Systeemdenken, een belangrijke vaardigheid voor elk schoolteam
Onderwijsproblemen worden vaak geïsoleerd aangepakt, terwijl ze meestal onderdeel zijn van een groter, verstrengeld web. Systeemdenken dwingt ons om voorbij symptoombestrijding te kijken naar de onderliggende patronen en structuren. Voor een schoolteam is deze vaardigheid cruciaal om duurzame oplossingen te vinden die niet ergens anders in de organisatie een nieuw lek slaan. Een pleidooi voor een holistische blik op de school als een levend organisme.
Heel wat scholen zijn in volle verandering en focussen daarbij vaak op meerdere werven. Dat houdt in dat een schoolteam in staat moet zijn om het overzicht te behouden maar ook moet kunnen inzoomen op details en die twee met elkaar verbinden. Met systeemdenken leren leraren, beleidsmedewerkers en directies naar het geheel kijken in plaats van naar de onderdelen afzonderlijk. Zo kunnen ze patronen van onderlinge betrokkenheid en relaties ontdekken in plaats van een lineaire aaneenschakeling van oorzaak en gevolg. Een school is immers een levend ecosysteem en als onderwijsprofessional behoor je tot dat samenhangende geheel, heb je er een rol in en kun je er ook invloed op uitoefenen. Dat betekent dat je samen met collega’s verantwoordelijk bent voor eventuele problemen die in het systeem ontstaan. Door systeemdenken te beheersen, begrijp je de complexiteit beter, los je problemen beter op en ga je uitdagingen slimmer aan. Je komt samen ook gemakkelijker tot een gemeenschappelijk beeld van het systeem. Daardoor krijg je betere besluiten en meer effectieve acties.
Illustratie Drawify – Erin Gordon
Criteria voor systeemdenken
Systeemdenken kun je vanuit meerdere invalshoeken benaderen. EduNext heeft tien (niet exhaustieve) criteria ontwikkeld waaraan je kunt zien hoe ver je als individu of schoolteam staat op vlak van systeemdenken:
In welke mate is het schoolteam sterk in het afstand nemen van het hier en nu, zien leraren het groter geheel en kunnen ze abstraheren en verbanden leggen?
Dit is de mate waarin collega’s bij een bepaalde gebeurtenis of voorval kunnen uitzoomen en naar het groter plaatje kijken. Is wat voorvalt een eenmalige gebeurtenis? Of komt dit – desnoods in andere vormen of gedaanten - meermaals voor? Zo slagen ze er beter in om de koppeling te maken tussen hun concrete acties en de overkoepelende schooldoelen. Zo vermijden ze ook dat ze branden blussen die even later weer opwakkeren.
In welke mate zien collega’s onderlinge relaties tussen gebeurtenissen en gaan ze op zoek naar de echte oorzaak?
Hierbij gaat het over de capaciteit en de competentie om op zoek te gaan naar de kernoorzaak van een probleem of gebeurtenis. Dat betekent dat collega’s verder kunnen kijken dan oorzaak en gevolg en daar niet altijd een logische volgorde in zien. Het kan immers zijn dat oorzaak en gevolg ver uit elkaar liggen, elkaar in stand houden of elkaar zelfs versterken. Het betekent dat teamleden niet meteen tevreden zijn met het antwoord op de waarom-vraag en blijven doorvragen.
In welke mate brengen teamleden geduld op om veranderingen en vernieuwingen voldoende kansen te geven?
We zijn geneigd om meteen resultaat te zien van onze acties. Als het dat niet het geval is, dan stoppen we de actie of ondernemen we een nieuwe actie. Bij systemen spelen vertragingen vaak een belangrijke rol. Het is zoals snel warm water willen uit je douchekraan. Als je te snel bij regelt, krijg je nooit de gewenste temperatuur. Hier vaardig in zijn betekent dat collega’s hun acties tijdig plannen, goed analyseren wat en waarom iets gebeurt en vernieuwingen lang genoeg de kans geven om tot resultaat te komen.
In welke mate zien teamleden de school als een levend systeem waarbij alles met elkaar verbonden is?
Scholen zijn ecosystemen waarbij mensen, gebouwen, structuur, cultuur, processen en buitenwereld holistisch met elkaar in verbinding staan en constant invloed op elkaar uitoefenen. Een team dat hier vaardig in is, denkt minder mechanistisch maar onderzoekt de relaties tussen de elementen. Een voorbeeld is de manier van evalueren. Leraren kunnen dit alleen goed doen als ze ook onderzoeken op welke manier ze hun leerdoelen vertalen in concrete lesinhouden en nadenken over hoe ze hun leervormen daarop adequaat aanpassen.
In welke mate hebben teamleden aandacht voor hun eigen rol in het geheel en het feit dat hun gedrag bepaald wordt door hoe ze tegen het schoolsysteem aankijken?
Er zijn nog heel wat leraren die zich louter focussen op hun lesopdracht. Dat verdient veel waardering. Anderzijds is het ook belangrijk om hun rol te kunnen zien binnen het geheel van de school. Dit criterium gaat over de mate waarin collega’s in staat zijn om te reflecteren over hun eigen rol binnen het geheel en over hoe ze hun gedrag kunnen aanpassen door anders naar het schoolsysteem te kijken.
In welke mate heeft de school een overkoepelend project waarin alle andere projecten/initiatieven opgehangen worden?
Scholen zijn ambitieus en durven nogal wat projecten tegelijk aanvatten. Heel wat leraren missen zo het overzicht. Elk project komt dat er dan bovenop. Een school die hierin vaardig is, beschikt over een meerjarenplan dat een logisch overzicht biedt van alle projecten op school en wie er aan werkt. Teamleden gebruiken de visie om nieuwe projecten te filteren. Zo is er een duidelijk en transparant beeld van het schoolproject en hoe de verschillende deelprojecten daar in passen of geïntegreerd zijn.
In welke mate is de school vaardig om met dilemma's om te gaan?
Heel wat collega’s kunnen een aversie hebben van dilemma's. Het is niet fijn om te kiezen tussen twee uitersten die allebei aantrekkelijk of te vermijden zijn. Dilemma’s kunnen voor onzekerheid zorgen. Een schoolteam dat vaardig is om daar mee om te gaan, is in staat om de twee polen van een dilemma creatief en positief te verbinden (v.b. korte vs lange termijn; eigen belang vs belang groep; deel vs geheel). Leraren zijn dan in staat om meer de nuance op te zoeken dan de polarisatie.
In welke mate is het schoolteam vaardig in ijsbergdenken en durven/kunnen ze onder de waterlijn kijken?
In elke organisatie en dus ook een school is er een bovenstroom en een onderstroom. De bovenstroom is wat je kunt zien: alles wat zichtbaar is in de school. De onderstroom omvat alles wat niet (direct) zichtbaar is. Onder de waterlijn kunnen er altijd dingen spelen. Het gaat bij dit criterium over de mate waarin een school bedreven is om – indien nodig – dieper te graven, de dingen te bespreken die moeten besproken worden zodanig dat eventuele incidenten in de toekomst duurzaam kunnen vermeden worden.
In welke mate beheerst het schoolteam de taal van het systeemdenken?
Bij systeemdenken horen ook specifieke begrippen zoals variabelen, causale verbanden en feedbackloops. Doordat het schoolteam deze begrippen leert kennen, kan er een gemeenschappelijke taal ontstaan waardoor teamleden gemakkelijker met elkaar kunnen spreken over wat er in het schoolsysteem aan het gebeuren is.
In welke mate kan de school meta systeemdenken toepassen?
Dit is een hoger niveau van systeemdenken. Het gaat hier over het denken over de manier waarop de school systeemdenken toepast en daarin kan verbeteren.
Systeemdenken via het transformatierad
EduNext heeft een vierledig transformatierad ontwikkeld dat in één overzicht de complexiteit van een duurzaam veranderingsproces in de school vat. De kerngedachte daarbij is dat leerlingen eigenaarschap kunnen opnemen voor hun eigen leren. Daarrond zit de pedagogisch-didactische kern, de manier waarop de school haar onderwijsdoelen via de klasvloer bereikt.
Op dit niveau kan je al systeemdenken toepassen. Als je aan een van de wielen begint te sleutelen, heeft dat meteen ook invloed op een ander. Bij digitaliseren (leermateriaal) bijvoorbeeld zul je ook moeten nadenken over de vertaling van je leerdoelen naar concrete lesinhouden, over hoe leerlingen met hun toestellen de leerstof zullen verwerken, over hoe de evaluatie verloopt, over hoe leerlingen op digitale wijze hun eigen leertempo beter kunnen bepalen en over hoe je de leeromgeving kunt aanpassen.
Het volgende niveau in het vierledig transformatierad zijn de teamvaardigheden van het schoolteam die nodig zijn om de pedagogisch-didactische ambities te kunnen realiseren:
Ook hier zijn linken te vinden tussen de elementen onderling. Zo is er een relatie tussen het kunnen geven en ontvangen van feedback en reflectievaardig zijn. Maar evengoed tussen breinvriendelijk leren en didactisch handelen.
Een volgende kring is de schoolcultuur die kan zorgen voor een duurzame en persoonsonafhankelijke verandering:
Hierbij kan je bijvoorbeeld een relatie vinden tussen talentontwikkeling van leraren en één verbonden team. Of tussen professionalisering en kwaliteitsontwikkeling.
Helemaal aan de buitenkant in het oranje, heb je de processen die op school nodig zijn:
Bij dit niveau kun je bijvoorbeeld een relatie zien tussen de creatie van een gemeenschappelijke toolbox (met allerlei werkvormen, inspiratie en modellen) en de mate waarin de school vaardig is in procescoaching.
De verbinding tussen de verschillende niveaus en tussen de elementen onderling kan zorgen voor een duurzame transformatie. Dat betekent dat je ook kunt systeemdenken over de verschillende niveaus heen. Daarbij kun je bijvoorbeeld versterkende loops ontdekken. Bijvoorbeeld door naar verbindingen te zoeken van de buitenste naar de binnenste kring. Als je bijvoorbeeld impact wil creëren, dan zal er wellicht een sterke visieontwikkeling nodig zijn waarbij kun je inzetten op het didactisch handelen van leraren wat op zijn beurt kan zorgen voor een sterker leerproces bij leerlingen.
Je kunt het vierledig transformatierad ook van binnen naar buiten systemisch doorlopen. Als je bijvoorbeeld digitaal leermateriaal wil introduceren, dan zal het belangrijk zijn dat leraren elkaar daarbij kunnen coachen, dat er een professionaliseringsbeleid is dat daar op inspeelt en dat ook de nodige teamtijd wordt voorzien.
Het vierledig transformatierad is dus een denkmodel dat je helpt om systemisch na te denken over veranderingen die je door wil voeren en waarbij je kunt focussen op een aantal zinvolle en goedgekozen elementen die elkaar versterken.
Meer weten over systeemdenken?
Via een workshop systeemdenken kun je een helder inzicht krijgen in het ecosysteem van je school. Hierbij leer je naast het dagdagelijks handelen ook de onderliggende patronen en overtuigingen van je school ontdekken. Zo krijgen jouw interventies om duurzaam te veranderen meer impact en pak je het efficiënt en doelgericht aan. Meer info vind je hier.
Daarnaast organiseert EduNext op maandag 29 januari een webinar over hoe transformatievaardig je schoolteam is en hoe je daaraan kunt werken. Systeemdenken komt daarbij ook sterk aan bod. Meer info en inschrijvingsmogelijkheid.
Je kunt ook An Boone contacteren via anboone@edunext.be of haar bellen op 0472/344976
Hoe je met verschillende brillen naar een school kunt kijken en zo de leidende pedagogische pedagogische principes op het spoor kunt komen
Achter elke schoolwerking schuilen impliciete aannames over hoe kinderen leren. Door met verschillende 'brillen' naar je eigen organisatie te kijken, worden deze verborgen overtuigingen plotseling zichtbaar. Welke pedagogische principes sturen werkelijk het handelen van je team? Dit artikel reikt een methodiek aan om de onderstroom van je school bloot te leggen en te onderzoeken of je dagelijkse keuzes nog wel in lijn liggen met de visie die je op papier belijdt.
Tijdens onze schoolbezoeken en scoutings gebruiken wij een kijkwijzer waarbij we volgens de wielen van het transformatierad naar de pedagogische aanpak kijken.
Leer kijken met verschillende lenzen
Je kunt via verschillende invalshoeken naar een school kijken en antwoorden zoeken op volgende vragen:
- In welke mate geeft de school eigenaarschap aan leerlingen?
- Hoe vertalen de leraren de leerdoelen in concrete lesinhouden?
- Hoe verwerft de leerling de leerstof of hoe verzorgen leraren hun lessen?
- Op welke manier sturen leerlingen en leraren het leren van leerlingen bij?
- Hoe gaat de school om met de leertijd en met het lessenrooster?
- In welke fysieke ruimtes kunnen en mogen leerlingen leren?
- Welke mensen en organisaties worden er betrokken bij het leren?
- Welk leermateriaal hebben leerlingen op school ter beschikking?
- Hoe organiseert het schoolteam het onderwijs?
Als je met meerdere personen op schoolbezoek gaat, dan heb je meerdere stellen ogen. Als je daarna de bevindingen samenlegt, heb je wellicht een goede blik op hoe de school werkt en kun je het pedagogisch concept van de school ontrafelen. En de daarbij horende leidende pedagogische principes.
ENKELE Voorbeelden
Hierbij 3 innovatieve scholen uit basis en secundair onderwijs bekeken via de wielen van het transformatierad:
Secundaire school - Lab Sint-Amands
Tienerschool Atheneum Bree
Basisschool K.A. Zottegem
Met de kijkwijzer naar je eigen school kijken
Je kunt deze leerwijzer ook toepassen om naar je eigen school te kijken en je huidige pedagogisch concept en je huidige leidende principes voor elk wiel in kaart brengen. Om daarna te kijken of deze principes nog tegemoet komen aan de uitdagingen waarmee je vandaag te maken hebt. Is dat niet het geval, dan kun je voor elk van de wielen van het transformatierad alternatieven bedenken, er een samenhangend geheel van maken, er draagvlak voor creëren en de nieuwe pedagogische principes implementeren.
Hierover in gesprek gaan?
Geef een seintje aan dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Hoe we structureel anders om kunnen gaan met tijd
Het 50-minutenrooster is een industrieel overblijfsel dat het moderne leerproces vaak eerder hindert dan ondersteunt. Hoe zouden we tijd inrichten als we werkelijk zouden vertrekken vanuit de leerbehoefte en de menselijke biologische klok? Een verkenning van alternatieve tijdstructuren die rust en diepgang terugbrengen in de schoolweek. Tijd is niet iets dat we hebben, maar iets dat we creëren door de structuren van onze organisatie durven te kantelen.
Vroeger mensen leefden zonder uurwerk volgens het ritme van de natuur. Naarmate mensen meer gingen samenwerken en daarover afspraken moesten maken, werd de kloktijd uitgevonden. Zo werd de tijd de organisator van ons bestaan. Tegenwoordig bepaalt de tijd het leven van iedereen. Maar dat hoeft niet continu zo te zijn. De kunst bestaat erin om regelmatig uit de tijd te treden.
Twee soorten tijd
Volgens de oude Grieken zijn er twee soorten tijd. Er is de kloktijd Chronos die je effectief kan meten. Het is de tijd die we allemaal het best kennen. Een minuut van 60 seconden, een lesuur van vijftig minuten, een dag van 24 uur, een jaar van 365 dagen. De mens heeft geprobeerd om controle te krijgen op de tijd door hem in te delen. Door uurwerken en klokken zorgen we dat iedereen op dezelfde tijd staat wat de organisatie van onderwijs, maatschappij en economie een stuk vereenvoudigt. Natuurlijk zijn er ook nadelen aan verbonden. Mensen kunnen zich op een bepaald moment slaaf voelen van de tijd. Wie acht uur tegen zijn zin in een fabriek gaat werken bijvoorbeeld, voor zo iemand is tijd geen vriend tenzij het weekend is.
De andere tijd volgens de oude Grieken is Kairos. Dat is de tijd die duurt. Kort of lang, naar gelang van de omstandigheid. Ben je met vrienden op café aan het kaarten, dan kan het opeens uren later zijn. Sta je op de trein te wachten, dan kan de tijd kruipen. Het is de subjectieve tijd, afhankelijk van jezelf of van de omstandigheid.
We leven veel te vaak in de Chronos tijd waarbij we zelf niet vrij zijn. Als we er in slagen om van de tijd los te komen en op te gaan in de tijd, dan vliegt de tijd. Joke Hermsen pleit er in haar boeken voor om een balans te vinden tussen chronos en kairos. Regelmatig uit de tijd zijn - en niet alleen op vakantie - zorgt dat je weer tot rust komt en uit de tredmolen van het routinematige, dagelijkse leven stapt.
HORZONTALE EN verticale tijd
Christine Cayol sluit daar in haar boek Hoe de Chinezen de tijd mee hebben bij aan:
“Hoe kunnen we ons bevrijden van deze dodelijke angst, die ons ertoe brengt de tijd te vrezen als een homogeen en kwantificeerbaar element, een start- en finishlijn waarop zich een wedren afspeelt, waarin we allemaal gedoemd zijn achterstand op te lopen?”
Een interessante gedachte in het boek van deze Franse filosofe is de horizontale en verticale indeling van tijd:
“De horizontale tijd stimuleert onze lichamen en hersenen om zich in een wedren van plannen, prestaties en constante verbeteringen te storten. De verticale tijd is gevoelsmatig, innerlijk, kostbaar en nuttig. Waarin we met onze liefde en met onze gedachten in onszelf keren. Momenten die gewijd zijn aan verdieping, verbondenheid en creativiteit.”
Het is een eenvoudige voorstelling van tijd. Snel en oppervlakkig tegenover traag en diep. Neen, niet tegenover maar met elkaar:
“De cultus van de horizontale en technische tijd stelt ons niet zozeer voor de vraag of het allemaal trager moet, maar of wij in staat zijn om volgens spirituele tijden te leven en of wij voelen hoe essentieel het voor ons leven is dat we horizontale en verticale tijden elkaar laten ontmoeten. De tijd lijkt zowel op een opgewonden jongeman als een grijsaard die aan de oever van de rivier zit”
Het gaat volgens de schrijfster over balans en variatie naargelang de activiteiten. Op je horloge kunnen kijken, vaart maken als het moet, maar er ook zijn voor anderen, overdenken en spirituele tijd hebben.
Kwali-tijd
Voor Steven Poelmans is kwalitijd het optimaliseren van je tijd in termen van efficiëntie, en belangrijker nog, in termen van geluk, zowel voor jezelf als voor degene die je dierbaar zijn, binnen de grenzen van je levensbestemming, doelstelling en prioriteiten. Hierbij is het ook belangrijk om te wachten op het juiste moment. Problemen en discussies steken de kop op omdat we niet het geduld hebben om te wachten op het juiste moment. Gewoon niets doen, in gedachten verzonken zijn en deze vrij te verkennen is beter voor onze zenuwen dan gelijk welk kalmeringsmiddel. Af en toe naar het vuur in de open haard kijken terwijl het buiten sneeuwt of hagelt, zorgt voor rust. Ook een hazenslaapje na het eten of een powernap zoals het ook nog genoemd wordt, kan wonderen doen.
Reken af met tijdrovers op school
De leraarskamer gonst vaak van de klachten over werkdruk, maar veel kostbare tijd lekt weg in inefficiënte vergaderingen en administratieve ruis. Het aanpakken van tijdrovers is geen kwestie van harder werken, maar van radicale keuzes durven maken in wat we níét meer doen. Ontdek hoe je door kritisch te kijken naar routineuze processen de broodnodige ademruimte creëert voor wat er werkelijk toe doet: de kwalitatieve interactie met de leerling.
Tijdens het schooljaar lopen elke ochtend en avond veel mensen door de schoolpoort. Ongemerkt glippen er telkens enkele dieven mee. Zij zijn niet uit op materieel gewin, het gaat hen onze tijd. Brutaal en ongemaskerd sluipen ze dagelijks binnen. Waar zijn ze op uit? Zoveel mogelijk werkuren stelen. En dat lukt ze prima. Hoewel iedereen ze kent, mogen ze op veel plaatsen gewoon hun gang blijven gaan. Nochtans hebben we allemaal tijd te kort en worden we dagelijks door de tijd ingehaald. Bovendien hebben deze tijdrovers ook een negatieve impact op ons welbevinden. Tijdrovers zijn immers meedogenloos en verslavend. En het zijn broertjes van elkaar. De eerste letter van hun naam begint met een m en ze roven ook graag samen tijd.
Drawify illustratie
Tijdrover 1: Multitasking
Af en toe horen we tijdens begeleidingen leraren zeggen dat zij wel kunnen multitasken. En niet kort daarna iemand die zegt dat vrouwen dat wel kunnen. Een mythe. Je kunt wel autorijden en ondertussen aan iets denken. Dat lukt omdat we het autorijden hebben geautomatiseerd en ons denkend brein - bij rustig verkeer - beschikbaar is. Tegelijkertijd aan twee dingen denken, lukt niemand. En toch blijven velen het dagelijks proberen. Multitasken leidt tot veel concentratieverlies en belast je brein intensief waardoor je snel moe wordt en je productiviteit fel zakt.
Drawify illustratie
Tips
Werk je taken na elkaar af. Weersta aan de drang om van hier naar daar te flippen.
Zorg dat enkel ziet of hoort wat je nodig hebt. Neem verleidingen weg en ontloop stoorzenders
Richt bewust je aandacht en ban aanlokkelijke nevengedachten
Zet jezelf een tijdsdoel voor een werkstuk dat je af wil hebben
Beloon jezelf na het singletasken
Tijdrover 2: Mail
We mailen ons te pletter. Voor je het weet, besteed je een halve dagtaak aan het lezen en beantwoorden van mails. Er zijn nog altijd veel mensen die een lege inbox willen hebben. Dat kan voordelen hebben maar het kost ons veel tijd en het is vaak dweilen met de kraan open.
Drawify illustratie
Tips
Voorzie tweemaal per dag een tijdsblok waarin je mails beantwoordt
Sluit je mailbox steeds af na gebruik
Gun jezelf max x minuten mailtijd per dag. Analyseer je huidig aantal minuten en zet wekelijks een scherper doel
Reduceer het aantal mails per dag en verminder het aantal lijnen per mail
Laat je mails in cc in een aparte folder binnenkomen en bekijk die twee keer per week
Laat je mails die je verzendt enkele minuten in je ‘postvak uit’ waarna ze automatisch verzonden worden. Zo kun je nog correcties doen
Tijdrover 3: Meetings
Te veel. Te lang. Niet voorbereid. Niet efficiënt. Geen agenda. Geen verslag: vergaderingen, we kennen ze allemaal. En toch blijven we eraan deelnemen. En ja, we hebben natuurlijk onze laptop mee zodat we ons kunnen bezighouden met de vorige tijdrover terwijl de directeur of een collega aan het woord is. Als je bij online meetings je video en je microfoon afzet, lukt dit je vast ook.
Drawify illustratie
Tips
Halveer de vergadertijd of verminder de frequentie.
Check of iedereen (de hele tijd) aanwezig moet zijn
Installeer een nieuwe regel: iedereen mag de meeting verlaten als het niet meer interessant is
Vergader af en toe staand
Voorzie een ‘bullshit’ knop. Als iemand te lang aan het woord is, kun je daar op drukken
https://www.pilz.com/nl-BE
Tijdrover 4: Minuutje?
Meestal vragen mensen het niet eens. Ze onderbreken je zomaar. Probeer in de gemiddelde leraarskamer – meestal ingericht als landschapsbureau – maar eens te werken. Je moet al een geoefende mediterende monnik zijn om je in een dergelijke omgeving te kunnen focussen. Er loopt wel altijd iemand langs of er komt een whatsappje binnen. En ben je dan toch even geconcentreerd aan het werk, dan komen enkele collega’s in jouw buurt een mini-vergadering houden.
TIPS
Voorzie in stilleruimtes of vergaderboxen of zoek een plek waar je rustig kunt werken.
Durf pratende mensen erop aan te spreken om hun gesprekken in een afgesloten ruimte verder te zetten.
Zet je pop-ups af. Zorg dat je een tijdje onvindbaar bent
Plaats een bordje ‘niet storen’ of zet een koptelefoon op
Tijdrover 5: Multimedia
Zo sociaal zijn ze vaak niet. Ze kunnen je lang bezig houden waardoor je nadien je werk mag inhalen. Eens je er aan begint, kun je erin verdwalen. Voor je het weet is er een uur voorbij. Of je gaat toch gauw nog eens checken hoeveel likes je intussen op je meest recente post hebt.
Drawify illustratie
TIPS
Leg je smartphone weg of zet hem op stil.
Voorzie een telefoontas in vergaderruimtes
Plan je sociale mediamomenten in, bijvoorbeeld als beloning na een flink stuk werk.
Sluit al je sociale media vensters en schakel pop-up’s uit
Neem je GSM niet mee naar toilet
Tijdrover 6: Matig plannen
Ook deze tijdrover kan gigantisch veel tijd stelen. Heel wat mensen brengen geen of weinig structuur aan in hun werk. Of ze beschikken over geen goede tool. Daarnaast leert onderzoek dat we te optimistisch zijn in onze planning.
Drawify illustratie
TIPS
Plan lege ruimte in je agenda in. Vermom het desnoods als een taak
Voorzie blokken van tijd om geconcentreerd te werken
Verzamel alle informatie voor je begint
Overschat de benodigde tijd voor een taak met een factor twee
Verdeel je werk in vier categorieën (dringend, onbelangrijk, niet dringend, belangrijk). Spendeer meer tijd aan niet dringende, belangrijke taken
Gedragsverandering
Deze tijdrovers aanpakken, vergt een gedragswijziging. En dat is niet eenvoudig. Veel mensen blijven vaak in intenties steken en vallen snel terug op hun vroegere gewoontes. Om voorgoed af te rekenen met tijdrovers zal je bovenstaande en andere tips minstens 21 dagen moeten volhouden (sommige onderzoeken spreken over 63 dagen), dan pas worden het nieuwe gewoontes.
Hulp nodig?
Wil je de tijdrovers in je school eens en voorgoed uitschakelen? Dit kan via een begeleidingstraject op maat. Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met Dirk (dirkdeboe@edunext.be - 0474/949448).
Hoeveel procent van je tijd werk je in je school en hoeveel procent aan je school?
De tirannie van de dringende taak houdt veel directies gevangen in het operationele 'in' de school werken. Maar wie neemt de tijd om 'aan' de school te bouwen? Dit artikel fileert de gevaarlijke onbalans tussen brandjes blussen en strategisch visionair leiderschap. Een prikkelende uitnodiging om je eigen agenda onder de loep te leggen: investeer je in het overleven van vandaag, of in het bestaansrecht van je school voor de komende tien jaar?
Tijdens onze begeleidingen durven we aan directies, beleidsmedewerkers en coördinatoren de vraag stellen hoeveel van hun tijd ze in hun school en aan hun school werken. Daarna vragen we wat voor hen de ideale verdeling zou zijn. En wat ze dan nodig hebben om de balans te verbeteren. De eerste twee vragen beantwoorden ze vlot, de derde vraag is lastig. We horen toch wel straffe percentages. Zo zijn er veel directies die 90% van hun tijd in hun school werken en slechts 10% aan hun school. En die niet meteen zien hoe ze uit die vicieuze cirkel raken. Nochtans is het in een context van ingrijpende veranderingen - zoals in het onderwijs vandaag - nodig om voldoende tijd te besteden om aan je school te werken. In hun boek Navigate zeggen Philippe Bailleur en Annette Meulmeester dat leidinggevenden de helft van hun tijd aan de organisatie zouden moeten kunnen werken. Maar wat verstaan we nu onder beide begrippen?
In en aan je school werken
Activiteiten waarbij je ‘in je school’ werkt, kunnen de volgende zijn:
- Roosters van leraren maken, vervangingen regelen en zorgen dat lessen kunnen doorgaan
- Klachten of storingen snel oplossen of aanpassingen doorvoeren ten gevolge van een incident
- Personeelsvergadering voorbereiden en voorzitten
- Zorgen voor invulling van pedagogische studiedagen en andere activiteiten op school
- Bijwonen van vakvergaderingen en klassenraden
- Gesprekken met ouders, leerlingen, CLB, leersteuncentrum en ouderraad
- Schoolbestuur informeren en vergaderingen bijwonen
- Verbouwing of infrastructuurwerken opvolgen
Onder ‘aan de school’ werken, kunnen volgende activiteiten vallen:
- Trends en uitdagingen vertalen naar de eigen schoolcontext en er betekenis aan geven
- Werken aan een gedragen lange termijn toekomstplan
- Een gedegen H.R. beleid op school uitwerken en realiseren
- Weerkerende problemen en klachten in de kern oplossen
- Structureel overlegtijd creëren voor teamleden
- Zorgen voor performante processen en systemen
- Autonomie en zelfsturing in het schoolteam stimuleren
- Deel uit maken van een lerend netwerk
“Maak gedurende een maand een overzicht van je belangrijkste activiteiten en classificeer ze daarna in ‘in je school werken’ en ‘aan je school werken’. ”
Zowel ‘in je school’ als ‘aan je school’ werken zijn nodig. Ze beïnvloeden elkaar trouwens wederzijds en continu. Door gericht ‘aan je school’ te werken, kan ‘in je school’ werken vergemakkelijken. Door efficiënter ‘in je school’ te werken, krijg je meer ruimte om ‘aan je school’ te werken. ‘Aan je school’ werken is investeren op lange termijn om er daarna plezier aan te hebben tijdens de dagelijkse werking van je school. Zo doorbreek je die vicieuze cirkel.
Niet enkel voor directies, coördinatoren of beleidsmedewerkers!
Het is voor een school gezond en nodig dat alle teamleden meedenken en meewerken aan haar toekomst. Maar nog veel leraren zien ‘aan je school werken’ als een taak voor de directie. Terwijl hun eigen motivatie en zingeving nochtans afhangt van het mee vorm kunnen geven aan hun werk en werkomgeving. Dit vergt een omslag in hun denken en in de cultuur van de school. Zodat op een bepaald moment alle collega’s ‘aan de school werken’ als even waardevol aanzien en dit als een taak van iedereen beschouwen, ook al verschillen de percentages tussen een leraar en een directeur natuurlijk. Het is belangrijk dat het besef groeit dat je samen verantwoordelijk bent voor het uitbouwen van de school. Hierover individueel en gezamenlijk in gesprek gaan is een eerste stap. En samen nadenken over hoe je dat gaat vormgeven.
Het betekent ook dat je een structuur maakt waarin ‘aan de school’ werken mogelijk wordt. Als het er eventjes bijkomt als een werkgroepje over de middag, dan zal dat wellicht van korte duur zijn of weinig opleveren. Het maakt dat je structureel tijd zal moeten creëren bij het hele team, niet alleen bij directie, beleidsmedewerkers en coördinatoren. En dat je samen tot een visie komt van wat dat ‘aan de school werken’ dan precies inhoudt. Waar willen we over drie jaar zijn? Hoe creëer je een school die duurzaam en persoonsonafhankelijk om kan gaan met nieuwe uitdagingen? En samen nadenken over de noden van leerlingen, ouders en leraren, over nieuwe ontwikkelingen en er betekenis aan geven. Of met een aantal collega’s reflecteren over een inspirerend onderwijsboek, bij de schoolburen gaan gluren en mogelijke toekomstscenario’s bedenken.
Systemische aanpak NODIG
Nog te vaak is de werklast gebaseerd op ‘in de school’- activiteiten. Werken ‘aan de school’ komt er dan bovenop. Bij het denken over werken ‘in en aan je school’, kom je ontegensprekelijk uit bij de taken en rollen van de teamleden. Door deze anders te gaan verdelen, hen daarbij intensief te betrekken en te zorgen dat hun taken in lijn zijn met hun competenties, ervaring en talenten, zorg je voor motivatie, efficiëntie en teamgeest. Een ander belangrijk element is de manier waarop je op school besluiten neemt. Hebben mensen die nadien met de besluiten geconfronteerd worden, voldoende impact op de manier waarop ze tot stand komen? Hoe maak je het besluitvormingsproces inclusiever? Dat brengt je dan weer bij het verbreden van het leiderschap in de school. Zorgen dat meer collega’s initiatief (kunnen) nemen en ondernemerschap vertonen. Of misschien is het nodig om de (vak)vergaderingen en klassenraden anders en efficiënter te organiseren? Dat kan dan weer kan leiden tot gericht inzetten op procescoaching. En wellicht heb je een kernteam nodig om het voortouw te nemen bij het ‘aan je school’ werken. Er zijn dus heel wat elementen die op elkaar inhaken. Om dit complexe samenspel van elementen eenvoudiger voor te stellen, heeft EduNext het vierledig transformatierad ontwikkeld:
Daarbij zie je – van buiten naar binnen – de elementen die bepalend zijn voor de processen, de schoolcultuur en de competenties van het lerarenteam. Om zo tot een nieuw pedagogisch concept te komen dat een antwoord biedt op de uitdagingen waar de school voor staat. En helemaal centraal in het vierledig transformatierad staat de leerling.
“In welke mate worden onze leerlingen hier beter van?”
Dus je kan het transformatierad ook van binnen naar buiten doorlopen. Starten met het pedagogische en samen tot leidende pedagogische principes komen om daarna in te zetten op de andere kringen.
Hoe bekom je nu een betere balans ‘in’ en ‘aan’ je school werken?
Misschien hebben jullie in jullie school de behoefte om gerichter en duurzamer ‘aan je school’ te kunnen werken. Wil je hierover een vrijblijvend gesprek? Neem contact op met Dirk (dirkdeboe@edunext.be of 0474/949448).
Tien ontwikkelingen in de maatschappij met grote impact op het onderwijs
De wereld buiten de schoolmuren raast voort, maar hoe vertalen we maatschappelijke aardbevingen naar de klaspraktijk? Van demografische verschuivingen tot de technologische revolutie: deze tien trends zijn geen verre toekomstmuziek, maar bepalen vandaag al de leerbehoeftes van onze jongeren. Een noodzakelijke realitycheck voor elk schoolteam dat relevant wil blijven in een tijdperk waarin de enige constante de verandering zelf is.
Enkele weken terug vroeg het beleidsteam van de Vives lerarenopleiding ons om hen via een workshop een overzicht te geven van belangrijke onderwijstrends zodat ze zich daar nog beter op kunnen voorbereiden. We zijn geen trendwatchers maar namen deze uitdaging toch graag op. In deze blog vind je enkele ontwikkelingen in de maatschappij die het onderwijs sterk beïnvloeden. Van geen enkele trend afzonderlijk schrik je wellicht. Maar de combinatie van deze ontwikkelingen kunnen veel impact hebben.
Demografische ontwikkelingen
Onze bevolking wordt gemiddeld ouder en meer divers. Dat betekent dat mensen in de toekomst langer zullen moeten werken en zich meer dan vroeger regelmatig zullen moeten om- en bijscholen. Dat impliceert dat ze op school de vaardigheid leren om autonoom en levenslang te leren. Daarnaast zullen scholen nog meer moeten inzetten op de realisatie van gelijke onderwijskansen zodat mensen met een migratieachtergrond succesvol kunnen integreren. Andere en complexere gezins- en samenlevingsvormen zorgen ervoor dat steeds meer kinderen groot worden in gezinnen met een alleenstaande ouder of in nieuw samengestelde gezinnen. Dat zorgt voor een andere communicatie tussen de school- en thuisomgeving. Dat is trouwens voor scholen met veel leerlingen uit kansarme gezinnen of die een andere thuistaal spreken nu al een uitdaging. Positief gebruik maken van de meertaligheid en de diversiteit van leerlingen is een uitdaging en tegelijk een kans voor scholen.
“Hoe zorgen we ervoor dat we alle leerlingen dezelfde slaagkansen geven, ongeacht hun socio-economische achtergrond?”
Inclusie
Elk land in Europa doet het beter op vlak van inclusie dan België. We staan dan ook het meest onderaan in de rangschikking van inclusieve maatschappijen. Het zorgcontinuüm in onderwijs kan zorgen voor eilanden waardoor leerlingen in sommige scholen (te) gemakkelijk doorgeschoven worden naar het CLB en het leersteuncentrum. Er zijn geen exacte cijfers maar bij vermoedelijk de helft van de leerlingen die momenteel via leersteuncentra ondersteund worden, gaat het over basiszorg die de school zelf kan opnemen. Het is een belangrijke oefening voor scholen om dit te bestuderen en te kijken wat nodig is om dit zelf te kunnen. Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent/onderzoeker aan de AP Hogeschool geeft in deze blog inspiratie: hoe maken we proactief de stap van integratiedenken naar inclusiedenken?
“Hoe kunnen we ons lerarenteam competenter maken in handelingsgericht werken en UDL? ”
Tijds- en plaatsonafhankelijk leren
Tijdens Covid hebben scholen de mogelijkheden van afstandsleren gezien. Opeens moest het. Met alle uitdagingen en moeilijkheden die daarbij kwamen kijken. Contactonderwijs blijft ontzettend belangrijk maar af en toe afstandsonderwijs kan ervoor zorgen dat leerlingen leren om zelfstandiger te werken en dat leraren ondertussen samen kunnen overleggen en professionaliseren. Je moet het dan wel goed voorbereiden en uitvoeren. Daarbij kan het een idee zijn om te vertrekken vanuit de klas. In plaats van de leerlingen naar huis te sturen, zou je het afstandsleren in de klas zelf kunnen simuleren. Keer na keer zou je de afstand tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en leraren fysiek kunnen vergroten. Het zou een uitdaging zijn om weinig in te boeten aan communicatie. Stap per stap zou je kunnen kijken hoe leerlingen en leraren hun ‘fysieke’ interacties kunnen reduceren tot ze het ook vanop afstand beheersen. Je zou week na week kunnen evalueren en bijsturen. Tot de leerlingen af en toe volledig zelfstandig kunnen werken met leraren die aan het overleggen zijn in de ruimte ernaast. Zo zorgen we ervoor dat kinderen die thuis geen accommodatie hebben om goed te studeren ook autonomer kunnen leren werken. Voor scholen die weinig plaats hebben, kan het een optie zijn om een samenwerking met een bedrijf op te zetten. Heel wat kantoorruimte in de industrie en dienstensector staat een deel van de week leeg omdat in de meeste sectoren mensen twee tot drie dagen in de week thuis werken. Daarbij benadrukken we dat sterke en voldoende instructies ook in de toekomst een basis blijven vormen van goed onderwijs.
“Hoe richten wij onze leerprocessen in de fysieke en digitale leeromgeving in zodat leerlingen en leraren tijds- en plaatsonafhankelijk kunnen leren en werken?”
Adaptief leren
Adaptieve leeromgevingen zijn leeromgevingen die rekening houden met de verschillen tussen leerlingen en die zich aan elke leerling (niveau, interesses en voorkeuren) afzonderlijk aanpassen. Daarbij gebeuren de aanpassingen op het moment zelf en worden ze steeds bijgestuurd. Leerlingen Via programma’s als Snappet of Eduten maken leerlingen oefeningen. Afhankelijk van zijn of haar prestatie krijgen ze daarna aangepaste oefeningen of instructies. Zo kunnen ook leerlingen die het moeilijker hebben met de leerstof succeservaringen hebben. En de leraar heeft via zijn digitale assistent een dashboard ter beschikking waardoor hij gerichter kan coachen.
Andere mogelijkheden voor adaptief leren zijn videocoaching waarbij leraren toestemming geven om gefilmd te worden en de beelden samen met hun coach bekijken om ervan te leren. In de lerarenopleiding van PXL Hogeschool staan overal camera’s en microfoons. Die staan in verbinding met een visiesysteem dat de beelden streamt naar de lokalen ernaast of die opneemt voor gebruik in afstands- of avondonderwijs. (Toekomstige) leraren kunnen er ook live of in uitgesteld relais leren van andere onderwijzers. Ze kunnen observeren hoe leerlingen reageren op bepaalde werkvormen of instructies en zichzelf gadeslaan.
PXL lerarenopleiding Hasselt
We moeten daarbij ook opletten om hierin niet te overdrijven. De Chinese hogeschool Hangzhou No. 11 past gezichtsherkenning toe en scant elke 30 seconden het gedrag van de studenten in het klaslokaal. Jan Masschelein en Maarten Simons waarschuwen in het boek De leerlingen centraal in het onderwijs - grenzen aan personalisering terecht voor het creëren van een nieuwe onderwijsfabriek. In PXL kregen deze lokalen niet toevallig de namen Huxley en Orwell, auteurs van toekomstromans 1984 en Brave New World.
Daarnaast verwachten we ook een verdere opmars van educatieve games. Vlaanderen zet daarin ook zijn eerste stappen. Onlangs mochten we een paar initiatieven aanschouwen op het OMG festival in Kortrijk.
“Hoe zorgen we ervoor dat we niet doorslaan in adaptief leren en zo als school een nieuwe fabriek worden?”
Artificiële intelligentie
We vroegen Chat GPT wat de belangrijkste onderwijstrends zijn (zonder door te vragen):
Er zijn veel trends in het onderwijs die de komende jaren belangrijk zullen zijn. Een van de belangrijkste trends is de integratie van technologie in het klaslokaal. Dit omvat bijvoorbeeld het gebruik van tablets, educatieve apps en online platforms om het leren te verbeteren.
Een andere belangrijke trend is gepersonaliseerd leren, waarbij de onderwijservaring wordt aangepast aan de individuele behoeften en interesses van elke leerling. Dit kan worden bereikt door middel van adaptieve leertechnologieën, projectmatig leren en andere innovatieve lesmethoden.
Daarnaast is er een groeiende belangstelling voor sociale en emotionele vaardigheden en welzijn in het onderwijs. Dit omvat bijvoorbeeld mindfulness-oefeningen, positieve psychologie en initiatieven om pesten te verminderen.
Tot slot is er ook veel aandacht voor het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, communicatie en samenwerking.
We vallen niet achterover van dit antwoord maar mits onze vragen wat duidelijker te stellen was het wellicht toch meer bruikbaar geweest. Het wordt voor het onderwijs een uitdaging om te zorgen dat leerlingen dit gebruiken als hulpmiddel bij het leren en niet om te plagiëren. De eerste processen zijn al bezig en waarschijnlijk volgen er nog heel wat. Minder gemotiveerde studenten zullen steeds creatiever worden. Daarom juist is het belangrijk om hen te motiveren om Chat GPT als bronmateriaal te gebruiken om vandaaruit verder te onderzoeken en te exploreren.
Daarnaast zal het van leraren en leerlingen ook ethische competenties vergen en is het belangrijk dat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan leren omgaan met ethische dilemma’s.
“Hoe maken wij onze leraren en studenten vaardig om in te schatten hoe waarheidsgetrouw informatie, beelden of video’s zijn?”
Tweedeling in de maatschappij
Er is momenteel een groeiende polarisatie in onze maatschappij op allerlei vlakken (sociaal, politiek, financieel …). Daarbij kunnen er ‘kampen’ ontstaan. Dat zie je ook in onderwijsvernieuwing. Je bent een sterk voorstander van cognitief onderwijs of je bent voor ervaringsgericht onderwijs. Het is kennis ontwikkelen of vaardigheden oefenen. Alsof er geen gulden middenweg bestaat die beide combineert. Het gevaar van polarisatie bestaat erin dat beide groepen zich te weinig (kunnen) inleven in het standpunt van de ander waardoor er intolerantie kan ontstaan. Dit fenomeen kan in de toekomst nog sterker worden, zeker onder invloed van sociale media bubbels en echokamers. Op een bepaald moment lopen leerlingen en ook wijzelf het risico om alleen nog met gelijkgezinden te praten. Het is belangrijk om respect te hebben voor een andere mening en te blijven in dialoog gaan. Het is bijvoorbeeld goed om leerlingen (en leraren) te laten nadenken over hoe ze reageren op een idee waar ze het volledig mee oneens zijn. Of hoe ze hun oordeel kunnen uitstellen wanneer iemand een gedurfd idee oppert. Maar ook hoe ze een nieuw midden en evenwicht kunnen vinden en uitersten leren verbinden.
“Hoe leren wij onze leerlingen om ook aandacht te hebben voor extreme, andere of tegengestelde meningen? ”
Technologische revolutie
In de publicatie ‘De robot de baas’ van de Amsterdam University Press heeft Casper Thomas het over onderwijs in de robotsamenleving. De hypothese is dat arbeid op grote schaal vervangen zal worden door machines waarbij niemand nog veilig is. Ook hoogopgeleiden lopen gevaar. Hun diploma maakt hen niet langer onmisbaar omdat een robot op termijn ook niet-routiniseerbaar werk zal kunnen doen en sterker wordt in het vermogen om te analyseren en te denken. Toch worstelen robots nog met enkele obstakels: werk dat creativiteit vergt, het bedenken van nieuwe ideeën, sociale interactie en empathie. In deze gebieden kan de mens het verschil maken. Stel dat we onderwijs puur als voorbereiding op arbeid zouden beschouwen, dan moeten we jongeren opleiden in vaardigheden die computers niet aankunnen. De man-machine interface wordt krachtiger dan de slimste mens of de meest intelligente robot. Daarbij doet de mens ook taken of neemt hij beslissingen die we om ethische reden niet aan de robot willen overlaten.
Natuurlijk gaat onderwijs verder dan jongeren klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Het gaat ook over Bildung, het breed vormen van de gehele persoon op zoek naar zelfontplooiing, het ontwikkelen van waarden, normen, verantwoordelijkheid en actief burgerschap, in relatie tot andere mensen. Het verwerven van denkvaardigheden, een levensbeschouwelijke visie en persoonlijkheid. Daarom is er naast technologie ook tijd nodig voor nieuwsgierigheid, verwondering, reflectie en filosofie. We zullen in de toekomst dan ook regelmatig aandacht moeten hebben voor curriculumvernieuwing. Voldoende aandacht blijven houden voor basisvakken als lezen, rekenen en schrijven en toch tijd voor identiteitsontwikkeling, inzicht in jezelf en persoonsvorming. Daarbij mag het belang van kunst, sport, zingeving en filosofie niet onderschat worden.
“Hoe stimuleren we vaardigheden als creatief denken, empathie, design, metavaardigheden en systeemdenken bij onze leerlingen? (en ook bij onze leraren en directies?)”
Datagedreven onderwijs
Elke school zit op een berg data, nog weinig scholen gebruiken die om hun beleid mee aan te sturen. Uiteraard is buikgevoel belangrijk maar data kunnen je helpen om onderbouwd een bepaalde koers te varen. Hoe contextualiseer je ruwe data zodat je er bruikbare informatie mee bekomt? Hoe kun je patronen ontdekken in de gegevens en zo inzichten ontwikkelen of mogelijke oplossingsrichtingen en acties bedenken?
De Vlaamse inspectie reikt scholen met de datawijzers een interessant instrument aan. Anderzijds hebben inspecteurs niet de tijd om scholen daarbij ook uitgebreid te coachen. Vanuit EduNext speuren we dan ook naar sterke praktijkvoorbeelden waar andere scholen kunnen van leren. Zo zal basisschool Louis Paul Boon in Erembodegem volgend jaar op Sett Vlaanderen een podium krijgen om te tonen hoe zij data deskundig aanwenden op school. Ken je nog sterke voorbeelden? => stuur ze naar dirk@dirkdeboe.be, dan verspreiden wij ze graag verder.
Het is ook belangrijk om data doordacht en breed te gebruiken. Om eerst te kijken waar je met je school naartoe wil en deze visie in concrete doelstellingen te vertalen. Vanuit deze doelstellingen kun je dan bepalen welke data je gaat verzamelen om daar dan in de toekomst op te sturen. Dat zijn best zowel kwantitatieve data over hoe leerlingen leren, demografische gegevens en schoolprocessen als kwalitatieve gegevens en percepties over hoe de onderwijskwaliteit op school evolueert.
“Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren gebruik maken van data om hun onderwijspraktijk verder te versterken?”
Nood aan (veel) leraren
Elke sector heeft nood aan nieuwe werkkrachten en vindt ze moeilijker en moeilijker. Ook heel wat scholen hebben vandaag te maken met een tekort aan leraren en in de toekomst kan dit nog groter worden. Heel wat leraren zullen immers in pensioen gaan terwijl het aantal leerlingen blijft toenemen. Aangezien we niet verwachten dat het aantal studenten aan de lerarenopleiding spectaculair zal toenemen en er ook heel wat leraren vroegtijdig het onderwijs verlaten, dreigt het tekort in de toekomst nog groter te worden. Gelukkig zijn er heel wat zij-instromers maar zij missen in eerste instantie vaak nog de didactische kwalificaties of weten niet hoe ze een goed klasmanagement voor elkaar krijgen. Initiatieven zoals Teach for Belgium waarbij gemotiveerde zijinstromers pedagogisch en organisatorisch sterk ondersteund worden, mogen wat ons betreft flink uitgebreid worden. Daarnaast zijn we allemaal onderwijsambassadeurs, niet alleen Evy Geysels. En sterke onderwijsverhalen verdienen nog meer een podium. Het zal ook belangrijk zijn om nieuwe leraren voldoende te coachen en te ondersteunen en kansen te geven zodat ze zich kunnen doorzetten en in het onderwijs blijven.
We denken dat een aantrekkelijk pedagogisch concept waarin je als leraar autonomie krijgt, betrokken bent en steeds mag bijleren een voordeel zal zijn in de toekomst. Leraren kunnen nu al kiezen uit meerdere jobs en zullen dat in de toekomst nog meer kunnen doen. Het komt er op aan om als school attractief te zijn. Een gemeenschappelijke en uitdagende onderwijsvisie, een wervend pedagogisch project en een schoolteam dat aan elkaar hangt, zijn daarbij enorme troeven.
“Hoe kunnen we samen nog meer ambassadeur zijn van het lerarenberoep?”
Gezondheid
Laatste ontwikkeling en veruit het belangrijkste in ons leven. Jammer genoeg stellen we een groeiend aantal gezondheidsproblemen voor in onze maatschappij, in het bijzonder bij onze leerlingen, leraren en directies. Depressie, stress en burn-out kunnen wijzen op het feit dat de druk op onderwijsprofessionals de jongste jaren groter is geworden en dat de huidige manier van onderwijs organiseren niet meer toereikend is om deskundig en haalbaar om te gaan met uitdagingen zoals digitalisering, meertaligheid, verschillende startsituaties van leerlingen en kinderen met een beperking of moeilijk gedrag. Niets wijst erop dat de huidige situatie snel zal verbeteren. De vorige trend draagt daar ook niet aan bij. In team lesgeven dringt zich op. Zo kun je het werk evenwichtiger verdelen, elkaar beter ondersteunen, van elkaar leren en elkaars talenten complementair inzetten. Daarnaast kan samen lesgeven ook beter zijn voor heel wat leerlingen die kampen met psychische problemen. Het maakt individuele coaching immers meer haalbaar. Door ook in te zetten op sociaal leren, kan ook de leerling te hulp schieten en andere leerlingen verder helpen. Doordat leerlingen leren om eigenaarschap over hun leren te nemen en zo ook zelfstandiger leren werken, kunnen ze ook leraren ontlasten.
“Hoe zorgen we voor een goede fysieke, mentale, emotionele, spirituele en sociale balans bij onze leerlingen en leraren?”
Ondersteuning nodig?
Wil je voor een school een nieuw pedagogisch concept bedenken en/of implementeren zodat je school beter bestand is tegen deze ontwikkelingen? EduNext heeft daarvoor meerdere mogelijkheden (meerjarig traject, deeltraject, Masterclass, Transformatiescan, workshops of intervisies). Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met anboone@edunext.be of bel An op 0472344976.
Het gebruik van groeitaal, een krachtige hefboom voor verandering
De woorden die we gebruiken in de leraarskamer en in de klas bepalen de grenzen van wat we voor mogelijk houden. Groeitaal is meer dan een set positieve woorden; het is een instrument om een mindset van potentieel te installeren. Door de focus te verleggen van wat niet lukt naar wat nog kan worden geleerd, verandert de hele dynamiek in een school. Ontdek hoe een bewuste taalkeuze een cultuur van angst kan ombuigen naar een cultuur van onbegrensde groei.
De manier waarop sommige politici over onderwijs spreken, doet onze haren te berge rijzen. Ze hebben het over de lat die hoger moet, het niveau dat moet opgekrikt worden of leerlingen die moeten worden bijgespijkerd. Het zijn nochtans mensen die willen dat leerlingen het Nederlands goed beheersen maar die zelf qua taalgebruik niet altijd uitblinken. Het is taal die uitgaat van een kloof tot iets dat moet bereikt worden, van een afstand tot een norm. Het is vaak harde taal die uitgaat van een negatieve startsituatie en die voor de ontvanger kwetsend over komt. Gelukkig zijn er weinig onderwijsprofessionals die op die manier over hun leerlingen of collega’s spreken. Toch kunnen we daar allemaal nog stappen in zetten. Het ‘meerdere-mindere’-model kregen we immers van kindsbeen mee. We leerden ons in een meerdere positie te plaatsen ten opzichte van de ander, waardoor die in een mindere positie terechtkomt. En dat uit zich in ons taalgebruik. Het vergt elke dag inspanningen om vanuit een evenwaardig perspectief te communiceren. En ook al zijn we overtuigd van een groeimindset, onze woordkeuze volgt niet altijd. Communiceren via groeitaal is een kunst. En het heeft veel impact op het gedrag van collega’s.
De magische woorden ‘nog’ en ‘al’
Een zin als ‘ik kan dit niet’ klinkt helemaal anders dan ‘ik kan dit nog niet’. In de laatste zin ga je ervan uit dat je het ooit wel gaat kunnen. Het is een kwestie van tijd en inzet eer het zover is. Het woord ‘al’ zet de stappen die je al hebt genomen in de verf en geeft je energie. Het zorgt dat je kunt verder bouwen op wat je al gerealiseerd hebt. Het zijn woorden die bij het coachen van leerlingen en leraren heel veel effect hebben. Als een leraar zegt: ‘ik kan dit niet’, kun je vragen: ‘Kun je dit niet of kun je dit nog niet?’ en ‘Wat heb je nodig om het te kunnen?’. Dat kan het aanleren van een vaardigheid zijn of misschien gewoon meer tijd. Het gesprek zo voeren alleen al zorgt voor begrip en voor een mogelijke verschuiving in het denken van die collega. Gebruik daarom taal die zich richt op mogelijkheden in plaats van beperkingen. Spreek eerder over kansen en voordelen die een verandering biedt en minder over problemen of beperkingen die ze met zich meebrengt. Focus eerder op wat je gaat doen en minder op wat je niet (meer) gaat doen. Als je bijvoorbeeld wil aangeven dat je niet gaat hervallen in de fouten van het verleden, kun je beter aangeven wat je in de toekomst anders gaat doen. Met een zin als ‘het is niet onze bedoeling om …’ rij je je meestal snel vast.
Denk negatief klinkende woorden om
Als je in een gesprek met een collega zegt dat je begrijpt dat hij in weerstand gaat, dan activeer je pas die zogenaamde weerstand. Niemand wordt immers graag op die manier aangesproken. Die collega vindt van zichzelf waarschijnlijk dat hij helemaal niet in weerstand gaat. Hij denkt daar gewoon anders over, heeft misschien nog meer argumenten nodig om de voorgestelde vernieuwing te omarmen of vraagt zich af of hij wel de vaardigheden heeft om het gewenste in de praktijk te brengen. Als je denkt in woorden als draagvlak of veerkracht, dan kijk je helemaal anders naar de situatie en vertrek je van het idee dat je samen inspanningen levert om achter een nieuw idee te gaan staan.
“Waarom niet een nieuw woord bedenken voor onze personeelsvergadering? Wie wordt graag behandeld als personeel?”
Ook kunnen bepaalde begrippen door omstandigheden een negatieve weerklank hebben gekregen. Stel dat je een project binnenklasdifferentiatie hebt gelopen en dat heeft niet de gewenste resultaten opgeleverd, dan kun je die term in de toekomst het best vermijden. Je kunt het dan bijvoorbeeld hebben over hoe elke leerling zo goed mogelijk haar of zijn leerdoelenstellingen kan realiseren.
Gebruik actieve en waarderende taal
Zinnen met ‘worden’ zetten niet aan tot beweging. En net die dynamiek heb je nodig tijdens een veranderingsproces. Maar ook werkwoorden en adjectieven vervangen door krachtigere alternatieven zoals ‘doen’, ‘leren’ en ‘ontwikkelen’ in plaats van ‘zijn’ hebben meer impact. ‘Zijn’ impliceert dat de situatie blijft zoals ze is. Vermijd ook zoveel mogelijk ‘men’. Dit maakt je communicatie zeer onpersoonlijk en wekt weinig energie op bij de toehoorder. Collega’s willen zich tijdens een veranderingstraject persoonlijk aangesproken worden. Gebruik daarom positieve en krachtige woorden die medewerkers motiveren en tot actie stimuleren. Op synoniemen.net vind je vaak betere alternatieven voor je eerste woordkeuze. Het is verstandig om belangrijke toespraken goed uit te schrijven en daarna eens te zoeken op ‘worden’, ‘men’, ‘zijn’ of ‘gaan’ en die eruit te halen. Of ze door collega’s laten lezen en je communicatie met hun feedback aanpassen. Bij mondelinge communicatie is het een kwestie van aandacht en oefening. Wat daarbij helpt, is niet te snel spreken of eerst goed nadenken voordat je reageert of over wat je wil zeggen. Het is belangrijk om je mening te uiten maar denk na hoe, tegen wie en in welke omstandigheden je dat doet. Leer de impact van je woorden inschatten. Je boodschap met mildheid en tact formuleren, ontdek je meestal in de loop der jaren.
“Als je het over kinderen met een andere thuistaal hebt die het Nederlands minder goed beheersen, zeg dan dat ze meertalig zijn in plaats van dat ze een taalachterstand hebben ”
Ga op zoek naar betekenis
Een verandering brengt emotie teweeg bij medewerkers. Ze gaan daarbij door een rouwcurve. Door het gebruik van groeitaal, kunt je hen helpen om de betekenis van de verandering voor zichzelf te ontdekken. Laat hen nadenken over wat de verandering voor hen inhoudt en hoe deze verandering hun persoonlijke ambities en die van hun leerlingen kan ondersteunen. Bijvoorbeeld door leren en ontwikkelen te benadrukken. Het veranderingstraject biedt een kans om nieuwe skills te leren en om als persoon te groeien. Tijdens een veranderingstraject heb je zeker rationele argumenten nodig maar het is vooral de emotie die zal zorgen voor de gewenste gedragsverandering. Je daarbij kwetsbaar opstellen en eerlijk zijn en dit via betekenisvolle communicatie ondersteunen, kan collega’s helpen om zelf ook hun gevoelens te durven delen.
Creativiteit en humor
Een taal gebruiken die mooier en creatiever is, die energie geeft of die poëtisch is. Woorden of zinnen ‘omdenken’, zodat ze beter klinken en meer effect hebben. Zo was er in Duitsland in een woud een mooi bord: ‘Voorbehouden voor reeën’. Er had evengoed ‘verboden toegang’ kunnen staan. Het eerste is verrassend en spreekt ons veel meer aan.
Foto - MPI ‘t Craeneveld Oudenaarde
“Kijk eens naar de website van je school en bedenk ideeën om wat humor en creativiteit toe te voegen”
Bedenk ideeënboosters
We hebben soms de neiging om te snel ‘ja maar’ te zeggen als we een nieuw idee aanhoren. We kennen waarschijnlijk allemaal idea killers zoals ‘dat past niet in het rooster’, ‘dat doen we allemaal al’, ‘dat wordt chaos in mijn klas’ of ‘dat mag niet van de inspectie’. Je kunt deze ook omdenken tot quotes die energie en goesting geven om uitgesproken ideeën een kans te geven.
“Maak eens posters met eigen ideeënboosters en hang die op in de leraarskamer en in vergaderlokalen”
Communiceer geweldig
Marshall Rosenberg zegt dat we als mensheid een taalprobleem hebben, omdat we getraind en opgevoed worden in een taal die ons leert om te analyseren en te veroordelen, en die ons wegleidt van onze behoeften. Daarom definieerde hij geweldloze communicatie als een bewustzijn om onze taal te ondersteunen zodat we ons helder en duidelijk kunnen uitdrukken en kunnen luisteren naar wat er echt toe doet. Om dat te illustreren gebruikt hij de metafoor van de giraf en de jakhals. De giraf omdat het een dier is met een groot hart dat goed kan luisteren. Bovendien is het een herbivoor en een van de meest vredevolle dieren. Hij kan door zijn lange nek ook goed het overzicht houden. De giraf zorgt voor verbondenheid en is gevoelsmatig. De jakhals is een roofdier dat resultaatgericht is, oordeelt, vergelijkt en controleert. Hij is zeer rationeel en durft agressie, manipulatie en macht te gebruiken. Rosenberg pleit voor een goede balans tussen de jakhals en de giraf zonder de jakhals voorrang te geven. De giraf kan de jakhals daarentegen helpen om zich op een verbonden manier te uiten waardoor die minder meedogenloos is en meer empathie vertoont. Rosenberg noemt dit geweldloze communicatie: een manier van interactie die het mogelijk maakt op vreedzame wijze informatie uit te wisselen en verschillen te overbruggen, waarbij menselijke waarden en behoeften centraal staan. Deze wijze van communiceren wil taalgebruik stimuleren dat tot wederzijds begrip leidt en woordkeuzes vermijden die mensen kwetst en in hun waarde aantast.
De manier waarop je communiceert, helpt je om als school je dromen en doelen te verwezenlijken. Door hier samen aandacht aan te besteden, zorg je voor een positief en motiverend klimaat en werk je aan een ondersteunende schoolcultuur die veranderingen vlotter mogelijk maakt.
Wil jij ook aan de slag met groeitaal?
Samen met je schoolteam creatief nadenken over het taalgebruik op je school en via een brainstorm concrete ideeën bedenken en visualiseren? Dat kan via een workshop out-of-the-box denken waarbij je samen met collega’s via enkele creativiteitstechnieken concrete ideeën voor je school of klas bedenkt. Contacteer hiervoor Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Misschien wel de grootste uitdaging tijdens een veranderingstraject Hoe krijg je iedereen mee?
De heilige graal van schoolinnovatie: 'iedereen mee krijgen'. Maar is dat wel een realistisch doel, of een rem op noodzakelijke vooruitgang? Dit artikel ontrafelt de dynamiek van groepsverandering en pleit voor een gedifferentieerde aanpak. In plaats van te wachten op de laatste twijfelaar, is het de kunst om kritische massa te creëren zonder de verbinding te verliezen. Een eerlijk gesprek over psychologie, tempo en het belang van psychologische veiligheid in een team.
Bij een veranderingstraject is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere proeftuinen lopen. Voor de collega’s die niet rechtstreeks bij deze innovaties betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.
Creeer draagvlak voordat je begint
1) Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie te veranderen. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie echter minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door vanuit trends te kijken hoe je leerlingeninstroom er over enkele jaren uit zal zien. Zo creëer je een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde urgentie zoals de Digisprong, een doorlichting of de modernisering. T
2) Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagde transformatie te komen zoals willen gaan voor één overkoepelend schoolproject en je schoolbestuur mee hebben. Daarnaast is het cruciaal om alle belanghebbende (leraren, leerlingen, ouders en coördinatoren) van in het begin te betrekken. En dat gaat ruimer dan informeren. Klim best enkele sporten hoger op de participatieladder. En als je het ernstig meent, zorg ook voor voldoende gezamenlijke werktijd voor het lerarenteam. Bijvoorbeeld door leerlingen enkele uren per week volledig zelfstandig te laten werken of een samenwerking opzetten met een VZW die af en toe een halve dag leertijd voor hun rekening neemt.
3) Breng een leidende coalitie op de been. Zoals een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als goede verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in dit team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een team van acht.
Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject
4) Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan x tijd later te eindigen bij het omarmen van het nieuwe.
Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross
Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, een aantal andere collega’s zullen daar meer tijd voor nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching nodig. Uiteraard zijn er op een bepaald moment grenzen aan acceptatie van weerstand.
5) Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar in een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of bij het binnen komen van de school zijn daarbij zeer geschikt. Laat het team zelf eens nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.
6) Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject definieer je een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je bijvoorbeeld de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal doel wil je die om de veertien dagen houden. Maar voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich de vaardigheden eigen te maken die je ervoor nodig hebt. Door zo bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.
Creëer draagvlak na het veranderingstraject
Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.
7) Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng eens de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. De voorwaarde hierbij is vertrouwen.
8) Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.
Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daar een plan van aanpak voor. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.
9) Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.
Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.
Wil je hier graag meer over weten?
Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school en in onze andere blogs. Tijdens onze masterclass transformatiecoaching is het creëren van voldoende draagvlak een centraal thema.
We gaan hierover met jou ook graag in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieontwikkeling of hoe belangrijk het ontwikkelen van teamvaardigheden is voor een geslaagde schooltransformatie
Het individuele nascholingsbudget van een leraar is een reliek uit een tijd waarin iedereen op zijn eigen eiland werkte. Echte schooltransformatie vraagt om een verschuiving naar collectieve competentieontwikkeling. Wanneer een team leert om als één organisme te functioneren, ontstaat er een synergie die het individuele vakmanschap overstijgt. Een analyse van de noodzakelijke omslag van 'mijn klas' naar 'onze school' en hoe teamvaardigheden de basis vormen voor elke innovatie.
De huidige uitdagingen in het onderwijs nopen directies en leraren om een nieuw pedagogisch concept te vinden. Daarbij ontstaan ideeën zoals leerlingen eigenaarschap geven over hun leren, in team lesgeven en het doorbreken van afremmende pedagogisch-didactische patronen. Het gebeurt dat enkele leraren het voortouw nemen om dit nieuw pedagogisch concept samen uit te proberen. Aangezien deze leraren veel goesting hebben, extra inspanningen doen en goed overeenkomen, is deze proeftuin in veel gevallen een succes. De moeilijkheid is om het daarna ook schoolbreed te implementeren. Dat dit niet altijd lukt, heeft met heel wat factoren te maken (lees er meer over in een andere blog). Eén belangrijk factor is de mate waarin de teamvaardigheden in het lerarenteam al dan niet sterk ontwikkeld zijn.
Vaak beschikken de innovatoren uit de proeftuin al over een aantal sterke competenties. Zowel op vlak van kennis, vaardigheden en attitudes, scoren ze bovengemiddeld. Dat geeft hun de wendbaarheid om met moeilijke situaties om te gaan, elkaar feedback te geven, elkaar te coachen, over hun functioneren te reflecteren en hun handelingen bij te sturen. Bij het uitbreiden van de proeftuin, lijken andere leraren, die nog niet over deze vaardigheden beschikken, in weerstand te gaan. Terwijl ze zich vaak nog niet competent genoeg voelen om het nieuw concept van hun collega’s te omarmen. De kans is groot dat ze snel zullen teruggrijpen naar het vroegere onderwijsmodel. Ook al weten ze dat het niet meer werkt.
Tijdens ons tweejarig Vlaio praktijkonderzoek, hebben we 28 directies geïnterviewd en hen gevraagd welke lerarencompetenties volgens hen belangrijk zijn tijdens een transformatie. Daarnaast deden we ook een uitgebreide literatuurstudie en leerden we via onze begeleidingen op de schoolvloer ook welke kennis, vaardigheden en attitudes leraren daarbij nodig hebben. We kwamen uit op volgende competenties:
Kenniscompetenties
Sommige scholen wachten voorlopig met een diepgaande transformatie omdat hun leraren nog niet over bepaalde basiscompetenties beschikken om gewoon al goed les te kunnen geven, laat staan dat ze dat volgens een nieuw pedagogisch concept zouden kunnen. Drie belangrijke kenniscompetenties voeden elkaar.
Didactisch handelen
De manier waarop de leerstof het best kan onderwezen worden. Zoals leerlingen in de zone van naaste ontwikkeling kunnen brengen, in staat zijn om verkorte instructies zonder kwaliteitsverlies te ontwerpen of vakoverstijgende leerinhouden slim kunnen samenstellen. Maar leraren moeten ook het metacognitieve niveau van hun handelen kunnen ontwikkelen. Aanvullend op hun lespraktijk kunnen reflecteren in welke mate het lesgeven heeft gewerkt en waarom. Daarop kunnen bijsturen en zo theoretische kennis contextualiseren en koppelen aan hun eigen lespraktijk.
“In welke mate beheersen onze collega’s de bouwstenen van effectieve didactiek?”
Breinvriendelijk leren
Stel dat je als leraar niet goed zou weten hoe het brein van je leerlingen werkt. Hoe kun je dan in godsnaam goed lesgeven? Eén facet daarvan is weten dat leerlingen over een denkend/bewust brein en een associatief/onbewust brein beschikken. Het onbewuste brein is zeer belangrijk voor het verwerken van leerstof. Maar het werkt op de achtergrond, als leerlingen niet bewust aan het nadenken zijn. Leraren moeten dus weten dat ze het brein van hun leerlingen af en toe rust moeten gunnen. Zo kunnen leerlingen onbewust belangrijke verbanden leggen. En aangezien het denkend brein veel energie verbruikt, plannen ze leeractiviteiten waarbij leerlingen veel aandacht en denkvermogen nodig hebben, het best in de ochtend.
“In welke mate hebben leraren inzichten in hoe het brein van hun leerlingen evolueert met hun leeftijd?”
Executieve functies
Heel wat leraren denken dat leerlingen geen eigenaarschap over hun leren kunnen opnemen. Dat klopt, leerlingen moeten dat leren. En dat kan door de regelfuncties van hun hersenen, essentieel voor doelgericht en aangepast gedrag, te stimuleren. Zoals leerlingen leren hoe ze afleiding en stoorzenders kunnen uitschakelen, hoe ze de volgorde van hun acties kunnen plannen en het effect van hun handelen kunnen controleren. Maar ook dat ze capabel worden om hun emoties, motivatie en alertheid te reguleren. Of hoe ze er hun aandacht bij kunnen houden. En natuurlijk kunnen leraren dat enkel aanleren als ze hierover zelf over voldoende kennis en ervaring beschikken.
“In welke mate beschikt het lerarenteam zelf over sterke executieve vaardigheden?”
Vaardigheidscompetenties
Elkaar kunnen coachen
Als je leerlingen eigenaarschap wil geven over hun leren en verwacht dat leraren hen daarbij goed begeleiden, dan is het essentieel dat het ganse schoolteam over voldoende coachingsvaardigheden beschikt. Toen ze in de vrije basisschool in Blankenberge in grote units gingen werken, kregen de alle leraren een meerdaagse opleiding in coaching. Aangezien ze het geleerde daarna meteen konden toepassen, was het leereffect groot. Ga dus eerder voor een vormingstraject in plaats van een opleidingsmoment. Zorg voor teamtijd waarin leraren samen kaders en inzichten kunnen opdoen, om het geleerde toe te passen, erop te reflecteren en te leren van wat werkt of niet. Op die manier schep je voorwaarden om te leren en te groeien en leren leraren elkaars potentiële kwaliteiten vrijmaken. En dan gaat het niet alleen over het coachen van leerlingen maar ook van elkaar.
“In welke mate zien leraren coachen nog als iets extra boven op hun lesopdracht?”
Feedback kunnen geven en ontvangen
Om een lerende organisatie te worden, is bij het schoolteam een mindset nodig om continu op zoek te gaan naar feedback. Daarbij is de eerste stap om feedback niet langer te zien als iets negatief of als een evaluatie. Zo legt de ontvanger van de feedback de oorzaak van zijn falen niet buiten zichzelf. Hij leert uit te zoeken waarom iets minder goed ging en hoe hij dit in de toekomst anders kan aanpakken. Maar alles begint natuurlijk met vertrouwen en eerlijkheid. Door elkaar veel waarderende feedback te geven, kunnen leraren een sterke voedingsbodem leggen waarna ze in tweede instantie ook meer open zullen staan voor corrigerende feedback.
“In welke mate ervaren collega’s feedback eerder als kritiek?”
Systeemdenken
Tijdens een veranderingsproces moeten leraren in staat zijn om het overzicht te behouden en tegelijk ook kunnen inzoomen. De kunst bestaat erin om die twee met elkaar te verbinden. Door het geheel te leren zien in plaats van de onderdelen afzonderlijk, kun je patronen en relaties ontdekken. Een school is immers een levend ecosysteem en als onderwijsprofessional maak je daar deel van uit. Meer nog, je hebt er een rol in en je kunt er ook invloed op uitoefenen. Door regelmatig te kijken naar het groter geheel en de relaties tussen de verschillende elementen, vergroot je de impact op lange termijn, kom je tot betere besluiten en meer effectieve acties.
“In welke mate evolueren jullie van korte termijn branden blussen naar duurzame oplossingen op lange termijn? ”
Over de 11 competenties kun je meer lezen in De ultieme gids voor transformatie van je school .
Hoe kun je aan deze teamvaardigheden werken?
Het eerste inzicht is om te evolueren van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieverwerving. Het blijft natuurlijk belangrijk dat leraren zichzelf blijven nascholen, de hefboom vergroot als ze dit ook samen in team doen. De valkuil hierbij bestaat er in om aan alle vaardigheden tegelijk te beginnen. Of om er helemaal geen structuur in te hebben zoals lukraak een interessante spreker op je pedagogische studiedag uitnodigen. Het is geweten dat leraren er niet altijd veel van onthouden of toepassen. Het is daarom belangrijk om een selectie te maken van de teamvaardigheden die het meest prioritair zijn voor jullie toekomstig schoolproject en om daarvan een plan van aanpak te maken.
hoe weet je nu op welke vaardigheden je gaat focussen?
Je hebt als directie, beleidsmedewerker of innovatieve leraar wellicht een vermoeden waar je school goed op scoort en waar er groeikansen zijn. Maar jouw perceptie komt niet noodzakelijk over de hele lijn overeen met die van je collega’s. Daarnaast kun je ook een aantal blinde vlekken hebben. Het is dus goed om eerst een gezamenlijk beeld over de huidige competenties in het schoolteam te hebben om daarna te kijken welke de zinvolle focuspunten voor de toekomst zijn.
Dit kan via een vaardigheidsscan. EduNext heeft daarvoor een vragenlijst ontwikkeld die je samen met een aantal collega’s kunt invullen. Daarbij schaal je je per vaardigheid in op 4 niveaus: zwak, matig, sterk, uitmuntend.
Door telkens voorbeelden of verklaringen toe te voegen aan je score, krijg je een overzicht hoe sterk je al bent op elk van de vaardigheden. Door nadien de scores en vooral de voorbeelden en verklaringen te analyseren en te interpreteren, kom je tot een gezamenlijk beeld. De gesprekken die collega’s daarbij voeren zijn van onschatbare waarde. Daarna kun je er samen - bijvoorbeeld door erover te stemmen - enkele elementen uitkiezen en er verder op verdiepen. Dat kan via de voorbeelden die het team samen gegeven heeft maar ook door andere inspiratie toe te voegen. EduNext heeft daarvoor rubrics ontwikkeld die per element een aantal criteria bevat en die via indicatoren op elk van de vier niveaus invulling geeft aan die criteria.
Zo kom je per gekozen element tot een actieplan. Dit bevat een aantal concrete elementen om voor de gekozen vaardigheden als team een niveau te groeien. Voor executieve functies (EF) zou dit in volgende acties kunnen zijn:
Enkele personen van het team een intensieve opleiding EF laten volgen
Een kennismakingssessie voor het hele team organiseren
Teamtijd creëren voor het schoolteam voor de teamvaardigheid EF
Een leerlijn EF ontwikkelen
Workshops tijdens pedagogische studiedagen en pv’s organiseren
Samen met leerlingen executieve functies in de hele school visualiseren
Sterke EF voorbeelden een podium geven
Regelmatig reflectiemomenten over EF inbouwen
Het komt er op aan om met volgehouden aandacht en inspanning samen sterker te worden in een bepaalde vaardigheid. In een meerjarenplan kun je dan vastleggen om elk jaar op één vaardigheid grondig en duurzaam een niveau te stijgen.
samen met JE team een vaardigheidsscan doen?
Dit houdt in dat we de deelnemers – we raden tussen de tien en de twintig – voorafgaand aan de scan goed briefen. Ze krijgen dan een Survey Monkey vragenlijst die ze individueel invullen (scoren en argumenteren). Ze hebben daarvoor een half uur tot een uur tijd nodig. We verwerken de resultaten en sturen die vooraf door. In een interventie van een halve dag in de school bekijken we samen de resultaten en kiezen we enkele vaardigheden waarop we verdiepen. Het resultaat is een actieplan voor de gekozen teamvaardigheden.
Neem contact op met anboone@edunext.be of bel An op 0472344976
De provocatie- en terugdenkmethode, een techniek om hardnekkige patronen in je school te doorbreken
Creatief denken in het onderwijs stopt vaak waar de 'zo doen we het hier nu eenmaal'-logica begint. De provocatiemethode dwingt je om heilige huisjes opzettelijk omver te werpen. Door absurde vragen te stellen en van daaruit terug te denken naar de realiteit, ontstaan er oplossingen die je met lineair denken nooit had gevonden. Een praktische oefening in mentale lenigheid voor teams die vastzitten in traditionele patronen en nood hebben aan een radicale doorbraak.
Vastgeroeste patronen in je school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede patronen gaat. Negatieve patronen daarentegen kunnen het veranderingsproces in je school danig afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het probleem met dergelijke provocatieve ideeën is dat ze vaak niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door vanuit de provocatie terug te denken (nieuw werkwoord!) kunnen we wel tot haalbare ideeën komen. Deze techniek pasten we intussen met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen toe en jij kunt hem ook gebruiken in je school.
Beweging creëren door te provoceren
Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.
Saaie lEeromgeving
Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch wel een beetje te ver en is er trouwens weinig kans dat het schoolbestuur dit goedkeurt. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom uit op ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes:
De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet altijd aan denkt. Om het helemaal duidelijk te maken, passen we het toe op twee andere uitdagingen.
Toezicht houden
Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:
Leraren krijgen megaveel mails en Smartschool berichten
In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je nog invallen of een annex toevoegen die je vergeten was.
Hoe provoceren en hoe terugdenken?
Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in à la Disney i.p.v. de volledige school).
Voor veel uitdagingen toepasbaar
Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.
Wil je er zelf ook mee aan de slag?
Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Wil je creatief denken als gangmaker van innovatie structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem daarvoor contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448