Hoe creëer je draagvlak bij de overgang naar een kennisrijk curriculum?
De overstap naar een kennisrijk curriculum is meer dan een wijziging in de handboeken; het vraagt om een fundamentele verschuiving in de pedagogische overtuigingen van het hele team. Hoe neem je leraren mee die jarenlang hebben ingezet op andere methodieken? Draagvlak ontstaat hier niet door overreding, maar door gezamenlijk onderzoek naar de impact op de leerwinst van de leerling. Een strategisch kader voor scholen die de moed hebben om hun onderwijskundige kern radicaal te herzien.
Bij de introductie van een nieuw curriculum is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Het is niet omdat het extern opgelegd is, dat er voldoende draagvlak is. Draagvlak is er nooit, je moet het creëren.
Creeer draagvlak voordat je begint
1) Sta voldoende lang stil bij het waarom van de implementatie van een nieuw curriculum en contextualiseer dat naar je school. Hou ook vast aan de dingen waarin je als school gelooft. Gooi niet alles overboord. Het vorig curriculum had ook zijn sterktes.
2) Werk aan de condities om tot een geslaagde introductie te komen zoals:
Ga voor één overkoepelend schoolproject
Geloof in eigenaarschap van leerlingen en leraren
Betrek alle belanghebbenden (leraren, leerlingen, ouders) van in het begin. Durf de hogere sporten van de participatieladder beklimmen
Voorzie voldoende tijd voor het lerarenteam tijdens de implementatie
3) Breng een leidende coalitie op de been, een team dat een goede representatie is van het lerarenteam dat met het nieuwe curriculum geconfronteerd wordt. Zij kunnen als verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s.
Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject
4) Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw curriculum, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan een tijd later te eindigen bij het omarmen van het nieuwe.
Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross
Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, andere collega’s zullen meer tijd nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching of opleiding aangewezen.
5) Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar geïnformeerd zijn over het nieuwe curriculum dat ze mee zijn. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of de ingang van de school zijn daarvoor zeer geschikt. Laat het team zelf nadenken hoe ze de vooruitgang van het nieuw curriculum kunnen visualiseren.
6) Werk met tussenstappen. Het kan best zijn dat een aantal leraren een of meerdere van elementen van het nieuwe curriculum nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Door bepaalde uitdagende elementen op te splitsen in kleinere stappen, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.
Creëer draagvlak na het veranderingstraject
Op een bepaald moment kom je in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.
7) Zorg voor een duidelijke rolverdeling bij de implementatie van het curriculum. Het zijn vaak dezelfde mensen die er extra taken bij krijgen. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng de belangrijkste taken in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide.
8) Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een verandering zoals een nieuw curriculum te kunnen realiseren.
Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak een plan van aanpak. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.
9) Kom tot een gedragen meerjarenplan voor het nieuwe curriculum. Dat bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, ruimte voor aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het nieuwe curriculum dynamisch vorm krijgt en dat je je onderwijskwaliteit duurzaam verankert.
Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een nieuw curriculum.
Hulp nodig?
Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school. We gaan hierover met jou ook graag vrijblijvend in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Hoe je het gedrag van collega's diep en duurzaam kunt veranderen
Niets is zo weerbarstig als de gewoontes van een onderwijsprofessional. Toch is gedragsverandering de kern van elke geslaagde transformatie. Waarom vallen we steeds terug in oude patronen, ook als de nieuwe visie logisch lijkt? Dit artikel duikt in de psychologie van de leraarskamer en onthult waarom rationele argumenten zelden volstaan. Ontdek de mechanismen die nodig zijn om een collectieve verschuiving in gedrag te realiseren die ook standhoudt als de externe druk wegvalt.
Het is 16.00 uur in school X. Er is personeelsvergadering. Terwijl de directeur hard zijn best doet om de aandacht van zijn team erbij te houden zijn meerdere leraren collega’s met hun GSM bezig en staren anderen uit het raam. Er zijn ook enkele leraren te laat. De directeur kijkt collega’s aan die meer aandacht hebben voor hun toestel dan voor zijn dia’s in de hoop dat ze ermee stoppen. Hij stelt een vraag aan een leraar die naar buiten aan het kijken was. Die schrikt en lijkt er niet mee opgezet. Na de vergadering spreekt hij leraren aan die te laat waren. Maar de volgende pv komt er geen beterschap. Er zijn nu andere leraren te laat, de leraren babbelen veel met hun buren en iemand valt bijna in slaap.
Zo kan het niet verder
Blijkbaar is de personeelsvergadering niet interessant genoeg. En als de directeur er goed over nadenkt, zijn de pv’s vaak eenrichtingsverkeer. Iets wat hij leerkrachten die te veel instructie geven en te weinig activerende werkvormen toepassen zelf verwijt. De directeur besluit samen met zijn beleidsteam na te denken hoe ze de personeelsvergadering interessant kunnen maken Een collega oppert: ‘wat als we meer met elkaar in gesprek gaan dan dat we hoofdzakelijk in de luistermodus zitten?’. Nog iemand zegt: ‘misschien moeten we de zaal wel anders opstellen? ’Waarom maken we geen eilanden waar we in groepjes kunnen werken’. Een derde maakt zich volgende bedenking: ‘wat als we de personeelsvergadering als een gemeenschappelijk verantwoordelijkheid zien?’.
Ze besluiten om het op een andere manier te proberen. Ze sturen de info vooraf door en bespreken de inhoud daarna via een werkvorm in kleine groepjes om daarna de feedback over de groepen heen te delen. Het is de eerste keer nog wat wennen voor de leraren maar al snel ontstaat een andere dynamiek. Na enkele pv’s zijn de meeste leraren actief bezig waardoor de pv weer boeiend wordt. Iedereen is op tijd, de collega’s verliezen de klok uit het oog en achteraf praten kleine groepjes nog na.
EduNext visualisatie
In bovenstaand voorbeeld herkennen we de vier niveaus van onder de waterlijn kijken:
1) Gebeurtenis of feit (uit het raam staren, te laat komen, op GSM bezig zijn)
2) Patroon: pv is saai, we proberen de tijd door te komen
3) Structuur: opstelling in rijen, eenrichtingscommunicatie
4) Overtuiging: de pv is de taak van de directeur
Vaak proberen we op niveau 1) aanpassingen door te voeren (leraren aanspreken, confronteren, provoceren) terwijl dat meestal niet helpt. Vaak laat het patroon 2) zich dan via een andere weg zien. Daarnaast hebben we een structuur 3) gecreëerd die het patroon in stand houdt en zelfs versterkt en werken we weinig of niet op de overtuiging 4) waardoor er meestal ook geen gedragswijziging ontstaat.
Wil je een duurzame wijziging, dan kun je beter op het niveau van de overtuiging (of het mentaal model) interventies ontwikkelen, daarna de structuur of het systeem aanpassen waardoor alternatieve patronen kunnen ontstaan en uiteindelijk ook de gebeurtenissen of feiten zullen wijzigen:
5) Overtuiging (wij zijn samen verantwoordelijk voor de pv)
6) Structuur (we zetten de zaal in eilanden, we passen actieve werkvormen toe)
7) Patroon (de pv wordt interessant)
8) Gebeurtenis of feit (we starten tijdig, we verliezen de klok uit het oog, we praten na)
Uiteraard is deze aanpak niet eenvoudig omdat overtuigingen vaak vast zitten of omdat mentale modellen van mensen niet gemakkelijk verschuiven. Maar het kan wel. Gesprekken en interventies op het niveau van de overtuiging kunnen veel effect hebben. Breng het gedrag in kaart dat je zou willen en brainstorm hoe je dat met de betrokken personen kunt bespreken of hoe je hen ervoor kunt enthousiasmeren.
Breed toepasbaar
Deze aanpak kun je op heel wat gebeurtenissen op school toepassen:
- Leerlingen die te laat komen
- Leraren die weerhoudend zijn ten aanzien van digitalisatie
- Vakwerkgroepen die niet goed draaien
- Leraren die te veel of te weinig instructie geven
- Klassenraden die heel lang duren
ErmEE AAN DE SLAG?
Je kunt deze methodiek aanleren via een workshop, bijvoorbeeld tijdens een van je beleidsteams of directiebijeenkomsten. Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 044/949448
Wat we kunnen leren van basisschool De Driesprong te Maldegem
Basisschool De Driesprong in Maldegem is een inspirerend voorbeeld van hoe een duidelijke pedagogische koers de hele schoolorganisatie kan optillen. Door consequent te kiezen voor een aanpak die de autonomie van de leerling versterkt, hebben zij een leeromgeving gecreëerd waar rust en focus heersen. Wat is het geheim van hun succes en welke hindernissen hebben zij moeten overwinnen? Een praktijkverhaal over de kracht van volgehouden keuzes en de impact van een gedeelde visie op het welbevinden van team en leerlingen.
We gingen op 24 januari met 21 onderwijsprofessionals uit de EduNext leergemeenschap basisonderwijs op bezoek bij GO! De Driesprong te Maldegem.
EduNext leergemeenschap basisonderwijs op schoolbezoek
Deze Oost-Vlaamse basisschool telt 400 leerlingen en een 35-tal leraren. De school ging de jongste 10 jaar door een transformatie. De aanleiding hiervoor was een stijgende nood aan differentiatie en het gevoel om altijd tekort te schieten. Door knelpunten op de klasvloer uit te spreken, ontwikkelden ze gezamenlijk een nieuwe visie waarbij ze de leerlingen vanaf het begin betrokken.
Big 5
Het schoolteam kwam samen tot vijf focuspunten:
1. Atelier
o In de namiddag doen de leerlingen projectwerk via coöperatieve werkvormen.
o De groepen bestaan uit jongere en oudere kinderen, geclusterd per graad.
o Elke leerkracht heeft een talent mogen uitwerken voor de atelierwerking, waarbij hij of zij een domein konden kiezen. Ook voor muzische vorming verdeelden ze de domeinen .
o In de atelierwerking ligt de nadruk op doen, ontdekken en veel naar buiten gaan.
2. Outdoor
o Buiten leren door te ontdekken en spelend te leren en niet eenvoudig binnenactiviteiten buiten uitvoeren.
o Er komt een nieuwe speelplaatsomgeving waarin de school de buitenklassen zal integreren.
3. Tweekracht
o Dit concept hebben ze parallel aan de atelierwerking uitgewerkt en begon met de vraag van twee leerkrachten die parallel lesgaven.
o Door een kleine ingreep, zoals een gat in de muur en een deur, maakten ze samen lesgeven mogelijk.
o Tweekracht gaat verder dan co-teaching; de twee leraren zijn samen verantwoordelijk voor één groep leerlingen.
o Eén leraar is gespecialiseerd in wiskunde (ijsbergrekenen: vertrekken vanuit het concrete om dan naar het abstracte te gaan), de ander in taal.
o Voor het 1e tot en met het 3e leerjaar werken de leraren samen een week- en dagplanning uit. De dag begint met instructie voor taal en wiskunde, waarna ze wisselen. Leerlingen die de instructie niet nodig hebben, kunnen zelfstandig aan de slag waarbij beide leraren coachen.
4. Digitaal-ICT
o De leraar verantwoordelijk voor wiskunde in het 4e leerjaar is in de namiddag pedagogisch ICT-coördinator en leert andere leraren hoe ze met ICT kunnen werken.
o De school heeft gekozen voor Apple vanwege de duurzaamheid. Elke leerling heeft vanaf het 4e leerjaar een eigen toestel waardoor een digibord niet nodig is. Leerlingen volgen op hun scherm en krijgen directe feedback via Snappet.
o Het gebruik van Snappet vervangt handboeken; leerlingen vullen oefeningen in en krijgen meteen feedback, waardoor ze kunnen reflecteren en hun eigen cursus maken.
o Ze hebben gekozen om enkel met een beamer te werken en op eigen toestellen (Apple) te noteren. Alle leraren en leerlingen hebben dezelfde toestellen.
o In het 1e en 2e leerjaar zijn interactieve borden wel belangrijk om de beweging van het schrijven te zien.
o De school zorgt ook voor interne workshops om leraren bij te scholen in het gebruik van de iPad.
o De school heeft een leerlijn computationeel denken ontwikkeld van kleuterklas 1 tot en met leerjaar 6.
o Alle scholen van de scholengroep hebben budget verzameld om een IT-lab te maken. Ze ondersteunen leraren om hiermee aan de slag te gaan.
5. List lezen
o Moeizaam traject met ongelooflijke effecten.
o Er is een werkgroep List met kartrekkers uit elke graad.
o Er is een vast rooster voor List, elke ochtend na de zachte landing.
o Ze hebben de klasbibliotheken rijk ingericht en werken samen met de openbare bibliotheek. Boekpromotie en leesactiviteiten zijn gericht op verschillende leerjaren.
o Interactief voorlezen bij peuters en kleuters gebeurt in overeenstemming met de verschillende hoeken in de klas. De leraren gebruiken gevarieerde prentenboeken in samenwerking met de bibliotheek. Ook kleuters doen mee aan de leesjury. De kinderen genieten van het lezen en het doen alsof, waarbij materiaal, ruimte en inrichting een rol spelen.
o In het eerste leerjaar ligt de focus op boekpromotie. Elke week wordt er een nieuw boek van de week geïntroduceerd. De leerlingen maken kennis met de klasbibliotheek en er zijn voorleesmomenten. Na nieuwjaar begint het hommelen, waarbij dagelijks tien minuten wordt gelezen. Twee dagen per week lezen oudere leerlingen, ouders en grootouders voor. AVI-lezen wordt hierbij geïntegreerd.
o In het tweede leerjaar wordt lezen gekoppeld aan spelling. Van het derde tot en met het zesde leerjaar wordt er vier keer per week gelezen. De leerkracht doet aan boekpromotie door een stukje voor te lezen en een leesopdracht te geven. Daarna lezen de leerlingen twintig minuten in hun eigen boek. Minstens één keer per week is er een miniles verbonden aan het voorlezen.
o Een uitgebreide bibliotheek, ingericht in de gangen, is van groot belang. Leraren moeten de boeken kennen en de doelen geïntegreerd realiseren via List. Ze gebruiken de boeken niet alleen voor taal, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de ateliers.
o De kinderen maken een boekportfolio met de titel, een bladwijzer en een foto van het gelezen boek. Ze geven aan welk boek ze het leukst vonden, waarna de leraren hierover in gesprek gaan met de leerlingen. Zo hebben de leraren zicht op de doelen en zetten ze in op herkenning. AVI-afname gebeurt door de taalankers en de resultaten komen in het zorgsysteem. Ze werken klasdoorbrekend en op niveau. Boeken zijn altijd en overal zichtbaar.
o Voor de professionalisering van leraren gebruiken ze ICT. Ze hebben een WhatsApp-groep van taalankers waarin leraren alle kennis over de boeken delen en elkaar vragen kunnen stellen. Ze gebruiken ook Apps zoals Hebban en Goodreads, Instagram-accounts en sites met "rijke teksten".
o Er is een link met internationalisering, waarbij ze samen een sprookje herwerken. Er is ook een link met ICT, waarbij ze verhalen vertellen met behulp van ICT. De Schatkamerbende leest 's middags in hun boek.
o Het taalanker heeft de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling, voorbereiding en evaluatie van het domein taal. Andere leraren zijn betrokken en coachen de kinderen bij alle domeinen. Ze overleggen na school en er sturen veel berichten naar elkaar.
Verdere aanpak
Internationalisering
o Internationalisering is geen doel op zich maar een manier om de visie sterker uit te werken.
o Evi is zorgcoördinator en internationaliseringscoördinator. De meerwaarde van internationalisering is er zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen.
o Samenwerking met leraren uit verschillende landen aan projecten voor de leerlingen. Leerlingen van de 3e graad kunnen zich kandidaat stellen om mee te gaan op mobiliteit.
o Ze benaderen internationalisering vanuit het kind, met alle beslissingen in functie van de leerlingen. Het vraagt veel administratie, maar het biedt een bredere blik op onderwijs en gedeelde uitdagingen. Hierdoor ontstaat een nieuwe dynamiek in het schoolteam en dragen ze als team alle inspanningen.
o Mobiliteit voor leerkrachten werkt vanuit de visie (vb. i.f.v. List lezen) en biedt de mogelijkheid om zich volledig onder te dompelen in een thema. Het team neemt het werk over van afwezige collega's. Dit vraagt veel organisatie maar iedereen springt voor elkaar in.
Differentiatie: via Snappet werken leerlingen op hun eigen niveau en krijgen ze directe feedback.
Leraren: er is geen aparte leraar lichamelijke opvoeding waardoor een FTE beschikbaar komt. Leraren zijn gekoppeld aan groepen kinderen in plaats van klassen, wat flexibiliteit biedt.
Innovatie: tijd maken voor nascholing en fouten mogen maken. Er is ondersteuning van de scholengemeenschap en van de coördinerend directeur.
Community: de keuze voor Apple creëert een eigen community. Leerlingen krijgen de toestellen niet mee naar huis.
Wat vinden de bezoekers van deze school?
Exit kaartjes na een schoolbezoek: schitterend idee! De aanwezigen mochten na afloop feedback geven waarna ze de kaartjes aan het team kunnen laten zien en hen zo nog verder te motiveren!
Een greep uit de feedback:
📚 'Dank je wel, was zeer interessant. We gaan tijdens onze pedagogische studiedag aan de slag om een LIST verhaal uit te werken en te implementeren. Fijn om te zien dat leerlingen en leraren hier veel leesvreugde uit halen'
💡 'LIST lijkt ons een grote meerwaarde. Durven out-of-the-box denken betreffende je schoolorganisatie. Snappet, we zoeken de mogelijkheden verder uit. Hoe Erasmus bepaalde weerstanden kan ombuigen'
💗 'Dank je wel, Nina. Je verhaal is inspirerend. Feit dat je je teamleden betrekt om ons dit te vertellen, toont dat jullie visie en keuzes gedragen worden door het hele team. Ik denk dat het hier fijn is om te werken'
🧒 'Leuk om te zien hoe een warm team jullie zijn en het kind steeds centraal zetten in jullie werking'
👀 'Zoveel visie, zoveel inspiratie, zoveel passie, zoveel engagement, zoveel leerkracht voor en door de kinderen. Ik heb genoten en neem zeker nog contact op'
📕 'Heel mooie schoolwerking. Vaak zien we scholen die een light versie van LIST promoten. Dat is bij jullie zeker niet het geval. Ik neem ook talenten en tussendeuren mee'
👍 'Genoten van de inspirerende verhalen: LIST, ICT en Internationaal. Hier wordt een visie uitgeschreven waar er verder wordt nagedacht dan één jaar. Fijn om te zien dat de directeur investeert in haar leraren, gelooft in haar leraren, hen complimenteert. Hier zou ik graag werken'
👨👨👦👦 'Knap hoe jullie bevlogen leraren vertellen over het traject dat de school loopt. Het werken met groepen in plaats van met klassen is heel inspirerend'
🔥 'Wat een enthousiasme, de goesting spat eraf. De leerkrachten hun motor wordt aangedreven door directie en enkele trekkers. Zin om met enkele ideeën aan de slag te gaan. LIST en visie leerlingvolgsysteem neem ik mee'
🙏 Dank je wel voor dit verslag, An Godart. Dank je wel voor de organisatie, Peter Van de Moortel!
DIRECTIE ZELF BEZIG HOREN?
Op woensdag 26 februari om 10.30 brengt directie Nina Beeckmans tijdens Sett Vlaanderen in Mechelen samen met Filip Bisschop en Filip Van Vooren een lezing over digitale onderwijstransformatie met Erasmus+
Ook mee op schoolbezoeK?
Volg onze Linkedin pagina: https://www.linkedin.com/company/edunext-vzw/ of abonneer op onze nieuwsbrief. Inschrijven kan onderaan elke pagina van de EduNext website.
Leidende pedagogische principes als dagelijks kompas voor je school
Een visietekst is pas waardevol als hij vertaald wordt naar leidende pedagogische principes die voelbaar zijn in elke hoek van de school. Deze principes vormen het onzichtbare raster waarbinnen alle beslissingen — van lokaalinrichting tot evaluatiemethodiek — worden getoetst. Hoe voorkom je dat deze richtlijnen slechts mooie woorden blijven en hoe maak je ze tot het gedeelde kompas voor het hele team? Een wegwijzer voor wie streeft naar een school die consequent handelt naar haar eigen idealen.
Je kunt als school een mooie visie hebben. Als je daarnaast niet over een gemeenschappelijk pedagogisch kader beschikt, dan is het heel moeilijk om die visie te realiseren, om een consistent schoolbeleid te ontwikkelen en om gezamenlijke doelen te definiëren. Een manier om tot een gemeenschappelijk raamwerk te komen is om samen met het schoolteam leidende pedagogische principes te ontwerpen. Zij vormen de vertaling van de schoolvisie en schooldoelen naar de dagelijkse pedagogie en didactiek. We gaan er in deze blog van uit dat de visie en doelstellingen van de school duidelijk zijn. Zijn ze dat nog niet of niet meer, lees dan eerst dit artikel.
Wat zijn leidende pedagogische principes?
• Zijn een pedagogisch-didactische vertaling van de visie en de doelstellingen
• Maken de essentie uit van de toekomstige pedagogisch-didactische aanpak
• Bieden een leidraad voor toekomstige dagelijkse onderwijsactiviteiten
• Vormen samen één integraal, consistent en versterkend geheel
• Zijn gelijk voor de hele school
• Kunnen anders zijn in uitvoering afhankelijk van klas of graad
Waarom leidende pedagogische principes?
- Ze maken de visie en doelstellingen heel concreet en tastbaar
- Ze zorgen voor één samenhangend, consistent en versterkend verhaal
- Ze scheppen duidelijkheid, voorspelbaarheid en structuur bij leerlingen en ouders en dit onafhankelijk van vak of leraar
- Ze vergemakkelijken de realisatie van verticale leerlijnen
- Ze dagen het schoolteam uit om hun onderwijspraktijk verder te onderzoeken
- Zij nodigen uit tot een sterkere samenwerking tussen leraren
- Ze kunnen zorgen voor een meer gerichte professionalisering
Hoe BEDENK je leidende pedagogische principes?
Een van de manieren is om het EduNext transformatierad als denkmodel te gebruiken. Daarbij ga je samen met het lerarenteam na hoe je voor elk van de wielen van het transformatierad je visie en doelstellingen concreet kunt vertalen in leidende pedagogische principes. Bijvoorbeeld door in eerste instantie de bestaande patronen in kaart te brengen en mogelijke alternatieven te formuleren:
EduNext transformatierad
Met de resultaten kun je daarna per wiel een 3 tot 5 principes bepalen. Goed gedefinieerde leidende principes zijn voldoende concreet, dagen uit, bieden richting en geven toch genoeg ruimte om er een draai aan te geven in de klas. Meestal werk je van grof naar fijn. Met een kernteam een voorzet geven en daarna feedback verzamelen van het schoolteam. Om die weer te verwerken en terug voor te leggen. Tot er geen fundamentele bezwaren meer zijn en iedereen er zich erachter kan scharen.
Voorbeelden van leidende pedagogische principes
- Leerinhoud: we gaan bij de start en/of einde van de les het lesdoel en het belang ervan verwoorden, visualiseren en bespreken
- Leervorm: we leren onze leerlingen stap per stap zelfregulerend te leren
- Leerproces: onze leraren zullen leerlingen stimuleren om geleidelijk aan verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces, waarbij ze leren keuzes te maken en over hun voortgang en inzet te reflecteren.
- Leertijd: we benutten de lestijd optimaal door verkorte instructie, efficiëntere oefentijd, werktijd, onderzoektijd en vermijden nutteloos wachten
- Leeromgeving: we gaan buitenruimtes, leesruimtes en werkruimtes creëren om het leren breed te stimuleren
- Leernetwerk: we gaan actief op zoek naar duurzame samenwerkingen met vrijwilligers, gastdocenten en externe partners om de leerervaring van leerlingen te verrijken.
- Leermateriaal: we gaan kritisch kijken naar de beschikbare leermaterialen en plukken daaruit de voor ons geschikte lesmaterialen in plaats van te kiezen voor één specifieke methode
- Leerorganisatie: we willen sterke samenwerkingsverbanden creëren tussen de verschillende klas- of leergroepen in onze school
“Reeds geruime tijd waren we in onze school aan het nadenken over het scherp stellen van onze pedagogische visie. Omdat we wat bleven hangen in het maken van doordachte keuzes of het helder maken van ons pedagogisch project wilden we ons hiervoor extern laten begeleiden. Tijdens het schooljaar 2023-2024 gingen samen met EduNext in zee. Een pedagogische studiedag en een aantal intervisies later blikken we tevreden terug op dit traject.
Neen, we hebben geen kant-en-klaar concept gekregen maar we zijn in team gegroeid naar het scherp stellen van onze finale doelen als leerling – als leraar – als school. Die finale doelen resulteerden in leidende pedagogische principes waarmee we dit schooljaar sterk mee aan de slag gaan. Dit traject bracht ons duidelijkheid en is ons kompas geworden.
Bij het brainstormen of nemen van beslissingen met het team nemen we telkens dit kompas bij de hand. Deze toetssteen brengt dus rust en duidelijkheid. Natuurlijk is dit een dynamisch gegeven en zullen we ook de principes zelf blijvend onder de loep nemen. Bedankt EduNext om ons daarin zo accuraat als mogelijk in te begeleiden.
”
Hoe draagvlak creëren?
Het is belangrijk om het hele schoolteam van bij het begin te betrekken. Leidende pedagogische principes kunnen alleen maar werken als de collega’s erachter staan. Dat wil niet zeggen dat ze elke principe nu al kunnen toepassen maar wel dat ze dat op termijn willen kunnen. Bepaalde leidende pedagogische principes kunnen bij leraren immers angst oproepen omdat ze nu nog niet helemaal haalbaar zijn, omdat ze zich nog niet competent genoeg voelen of omdat ze nog ervaring moeten opdoen. Coaching is daarbij heel belangrijk, zowel door de collega’s als door directie. Daarom is het zinvol om deze principes in de toekomst te formuleren (bijvoorbeeld: over drie jaar in 2028). Dat geeft leraren de tijd om zich deze principes eigen te maken. Bijvoorbeeld door erover te lezen, door een nascholing te volgen, door ze samen met collega’s in de klas uit te proberen, door bij een andere school te gaan kijken, door een expert uit te nodigen …
Tijdens het bedenken en vormgeven van deze principes hou je ook best telkens je doelstellingen voor ogen en check je of je via deze leidende pedagogische principes je visie wel degelijk realiseert. Eens het schoolteam het eens wordt over de leidende pedagogische principes, vormen ze je kompas tijdens je dagdagelijkse onderwijs. Een volgende stap is dan pilootprojecten of leerlabo’s opstarten om te zorgen dat de leidende pedagogische principes effectief en efficiënt op de klasvloer landen. Daarover meer in een volgende blog.
Wil je ook leidende pedagogische principes voor jouw school?
En kun je daarbij deskundige hulp gebruiken? Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.
Hoe basisschool Sint-Jozef in Evere haar schoolstructuur helemaal hertekende ...
Wanneer een nijpend lerarentekort de dagelijkse werking van een school bedreigt, is een noodgreep vaak de enige uitweg. De Sint-Jozefsschool in Evere koos echter voor een fundamentele hertekening van haar structuur in plaats van een tijdelijke pleister. Door de muren tussen klassen te slopen en in te zetten op teamteaching met zij-instromers, ontstond een nieuwe dynamiek die de leerling centraal stelt. Een hoopgevend verslag van creativiteit in tijden van schaarste.
De jongste jaren krijgen veel scholen in Vlaanderen te maken met een lerarentekort. Ook de Sint-Jozefsschool in Evere stond eind vorig schooljaar voor de uitdaging om vijf nieuwe leraren te vinden. Deze kleine Brusselse school telt 155 leerlingen, 17 teamleden en 2 directies. De ene directeur focust zich vooral op het pedagogische, de andere directeur meer op het administratieve en organisatorische. Er zijn 20 verschillende nationaliteiten op school. Slechts een klein aantal leerlingen heeft het Nederlands als thuistaal. De school zocht en vond vijf leraren. Echter, vier ervan hebben geen lerarendiploma. Daardoor was het onmogelijk om hen zonder extra ondersteuning in de klas te plaatsen.
Visual Evelien Moens
Miniteams
Om de leraren met minder ervaring en pedagogische achtergrond optimaal te begeleiden, ontwikkelde het schoolteam een innovatieve schoolstructuur met miniteams en teamcoaches. De school zorgde ervoor dat geen enkele starter of zij-instromer alleen voor de klas kwam te staan en dat ze iedereen zo goed mogelijk begeleiden en ondersteunen. Zo kwamen ze tot volgende teams:
Visual Evelien Moens
De miniteams kregen de autonomie om hun weekplanning, taken en rollen zelf te verdelen, op een manier die paste bij hun vaardigheden en talenten.
In team speelhuis (instapklas, eerste en tweede kleuterklas) hebben ze bijvoorbeeld hun thema’s gelijk getrokken. De twee klasleraren zijn leraren in opleiding. De teamcoach maakt de agenda samen met de hen. Ze helpt vooral bij het brainstormen en het kiezen van de doelen. Ze gaat hierbij stap voor stap te werk:
Hoe selecteer je doelen?
Hoe ga je deze doelen realiseren, observeren en evalueren?
Welke activiteiten zijn geschikt voor deze kleuters?
Hoe kun je je hoeken verrijken?
In team springkasteel (derde kleuterklas, eerste en tweede leerjaar) hebben ze ervoor gekozen om bepaalde vakken te verdelen. De leraren schuiven dan door. Ze organiseren ook wekelijks een voorleesmoment en hoekenwerk voor de drie klassen samen.
In team boomhut (derde, vierde, vijfde en zesde leerjaar) werken ze vooral per graad. Ook hier worden de vakken verdeeld. Sommige vakken, zoals wereldoriëntatie, geven de leraren met de twee klassen samen. Ook tijdens het dagcontract zitten de leerlingen samen zodat de leraren tijd en ruimte hebben om miniklasjes te begeleiden of leerlingen even apart te nemen. Voor rekenvaardigheden - waarbij ze wekelijks één uur besteden aan niveaugerichte oefeningen en automatisatie - organiseren ze de les over de vier klassen heen.
teamcoachES
De teamcoaches kregen een duidelijke taakomschrijving:
Visual Evelien Moens
Ze zorgen voor de aanvangsbegeleiding van de starters en het coachen van de leraren uit hun team. Ze zorgen voor regelmatig overleg en zorgen hierbij ook voor agendapunten.
De teamcoaches staan zoveel mogelijk mee op de klasvloer zodat ze alle kinderen van dichtbij kunnen observeren en mee begeleiden. Ze staan ook in voor de zorgcoördinatie van de kinderen uit hun team.
Elke vrijdagnamiddag is het overleg. De ene week is het zorgoverleg, de andere week teamoverleg. Zo denken ze samen na over alle kinderen, verdelen ze hun ‘zorgen’ en kijken ze welk team meer ondersteuning nodig heeft of waar ze moeten aanpassen. In dit teamoverleg bespreken ze ook agendapunten op schoolniveau zoals de outputgegevens en organisatorische thema’s. De directie is bij dit teamoverleg aanwezig.
Samenwerken
Uiteraard is het belangrijk dat de teamleden bij deze schoolstructuur goed kunnen samenwerken. Het team zet hiervoor heel erg in op een aantal teamwaarden:
Visual Evelien Moens
Het hele plaatje
Een dergelijke schoolorganisatie heeft enkele aandachtspunten maar heel wat voordelen:
Visuals Evelien Moens
Meer weten over deze aanpak?
Op woensdagnamiddag 25 februari zullen enkele leraren hun aanpak toelichten tijdens Sett Vlaanderen in Mechelen. Meer info via deze link.
ook TOE AAN een nieuwe organisatieSTRUCTUUR?
Het is belangrijk om hiervoor voldoende draagvlak te creëren bij je schoolteam. Daarbij kan deskundige begeleiding helpen. Vraag vrijblijvend advies via contact@edunext.be of bel Dirk De Boe op 0474/949448
Misschien wel de grootste uitdaging tijdens een veranderingstraject: hoe zorg je voor voldoende draagvlak en veerkracht in het schoolteam?
Draagvlak is de heilige graal van elk veranderingstraject, maar het is geen statisch gegeven dat je eenmalig 'haalt'. Het vraagt om een voortdurende investering in de veerkracht van het team. Hoe zorg je ervoor dat leraren zich veilig genoeg voelen om te experimenteren en te falen? In dit artikel onderzoeken we de psychologische factoren die bepalen of een team meebeweegt of afhaakt bij vernieuwing. De grootste uitdaging is niet de techniek van de verandering, maar de menselijke dynamiek erachter.
Bij een veranderingstraject is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere innovaties lopen. Voor de collega’s die hierbij niet rechtstreeks betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.
Creeer draagvlak voordat je begint
Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie te veranderen. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie echter minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door vanuit trends te kijken hoe je leerlingeninstroom er over enkele jaren uit zal zien en welke uitdagingen dat met zich mee zal brengen. Zo creëer je een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde urgentie zoals de Digisprong, een doorlichting of de modernisering.
EduNext visualisatie
Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagd veranderingstraject te komen zoals willen gaan voor één overkoepelend schoolproject en je schoolbestuur mee hebben. Daarnaast is het cruciaal om alle belanghebbende (leraren, leerlingen, ouders en coördinatoren) van in het begin te betrekken. En dat gaat ruimer dan informeren. Klim best enkele sporten hoger op de participatieladder. En als je het ernstig meent, zorg ook voor voldoende gezamenlijke werktijd voor het lerarenteam. Bijvoorbeeld door leerlingen enkele uren per week volledig zelfstandig te laten werken of een samenwerking opzetten met een VZW die af en toe een halve dag leertijd voor hun rekening neemt.
Breng een leidende coalitie op de been. Zoals een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als goede verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in dit team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een team van acht.
Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject
Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan x tijd later te eindigen bij het omarmen van het nieuwe.
Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross
Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, een aantal andere collega’s zullen daar meer tijd voor nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching nodig. Uiteraard zijn er op een bepaald moment grenzen aan acceptatie van weerstand.
Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar in een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of bij het binnen komen van de school zijn daarbij zeer geschikt. Laat het team zelf eens nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.
Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject definieer je een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je bijvoorbeeld de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal doel wil je die om de veertien dagen houden. Maar voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich de vaardigheden eigen te maken die je ervoor nodig hebt. Door zo bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.
Creëer draagvlak na het veranderingstraject
Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.
Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng eens de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. De voorwaarde hierbij is vertrouwen.
Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.
Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daar een plan van aanpak voor. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.
Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.
Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.
Wil je hier graag meer over weten?
Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school en in onze andere blogs. Tijdens onze masterclass transformatiecoaching is het creëren van voldoende draagvlak een centraal thema.
We gaan hierover met jou ook graag in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
Misschien wel het belangrijkste woord bij innovatie- en transformatietrajecten: hoe maak je ze persoonsonafhankelijk?
Wat gebeurt er met je innovatietraject als die ene bezielde leraar of directeur vertrekt? Persoonsonafhankelijkheid is het meest cruciale, maar ook het moeilijkste aspect van schooltransformatie. Echte verandering zit niet in individuen, maar in de structuren en de cultuur van de school. Ontdek hoe je een beweging bouwt die groter is dan de som van de huidige teamleden, zodat de ingezette koers standhoudt, ongeacht de poppetjes die op dat moment het beleid bepalen.
We hadden de voorbije jaren heel wat gesprekken met Vlaamse directies. We vroegen daarbij onder meer of hun veranderingstrajecten duurzaam zijn. Dat bleek niet altijd het geval. Veel innovatie- en transformatietrajecten vallen stil als het project afgelopen is, als een van de trekkers de school verlaat of als de begeleiding stopt. Ze gaven aan dat ze gedurende het veranderingstraject te weinig rekening hadden gehouden met het verduurzamen ervan of om te zorgen dat het onafhankelijk werd van personen. Het gevolg was dat de transformatie nadien dreigde stil te vallen of soms zelfs terugviel naar de vorige toestand.
Dat betekent dat er in een veranderingstraject voldoende aandacht moet zijn voor de voorbereiding, de implementatie en de verduurzaming ervan.
Voorbereidende fase
Een nieuw pedagogisch concept in je school introduceren, is een ingrijpende verandering die je vooraf best heel goed voorbereidt. Daarbij sta je lang genoeg stil waarom je met jouw school op transformatietocht wil gaan. Welke noden en lokale urgenties hebben leraren, leerlingen en ouders? Wat wringt er momenteel? Op welke mooie projecten kun je bouwen? Een volgende stap is om de voorwaarden voor succes in kaart te brengen. Eén daarvan is tijd creëren voor het schoolteam. Een dergelijke transformatie doe je niet over de middag. Je zult er structureel tijd moeten voor uittrekken.
Ook belangrijk zijn een aantal leidende principes die je onderweg nodig zult hebben zoals een systemische en cyclische aanpak. Fragmentarisch hier en daar iets wijzigen zal niet werken en een transformatie is ook geen stappenplan dat je afvinkt. Je zult regelmatig moeten terugkeren naar vorige stappen en draagvlak creëren bij het hele schoolteam. Meestal is het niet haalbaar of praktisch om het volledige traject met alle teamleden te doorlopen. Dat betekent dat je heel goed zult moeten nadenken over hoe je je een kernteam zult samenstellen en hoe je met alle betrokkenen gaat communiceren. Daarnaast denk je het best goed na of je een dergelijke verandering alleen kunt trekken dan wel begeleiding nodig hebt.
Implementatiefase
In deze fase ga je het nieuw pedagogisch concept uitdenken en implementeren. Daarbij doorloop je een aantal cruciale interventies. Het is enorm belangrijk om stil te staan bij de mooie projecten die nu al lopen in de school en om voldoende aandacht te hebben voor de groeikansen. Daarna ga je samen dromen en vertaal je dat ideaalbeeld naar concrete toekomstige doelstellingen voor leerlingen, leraren, ouders, coördinatoren en directies.
Een belangrijke stap hierbij is het bepalen hoe je met elkaar onderweg wil omgaan. Breng ook zeilen in kaart die je vooruitstuwen of ankers die je afremmen op weg naar je doel. Om daarna na te denken over het nieuw pedagogisch concept dat je in je school nodig hebt om op termijn je droomschool te kunnen realiseren. Dit is een cruciale periode in het traject die meerdere interventies vergt en tijd nodig heeft. Het komt er immers op aan om regelmatig te klankborden met het hele team en om er voldoende over in gesprek te gaan. Als je het uiteindelijk eens bent over de pedagogisch leidende principes voor je toekomstige school en je er voldoende draagvlak hebt voor gecreëerd, ben je klaar om het verder te concretiseren. Dit gebeurt meestal in een pilootproject met enkele teamleden die er de goesting en de competenties voor hebben. Tijdens de implementatie stuur je regelmatig bij waarna je kunt opschalen.
Verduurzamingsfase
Hier loopt het vaak mis. Het project is zogezegd afgelopen en valt stil. Een belangrijk aspect om het te verduurzamen is, is zorgen voor de nodige teamvaardigheden en een ondersteunende schoolcultuur. Dit is een langzaam proces dat focus vraagt. Je kunt hier niet te snel gaan of aan te veel tegelijk beginnen. Een ander belangrijk element is het verwerven van voldoende expertise in procescoaching. Op die manier kun je de gedane veranderingen bestendigen en ben je in staat om zelf toekomstige veranderingen te leiden.
Waar je het best ook voldoende aandacht aan schenkt is de rolverdeling in het schoolteam waarbij elk teamlid gelijkmatig en gelijkwaardig bijdraagt en waarbij iedereen zoveel mogelijk zijn of haar talenten kan inzetten. We ervaren dat een goedwerkende gereedschapskoffer met sterke praktijkvoorbeelden, werkvormen, tools, templates en inspiratiemateriaal zorgt voor een actieve verspreiding van kennis in de school. Ook is het belangrijk om op een aantal parameters te gaan meten en zo de impact van het veranderingstraject in kaart te brengen. Dit alles zit vervat in een meerjarenplan dat een overzicht biedt van de belangrijkste projecten en acties van de school gedurende de komende jaren. Dit plan is dynamisch en van iedereen.
Caveat
Een valkuil bij het beschrijven van een dergelijk transformatietraject in fases, is dat je ook zo gaat denken. Alsof je een veranderingstraject stap voor stap kunt uitvoeren en in een checklist kunt afvinken. Deze fases zijn in de praktijk niet strikt gescheiden en zeer contextafhankelijk. Voor je aan de voorbereidende fase begint, kun je al aan elementen uit de derde fase werken, zoals aan de vaardigheden van leraren. Anderzijds zit er wel een organische en logische flow in. Dat geldt ook voor de verschillende interventies. Bepaalde interventies, zoals het bepalen van de droomschool, keren tijdens een traject regelmatig terug. Het is deze cyclische benadering die ertoe leidt dat je het voortschrijdende inzicht integreert en dat je ondertussen ook verankert wat je al hebt gedaan. Het schoolteam is immers niet constant met de transformatie bezig, dus heeft het regelmatig behoefte om het gehele plaatje te zien.
Meer weten?
We hebben onze inzichten beschreven in deze transformatiegids.
Heb je interesse in een begeleiding op maat? We hebben verschillende opties => workshops, transformatiescan, masterclass en trajecten.
Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be, bel Dirk op 0474/949448 of maak een vrijblijvende afspraak.
De valkuil van het olievlekprincipe bij veranderingsprocessen of waarom innovaties zich niet gemakkelijk verspreiden over de hele school
Het olievlekprincipe is de meest hardnekkige mythe in onderwijsland: het geloof dat enthousiasme vanzelf overspringt van de pioniers naar de rest van het team. In de praktijk creëert dit vaak een kloof tussen de 'believers' en de 'weerstanders'. Waarom verspreiden innovaties zich zo moeizaam over de hele school? Dit artikel fileert de valkuilen van dit principe en biedt alternatieve strategieën om verandering systemisch te verankeren in de hele organisatie in plaats van in een eilandje.
Heel wat scholen hebben de voorbije jaren mooie innovaties opgestart zoals teamteaching- of digitaliseringsprojecten. Daarbij nemen enkele leraren het initiatief om samen iets uit te werken, krijgen ze steun van hun directie en starten ze ermee. Het enthousiasme, de motivatie en de competenties van deze leraren zorgen er vaak voor dat hun proeftuin een succes wordt. Ondertussen mogen hun collega’s blijven lesgeven zoals vroeger. Directies hopen dat de goede praktijk zich daarna via het olievlekprincipe doorheen de school zal verspreiden. Vaak is dat niet het geval. Het groepje leraren dat de innovatie omarmt, ontwikkelt de proeftuin door, past aan en leert bij waardoor de kloof met de andere leraren geleidelijk aan vergroot. Er ontstaat eilandvorming. Een van de redenen dat onvoldoende andere leraren de overstap maken naar het nieuwe pedagogische concept, is dat ze niet de kans kregen om de proeftuin en de pedagogische principes erachter mee te mogen bedenken. Of er op zijn minst voldoende in betrokken te zijn geweest. Als directies die leraren dan gaan stimuleren om ook zo te gaan lesgeven, gaan deze leraren zogezegd in weerstand. Gelijk hebben ze.
Betrek iedereen bij het veranderingstraject
Het is fantastisch als enkele leraren samen een innovatief project willen starten. Dat mag je als directie niet tegenhouden want dat is net wat je op termijn in de hele school wil. De uitdaging bestaat erin om alle leraren van in het begin zoveel mogelijk te betrekken. Natuurlijk kan dat niet bij elke leraar met dezelfde intensiteit. Daarom kun je bijvoorbeeld met een kernteam werken dat een goede vertegenwoordiging is van het hele schoolteam. En daarin mogen zeker ook enkele minder innoverende leraren zitten.
“Als Stefan en Maaike in het kernteam zitten, dan heb ik er vertrouwen in”
Je kunt dit kernteam zien als de verkenners die onderzoeken hoe de toekomstige school eruit zou kunnen zien en dit daarna voorleggen aan het hele schoolteam. Het schoolteam geeft daarop dan feedback, vult aan en verrijkt. Daarmee kan het kernteam weer verder. Daarin zullen waarschijnlijk elementen zitten uit de eerder opgestarte proeftuin maar ook andere. Je komt zo uiteindelijk tot leidende pedagogische principes voor de hele school. Het is daarbij noodzakelijk dat het kernteam regelmatig terugkeert en zorgt dat het schoolteam met een goede snelheid verder vaart. Niet te snel, niet te traag.
Het kernteam zorgt best voor heel wat kansen om in overleg te gaan. Leraren hebben immers nood aan veel gesprekken om zich eigenaar te voelen van de verandering en om zich achter een nieuw pedagogisch concept te kunnen scharen. Het verhaal een keer aanhoren op een personeelsvergadering is onvoldoende om betrokkenheid te genereren.
Voorzie VOLDOENDE tijd
Om regelmatig in overleg te kunnen gaan tijdens een veranderingstraject komen we uit bij de onderwijstijd van onze leraren. Die is in het Vlaamse onderwijs structureel niet voorzien. Heel wat beleidsteams zijn momenteel aan het nadenken hoe ze teamtijd kunnen creëren. Tijd om te overleggen, tijd om te ontwerpen, tijd om te evalueren, tijd om bij te sturen. Die tijd is nodig zowel voor het kernteam als voor het hele schoolteam. Voor het kernteam moet je het structureel inroosteren. Wekelijks of om de twee weken een paar uur zorgt voor focus en diepgang. Daarnaast heb je ook tijd nodig voor het hele schoolteam.
“Ik heb het gehad met vergaderingen tussen de soep en de patatten ”
Je kunt al starten om zoveel mogelijk tijd van pedagogische studiedagen en personeelsvergaderingen voor het veranderingstraject te voorzien maar ook dat zal nog niet voldoende zijn. Denk ook aan mogelijkheden zoals het inzetten van externen (ouders, vzw’s, cultuurhuizen, ondernemers, vrijwilligers, oud-leraren …). Die kunnen op regelmatige tijdstippen een zinvolle pedagogische activiteit voor de leerlingen begeleiden terwijl de leraren op dat moment overleggen. Meer en meer scholen zetten daarvoor ook afstandsonderwijs in. Leerlingen werken – al dan niet op school – zelfstandig aan een opdracht. De leraren begeleiden hen bij de opstart en gaan daarna in teamoverleg. Er zijn ook scholen die om de 6 weken een volledige dag voorzien of dat om de twee weken tussen 15.30 en 17.00 doen. Zolang het decretaal niet geregeld is, hangt het van de creativiteit van de scholen.
Begeleid leraren bij het rouwproces
Je kunt een veranderingstraject met een aanzienlijke pedagogische ambitie zien als een rouwcurve waar leraren doorheen gaan. Je moet leraren en andere medewerkers dan ook de kans geven om doorheen het proces van shock, ontkenning, frustratie, woede, depressie, onderzoek, acceptatie, en integratie te gaan.
De ene leraar gaat snel door de verschillende stadia, andere leraren hebben daar meer tijd voor nodig. Doordat leraren regelmatig in overleg mogen gaan over de vernieuwing en het kernteam daar tussentijds veel over communiceert, krijgen de mentale modellen van leraren de kans om op te schuiven. Daarnaast zijn veel persoonlijke gesprekken nodig. Daarbij kun je vragen aan leraren wat ze nodig hebben om de volgende stap te kunnen zetten. Bijvoorbeeld doordat andere leraren eerst springen waardoor zij een jaar langer kunnen wachten. Of door met hen op bezoek te gaan naar een school waar ze het al toepassen. Zo creëer je langzaam maar zeker meer draagvlak.
“Ik ben niet zeker of ik het al kan of ooit ga kunnen - leraar tijdens een veranderingstraject”
Zorg voor een duidelijk proces
Bij een ambitieus veranderingstraject heb je drie fases:
- Voorbereidingsfase: urgenties in kaart brengen, strategie uitwerken, kernteam samenstellen, tijd voorzien, afspraken rond communicatie maken)
- Implementatie fase: startsituatie in kaart brengen, toekomstige school vormgeven, concrete doelstellingen voor leerlingen, leraren en school, leidende pedagogische principes bepalen, pilootproject definiëren
- Verduurzamingsfase: pilootproject bijsturen en opschalen, inzetten op vaardigheden lerarenteam, werken aan een ondersteunende schoolcultuur, een gedragen meerjarenplan maken
Het loopt fout als je een van deze drie fases overslaat of maar gedeeltelijk toepast. Door voldoende aandacht te hebben voor elk fase, krijg je een duurzame verandering. Dat lijkt misschien langer te duren maar de haas komt meestal later aan dan de schildpad.
Begeleiding nodig in dit proces?
EduNext begeleidt scholen tijdens hun veranderingsproces. Wil je hier meer over weten? Maak een vrijblijvende afspraak, neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel op dirk op 0474/949448.
Kijk in onderstaande video’s wat twee basis- en twee secundaire scholen van onze coaching vinden.
Wachten om het noodzakelijke veranderingsproces in je school op te starten om je leraren te sparen, is het eigenlijk een optie?
Het lijkt een nobel streven om verandering uit te stellen om het team te sparen, maar is deze 'voorzichtigheid' op lange termijn niet juist schadelijk? Stilstand in een veranderende wereld leidt onherroepelijk tot een verhoogde druk wanneer de kloof met de realiteit onoverbrugbaar wordt. Dit artikel daagt schoolleiders uit om de spanning tussen zorg en urgentie onder ogen te zien. Is sparen hetzelfde als beschermen, of ontneem je de school de kans om tijdig te evolueren?
Tijdens gesprekken met directies blijkt dat ze zich er enorm bewust van zijn dat een veranderingsproces in hun school hard nodig is. De uitdagingen zijn zodanig dat hun huidig pedagogisch concept deze niet meer aankan. Dan is het logisch om samen met het schoolteam na te denken over een nieuw pedagogisch concept, zou je denken. Net daar wringt het schoentje. Om zo een participatief proces aan te vatten, is er mentale ruimte nodig. Die is er momenteel vaak niet bij het schoolteam. Heel wat leraren zijn overladen en directies willen hen niet meer extra belasten door een veranderingstraject te lanceren. Daar bovenop komt nog eens het nijpend lerarentekort .
Drawify illustratie
Catch-22
Directies willen hun schoolteam graag eens een ‘gewoon’ jaar geven. Maar dat gewoon jaar bestaat al een tijdje niet meer. Scholen starten het nieuwe schooljaar en tegen de herfstvakantie zijn al veel leraren uitgeput. Na een weekje opladen, sprinten ze naar de kerstvakantie. Om dan naar krokus te rennen. Vervolgens spurten ze naar de paasvakantie om dan afgemat de grote vakantie aan te vatten. Het begint op een vicieuze cirkel te lijken. Regelmatig hebben we directies aan de lijn die interesse hebben in een veranderingstraject. Een aantal zet door, anderen besluiten uiteindelijk om een jaar te wachten en om hun team ‘rust’ te geven. ‘Contacteer me volgend jaar eens terug’, luidt de boodschap. Wat blijkt een jaar later? De startsituatie is niet veranderd. De vraag is of deze nog zal veranderen. Wellicht komen er de volgende jaren weer andere uitdagingen bij.
Hoe kom je uit deze ongemakkelijke spreidstand?
We geloven dat wachten geen optie is. Een nieuw pedagogisch concept kan net zorgen voor de rust waar leraren naar snakken. Zich niet meer elke dag opgejaagd voelen, ’s middags eens rustig de tijd hebben om samen te eten, veel minder bezig moeten zijn met klasmanagement of energie krijgen van leerlingen die zelf gemotiveerd aan de slag gaan. De uitdaging bestaat erin om de vicieuze cirkel te doorbreken. Het risico daarbij is dat een traject om tot een nieuw pedagogisch concept te komen, het team in eerste instantie nog meer belast. Er zijn op zijn minst twee sleutels die je op korte termijn en tegelijkertijd kunt activeren om uit deze benarde situatie te geraken:
Teamtijd creëren: in het Vlaamse onderwijs is er leertijd voorzien voor onze leerlingen, niet voor onze leraren. Tijd om te overleggen, te ontwerpen en te evalueren is niet structureel ingebouwd. We gaan ervan uit dat leraren dat doen buiten de lestijden. Dit gebeurt niet altijd efficiënt, voldoende diepgaand of samen. Verschillende scholen hebben volgend jaar voor hun schoolteam wekelijks tijd ingeroosterd. In een eerdere blog enkele voorbeelden.
Leerlingen meer autonomie durven geven: als leerlingen in staat zijn om gedurende bepaalde momenten van de week zelfstandig te werken, krijgen leraren tijd om andere zaken aan te pakken. Tijdens Covid gebeurde dit vaak, echter niet altijd met het gewenste resultaat. Nadenken over hoe dit beter kan en hoe leerlingen thuis of in de klas een deel van de leertijd onafhankelijk of met beperkt toezicht nuttig bezig kunnen zijn. En dit durven invoeren, ook al is het nog niet perfect.
Daarnaast zijn er twee sleutels die eerder voor de langere termijn zijn omdat je deze pas kunt activeren nadat je eerst samen met het team goed hebt nagedacht over je toekomstig pedagogisch concept:
· Samen voor de klas: als leraren samen met collega’s voor leerlingen kunnen staan, schept dat heel wat mogelijkheden: met twee of meer leraren weet je meer, kun je bij elkaar aankloppen, kun je elkaars talenten beter benutten en sta je sterker bij voorvallen in de klas. En als er iemand afwezig is, zorgt dit voor minder stress want je vangt dit samen op.
· Een goede rolverdeling: in een school worden dagelijks heel wat taken opgenomen, zowel pedagogische, procesmatige als andere taken. Zorgen dat die taken met inspraak evenwichtig onder elkaar verdeeld worden, maakt het duidelijk wie waar verantwoordelijk voor is. Als teamleden een deel van deze taken zelf onder elkaar mogen toewijzen, dan ontstaat er engagement om deze taken op te nemen en een eigen invulling te geven. Dit vergroot de draagkracht van het team enorm.
Vergeet ook de tijd van directies en beleidsmedewerkers niet!
Als directie kun je je ook eens de vraag stellen:
- Hoeveel % van mijn tijd werk ik in mijn school?
- Hoeveel % van mijn tijd werk ik aan mijn school?
Een volgende vraag is hoeveel dat in de toekomst best zou zijn. Het is belangrijk om als directie en beleidsteam voldoende tijd te kunnen uittrekken om rustig te kunnen nadenken over de toekomst. Een traject om te komen tot een nieuw pedagogisch project kan ook qua tijdsbesteding voor het beleidsteam een knelpunt zijn. Die moet je dus ook inroosteren of creëren. In deze blog kun je daar enkele ideeën over lezen.
Je kunt ook nadenken over samenwerking met een externe procesbegeleider. Zo haal je niet alleen expertise, inspiratie en neutraliteit binnen, je zorgt ook voor tijd en ontzorging. Wil je weten hoe EduNext een dergelijk traject aanpakt en samen met jou kijkt naar de voorwaarden om tot een succesvol en duurzaam nieuw pedagogisch concept te komen? Neem dan contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448
Een gunstig innovatieklimaat op school: een belangrijke hefboom voor verandering
Waarom bloeien vernieuwingen in de ene school moeiteloos op, terwijl ze in de andere stikken in weerstand? Een gunstig innovatieklimaat is geen toeval, maar het resultaat van bewust beleid dat fouten durft te omarmen en autonomie stimuleert. Het klimaat op school fungeert als de bodem voor verandering; zonder de juiste voedingsstoffen zal elk nieuw idee vroeg of laat verwelken. Ontdek de factoren die van een school een broedplaats maken voor onderwijskundige vernieuwing.
Een van de elementen die de schoolcultuur bepalen, is het innovatieklimaat. Dat merk je meteen als je de leraarskamer binnen wandelt of als je door de gangen loopt en naar de lesactiviteiten kijkt. Mogen leraren hier experimenteren en worden nieuwe initiatieven aangemoedigd? Of worden ze eerder afgeremd of tegengehouden? Het innovatieklimaat gaat over de omstandigheden binnen een organisatie die het innoveren bevorderen of juist hinderen. Een gunstig innovatieklimaat zorgt voor een sterk innovatief vermogen, cruciaal tijdens transities.
Welke factoren bepalen het innovatieklimaat?
Scott Isacson, Joe Tidd en Göran Ekvall deden er diepgaand onderzoek over en kwamen tot negen factoren die samen het innovatieklimaat van een organisatie bepalen:
1. Uitdaging en betrokkenheid: verhoogt de kans dat leraren vrijwillig tijd en energie in de school investeren
2. Vrijheid en autonomie: doet leraren initiatief nemen en kennis delen
3. Steun voor ideeën: zorgt ervoor dat leraren naar elkaar luisteren en elkaar aanmoedigen
4. Vertrouwen en openheid: geeft leraren emotionele veiligheid, vertrouwen en durf om remmende gewoontes kritisch ter discussie te stellen
5. Humor en spel: reduceren stress en ontmijnen bedreigende situaties
6. Constructief debat: brengt tussen leraren open gedachtewisselingen teweeg en nodigt uit om elkaar positief te versterken.
7. Goed omgaan met conflicten: heeft een positief effect op het resultaat en de relatie
8. Risico nemen: gebeurt als leraren weten dat ze mogen experimenteren en fouten maken
9. Tijd voor ideeën: zorgt dat teamleden samen ideeën kunnen bedenken en realiseren
Elk van deze factoren zou je op een schaal van 0 tot 5 kunnen scoren waardoor je een visueel beeld krijgt van het huidige innovatieklimaat in je school:
Bron: Innoshock boek
Eens je het huidige innovatieklimaat in kaart hebt gebracht, zou je voor je school eens de drie factoren kunnen benoemen die nu al aanwezig zijn maar ook de drie factoren die momenteel tegen werken. Daarna kun je ook je ambities uitspreken richting de toekomst. Waar zou je over enkele jaren op elk van die factoren willen staan en wat zijn realistische stappen? Om zo tot een plan van aanpak te komen.
Hoe ZIT het met het innovatieklimaat op jouw school?
Wellicht heb je als directeur, beleidsmedewerker, coördinator of leraar wel een buikgevoel hoe het met jullie innovatieklimaat gesteld is. Je kunt het via onderstaande vragen beter onderbouwen :
1. Uitdaging en betrokkenheid
· In welke mate hebben leraren persoonlijke en teamuitdagingen?
· Hoe betrokken zijn leraren bij visie, beleid en de uitvoering ervan?
· Hoe intrinsiek gemotiveerd zijn leraren bij het uitvoeren van projecten, taken en ideeën?
2. Vrijheid
· In welke mate hebben leraren autonomie om hun werk te regelen?
· In welke mate worden leraren beperkt door regels?
· In welke mate moeten leraren toestemming te vragen?
3. Vertrouwen en openheid
· In welke mate is er in de school voor leraren emotionele veiligheid?
· In welke mate durven leraren (gedurfde) ideeën opperen?
· Zijn er in de school veel schotten (tussen graden, tussen vakgroepen, tussen directie en lerarenteam, tussen leraren en coördinatoren)?
4. Tijd voor ideeën
· In hoeverre is er in de school tijd om samen ideeën te bedenken, uit te werken en in de praktijk te brengen?
· Wordt er in de school regelmatig een brainstorm georganiseerd?
· In hoeverre is er in de school expertise in creatief denken?
5. Humor en plezier
· In hoever heerst er in de klassen en in de leraarskamer een ontspannen atmosfeer?
· Worden er op school en daarbuiten regelmatig sociale activiteiten en teambuildings georganiseerd?
· Zijn leraren tuk op een goede grap en wordt er graag gelachen of gejend?
6. Conflict
· Zijn er in de school constructieve en gezonde conflicten?
· Hebben leraren met elkaar regelmatig persoonlijke conflicten?
· Durven leraren over de inhoud van taken voldoende in conflict gaan?
7. Debat
· Debatteren leraren voldoende op school? Of vermijden ze het debat?
· Praten leraren meer over probleem dan er wat aan te doen?
· In welke mate klagen leraren eerder dan constructief in gesprek te gaan om de problemen of uitdagingen op
8. Risico nemen
· In welke mate steunt directie en beleid projecten met risico?
· In welke mate zijn leraren bezig met projecten waarover ze liever nog niet communiceren uit angst dat ze zullen afgeblazen worden?
9. Steun voor ideeën
· In welke mate ondersteunt directie en beleid ideeën en projecten van leraren
· In welke mate ondersteunen leraren elkaar bij het bedenken en het uitvoeren van hun ideeën
Aan de slag?
Wil je het innovatieklimaat van je school in kaart brengen? EduNext heeft daarvoor een scan ontwikkeld die je samen met een aantal collega’s kunt invullen. Zo verzamel je kwantitatieve en kwalitatieve data. Door die samen te bespreken en er via rubrics op te verdiepen, kom je tot een actieplan om het innovatieklimaat op je school te versterken. Voor meer info, neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448