Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Over de aard en het nut van creativiteit - Ilja Leonard Pfeijffer

Is creativiteit een luxeartikel of de essentie van ons menszijn? Ilja Leonard Pfeijffer houdt een vurig pleidooi voor de waarde van het schijnbaar nutteloze. In een onderwijswereld die geobsedeerd is door meetbare resultaten, dreigt de ruimte voor verbeelding te verdwijnen. Pfeijffer daagt ons uit om creativiteit niet te zien als een trucje, maar als een fundamentele houding die nodig is om de wereld van morgen te begrijpen en vorm te geven.

Op 8 december 2023 betrad Ilja Leonard Pfeijffer, dichter, schrijver en classicus en bekend van boeken als La Superba, Grand Hotel Europa en magnus opus Alkibiades, opnieuw de academische grond van zijn alma ater, de universiteit van Leiden, tijdens zijn Huizingalezing. Het werd een optreden dat de grenzen tussen literatuur, filosofie en maatschappelijk betoog opzocht. Zijn onderwerp: creativiteit, opgevat als de essentie van kunst én wetenschap, en als een onmisbare kracht voor de toekomst van onze samenleving. In tijden van focus op kennisrijke curricula mag creativiteit als cruciale vaardigheid en attitude niet onderschat worden, zo toont de auteur in zijn essay overtuigend aan.

Cover (gemaakt door de auteur via AI) en achterflap van het boek uitgegeven bij EW uitgevers

Spel als fundament

Ilja Leonard Pfeijffer sluit aan bij Johan Huizinga’s Homo Ludens, waarin het spel de oorsprong van cultuur vormt. Spel is volgens Huizinga geen vrijblijvende bezigheid, maar een ernstige aangelegenheid met eigen regels en een eigen orde. De auteur laat zien hoe deze spelkenmerken ook gelden voor creativiteit dat alleen kan ontstaan binnen een zorgvuldig afgebakende ruimte waar de dagelijkse beslommeringen buitengesloten zijn. In die tijdelijke wereld gelden andere wetten, die van de verbeelding.

Multitasken is jongleren met de wanorde van de werkelijkheid. En hoe beter je kunt jongleren, hoe verderaf je geraakt van de mogelijkheid dat je ooit nog een creatieve gedachte zult ontwikkelen
— Ilja Leonard Pfeiffer

De schepper als luisteraar

Creativiteit is voor de auteur geen daad van brute wilskracht, maar een vorm van empathie: luisteren naar personages, afstemmen op een zwak radiosignaal en zich overgeven aan wat zich aandient. De schrijver is tegelijk schepper en dienaar, iemand die de logica van het verhaal volgt en zich laat verrassen door wat hij zelf niet had kunnen bedenken. Verrassing en spelvreugde zijn geen bijkomstigheden, maar de kern van het scheppingsproces.

Daarmee komt Ilja Leonard Pfeijffer tot een paradoxale definitie: creativiteit vraagt tegelijk om orde en overgave, discipline en loslaten. De maker schept de speelruimte, maar moet bereid zijn zich in die ruimte te laten verrassen.

Kunst, wetenschap en waarheid

Vanuit deze persoonlijke ervaring slaat Ilja Leonard Pfeijffer een brug naar de wetenschap. Ook daar, zo betoogt hij, zijn doorbraken niet het resultaat van eindeloos rekenen of meten, maar van creatieve sprongen die een radicaal nieuw perspectief openen. De boekhouders van de feiten kunnen het bewijs achteraf leveren, maar de verbeelding maakt de revolutie mogelijk. Hier klinkt zijn provocatieve stelling: soms kan een schrijver, gedreven door empathie en verbeelding, dichter bij de waarheid komen dan een wetenschapper.

Maatschappelijke urgentie

De schrijver plaatst zijn lezing in een bredere context: een samenleving die is ingericht op efficiëntie, winst en productiviteit verstikt de ruimte waarin creativiteit kan bloeien. Universiteiten zijn daarvan volgens hem het schrijnende voorbeeld. Creativiteit verhoudt zich buitengewoon slecht met het systeem dat is ingericht op winst en efficiëntie. Zo wordt de luxe om te studeren omwille van het studeren zelf, om te spelen met ideeën, steeds verder ingeperkt.

Zijn conclusie is daarom prikkelend en urgent: als we het vastgelopen kapitalistische systeem willen overstijgen, moeten we de moed hebben een alternatieve samenleving te verbeelden. En dat kan alleen door creativiteit. Creativiteit is geen decoratie van ons bestaan, maar een levensvoorwaarde.

Conclusie

Pfeijffers Huizingalezing is een rijke, veelzijdige tekst die filosofie, persoonlijke reflectie en maatschappelijk engagement met elkaar verweeft. Soms provocerend, vaak paradoxaal, altijd meeslepend. Hij laat zien dat creativiteit niet alleen de kern van kunst en wetenschap is, maar ook de sleutel tot onze toekomst. En hij waarschuwt: zonder de ruimte voor spel en verbeelding verliezen we de mogelijkheid om de wereld opnieuw uit te vinden. Zijn Huizinga lezing is uitgegeven bij EW boeken.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Maar je hebt toch veel vakantie? Steffie De Baerdemaeker - EduNext boekrecensie

Achter het hardnekkige cliché van de vele vakantiedagen schuilt een beroep dat mentaal en emotioneel tot het uiterste gaat. Steffie De Baerdemaeker fileert de kloof tussen het publieke beeld en de weerbarstige realiteit van het leraarschap. Haar boek is geen klaagzang, maar een noodzakelijke herwaardering van de professionele identiteit. Hoe behoud je als leraar je passie in een systeem dat steeds meer van je vraagt, terwijl de waardering vaak oppervlakkig blijft?

Er zijn weinig beroepen waar zoveel misverstanden over bestaan als dat van leerkracht. “Maar je hebt toch veel vakantie?” is een van die hardnekkige clichés waarmee leraren en docenten al te vaak mee geconfronteerd worden. Steffie De Baerdemaeker heeft het in haar boek over een aantal misvattingen over onderwijs en biedt tegelijk een warme, praktische en inspirerende handleiding voor meer werkgeluk en minder werkdruk.

Boekcover en achterflap ‘Maar je hebt toch veel vakantie?’ - Steffie De Baerdemaeker

Onderwijs IS meer dan toetsen en punten

De auteur is het niet eens met het idee dat onderwijs louter draait om toetsen en meetbare prestaties. En dan vaak nog maar van een beperkt deel van het curriculum (taal, wiskunde, wetenschappen). Ze wijst erop dat bijna zestig procent van wat het leerresultaat bepaalt, niets met onderwijs te maken heeft. Onderwijs is volgens haar véél meer: het gaat ook om creativiteit, sociale vaardigheden, waarden, talentontwikkeling en leren samenleven.

Laat je niet meeslepen door ruis

Focus op wat jij en je team echt belangrijk vinden. Hoe beter je je eigen essentie als onderwijsprofessional kent, hoe makkelijker je weerstand biedt aan de eindeloze lijst bijzaken die energie slorpen. Hier introduceert ze praktische oefeningen: nadenken over je favoriete leraren (en wat die precies deden), je eigen onderwijs­overtuigingen onderzoeken en samen een pedagogisch project formuleren dat het kloppend hart van een school vormt.

Perfectionisme

Een valkuil waarin veel leraren (en niet alleen die beroepscategorie) in terechtkomen. Soms slijpen ze ’s avonds nog een extra uur aan een les. De vraag die de auteur terecht stelt: ‘wat is de extra impact van die extra op het leren van de leerlingen?’. Vaak merken leerlingen dat niet eens. Haar advies dan ook: goed is goed genoeg. Perfectie najagen leidt vaak tot frustratie en energieverlies.

Ze introduceert concrete technieken om de werkdruk beheersbaar te maken, zoals het onderscheid tussen kwaliteits- en tijdsgebaseerd werken. Voor kerntaken die tot de essentie behoren, ga je voor kwaliteit. Voor bijzaken plan je een vaste hoeveelheid tijd in en dan is het ook klaar. Ook de metafoor van “Marcel”, de denkbeeldige collega aan wie je binnenwaaiende taken tijdelijk delegeert, is interessant. Bij een latere check blijkt dat een groot deel vanzelf verdwenen of achterhaald is.

De schrijfster benadrukt bovendien het belang van energiegevers: buffertijd inplannen, prutstijd toelaten, bewust ademen en aandacht besteden aan je lichaam. Niet het privéleven tegenover het werk afwegen, maar een balans zoeken tussen activiteiten die  energie geven en activiteiten die energie vreten.

Klasmanagement

Leerlingen zijn vaak tegelijk de grootste bron van geluk en van stress. De auteur pleit voor gezag in plaats van macht: wederzijds vertrouwen, rust uitstralen en kleine, concrete rituelen inbouwen. Ze verwijst naar Haim Omers concept van Nieuwe Autoriteit, dat gebaseerd is op aanwezigheid, zelfbeheersing, steun en vastberadenheid. Maar ook je klasinrichting is daarin bepalend.

Hoeveel dozen, mappen en rommel staan er in jouw klasruimte overal op en onder kasten en tafels?
— Steffie De Baerdemaeker

Inclusief onderwijs

Voor Steffie De Baerdemaeker is inclusie geen woord maar een actie: het vergt bewuste inspanning om élk kind deel te laten uitmaken van de groep. Kleine gebaren, zoals divers lesmateriaal of een begroeting op maat, kunnen al wonderen doen. Inclusie kan je niet alleen waarmaken, benadrukt ze, maar wel samen met je team.

De kern is verbinding. Echte inclusie vraagt dat je kinderen leert kennen in hun eigenheid. In kind- of groeigesprekken stel je drie vragen:

  • Wie ben je?

  • Wat zijn je mogelijkheden?

  • Wat zijn je noden op dit moment?

Het is de kunst om de voornaamste nood te benoemen en samen een stap vooruit te zoeken. Belangrijk: een stap vooruit, niet dé oplossing. Inclusie is een proces, geen eindpunt.

Een ander sterk punt is haar pleidooi voor en-en-denken. Vaak worden oplossingen bedacht voor één specifieke leerling, terwijl dezelfde aanpak ook voor anderen nuttig kan zijn. Door telkens te vragen: “Hoe kan dit ook andere leerlingen helpen?”, versterk je de hele klaswerking. Inclusie wordt zo niet een extra taak, maar een manier om je lespraktijk robuuster te maken.

Onderwijs is een teamsport

Team Steffie De Baerdemaeker ;-)

Werkgeluk wordt in grote mate bepaald door de relaties met collega’s. Autonomie en vertrouwen zijn sleutelbegrippen: leerkrachten hebben vrijheid nodig om hun vakmanschap te laten renderen, maar die vrijheid gaat hand in hand met verantwoordelijkheid. Ze wijst op het belang van verbondenheid en waardering. Een cultuur van vertrouwen voelt lichter en productiever dan een cultuur van controle. En wederzijdse waardering hoeft niet altijd groot of formeel te zijn: drie eenvoudige vragen maken volgens haar al een wereld van verschil: Hoe is het? Waar ben je mee bezig? Wat kan ik voor je doen?

Teambuilding is er niet om een team te repareren, maar om een goed draaiend team te onderhouden.

De vier dimensies van werkgeluk

Een van de rode draden in het boek is de zoektocht naar werkgeluk. De auteur onderscheidt vier dimensies: werktevredenheid, werkplezier, actieve betrokkenheid en zinvolheid. Wanneer leerkrachten erin slagen die balans te vinden, ontstaat er een krachtige motor voor duurzame energie. Maar wie zich enkel betrokken en zinvol voelt, zonder plezier en tevredenheid, brandt langzaam maar zeker op. Het boek is daarmee ook een wake-up call: goed zorgen voor jezelf en je collega’s is geen luxe, maar een voorwaarde voor goed onderwijs.

Conclusie

Dit is een praktische, warme en laagdrempelige gids die aansluit bij de dagelijkse realiteit van leraren. Het is een boek dat erkent hoe zwaar en complex de job kan zijn, maar tegelijk hoop en richting biedt. De boodschap is dat je als leerkracht kunt omgaan met werkdruk: je kan keuzes maken, grenzen stellen, verbinding zoeken en je eigen werkgeluk vergroten. Steffie De Baerdemaeker schrijft niet vanuit de hoogte, maar als ervaringsdeskundige die naast je zit. Ze gebruikt humor, herkenbare anekdotes en levendige metaforen. Een mooi voorbeeld is de ‘hola’, de collega die in een vergadering - waar weer met actiepunten gestrooid wordt - even de rem opzet en vraagt “oké als we dit en dat allemaal gaan doen, wat gaan we dan níét meer doen?”. Het boek, uitgegeven bij Owl Press, is een aanrader voor elke leerkracht, schoolleider of beleidsmaker.

 

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Boekrecensie - De gestreste samenleving - Stephan Claes

In een tijd waarin burn-out en mentale vermoeidheid de leraarskamer binnensluipen, biedt psychiater Stephan Claes een broodnodige analyse van de 'gestreste samenleving'. Stress is niet langer een individueel probleem, maar een systemisch fenomeen dat ook onze scholen verlamt. Dit artikel verkent de biologische en sociale mechanismen achter onze collectieve gejaagdheid. Hoe kunnen we als onderwijsgemeenschap een tegenwicht bieden aan de druk van buitenaf en een klimaat van duurzame inzetbaarheid creëren?

Meer en meer mensen waaronder ook leraren en directies gaan met lichamelijke of psychische klachten naar hun huisdokter. Die vindt meestal geen oorzaak en verwijst hen door naar een specialist. Daar krijgen ze vaak te horen dat de geneeskunde geen verklaring en geen oplossing kan bieden voor hun probleem. ‘Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen niet meer mee kunnen?’, vraagt Stephan Claes, Professor en Doctor aan de KU Leuven, zich af in zijn boek ‘De gestreste samenleving’. De auteur, expert in stemmingsstoornissen, vreest dat mensen hun veerkracht (die voor een heel leven bedoeld is) vandaag misschien te snel opgebruiken en dat de 21eeuwse uitdagingen voor velen moeilijk om dragen zijn.

Lichamelijke klachten

De lichamelijke klachten ontstaan rechtstreeks door de negatieve effecten van de chronische overmatige stress op het lichaam, waardoor biologische systemen zoals het stressresponssysteem en het immuunstelsel ontregeld raken. De chronische druk die veel mensen ervaren, doet zich rechtstreeks voelen in hun lichaam, dat daar niet tegen opgewassen is. Dat uit zich in verhoogde spierspanning wat kan leiden tot pijn in de schouders, hals, hoofd en lage rugpijn. Volgens Stephan Claes komt die druk vaak voort uit zaken die we zelf graag willen en waar we voor gekozen hebben maar het lichaam kan niet volgen en laat het afweten. Het lichaam spreekt dan op zijn eigen manier. Het komt er dan op aan om de draaglast te verminderen en de grenzen van de draagkracht te verleggen. Dat betekent vaak de werk- en levensstijl aanpassen. En als dat niet tijdig gebeurt, dan kan het leiden tot een depressie of burn-out. De laatste wordt gekenmerkt door zijn drie grote symptomen: uitputting, cynisme en een lager zelfbeeld.

Lichaam en geest vormen één systeem

Lichaam en geest spreken hun eigen taal en zijn sterk verweven met elkaar. Het is een systeem waarbij het ene aspect niet noodzakelijk het andere veroorzaakt of voorafgaat. We moeten ons volgens de schrijver hoeden voor te eenvoudige redeneringen als dat wat eerst komt de oorzaak is van wat volgt. Onderzoek toont aan dat psychische factoren zoals angst en depressiviteit niet enkel het gevolg maar ook de oorzaak kunnen zijn van darmstoornissen. Het effect gaat in beide richtingen, het is een systeem van wederzijds beïnvloeding. Lichamelijke en psychologische symptomen hangen sterk met elkaar samen. Lichaam en brein hebben elkaar heel hard nodig in alles wat ons tot mens maakt: denken, voelen, willen en handelen. Ze vormen daarin één geheel vormen. We zijn geen brein, ondersteund door een machinaal lichaam. We zijn een brein-lichaam.

Ons prachtig stresssysteem

Ons stresssysteem is uitermate geschikt om met druk om te gaan: heel kort of redelijk kort in actie komen, om dan weer tot volle rust te komen. Dat soort reacties van ons lichaam hebben we nodig om de uitdagingen in ons leven succesvol aan te gaan. De psychische en lichamelijke veranderingen die ermee gepaard gaan, zijn niet altijd aangenaam, maar ze zijn de prijs die we betalen om de bedreigingen van het leven het hoofd te bieden zoals het houden van een belangrijke voordracht, een mondeling examen of een gevaarlijk dichterbij komende wagen.

Dit systeem komt niet alleen in actie in het gezelschap van belangrijke presentaties, aanstormende auto’s of lastige examinatoren. Het is het enige antwoord dat ons lichaam kent als het moet omgaan met zoveel andere dingen die bedreigend zijn: deadlines, relationele problemen, onzekerheid over wie we zijn en over wat we willen. Als je stresssysteem langdurig overbelast is, raakt het ontregeld, en dan kan het best zijn dat die cortisolstijging niet optreedt na de normale zeven uur slaap maar al na een uur of vier. Je stressysteem gaat dan in alarmmodus op het verkeerde moment, je bent wakker en geraakt niet meer in slaap.

Onze weerbaarheid tegen stress is voor een kleine helft al vastgelegd bij onze geboorte, bepaald door variaties in het DNA. Het overige deel valt te verklaren door wat we meemaken vroeg in ons leven. Mensen die op jonge leeftijd moeten opgroeien in moeilijke omstandigheden, zullen later veel minder goed bestand zijn tegen langdurige stress. Het lichaam houdt als het ware een boekhouding bij van de dingen die je overkomen zijn.

Je kunt ook je lichaam het zwijgen opleggen met allerlei middelen zoals pijnstillers, alcohol en kalmeermiddelen. Op die manier demp je je lichaam zodat het geen hinderpaal vormt. Maar zo kan je lichaam je ook niets meer vertellen.



Veel patiënten zijn boos op hun lijf omdat het in hun ogen dienst weigert of minstens onberekenbaar is. Ze kijken naar hun lichaam als naar een kapotte auto en naar de arts als een garagist. Wat mindfulness hen kan leren is om dat vermoeide en pijnlijke lijf niet meer te zien als een weerbarstige machine maar als een deel van zichzelf dat de moeite waard is om te ontdekken - Stephan Claes.

De auteur raadt aan om de signalen van je lichaam ernstig te nemen. Je lichaam laten spreken als het aangeeft dat het de plannen van je ambitieuze en rusteloze brein niet meer kan en wil volgen. Het spreekt en zal desnoods roepen, ook als je het probeert het zwijgen op te leggen.

Drie belangrijke eigenschappen van ons mens-zijn

Volgens de auteur doet onze maatschappij een beroep op een paar belangrijke en op zich positieve eigenschappen van mensen: de drang naar volmaaktheid, de mogelijkheid om onszelf te ontwerpen en de noodzaak om de toekomst te zien.

De drang naar volmaaktheid kan zich uiten in perfectionisme. Jezelf bijvoorbeeld voortdurend afvragen of je wel goed genoeg bezig bent en wat anderen van je denken. Het is niet zozeer het streven naar perfectie dat gepaard gaat met overmatige stress en uitputtingssyndromen maar wel het zich zorgen maken over perfectie, het zelfkritisch perfectionisme. Het is dus niet gewoon mensen erop wijzen om het wat rustiger aan te doen maar hen helpen om milder te zijn voor zichzelf. Maar ook doorgedreven kwaliteitsbeleid op het werk kan een reden van overbelasting zijn. Registritis of evaluitis geeft mensen de indruk dat hun gezond verstand en hun competenties niet meer vertrouwd worden waardoor hun werkplezier fel afneemt. Ze geloven niet meer dat wat ze moeten registreren de kwaliteit van hun werk verhoogt. Ze hebben het gevoel niet ernstig genomen te worden in hun competenties en hun goede bedoelingen. De druk die dat veroorzaakt, maakt dat dat ze uitgeput raken, cynisch worden en beginnen te twijfelen over hun eigen capaciteiten.


Leraren die bij Stephan Claes op consultatie komen melden niet dat ze hun vak beu zijn of dat ze het contact met jonge mensen niet meer leuk vinden. Ze geven ook niet aan dat hun collega’s hen het bloed van onder de nagels halen. Ze zijn doodmoe van de druk die ze voortdurend voelen door de administratieve overlast, het registreren en evalueren, en vooral door het gebrek aan vertrouwen dat ze ervaren vanwege directies, overheden en ouders.
— De Gestreste Samenleving

De mogelijkheid om onszelf te ontwerpen is fantastisch maar we zijn daarbij wel degelijk aan beperkingen onderworpen zoals onze aanleg en onze talenten. Het feit dat levenskeuzes, die vroeger in grote mate bepaald werden door maatschappelijke en sociale regels, nu bij de persoon zelf komen te liggen, maakt dat het individu voor de verantwoordelijkheid geplaatst wordt om te ontdekken wie hij eigenlijk is en wat bij hem past. Dat op zoek gaan naar de eigen identiteit kan de persoon die zich gaat spiegelen aan anderen, onzeker en kwetsbaar maken. Mensen willen er immers bij horen en zijn geneigd om te denken dat hun waarde bepaald wordt door wat anderen over hen denken. Als anderen hen bevestigen in hun keuzes en gedrag, zijn ze goed bezig. De goed- of afkeuring van anderen over ons en doen kan een nuttige leidraad zijn. Maar tegelijk een valstrik als we er ons laten door leiden en het verlangen koesteren om anderen te overtroeven. Dan dreigt het in sommige gevallen een (zware) verplichting te worden.

De wil om zich te kunnen projecteren in de toekomst. Ons mentaal welzijn hangt niet alleen af van onze huidige situatie of van wat we in het verleden hebben meegemaakt maar ook van de vraag hoe we onze toekomst zien, als veilig of als bedreigend. Het creëren van een algemeen gevoel van uitzichtloosheid vanuit doemdenken over het klimaat en andere problemen draagt bij tot een verhoogd stressniveau bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Optimisme is volgens de schrijver niet alleen een morele plicht, het is een psychologische noodzaak.

Professor - doctor Stephan Claes

Wat kunnen we eraan doen?

Je kunt je stressysteem gezond houden via lichaamsoefeningen, een gezond dieet, een regelmatig slaappatroon, matig tot minimaal alcoholgebruik en niet roken. Door fysiek te bewegen komen endorfines vrij, wat pijnklachten kan verminderen en je slaap kan verbeteren. Je moet niet noodzakelijk meer slapen of op een vast uur in bed kruipen maar gewoon beter slapen, dieper, meer ontspannen. Mindfullness kan daarbij helpen. Door met aandacht te kijken naar wat er zich in je lichaam en geest afspeelt, kunnen mensen terugvinden wat ze verloren waren: contact met hun eigen lichaam, emoties en gedachten. Ze voelen opnieuw wat zich in hun lichaam en geest afspeelt, mild en niet-oordelend. Je kan ook tot meer spierontspanning komen door relaxatie of ademhalingsoefeningen. De auteur is er zich wel van bewust dat het niet is door enkele sessies te volgen dat je in staat bent om dit vlot toe te passen in je dagelijkse praktijk. Het vergt discipline – zeker als het terug wat beter gaat – om deze technieken en oefeningen vol te houden.

Daarnaast zijn er ook heel wat mogelijkheden om je lichaam te monitoren. Het systematisch meten van parameters zoals hartslag, hartritmevariabiliteit, huidtemperatuur, huidgeleiding en ademhalingsfrequentie kan een indicatie geven voor de biologische stressrespons. Dus in principe kun je ook zo je stress reguleren. Maar ook dat heeft nog zijn beperkingen.

Vergeten vaardigheden

Stephan Claes kijkt in het boek ook naar de maatschappij. Hij vindt dat we een brede reflectie nodig hebben waarin experten in arbeid, opvoeding en onderwijs, antropologen, filosofen en werkers uit het levensbeschouwelijke veld, mee betrokken worden. Een verandering van de maatschappij is maar mogelijk vanuit een veranderende kijk op de wereld van de mensen die de maatschappij vormen. Hij komt uit bij vergeten vaardigheden. Vaardigheden die al eeuwen bestaan en die ons nu meer dan ooit van pas komen.

1) Mededogen: in eerste instantie voor het eigen lichaam: begrip hebben voor het feit dat de druk voor het lichaam te groot is geweest en dat het tijd en rust moet krijgen om te herstellen. Dat lichaam niet meer zien als een te bedwingen hindernis maar als een waardevolle bondgenoot. Daarnaast ook mededogen voor jezelf als persoon. De mate waarin we geneigd zijn om op moeilijke momenten vriendelijk en mild te blijven voor onszelf en aan zelfzorg te doen. Zelfmededogen beschermt tegen negatieve mentale toestanden zoals angst en depressiviteit, leidt tot minder negatieve gedachten, tot minder piekeren en tot minder schuld- en schaamtegevoelens. Deze vaardigheid kan je aanleren en ontwikkelen. Tot slot ook mededogen voor anderen.

2) Zelfkennis: jezelf aanvaarden met al je beperkingen. Dat betekent soms afstand doen van lang gekoesterde doelen en verlangens. De opdracht is om van je troon af te komen, je eigen begrenzingen ruiterlijk te aanvaarden en er vrede mee te nemen. Met de nodige mildheid maar met de voeten op de grond. Nederigheid met vertrouwen, zelfzekere bescheidenheid, weten wat je kunt en wat niet. Opvoeding en onderwijs dienen om kinderen te leren ontdekken waar ze goed in zijn maar ook waar ze niet goed in zijn.

3) Vergeving: kunnen vergeven leidt ertoe dat het stresssysteem minder fel reageert op allerlei prikkels, zeker die welke te maken hebben met het geleden onrecht. Kunnen vergeven is essentieel, niet alleen vanuit ethisch standpunt maar om lichamelijk en geestelijk gezond te blijven. Dat kan op voorwaardelijke en onvoorwaardelijke wijze. De auteur krijgt in zijn praktijk vaak te horen dat een gemiste promotie een negatieve impact heeft op het stressniveau van een patiënt. Die voelt zich tekort gedaan omdat een collega de job gekregen heeft. Een optie die bij haar of hem meestal niet opkomt is dat die collega misschien wel over bepaalde competenties beschikt die cruciaal zijn voor die job en die hij of zij zelf in mindere mate heeft. Je collega kunnen vergeven en haar of hem steunen is essentieel om terug je draai te vinden in je werk en er weer bovenop te komen. Daarbij moet je volgens de auteur ook het moeilijkste van allemaal kunnen: jezelf vergeven.

4) Dankbaarheid voor wat er is. Het waarderen van anderen, de focus op wat je wel hebt, verwondering over het mooie van de natuur, de neiging om anderen in woord en daad te bedanken, het belang van af en toe stil te staan en blij te zijn met wat er is, je regelmatig realiseren hoeveel geluk je hebt gehad in vergelijking met veel anderen. Dankbaarheid zorgt voor een meer positieve stemming en beschermt tegen depressie. De auteur raadt aan om een lijst van dingen te maken waarvoor je dankbaar bent. Het lijkt zeer eenvoudig maar het helpt bijna altijd. Als we het allemaal op een rijtje zetten, hebben we meestal heel veel om te bedanken.

Conclusie

‘De gestreste samenleving’ is een zeer onderhoudend en lezenswaardig boek. Door de vele geanonimiseerde casussen uit zijn eigen psychiatrische praktijk is het boek zeer concreet. Stephan Claes schrijft vlot en richt zich doorheen het boek continu tot de lezer. Je kunt de vele inzichten ook heel goed toepassen in de onderwijscontext. En op die manier technieken en tools in handen krijgen om jezelf en collega’s proactief te helpen. Uitermate belangrijk in een sector die zo onder druk staat. ‘De gestreste samenleving’ is uitgegeven bij LannooCampus.





Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Artificiële intelligentie, krankzinnige mogelijkheden – Lieven Scheire

Lieven Scheire neemt ons mee in de duizelingwekkende wereld van artificiële intelligentie en de impact ervan op ons dagelijks leven en leren. De mogelijkheden lijken krankzinnig, maar wat betekent dit voor de essentie van ons onderwijs? Terwijl de technologie sneller evolueert dan ons bevattingsvermogen, moeten we de vraag stellen welke vaardigheden we jongeren nog moeten aanleren. Een boeiende verkenning van een toekomst die al begonnen is en die ons dwingt onze menselijkheid te herdefiniëren.

Cevora, het vormingscentrum van paritair comité 200, dat in België bijna 60.000 bedrijven en 500.000 werknemers telt, organiseerde voor haar docenten een dag over artificiële intelligentie en nodigde Lieven Scheire uit om er zijn licht over te werpen. Wat hij met verve deed. Hij maakte de toch wel complexe materie heel bevattelijk. En steeds met een vleugje humor. EduNext collega Dirk De Boe was erbij.

Artificiële intelligentie is pensioensgerechtigd!

In 1956 viel de naam artificiële intelligentie voor de eerste keer tijdens het Dartmouth Summer Research Project. Het probleem was dat de computers op dat moment onvoldoende krachtig waren om de benodigde rekencapaciteit te leveren. Eind de jaren 90 worden de eerste schuchtere AI pogingen gedaan zoals het gebruik van de Clippy assistent die als een digitale paperclip te pas en te onpas in ons computerscherm opdook om ons te helpen. Maar de gebruikers zagen hem eerder als een vervelend fenomeen dat vaak de verkeerde vragen stelde en die ze zo snel mogelijk wegklikten.

Exponentiële stijging van rekenkracht

Onze huidige generatie smartphones zijn 100.000 keer sterker in rekenkracht dan de Houston computers die de maanlanding in 1969 coördineerden. En rekenkracht is wat je – naast heel veel data - nodig hebt om AI voldoende te trainen. Tot voorheen werkten de meeste SW programma’s met rule-based SW. Dat is klassieke software die uitgaat van logisch uitvoerbare stappen. Daarmee kun je echter alleen maar automatiseren. En over de jaren zijn heel wat zaken rondom ons geautomatiseerd maar bepaalde zaken niet omdat ze te complex waren voor deze software.  

Een fantastische patroonherkenningsmachine

Mensen kunnen heel goed patronen herkennen zoals bijvoorbeeld een hond onderscheiden van een kat. De beperking van de klassieke SW is dat ze dat moeilijk kunnen. En patroonherkenning heb je net nodig voor bepaalde handelingen zoals bijvoorbeeld fruit plukken. Je  moet een appel kunnen onderscheiden van een blad in de omgeving. Artificiële Intelligentie is een software die ontworpen is zoals het menselijk brein en die zo heel goed patronen zoals gezichten, gedrag en stemgeluiden kan herkennen. Na de stoommachine, de lopende band en het internet zal deze software zorgen voor een nieuwe golf van automatisatie. Dit wordt de snelste automatisatiegolf die we ooit hebben gekend. AI wordt op termijn een heel handig en dagelijks hulpmiddel zoals elektriciteit en water dat al lang zijn.

De wiskundeleraar met de handen in het haar?

AI is fenomenaal. Zo kun je bijvoorbeeld met de app Photomath heel eenvoudig een integraal oplossen door er een foto van te nemen. De oplossing verschijnt meteen op je scherm. ‘Ha’, zegt de leraar. ‘Dan vraag ik de leerling om de tussenstappen te benoemen. Zo weet ik of zij of hij het begrijpt’. Maar ook dat kan de software. Met een druk op de knop verschijnen alle tussenstappen. En je kunt op elke tussenstap klikken om te kijken hoe deze tot stand is gekomen. Dit opent enorme mogelijkheden. Zo kan een leraar in plaats van klassikaal te verbeteren leerlingen vragen om in de app te kijken of ze de juiste stappen hebben doorlopen. Als ze daarbij vastlopen of meer uitleg nodig hebben, kunnen ze de leraar roepen. Zo kan die zijn tijd efficiënter besteden.

De taalleerkracht EN DE toren van Babylon

Google translate werkte vroeger met rule based software. Enkele jaren geleden kreeg je nog woorden die verkeerd vertaald werden of onlogisch samengestelde zinnen. Intussen is de kwaliteit spectaculair verbeterd. En dat is omdat het op artificiële Intelligentie sofware draait. Wat extra mogelijkheden geeft dan alleen maar geschreven woorden te vertalen. Door bijvoorbeeld op het icoontje camera te drukken, kun je stukken tekst in een beeld ogenblikkelijk vertalen. Klik je op microfoon, dan herhaalt hij het gesprokene in een andere taal. Je hebt een gratis simultaan tolk op zak.  Dit kun je heel goed gebruiken voor meertaligheid in de klas. We weten ondertussen dat het gebruiken van de thuistaal op school zorgt dat leerlingen het Nederlands gemakkelijker oppikken. Een leraar kan dus nu via Google translate  een instructie eenvoudig vertalen in de taal van de leerling waardoor die het sneller begrijpt. En voor oudercontacten heb je misschien niet altijd een menselijke tolk nodig.

Ons brein gekopieerd

Onze hersenen werken niet met logisch voorgeprogrammeerde stappen. Het is netwerk van neuronen dat onderling met elkaar verbonden is en waarbij verbindingen die meermaals gebruikt worden zich versterken. Dat maakt het brein zeer krachtig. Zo kunnen we door iets te ruiken ogenblikkelijk terug gekatapulteerd worden naar de tijd waarin die geur in ons leven vaak voorkwam.  Dus het menselijk neuraal netwerk wordt steeds krachtiger naarmate het goed getraind en onderhouden wordt.

Nu zijn wiskundigen erin geslaagd om dat neuraal netwerk na te bouwen. Ze creëerden een netwerk van knooppunten met een ingang en een uitgang. Maar dat neuraal netwerk kan helemaal niets tenzij je het traint. Bijvoorbeeld door het een foto van een kat te tonen en te zeggen dat het een kat is. Dat doe je heel veel keren, daarna toon je een foto van een hond en zegt dat het een hond is en dat doe je ook in veelvoud. Hierdoor zullen sommige verbindingen in het netwerk versterkt worden, andere zullen verzwakken. Op een bepaald moment toon je weerom een foto van een hond of een kat maar je zegt er niet bij wat het is. De software zal dan een uitspraak te doen. Hoe meer data je toevoegt, hoe nauwkeurig de voorspelling zal worden. Op die manier programmeren we de structuur van onze hersenen in dat systeem. En het wordt elke keer sterker. En blijkbaar niet alleen voor het herkennen van honden en katten maar ook voor andere objecten.

Caveat

Dit neuraal netwerk is een zwarte doos. We hebben wiskunde ontwikkeld die zorgt dat het werkt, we weten echter niet hoe het werkt. Van elk knooppunt kunnen we informatie opvragen maar we kunnen niet vragen waarom het programma een fout heeft gemaakt. Zo bleek dit neutraal netwerk heel goed te werken voor het onderscheiden van wolven en huskeys. Tot het op zekere keer een wolf voor een huskey hield. Uiteindelijk bleek dat de het grootste onderscheid tussen de foto’s met wolven en huskeys de sneeuw op de achtergrond was. Dus de SW weet helemaal niet wat een wolf of een huskey is maar probeert de patronen te herkennen. De computer zoekt het grootste statistisch verschil tussen 2 datasets en dat kan evengoed de achtergrond zijn.

We moeten dus opletten voor bias. Dergelijke fouten zijn lastig te ontdekken. De meeste neurale netwerken zijn immers niet explainable. Daarom zijn ze in Europa ook verboden. In Amerika mogen ze wel. Zo trainde Amazon voor haar sollicitatieprocedure het systeem met succesvolle profielen van de laatste 50 jaar. Op die manier haalde de machine er echter alleen mannen uit van allochtone origine (omdat die vroeger dat soort jobs deden). Amerikanen gebruiken AI ook om te bepalen wie er voorwaardelijk vrijkomt uit de gevangenis. De grote vraag is hoe we omgaan met neurale netwerken zodanig dat zo weinig mogelijk mensen benadeeld worden.

AI zelf aan zet

AI is de  laatste tijd ook heel sterk in creatie. Dat gebeurt via een reinforcement netwerk waarbij er miljoenen keren geprobeerd wordt en er steeds een feedback loop gaat naar een ander AI netwerk. We spreken hier over generatieve AI die zelf creëert. De software kan dit omdat het genoeg kennis heeft van patronen in de wereld. Zo vraagt Lieven Scheire de software voor de grap om een panda te creëren die in een glas-in-loodraam een kruiswoordraadsel aan het oplossen is. Enkele seconden later verschijnt het resultaat. Via beeldassociaties en een reservoir van miljoenen patronen, komt hij razendsnel tot een creatie.

Chat GPT

Een van de bekendste AI software producten die we kennen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is Chat GPT geen zoekmachine maar een taalmodel. Je kunt hem trainen met menselijke feedback zodat je betere antwoorden op vragen krijgt maar hij kan zelf ook een tekst verder aanvullen. De eerste versies waren belabberd maar intussen is het resultaat indrukwekkend. Zo vraagt Lieven Scheire bij iemand in de zaal naar een vakantie-ervaring. Blijkt dat die met zijn dochter naar een ballonnenmuseum is geweest. Op basis van een stukje begintekst vertelt de software het verhaal verder van hoe het bezoek kon verlopen zijn. Het is een prachtig verhaal, ook al heeft de software geen idee van wat een ballon is. Het is een staaltje wiskundig vernuft. Maar er is altijd eindredactie van de mens nodig. Lieven Scheire noemt Chat GPT een hardwerkende stagiair die niet te vertrouwen is.

Eindeloze mogelijkheden

AI kan een taal herkennen, gesproken taal omzetten in geschreven taal, je stem imiteren, video’s maken, die video’s omzetten in een andere taal met jouw stemgeluid en mondbewegingen erbij. Het kost 1 Euro en  tien minuten rekentijd. AI kan ook zelf programmeren. Software programmeurs gebruiken AI als assistent. Je kunt een boek invoeren en dit laten bespreken. Je kunt afbeeldingen maken via Image creator. Je kunt een deel van een boek omzetten in een filmscenario met bijvoorbeeld de stijl van Friends, van een tekst een podcast of een sonnet maken of je Powerpoint slides via AI maken. Lieven Scheire deelde ook enkele interessante links: https://www.lievenscheire.com/ailinks

Impact op het klimaat

Iemand uit het publiek stelde deze toch wel heel terechte vraag. Chat GPT verbruikt voor 1500 woorden ongeveer 1 KWH. Er zal hiervoor dus enorm veel energie nodig zijn, zeker als dit een consumentenproduct wordt. En dat wordt het. Maar volgens Lieven Scheire kan AI kan ook meedenken over energiecreatie zoals kernfusie.

Samenvatting

De keynote van Lieven Scheire werd in real life visueel geoogst door Axelle Vanquaillie. Een knap staaltje visueel en auditief vernuft.

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Tien ontwikkelingen in de maatschappij met grote impact op het onderwijs

De wereld buiten de schoolmuren raast voort, maar hoe vertalen we maatschappelijke aardbevingen naar de klaspraktijk? Van demografische verschuivingen tot de technologische revolutie: deze tien trends zijn geen verre toekomstmuziek, maar bepalen vandaag al de leerbehoeftes van onze jongeren. Een noodzakelijke realitycheck voor elk schoolteam dat relevant wil blijven in een tijdperk waarin de enige constante de verandering zelf is.

Wanneer scholen, scholengroepen of scholengemeenschappen een nieuwe visie ontwikkelen, dan kunnen ze maar beter rekening houden met wat er zich aan de buitenwereld afspeelt en welke gebeurtenissen in de de maatschappij een invloed zullen hebben op het onderwijs. We zijn zelf geen trendwatchers maar staken ons licht op bij mensen die zich daar wel voor uitgeven. En belangrijker, we deden een poging om deze ontwikkelingen te vertalen naar het onderwijs. Van geen enkele trend afzonderlijk schrik je wellicht. Maar de combinatie van deze ontwikkelingen kunnen veel impact hebben.

Demografische ontwikkelingen

Onze bevolking wordt gemiddeld ouder en meer divers. Dat betekent dat mensen in de toekomst langer zullen moeten werken en zich meer dan vroeger regelmatig zullen moeten om- en bijscholen. Dat impliceert dat ze op school de vaardigheid leren om autonoom en levenslang te leren. Daarnaast zullen scholen nog meer moeten inzetten op de realisatie van gelijke onderwijskansen zodat mensen met een migratieachtergrond succesvol kunnen integreren. Andere en complexere gezins- en samenlevingsvormen zorgen ervoor dat steeds meer kinderen groot worden in gezinnen met een alleenstaande ouder of in nieuw samengestelde gezinnen. Dat zorgt voor een andere communicatie tussen de school- en thuisomgeving. Dat is trouwens voor scholen met veel leerlingen uit kansarme gezinnen of die een andere thuistaal spreken nu al een uitdaging. Positief gebruik maken van de meertaligheid en de diversiteit van leerlingen is een uitdaging en tegelijk een kans voor scholen.

Hoe zorgen we ervoor dat we alle leerlingen dezelfde slaagkansen geven, ongeacht hun socio-economische achtergrond?

Inclusie

Elk land in Europa doet het beter op vlak van inclusie dan België. We staan dan ook het meest onderaan in de rangschikking van inclusieve maatschappijen. Het zorgcontinuüm in onderwijs kan zorgen voor eilanden waardoor leerlingen in sommige scholen (te) gemakkelijk doorgeschoven worden naar het CLB en leersteuncentra. Er zijn geen exacte cijfers maar bij vermoedelijk de helft van de leerlingen die momenteel via leersteuncentra ondersteund worden, gaat het over basiszorg die de school zelf kan opnemen. Het is een belangrijke oefening voor scholen om dit te bestuderen en te kijken wat nodig is om dit zelf te kunnen. Hoe maken we proactief de stap van integratiedenken naar inclusiedenken?

Hoe kunnen we ons lerarenteam competenter maken in handelingsgericht werken en UDL?

Tijds- en plaatsonafhankelijk leren

Tijdens Covid hebben scholen de mogelijkheden van afstandsleren gezien. Opeens moest het. Met alle uitdagingen en moeilijkheden die daarbij kwamen kijken. Contactonderwijs blijft ontzettend belangrijk maar nu en dan eens afstandsonderwijs kan ervoor zorgen dat leerlingen leren om zelfstandiger te werken en dat leraren ondertussen samen kunnen overleggen en professionaliseren. In plaats van de leerlingen naar huis te sturen, zou je het afstandsleren in de klas zelf kunnen simuleren. Keer na keer zou je de afstand tussen leerlingen en leraren fysiek kunnen vergroten. Stap per stap zou je kunnen kijken hoe leerlingen en leraren hun ‘fysieke’ interacties kunnen reduceren tot ze het ook vanop afstand beheersen. Tot de leerlingen af en toe volledig zelfstandig kunnen werken en leraren die aan het overleggen zijn in de ruimte ernaast. Zo kunnen kinderen die thuis geen goede leerruimte hebben ook autonomer leren werken. Voor scholen die weinig plaats hebben, kan het een optie zijn om een samenwerking met een bedrijf op te zetten. Door thuiswerk staat heel wat kantoorruimte immers een deel van de week leeg. Bij dit alles blijven sterke en voldoende instructies ook in de toekomst een basis blijven vormen van goed onderwijs.

Hoe richten wij onze leerprocessen in de fysieke en digitale leeromgeving in zodat leerlingen en leraren tijds- en plaatsonafhankelijk kunnen leren en werken?

Adaptief leren

Adaptieve leeromgevingen zijn leeromgevingen die rekening houden met de verschillen tussen leerlingen en die zich aan elke leerling (niveau, interesses en voorkeuren) afzonderlijk aanpassen. Daarbij gebeuren de aanpassingen op het moment zelf en worden ze steeds bijgestuurd. Via programma’s als Snappet of Eduten maken leerlingen oefeningen die afhankelijk van zijn of haar prestatie aangepast worden. Zo kunnen ook leerlingen die het moeilijker hebben met de leerstof ook succeservaringen hebben. En de leraar heeft via zijn digitale assistent een dashboard ter beschikking waardoor hij gerichter kan coachen.

Andere mogelijkheden voor adaptief leren zijn videocoaching waarbij leraren elkaar filmen en de beelden nadien bekijken om ervan te leren. In de lerarenopleiding van PXL Hogeschool staan bijvoorbeeld overal camera’s en microfoons. Die staan in verbinding met een visiesysteem dat de beelden streamt naar de lokalen ernaast of die opneemt voor gebruik in afstands- of avondonderwijs. (Toekomstige) leraren kunnen er ook live of in uitgesteld relais leren van andere onderwijzers. Ze kunnen observeren hoe leerlingen reageren op bepaalde werkvormen of instructies en zichzelf gadeslaan.

PXL lerarenopleiding Hasselt

Hoe zorgen we ervoor dat we niet doorslaan in adaptief leren en zo als school een nieuwe fabriek worden?

Artificiële intelligentie

We vroegen Chat GPT wat de belangrijkste onderwijstrends zijn (zonder door te vragen):

Er zijn veel trends in het onderwijs die de komende jaren belangrijk zullen zijn. Een van de belangrijkste trends is de integratie van technologie in het klaslokaal. Dit omvat bijvoorbeeld het gebruik van tablets, educatieve apps en online platforms om het leren te verbeteren.

Een andere belangrijke trend is gepersonaliseerd leren, waarbij de onderwijservaring wordt aangepast aan de individuele behoeften en interesses van elke leerling. Dit kan worden bereikt door middel van adaptieve leertechnologieën, projectmatig leren en andere innovatieve lesmethoden.

Daarnaast is er een groeiende belangstelling voor sociale en emotionele vaardigheden en welzijn in het onderwijs. Dit omvat bijvoorbeeld mindfulness-oefeningen, positieve psychologie en initiatieven om pesten te verminderen.

Tot slot is er ook veel aandacht voor het ontwikkelen van 21e-eeuwse vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, communicatie en samenwerking.

We vallen niet achterover van dit antwoord maar mits onze vragen wat duidelijker te stellen was het wellicht toch meer bruikbaar geweest. Het wordt voor het onderwijs een uitdaging om te zorgen dat leerlingen dit gebruiken als hulpmiddel bij het leren en niet om te plagiëren. De eerste gerechtszaken zijn al bezig en waarschijnlijk volgen er nog. Minder gemotiveerde studenten zullen steeds creatiever worden. Daarom juist is het belangrijk om hen te motiveren om Chat GPT als bronmateriaal te gebruiken om vandaaruit verder te onderzoeken en te exploreren.

Daarnaast zal het van leraren en leerlingen ook ethische competenties vergen en is het belangrijk dat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan leren omgaan met ethische dilemma’s.

Hoe maken wij onze leraren en studenten vaardig om in te schatten hoe waarheidsgetrouw informatie, beelden of video’s zijn?

Tweedeling in de maatschappij

Er is een groeiende polarisatie in onze maatschappij op allerlei vlakken (sociaal, politiek, financieel …). Daarbij kunnen er ‘kampen’ ontstaan. Dat zie je ook in onderwijsvernieuwing.  Je bent een sterk voorstander van cognitief onderwijs of je bent voor ervaringsgericht onderwijs. Het is kennis ontwikkelen of vaardigheden oefenen. Alsof er geen gulden middenweg bestaat die beide combineert. Het gevaar van polarisatie bestaat erin dat beide groepen zich te weinig (kunnen) inleven in het standpunt van de ander waardoor er intolerantie kan ontstaan. Dit fenomeen kan in de toekomst nog sterker worden, zeker onder invloed van sociale media bubbels en echokamers. Op een bepaald moment lopen leerlingen en ook wijzelf het risico om alleen nog met gelijkgezinden te praten. Het is belangrijk om respect te hebben voor een andere mening en te blijven in dialoog gaan. Het is bijvoorbeeld goed om leerlingen (en leraren) te laten nadenken over hoe ze reageren op een idee waar ze het volledig mee oneens zijn. Of hoe ze hun oordeel kunnen uitstellen wanneer iemand een gedurfd idee oppert. Maar ook hoe ze een nieuw midden en evenwicht kunnen vinden en uitersten leren verbinden.

Hoe leren wij onze leerlingen om ook aandacht te hebben voor extreme, andere of tegengestelde meningen?

Technologische revolutie

In de publicatie ‘De robot de baas’ van de Amsterdam University Press heeft Casper Thomas het over onderwijs in de robotsamenleving. De hypothese is dat arbeid op grote schaal vervangen zal worden door machines waarbij niemand nog veilig is. Ook hoogopgeleiden lopen gevaar. Hun diploma maakt hen niet langer onmisbaar omdat een robot op termijn ook niet-routiniseerbaar werk zal kunnen doen en sterker wordt in het vermogen om te analyseren en te denken. Toch worstelen robots nog met enkele obstakels: werk dat creativiteit vergt, het bedenken van nieuwe ideeën, sociale interactie en empathie. In deze gebieden kan de mens het verschil maken. Stel dat we onderwijs puur als voorbereiding op arbeid zouden beschouwen, dan moeten we jongeren opleiden in vaardigheden die computers niet aankunnen. De man-machine interface wordt krachtiger dan de slimste mens of de meest intelligente robot. Daarbij doet de mens ook taken of neemt hij beslissingen die we om ethische reden niet aan de robot willen overlaten.

Natuurlijk gaat onderwijs verder dan jongeren klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Het gaat ook over Bildung, het breed vormen van de gehele persoon op zoek naar zelfontplooiing, het ontwikkelen van waarden, normen, verantwoordelijkheid en actief burgerschap, in relatie tot andere mensen. Het verwerven van denkvaardigheden, een levensbeschouwelijke visie en persoonlijkheid. Daarom is er naast technologie ook tijd nodig voor nieuwsgierigheid, verwondering, reflectie en filosofie. We zullen in de toekomst dan ook regelmatig aandacht moeten hebben voor curriculumvernieuwing. Voldoende aandacht blijven houden voor basisvakken als lezen, rekenen en schrijven en toch voldoende tijd maken voor identiteitsontwikkeling, inzicht in jezelf en persoonsvorming. Daarbij mag het belang van kunst, sport, zingeving en filosofie ook niet onderschat worden. Geen gemakkelijke oefening. Slimme integratie en combinatie van verschillende leerdoelen zullen nodig zijn.

Hoe stimuleren we vaardigheden als creatief denken, empathie, design, metavaardigheden en systeemdenken bij onze leerlingen? (en ook bij onze leraren en directies?)

Datagedreven onderwijs

Elke school zit op een berg data, nog weinig scholen gebruiken die om hun beleid mee aan te sturen. Uiteraard is buikgevoel belangrijk maar data kunnen je helpen om onderbouwd een bepaalde koers te varen. Hoe contextualiseer je ruwe data zodat je er bruikbare informatie mee bekomt? Hoe kun je patronen ontdekken in de gegevens en zo inzichten ontwikkelen of mogelijke oplossingsrichtingen en acties bedenken?

De Vlaamse inspectie reikt scholen met de datawijzers een interessant instrument aan. Anderzijds hebben inspecteurs niet de tijd om scholen daarbij ook uitgebreid te coachen. Vanuit EduNext speuren we dan ook naar sterke praktijkvoorbeelden waar andere scholen kunnen van leren. Zo kreeg basisschool Louis Paul Boon in Erembodegem op Sett Vlaanderen een podium om te tonen hoe zij data deskundig aanwenden op school. Het is ook belangrijk om data doordacht en breed te gebruiken. Om eerst te kijken waar je met je school naartoe wil en deze visie in concrete doelstellingen te vertalen. Vanuit deze doelstellingen kun je dan bepalen welke data je gaat verzamelen om daar dan in de toekomst op te sturen. Dat zijn best zowel kwantitatieve data over hoe leerlingen leren, demografische gegevens en schoolprocessen als kwalitatieve gegevens en percepties over hoe de onderwijskwaliteit op school evolueert.

Hoe zorgen we ervoor dat onze leraren gebruik maken van data om hun onderwijspraktijk verder te versterken?

Nood aan (veel) leraren

Elke sector heeft nood aan nieuwe werkkrachten en vindt ze moeilijker en moeilijker. Ook heel wat scholen hebben vandaag te maken met een tekort aan leraren en in de toekomst kan dit nog groter worden. Heel wat leraren zullen immers in pensioen gaan terwijl het aantal leerlingen blijft toenemen. Aangezien we niet verwachten dat het aantal studenten aan de lerarenopleiding spectaculair zal toenemen en er ook heel wat leraren vroegtijdig het onderwijs verlaten, dreigt het tekort in de toekomst nog groter te worden. Gelukkig zijn er heel wat zij-instromers maar zij missen in eerste instantie vaak nog de didactische kwalificaties of weten niet hoe ze een goed klasmanagement voor elkaar krijgen. Initiatieven zoals Teach for Belgium waarbij gemotiveerde zijinstromers pedagogisch en organisatorisch sterk ondersteund worden, mogen wat ons betreft flink uitgebreid worden. Daarnaast zijn we allemaal onderwijsambassadeurs, niet alleen Evy Geysels. En sterke onderwijsverhalen verdienen nog meer een podium. Het zal ook belangrijk zijn om nieuwe leraren voldoende te coachen en te ondersteunen en kansen te geven zodat ze zich kunnen doorzetten en in het onderwijs blijven.

We denken dat een aantrekkelijk pedagogisch concept waarin je als leraar autonomie krijgt, betrokken bent en steeds mag bijleren een voordeel zal zijn in de toekomst. Leraren kunnen nu al kiezen uit meerdere jobs en zullen dat in de toekomst nog meer kunnen doen. Het komt er op aan om als school attractief te zijn. Een gemeenschappelijke en uitdagende onderwijsvisie, een wervend pedagogisch project en een schoolteam dat aan elkaar hangt, zijn daarbij enorme troeven.

Hoe kunnen we samen nog meer ambassadeur zijn van het lerarenberoep?

Gezondheid

Jammer genoeg stellen we een groeiend aantal gezondheidsproblemen voor in onze maatschappij, in het bijzonder bij onze leerlingen, leraren en directies. Depressie, stress en burn-out kunnen wijzen op het feit dat de druk op onderwijsprofessionals de jongste jaren groter is geworden en dat de huidige manier van onderwijs organiseren niet meer toereikend is om deskundig en haalbaar om te gaan met uitdagingen zoals digitalisering, meertaligheid, verschillende startsituaties van leerlingen en kinderen met een beperking of moeilijk gedrag. Niets wijst erop dat de huidige situatie snel zal verbeteren. De vorige trend draagt daar ook niet aan bij. In team lesgeven dringt zich op. Zo kun je het werk evenwichtiger verdelen, elkaar beter ondersteunen, van elkaar leren en elkaars talenten complementair inzetten. Daarnaast kan samen lesgeven ook beter zijn voor heel wat leerlingen die kampen met psychische problemen. Het maakt individuele coaching immers meer haalbaar. Door ook in te zetten op sociaal leren, kan ook de leerling te hulp schieten en andere leerlingen verder helpen. Doordat leerlingen leren om eigenaarschap over hun leren te nemen en zo ook zelfstandiger leren werken, kunnen ze ook leraren ontlasten.

Hoe zorgen we voor een goede fysieke, mentale, emotionele, spirituele en sociale balans bij onze leerlingen en leraren?

Ondersteuning nodig?

Wil je voor een school een nieuw pedagogisch concept bedenken en/of implementeren zodat je school beter bestand is tegen deze ontwikkelingen? EduNext heeft daarvoor meerdere mogelijkheden (meerjarig traject, deeltraject, Masterclass, Transformatiescan, workshops of intervisies). Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Alleen de verbeelding kan ons redden - Michael De Cock

In een wereld die gedomineerd wordt door cijfers en efficiëntie, herinnert Michael De Cock ons aan de reddende kracht van de verbeelding. Verhalen en kunst zijn geen luxe, maar de enige manier om de complexiteit van het menszijn te vatten en jongeren een kompas te geven in een onzekere wereld. Wanneer we de verbeelding uit de school bannen, verliezen we de mogelijkheid om een andere werkelijkheid te dromen. Een vurig pleidooi voor de terugkeer van de verwondering in de klas.

Michael De Cock schakelt in dit meeslepend boek continu tussen verbeelding en realiteit en geeft daarbij onverbloemd zijn mening over kunst en cultuur. De kunst alleen kan ons volgens de auteur niet redden. Maar het is op zijn minst wel wat ons verbindt, en wat overblijft. Het is wat we kwetsbaar in het midden leggen. Het is een ritueel dat de angst en de dood bezweert. Het is de gemeenschappelijke grond waarop we elkaar vinden, het bord waarop we schaken, de liefde die we delen.

Bij kunst staat de verbeelding voorop. Mensen kunnen zich immers alles voorstellen. Zelfs het onvoorstelbare. Dat kan leiden tot fantastische verhalen maar ook tot een golf van onredelijke angst. In vele gevallen is de verbeelding een lust, in combinatie met angst is ze zelfs een vreselijke last. De verbeelding kan immers duizelingwekkend zijn. De auteur vraagt zich af wat iemand uit de 16e eeuw zou denken van Tomorrowland als je hem met een teletijdmachine naar hier zou kunnen halen en laten meevieren? Zou hij onder de indruk zijn? Zou hij meedansen? Zou hij denken dat hij in een nachtmerrie terecht was gekomen, of zou zijn brein uit elkaar spatten door het teveel aan indrukken en prikkels? En hoe zouden wij kijken naar de wereld zoals die er in 2422 uitziet?

De kunst van de begrenzing

Volgens de auteur ontstaat kunst, echt goede kunst, altijd binnen de krijtlijnen van de beperking. Daarom is absolute vrijheid noch haalbaar, noch wenselijk. Het leven is chaos, kunst brengt orde. Hij verwijst daarvoor naar Madame de Bovary  waarin Gustave Flaubert er op meesterlijke wijze in slaagt om  van de puriteinse restricties die de burgerlijke moraal hem oplegde een meerwaarde te maken. Zo laat hij Emma Bovary met haar geliefde Léon in een koets door Rouen rijden. Ze bedrijven er stomend de liefde, althans dat suggereert de tekst. Weinig scènes zijn erotischer dan deze, toch wordt er met geen woord over seks gerept. Alles speelt zich in het verborgene af, achter de gesloten gordijnen van de koets – en dus in het hoofd van de lezers.

Op de barricaden voor cultuur

De auteur kan nauwelijks andere dingen bedenken waar hij zo voor wil vechten of zelfs verhuizen als voor vrijheid en het recht om te leven in een maatschappij waarin kunst en verbeelding genoeg ruimte krijgen. De dictatuur en het negationisme zijn de cultus van de dood. Kunst viert het leven en de hoop. Kunst vormt de poort naar ons hart en het empathisch vermogen. Als er iets is dat het menselijke vernuft heeft uitgevonden - door de eeuwen en eeuwen heen - om de pijn, de vreugde, het gemis, noem maar op, deelbaar en overdraagbaar te maken, dan zijn het verhalen en alle afgeleiden. En verwondering is niet zelden de juiste start van de kunstpraktijk.

Cultuur is niet de kers op de taart, maar het fundament waarop je een menswaardige maatschappij bouwt.
— Michael De Cock

Volgens de auteur moeten we een tegenstroom organiseren. Een tegenstroom waarvan de cultuurwereld, het middenveld en burgers deel kunnen uitmaken en waarbij ze een nieuwe gemeenschap vormen. De schrijver citeert daarbij Morrison: “If you have some power, then your job is to empower somebody else”.

Ode aan het theater

In het theater is er tijd voor verbeelding. De tijd gaat er trager. De tijd stolt er als stroop en glijdt traag door je vingers. In theater kun je een leven vertellen in twee uur, en een seconde eindeloos laten duren. Het is maar hoe we het zelf willen. Michael De Cock vindt theater vooral interessant vanwege al die ontmoetingen met mensen die in andere toonaarden dan die van hem gestemd zijn. Daarom houdt hij ook van huizen met een lange en rijke geschiedenis. Geschiedenis die groter is dan wie er ook tijdelijk aan het hoofd van staat.

Niets is volgens de schrijver zo in staat om gemeenschap te vormen als theater. Goed theater is een plek waar artiesten uit formele en informele netwerken aan de slag zijn en elkaars werk volgen, elkaar aanmoedigen, en falen een optie is. Een theater waarvan de artiesten de tijd krijgen en nemen om te zoeken, te bezinnen en zich te vervolmaken. In ruil daarvoor coachen ze elkaar, gaan ze in dialoog met het publiek en staan ze voor de klas nu en dan om jonge mensen op sleeptouw te nemen en hun duidelijk te maken dat theater ook iets voor hen kan zijn, wat hun talent ook is. Als er maar passie is. Een plek waar verbeelding leeft en waar die verbeelding poorten in de geest opent. Waar de stad het canvas is en haar straten, de huizen, de bomen, de letters, de komma’s, de punten en de tekst vormen. Waar iedereen die wil, kan meeschrijven aan een verhaal, waar hij of zij zich kan in herkennen. Waar kinderen vanaf de lager school de weg ernaartoe vinden. Waar je kunt dansen en denken. Verwonderen, bewonderen en gemeenschap vormen. Een stad in een stad. Een theater als kruispunt, als ader, als kloppend hart en als plek van betekenis in het leven van ieder die dat wil.

De auteur raadt iedereen aan om met kinderen naar voorstellingen te gaan. Het is een wonder wat je dan bijleert, wanneer je tegelijk en vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde verhaal kijkt. Of zelf toneel spelen. Er is weinig leuker dan virtuoos en gelegitimeerd doen alsof je iemand anders bent. Het bevrijdt een mens van een hoop zorgen en houdt hem jong.

Ethiek

Michael De Cock maakte de vorige generatie theatermakers en kunstenaars nog mee toen grensoverschrijdend gedrag en directief leiderschap vaak voorkwam. Tegenwoordig kun je niets goed meer maken dat niet beantwoordt aan de juiste ethische normen en waarden. Dat is voor velen nog altijd wennen. Auteurschap wordt bevraagd, net als de geprivilegieerde positie van de kunstenaar. Dat geeft geregeld problemen in het herijken van onze culturele geschiedenis. Mogen we nog van Céline, Picasso of Lolita houden? En om welke redenen dan wel of niet? Maar één ding is ondertussen wel zeker: het romantische beeld van de artiest, die roept en tiert, brult en briest, die een hufter en een onmens is, die mensen laat wachten omdat hij toevallig net (g)een ingeving heeft – het is allemaal voorbij. Zonder de juiste sociale en empathische vaardigheden kun je vandaag geen goed regisseur meer zijn, vindt de schrijver.

Heb lak aan wat mensen van je vinden!

De auteur mijdt gelijkgestemden, en mocht hij ze al tegen het lijf lopen, dan loopt hij een blok om. Als hij een gelijkgestemde wil tegen komen, dan kijkt hij wel in de spiegel en zelfs dat probeert hij te vermijden.

Hij vindt ook dat je alleen goed kan spelen als je je amuseert en helemaal los kunt gaan. Daarom mag je nooit de kern van jezelf verloochenen en moet je je steeds amuseren. Zonder contact met jezelf en plezier kun je jezelf niet verliezen.

Tot slot gelooft hij ook in serendipiteit. Michael De Cock denkt dat de dingen eerder bij toeval op je pad komen. En dat net de dingen waar je niet naar verlangt of die je niet nastreeft de grootste kansen oplevert.

Conclusie

Zeer aan te raden en vlot leesbaar boek op de grens van essay, manifest en roman waarin Michael De Cock meandert door het leven en zijn ontmoetingen met mensen die hem hebben beïnvloedt. En waarbij hij zijn verbeelding de vrije loop laat. Alleen de verbeelding kan ons redden is uitgegeven bij Lannoo.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

De impact van AI op de werkvloer – Tom Palmaerts en Dagmar Van Gucht

Artificiële intelligentie is niet langer een futuristisch scenario, maar een realiteit die de fundamenten van ons werk herdefinieert. Tom Palmaerts en Dagmar Van Gucht verkennen de impact van AI op de werkvloer en dagen ons uit om de menselijke factor opnieuw te waarderen. In een wereld waar machines taken overnemen, wordt de vraag wat ons uniek maakt als opvoeder en professional prangender dan ooit. Hoe verhoudt de school van vandaag zich tot de digitale intelligentie van morgen?

Trendwatchers Tom Palmaerts (Trendwolves) en Dagmar Van Gucht (Employee Welbeing Officer) spraken vorige week tijdens het MTech+ event Tope Tegoare (drie keer raden in welke provincie) over de huidige en toekomstige impact van AI, dit op basis van wetenschappelijk onderzoek in samenwerking met wellbeing experte Ann De Bisschop.

Dagmar Van Gucht en Tom Palmaerts

Polycrisis

We zitten in een meervoudige crisis (covid, toelevering van onderdelen in de maakindustrie, energiecrisis, mobiliteitscrisis …). Veel crises zijn zich tegelijk aan het voltrekken. Ons antwoord daarop is vaak nostalgie. We kijken met heimwee terug naar vroegere tijden waarbij we op een geromantiseerde manier kijken naar een leven zonder stress, bij voorkeur op het platteland met weinig technologie. Zoals Wim Sonneveld het zo mooi zingt in Het dorp. Misschien is AI een manier om voorbij onze nostalgie te gaan, opperen de sprekers.

Een mondiale polycrisis doet zich voor wanneer crises in meerdere mondiale systemen causaal verstrengeld raken op een manier die de vooruitzichten van de mensheid aanzienlijk verslechteren.
— Cascade Institute

Het gaat razend snel!

AI heeft op twee maand tijd 100 miljoen extra gebruikers terwijl Instagram daar twee jaar over deed. Iedereen kan met Music AI bijvoorbeeld zelf muziek maken. Buddywise voorkomt letsel en verlies van mensenlevens door gebruik te maken van realtime risicodetectie en kan zo bedrijven helpen om proactief een veiligere werkplek op te bouwen. AI kan de samenvatting van je meetings en je actiepunten maken. Het kan je helpen om je agenda terug goed te krijgen. In 2030 zullen volgens de sprekers 80% van de mensen met AI werken.

Er zullen jobs verdwijnen, verschijnen en veranderen. In 2036 zullen er een half miljard nieuwe menselijke jobs bijgekomen zijn! Niemand weet hoe die eruit gaan zien. Vaak verdwijnen er jobs maar blijft het werk. Dat gebeurt dan op een andere manier.

AI kan ook jobs minder vuil, gevaarlijk of saai (less dirty dull or dangerous) maken zoals rioolwerken, bommen ontmantelen, data invoeren of gegevens controleren.

Dagmar Van Gucht en Tom Palmaerts

Belgische naïviteit?

Slechts 19% van de Belgen gebruikt volgens het onderzoek AI op het werk terwijl dat internationaal 75% is. Toch zijn in België 75% van de mensen overtuigd dat AI jobs gaat overnemen. Maar ze denken niet dat het hun eigen job zal zijn. 30% geeft toe dat AI impact zal hebben op hun werk. Anderzijds groeit het bewustzijn snel:

-        66% van de ondervraagde leiders zegt dat ze niemand aanwerven zonder AI vaardigheden

-        71% zegt dat ze liever een minder ervaren kandidaat hebben met sterke AI vaardigheden

-        54% van de jonge werknemers zegt dat toegang tot AI hun werkgeverskeuze beïnvloedt

-        De VRT heeft een AI manager aangesteld

Daarnaast vermelden de sprekers ook onderstaande matrix waarbij het menselijke samen met het artificiële voor een sterke combinatie zorgt.

Matrix AI - menselijke vaardigheden

AI verbreedt het sprectrum van mogelijkheden

Als de sprekers tijdens hun onderzoek aan mensen vragen wat AI mag doen en wat ze graag hebben, dan denken ze vaak aan automatisatie van repetitieve taken, efficiënter werken, zorgen voor minder menselijke fouten, efficiënte verdeling en planning van het werk

Denk eens na welke vijf minuten van je dagelijks werk AI zou kunnen overnemen?
— Tom Palmaerts - Dagmar Van Gucht

Dagmar Van Gucht en Tom Palmaerts

Nood aan structuur

Het risico van ‘bring your own AI’ is dat er ook data extern wegvloeit. Er is nood aan een AI beleid en ethische gesprekken over AI. Zo is Ai dat emoties herkent in Europa verboden omwille van privacy. Nochtans zou het bedrijven kunnen helpen om via deze tool mensen die dreigen uit te vallen te herkennen. Ze zouden proactief kunnen checken hoe goed mensen zich voelen. De vraag stelt zich dan ook in welke mate we AI positief kunnen gebruiken.

Tips

De sprekers lieten ons niet achter zonder tips:

-        Ga in gesprek met je medewerkers: gebruik je AI en waarvoor hanteer je het?

-        Voorzie voldoende training en opleiding

-        Breng verschillende soorten mensen samen om met AI aan de slag te gaan en het over ethiek te hebben

-        Denk na hoe AI kan helpen om het werk werkbaarder te maken

Gastvrouw Francesca Vanthielen wees na afloop terecht op de milieu-impact van AI en de grote hoeveelheid servers die moeten gekoeld worden. De sprekers antwoorden dat de technologie dit gaat oplossen. Maar als AI door meer mensen én intenser gebruikt gaat worden, is het nog maar de vraag of de technologische efficiëntie het energieverbruik zal kunnen compenseren, laat staan drastisch naar beneden brengen.

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Provoceren, terugdenken en vooruitdenken tijdens veranderingsprocessen

Hoe doorbreek je de verlammende logica van 'zo hebben we het altijd gedaan'? De kunst van de provocatie dwingt een team om buiten de gebaande paden te treden door het ondenkbare te suggereren. Door vanuit een ideale toekomst terug te denken naar het nu, worden belemmeringen plotseling hanteerbaar. Een praktische methodiek voor scholen die vastzitten in lineaire verbetertrajecten en toe zijn aan een creatieve sprong voorwaarts die de verbeelding weer activeert.

Vastgeroeste patronen op school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede gewoontes gaat. Er zijn echter patronen die verandering of innovatie in je school danig kunnen afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het gebeurt vaak dat dergelijke provocatieve ideeën niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door het extreme idee terug te denken tot een haalbaar idee, kun je het toch realiseren. Deze techniek passen we met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen en jij kunt hem ook gebruiken om jouw hardnekkige patronen te doorbreken.

Beweging creëren door te provoceren

Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.

Saaie lEeromgeving

Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch een beetje te ver. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom je bij ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes.

De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet aan denkt. Laat ons het nog even oefenen op twee andere uitdagingen.

Toezicht houden

Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:

Leraren krijgen TE veel mails en Smartschool berichten

In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je te binnen schieten of een annex toevoegen die je vergeten was.  

Hoe provoceren en hoe terugdenken?

Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in geïnspireerd door een pretpark i.p.v. de volledige school).

Terugdenken en vooruitdenken bij veranderingSPROCESSEN

Tijdens een veranderingstraject kunnen leraren moeite hebben met bepaalde ideeën. Stel dat je op termijn wekelijks coachingsgesprekken met de leerlingen wil organiseren, dan kan dat wel eens heel bedreigend zijn voor bepaalde leraren. Door het idee te gaan terugdenken naar één keer per maand, naar één keer per trimester of naar één keer per jaar vergroot de slaagkans. Om het idee op een bepaald moment weer te gaan vooruitdenken en bijvoorbeeld de frequentie van de coachingsgesprekken te verhogen. Onhaalbare ideeën kunnen zo toch realiseerbaar worden omdat je ze via het terugdenken kleiner maakt, wetende dat je die ideeën na een tijd ook weer kan vooruitdenken. En zo kun je het tempo van de innovaties of veranderingen verlagen of verhogen.

Voor veel uitdagingen toepasbaar

Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.

Wil je er zelf ook mee aan de slag?

Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Ideaal voor tijdens een pedagogische studiedag. Wil je creatief denken structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Recensie boek Stuck. Trauma in organisaties - Philippe Bailleur

Sommige scholen lijken gevangen in een verlammende dynamiek die elke vernieuwing smoort. Philippe Bailleur introduceert het concept van 'organisatietrauma': diep ingesleten wonden die het collectieve zenuwstelsel van een team ontregelen. Dit boek is een must-read voor elke leider die begrijpt dat je met een rationele veranderstrategie nooit zult winnen van een onverwerkt verleden. Een wegwijzer naar herstel en bevrijding voor organisaties die 'stuck' zitten.

Af en toe gebeuren er in organisaties schokkende gebeurtenissen waarvan een individu of groep mensen ongewild en vaak onbewust last van blijft hebben in het dagelijks leven. Iets aangrijpends uit het verleden dat op een ongewenste manier blijft nazinderen en hinderen in het voluit genieten van het nu of het dromen van een aantrekkelijke toekomst. Organisatiecoach Philippe Bailleur verdiept zich sinds jaren zeer intensief in dit thema met als gevolg een zeer verduidelijkend en doorleefd boek. Het is onmogelijk om de inhoud hiervan in een blog als deze weer te geven. We beperken ons dan ook tot een aantal belangrijke begrippen die je kunnen uitnodigen om het boek zelf ook verder te bestuderen.

Een overweldigende gebeurtenis is op zich niet noodzakelijk traumatiserend en hoeft dat ook niet te worden als je de mogelijkheid hebt om te anticiperen, de gebeurtenis onder ogen kunt zien en de mogelijkheid hebt om ruimte en betekenis te geven aan de ervaring. Wat er dus plaatsvindt na een ingrijpende gebeurtenis is minstens even bepalend voor hoe de verwerking ervan zal verlopen. Philippe Bailleur geeft meteen in het boek aan dat het snel willen verhelpen van datgene wat lastig is, niet werkt bij trauma. Pijn mag er zijn zonder dat die meteen bestreden moet worden.

Organisatietrauma is het gevolg van een groot evenement, een reeks drastische gebeurtenissen of aanhoudende omstandigheden, die worden ervaren als toxisch of bedreigend voor het voortbestaan, de samenhang of het gezond functioneren van een levend systeem, team of groep. Dit ten koste van het vermogen om gebalanceerd te blijven functioneren op fysiek, emotioneel, mentaal en/of spiritueel vlak.

De traumakubus

Om patronen te ontdekken of te kijken hoe groot, intens of tastbaar een trauma is, heeft de auteur een kubus ontworpen bestaande uit drie assen met elk vier niveaus:

-        Eerste as: omvang (individueel en sociaal) => vier niveaus: individueel, groep, organisatie, maatschappij (verschillende voorbeelden in boek)

-        Tweede as: impact en intensiteit: in welke mate is er sprake van trauma: stress, overmatige stress, posttraumatische stresswonde of posttraumatisch stresssyndroom?

-        Derde as: tastbaarheid => fysiek (handen), emotioneel (hoofd), mentaal, spiritueel (ziel). We bestaan uit een aantal lichamen die elkaar wederzijds beïnvloeden. Trauma in het ene lichaam kan zich beginnen uiten in een ander lichaam.

Trauma zit zelden geïsoleerd in één vakje van de kubus. Problemen – zeker als ze hardnekkig zijn of onder verschillende gedaanten in de traumakubus blijven terugkomen – zijn vaak een uitnodiging van het levend systeem om met meer aandacht naar de onderstroom te kijken.

Illustratie uit het boek Stuck - Philippe Bailleur

Trauma kan spelen op het snijvlak tussen individu en team, tussen afdeling en organisatie of tussen organisatie en maatschappij.

Leren uitzoomen

Vanaf de schoolbanken worden we eerder getraind om in te zoomen dan om uit te zoomen. Dat inzoomen komt vanuit een mechanistisch, reductionair denkkader dat wordt gestuurd door een diepgewortelde overtuiging: je kunt de werking van het geheel begrijpen door altijd maar dieper in te zoomen op de onderdelen van het geheel.

Uitzoomen betekent vanuit een ander denkkader naar de wereld kijken dan we doorgaans gewend zijn. Systemisch kijken is aandacht hebben voor de relatie tussen mensen, teams, afdelingen, concepten, ideologieën, waarden, kleuren en emoties. Daarbij heb je minder oog voor de vertrouwde tastbare realiteit en meer voor hoe de dingen zich tot elkaar verhouden. De kwaliteit die een organisatie levert, hangt immers steeds meer af van het samenspel tussen mensen, disciplines en afdelingen. Als de complexiteit van een taak het individu overstijgt, moet je investeren in het vermogen dat zich ontvouwt tussen individuen, teams en disciplines.

Volgens Philippe Bailleur gaat leiderschap hand in hand met het vermogen om vloeiend te wisselen tussen inzoomen en uitzoomen en zo veranderende omstandigheden gemakkelijker het hoofd te kunnen bieden. Adaptieve uitdagingen of ongestructureerde problemen zoals trauma hebben vaak geen unieke oorzaak. Meestal is het een combinatie van factoren die elkaar beïnvloeden. Een mogelijke oplossing kan vergen dat sommige of alle onderdelen op een andere manier op elkaar moeten gaan inwerken. Deze veranderingen in interactie leiden op hun beurt tot veranderingen in de relaties tussen alle betrokkenen. Dit kan enkel als je uitzoomt.  

De traumaval

Een organisatie met een rigide, positionele hiërarchie kan vastlopen in de traumaval. Het gezond functioneren van een organisatie is onmogelijk als die te strak is. Veel prikkels – ook relevante – zullen gedempt geraken omdat niet alles gekanaliseerd kan worden via de leiding. Daardoor wordt de organisatie gedeeltelijk blind of ongevoelig voor de realiteit. Het gebruik van de traumaval als lens kan helpen bij het begrijpen van de organisatiedynamiek. Hierdoor wordt het mogelijk om te kijken naar het relationele weefsel van het systeem.

Illustratie uit het boek Stuck - Philippe Bailleur

De kans dat een organisatie zakt in de traumaval is een combinatie van een aantal factoren. Enerzijds de positie van de organisatie op het moment van een ingrijpende gebeurtenis, anderzijds de impact van die gebeurtenis en hoe daarmee wordt omgegaan. Als die gebeurtenis erkend wordt en als de juiste ondersteuning geboden wordt, dan kan dit de organisatie zelfs versterken.

Sommige gebeurtenissen die systeemtrauma veroorzaken, vinden plaats van het ene moment op het andere en komen van buiten de organisatie. Ze zijn acuut, plotseling en ingrijpend. Ingrijpende gebeurtenissen kunnen zich ook voordoen in een organisatie tijdens de dagelijkse werking. Dit betekent dat de oorsprong, of de zogezegde dader of boosdoener, deel kan uitmaken van de organisatie. Een interne gebeurtenis kan veel diepere schade en verlamming veroorzaken. Een zichtbare, externe vijand hebben, motiveert, verbindt en mobiliseert vaak slachtoffers en hulporganisaties. Het is makkelijker om zorg en onderdak te bieden voor elkaar als de oorzaak elders ligt. Het relationele weefsel wordt dan tot op zekere hoogte geactiveerd en zorgt voor verbondenheid.

De veilige ruimte die nodig is om het risico op organisatietrauma’s te verminderen, kan volledig worden vernietigd als mensen op zoek gaan naar een zondebok in de vorm van een persoon, proces of gebeurtenis.

De oorsprong van trauma is niet altijd te herleiden tot één concreet moment. Systeemtrauma kan zich op een meer subtiele manier ontwikkelen en toch een vernietigende impact hebben door een aaneenschakeling van minder aangrijpende gebeurtenissen. Door hun regelmaat kunnen deze toch zorgen voor een overweldigend effect en een organisatie zo stapsgewijs doen zakken naar de bodem van de traumaval.

Hoe reageert de leiding op trauma?

Als een levend systeem in de traumaval zakt, is het interessant om te observeren hoe leidinggevenden erop reageren. Die reacties kun je uitzetten op een continuüm dat loopt van totale ontkenning tot empathisch erkennen. Als de leiding van een organisatie het fenomeen trauma niet (er)kent, is de ruimte voor heling heel klein. Als iemand geen contact kan, wil of mag maken met zijn eigen gevoelens of kwetsbaarheid, dan is de drempel om het te hebben over emoties heel groot. Het creëert bovendien een onbalans in de relatie waardoor de een zich sterk toont en de ander zich zwak voelt en zich dus schaamt. Dat is vernietigend voor de eigenwaarde van een individu of groep. Vaak hebben mensen een persoonlijke crisis nodig om voor het eerst contact te leren maken met hun eigen gevoelswereld. Iemand die bepaalde emoties, gevoeligheden of kwetsuren niet kan (h)erkennen bij zichzelf, is ook niet in staat om die te (h)erkennen bij anderen.

Soms beschouwen nieuwe directeurs negatieve emoties en dynamieken als weerstand tegen verandering omdat ze zich niet bewust zijn van wat gebeurd is. Ze waren niet verbonden met de geschiedenis van de organisatie zodat ze niet kunnen begrijpen van waaruit en waarom die emoties en dynamieken ontstaan. Wie meer ervaring heeft als leidinggevende, werkt met subtiele reacties en impliciete feedback van het team. Wanneer het team voelt dat hun signalen opgevangen worden, zullen ze een groeiend gevoel van veiligheid ervaren. Minder ervaren leiders zijn vaak zo hard bezig met een voorgedefinieerde aanpak dat ze niet zien wat de groep terugkaatst. Als gevolg daarvan missen ze op hun tocht vaak de waardevolle wegwijzers om de ontwikkeling van de groep – en dus het relationele weefsel van de groep - te ondersteunen.

Traumacapsules

Volgens de auteur kan trauma zich nestelen in een capsule waardoor het aan de oppervlakte lijkt of er niets aan de hand is. Mensen kunnen zich echter veelvuldig en onverwacht overweldigd voelen door iets wat eigenlijk achter hen ligt in de tijd. Dit kost tonnen energie. Iedere keer als zo een traumacapsule geraakt wordt, is dat tegelijkertijd een opportuniteit. Als er dan ruimte wordt geboden voor toxines die alsnog vrijkomen, kan een oude wonde gaan helen. Als dat niet gebeurt, is er opnieuw sprake van ontkenning en kan de traumacapsule verder gaan groeien.

Veerkrachtige organisaties accepteren dat er toxines gevormd worden en verwerken ze regelmatig. Rouwen, verwerken van emoties en kanaliseren van toxines is eerder een relationele of gezamenlijke vaardigheid dan een individueel gebeuren. Rituelen en ceremonies kunnen het relationeel weefsel terug versterken.

Niet geheeld trauma reist volgens Philippe Bailleur mee met de tijd waardoor iets dat volgens lineaire logica in het verleden ligt, zich toch weer kan tonen alsof het nu is. Als dat gebeurt is er sprake van herbeleving of heractivatie. Concreet betekent dit dat wat in het verleden ligt, plotseling weer heel aanwezig is, vaak op een belemmerende, lastige manier. Dit betekent dat de voorheen ontkende emoties uit het verleden zijn vrij gekomen. Er kan daarentegen ook sprake zijn van herhaling als een getraumatiseerd team zijn omgeving terugzuigt in een eerdere traumadynamiek, vaak in een onbewuste poging om alsnog heling of afronding te vinden. In dat geval wordt de traumadynamiek geactiveerd door het team dat nog steeds vastzit in de tijd. Als het zich daar niet van bewust is, is de kans groter dat het een herhaling wordt zonder helende afronding met hertraumatisering tot gevolg.

Het helen van traumacapsules is niet alleen een kwestie van toxines maar ook van het vrijmaken van het gestagneerd potentieel. Verlangen is terug nodig om de energie, creativiteit en bevlogenheid van medewerkers te activeren. Als een groep optimaal functioneert en zich boven de traumaval bevindt, gaat het merendeel van de aanwezige energie en aandacht van de groep uit naar het uitvoeren van het voorhanden zijnde werk.

Veerkracht

Volgens de auteur zien organisaties die klaar zijn voor een snel veranderende wereld de organisatie als een levend systeem en medewerkers als sensoren om dat levend systeem te blijven ontwikkelen. Een belangrijke troef is het relationele weefsel of de bedrading. Hierdoor functioneren medewerkers als sensoren die het levend systeem voortdurend ontwikkelen door hun detectie van interne of externe noden. Deze organisaties hebben geleerd dat elke werknemer een gevoel heeft voor een bepaald aspect van het functioneren van de organisatie. En dat het onmogelijk is om al die informatie centraal te verwerken. Dus zorgen ze ervoor dat er een zekere ruimte voor zelfregulering is voor medewerkers en teams. Dit is precies wat deze organisatie weerbaar en veerkrachtig maakt. Bovendien begrijpen ze dat toxines waardevolle informatie bevatten. Vaak zijn ze het product van spanning tussen wat is en wat zou kunnen zijn.

Rouwen is een chaotisch proces

Steeds meer blijkt dat rouwen en verwerken eerder een chaotisch proces is dat heen en weer schommelt tussen twee polen:

-        De ene pool is gericht op de impact van de ingrijpende gebeurtenis waardoor er contact gemaakt wordt met pijnlijke emoties, er gevoelens geuit en gedeeld worden en gewerkt wordt aan de acceptatie van de veranderde werkelijkheid.

-        De andere pool is dan meer gericht op het feit dat het leven en werk ook gewoon weer doorgaat. In dat geval is er meer aandacht voor het integreren van lessen voor de toekomst, het zich aanpassen waar nodig en mogelijk het weer opstarten van nieuwe initiatieven en het vieren van vooruitgang en nieuwe successen.

Een evenwichtige manier van werken met beide polen – met waardering en acceptatie voor wat er zich tijdens het proces ontvouwt – is cruciaal voor het verwerken van complexe emoties.

Conclusie

Dit boek gaat in op een zeer complexe en gevoelsmatige problematiek in organisaties: trauma. Philippe Bailleur slaagt er in om telkens de juiste woorden te vinden wat het boek zeer aangenaam en vlot leesbaar maakt, ook al was de structuur niet altijd eenvoudig om te volgen. We raden het boek aan iedereen aan die met trauma in haar of zijn organisatie te maken hebt of die toekomstig trauma wil voorkomen. En ook al heb je niet met trauma te maken, de vele concrete voorbeelden en werkvormen komen van pas bij elke transformatie.

Wil je Philippe Bailleur aan het werk zien? Hij komt naar Sett Vlaanderen op 29 februari in de Nekkerhal in Mechelen. Hij zal het daarbij niet specifiek over Stuck hebben maar over Navigate, zijn meest recente boek dat hij samen met Annette Meulmeester schreef. Inschrijven kan via deze link.

 

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Navigate – een gids voor leiders in complexe tijden – Philippe Bailleur en Annette Meulmeester

In een wereld die 'vloeibaar' is geworden, volstaat lineair leiderschap niet langer. Philippe Bailleur en Annette Meulmeester reiken met 'Navigate' een kompas aan voor het navigeren in onzekerheid. Het vraagt om een andere manier van kijken: weg van de controle, richting het begrijpen van systemische patronen. Hoe behoud je als leider je koers wanneer de kaart die je in handen hebt niet langer overeenkomt met het terrein waarin je beweegt?

Net voor de vakantie viel het boek Navigate van organisatiecoaches Philippe Bailleur en Annette Meulmeester in onze brievenbus. Een kluif van liefst 445 pagina’s. Het werkstuk - dat geen moment verveelt - gaat over het navigeren op onbekend en complex terrein. Een uitdaging waar heel wat organisaties vandaag mee te maken hebben. Het bevat heel wat interessante inzichten voor leiders en begeleiders die organisaties doorheen het woelig water van voortdurende veranderingen willen helpen loodsen. Het boek is niet gericht op het onderwijs maar kan er wel goed voor gebruikt worden. Het bevat enkele theoretische modellen maar je voelt continu aan dat de Annette en Philippe doordrongen zijn van de praktijk. Daarvan getuigt het verhaal van Averno - een hypothetische organisatie die te maken krijgt met nieuwe uitdagingen - dat zich doorheen het hele boek weeft. De voorvallen, de patronen, de reacties van de medewerkers, wat er onder de waterlijn speelt, het voelt allemaal heel realistisch aan.

Boekcover en achterflap

Uit het boek hebben we hieronder enkele van de vele inzichten gedistilleerd die jou kunnen helpen tijdens je transformatiereis.

Durf de mist te omarmen

Op complex terrein, zo beweren de auteurs, werken mechanistische rechttoe rechtaan oplossingen niet meer. Organisaties zijn immers levende systemen en er spelen heel wat variabelen mee. Je kunt het eindresultaat van je interventies niet altijd meer voorspellen. Het is niet omdat je A doet, dat B automatisch zal volgen. Daarom gebruiken de schrijvers de metafoor van de poolster. Dat is geen vast einddoel van de geplande verandering maar eerder een ontwikkelrichting, een koers waar je op langere termijn naartoe wil. En die dus ook regelmatig kan meebewegen met de inzichten die je onderweg en via nieuwe kennis verzamelt. Naarmate je verder in de toekomst kijkt, wordt het immers steeds mistiger. De valkuil is om de mist weg te willen nemen. We doen dat omdat we niet graag in onzekerheid vertoeven of omdat het te beangstigend is. De kunst is om de mist te zien als deel van het proces, dit om te vermijden dat je navigeert op een illusie van controle, zoals dat bijvoorbeeld bij rigide meerjarenplannen het geval kan zijn.  

Schenk voldoende aandacht aan de diepestructuur van de organisatie

In organisaties bevindt zich steeds een bovenstroom en een onderstroom. De oppervlaktestructuur is zichtbaar via tastbare verschijningsvormen zoals gedrag, rituelen, gewoonten en gebruiken. De in wezen niet zichtbare dieptestructuur bestaat uit aannames, overtuigingen, mentale modellen en waarden. Deze laatste zijn wel bepalend voor wat ze zich wel of niet kan ontvouwen of ontwikkelen. De dieptestructuur bepaalt immers grotendeels de oppervlaktestructuur. Als mens zoeken wij onbewust altijd naar een collectief geaccepteerde manier van handelen. Soms zelfs zonder dat we het in gaten hebben en zelfs als dit disfunctioneel is. We houden ons immers aan de regels van het spel die we intuïtief snel oppikken. Wil je wezenlijke verandering bewerkstelligen, zo zeggen de auteurs, dan vergt dit interventies die vaak verder gaan dan de oppervlakte. Het vraagt om interveniëren op onderliggende patronen. Als ‘de harmonie te allen tijde bewaren’ bijvoorbeeld een diepgeworteld patroon is, dan is de kans groot dat er veel indirecte communicatie is omdat publieke onenigheid als een vorm van falen beschouwd wordt. Als je dan beslist om een training ‘feedback geven’ te voorzien, dan zullen mensen daarna wellicht zeer goed en volgens de regels van de kunst feedback kunnen geven maar heb je helaas nog geen klimaat waarin ze dat ook gaan doen.

Leer patronen observeren met heel je lichaam

Organisatiepatronen tonen zich via het individu. Patronen die zich op microniveau manifesteren zijn vaak een expressie van wat zich binnen de gehele organisatie voordoet. Als je erop let, zie je voortdurend individuele patronen voorbijkomen die je kunnen helpen om die patronen op het spoor te komen. Als je patronen leert spotten, dan ontvouwt er zich een bijzonder rijk pallet aan informatie om als leider of veranderaar mee aan de slag te gaan. Patronen bepalen grotendeels wat er tussen mensen gebeurt en precies daar kun je ze oppikken. In de tussenruimte. Dat vraagt dat je leert om gedrag, acties en gebeurtenissen te observeren en stap voor stap te zien hoe die met elkaar verbonden zijn en of/hoe die terugkeren. Dit vraagt om bewustzijn van je binnenwereld zodat je jouw eigen gevoelens, oordelen en aannames niet verwart met die van de omgeving. De schrijvers benadrukken dat we vaak door een gekleurde bril kijken. Ontvankelijk zijn, vraagt om bewust te worden van je eigen oordeel en het even aan de kant te zetten. Je hebt een onbevangen nieuwsgierigheid nodig om werkelijk open te kunnen staan voor wat zich voordoet. Manieren ontwikkelen die je helpen om weer terug te keren naar je eigen centrum, zodat je in een volgende bijeenkomst weer open en ontvankelijk kunt ingaan zonder ‘gedoe’ uit een vorig contact mee te slepen.

Let op voor rolverwarring

We gaan er van uit dat onze opvatting over onze rol gedeeld wordt door de mensen met wie we samenwerken. Helaas checken we dit maar weinig bij elkaar waardoor er soms meerdere van elkaar verschillende rolopvattingen bestaan. Op geordend terrein zijn rollen eerder statisch en vast te leggen in een rolomschrijving om ze daarna te hanteren als een soort objectieve maatstaf. Daarna ontstaat een vrij stabiel samenspel van rollen. In een complexe wereld zijn rollen voortdurend in beweging waardoor die niet meer te objectiveren zijn. Je ziet onbewuste of niet afgestemde rolopvattingen het snelst als er druk op de ketel komt te staan. Helaas ontbreekt dan vaak de mentale ruimte om het erover te hebben waardoor er stap voor stap breuklijnen en conflicten in de organisatie ingebed raken. De auteurs adviseren om op een proactieve manier weak signals op vlak van rollen en samenspel van rollen in de gaten te houden. Het samenspel van rollen kun je zien als een choreografie die voortdurend evolueert en waarbij de betrokkenen elkaar in de dans kunnen verliezen alsof ze ieder op een ander muziekstuk aan het dansen zijn. Daarnaast kan ook er ook een misvatting zijn ten aanzien van de rol van de directeur. Daarbij bestaat het risico van de ouder-kind dynamiek: hierin wordt van de leider verwacht dat die een ‘perfecte ouder’ is die voor zijn kinderen zorgt, het antwoord heeft op al hun vragen en hen met brede schouders van kennis en ervaring van alle gevaren behoedt. Een onmogelijke opdracht op complex terrein.

Zet in op collectief leiderschap

Tegenwoordig is er veel aandacht voor leiderschapsopleidingen en -coachings. Volgens de auteurs zijn die echter vaak individueel van aard waarbij men er van uit gaat dat de leider het daarna zal wel implementeren in de organisatie.  Het gaat volgens Annette Meulmeester en Philippe Bailleur meer over de ontwikkeling van collectief leiderschap via het ontwikkelen van een leiderschapssysteem. De dashboards met stuurinformatie die houvast geven op geordend terrein blijken maar beperkt bruikbaar omdat ze meestal opgebouwd zijn met kennis uit het verleden. Om vlot te kunnen navigeren op complex terrein is een nauwe connectie nodig met wat zich voordoet in de praktijk. Een leider kan er dus maar best voor zorgen dat signalen uit de praktijk worden opgepikt, gekanaliseerd en betekenis krijgen zodat mensen er adequaat op kunnen handelen. Deze leider gaat dus niet zelf analyseren en interpreteren maar brengt de juiste mensen en hun intuïtieve, onaffe gedachten, inzichten en ideeën bij elkaar. Zo kunnen alle relevante perspectieven vermengen in het ontwerpen van volgende stappen. Een leider zet in die zin niet zozeer een inhoudelijke koers uit maar creëert een voedingsbodem tussen mensen en zelfs tussen teams zodat er een effectief proces van betekenis geven kan ontstaan. Het gidsen van organisaties vergt wel dat de leider zelf ook aan de bak moet en de mate waarin zij in staat is om dit te doen, bepaalt in grote mate in hoeverre de organisatie in staat zal zijn om wezenlijk te evolueren. De eigen interne reis is voorwaardelijk om de ontwikkeling van de organisatie goed te kunnen ondersteunen.

Leer omgaan met spanningsvelden.

Mensgericht versus taakgericht leiderschap, intuïtief versus data gedreven beslissen, het lijken soms tegenstrijdige krachten. De kunst is om hierin geen keuze te maken maar deze juist in jezelf te verbinden en te leren doseren naargelang de situatie. Je kunt echter alleen doseren als je beide kanten kunt omarmen: de vertrouwde en de minder vertrouwde kant. Wil je kunnen laveren tussen spanningsvelden – wat nodig is op onbekend terrein - dan vergt dat de inzet van minder bewuste, afgesplitste of onderdrukte kanten van jezelf. De bereidheid tot zelfonderzoek en de ontwikkeling van zelfbewustzijn is een noodzakelijke voorwaarde om te leren balanceren op die spanningsvelden. De auteurs gaan in op enkele spanningsvelden zoals autonomie versus verbondenheid, sturen versus faciliteren en ratio versus intuïtie. Spanningsvelden hebben gemeen dat, als de druk toeneemt, ze vaak stevige emoties oproepen en zelfs kunnen leiden tot versplintering, juist waar we een mengvorm van de polariteiten nodig hebben. Als een leider de kwaliteit van beide polen niet weet te omarmen in zichzelf, slaagt hij er onder druk waarschijnlijk niet in om - wat door de druk in de organisatie uit elkaar aan het vallen is - verbonden te houden.

Foto tijdens de boekvoorstelling in Amsterdam (in het midden Annette en rechts Philippe)

Besteed aandacht aan het proces van Sensemaking

Mensen actief betrekken bij het betekenis geven aan de veranderende wereld is de beste manier om als collectief te leren omgaan met alle ongemakken die horen bij verandering. Verandering is altijd een combinatie van loslaten wat vertrouwd is (oude modellen) en omarmen van het nog niet vertrouwde (nieuwe modellen). Het proces van sensemaking is een cruciaal vermogen voor organisaties om te navigeren op onbekend terrein. Het is het modelleren van datgene wat zich aan het ontvouwen is, het vroegtijdig ontdekken van de nieuwe logica, het vermogen om relevante (soms nog zwakke) signalen uit de omgeving en organisatie op te pikken en om er collectief betekenis aan te geven. Dit doe je door zoveel mogelijk perspectieven binnen te brengen. Je schiet niet direct in oplossingen maar vertoeft juist wat langer met elkaar in de mist. De zo ontstane hypothesen leiden tot het oplaten van proefballonnen. Kwetsbare, prille ideeën krijgen hierdoor voor het eerst vorm in concrete acties. In organisaties waar overwegend met technische oplossingen geantwoord wordt, kunnen deze proefballonnen aanzien worden als besluiten of definitieve ontwikkelrichtingen, zeker als ze geen direct resultaat opleveren en zo gezien worden als falen waardoor de durf- en experimenteerruimte weer dichtklapt. Als je je eigen hypothese graag bevestigd wil zien, loop je het risico dat je onbewust kleine signalen die wijzen op het tegendeel, negeert of mist. Dit proces continu doorlopen maakt dat de lessen uit het experimenteren langzaam stollen in nieuwe manieren van (samen)werken, collectieve intelligentie en wijsheid.

Zorg voor generatieve gesprekken

Wanneer mensen klagen dat er te veel meetings zijn of dat de kwaliteit ervan te wensen over laat, wanneer beslissingen onvoldoende worden genomen door mensen die het dichtst bij de realiteit zitten, wanneer gemaakte afspraken onvoldoende worden nagekomen, dan is er nood aan rijke dialogen. De auteurs bekijken dit vanuit verschillende gespreksruimtes. Vaak zitten organisaties te veel in de vrijblijvende gespreksruimte en houden ze hun maskers op en hun harnassen aan. De kunst is om in de generatieve  gespreksruimte te komen waar de verbinding die tussen mensen ontstaat, een diepere laag raakt. Ze hanteren daarbij de metafoor van een jazzorkest. Effectieve systeembouwers hebben niet alleen oog voor de inhoud van de bijeenkomsten maar evengoed voor hoe het proces verloopt. Stiltes zijn daarbij een goede graadmeter. In de vrijblijvende ruimte voelt stilte vooral ongemakkelijk waardoor deze snel wordt volgepraat. In de schurende ruimte roept stilte spanning en onzekerheid op, met de gedachte van ‘wat gaan we nu krijgen’ of ‘als dit maar goed komt’. Het is de reflectieve stilte uit de generatieve gespreksruimte die aangeeft dat het collectieve brein opstart.

Ga aan de slag met waardestromen

Het is belangrijk om duidelijk maken welke waarde je wil creëren en voor wie. Vaak zijn teams zo intern gericht dat ze amper zicht hebben op de uiteindelijke klant of omdat elk organisatieonderdeel een andere doelgroep voor ogen heeft. Soms is het heel eenduidig en soms is er sprake van een kluwen van tegengestelde belangen. Bij het bepalen van de waarde en de markt is het handig om in scenario’s te denken. Daardoor weet je op voorhand aan welke knoppen je zal moeten draaien naargelang van de respons die je krijgt. Ook bij waardestromen is er sprake van oppervlakte- en dieptestructuur. Oppervlaktestructuur is wat je bijvoorbeeld als product of dienst krijgt. Dieptestructuur kan gaan over de beleving ervan. Bezie het anders inrichten van je organisatie waardoor ze veerkrachtiger, adaptiever, klantgerichter en vooral humaner wordt, ook als een belangrijke waarde. De waardestromen die dwars door de organisatie lopen, lijken dus belangrijker te worden dan de silo’s waarin niemand wordt afgerekend op de effectiviteit van de waardestroom.

meridianen en diamanten als leidraad

Omdat de inhoud tijdens een veranderingsproces niet altijd voldoende houvast geeft, benadrukken de auteurs dat het proces dat wel kan. Ze hebben daarvoor een model ontwikkeld met zes meridianen langs waar een organisatieontwikkeling tot stand kan komen. Naast de hoger genoemde waardestromen, zijn dat meesterschap, samenspel, teams, leiderschap en organisatiedesign. Organisatieontwikkeling is meestal een spiraalsgewijze groei door de meridianen heen. Je moet uiteindelijk met alle meridianen aan de slag om een organisatie klaar te stomen op onbekend terrein. Ze zijn dus systemisch met elkaar verbonden. Elk van de meridianen vormen een diamant met vijf niveaus waar langs een organisatie kan evolueren. Het laagste niveau is ‘stuck’ of trauma, daarna heb je survivor om uiteindelijk bij de transformer uit te komen.  

Plaatje uit het boek Navigate - Philippe Bailleur - Annette Meulmeester - uitgeverij LannooCampus

Organisatieontwikkleing gaat over het bewust werken langs de meridianen met als doel het bewust/doordacht bouwen aan een ecosysteem van organisatiepraktijken, geordend langs de meridianen zodat de energie door de organisatie kan stromen. Idealiter wordt de energie goed verdeeld over de verschillende meridianen. Een probleem toont zich vaak in één meridiaan en raakt meestal pas opgelost als je rekening houdt met hoe meridianen voortdurend op elkaar inspelen. In de kern zit het DNA van de organisatie dat inkleuring geeft aan de meridianen. Dat wordt gevormd door de principes, de ambities en de verlangens die bij de oprichting van de organisatie de basis vormden. Hoe meer aspecten in de hogere regionen van de diamant liggen, hoe groter de kans dat de organisatie gemakkelijk zal bewegen in een complexe wereld. Maar weet dat een organisatie ook een zone van naaste ontwikkeling heeft. Voorbij deze zone werken, leidt sowieso tot overspoeling. Het inschatten van de veerkracht en het absorptievermogen van een organisatie – op vlak van mensen en systemen – raakt helaas vaak overschaduwd door overmoed of onvoldoende contact tussen de directie en de buik van de organisatie.

Conclusie

Navigate is een geweldig boek waarin Annette Meulmeester en Philippe Bailleur hun theoretische en praktijkinzichten op vlak van organisatieontwikkeling van de laatste tien jaar knap hebben gebundeld. Het is ook heel vlot geschreven en zeer rijk aan taal. Daarin valt ook de mooie smeltkroes van typisch Vlaamse en Nederlandse woorden en zinnen op. De auteurs benadrukken dat de manier waarop je taal geeft aan het veranderingsproces een belangrijke hefboom is en doen dat zelf voortreffelijk in hun boek ondermeer via mooie metaforen. Ze gebruiken daarbij – net als bij de titel van het boek - wel heel wat Engelse termen (‘containen’, ‘dealen’, ‘holden’) waarvoor ze misschien ook wel een passend Nederlands woord hadden kunnen vinden. Maar misschien dekte dat minder de lading die ze voor ogen hadden. En zoals eerder verteld lazen we nooit eerder een organisatienovelle zoals die van Averno die zo uit het leven van een organisatie is gegrepen. Het is een - overigens ook mooi geïllustreerd - boek waar je het beste de tijd voor neemt en waar je tijdens je veranderingsproces regelmatig kunt naar teruggrijpen. Een echte aanrader! Het boek is uitgegeven bij LannooCampus.

Meer lezen