Hoe je op school via een cocreatief collaboratieplatform vlot kennis en vaardigheden kunt verspreiden onder collega’s
Interne professionalisering strandt vaak op een gebrek aan tijd of overzicht. Een digitaal cocreatief platform kan de barrières tussen vakgroepen en klassen doorbreken. Door expertise zichtbaar en deelbaar te maken, wordt het team een zelflerend netwerk. Dit artikel verkent de kracht van tools zoals Padlet of Miro, niet als gadget, maar als de ruggengraat van een levendige kennismanagement-strategie die de collectieve intelligentie van de school ontsluit.
Onderwijsprofessionals hebben voor hun werk continu nood aan inspiratie, tools, werkvormen, meetinstrumenten en andere informatie. Die vinden ze zowel op school als daarbuiten. In de meeste scholen wordt dat leermateriaal niet altijd goed gedeeld of beheerd. Leraren die bijvoorbeeld een specifieke werkvorm trachten te vinden, kunnen op die manier lang zoeken of zelf opnieuw het warm water uitvinden.
“We zouden veel tijd kunnen besparen mochten we een dynamisch systeem hebben om informatie, sjablonen en werkvormen gemakkelijk terug te vinden en aan te vullen ”
Het kan dus een idee zijn om een schooleigen toolbox samen te stellen met voorbeeldlessen, nota’s van nascholingen, rapporten van schoolbezoeken, handleidingen, vragenlijsten, sjablonen, favoriete werkvormen, mindmaps, presentaties van lezingen, brainstorms, praktijkonderzoeken, documentatie van gerealiseerde projecten of evaluatieverslagen. Tot zelfs een bibliotheek met interessante onderwijsboeken en hun samenvatting toe. Zo bouw je aan een cocreatieve toolbox die ter beschikking staat van iedereen en die collega’s dagelijks kunnen gebruiken en onderhouden. Via een dergelijke gereedschapskoffer kun je ook sterke praktijken uit het verleden bekijken en vermijden om in dezelfde valkuilen te stappen. Het geeft je eveneens inspiratie voor het versterken van je onderwijspraktijk. Leraren die zich willen verdiepen, kunnen dat zo gericht doen. Je creëert zo ook een platform voor kennismanagement voor je school, ideaal voor startende leraren of voor een nieuwe beleidsmedewerker die zich wil inlezen.
Hoe begin je eraan?
Door deze toolbox in cocreatie met alle leraren en zelfs met leerlingen te maken, maak je er een levend gebeuren van. Toch is niet denkbeeldig dat zo’n toolbox een vergaarbak wordt van allerhande informatie waarin niemand op een bepaald moment nog vindt wat hij nodig heeft. Het gevolg is dat mensen veel tijd verliezen of het uiteindelijk opgeven. Denk dus vooraf goed na over de volgende vragen:
· Hoe ziet de architectuur van je gereedschapskoffer eruit?
· Hoe zorg je voor een helikopterzicht van waaruit je eenvoudig en gebruiksvriendelijk meer gedetailleerde informatie kunt vinden?
· Welke inhouden wil je erin?
· Op welke manier wil je dat zichtbaar maken voor de teamleden?
· Hoe kun je de gebruikers gemakkelijk laten navigeren?
· Hoe zorg je dat de teamleden zelf ook informatie kunnen opladen en welke criteria hanteer je daarbij?
· Hoe zorg je voor een eenvoudig onderhoud van de toolbox?
· Hoe zorg je dat de inhoud van de gereedschapskoffer up-to-date blijft?
“Zorg voor een flexibele en aanpasbare architectuur”
Ook al heb je goed over deze vragen nagedacht, dan nog is het mogelijk dat je na enkele maanden gebruik weer moet veranderen. Het kan een idee zijn om niet meteen groot te beginnen en het organisch te laten groeien. Om het na wat experimenteren te herschikken. Bij het opzetten en onderhouden van een dergelijke toolbox heb je rollen en verantwoordelijken nodig. Daarbij heb je collega’s nodig die inhoudelijk sterk zijn en die gedreven zijn om kennis te laten circuleren binnen het schoolteam. Ze zorgen ervoor dat collega’s materiaal op het platform plaatsen, dat ze daar andere collega’s van op de hoogte brengen en dat irrelevant materiaal na verloop van tijd ook van het platform wordt gehaald.
Een geweldig visueel collaboratieplatform
Voor een dergelijke toolbox zijn meerdere platformen mogelijk. We hebben goede ervaringen met Miro, een oneindig canvas dat je zelf en samen met anderen vorm kunt geven. Je kunt er heel handig informatie toevoegen zoals een foto plakken, een URL plaatsen of een video integreren. Zowel via het internet, een screenshot vanuit een ander scherm of vanuit je computer kun je naadloos PDF’s , PowerPoints, excels en tekstdocumenten opladen en afladen. Je kunt door al deze documenten in Miro ook gemakkelijk navigeren. Zo wandel je bijvoorbeeld op Miro zelf door een PowerPoint presentatie zonder dat je weerom naar een ander scherm moet gaan of de file moet gaan downloaden. Het platform is ook enorm gemakkelijk als je samen met collega’s aan een project werkt of in een werkgroep zit. Dan open je een Miro bord en kun je alle informatie op dat bord zetten. Zo hoeven collega’s niet meer te zoeken in hun mailbox. De informatie staat meteen visueel waar collega’s het nodig hebben. Door je scherm te delen kan je tonen waar alles staat.
“Net als een fysieke leeromgeving moet ook een digitaal leerplatform visueel aanspreken”
Onze ervaring leert dat deze aantrekkelijke en laagdrempelige manier collega’s aanzet tot samenwerking en informatie delen. Je kunt in Miro ook gemakkelijk samen brainstormen door post-its aan te klikken en er ideeën op te noteren. Je kan er ook objecten tekenen en inkleuren, zowel in vrije vorm als met figuren die je kan aanklikken. Maar je kan nog zoveel meer met Miro. Het heeft zelf een camera-, microfoon- en chatfunctie. Dus in plaats van op de videogesprek link te klikken, kun je dat ook rechtstreeks op Miro en kun je elkaar daar zien en horen. En je bent meteen op de plaats waar je aan het werk bent zonder twee vensters in de gaten te moeten houden. Super handig zijn ook de kant en klare sjablonen die je kunt gebruiken en aanpassen naar je persoonlijke wens en smaak. Zo zijn er bijvoorbeeld sjablonen voor Mindmapping en SWOT analyse. En als je zelf iets hebt dat je later opnieuw wil gebruiken, dan maak je er gewoon een template van. Met Miro kun je ook presenteren en door verschillende frames wandelen, vergelijkbaar met Prezi. Dat is super handig als deelnemers op het eind van een sessie hun werk aan elkaar willen voorstellen zonder dat ze daarvoor PowerPoint moeten starten. Er is ook een timer waarin je kan aangeven hoeveel tijd er nog is voor een bepaalde opdracht. Je kan ook mensen taggen zodat ze getriggerd worden om naar het bord te komen, gesteld dat je een geweldig idee hebt gepost en benieuwd bent naar wat collega’s ervan denken. En je kunt het ook gebruiken om een stemming te organiseren.
Zelf eens proberen?
Hieronder vind je de link naar een EduNext testbord waar je naar hartenlust mag experimenteren: https://miro.com/app/board/uXjVMXag1Us=/?share_link_id=912061045702
Miro testomgeving - probeer het zelf maar eens uit …
Als dit je wat lijkt, kun je starten met de gratis versie. Zo zijn wij ook ooit begonnen. Dat is ideaal om een aantal dingen uit te proberen want je hebt heel veel functionaliteit. Je krijgt wel maximaal drie borden. Bij de gratis versie moeten de mensen die je uitnodigt een account aanmaken en daarna inloggen om toegang tot het bord te krijgen. Niet echt moeilijk maar wel een extra drempel tegenover de betalende versie waar je gewoon de link kan sturen naar de personen die je inviteert. Als je een licentie wil aanschaffen, dan betaal je daar ongeveer 15 Euro per maand/per persoon voor. Hiervoor krijg je oneindig veel borden en mag je oneindig veel mensen uitnodigen.
Hulp nodig of meer weten?
Een goed kennismanagement tool is cruciaal voor een school. Zowel tijdens de dagelijkse werking, tijdens een veranderingsproces maar ook om vernieuwingen bij iedereen op school te verspreiden. Zo maak je je professionaliseringsbeleid heel zichtbaar en concreet en creëer je een extra dynamiek. Tijdens onze begeleidingen is een schooleigen gereedschapskoffer een van de aspecten van de verduurzamingsfase van een transformatie. Contacteer Dirk De Boe voor meer info op 0474/949448 of mail Dirk op dirkdeboe@edunext.be
Het gebruik van groeitaal, een krachtige hefboom voor verandering
De woorden die we gebruiken in de leraarskamer en in de klas bepalen de grenzen van wat we voor mogelijk houden. Groeitaal is meer dan een set positieve woorden; het is een instrument om een mindset van potentieel te installeren. Door de focus te verleggen van wat niet lukt naar wat nog kan worden geleerd, verandert de hele dynamiek in een school. Ontdek hoe een bewuste taalkeuze een cultuur van angst kan ombuigen naar een cultuur van onbegrensde groei.
De manier waarop sommige politici over onderwijs spreken, doet onze haren te berge rijzen. Ze hebben het over de lat die hoger moet, het niveau dat moet opgekrikt worden of leerlingen die moeten worden bijgespijkerd. Het zijn nochtans mensen die willen dat leerlingen het Nederlands goed beheersen maar die zelf qua taalgebruik niet altijd uitblinken. Het is taal die uitgaat van een kloof tot iets dat moet bereikt worden, van een afstand tot een norm. Het is vaak harde taal die uitgaat van een negatieve startsituatie en die voor de ontvanger kwetsend over komt. Gelukkig zijn er weinig onderwijsprofessionals die op die manier over hun leerlingen of collega’s spreken. Toch kunnen we daar allemaal nog stappen in zetten. Het ‘meerdere-mindere’-model kregen we immers van kindsbeen mee. We leerden ons in een meerdere positie te plaatsen ten opzichte van de ander, waardoor die in een mindere positie terechtkomt. En dat uit zich in ons taalgebruik. Het vergt elke dag inspanningen om vanuit een evenwaardig perspectief te communiceren. En ook al zijn we overtuigd van een groeimindset, onze woordkeuze volgt niet altijd. Communiceren via groeitaal is een kunst. En het heeft veel impact op het gedrag van collega’s.
De magische woorden ‘nog’ en ‘al’
Een zin als ‘ik kan dit niet’ klinkt helemaal anders dan ‘ik kan dit nog niet’. In de laatste zin ga je ervan uit dat je het ooit wel gaat kunnen. Het is een kwestie van tijd en inzet eer het zover is. Het woord ‘al’ zet de stappen die je al hebt genomen in de verf en geeft je energie. Het zorgt dat je kunt verder bouwen op wat je al gerealiseerd hebt. Het zijn woorden die bij het coachen van leerlingen en leraren heel veel effect hebben. Als een leraar zegt: ‘ik kan dit niet’, kun je vragen: ‘Kun je dit niet of kun je dit nog niet?’ en ‘Wat heb je nodig om het te kunnen?’. Dat kan het aanleren van een vaardigheid zijn of misschien gewoon meer tijd. Het gesprek zo voeren alleen al zorgt voor begrip en voor een mogelijke verschuiving in het denken van die collega. Gebruik daarom taal die zich richt op mogelijkheden in plaats van beperkingen. Spreek eerder over kansen en voordelen die een verandering biedt en minder over problemen of beperkingen die ze met zich meebrengt. Focus eerder op wat je gaat doen en minder op wat je niet (meer) gaat doen. Als je bijvoorbeeld wil aangeven dat je niet gaat hervallen in de fouten van het verleden, kun je beter aangeven wat je in de toekomst anders gaat doen. Met een zin als ‘het is niet onze bedoeling om …’ rij je je meestal snel vast.
Denk negatief klinkende woorden om
Als je in een gesprek met een collega zegt dat je begrijpt dat hij in weerstand gaat, dan activeer je pas die zogenaamde weerstand. Niemand wordt immers graag op die manier aangesproken. Die collega vindt van zichzelf waarschijnlijk dat hij helemaal niet in weerstand gaat. Hij denkt daar gewoon anders over, heeft misschien nog meer argumenten nodig om de voorgestelde vernieuwing te omarmen of vraagt zich af of hij wel de vaardigheden heeft om het gewenste in de praktijk te brengen. Als je denkt in woorden als draagvlak of veerkracht, dan kijk je helemaal anders naar de situatie en vertrek je van het idee dat je samen inspanningen levert om achter een nieuw idee te gaan staan.
“Waarom niet een nieuw woord bedenken voor onze personeelsvergadering? Wie wordt graag behandeld als personeel?”
Ook kunnen bepaalde begrippen door omstandigheden een negatieve weerklank hebben gekregen. Stel dat je een project binnenklasdifferentiatie hebt gelopen en dat heeft niet de gewenste resultaten opgeleverd, dan kun je die term in de toekomst het best vermijden. Je kunt het dan bijvoorbeeld hebben over hoe elke leerling zo goed mogelijk haar of zijn leerdoelenstellingen kan realiseren.
Gebruik actieve en waarderende taal
Zinnen met ‘worden’ zetten niet aan tot beweging. En net die dynamiek heb je nodig tijdens een veranderingsproces. Maar ook werkwoorden en adjectieven vervangen door krachtigere alternatieven zoals ‘doen’, ‘leren’ en ‘ontwikkelen’ in plaats van ‘zijn’ hebben meer impact. ‘Zijn’ impliceert dat de situatie blijft zoals ze is. Vermijd ook zoveel mogelijk ‘men’. Dit maakt je communicatie zeer onpersoonlijk en wekt weinig energie op bij de toehoorder. Collega’s willen zich tijdens een veranderingstraject persoonlijk aangesproken worden. Gebruik daarom positieve en krachtige woorden die medewerkers motiveren en tot actie stimuleren. Op synoniemen.net vind je vaak betere alternatieven voor je eerste woordkeuze. Het is verstandig om belangrijke toespraken goed uit te schrijven en daarna eens te zoeken op ‘worden’, ‘men’, ‘zijn’ of ‘gaan’ en die eruit te halen. Of ze door collega’s laten lezen en je communicatie met hun feedback aanpassen. Bij mondelinge communicatie is het een kwestie van aandacht en oefening. Wat daarbij helpt, is niet te snel spreken of eerst goed nadenken voordat je reageert of over wat je wil zeggen. Het is belangrijk om je mening te uiten maar denk na hoe, tegen wie en in welke omstandigheden je dat doet. Leer de impact van je woorden inschatten. Je boodschap met mildheid en tact formuleren, ontdek je meestal in de loop der jaren.
“Als je het over kinderen met een andere thuistaal hebt die het Nederlands minder goed beheersen, zeg dan dat ze meertalig zijn in plaats van dat ze een taalachterstand hebben ”
Ga op zoek naar betekenis
Een verandering brengt emotie teweeg bij medewerkers. Ze gaan daarbij door een rouwcurve. Door het gebruik van groeitaal, kunt je hen helpen om de betekenis van de verandering voor zichzelf te ontdekken. Laat hen nadenken over wat de verandering voor hen inhoudt en hoe deze verandering hun persoonlijke ambities en die van hun leerlingen kan ondersteunen. Bijvoorbeeld door leren en ontwikkelen te benadrukken. Het veranderingstraject biedt een kans om nieuwe skills te leren en om als persoon te groeien. Tijdens een veranderingstraject heb je zeker rationele argumenten nodig maar het is vooral de emotie die zal zorgen voor de gewenste gedragsverandering. Je daarbij kwetsbaar opstellen en eerlijk zijn en dit via betekenisvolle communicatie ondersteunen, kan collega’s helpen om zelf ook hun gevoelens te durven delen.
Creativiteit en humor
Een taal gebruiken die mooier en creatiever is, die energie geeft of die poëtisch is. Woorden of zinnen ‘omdenken’, zodat ze beter klinken en meer effect hebben. Zo was er in Duitsland in een woud een mooi bord: ‘Voorbehouden voor reeën’. Er had evengoed ‘verboden toegang’ kunnen staan. Het eerste is verrassend en spreekt ons veel meer aan.
Foto - MPI ‘t Craeneveld Oudenaarde
“Kijk eens naar de website van je school en bedenk ideeën om wat humor en creativiteit toe te voegen”
Bedenk ideeënboosters
We hebben soms de neiging om te snel ‘ja maar’ te zeggen als we een nieuw idee aanhoren. We kennen waarschijnlijk allemaal idea killers zoals ‘dat past niet in het rooster’, ‘dat doen we allemaal al’, ‘dat wordt chaos in mijn klas’ of ‘dat mag niet van de inspectie’. Je kunt deze ook omdenken tot quotes die energie en goesting geven om uitgesproken ideeën een kans te geven.
“Maak eens posters met eigen ideeënboosters en hang die op in de leraarskamer en in vergaderlokalen”
Communiceer geweldig
Marshall Rosenberg zegt dat we als mensheid een taalprobleem hebben, omdat we getraind en opgevoed worden in een taal die ons leert om te analyseren en te veroordelen, en die ons wegleidt van onze behoeften. Daarom definieerde hij geweldloze communicatie als een bewustzijn om onze taal te ondersteunen zodat we ons helder en duidelijk kunnen uitdrukken en kunnen luisteren naar wat er echt toe doet. Om dat te illustreren gebruikt hij de metafoor van de giraf en de jakhals. De giraf omdat het een dier is met een groot hart dat goed kan luisteren. Bovendien is het een herbivoor en een van de meest vredevolle dieren. Hij kan door zijn lange nek ook goed het overzicht houden. De giraf zorgt voor verbondenheid en is gevoelsmatig. De jakhals is een roofdier dat resultaatgericht is, oordeelt, vergelijkt en controleert. Hij is zeer rationeel en durft agressie, manipulatie en macht te gebruiken. Rosenberg pleit voor een goede balans tussen de jakhals en de giraf zonder de jakhals voorrang te geven. De giraf kan de jakhals daarentegen helpen om zich op een verbonden manier te uiten waardoor die minder meedogenloos is en meer empathie vertoont. Rosenberg noemt dit geweldloze communicatie: een manier van interactie die het mogelijk maakt op vreedzame wijze informatie uit te wisselen en verschillen te overbruggen, waarbij menselijke waarden en behoeften centraal staan. Deze wijze van communiceren wil taalgebruik stimuleren dat tot wederzijds begrip leidt en woordkeuzes vermijden die mensen kwetst en in hun waarde aantast.
De manier waarop je communiceert, helpt je om als school je dromen en doelen te verwezenlijken. Door hier samen aandacht aan te besteden, zorg je voor een positief en motiverend klimaat en werk je aan een ondersteunende schoolcultuur die veranderingen vlotter mogelijk maakt.
Wil jij ook aan de slag met groeitaal?
Samen met je schoolteam creatief nadenken over het taalgebruik op je school en via een brainstorm concrete ideeën bedenken en visualiseren? Dat kan via een workshop out-of-the-box denken waarbij je samen met collega’s via enkele creativiteitstechnieken concrete ideeën voor je school of klas bedenkt. Contacteer hiervoor Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Misschien wel de grootste uitdaging tijdens een veranderingstraject Hoe krijg je iedereen mee?
De heilige graal van schoolinnovatie: 'iedereen mee krijgen'. Maar is dat wel een realistisch doel, of een rem op noodzakelijke vooruitgang? Dit artikel ontrafelt de dynamiek van groepsverandering en pleit voor een gedifferentieerde aanpak. In plaats van te wachten op de laatste twijfelaar, is het de kunst om kritische massa te creëren zonder de verbinding te verliezen. Een eerlijk gesprek over psychologie, tempo en het belang van psychologische veiligheid in een team.
Bij een veranderingstraject is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere proeftuinen lopen. Voor de collega’s die niet rechtstreeks bij deze innovaties betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.
Creeer draagvlak voordat je begint
1) Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie te veranderen. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie echter minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door vanuit trends te kijken hoe je leerlingeninstroom er over enkele jaren uit zal zien. Zo creëer je een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde urgentie zoals de Digisprong, een doorlichting of de modernisering. T
2) Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagde transformatie te komen zoals willen gaan voor één overkoepelend schoolproject en je schoolbestuur mee hebben. Daarnaast is het cruciaal om alle belanghebbende (leraren, leerlingen, ouders en coördinatoren) van in het begin te betrekken. En dat gaat ruimer dan informeren. Klim best enkele sporten hoger op de participatieladder. En als je het ernstig meent, zorg ook voor voldoende gezamenlijke werktijd voor het lerarenteam. Bijvoorbeeld door leerlingen enkele uren per week volledig zelfstandig te laten werken of een samenwerking opzetten met een VZW die af en toe een halve dag leertijd voor hun rekening neemt.
3) Breng een leidende coalitie op de been. Zoals een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als goede verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in dit team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een team van acht.
Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject
4) Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan x tijd later te eindigen bij het omarmen van het nieuwe.
Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross
Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, een aantal andere collega’s zullen daar meer tijd voor nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching nodig. Uiteraard zijn er op een bepaald moment grenzen aan acceptatie van weerstand.
5) Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar in een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of bij het binnen komen van de school zijn daarbij zeer geschikt. Laat het team zelf eens nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.
6) Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject definieer je een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je bijvoorbeeld de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal doel wil je die om de veertien dagen houden. Maar voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich de vaardigheden eigen te maken die je ervoor nodig hebt. Door zo bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.
Creëer draagvlak na het veranderingstraject
Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.
7) Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng eens de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. De voorwaarde hierbij is vertrouwen.
8) Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.
Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daar een plan van aanpak voor. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.
9) Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.
Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.
Wil je hier graag meer over weten?
Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school en in onze andere blogs. Tijdens onze masterclass transformatiecoaching is het creëren van voldoende draagvlak een centraal thema.
We gaan hierover met jou ook graag in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieontwikkeling of hoe belangrijk het ontwikkelen van teamvaardigheden is voor een geslaagde schooltransformatie
Het individuele nascholingsbudget van een leraar is een reliek uit een tijd waarin iedereen op zijn eigen eiland werkte. Echte schooltransformatie vraagt om een verschuiving naar collectieve competentieontwikkeling. Wanneer een team leert om als één organisme te functioneren, ontstaat er een synergie die het individuele vakmanschap overstijgt. Een analyse van de noodzakelijke omslag van 'mijn klas' naar 'onze school' en hoe teamvaardigheden de basis vormen voor elke innovatie.
De huidige uitdagingen in het onderwijs nopen directies en leraren om een nieuw pedagogisch concept te vinden. Daarbij ontstaan ideeën zoals leerlingen eigenaarschap geven over hun leren, in team lesgeven en het doorbreken van afremmende pedagogisch-didactische patronen. Het gebeurt dat enkele leraren het voortouw nemen om dit nieuw pedagogisch concept samen uit te proberen. Aangezien deze leraren veel goesting hebben, extra inspanningen doen en goed overeenkomen, is deze proeftuin in veel gevallen een succes. De moeilijkheid is om het daarna ook schoolbreed te implementeren. Dat dit niet altijd lukt, heeft met heel wat factoren te maken (lees er meer over in een andere blog). Eén belangrijk factor is de mate waarin de teamvaardigheden in het lerarenteam al dan niet sterk ontwikkeld zijn.
Vaak beschikken de innovatoren uit de proeftuin al over een aantal sterke competenties. Zowel op vlak van kennis, vaardigheden en attitudes, scoren ze bovengemiddeld. Dat geeft hun de wendbaarheid om met moeilijke situaties om te gaan, elkaar feedback te geven, elkaar te coachen, over hun functioneren te reflecteren en hun handelingen bij te sturen. Bij het uitbreiden van de proeftuin, lijken andere leraren, die nog niet over deze vaardigheden beschikken, in weerstand te gaan. Terwijl ze zich vaak nog niet competent genoeg voelen om het nieuw concept van hun collega’s te omarmen. De kans is groot dat ze snel zullen teruggrijpen naar het vroegere onderwijsmodel. Ook al weten ze dat het niet meer werkt.
Tijdens ons tweejarig Vlaio praktijkonderzoek, hebben we 28 directies geïnterviewd en hen gevraagd welke lerarencompetenties volgens hen belangrijk zijn tijdens een transformatie. Daarnaast deden we ook een uitgebreide literatuurstudie en leerden we via onze begeleidingen op de schoolvloer ook welke kennis, vaardigheden en attitudes leraren daarbij nodig hebben. We kwamen uit op volgende competenties:
Kenniscompetenties
Sommige scholen wachten voorlopig met een diepgaande transformatie omdat hun leraren nog niet over bepaalde basiscompetenties beschikken om gewoon al goed les te kunnen geven, laat staan dat ze dat volgens een nieuw pedagogisch concept zouden kunnen. Drie belangrijke kenniscompetenties voeden elkaar.
Didactisch handelen
De manier waarop de leerstof het best kan onderwezen worden. Zoals leerlingen in de zone van naaste ontwikkeling kunnen brengen, in staat zijn om verkorte instructies zonder kwaliteitsverlies te ontwerpen of vakoverstijgende leerinhouden slim kunnen samenstellen. Maar leraren moeten ook het metacognitieve niveau van hun handelen kunnen ontwikkelen. Aanvullend op hun lespraktijk kunnen reflecteren in welke mate het lesgeven heeft gewerkt en waarom. Daarop kunnen bijsturen en zo theoretische kennis contextualiseren en koppelen aan hun eigen lespraktijk.
“In welke mate beheersen onze collega’s de bouwstenen van effectieve didactiek?”
Breinvriendelijk leren
Stel dat je als leraar niet goed zou weten hoe het brein van je leerlingen werkt. Hoe kun je dan in godsnaam goed lesgeven? Eén facet daarvan is weten dat leerlingen over een denkend/bewust brein en een associatief/onbewust brein beschikken. Het onbewuste brein is zeer belangrijk voor het verwerken van leerstof. Maar het werkt op de achtergrond, als leerlingen niet bewust aan het nadenken zijn. Leraren moeten dus weten dat ze het brein van hun leerlingen af en toe rust moeten gunnen. Zo kunnen leerlingen onbewust belangrijke verbanden leggen. En aangezien het denkend brein veel energie verbruikt, plannen ze leeractiviteiten waarbij leerlingen veel aandacht en denkvermogen nodig hebben, het best in de ochtend.
“In welke mate hebben leraren inzichten in hoe het brein van hun leerlingen evolueert met hun leeftijd?”
Executieve functies
Heel wat leraren denken dat leerlingen geen eigenaarschap over hun leren kunnen opnemen. Dat klopt, leerlingen moeten dat leren. En dat kan door de regelfuncties van hun hersenen, essentieel voor doelgericht en aangepast gedrag, te stimuleren. Zoals leerlingen leren hoe ze afleiding en stoorzenders kunnen uitschakelen, hoe ze de volgorde van hun acties kunnen plannen en het effect van hun handelen kunnen controleren. Maar ook dat ze capabel worden om hun emoties, motivatie en alertheid te reguleren. Of hoe ze er hun aandacht bij kunnen houden. En natuurlijk kunnen leraren dat enkel aanleren als ze hierover zelf over voldoende kennis en ervaring beschikken.
“In welke mate beschikt het lerarenteam zelf over sterke executieve vaardigheden?”
Vaardigheidscompetenties
Elkaar kunnen coachen
Als je leerlingen eigenaarschap wil geven over hun leren en verwacht dat leraren hen daarbij goed begeleiden, dan is het essentieel dat het ganse schoolteam over voldoende coachingsvaardigheden beschikt. Toen ze in de vrije basisschool in Blankenberge in grote units gingen werken, kregen de alle leraren een meerdaagse opleiding in coaching. Aangezien ze het geleerde daarna meteen konden toepassen, was het leereffect groot. Ga dus eerder voor een vormingstraject in plaats van een opleidingsmoment. Zorg voor teamtijd waarin leraren samen kaders en inzichten kunnen opdoen, om het geleerde toe te passen, erop te reflecteren en te leren van wat werkt of niet. Op die manier schep je voorwaarden om te leren en te groeien en leren leraren elkaars potentiële kwaliteiten vrijmaken. En dan gaat het niet alleen over het coachen van leerlingen maar ook van elkaar.
“In welke mate zien leraren coachen nog als iets extra boven op hun lesopdracht?”
Feedback kunnen geven en ontvangen
Om een lerende organisatie te worden, is bij het schoolteam een mindset nodig om continu op zoek te gaan naar feedback. Daarbij is de eerste stap om feedback niet langer te zien als iets negatief of als een evaluatie. Zo legt de ontvanger van de feedback de oorzaak van zijn falen niet buiten zichzelf. Hij leert uit te zoeken waarom iets minder goed ging en hoe hij dit in de toekomst anders kan aanpakken. Maar alles begint natuurlijk met vertrouwen en eerlijkheid. Door elkaar veel waarderende feedback te geven, kunnen leraren een sterke voedingsbodem leggen waarna ze in tweede instantie ook meer open zullen staan voor corrigerende feedback.
“In welke mate ervaren collega’s feedback eerder als kritiek?”
Systeemdenken
Tijdens een veranderingsproces moeten leraren in staat zijn om het overzicht te behouden en tegelijk ook kunnen inzoomen. De kunst bestaat erin om die twee met elkaar te verbinden. Door het geheel te leren zien in plaats van de onderdelen afzonderlijk, kun je patronen en relaties ontdekken. Een school is immers een levend ecosysteem en als onderwijsprofessional maak je daar deel van uit. Meer nog, je hebt er een rol in en je kunt er ook invloed op uitoefenen. Door regelmatig te kijken naar het groter geheel en de relaties tussen de verschillende elementen, vergroot je de impact op lange termijn, kom je tot betere besluiten en meer effectieve acties.
“In welke mate evolueren jullie van korte termijn branden blussen naar duurzame oplossingen op lange termijn? ”
Over de 11 competenties kun je meer lezen in De ultieme gids voor transformatie van je school .
Hoe kun je aan deze teamvaardigheden werken?
Het eerste inzicht is om te evolueren van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieverwerving. Het blijft natuurlijk belangrijk dat leraren zichzelf blijven nascholen, de hefboom vergroot als ze dit ook samen in team doen. De valkuil hierbij bestaat er in om aan alle vaardigheden tegelijk te beginnen. Of om er helemaal geen structuur in te hebben zoals lukraak een interessante spreker op je pedagogische studiedag uitnodigen. Het is geweten dat leraren er niet altijd veel van onthouden of toepassen. Het is daarom belangrijk om een selectie te maken van de teamvaardigheden die het meest prioritair zijn voor jullie toekomstig schoolproject en om daarvan een plan van aanpak te maken.
hoe weet je nu op welke vaardigheden je gaat focussen?
Je hebt als directie, beleidsmedewerker of innovatieve leraar wellicht een vermoeden waar je school goed op scoort en waar er groeikansen zijn. Maar jouw perceptie komt niet noodzakelijk over de hele lijn overeen met die van je collega’s. Daarnaast kun je ook een aantal blinde vlekken hebben. Het is dus goed om eerst een gezamenlijk beeld over de huidige competenties in het schoolteam te hebben om daarna te kijken welke de zinvolle focuspunten voor de toekomst zijn.
Dit kan via een vaardigheidsscan. EduNext heeft daarvoor een vragenlijst ontwikkeld die je samen met een aantal collega’s kunt invullen. Daarbij schaal je je per vaardigheid in op 4 niveaus: zwak, matig, sterk, uitmuntend.
Door telkens voorbeelden of verklaringen toe te voegen aan je score, krijg je een overzicht hoe sterk je al bent op elk van de vaardigheden. Door nadien de scores en vooral de voorbeelden en verklaringen te analyseren en te interpreteren, kom je tot een gezamenlijk beeld. De gesprekken die collega’s daarbij voeren zijn van onschatbare waarde. Daarna kun je er samen - bijvoorbeeld door erover te stemmen - enkele elementen uitkiezen en er verder op verdiepen. Dat kan via de voorbeelden die het team samen gegeven heeft maar ook door andere inspiratie toe te voegen. EduNext heeft daarvoor rubrics ontwikkeld die per element een aantal criteria bevat en die via indicatoren op elk van de vier niveaus invulling geeft aan die criteria.
Zo kom je per gekozen element tot een actieplan. Dit bevat een aantal concrete elementen om voor de gekozen vaardigheden als team een niveau te groeien. Voor executieve functies (EF) zou dit in volgende acties kunnen zijn:
Enkele personen van het team een intensieve opleiding EF laten volgen
Een kennismakingssessie voor het hele team organiseren
Teamtijd creëren voor het schoolteam voor de teamvaardigheid EF
Een leerlijn EF ontwikkelen
Workshops tijdens pedagogische studiedagen en pv’s organiseren
Samen met leerlingen executieve functies in de hele school visualiseren
Sterke EF voorbeelden een podium geven
Regelmatig reflectiemomenten over EF inbouwen
Het komt er op aan om met volgehouden aandacht en inspanning samen sterker te worden in een bepaalde vaardigheid. In een meerjarenplan kun je dan vastleggen om elk jaar op één vaardigheid grondig en duurzaam een niveau te stijgen.
samen met JE team een vaardigheidsscan doen?
Dit houdt in dat we de deelnemers – we raden tussen de tien en de twintig – voorafgaand aan de scan goed briefen. Ze krijgen dan een Survey Monkey vragenlijst die ze individueel invullen (scoren en argumenteren). Ze hebben daarvoor een half uur tot een uur tijd nodig. We verwerken de resultaten en sturen die vooraf door. In een interventie van een halve dag in de school bekijken we samen de resultaten en kiezen we enkele vaardigheden waarop we verdiepen. Het resultaat is een actieplan voor de gekozen teamvaardigheden.
Neem contact op met anboone@edunext.be of bel An op 0472344976
Op 1 en 2 maart brandt de lamp in Flanders Expo. Jij komt toch ook naar Sett Gent?
Sett Gent is veel meer dan een technologiebeurs; het is het epicentrum waar de onderwijscommunity van morgen samenkomt. In een wereld die steeds sneller digitaliseert, is de nood aan fysieke ontmoeting en inspiratie groter dan ooit. Ontdek waarom dit event de ideale plek is om je batterijen op te laden, je netwerk te versterken en de nieuwste pedagogische trends aan den lijve te ondervinden. Een uitnodiging om samen de toekomst van het leren vorm te geven.
We zijn heel fier dat we samen met het Sett team opnieuw curator mochten zijn van het grootste onderwijsevent in Vlaanderen. Lees hier in vogelvlucht waarom je best snel je ticket boekt.
Praktijkvoorbeelden uit het Vlaamse onderwijs
EduNext geeft al jaren een podium aan sterke voorbeelden van scholen in transformatie. Dit jaar zijn dat basisscholen XPlow! Beringen, Het Paviljoen in Schaarbeek en Vrije Basisschool Scheldewindeke. Voor het secundaire onderwijs zijn dat Atheneum Sint-Truiden, A-Maze Beringen, De Nova Kessel-Lo, BuSO Sint-Franciscus Roosdaal, BuSO De Karwij Lokeren en Tangram Vilvoorde. Als tienerschool hebben we het Atheneum in Bree.
Onderwijstransformatie
Peter Van de Moortel en Dirk De Boe, transformatiecoaches bij EduNext vzw, gidsen je deskundig doorheen fases en stappen bij de transformatie van je school. Daniel Muijs, decaan school of education en co-auteur Wijze Lessen, geeft zijn visie weer over wat een excellente leraar nodig heeft voor nu en straks. Tjitske Bergsma (Stichting Leerkracht) en Rianne Neering (Stichting Nivoz), vertellen hoe je eigenaarschap bij leerlingen kunt creëren via leerpleinen en units. An Dumoulin en Sylvia Mommaerts, lerarenopleiders UCLL, hebben het over de O van Onderwijs: krachtig lesgeven en evalueren. Astrid Koelman en Eva Dierickx, respectievelijk onderzoeker en lerarenopleider AP hogeschool, ontkrachten de mythes in kleuteronderwijs en geven je tips hoe je kleuters kunt leren delen en ongewenst gedrag afleren.
Personeelsbeleid
HR in onderwijs, het is in Vlaanderen relatief nieuw. Het krijgt terecht meer en meer aandacht, ook op Sett. Auteurs Brigitte Vermeersch (VRT journaliste) en Greet Decin, (programmadirecteur lerarenopleiding UCLL), brengen warme, realistische verhalen van leraren waarom ze voor hun beroep kozen en tonen vele kanten van de job. Maarten Vansteenkiste, motivatiepsycholoog Ugent, brengt het leiderschapskompas mee als leidraad voor motivatie. Steffie De Baerdemaeker, onderwijsinspirator werkgeluk en diversiteit, vertelt hoe je een motor voor onderwijskwaliteit kunt creëren door meer in te zetten op werkgeluk en minder op werkdruk. Jan Royackers, coach bij Schoolmakers, zal het hebben over hoe je als leraar in je sterkte voor de klas kunt staan. Virginie März, hoofddocent Louvain-La-Neuve, onderzocht hoe startende leraren een meerwaarde kunnen zijn voor je school en hoe andere leraren van hen kunnen leren. Filip Raes, hoogleraar psychologie, schreef een prima boek over hoe we kunnen ophouden met piekeren. Hij doet ons de voornaamste inzichten uit de doeken. Yves Larock, coach bij Schoolmakers, geeft zijn visie weer op schoolleiderschap als een verhaal van samen groeien.
Zelfregulerend leren en executieve functies
Het ontwikkelen hiervan is een van de belangrijke voorwaarden voor kinderen en jongeren om eigenaarschap over hun leren te kunnen opnemen. Sanne Feryn, docente bij Odisee, heeft het over hoe je kleuters kunt laten groeien in executieve functies. Jeltsen Peeters, professor onderwijsinnovatie, schreef een helder boek over zelfregulerend leren en zal ons tonen hoe je dit bij leerlingen kunt activeren. Esther Heinze, coach in Tienerschool Bree, brengt haar EF toolbox mee en licht toe hoe hun schoolteam leerlingen tussen 10 en 14 executieve vaardigheden aanleert.
Taalbeleid
Een van de belangrijkste aspecten om tot goed leren te komen, mag niet ontbreken op Sett. Ohan Agirdag, professor pedagogische wetenschappen, geeft tips hoe we kunnen werken aan kansengelijkheid in een meertalige samenleving. Lidy Peeters, docente Academia universiteit in Nederland, heeft het over de aanwezige moedertaal als hefboom voor het aanleren van een nieuwe taal. Jordi Casteleyn, hoogleraar vakdidactiek Nederlands, leert ons hoe je het best om kunt gaan met taalontwikkelingsachterstanden en taaldoelen. Robbe Wulgaert, leraar informatiewetenschappen, heeft het over hoe je artificiële intelligentie kunt in zetten bij klassieke en moderne talen.
Scholenbouw
Nicolas Ramaekers van OSK-AR architecten (expert in scholenbouw) zal uitleggen hoe je het leerlandschap als actieve pedagogische tool kunt inzetten. En hoe je dit in verschillende stappen, samen met alle belanghebbenden, kunt ontwerpen en implementeren. Zowel in nieuwbouw als in verbouwing.
De kracht van het zonderzoeken
In de televisiereeks ‘De Columbus’ geniet Wim Lybaert van de kracht van het onverwachte. Niet is geënsceneerd en het toeval bepaalt hoe de dagen verlopen. Laurens Verbeke, televisiemaker en bedenker van het programma, leert ons hoe we ook in onderwijs het toeval kunnen omarmen, hoe we ons denken af en toe op pauze kunnen zetten en via doe-doelen weer volop verwondering vinden. Geniet van deze a-typische lezing.
Slim omgaan met technologie
Sett staat ook voor ICT. Wilfred Rubbens, Nederlands expert in blended learning, leert ons hoe we goed kunnen kiezen tussen Asynchroon Online Leren, Synchroon Online Leren en fysiek onderwijs. Eveneens uit Nederland komt Gino Camp, professor Onderwijswetenschappen aan de Open Universiteit. In zijn lezing daagt hij ons uit om verder te kijken dan het online onderwijs in COVID tijd en na te denken over hoe we online en blended leren effectief kunnen gebruiken. Natalie Provost, pedagogisch ICT coördinator scholengroep Inigo, vertelt hoe je tot een duurzaam ICT-beleid komt in het lager onderwijs. Stephanie Vervaet, lector en onderzoeker Vives, toont hoe je STEM in de kleuterklas met succes kunt aanpakken. ICT coördinatoren Inge Decleyn en Wouter Willems, geven concrete tips voor een functioneel ICT-beleidsplan. Steven Ronsijn, pedagogisch directeur scholengroep SKOG, licht kritische succesfactoren toe om tot pedagogische meerwaarde te komen tijdens je technologische transformatie. Lander Van der Biest, expert in gamekunde, vertelt hoe je verantwoord kunt gamen in onderwijs. David Minne van Fourcast for Education laat ons kennismaken met Smart Symbols om in de kleuterklas doordacht te innoveren. Pascal Penta, leraar in De Oester, zet ons op weg naar een mediawijze leerlijn.
Jongeren graag zien en veerkrachtig maken
Hanne Rosius, pedagogisch onderwijswetenschapper PXL en leraar van het jaar 2022, geeft een persoonlijke reflectie over graag zien als hefboom voor alle leerlingen. Schoolmaker Stijn Rooms toont hoe jongeren veerkrachtig kunnen worden dankzij zelfinzicht.
Marketing en authentieke communicatie
Joeri De Blauwe, algemeen directeur Óscar Romeroscholen, vertelt hoe zij als scholengroep inzetten op authentieke communicatie met échte verhalen van leerlingen en leraren. Zo is de school een sterk merk naar leerlingen en ouders én ook naar toekomstige leraren.
Workshops
Dit jaar zijn er ook terug heel wat workshops over technologie en transformatie. Verschillende workshops zijn al volzet zoals deze over Leren durven coachen (Johan De Wilde en Tom Vandenberghe – docenten Odissee), De cirkel van hoop (Elke Gybels - UCLL), Hoe komen tot een duidelijke, efficiënte en transparante rolverdeling (An Godart - EduNext), Bouwen aan krachtige teams (Lisa Verhelst), Inspirerend en motiverend transformationeel leiderschap (Goele Luyts - EduNext) en Teken je les (Axelle Vanquaillie). Je kunt je hiervoor nog wel aanmelden voor de wachtlijst. Voor een aantal workshops zijn er wel nog plaatsen beschikbaar. Meer details in het workshopprogramma.
Pop-up toekomstklassen
Wij zijn blij om terug twee innovatieve scholen met hun leerlingen en leraren naar Sett Gent te kunnen brengen. Gedurende twee dagen kun je er de super innovatieve kleuterwerking van GO! De Springplank Brugge voelen en proeven.
Klik op deze link om de video te bekijken
Daarnaast kun je ook meemaken hoe het Sint-Lievenscollege in Gent het officiële curriculum verrijkt met nieuwe vakken als design thinking, artificiële intelligentie, digiwiskunde, virtual reality en digital storytelling. En zo een levensechte duurzame invulling geeft aan de nieuwe eindtermen van het secundair onderwijs. Ook kun je hun Minecraft Learning Lab bewonderen.
Hoe kiezen?
Het is onmogelijk om zelf alle sessies waar je interesse in hebt, bij te wonen. Maar samen met je collega’s lukt dit vast wel! Bij deze een warme oproep om je (als team) in te schrijven. Naast de lezingen en workshops loont het ook de moeite om de beursruimte te bezoeken en te netwerken. Er zijn heel wat interessante stands over technologie en transformatie.
We nodigen je ook graag uit voor een vrijblijvend gesprek op de EduNext stand! Dit is de meest oranje stand 😉
De provocatie- en terugdenkmethode, een techniek om hardnekkige patronen in je school te doorbreken
Creatief denken in het onderwijs stopt vaak waar de 'zo doen we het hier nu eenmaal'-logica begint. De provocatiemethode dwingt je om heilige huisjes opzettelijk omver te werpen. Door absurde vragen te stellen en van daaruit terug te denken naar de realiteit, ontstaan er oplossingen die je met lineair denken nooit had gevonden. Een praktische oefening in mentale lenigheid voor teams die vastzitten in traditionele patronen en nood hebben aan een radicale doorbraak.
Vastgeroeste patronen in je school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede patronen gaat. Negatieve patronen daarentegen kunnen het veranderingsproces in je school danig afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het probleem met dergelijke provocatieve ideeën is dat ze vaak niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door vanuit de provocatie terug te denken (nieuw werkwoord!) kunnen we wel tot haalbare ideeën komen. Deze techniek pasten we intussen met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen toe en jij kunt hem ook gebruiken in je school.
Beweging creëren door te provoceren
Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.
Saaie lEeromgeving
Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch wel een beetje te ver en is er trouwens weinig kans dat het schoolbestuur dit goedkeurt. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom uit op ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes:
De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet altijd aan denkt. Om het helemaal duidelijk te maken, passen we het toe op twee andere uitdagingen.
Toezicht houden
Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:
Leraren krijgen megaveel mails en Smartschool berichten
In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je nog invallen of een annex toevoegen die je vergeten was.
Hoe provoceren en hoe terugdenken?
Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in à la Disney i.p.v. de volledige school).
Voor veel uitdagingen toepasbaar
Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.
Wil je er zelf ook mee aan de slag?
Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Wil je creatief denken als gangmaker van innovatie structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem daarvoor contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Hoe je het olievlekprincipe bij veranderingsprocessen kan omdenken zodat het wel kan werken
Het idee dat een kleine groep enthousiastelingen vanzelf de rest van de school zal besmetten, blijkt in de praktijk vaak een illusie. Het olievlekprincipe vraagt om een strategische benadering in plaats van hoop. Hoe voorkom je dat de kloof tussen 'pioniers' en 'achterblijvers' onoverbrugbaar wordt? Dit artikel biedt een frisse blik op hoe je enthousiasme kanaliseert naar structurele verandering die de hele organisatie in beweging zet.
Heel wat scholen hebben de voorbije jaren mooie innovaties opgestart zoals STEAM-, teamteaching- of digitaliseringsprojecten. Daarbij nemen enkele leraren het initiatief om samen iets uit te werken, krijgen ze steun van hun directie en starten ermee. Het enthousiasme, de motivatie en de competenties van deze leraren zorgen er vaak voor dat hun proeftuin een succes wordt. Ondertussen mogen hun collega’s blijven lesgeven zoals vroeger. Directies hopen dat de goede praktijk zich daarna via het olievlekprincipe doorheen de school zal verspreiden. Vaak is dat niet het geval. Het groepje leraren dat de innovatie omarmt, ontwikkelt de proeftuin door, past aan en leert bij waardoor de kloof met de andere leraren geleidelijk aan vergroot. Er ontstaat eilandvorming. Een van de redenen dat onvoldoende andere leraren de overstap maken naar het nieuwe pedagogische concept, is dat ze niet de kans kregen om de proeftuin en de pedagogische principes erachter mee te mogen bedenken. Of er op zijn minst voldoende in betrokken te zijn geweest. Als directies die leraren dan gaan stimuleren om ook zo te gaan lesgeven, gaan deze leraren zogezegd in weerstand. Je zou voor minder.
Betrek iedereen bij het veranderingstraject
Het is fantastisch als enkele leraren samen een proeftuin willen beginnen. Dat mag je als directie niet tegenhouden want dat is net wat je op termijn in de hele school wil. De uitdaging bestaat erin om alle leraren van in het begin zoveel mogelijk te betrekken. Natuurlijk kan dat niet bij elke leraar met dezelfde intensiteit. Daarom kun je met een kernteam werken dat een goede vertegenwoordiging is van het hele schoolteam. Daarin mogen zeker ook enkele minder innoverende leraren zitten.
“Als Stefan en Maaike in het kernteam zitten, dan heb ik er vertrouwen in”
Je kunt dit kernteam zien als de verkenners die onderzoeken hoe de toekomstige school eruit zou kunnen zien en dit daarna voorleggen aan het hele schoolteam. Het schoolteam geeft daarop dan feedback, vult aan en verrijkt. Daarmee kan het kernteam weer verder. Daarin zullen waarschijnlijk elementen zitten uit de eerder opgestarte proeftuin maar ook andere. Je komt zo samen tot een nieuw pedagogisch concept met leidende principes voor de hele school. Het is daarbij noodzakelijk dat het kernteam regelmatig terugkeert en zorgt dat het schoolteam met een goede snelheid verder vaart. Niet te snel, niet te traag.
Het kernteam zorgt het best voor heel wat kansen om in overleg te gaan. Leraren hebben immers nood aan veel gesprekken om zich eigenaar te voelen van de verandering en om zich achter een nieuw pedagogisch concept te kunnen scharen. Het verhaal een keer aanhoren op een personeelsvergadering is onvoldoende om betrokkenheid te genereren.
Voorzie genoeg tijd
Om regelmatig in overleg te kunnen gaan tijdens een veranderingstraject komen we uit bij de onderwijstijd van onze leraren. Die is in het Vlaamse onderwijs structureel niet voorzien. Heel wat beleidsteams zijn momenteel aan het nadenken hoe ze teamtijd kunnen creëren. Tijd om te overleggen, tijd om te ontwerpen, tijd om te evalueren, tijd om bij te sturen. Die tijd is nodig zowel voor het kernteam als voor het hele schoolteam. Voor het kernteam moet je het structureel inroosteren. Wekelijks of om de twee weken een paar uur zorgt voor focus en diepgang. Daarnaast heb je tijd nodig voor het hele schoolteam.
“Ik heb het gehad met vergaderingen tussen de soep en de patatten ”
Je kunt al starten om zoveel mogelijk tijd van pedagogische studiedagen en personeelsvergaderingen voor het veranderingstraject te voorzien maar ook dat zal nog niet voldoende zijn. Denk ook aan mogelijkheden zoals het inzetten van externen (ouders, vzw’s, cultuurhuizen, ondernemers, vrijwilligers, oud-leraren …). Die kunnen op regelmatige tijdstippen een zinvolle pedagogische activiteit voor de leerlingen begeleiden terwijl de leraren op dat moment overleggen. Meer en meer scholen zetten daarvoor ook afstandsonderwijs in. Leerlingen werken – al dan niet op school – zelfstandig aan een opdracht. De leraren begeleiden hen bij de opstart en gaan daarna in teamoverleg. Er zijn ook scholen die om de 6 weken een volledige dag voorzien of dat om de twee weken tussen 15.30 en 17.00 doen. Zolang het decretaal niet geregeld is, hangt het van de creativiteit van de scholen.
Begeleid leraren bij het rouwproces
Je kunt een veranderingstraject met een aanzienlijke pedagogische ambitie zien als een rouwcurve waar leraren doorheen gaan. Je moet leraren en andere medewerkers dan ook de kans geven om doorheen het proces van shock, ontkenning, frustratie, woede, depressie, onderzoek, acceptatie, en integratie te gaan.
De ene leraar gaat snel door de verschillende stadia, andere leraren hebben daar meer tijd voor nodig.
Doordat leraren regelmatig in overleg mogen gaan over de vernieuwing en het kernteam daar tussentijds veel over communiceert, krijgen de mentale modellen van leraren de kans om op te schuiven. Daarnaast zijn veel persoonlijke gesprekken ook belangrijk. Daarbij kun je vragen aan leraren wat ze nodig hebben om de volgende stap te kunnen zetten. Bijvoorbeeld doordat andere leraren eerst springen waardoor zij een jaar langer kunnen wachten. Of door met hen op bezoek te gaan naar een school waar ze het al toepassen. Zo creëer je langzaam maar zeker meer draagvlak.
“Ik ben niet zeker of ik het al kan of ooit ga kunnen”
Zorg voor een duidelijk proces
Bij een ambitieus veranderingstraject heb je drie fases:
- Voorbereidingsfase (urgenties in kaart brengen, strategie uitwerken, kernteam samenstellen, afspraken rond communicatie maken)
- Implementatie fase (huidige situatie in kaart brengen, toekomstige school vormgeven, leidende pedagogische principes bepalen, pilootproject definiëren)
- Verduurzamingsfase (pilootproject bijsturen en opschalen, inzetten op vaardigheden lerarenteam, werken aan een ondersteunende schoolcultuur, een gedragen meerjarenplan maken)
Het loopt fout als je een van deze drie fases overslaat of maar gedeeltelijk toepast. Door voldoende aandacht te hebben voor elk fase, krijg je een duurzame verandering. Dat lijkt misschien langer te duren maar de haas komt meestal later aan dan de schildpad.
Meer info?
In het boek ‘De ultieme gids voor transformatie van je school’ kun je de verschillende fases van een veranderingstraject in detail lezen. Misschien wel een leuk kerstgeschenk voor je innovatieve collega? Je kunt het hier bestellen.
Wat in het kantoor van elke directeur zou moeten hangen: het vierledig transformatierad: een denk- en gespreksmodel voor transformatie van je school
Complexe veranderingstrajecten behoeven een helder visueel anker. Het vierledig transformatierad biedt directies en teams een krachtig denkmodel om de verschillende dimensies van schoolvernieuwing in kaart te brengen. Door cultuur, structuur, context en visie constant in relatie tot elkaar te zien, voorkom je versnippering. Een essentieel werkinstrument om de dialoog in het team te voeden en de koers vast te houden te midden van de dagelijkse hectiek.
Samen met een groeiend aantal onderwijsprofessionals zijn wij ervan overtuigd dat de uitdagingen voor ons onderwijs zodanig zijn dat een transformatie nodig is. We kiezen doelbewust voor dat toch wel beladen woord. We hebben daar intern en met ons netwerk veel gesprekken over gevoerd. Is dat woord niet te zwaar? Spreken we niet beter over innovatie? Want als je in veel scholen het woord transformatie uitspreekt, is het ‘kot’ te klein.
“Durf jij het woord ‘transformatie’ in de leraarskamer laten vallen?”
We hebben beslist om toch vast te houden aan dit woord omdat we de dingen graag bij naam noemen. Volgens Van Dale betekent transformatie immers gedaanteverwisseling. Zoals in de natuur een vlinder niet meer te herkennen is van een rups. De nieuwe school zal bij een diepe transformatie op termijn drastisch verschillen van de vroegere school. En het is die metamorfose - weliswaar over een periode van meerdere jaren - die we nodig hebben voor onze huidige en toekomstige uitdagingen.
Wat als er een model zou bestaan om over transformatie te denken en te spreken?
Jaren terug besloten we om ons als vzw EduNext in transformatie te specialiseren. Om hierover in gesprek te kunnen gaan met onderwijsprofessionals die we inspireren en begeleiden, hadden we een kader nodig. Dat hebben we stelselmatig opgebouwd. Gebaseerd op het curriculair spinnenweb van Jan van den Akker, ontwikkelden we in 2017 het pedagogisch-didactisch transformatierad. De essentie hiervan is dat het model mogelijkheden biedt dat leerlingen eigenaarschap over hun leren nemen op acht elementen. Het transformatierad hebben we tijdens begeleidingen, pedagogische-studiedagen, navormingen en directiecongressen uitvoerig gebruikt om directies, leraren en coördinatoren te laten nadenken over hun huidig onderwijsconcept en hen uit te dagen om er een ambitieus alternatief voor te bedenken. We beseften toen al dat het pedagogische transformatierad alleen niet voldoende was. Het is niet omdat je een nieuw pedagogisch concept kunt bedenken dat je er ook voldoende draagvlak voor kunt realiseren. We hadden het geluk om vanaf 2020 een tweejarig Vlaio praktijkonderzoek te mogen doen waarbij we ons gefocust hebben op één aspect: hoe zorgen we ervoor dat een nieuw pedagogisch concept duurzaam is en persoonsonafhankelijk wordt?
“Welk kader gebruik jij om over verandering in je school te praten?”
Tijdens onze interviews met Vlaamse innovatieve directies uit basis- en secundair onderwijs bleek dat net de achilleshiel te zijn bij hun veranderingstrajecten. De transformatie viel op een bepaald moment stil om verschillende redenen: leraren beschikten over onvoldoende vaardigheden, de schoolcultuur was te weinig ondersteunend of er was een gebrek aan een aantal noodzakelijke processen. Met deze input en onze eigen praktijkervaring, vatten we een uitgebreide literatuurstudie aan en kwamen we tot een aantal bepalende factoren.
De kracht van visual harvesting
De grote uitdaging is om een ingewikkelde materie op een eenvoudige manier voor te stellen zonder dat de complexiteit verloren gaat. Net als in 2017 bij het pedagogisch-didactisch transformatierad gingen we te rade bij Axelle Vanquaillie die als visual harvester steeds nadenkt hoe je een boodschap visueel, aantrekkelijk en duidelijk weergeeft. Na heel wat ontwikkeling kwamen we uit bij het vierledig transformatierad:
Vierledig transformatierad EduNext
Daarbij bouwden we verder op het pedagogisch didactisch transformatierad en voegden er drie cirkels aan toe. Zo ontstonden:
- 11 vaardigheden die het lerarenteam nodig heeft om het nieuwe pedagogische concept in de praktijk te brengen.
- 8 cultuurelementen die er samen voor zorgen dat het nieuwe pedagogische concept zich in het DNA van de school kan zetten.
- 8 proceselementen bestaande uit voorwaarden en acties op weg naar een duurzaam transformatieproces.
Het vierledig rad vormt zo een eenvoudig model om over transformatie te praten en in acties om te zetten. We zijn ons bewust van de gevaren om moeilijke uitdagingen zoals een transformatieproces simpel voor te stellen. Anderzijds merken we dat het voor een behapbaar overzicht zorgt en onderwijsprofessionals structuur geeft.
Systemisch denken
Het vierledig transformatierad laat ook toe om linken te leggen tussen de verschillende elementen onderling en tussen de elementen over de verschillende cirkels heen. Zo kun je een link leggen tussen creatief denken en het innovatieklimaat maar evengoed is er een relatie tussen metingen en kwaliteitsontwikkeling. Je kunt van binnen naar buiten linken leggen en omgekeerd. Zo kun je bijvoorbeeld bij de leervorm vanuit teamteaching starten (pedagogisch-didactisch). Daarvoor zul je een team nodig hebben dat goed kan samenwerken, durft te reflecteren en elkaar feedback geven (vaardigheden). Het team zal op een inclusieve manier besluiten moeten kunnen nemen (cultuur) en de rollen binnen het team goed moeten verdelen (proces). Van buiten naar binnen kun je bijvoorbeeld starten bij de creatie van een schoolbrede toolbox als dynamisch co-creatief platform met inspiratie, werkvormen, checklists, goede praktijken en geleerde lessen. Deze kan een cultuur van professionalisering voeden en een boost geven aan vaardigheden als didactisch handelen en netwerken. Dit zal uiteindelijk het leerproces van leerlingen (pedagogisch-didactisch) ten goede komen.
“Welke systemische linken kun jij leggen voor je school?”
Dit model kun je gebruiken om in plaats van het lineaire oorzaak-gevolg denken over te gaan naar het leggen van versterkende relaties. De invulling van opleidingen en pedagogische studiedagen kan zo veel zinvoller verlopen. Door zo over onderwijs na te denken, breng je beweging brengen in de hoofden van leraren en zorg je dat het transformatierad begint te draaien.
Begin niet aan alles tegelijk
Het vierledig transformatierad maakt ook meteen duidelijk dat een duurzame transformatie een werk van lange adem is en meerdere jaren in beslag neemt. Je zult dus keuzes moeten maken en prioriteiten stellen. Je kunt immers niet aan 35 elementen tegelijk werken. Om scholen daarbij te ondersteunen, hebben we voor elk van de elementen uit het vierledig transformatierad een rubric ontwikkeld. Daarbij hebben we in de verticale as een aantal voor het desbetreffende element belangrijke criteria gedefinieerd. In de horizontale as staan vier niveaus waarvoor we telkens indicatoren hebben bepaald. Hieronder een voorbeeld van de rubric innovatieklimaat:
EduNext rubric Innovatieklimaat
Door te verdiepen op een element, kom je te weten bij welke criteria je al goed scoort en kun je beter definiëren wat je specifieke uitdagingen zijn. De scores zijn louter informatief, het zijn de kwalitatieve gesprekken die je er samen over voert die je inzicht geven in je sterktes en je groeikansen.
Neem een foto van je school
Het zou natuurlijk een hels karwei zijn om elk van die elementen via rubrics in detail te bespreken. Daarom hebben we een scan ontwikkeld die je samen met je beleids- en/of schoolteam kunt invullen. Hierbij schaal je je school op basis van een definitie in op elk van de 35 elementen. Je motiveert telkens in enkele woorden of met een voorbeeld waarom je die score geeft. Als je de scores samenvoegt zie je op welke elementen dat je al goed bezig bent en waar je nog kunt in verbeteren. Of je ontdekt discrepanties tussen de scores van verschillende teamleden. Via dieptegesprekken kun je met behulp van de rubrics ontdekken wat je uitdaging juist is.
WIL JE met het vierledig transformatierad aan de slag gaan?
- Lees het boek De Ultieme gids voor transformatie van je school
- Organiseer een workshop systeemdenken of een workshop hoe bedenk je een nieuw onderwijsconcept?
-
- Bestel een transformatiescan
- Ga voor een meerjarig begeleidingstraject of een deeltraject
Je kunt ook An bellen of mailen => anboone@edunext.be - 0472/344976. Als je een poster van het vierledig transformatierad op A1 formaat zou willen, dan kijken we of we dat kunnen organiseren.
Tien factoren voor succesvolle schoolfusies
Een fusie tussen scholen is veel meer dan een administratieve operatie; het is een botsing van culturen en identiteiten. Waarom lukt het bij de ene groep wel om een nieuwe eenheid te smeden en blijft het bij de andere bij een verplicht nummer? Dit artikel fileert de tien kritieke succesfactoren, van gedeeld leiderschap tot het durven loslaten van het eigen gelijk. Een onmisbaar overzicht voor besturen die streven naar een synergie die verder gaat dan de cijfers.
Regelmatig ontstaan er fusies tussen scholen. Daar zijn meerdere redenen voor. Een van de twee scholen ontbreekt schaalgrootte zoals bijvoorbeeld een kleine leefschool in basisonderwijs waardoor de vaste kosten te groot worden, de werkdruk extreem wordt of waardoor ze de onderwijskwaliteit niet meer kunnen leveren bij afwezigheid van een leraar. Een andere reden kan te maken hebben met het aanbod. Twee secundaire scholen kunnen het plan hebben om samen alle richtingen aan te bieden en zo leerlingen en ouders te overtuigen dat leerlingen gedurende hun middelbaar onderwijs op dezelfde school kunnen blijven. Het kan ook om een gedeeltelijke fusie gaan waarbij een netwerk van autonome scholen gemeenschappelijke administratieve, financiële, logistieke en andere algemene diensten voor ogen hebben. Meestal wordt de beslissing tot fusie op hoger niveau genomen en is het aan de desbetreffende directeurs om te zorgen dat het een succes wordt. En dat is het jammer genoeg niet altijd. Maar je kunt de kans wel maximaliseren door een aantal valkuilen te vermijden. Wij formuleren ze hieronder als succesfactoren.
Sterke strategische fit
Het is belangrijk dat de scholen die fuseren een gelijkaardige visie op onderwijs hebben en dezelfde verwachting op vlak van kwaliteit. Doordat leraren bijvoorbeeld andere competenties hebben of de school zich voorheen richtte tot een ander leerlingenpubliek kunnen er bij de leiding van in het begin al significante verschillen zijn over hoe volgens hen onderwijs vormgegeven moet worden. Het is noodzakelijk om hier op voldoende hoog conceptueel niveau tot overeenstemming te komen en samen een aantal leidende principes af te spreken die bij het verder verloop van de fusie zullen toegepast worden.
SCHENK Voldoende aandacht AAN de schoolculturen
De kans bestaat dat je het belang van de schoolcultuur onderschat. Meestal is er bij een fusie een botsing van culturen. Mensen willen graag ergens bij horen en dat kan - ten gevolge van een fusie waar leraren meestal niet zelf voor gekozen hebben - in het gedrang komen. Het komt immers zelden voor dat twee scholen die fuseren dezelfde schoolcultuur hebben. Sowieso hebben ze een andere geschiedenis en verleden. Daarnaast kan het pedagogisch project gevoelig verschillen, kan er een andere stijl van leiderschap zijn of hebben leraren een andere achtergrond (v.b. ASO, TSO, BSO). Komen tot een nieuwe schoolcultuur is een werk van lange adem en betekent dat je daar veel tijd in investeert. De voornaamste uitdaging daarbij is misschien wel komen tot één verbonden team. En ook voldoende elementen uit de vroegere schoolcultuur te behouden.
VOORZIE Genoeg tijd om in gesprek te gaan
Bij een fusie gaat elke leraar en medewerker door een rouwproces. Ze moeten onderweg het oude en vertrouwde voor een deel achterlaten en het nieuwe komt ervoor in de plaats. Sommige collega’s gaan daar sneller door, anderen hebben meer tijd nodig. Daar zijn twee aspecten aan: de hoeveelheid tijd en hoe intens die tijd besteed of beleefd wordt. Tijd is voor elke school nu al een uitdaging. Die wordt nog groter als scholen gaan fuseren. Elk jaar samen een gemeenschappelijke studiedag organiseren of een dag met elkaar op de heide zijn eerste stappen maar niet voldoende. Er zijn gedurende het schooljaar structureel veel meer overlegmomenten nodig. Niet alleen met een gemeenschappelijke kernteam of met werkgroepen over de vroegere scholen heen maar ook met elke collega. Vooraf structureel overlegtijd creëren is dan ook cruciaal.
Kom tot heldere gemeenschappelijke doelen
Mensen gaan zich niet inzetten voor een fusie als ze er het belang niet van inzien. En zeker niet als ze zelf niet hebben mogen nadenken over die gezamenlijke ambitie. Het is belangrijk om deze vrij snel in het traject te formuleren en samen de gewenste resultaten zichtbaar te maken. Het mag daarbij niet alleen over een gemeenschappelijke visietekst gaan. Deze moet zich ook concreet vertalen in de gedragswijziging die je op lange termijn voor ogen hebt. Het is daarbij belangrijk om je telkens de vraag te stellen op welke manier je leerlingen hierdoor beter gaan leren en hoe dit leraren helpt om een optimale onderwijskwaliteit te verzorgen. En in welke mate beleidsmedewerkers, coördinatoren, ouders en ander medewerkers beter worden van de samenwerking.
Doe samen dingen EN MAAK HET CONCREET
Het gebeurt dat scholen tijdens een fusie te lang blijven hangen in de theorie. Er vindt bijvoorbeeld een veel te lange visie-oefening plaats waarbij je het allemaal op voorhand in detail probeert te bedenken om het daarna via een actieplan in de praktijk te brengen. Op het moment dat je tot de actie overgaat, is de dynamiek al verdwenen. Het vooraf blijven bijslijpen van visieteksten, weinig mensen kijken ernaar uit. Je gaat het best relatief snel over tot de kern van de zaak: het gemeenschappelijk pedagogisch project. Dat maakt de visie concreet. Daarbij is het belangrijk om te experimenteren, ervan te leren en bij te sturen. Regelmatig een quick win creëert de perceptie dat er iets gebeurt. Zonder te vervallen in kortetermijndenken.
Kijk verder dan standpunten en belangen
Een fusie is niet zelden een onderhandelingsproces is waarbij de twee scholen zoveel mogelijk proberen binnen te halen en op die manier zelf zo weinig mogelijk moeten veranderen aan hun eigen werkwijzen, processen en cultuur. Dit resulteert niet altijd in de beste oplossing. Het kan eindigen in een compromis waarbij niemand zich gelukkig voelt. Het is verstandig om achter meningen en belangen de achterliggende noden en behoeften in kaart te brengen en deze met elkaar te verbinden. De basisbehoeften van leraren uit verschillende scholen liggen meestal dichter bij elkaar dan hun meningen of belangen. Zo vermijd je zinloze en eindeloze discussies.
Hanteer een integrale benadering
Scholen hebben de neiging om fragmentarisch te werken, ook bij een fusie. Het gemeenschappelijk traject wordt hierbij opgesplitst in behapbare delen. Dat is op zich niet verkeerd maar ze kunnen wel elk een eigen leven gaan leiden waardoor de verbinding zoek raakt. Het is belangrijk om het hele proces goed op te volgen en regelmatig connecties te maken tussen de verschillende onderdelen en hun acties. Dat kan bijvoorbeeld via een sterke verbindende projectleider die ook over stevige procescoaching vaardigheden beschikt en die kan zorgen dat er blijvend aandacht is voor inhoudelijke, procesmatige, organisatorische en relationele aspecten. De uitdaging daarbij is de neutraliteit te bewaren, zeker als de projectleider tot een van de vroegere scholen behoort.
Werk via een participatief proces
Iedereen weet dat een top-down fusie niet werkt en toch gebeurt het nog regelmatig dat fusies ‘uitgerold’ worden. Mensen mogen dan pas beginnen mee nadenken als er volgens hen al te veel dingen beslist zijn en er nog te weinig bewegingsruimte overblijft. Van in het begin resoluut kiezen voor betrokkenheid en inspraak waarbij iedereen van bestuurder tot leraar, leerling en ouder volwaardig mee kunnen denken en doen, zorgt voor een brede gedragenheid en verhoogt de slaagkans van de fusie.
Kijk MEER vooruit DAN ACHTERUIT
Het gebeurt bij fusies dat mensen blijven graven in het verleden en achterwaarts blijven denken. Het is inderdaad belangrijk om te weten welke trauma's er van vroeger zijn. Je kunt niet om de grootste ankers heen. Die moet je inderdaad lichten eer je verder kunt. Maar ga daar ook niet te ver in. Focus je op ankers die blokkerend te zijn en probeer niet te blijven hangen in de historiek en in dingen waar je niets meer kunt aan veranderen. Een manier is om telkens de aandacht te richten naar de gewenste toekomst en te zorgen dat collega’s in hun cirkel van impact blijven. Zo help je hen om te focussen op die dingen waar ze vat op hebt. Dit kan ook door te waarderen wat er op de scholen nu goed werkt.
Communiceer CREATIEF
Veel veranderingen lopen fout in slechte communicatie. Dat kan reeds het geval zijn voordat de fusie een feit is. Iemand praat zijn mond voorbij en zorgt zo al voor een slechte start. Mensen hebben het ‘ergens’ moeten horen of lezen, niet via hun eigen directie of coördinator. Maar ook tijdens het fusieproces is een continue communicatie van groot belang. Vaak zegt men dat je ook moet communiceren als er geen nieuws. Misschien is een veelheid aan communicatiekanalen nog belangrijker. Mensen hebben visuele en auditieve herhaling nodig om doordrongen te raken van een boodschap of informatie. En neem er ook maar de andere zintuigen bij. Zoals manieren om de verandering te laten doorvoelen of samen een lekker hapje eten.
Drawify illustratie
Meer info?
Zoals je hebt gemerkt, zijn deze tien succesfactoren niet alleen belangrijk bij een fusie maar ook bij elke aparte schooltranformatie. EduNext heeft zich daar de voorbije jaren in gespecialiseerd. Lees hier meer over onze begeleidingen. We gaan er met jou graag vrijblijvend over in gesprek.
‘De Studie’ als voorbereiding op levenslang leren
Is de traditionele 'studie' nog wel van deze tijd, of kan het een laboratorium worden voor zelfsturend leren? 'De Studie' in Oostende bewijst dat dit moment een unieke kans biedt om leerlingen te coachen in autonomie en discipline. Door de focus te verschuiven van toezicht houden naar leerbegeleiding, wordt de studie een plek waar jongeren de fundamenten leggen voor een leven lang leren. Een inspirerend model dat de status quo uitdaagt.
In opiniestukken maken mensen uit het onderwijs en daarbuiten zich terecht zorgen over de vraag of scholen voldoende leraren zullen blijven hebben. Als er geen leraar beschikbaar is, dan gebeurt het dat leerlingen naar ‘De Studie’ worden verwezen. In een groot lokaal brengen ze dan de tijd door onder begeleiding van een leraar. Het uitgangspunt in de columns is dat de studie iets negatief is, een vermaledijde plek waar niet geleerd wordt, waar leerlingen zich vervelen en waar ze hun motivatie verliezen. In heel wat scholen is dat ook zo. Maar dit hoeft niet zo te zijn of te blijven.
Studere
Het woord studie is op zich een positief woord. Volgens de definitie is het tijd die besteed wordt om zich kennis of vaardigheden eigen te maken. Het is tijd voor het verkennen van een bepaald onderwerp of probleem en een poging om er alles van aan de weet te komen. Het Latijnse studere betekent: zich inspannen, streven naar, zich een weg banen naar.
Studie kan dus tijd zijn om zelf alleen of samen dingen te leren, tijd om zich te verdiepen, tijd om te reflecteren, tijd om te herhalen, tijd om tot rust te komen. Het kan de voorbode zijn van levenslang leren. Een oefentijd waarin leerlingen leren om zelfstandig kennis, vaardigheden en attitudes te verwerven. Zodanig dat ze dat later zelf kunnen, te beginnen in het hoger onderwijs waarbij ze thuis of op kot veel in hun eigen Studie zullen zitten en waarbij ze hun eigen leren kunnen organiseren. Maar ook later in de samenleving en in het werkveld zullen ze de behoefte hebben om voortdurend kennis en vaardigheden te kunnen opdoen.
Zorg dat leerlingen hun leerdoelen kennen
Er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden verbonden aan een goed functionerende ‘Studie’. Cruciaal is dat leerlingen hun leerdoelen voor de komende periode kennen en dat ze ook weten welke doelen ze volgende week willen bereiken. Als een van hun leraren niet aanwezig is, dan kunnen ze op dat moment kiezen om al dan niet aan het geplande doel verder te werken of beslissen om aan een ander objectief aan te vatten. Liefst is er een andere leraar aanwezig die hen daarbij kan coachen. Dat vergt flexibiliteit in het rooster waarbij de leerdoelen ontkoppeld worden van specifieke lesuren. Leerlingen kunnen leren om zelf te beslissen wanneer ze bepaalde doelen bereiken. Het betekent wel dat ze gemotiveerd zijn om hun leerdoelen te bereiken. Ook dat vraagt veel voorafgaande aandacht en oefening.
Meer dan één leervorm
Een goede studie laat meerdere leervormen toe:
- Instructie: dit lijkt in ‘De Studie’ onmogelijk omdat de persoon die de les normaal zou geven niet aanwezig is. Een oplossing is om te voorzien in een leerplatform waarin leraren vooraf opgenomen korte instructievideo’s plaatsen. Leerlingen kunnen die dan op eigen tempo en zoveel keer als nodig bekijken. Maar ook toegang tot ander analoog en digitaal bronmateriaal kan een optie zijn.
- Begeleid zelfstandig leren: hiervoor is ‘De Studie’ uitermate geschikt. Leerlingen kunnen er in stilte aan bepaalde leerdoelen werken. Maar ze kunnen dit natuurlijk niet vanzelf. Dit moet stap per stap aangeleerd worden zoals afleiding en stoorzenders leren uitschakelen, activiteiten en hun volgorde leren plannen, taken uitvoeren en het effect ervan controleren. Maar ook het leren reguleren van emoties, motivatie en alertheid. Het vermogen om na te denken voor je iets doet, informatie vast te houden in je geheugen, je aandacht erbij te houden en op tijd aan taken te beginnen en bij te sturen. Executieve functies en zelfregulerend leren zijn voor leerlingen (en volwassenen!) dan ook levensbelangrijke vaardigheden. Elke school zou die verplicht moeten aanleren aan al zijn leerlingen. Het zijn bouwstenen om eigenaarschap en zelfsturing mogelijk te maken.
- Coöperatief leren: de tijd die leerlingen in de studie’ doorbrengen, kan ook aangewend worden om samen met andere leerlingen aan eerder gedefinieerde projecten of uitdagingen te werken.
- Zelfontdekkend leren: in de studie kunnen leerlingen ook zelfstandig nieuwe thema’s te verkennen, bijvoorbeeld gekoppeld aan een praktijkonderzoek of een proef.
Dat betekent dat een goede studieruimte het best uit meerdere zones bestaat: een stilteruimte, een plek waar leerlingen met elkaar in overleg kunnen gaan, een plaats met exploratiemateriaal …
Andere organisatie NODIG
In een traditioneel onderwijsconcept kun je via enkele ingrepen wellicht enkele verbeteringen aanbrengen aan de manier waarop je momenteel de studie organiseert. Voor ingrijpende impact op motivatie en efficiëntie, heb je wellicht een andere organisatievorm nodig. Daarbij zijn bijvoorbeeld meerdere leraren verantwoordelijk voor een groep leerlingen en wordt ‘De Studie’ geïntegreerd in het onderwijsconcept en in de lestabel. Naast voldoende instructietijd wordt er ook tijd voorzien voor andere leervormen zoals begeleid zelfstandig leren en sociaal leren. In het begin zullen leerlingen daarin meer ondersteuning nodig hebben (en bepaalde leerlingen heel lang of misschien altijd). Na een tijd zullen ze leren om zoveel mogelijk hun plan te trekken als een van hun leraren er niet is. De organisatievorm zorgt ervoor dat ook collega’s onverwachte afwezigheden beter kunnen opvangen. Het maakt ook dat ‘De Studie’ niet meer aanzien wordt als uitzonderlijk of negatief maar deel uitmaakt van het onderwijsconcept van de school.
We kunnen hopen dat we via allerhande maatregelen in de toekomst een massale instroom van leraren zullen krijgen maar wellicht gaat de behoefte aan bijkomende leraren de eerstkomende jaren hoog blijven. Een flexibel onderwijsconcept is dan ook een van de te overwegen opties. Het blijkt trouwens dat scholen die een dergelijk onderwijsconcept hebben ingevoerd, ook gemakkelijker nieuwe leraren aantrekken. Die werken immers graag in een uitdagende en dynamische leeromgeving omringd door gemotiveerde collega’s.
Meer info?
EduNext begeleidt scholen bij de creatie van een nieuw onderwijsconcept. Meer uitleg over onze begeleiding op maat vind je hier.
Hoe je tot een nieuw onderwijsconcept komt, beschrijven we in ons nieuw boek: De Ultieme gids voor onderwijstransformatie van je school. Je kunt het via deze link bestellen: