anderen vorm kunt geven. Je kunt er heel handig informatie toevoegen zoals een foto plakken, een URL plaatsen of een video integreren. Zowel via het internet, een screenshot vanuit een ander scherm of vanuit je computer kun je naadloos PDF’s , PowerPoints, excels en tekstdocumenten opladen en afladen. Je kunt door al deze documenten in Miro ook gemakkelijk navigeren. Zo wandel je bijvoorbeeld op Miro zelf door een PowerPoint presentatie zonder dat je weerom naar een ander scherm moet gaan of de file moet gaan downloaden. Het platform is ook enorm gemakkelijk als je samen met collega’s aan een project werkt of in een werkgroep zit. Dan open je een Miro bord en kun je alle informatie op dat bord zetten. Zo hoeven collega’s niet meer te zoeken in hun mailbox. De informatie staat meteen visueel waar collega’s het nodig hebben. Door je scherm te delen kan je tonen waar alles staat.

Net als een fysieke leeromgeving moet ook een digitaal leerplatform visueel aanspreken

Onze ervaring leert dat deze aantrekkelijke en laagdrempelige manier collega’s aanzet tot samenwerking en informatie delen. Je kunt in Miro ook gemakkelijk samen brainstormen door post-its aan te klikken en er ideeën op te noteren. Je kan er ook objecten tekenen en inkleuren, zowel in vrije vorm als met figuren die je kan aanklikken. Maar je kan nog zoveel meer met Miro. Het heeft zelf een camera-, microfoon- en chatfunctie. Dus in plaats van op de videogesprek link te klikken, kun je dat ook rechtstreeks op Miro en kun je elkaar daar zien en horen. En je bent meteen op de plaats waar je aan het werk bent zonder twee vensters in de gaten te moeten houden. Super handig zijn ook de kant en klare sjablonen die je kunt gebruiken en aanpassen naar je persoonlijke wens en smaak. Zo zijn er bijvoorbeeld sjablonen voor Mindmapping en SWOT analyse. En als je zelf iets hebt dat je later opnieuw wil gebruiken, dan maak je er gewoon een template van. Met Miro kun je ook presenteren en door verschillende frames wandelen, vergelijkbaar met Prezi. Dat is super handig als deelnemers op het eind van een sessie hun werk aan elkaar willen voorstellen zonder dat ze daarvoor PowerPoint moeten starten. Er is ook een timer waarin je kan aangeven hoeveel tijd er nog is voor een bepaalde opdracht. Je kan ook mensen taggen zodat ze getriggerd worden om naar het bord te komen, gesteld dat je een geweldig idee hebt gepost en benieuwd bent naar wat collega’s ervan denken. En je kunt het ook gebruiken om een stemming te organiseren.

Zelf eens proberen?

Hieronder vind je de link naar een EduNext testbord waar je naar hartenlust mag experimenteren: https://miro.com/app/board/uXjVMXag1Us=/?share_link_id=912061045702

Miro testomgeving - probeer het zelf maar eens uit …

Als dit je wat lijkt, kun je starten met de gratis versie. Zo zijn wij ook ooit begonnen. Dat is ideaal om een aantal dingen uit te proberen want je hebt heel veel functionaliteit. Je krijgt wel maximaal drie borden. Bij de gratis versie moeten de mensen die je uitnodigt een account aanmaken en daarna inloggen om toegang tot het bord te krijgen. Niet echt moeilijk maar wel een extra drempel tegenover de betalende versie waar je gewoon de link kan sturen naar de personen die je inviteert. Als je een licentie wil aanschaffen, dan betaal je daar ongeveer 15 Euro per maand/per persoon voor. Hiervoor krijg je oneindig veel borden en mag je oneindig veel mensen uitnodigen.

Hulp nodig of meer weten?

Een goed kennismanagement tool is cruciaal voor een school. Zowel tijdens de dagelijkse werking,  tijdens een veranderingsproces maar ook om vernieuwingen bij iedereen op school te verspreiden. Zo maak je je professionaliseringsbeleid heel zichtbaar en concreet en creëer je een extra dynamiek. Tijdens onze begeleidingen is een schooleigen gereedschapskoffer een van de aspecten van de verduurzamingsfase van een transformatie. Contacteer Dirk De Boe voor meer info op 0474/949448 of mail Dirk op dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Het gebruik van groeitaal, een krachtige hefboom voor verandering

De woorden die we gebruiken in de leraarskamer en in de klas bepalen de grenzen van wat we voor mogelijk houden. Groeitaal is meer dan een set positieve woorden; het is een instrument om een mindset van potentieel te installeren. Door de focus te verleggen van wat niet lukt naar wat nog kan worden geleerd, verandert de hele dynamiek in een school. Ontdek hoe een bewuste taalkeuze een cultuur van angst kan ombuigen naar een cultuur van onbegrensde groei.

De manier waarop sommige politici over onderwijs spreken, doet onze haren te berge rijzen. Ze hebben het over de lat die hoger moet, het niveau dat moet opgekrikt worden of leerlingen die moeten worden bijgespijkerd. Het zijn nochtans mensen die willen dat leerlingen het Nederlands goed beheersen maar die zelf qua taalgebruik niet altijd uitblinken. Het is taal die uitgaat van een kloof tot iets dat moet bereikt worden, van een afstand tot een norm. Het is vaak harde taal die uitgaat van een negatieve startsituatie en die voor de ontvanger kwetsend over komt. Gelukkig zijn er weinig onderwijsprofessionals die op die manier over hun leerlingen of collega’s spreken. Toch kunnen we daar allemaal nog stappen in zetten. Het ‘meerdere-mindere’-model kregen we immers van kindsbeen mee. We leerden ons in een meerdere positie te plaatsen ten opzichte van de ander, waardoor die in een mindere positie terechtkomt. En dat uit zich in ons taalgebruik. Het vergt elke dag inspanningen om vanuit een evenwaardig perspectief te communiceren. En ook al zijn we overtuigd van een groeimindset, onze woordkeuze volgt niet altijd. Communiceren via groeitaal is een kunst. En het heeft veel impact op het gedrag van collega’s.

De magische woorden ‘nog’ en ‘al’

Een zin als ‘ik kan dit niet’ klinkt helemaal anders dan ‘ik kan dit nog niet’. In de laatste zin ga je ervan uit dat je het ooit wel gaat kunnen. Het is een kwestie van tijd en inzet eer het zover is. Het woord ‘al’ zet de stappen die je al hebt genomen in de verf en geeft je energie. Het zorgt dat je kunt verder bouwen op wat je al gerealiseerd hebt. Het zijn woorden die bij het coachen van leerlingen en leraren heel veel effect hebben. Als een leraar zegt: ‘ik kan dit niet’, kun je vragen: ‘Kun je dit niet of kun je dit nog niet?’ en ‘Wat heb je nodig om het te kunnen?’. Dat kan het aanleren van een vaardigheid zijn of misschien gewoon meer tijd. Het gesprek zo voeren alleen al zorgt voor begrip en voor een mogelijke verschuiving in het denken van die collega. Gebruik daarom taal die zich richt op mogelijkheden in plaats van beperkingen. Spreek eerder over kansen en voordelen die een verandering biedt en minder over problemen of beperkingen die ze met zich meebrengt. Focus eerder op wat je gaat doen en minder op wat je niet (meer) gaat doen. Als je bijvoorbeeld wil aangeven dat je niet gaat hervallen in de fouten van het verleden, kun je beter aangeven wat je in de toekomst anders gaat doen. Met een zin als ‘het is niet onze bedoeling om …’ rij je je meestal snel vast.

Denk negatief klinkende woorden om

Als je in een gesprek met een collega zegt dat je begrijpt dat hij in weerstand gaat, dan activeer je pas die zogenaamde weerstand. Niemand wordt immers graag op die manier aangesproken. Die collega vindt van zichzelf waarschijnlijk dat hij helemaal niet in weerstand gaat. Hij denkt daar gewoon anders over, heeft misschien nog meer argumenten nodig om de voorgestelde vernieuwing te omarmen of vraagt zich af of hij wel de vaardigheden heeft om het gewenste in de praktijk te brengen. Als je denkt in woorden als draagvlak of veerkracht, dan kijk je helemaal anders naar de situatie en vertrek je van het idee dat je samen inspanningen levert om achter een nieuw idee te gaan staan.

Waarom niet een nieuw woord bedenken voor onze personeelsvergadering? Wie wordt graag behandeld als personeel?

Ook kunnen bepaalde begrippen door omstandigheden een negatieve weerklank hebben gekregen. Stel dat je een project binnenklasdifferentiatie hebt gelopen en dat heeft niet de gewenste resultaten opgeleverd, dan kun je die term in de toekomst het best vermijden. Je kunt het dan bijvoorbeeld hebben over hoe elke leerling zo goed mogelijk haar of zijn leerdoelenstellingen kan realiseren.

Gebruik actieve en waarderende taal

Zinnen met ‘worden’ zetten niet aan tot beweging. En net die dynamiek heb je nodig tijdens een veranderingsproces. Maar ook werkwoorden en adjectieven vervangen door krachtigere alternatieven zoals ‘doen’, ‘leren’ en ‘ontwikkelen’ in plaats van ‘zijn’ hebben meer impact. ‘Zijn’ impliceert dat de situatie blijft zoals ze is. Vermijd ook zoveel mogelijk ‘men’. Dit maakt je communicatie zeer onpersoonlijk en wekt weinig energie op bij de toehoorder. Collega’s willen zich tijdens een veranderingstraject persoonlijk aangesproken worden. Gebruik daarom positieve en krachtige woorden die medewerkers motiveren en tot actie stimuleren. Op synoniemen.net vind je vaak betere alternatieven voor je eerste woordkeuze. Het is verstandig om belangrijke toespraken goed uit te schrijven en daarna eens te zoeken op ‘worden’, ‘men’, ‘zijn’ of ‘gaan’ en die eruit te halen. Of ze door collega’s laten lezen en je communicatie met hun feedback aanpassen. Bij mondelinge communicatie is het een kwestie van aandacht en oefening. Wat daarbij helpt, is niet te snel spreken of eerst goed nadenken voordat je reageert of over wat je wil zeggen. Het is belangrijk om je mening te uiten maar denk na hoe, tegen wie en in welke omstandigheden je dat doet. Leer de impact van je woorden inschatten. Je boodschap met mildheid en tact formuleren, ontdek je meestal in de loop der jaren.

Als je het over kinderen met een andere thuistaal hebt die het Nederlands minder goed beheersen, zeg dan dat ze meertalig zijn in plaats van dat ze een taalachterstand hebben  

Ga op zoek naar betekenis

Een verandering brengt emotie teweeg bij medewerkers. Ze gaan daarbij door een rouwcurve. Door het gebruik van groeitaal, kunt je hen helpen om de betekenis van de verandering voor zichzelf te ontdekken. Laat hen nadenken over wat de verandering voor hen inhoudt en hoe deze verandering hun persoonlijke ambities en die van hun leerlingen kan ondersteunen. Bijvoorbeeld door leren en ontwikkelen te benadrukken. Het veranderingstraject biedt een kans om nieuwe skills te leren en om als persoon te groeien. Tijdens een veranderingstraject heb je zeker rationele argumenten nodig maar het is vooral de emotie die zal zorgen voor de gewenste gedragsverandering. Je daarbij kwetsbaar opstellen en eerlijk zijn en dit via betekenisvolle communicatie ondersteunen, kan collega’s helpen om zelf ook hun gevoelens te durven delen.

Creativiteit en humor

Een taal gebruiken die mooier en creatiever is, die energie geeft of die poëtisch is. Woorden of zinnen ‘omdenken’, zodat ze beter klinken en meer effect hebben. Zo was er in Duitsland in een woud een mooi bord: ‘Voorbehouden voor reeën’. Er had evengoed ‘verboden toegang’ kunnen staan. Het eerste is verrassend en spreekt ons veel meer aan.

Foto - MPI ‘t Craeneveld Oudenaarde

Kijk eens naar de website van je school en bedenk ideeën om wat humor en creativiteit toe te voegen

Bedenk ideeënboosters

We hebben soms de neiging om te snel  ‘ja maar’ te zeggen als we een nieuw idee aanhoren. We kennen waarschijnlijk allemaal idea killers zoals ‘dat past niet in het rooster’, ‘dat doen we allemaal al’, ‘dat wordt chaos in mijn klas’ of ‘dat mag niet van de inspectie’. Je kunt deze ook omdenken tot quotes die energie en goesting geven om uitgesproken ideeën een kans te geven.

Maak eens posters met eigen ideeënboosters en hang die op in de leraarskamer en in vergaderlokalen

Communiceer geweldig

Marshall Rosenberg zegt dat we als mensheid een taalprobleem hebben, omdat we getraind en opgevoed worden in een taal die ons leert om te analyseren en te veroordelen, en die ons wegleidt van onze behoeften. Daarom definieerde hij geweldloze communicatie als een bewustzijn om onze taal te ondersteunen zodat we ons helder en duidelijk kunnen uitdrukken en kunnen luisteren naar wat er echt toe doet. Om dat te illustreren gebruikt hij de metafoor van de giraf en de jakhals. De giraf omdat het een dier is met een groot hart dat goed kan luisteren. Bovendien is het een herbivoor en een van de meest vredevolle dieren. Hij kan door zijn lange nek ook goed het overzicht houden. De giraf zorgt voor verbondenheid en is gevoelsmatig. De jakhals is een roofdier dat resultaatgericht is, oordeelt, vergelijkt en controleert. Hij is zeer rationeel en durft agressie, manipulatie en macht te gebruiken. Rosenberg pleit voor een goede balans tussen de jakhals en de giraf zonder de jakhals voorrang te geven. De giraf kan de jakhals daarentegen helpen om zich op een verbonden manier te uiten waardoor die minder meedogenloos is en meer empathie vertoont. Rosenberg noemt dit geweldloze communicatie: een manier van interactie die het mogelijk maakt op vreedzame wijze informatie uit te wisselen en verschillen te overbruggen, waarbij menselijke waarden en behoeften centraal staan. Deze wijze van communiceren wil taalgebruik stimuleren dat tot wederzijds begrip leidt en woordkeuzes vermijden die mensen kwetst en in hun waarde aantast.

De manier waarop je communiceert, helpt je om als school je dromen en doelen te verwezenlijken. Door hier samen aandacht aan te besteden, zorg je voor een positief en motiverend klimaat en werk je aan een ondersteunende schoolcultuur die veranderingen vlotter mogelijk maakt.

Wil jij ook aan de slag met groeitaal?

Samen met je schoolteam creatief nadenken over het taalgebruik op je school en via een brainstorm concrete ideeën bedenken en visualiseren? Dat kan via een workshop out-of-the-box denken waarbij je samen met collega’s via enkele creativiteitstechnieken concrete ideeën voor je school of klas bedenkt. Contacteer hiervoor Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Misschien wel de grootste uitdaging tijdens een veranderingstraject Hoe krijg je iedereen mee?

De heilige graal van schoolinnovatie: 'iedereen mee krijgen'. Maar is dat wel een realistisch doel, of een rem op noodzakelijke vooruitgang? Dit artikel ontrafelt de dynamiek van groepsverandering en pleit voor een gedifferentieerde aanpak. In plaats van te wachten op de laatste twijfelaar, is het de kunst om kritische massa te creëren zonder de verbinding te verliezen. Een eerlijk gesprek over psychologie, tempo en het belang van psychologische veiligheid in een team.

Bij een veranderingstraject is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere proeftuinen lopen. Voor de collega’s die niet rechtstreeks bij deze innovaties betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.

Creeer draagvlak voordat je begint

1) Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie te veranderen. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie echter minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door vanuit trends te kijken hoe je leerlingeninstroom er over enkele jaren uit zal zien. Zo creëer je een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde urgentie zoals de Digisprong, een doorlichting of de modernisering. T

2) Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagde transformatie te komen zoals willen gaan voor één overkoepelend schoolproject en je schoolbestuur mee hebben. Daarnaast is het cruciaal om alle belanghebbende (leraren, leerlingen, ouders en coördinatoren) van in het begin te betrekken. En dat gaat ruimer dan informeren. Klim best enkele sporten hoger op de participatieladder.  En als je het ernstig meent, zorg ook voor voldoende gezamenlijke werktijd voor het lerarenteam. Bijvoorbeeld door leerlingen enkele uren per week volledig zelfstandig te laten werken of een samenwerking opzetten met een VZW die af en toe een halve dag leertijd voor hun rekening neemt.   

3) Breng een leidende coalitie op de been. Zoals een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als goede verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in dit team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een team van acht.  

Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject

4) Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan x tijd later te  eindigen bij het omarmen van het nieuwe.

Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross

Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, een aantal andere collega’s zullen daar meer tijd voor nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching nodig. Uiteraard zijn er op een bepaald moment grenzen aan acceptatie van weerstand.

5) Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar in een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of bij het binnen komen van de school zijn daarbij zeer geschikt. Laat het team zelf eens nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.

6) Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject definieer je een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je bijvoorbeeld de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal doel wil je die om de veertien dagen houden. Maar voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich de vaardigheden eigen te maken die je ervoor nodig hebt. Door zo bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.

Creëer draagvlak na het veranderingstraject

Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.

7) Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng eens de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. De voorwaarde hierbij is vertrouwen.

8) Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.

Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daar een plan van aanpak voor. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.

9)     Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.

Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.

Wil je hier graag meer over weten?

Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school en in onze andere blogs. Tijdens onze masterclass transformatiecoaching is het creëren van voldoende draagvlak een centraal thema.

We gaan hierover met jou ook graag in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieontwikkeling of hoe belangrijk het ontwikkelen van teamvaardigheden is voor een geslaagde schooltransformatie

Het individuele nascholingsbudget van een leraar is een reliek uit een tijd waarin iedereen op zijn eigen eiland werkte. Echte schooltransformatie vraagt om een verschuiving naar collectieve competentieontwikkeling. Wanneer een team leert om als één organisme te functioneren, ontstaat er een synergie die het individuele vakmanschap overstijgt. Een analyse van de noodzakelijke omslag van 'mijn klas' naar 'onze school' en hoe teamvaardigheden de basis vormen voor elke innovatie.

De huidige uitdagingen in het onderwijs nopen directies en leraren om een nieuw pedagogisch concept te vinden. Daarbij ontstaan ideeën zoals leerlingen eigenaarschap geven over hun leren, in team lesgeven en het doorbreken van afremmende pedagogisch-didactische patronen. Het gebeurt dat enkele leraren het voortouw nemen om dit nieuw pedagogisch concept samen uit te proberen. Aangezien deze leraren veel goesting hebben, extra inspanningen doen en goed overeenkomen, is deze proeftuin in veel gevallen een succes. De moeilijkheid is om het daarna ook schoolbreed te implementeren. Dat dit niet altijd lukt, heeft met heel wat factoren te maken (lees er meer over in een andere blog). Eén belangrijk factor is de mate waarin de teamvaardigheden in het lerarenteam al dan niet sterk ontwikkeld zijn.  

Vaak beschikken de innovatoren uit de proeftuin al over een aantal sterke competenties. Zowel op vlak van kennis, vaardigheden en attitudes, scoren ze bovengemiddeld. Dat geeft hun de wendbaarheid om met moeilijke situaties om te gaan, elkaar feedback te geven, elkaar te coachen, over hun functioneren te reflecteren en hun handelingen bij te sturen. Bij het uitbreiden van de proeftuin, lijken andere leraren, die nog niet over deze vaardigheden beschikken, in weerstand te gaan. Terwijl ze zich vaak nog niet competent genoeg voelen om het nieuw concept van hun collega’s te omarmen. De kans is groot dat ze snel zullen teruggrijpen naar het vroegere onderwijsmodel. Ook al weten ze dat het niet meer werkt.

Tijdens ons tweejarig Vlaio praktijkonderzoek, hebben we 28 directies geïnterviewd en hen gevraagd welke lerarencompetenties volgens hen belangrijk zijn tijdens een transformatie. Daarnaast deden we ook een uitgebreide literatuurstudie en leerden we via onze begeleidingen op de schoolvloer ook welke kennis, vaardigheden en attitudes leraren daarbij nodig hebben. We kwamen uit op volgende competenties:

Kenniscompetenties

Sommige scholen wachten voorlopig met een diepgaande transformatie omdat hun leraren nog niet over bepaalde basiscompetenties beschikken om gewoon al goed les te kunnen geven, laat staan dat ze dat volgens een nieuw pedagogisch concept zouden kunnen. Drie belangrijke kenniscompetenties voeden elkaar.

Didactisch handelen

De manier waarop de leerstof het best kan onderwezen worden. Zoals leerlingen in de zone van naaste ontwikkeling kunnen brengen, in staat zijn om verkorte instructies zonder kwaliteitsverlies te ontwerpen of vakoverstijgende leerinhouden slim kunnen samenstellen. Maar leraren moeten ook het metacognitieve niveau van hun handelen kunnen ontwikkelen. Aanvullend op hun lespraktijk kunnen reflecteren in welke mate het lesgeven heeft gewerkt en waarom. Daarop kunnen bijsturen en zo theoretische kennis contextualiseren en koppelen aan hun eigen lespraktijk.

In welke mate beheersen onze collega’s de bouwstenen van effectieve didactiek?

Breinvriendelijk leren

Stel dat je als leraar niet goed zou weten hoe het brein van je leerlingen werkt. Hoe kun je dan in godsnaam goed lesgeven? Eén facet daarvan is weten dat leerlingen over een denkend/bewust brein en een associatief/onbewust brein beschikken. Het onbewuste brein is zeer belangrijk voor het verwerken van leerstof. Maar het werkt op de achtergrond, als leerlingen niet bewust aan het nadenken zijn. Leraren moeten dus weten dat ze het brein van hun leerlingen af en toe rust moeten gunnen. Zo kunnen leerlingen onbewust belangrijke verbanden leggen. En aangezien het denkend brein veel energie verbruikt, plannen ze leeractiviteiten waarbij leerlingen veel aandacht en denkvermogen nodig hebben, het best in de ochtend.

In welke mate hebben leraren inzichten in hoe het brein van hun leerlingen evolueert met hun leeftijd?

Executieve functies

Heel wat leraren denken dat leerlingen geen eigenaarschap over hun leren kunnen opnemen. Dat klopt, leerlingen moeten dat leren. En dat kan door de regelfuncties van hun hersenen, essentieel voor doelgericht en aangepast gedrag, te stimuleren. Zoals leerlingen leren hoe ze afleiding en stoorzenders kunnen uitschakelen, hoe ze de volgorde van hun acties kunnen plannen en het effect van hun handelen kunnen controleren. Maar ook dat ze capabel worden om hun emoties, motivatie en alertheid te reguleren. Of hoe ze er hun aandacht bij kunnen houden. En natuurlijk kunnen leraren dat enkel aanleren als ze hierover zelf over voldoende kennis en ervaring beschikken.

In welke mate beschikt het lerarenteam zelf over sterke executieve vaardigheden?

Vaardigheidscompetenties

Elkaar kunnen coachen

Als je leerlingen eigenaarschap wil geven over hun leren en verwacht dat leraren hen daarbij goed begeleiden, dan is het essentieel dat het ganse schoolteam over voldoende coachingsvaardigheden beschikt. Toen ze in de vrije basisschool in Blankenberge in grote units gingen werken, kregen de alle leraren een meerdaagse opleiding in coaching. Aangezien ze het geleerde daarna meteen konden toepassen, was het leereffect groot. Ga dus eerder voor een vormingstraject in plaats van een opleidingsmoment. Zorg voor teamtijd waarin leraren samen kaders en inzichten kunnen opdoen, om het geleerde toe te passen, erop te reflecteren en te leren van wat werkt of niet. Op die manier schep je voorwaarden om te leren en te groeien en leren leraren elkaars potentiële kwaliteiten vrijmaken. En dan gaat het niet alleen over het coachen van leerlingen maar ook van elkaar.

In welke mate zien leraren coachen nog als iets extra boven op hun lesopdracht?

Feedback kunnen geven en ontvangen

Om een lerende organisatie te worden, is bij het schoolteam een mindset nodig om continu op zoek te gaan naar feedback. Daarbij is de eerste stap om feedback niet langer te zien als iets negatief of als een evaluatie. Zo legt de ontvanger van de feedback de oorzaak van zijn falen niet buiten zichzelf. Hij leert uit te zoeken waarom iets minder goed ging en hoe hij dit in de toekomst anders kan aanpakken. Maar alles begint natuurlijk met vertrouwen en eerlijkheid. Door elkaar veel waarderende feedback te geven, kunnen leraren een sterke voedingsbodem leggen waarna ze in tweede instantie ook meer open zullen staan voor corrigerende feedback.

In welke mate ervaren collega’s feedback eerder als kritiek?

Systeemdenken

Tijdens een veranderingsproces moeten leraren in staat zijn om het overzicht te behouden en tegelijk ook kunnen inzoomen. De kunst bestaat erin om die twee met elkaar te verbinden.  Door het geheel te leren zien in plaats van de onderdelen afzonderlijk, kun je patronen en relaties ontdekken. Een school is immers een levend ecosysteem en als onderwijsprofessional maak je daar deel van uit. Meer nog, je hebt er een rol in en je kunt er ook invloed op uitoefenen. Door regelmatig te kijken naar het groter geheel en de relaties tussen de verschillende elementen, vergroot je de impact op lange termijn, kom je tot betere besluiten en meer effectieve acties.

In welke mate evolueren jullie van korte termijn branden blussen naar duurzame oplossingen op lange termijn?

Over de 11 competenties kun je meer lezen in De ultieme gids voor transformatie van je school .

Hoe kun je aan deze teamvaardigheden werken?

Het eerste inzicht is om te evolueren van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieverwerving. Het blijft natuurlijk belangrijk dat leraren zichzelf blijven nascholen, de hefboom vergroot als ze dit ook samen in team doen. De valkuil hierbij bestaat er in om aan alle vaardigheden tegelijk te beginnen. Of om er helemaal geen structuur in te hebben zoals lukraak een interessante spreker op je pedagogische studiedag uitnodigen. Het is geweten dat leraren er niet altijd veel van onthouden of toepassen. Het is daarom belangrijk om een selectie te maken van de teamvaardigheden die het meest prioritair zijn voor jullie toekomstig schoolproject en om daarvan een plan van aanpak te maken.

hoe weet je nu op welke vaardigheden je gaat focussen?

Je hebt als directie, beleidsmedewerker of innovatieve leraar wellicht een vermoeden waar je school goed op scoort en waar er groeikansen zijn. Maar jouw perceptie komt niet noodzakelijk over de hele lijn overeen met die van je collega’s. Daarnaast kun je ook een aantal blinde vlekken hebben. Het is dus goed om eerst een gezamenlijk beeld over de huidige competenties in het schoolteam te hebben om daarna te kijken welke de zinvolle focuspunten voor de toekomst zijn.

Dit kan via een vaardigheidsscan. EduNext heeft daarvoor een vragenlijst ontwikkeld die je samen met een aantal collega’s kunt invullen. Daarbij schaal je je per vaardigheid in op 4 niveaus: zwak, matig, sterk, uitmuntend.

Door telkens voorbeelden of verklaringen toe te voegen aan je score, krijg je een overzicht hoe sterk je al bent op elk van de vaardigheden. Door nadien de scores en vooral de voorbeelden en verklaringen te analyseren en te interpreteren, kom je tot een gezamenlijk beeld. De gesprekken die collega’s daarbij voeren zijn van onschatbare waarde. Daarna kun je er samen - bijvoorbeeld door erover te stemmen - enkele elementen uitkiezen en er verder op verdiepen. Dat kan via de voorbeelden die het team samen gegeven heeft maar ook door andere inspiratie toe te voegen. EduNext heeft daarvoor rubrics ontwikkeld die per element een aantal criteria bevat en die via indicatoren op elk van de vier niveaus invulling geeft aan die criteria.

Zo kom je per gekozen element tot een actieplan. Dit bevat een aantal concrete elementen om voor de gekozen vaardigheden als team een niveau te groeien. Voor executieve functies (EF) zou dit in volgende acties kunnen zijn:

  • Enkele personen van het team een intensieve opleiding EF laten volgen

  • Een kennismakingssessie voor het hele team organiseren

  • Teamtijd creëren voor het schoolteam voor de teamvaardigheid EF

  • Een leerlijn EF ontwikkelen

  • Workshops tijdens pedagogische studiedagen en pv’s organiseren

  • Samen met leerlingen executieve functies in de hele school visualiseren

  • Sterke EF voorbeelden een podium geven

  • Regelmatig reflectiemomenten over EF inbouwen

Het komt er op aan om met volgehouden aandacht en inspanning samen sterker te worden in een bepaalde vaardigheid. In een meerjarenplan kun je dan vastleggen om elk jaar op één vaardigheid grondig en duurzaam een niveau te stijgen.

samen met JE team een vaardigheidsscan doen?

Dit houdt in dat we de deelnemers – we raden tussen de tien en de twintig – voorafgaand aan de scan goed briefen. Ze krijgen dan een Survey Monkey vragenlijst die ze individueel invullen (scoren en argumenteren). Ze hebben daarvoor een half uur tot een uur tijd nodig. We verwerken de resultaten en sturen die vooraf door. In een interventie van een halve dag in de school bekijken we samen de resultaten en kiezen we enkele vaardigheden waarop we verdiepen. Het resultaat is een actieplan voor de gekozen teamvaardigheden.

Neem contact op met anboone@edunext.be  of bel An op 0472344976

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

Op 1 en 2 maart brandt de lamp in Flanders Expo. Jij komt toch ook naar Sett Gent?

Sett Gent is veel meer dan een technologiebeurs; het is het epicentrum waar de onderwijscommunity van morgen samenkomt. In een wereld die steeds sneller digitaliseert, is de nood aan fysieke ontmoeting en inspiratie groter dan ooit. Ontdek waarom dit event de ideale plek is om je batterijen op te laden, je netwerk te versterken en de nieuwste pedagogische trends aan den lijve te ondervinden. Een uitnodiging om samen de toekomst van het leren vorm te geven.

We zijn heel fier dat we samen met het Sett team opnieuw curator mochten zijn van het grootste onderwijsevent in Vlaanderen. Lees hier in vogelvlucht waarom je best snel je ticket boekt.

Praktijkvoorbeelden uit het Vlaamse onderwijs

EduNext geeft al jaren een podium aan sterke voorbeelden van scholen in transformatie. Dit jaar zijn dat basisscholen XPlow! Beringen, Het Paviljoen in Schaarbeek en Vrije Basisschool Scheldewindeke. Voor het secundaire onderwijs zijn dat Atheneum Sint-Truiden, A-Maze Beringen, De Nova Kessel-Lo, BuSO Sint-Franciscus Roosdaal, BuSO De Karwij Lokeren en Tangram Vilvoorde. Als tienerschool hebben we het Atheneum in Bree.

Onderwijstransformatie

Peter Van de Moortel en Dirk De Boe, transformatiecoaches bij EduNext vzw, gidsen je deskundig doorheen fases en stappen bij de transformatie van je school. Daniel Muijs, decaan school of education en co-auteur Wijze Lessen, geeft zijn visie weer over wat een excellente leraar nodig heeft voor nu en straks. Tjitske Bergsma (Stichting Leerkracht) en Rianne Neering (Stichting Nivoz), vertellen hoe je eigenaarschap bij leerlingen kunt creëren via leerpleinen en units. An Dumoulin en Sylvia Mommaerts, lerarenopleiders UCLL, hebben het over de O van Onderwijs: krachtig lesgeven en evalueren. Astrid Koelman en Eva Dierickx, respectievelijk onderzoeker en lerarenopleider AP hogeschool, ontkrachten de mythes in kleuteronderwijs en geven je tips hoe je kleuters kunt leren delen en ongewenst gedrag afleren.

Personeelsbeleid

HR in onderwijs, het is in Vlaanderen relatief nieuw. Het krijgt terecht meer en meer aandacht, ook op Sett. Auteurs Brigitte Vermeersch (VRT journaliste) en Greet Decin, (programmadirecteur lerarenopleiding UCLL), brengen warme, realistische verhalen van leraren waarom ze voor hun beroep kozen en tonen vele kanten van de job. Maarten Vansteenkiste, motivatiepsycholoog Ugent, brengt het leiderschapskompas mee als leidraad voor motivatie. Steffie De Baerdemaeker, onderwijsinspirator werkgeluk en diversiteit, vertelt hoe je een motor voor onderwijskwaliteit kunt creëren door meer in te zetten op werkgeluk en minder op werkdruk. Jan Royackers, coach bij Schoolmakers, zal het hebben over hoe je als leraar in je sterkte voor de klas kunt staan. Virginie März, hoofddocent Louvain-La-Neuve, onderzocht hoe startende leraren een meerwaarde kunnen zijn voor je school en hoe andere leraren van hen kunnen leren. Filip Raes, hoogleraar psychologie, schreef een prima boek over hoe we kunnen ophouden met piekeren. Hij doet ons de voornaamste inzichten uit de doeken. Yves Larock, coach bij Schoolmakers, geeft zijn visie weer op schoolleiderschap als een verhaal van samen groeien.

Zelfregulerend leren en executieve functies

Het ontwikkelen hiervan is een van de belangrijke voorwaarden voor kinderen en jongeren om eigenaarschap over hun leren te kunnen opnemen. Sanne Feryn, docente bij Odisee, heeft het over hoe je kleuters kunt laten groeien in executieve functies. Jeltsen Peeters, professor onderwijsinnovatie, schreef een helder boek over zelfregulerend leren en zal ons tonen hoe je dit bij leerlingen kunt activeren. Esther Heinze, coach in Tienerschool Bree, brengt haar EF toolbox mee en licht toe hoe hun schoolteam leerlingen tussen 10 en 14 executieve vaardigheden aanleert.

Taalbeleid

Een van de belangrijkste aspecten om tot goed leren te komen, mag niet ontbreken op Sett. Ohan Agirdag, professor pedagogische wetenschappen, geeft tips hoe we kunnen werken aan kansengelijkheid in een meertalige samenleving. Lidy Peeters, docente Academia universiteit in Nederland, heeft het over de aanwezige moedertaal als hefboom voor het aanleren van een nieuwe taal. Jordi Casteleyn, hoogleraar vakdidactiek Nederlands, leert ons hoe je het best om kunt gaan met taalontwikkelingsachterstanden en taaldoelen. Robbe Wulgaert, leraar informatiewetenschappen, heeft het over hoe je artificiële intelligentie kunt in zetten bij klassieke en moderne talen.

Scholenbouw

Nicolas Ramaekers van OSK-AR architecten (expert in scholenbouw) zal uitleggen hoe je het leerlandschap als actieve pedagogische tool kunt inzetten. En hoe je dit in verschillende stappen, samen met alle belanghebbenden, kunt ontwerpen en implementeren. Zowel in nieuwbouw als in verbouwing.

De kracht van het zonderzoeken

In de televisiereeks ‘De Columbus’ geniet Wim Lybaert van de kracht van het onverwachte. Niet is geënsceneerd en het toeval bepaalt hoe de dagen verlopen. Laurens Verbeke, televisiemaker en bedenker van het programma, leert ons hoe we ook in onderwijs het toeval kunnen omarmen, hoe we ons denken af en toe op pauze kunnen zetten en via doe-doelen weer volop verwondering vinden. Geniet van deze a-typische lezing.

Slim omgaan met technologie

Sett staat ook voor ICT. Wilfred Rubbens, Nederlands expert in blended learning, leert ons hoe we goed kunnen kiezen tussen Asynchroon Online Leren, Synchroon Online Leren en fysiek onderwijs. Eveneens uit Nederland komt Gino Camp, professor Onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit. In zijn lezing daagt hij ons uit om verder te kijken dan het online onderwijs in COVID tijd en na te denken over hoe we online en blended leren effectief kunnen gebruiken. Natalie Provost, pedagogisch ICT coördinator scholengroep Inigo, vertelt hoe je tot een duurzaam ICT-beleid komt in het lager onderwijs. Stephanie Vervaet, lector en onderzoeker Vives, toont hoe je STEM in de kleuterklas met succes kunt aanpakken. ICT coördinatoren Inge Decleyn en Wouter Willems, geven concrete tips voor een functioneel ICT-beleidsplan. Steven Ronsijn, pedagogisch directeur scholengroep SKOG, licht kritische succesfactoren toe om tot pedagogische meerwaarde te komen tijdens je technologische transformatie. Lander Van der Biest, expert in gamekunde, vertelt hoe je verantwoord kunt gamen in onderwijs. David Minne van Fourcast for Education laat ons kennismaken met Smart Symbols om in de kleuterklas doordacht te innoveren. Pascal Penta, leraar in De Oester, zet ons op weg naar een mediawijze leerlijn.

Jongeren graag zien en veerkrachtig maken

Hanne Rosius, pedagogisch onderwijswetenschapper PXL en leraar van het jaar 2022, geeft een persoonlijke reflectie over graag zien als hefboom voor alle leerlingen. Schoolmaker Stijn Rooms toont hoe jongeren veerkrachtig kunnen worden dankzij zelfinzicht.

Marketing en authentieke communicatie

Joeri De Blauwe, algemeen directeur Óscar Romeroscholen, vertelt hoe zij als scholengroep inzetten op authentieke communicatie met échte verhalen van leerlingen en leraren. Zo is de school een sterk merk naar leerlingen en ouders én ook naar toekomstige leraren.

Workshops

Dit jaar zijn er ook terug heel wat workshops over technologie en transformatie. Verschillende workshops zijn al volzet zoals deze over Leren durven coachen (Johan De Wilde en Tom Vandenberghe – docenten Odissee), De cirkel van hoop (Elke Gybels - UCLL), Hoe komen tot een duidelijke, efficiënte en transparante rolverdeling (An Godart - EduNext), Bouwen aan krachtige teams (Lisa Verhelst), Inspirerend en motiverend transformationeel leiderschap (Goele Luyts - EduNext) en Teken je les (Axelle Vanquaillie). Je kunt je hiervoor nog wel aanmelden voor de wachtlijst. Voor een aantal workshops zijn er wel nog plaatsen beschikbaar. Meer details in het workshopprogramma.

Pop-up toekomstklassen

Wij zijn blij om terug twee innovatieve scholen met hun leerlingen en leraren naar Sett Gent te kunnen brengen. Gedurende twee dagen kun je er de super innovatieve kleuterwerking van GO! De Springplank Brugge voelen en proeven.

Klik op deze link om de video te bekijken

Daarnaast kun je ook meemaken hoe het Sint-Lievenscollege in Gent het officiële curriculum verrijkt met nieuwe vakken als design thinking, artificiële intelligentie, digiwiskunde, virtual reality en digital storytelling. En zo een levensechte duurzame invulling geeft aan de nieuwe eindtermen van het secundair onderwijs. Ook kun je hun Minecraft Learning Lab bewonderen.

Hoe kiezen?

Het is onmogelijk om zelf alle sessies waar je interesse in hebt, bij te wonen. Maar samen met je collega’s lukt dit vast wel! Bij deze een warme oproep om je (als team) in te schrijven. Naast de lezingen en workshops loont het ook de moeite om de beursruimte te bezoeken en te netwerken. Er zijn heel wat interessante stands over technologie en transformatie.

We nodigen je ook graag uit voor een vrijblijvend gesprek op de EduNext stand! Dit is de meest oranje stand 😉

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

De provocatie- en terugdenkmethode, een techniek om hardnekkige patronen in je school te doorbreken

Creatief denken in het onderwijs stopt vaak waar de 'zo doen we het hier nu eenmaal'-logica begint. De provocatiemethode dwingt je om heilige huisjes opzettelijk omver te werpen. Door absurde vragen te stellen en van daaruit terug te denken naar de realiteit, ontstaan er oplossingen die je met lineair denken nooit had gevonden. Een praktische oefening in mentale lenigheid voor teams die vastzitten in traditionele patronen en nood hebben aan een radicale doorbraak.

Vastgeroeste patronen in je school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede patronen gaat. Negatieve patronen daarentegen kunnen het veranderingsproces in je school danig afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het probleem met dergelijke provocatieve ideeën is dat ze vaak niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door vanuit de provocatie terug te denken (nieuw werkwoord!) kunnen we wel tot haalbare ideeën komen. Deze techniek pasten we intussen met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen toe en jij kunt hem ook gebruiken in je school.

Beweging creëren door te provoceren

Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.

Saaie lEeromgeving

Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch wel een beetje te ver en is er trouwens weinig kans dat het schoolbestuur dit goedkeurt. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom uit op ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes:

De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet altijd aan denkt. Om het helemaal duidelijk te maken, passen we het toe op twee andere uitdagingen.

Toezicht houden

Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:

Leraren krijgen megaveel mails en Smartschool berichten

In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je nog invallen of een annex toevoegen die je vergeten was.  

Hoe provoceren en hoe terugdenken?

Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in à la Disney i.p.v. de volledige school).

Voor veel uitdagingen toepasbaar

Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.

Wil je er zelf ook mee aan de slag?

Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Wil je creatief denken als gangmaker van innovatie structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem daarvoor contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe je het olievlekprincipe bij veranderingsprocessen kan omdenken zodat het wel kan werken

Het idee dat een kleine groep enthousiastelingen vanzelf de rest van de school zal besmetten, blijkt in de praktijk vaak een illusie. Het olievlekprincipe vraagt om een strategische benadering in plaats van hoop. Hoe voorkom je dat de kloof tussen 'pioniers' en 'achterblijvers' onoverbrugbaar wordt? Dit artikel biedt een frisse blik op hoe je enthousiasme kanaliseert naar structurele verandering die de hele organisatie in beweging zet.

Heel wat scholen hebben de voorbije jaren mooie innovaties opgestart zoals STEAM-, teamteaching- of digitaliseringsprojecten. Daarbij nemen enkele leraren het initiatief om samen iets uit te werken, krijgen ze steun van hun directie en starten ermee. Het enthousiasme, de motivatie en de competenties van deze leraren zorgen er vaak voor dat hun proeftuin een succes wordt. Ondertussen mogen hun collega’s blijven lesgeven zoals vroeger. Directies hopen dat de goede praktijk zich daarna via het olievlekprincipe doorheen de school zal verspreiden. Vaak is dat niet het geval. Het groepje leraren dat de innovatie omarmt, ontwikkelt de proeftuin door, past aan en leert bij waardoor de kloof met de andere leraren geleidelijk aan vergroot. Er ontstaat eilandvorming. Een van de redenen dat onvoldoende andere leraren de overstap maken naar het nieuwe pedagogische concept, is dat ze niet de kans kregen om de proeftuin en de pedagogische principes erachter mee te mogen bedenken. Of er op zijn minst voldoende in betrokken te zijn geweest. Als directies die leraren dan gaan stimuleren om ook zo te gaan lesgeven, gaan deze leraren zogezegd in weerstand. Je zou voor minder.

Betrek iedereen bij het veranderingstraject

Het is fantastisch als enkele leraren samen een proeftuin willen beginnen. Dat mag je als directie niet tegenhouden want dat is net wat je op termijn in de hele school wil. De uitdaging bestaat erin om alle leraren van in het begin zoveel mogelijk te betrekken. Natuurlijk kan dat niet bij elke leraar met dezelfde intensiteit. Daarom kun je met een kernteam werken dat een goede vertegenwoordiging is van het hele schoolteam. Daarin mogen zeker ook enkele minder innoverende leraren zitten.

Als Stefan en Maaike in het kernteam zitten, dan heb ik er vertrouwen in

Je kunt dit kernteam zien als de verkenners die onderzoeken hoe de toekomstige school eruit zou kunnen zien en dit daarna voorleggen aan het hele schoolteam. Het schoolteam geeft daarop dan feedback, vult aan en verrijkt. Daarmee kan het kernteam weer verder. Daarin zullen waarschijnlijk elementen zitten uit de eerder opgestarte proeftuin maar ook andere. Je komt zo samen tot een nieuw pedagogisch concept met leidende principes voor de hele school. Het is daarbij noodzakelijk dat het kernteam regelmatig terugkeert en zorgt dat het schoolteam met een goede snelheid verder vaart. Niet te snel, niet te traag.

Het kernteam zorgt het best voor heel wat kansen om in overleg te gaan. Leraren hebben immers nood aan veel gesprekken om zich eigenaar te voelen van de verandering en om zich achter een nieuw pedagogisch concept te kunnen scharen. Het verhaal een keer aanhoren op een personeelsvergadering is onvoldoende om betrokkenheid te genereren.  

Voorzie genoeg tijd

Om regelmatig in overleg te kunnen gaan tijdens een veranderingstraject komen we uit bij de onderwijstijd van onze leraren. Die is in het Vlaamse onderwijs structureel niet voorzien. Heel wat beleidsteams zijn momenteel aan het nadenken hoe ze teamtijd kunnen creëren. Tijd om te overleggen, tijd om te ontwerpen, tijd om te evalueren, tijd om bij te sturen. Die tijd is nodig zowel voor het kernteam als voor het hele schoolteam.  Voor het kernteam moet je het structureel inroosteren. Wekelijks of om de twee weken een paar uur zorgt voor focus en diepgang. Daarnaast heb je tijd nodig voor het hele schoolteam.

Ik heb het gehad met vergaderingen tussen de soep en de patatten

Je kunt al starten om zoveel mogelijk tijd van pedagogische studiedagen en personeelsvergaderingen voor het veranderingstraject te voorzien maar ook dat zal nog niet voldoende zijn. Denk ook aan mogelijkheden zoals het inzetten van externen (ouders, vzw’s, cultuurhuizen, ondernemers, vrijwilligers, oud-leraren …). Die kunnen op regelmatige tijdstippen een zinvolle pedagogische activiteit voor de leerlingen begeleiden terwijl de leraren op dat moment overleggen. Meer en meer scholen zetten daarvoor ook afstandsonderwijs in. Leerlingen werken – al dan niet op school – zelfstandig aan een opdracht. De leraren begeleiden hen bij de opstart en gaan daarna in teamoverleg. Er zijn ook scholen die om de 6 weken een volledige dag voorzien of dat om de twee weken tussen 15.30 en 17.00 doen. Zolang het decretaal niet geregeld is, hangt het van de creativiteit van de scholen.

Begeleid leraren bij het rouwproces

Je kunt een veranderingstraject met een aanzienlijke pedagogische ambitie zien als een rouwcurve waar leraren doorheen gaan. Je moet leraren en andere medewerkers dan ook de kans geven om doorheen het proces van shock, ontkenning, frustratie, woede, depressie, onderzoek, acceptatie, en integratie te gaan.

De ene leraar gaat snel door de verschillende stadia, andere leraren hebben daar meer tijd voor nodig.

Doordat leraren regelmatig in overleg mogen gaan over de vernieuwing en het kernteam daar tussentijds veel over communiceert, krijgen de mentale modellen van leraren de kans om op te schuiven. Daarnaast zijn veel persoonlijke gesprekken ook belangrijk. Daarbij kun je vragen aan leraren wat ze nodig hebben om de volgende stap te kunnen zetten. Bijvoorbeeld doordat andere leraren eerst springen waardoor zij een jaar langer kunnen wachten. Of door met hen op bezoek te gaan naar een school waar ze het al toepassen. Zo creëer je langzaam maar zeker meer draagvlak.

Ik ben niet zeker of ik het al kan of ooit ga kunnen

Zorg voor een duidelijk proces

Bij een ambitieus veranderingstraject heb je drie fases:

-        Voorbereidingsfase (urgenties in kaart brengen, strategie uitwerken, kernteam samenstellen, afspraken rond communicatie maken)

-        Implementatie fase (huidige situatie in kaart brengen, toekomstige school vormgeven, leidende pedagogische principes bepalen, pilootproject definiëren)

-        Verduurzamingsfase (pilootproject bijsturen en opschalen, inzetten op vaardigheden lerarenteam, werken aan een ondersteunende schoolcultuur, een gedragen meerjarenplan maken)

Het loopt fout als je een van deze drie fases overslaat of maar gedeeltelijk toepast. Door voldoende aandacht te hebben voor elk fase, krijg je een duurzame verandering. Dat lijkt misschien langer te duren maar de haas komt meestal later aan dan de schildpad.

Meer info?

In het boek ‘De ultieme gids voor transformatie van je school’ kun je de verschillende fases van een veranderingstraject in detail lezen. Misschien wel een leuk kerstgeschenk voor je innovatieve collega? Je kunt het hier bestellen.

Meer lezen