Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe breng je jouw schoolvisie echt tot leven?

Een visie op papier is geduldig, maar de weerbarstige praktijk van de klasvloer vraagt om meer dan mooie woorden. Hoe zorg je ervoor dat de ambities uit het schoolwerkplan niet verstoffen in een lade, maar de leidraad worden voor elke pedagogische handeling? De weg van intentie naar actie is vaak geplaveid met twijfel; het vertalen van abstracte idealen naar tastbaar gedrag is de ultieme lakmoesproef voor elk innovatief schoolbeleid.

Als je door websites van scholen surft en je zoomt in op de visies, dan lees je volgende zinnen:

-            Wij stellen onze leerlingen centraal

-            Wij vinden het welbevinden van iedereen op school belangrijk

-            We zetten in op diversiteit

-            We werken voortdurend aan kwaliteitsvol onderwijs

-            We ontwikkelen de talenten van al onze leerlingen

-            We bieden krachtige leeromgevingen aan

-            We besteden aandacht aan milieu en duurzaamheid

-            We hebben een sterk uitgebouwde leerlingenbegeleiding

-            We bereiden onze leerlingen voor op hoger onderwijs

Enkel vragen die hierbij rijzen:

-            Stel dat je daar het logo van een andere school zou bijplaatsen, zou iemand het merken?

-            Zouden leerlingen en leraren van die school kunnen vertellen wat er in hun visietekst staat?

-            Als je door die school zou lopen, zou je die visie dan vertaald zien op de klasvloer?

In heel wat scholen is het antwoord positief. In andere scholen is dat minder het geval. Waarom? Omdat die scholen er vooralsnog niet in geslaagd zijn om hun visie volledig tot leven te brengen.

 Blijf niet hangen in een visietekst

Uiteraard moet je als school een visie hebben. Je moet weten waar naartoe. De stip op de horizon moet duidelijk zijn. Daarom is het zeer zinvol om daar met het hele schoolteam over na te denken. En daarbij mag je dromen. Als je kijkt naar je huidige en toekomstige uitdagingen, welke school heb je dan nodig? Hoe zou je willen dat je school er in 2027 uit ziet? En dan kom je samen tot een tekst of een aantal pijlers die voor de school belangrijk zijn. De valkuil bestaat erin om deze tekst te blijven bijslijpen totdat hij er op papier perfect uitziet. Om hem daarna te visualiseren op de website, aan de schoolpoort te hangen, te verspreiden via brochures of een plaats te geven tijdens opendeurdagen.

Vertaal de visie in concrete doelstellingen

Het is belangrijk om je schoolvisie verder door te vertalen. Wat betekent deze visie voor je leerlingen, leraren, school en de wereld rondom je school?

-            Welke leerlingen wil je zien als ze de laatste keer door je schoolpoort stappen?

-            Wat wil je dat leerlingen kennen en kunnen?

-            Hoe wil je dat leerlingen met elkaar omgaan?

-            Hoe verloopt de relatie tussen leerlingen en leraren?

-            Welke kwaliteiten en expertise hebben leraren in je school?

-            Welk gedrag vertonen je leraren op school?

-            Welke schoolklimaat wil je op school?

-            Hoe wil je dat de buitenwereld je school ziet?

-            Hoe wil je omgaan met de ouders van je leerlingen?

Deze doelstellingen kun je bij elke nieuw project, bij het uitwerken van processen of bij praktische beslissingen steeds weer voor ogen houden en je afvragen of dit beantwoordt aan je doelstellingen.

Definieer leidende pedagogische principes

Hoewel de doelstellingen al een stuk concreter zijn, is dat nog niet voldoende. De link die nog te weinig gemaakt wordt, is de vertaling van de doelstellingen naar de dagelijkse pedagogie en didactiek. Dat vergt een extra slag. Hiervoor kun je het EduNext transformatierad als denkmodel gebruiken.

EduNext transformatierad

Daarbij ga je samen met het lerarenteam na hoe je voor elk van de wielen van het transformatierad je visie en doelstellingen concreet kunt vertalen in leidende pedagogische principes. Per wiel kun je zo een 3 tot 5 principes gaan bepalen. Goed gedefinieerde leidende principes zijn voldoende concreet, geven sturen en richting maar bieden toch nog genoeg ruimte om die te interpreteren en aan te passen naar de klascontext.

Enkele voorbeelden van leidende pedagogische principes zijn:

-            Leerinhoud: we reflecteren regelmatig op de vooropgestelde leerdoelen en versterken zo het zelfreflecterend vermogen van leerling en leraar

-            Leervorm: onze instructies mogen in de toekomst nog maximaal 20 minuten duren en leerlingen zullen leren beslissen welke instructies ze nodig hebben en welke niet.

-            Leerproces: we gaan werken met digitale portfolio’s waarbij leerlingen hun opgedane vaardigheden en nevenactiviteiten kunnen bijhouden

-            Leertijd: we starten elke morgen met een gemeenschappelijk kringmoment waarbij leerlingen over een zelfgekozen thema met elkaar in gesprek gaan

-            Leeromgeving: wij streven ernaar dat elke leerling op elke moment een plek kan vinden om in stilte te kunnen werken

-            Leernetwerk: we gaan de ouderbetrokkenheid versterken door hen ’s morgens de kans te geven om een koffie te drinken hen op vrijdagnamiddag te laten aansluiten bij een gemeenschappelijk moment

-            Leermateriaal: We willen een overkoepelende toolbox creëren waar we onze  lesmaterialen samen kunnen maken en delen

-            Leerorganisatie: We streven ernaar om wekelijks 1 à 2 uur overlegtijd te creëren

Het is van belang om je ervan bewust te worden dat de wielen van het transformatierad één samenhangend systemisch geheel vormen. De daarvan afgeleide pedagogisch leidende principes zijn dat ook. Goed gedefinieerde principes kunnen op elkaar inspelen en elkaar versterken.

Tijdens het bedenken en vormgeven van deze principes hou je het best ook telkens de doelstellingen voor ogen en check je of je via deze leidende pedagogische principes je doelstellingen wel degelijk bereikt. Eens je het met het schoolteam eens bent over de leidende pedagogische principes, vormen ze je kompas tijdens je dagelijks onderwijs.

Weet dat bepaalde leidende pedagogische principes bij leraren angst kunnen oproepen omdat ze het nog niet zien zitten om die uit te voeren of omdat ze er zich nog niet competent voor voelen. Het is belangrijk om daar tijdens het proces voldoende oog voor te hebben, hen daarbij te coachen en zo te werken aan draagvlak.

Proeftuin of pilootproject

Een laatste stap in het proces is om de leidende pedagogische principes te vertalen naar je dagelijks onderwijs. Dat kan via een proeftuin of een pilootproject. Het onderscheid is belangrijk. Een proeftuin omvat enkele van de leidende pedagogische principes waarmee je gaat experimenteren en de effecten ervan in kaart brengt. Een pilootproject integreert alle leidende pedagogische principes. Het is je toekomstige school in het klein. Dat betekent dat je de leidende pedagogische principes vertaalt naar concrete lesinhouden, lestabellen, evaluatie, benodigde leerruimte, organisatie, leermateriaal en netwerk. Een pilootproject heeft meer impact maar is ook een stuk uitdagender.  Een proeftuin heeft minder effect maar zorgt er wel voor de leraren meer laagdrempelig met de innovaties aan de slag kunnen gaan. Het risico bij proeftuinen is dat het proeftuinen blijven. Maar als er meerdere proeftuinen lopen, kun je die op termijn wel verbinden tot één pilootproject.

Doordat er op school proeftuinen of pilootprojecten lopen, zul je zien dat de visie zo veel voelbaarder wordt. Het is geen vrijblijvende tekst meer op de website. Stel dat je bezoek hebt op school, dan zullen leraren en leerlingen die in de proeftuinen of pilootprojecten actief zijn, gemakkelijk de visie kunnen vertellen omdat hun dagelijkse werking ervan doordrongen is.

Wil jij je schoolvisie nog meer laten leven?

We hebben voor bovenstaande stappen een deeltraject ontwikkeld waarbij we het schoolteam coachen om via enkele interventies te komen van visie naar doelstellingen naar overeengekomen leidende pedagogische principes. Interesse? Neem contact met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.

Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

Hoe basisschool GAAF! in Aalst een meervoudige structuur- en gedragsverandering bij leerlingen, leraren en ouders realiseert

In Aalst bewijst basisschool GAAF! dat een radicale koerswijziging vraagt om een meervoudige aanpak. Het veranderen van structuren is slechts het begin; de echte uitdaging ligt in de verschuiving van gedrag bij leerlingen, leraren én ouders. Dit praktijkvoorbeeld laat zien hoe een holistische visie op leren en samenleven leidt tot een omgeving waar eigenaarschap en verbondenheid geen holle termen meer zijn, maar de dagelijkse realiteit.

Op 29 april en 6 mei was EduNext samen met 30 directies, leraren, coördinatoren en beleidsmedewerkers uit heel Vlaanderen te gast in basisschool GAAF! te Aalst. Het doel was om te komen leren van hoe zij hun innovatief onderwijs vormgeven en hoe hun veranderingsproces is gelopen. Voor wie er niet bij kon zijn, hierbij het verslag …

EduNext schoolbezoek aan basisschool GAAF! Aalst

De lokale context

Tussen 2018 en 2023 waren er op de GO! campus in de Eikstraat te Aalst twee basisscholen actief: GAAF! met een 300-tal leerlingen en De Kleine Okapi met een 70-tal leerlingen. Beide scholen mikten op een ander doelpubliek en hadden  een verschillend pedagogisch project. Dit gaf de kans aan ouders om te kiezen tussen een grotere meer traditionele school en een kleinschalige school met elementen uit het methodeonderwijs waarbij ouders zeer betrokken werden. De conflicterende visies van beide scholen zorgden na enkele jaren voor heel wat spanningen en frustraties. Zo was er bijvoorbeeld maar één turnzaal en één speelplaats. Daarenboven werd het voor De Kleine Okapi steeds uitdagender om de pedagogische werking te vrijwaren toen er regelmatig leerkrachten uitvielen. Het werd op een bepaald moment zeer moeilijk om deze school in dezelfde vorm verder te zetten. Stilaan rees het idee om van beide scholen één school te maken.

Oei, een fusie!

Het nieuws dat beide scholen zouden gaan samensmelten werd niet op gejuich onthaald bij de ouders van De Kleine Okapi. Ze vreesden ervoor dat de toenmalige werking van de grotere school zou doorgetrokken worden naar de kleinere school. Nochtans was het doel om één pedagogisch concept te bedenken met de sterke elementen van beide scholen. Daarom stelden de scholen van in het begin het principe van gelijkwaardigheid voorop. De schoolteams gaven zichzelf een jaar de tijd om na te denken hoe ze in de toekomst het onderwijs wilden vormgeven. Het eerste jaar zou er dus niets veranderen op de klasvloer. De schoolleiding besefte dat zo een fusie een kans was om een heel nieuw pedagogisch project te creëren. Gezien de complexiteit van zo een vernieuwing en het feit dat er twee schoolculturen waren met heel wat gevoeligheden, nam de school de beslissing om externe trajectbegeleiding van EduNext in te roepen.

Gluren bij de buren

Tijdens pedagogische studiedagen verdeelde het schoolteam zich en trokken ze in subgroepjes naar vernieuwende scholen in Vlaanderen. Dit leverde heel wat inspiratie op en het zorgde ook  energie en verbinding. De school schreef zich ook in voor een onderzoeksproject Executieve Functies van Odisee. Daarnaast nam directie Sofie De Pauw deel aan de EduNext masterclass en volgde ze ook een Banaba schoolontwikkeling bij Artevelde. Ook bracht de school externe teamteaching en co-teaching expertise binnen en lieten ze zich verder inwijden in zelfregulerend leren. Daarnaast zorgde EduNext tijdens de begeleiding regelmatig voor extra inspiratie. De school is ook lid van een professionele leergemeenschap (oproep veranderwijs.nu) en volgde een een professionaliseringstraject bij Vlajo voor activerend onthaal.

Een leidende coalitie op de been brengen

Omdat het niet doenbaar was om telkens met het hele team samen te komen, besloot GAAF! om een kernteam samen te stellen met een evenwichtige verdeling tussen beide scholen.

Kernteam basisschool GAAF! Aalst

Daarbij was er ook een vertegenwoordiger van de ouders van elke school die de communicatie verzorgde naar hun respectievelijke oudergroep. Een kernteam heeft voordelen en nadelen. Enerzijds kun je meer snelheid maken en zijn deze teamleden vaak zeer gemotiveerd en bewust van de nodige verandering. Anderzijds loop je het risico dat het schoolteam niet op dezelfde snelheid zit. Daarom besloot GAAF! om voldoende klankbordmomenten te organiseren met het hele schoolteam. Op die manier konden ze de input en de ideeën van iedereen meenemen en elke collega de kans geven om te wennen aan de nieuwe ideeën door er met elkaar over in gesprek te gaan. Het kernteam kun je zien als de  onderzoekers die voorop lopen en mogelijke pistes in kaart brengen maar ook regelmatig terugkeren en afstemmen met hun collega’s. Het kernteam in GAAF! neemt geen enkele beslissing. Ze creëerden draagvlak door het volledige team continu te betrekken. Elke personeelsvergadering en elk overleg stond in het teken van overleg, uitwisseling en reflectie. De ouders betrokken ze via padlet, een oudercafé of een bevraging via Google Forms. Als het schoolteam een draft had, dan hingen ze die aan de inkom om feedback van ouders te krijgen.

Ouders betrekken

Aan de slag

GAAF! ging in september 2022 van start en begon te dromen over hoe hun toekomstige school eruit zou kunnen zien. Daarna keken ze hoe ze die ambities konden vertalen in concrete streefdoelen voor leerlingen, leraren en de school. Om deze daarna verder te concretiseren in leidende pedagogische principes. Daarvoor hanteerde het team het EduNext transformatierad. Voor elk van de wielen (leerinhoud, leervorm, leerproces, leertijd, leeromgeving, leermateriaal, leernetwerk en leerorganisatie) kwam de school tot draft leidende pedagogische principes. Daarna hebben ze die verfijnd en afgestemd met de collega’s tot ze finaal werden. Deze leidende pedagogische principes vormen voor GAAF! het kompas, het zijn krachtlijnen die criteria bevatten waaraan hun onderwijs wil voldoen. Een goed gedefinieerd leidend pedagogisch principe geeft voldoende sturing en richting en biedt toch nog genoeg ruimte aan leraren om dat in hun klas te interpreteren en aan te passen. Deze principes helpen GAAF! bij het nemen van beslissingen en bij reflectie over hun onderwijs. Nadat het schoolteam het eens was geworden over de leidende pedagogische principes, bestond de volgende uitdaging erin om ze in de praktijk te brengen.

Leidende pedagogische principes Basisschool GAAF! Aalst

Geleidelijk aan of gewoon springen?

In eerste instantie was het de bedoeling om te starten met één pilootproject. Maar in april 2023 organiseerde de directie individuele gesprekken met elke leraar waarbij ze in gesprek gingen over hoe ze naar het volgende schooljaar keken en hoe ze zichzelf binnen vijf jaar zagen. Een grote meerderheid van de collega’s was enthousiast over het nieuwe pedagogische concept. Een aantal collega’s zou het jammer gevonden hebben om een heel jaar mee te mogen schrijven aan een nieuw onderwijsconcept en dan nog drie of vier jaar te moeten wachten. Waarom springen we niet met de hele school tegelijk? Een bijkomend argument was dat het moeilijker en moeilijker werd om de kleine school nog een jaar apart te laten bestaan. Zo heeft de school besloten om in september 2023 met alle units tegelijk te starten.

Het pedagogisch concept van GAAF!

De school is afgestapt van het leerstofjaarklassensysteem en heeft gekozen voor unitonderwijs. De leraren hebben zich verdeeld over vier units:

-            Unit 1: K0 K1 K2 (instappers, eerste en tweede kleuterklas)

-            Unit 2: K3 L1 (derde kleuterklas, eerste leerjaar)

-            Unit 3: L2 L3 L4 (tweede, derde en vierde leerjaar)

-            Unit 4: L5 L6 (derde graad)

Tussen 8.45 en 9.00 werkt de school met een zachte landing en tussen 15.25 en 15.40 is er een rustig vertrek. ’s Morgens zijn er geen rijen of toezicht. De leerlingen leren om zelf naar hun klasomgeving te komen. Na een kringmoment in hun eigen nest krijgen de leerlingen in de voormiddag instructielessen. De school werkt daarvoor met EDI (Expliciete Directe Instructie) en tijdens die lessen zitten de leerlingen per leerjaar. Dit is het geval voor de tredevakken (Nederlands, Frans en wiskunde) waarbij er een chronologische opbouw is van de leerstof. De leraren werken nu nog met methodes, die bieden een houvast. Het is wel de bedoeling dat ze vanuit de leerdoelen werken en de methodes eerder als bronmateriaal te gebruiken.

Tijdens instructielessen zijn ze met twee leraren aanwezig. De vakexpert geeft de instructie terwijl de andere leraar coacht. Bij een ander vak wisselt dat. Na de instructie zwermen de leerlingen leeftijdsoverschrijdend uit naar het leerplein (behalve in unit 1) samen met een leraar die hen coacht bij het verder verwerven van de leerstof. De andere leerlingen blijven bij de andere leraar in de klas die dan verlengde instructie geeft. Ook als leerlingen geen instructie  nodig hebben of na een korte instructie alleen verder kunnen voor hun oefeningen, gaan ze naar het leerplein.

Per nest is er een vaste coach die ook de kringmomenten aan het begin en het einde van de dag begeleidt. Dat zorgt voor verbondenheid en samen leren. Elke unit werkt ontwikkelingsgericht en kijkt waar elk kind  staat en wat het nodig heeft. Daarom is het mogelijk dat cognitief sterke leerlingen voor een bepaald thema aansluiten bij een andere unit.

De leerlingen krijgen veel autonomie. Via een planbord en een keuzebord realiseren ze in de loop van de week een aantal doelen en werken ze een aantal taken af. Dat bouwen de leraren geleidelijk aan op. Er is veel aandacht voor zelfregulerende vaardigheden. Leerlingen halen hun benodigde materiaal op in hun bakje en deponeren het - nadat de taak afgewerkt is – terug. Om te zorgen dat het voor de kinderen duidelijk is in welk nest ze zitten, naar welke instructielessen ze moeten en waar ze hun leraar kunnen vinden, heeft de school een systeem met hangkaartjes en magneetjes uitgedokterd.

Keuzebord

De kracht van metaforen en storytelling

Tijdens haar verhaal gebruikt directie Sofie regelmatig metaforen. Zo zag ze hun vroegere situatie met twee scholen als een nieuw samengesteld gezin waarbij de kinderen niet voor elkaar gekozen hebben en toch moeten samenleven.

Daarnaast vertelt ze over een skiër die bij mistig weer naar beneden wil maar het dal niet kan zien. Hij gebruikt de paaltjes en de vlaggetjes om veilig beneden te geraken. Die poortjes zijn haalbare en realistische tussendoelen die de verandering voor leraren behapbaar maken. Door het team daarbij te helpen, vergroot je de slaagkans van de transformatie.

In de school wordt er ook heel veel gevisualiseerd. Overal hangen de leerdoelen uit, hangen er emotiekaartjes aan de deur en zijn er deurbegroeters.

Een van de ouders is heel sterk in tekenen. Zij heeft de werking van de school en hoe een schooldag eruit ziet in een mooi en laagdrempelig verhaal gegoten via Kamishibai vertelplaten. Alvorens te starten met de nieuwe werking, is dat verhaal in alle klassen aan de kinderen verteld. Op die manier konden leerlingen en ouders zich voorstellen hoe een onderwijsdag er in de toekomst zou uitzien.

Kamishibai vertelplaten: Miek Van Hemelryck

Klik op de afbeelding om te openen

Aandacht voor het welbevinden

Het feit dat de leraren van GAAF! in team staan en verantwoordelijkheid nemen voor een grotere groep leerlingen, zorgt ervoor dat ze meer samenwerken en dat ze ook bij elkaar terecht kunnen. Ze kunnen hun uitdagingen delen, gezamenlijk tot oplossingen komen en de lasten samen dragen. De teamleden werden er zich dit jaar van bewust dat sterke teamvaardigheden een verschil maken tegenover er alleen voor staan in je klas. Door veel met elkaar te praten, elkaar te steunen en kleine successen te vieren, bleef het team – ondanks de vele uitdagingen tijdens zo een vernieuwingstraject - zeer gemotiveerd. Dat lukte omdat er steeds respect was voor de verschillende snelheden tussen de verschillende leraren en units. Wel is het belangrijk dat er stappen vooruit gezet worden.

Juf Lieve ging op een bepaald moment 4/5 werken omdat het in het vorige systeem voor haar te zwaar begon te worden. Maar nu ze is overgeschakeld op het nieuwe systeem, werkt ze terug 5/5

De school maakte van ABC (autonomie, betrokkenheid, competentie) A4BC. Accepteren, aanvaarden en aandacht voor iedereen. Door regelmatig individueel en samen terug te blikken op wat het traject met hen heeft gedaan, wat hen energie geeft en wat ervoor zorgde dat het soms minder goed ging, werkt het team aan haar zelfreflectievaardigheden en haar veerkracht. Als er frustraties zijn, dan probeert de school om dat naar boven te brengen tijdens de bijeenkomsten, niet in de wandelgangen of in de leraarskamer. Geen vergadering na de vergadering.

Tijd creëren

Een dergelijke werking uitdokteren en bijsturen zou niet mogelijk zijn zonder veelvuldig overleg. Tijdens de levensbeschouwelijke vakken (2 u/week) is er binnen de units mogelijkheid tot overleg. Daarnaast roostert de school de leraren zoveel mogelijk vrij van toezichten. Er is bijvoorbeeld een extra toezichter aangesteld en ook de directie en de zorgcoördinator nemen regelmatig over. De unitwerking zorgt ervoor dat leraren ook overdag korte overlegmomenten hebben. Daarnaast zijn de meeste leraren om 8 uur aanwezig zodat ze tot 8.45 uur ook nog tijd hebben om af te stemmen.

Het blijft in beweging

Vaak hoor je tijdens seminaries en congressen verhalen over innovatieve scholen waarbij je jezelf de vraag stelt of dit in de praktijk wel echt zo werkt. Wel, tijdens onze rondgang konden we het verhaal van Sofie bij alle leerlingen en leraren terugvinden. Het leeft echt. De leraren deden per unit zelf hun verhaal, leerlingen lopen ons voorbij en plakken hun magneetje op het keuzebord, nemen hun materiaal uit hun bakje en hangen hun kaartje rond hun nek. Zonder dat ze daartoe aangespoord worden. In de klas werken ze zelfstandig of onder begeleiding van de coach.

In vele innovatieve scholen die we bezoeken, krijgen we soms het gevoel; ‘dit is het’, ‘dit is wat we willen’, terwijl de mindset in GAAF! is dat het in volle beweging blijft. Het traject verloop in theorie rechtlijnig van A naar B, in de realiteit zijn er veel kronkels. GAAF! bouwt de brug terwijl ze erover lopen. Ze beseffen dat ze nog maar aan het begin staan en dat ze nog veel zullen vallen en leren. Maar ze zien wel dat dit onderwijsconcept veel meer potentieel heeft voor de uitdagingen die zich stellen.

Als je de vraag zou stellen wie nog terug wil naar het oude systeem, zou je weinig kandidaten vinden.

Foto Jean-Pierre Swirko

Meer weten over trajectbegeleiding?

Alle credits gaan naar het hele schoolteam die voluit voor dit traject is gegaan. Vanuit EduNext zijn we heel blij om dit fantastische team te mogen begeleiden. Ben je benieuwd naar wat zo een transformatiecoachingstraject voor jouw school kan inhouden? Vraag een vrijblijvend gesprek aan via mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe krijg je alle betrokkenen mee tijdens een veranderingstraject?

Wanneer een kleine groep enthousiastelingen een vernieuwing uitdenkt zonder de rest van het team te betrekken, is de kans op falen groot. Echt draagvlak ontstaat niet aan de zijlijn van een proeftuin, maar door iedereen vanaf de start medeverantwoordelijk te maken voor het traject. Hoe doorbreek je de isolatie van innovatie en zorg je voor een gedragen beweging die standhoudt wanneer de eerste euforie voorbij is?

Bij een innovatie of transformatie is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere proeftuinen lopen. Voor de collega’s die niet rechtstreeks bij deze innovaties betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.

Creeer draagvlak voordat je begint

1) Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie aan te pakken. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door de collega’s te laten zien hoe de leerlingeninstroom de komende jaren zal veranderen of door hen bewust te laten maken dat ze het niet meer alleen zullen aankunnen. Zo maak je werk van een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde verandering, bijvoorbeeld via de scholengroep of een doorlichting.

2) Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagde transformatie te komen zoals:

  • Willen gaan voor één overkoepelend schoolproject

  • Geloven in eigenaarschap van leerlingen en leraren

  • Alle belanghebbenden (leraren, leerlingen, ouders) van in het begin te betrekken. Durf de hogere sporten van de participatieladder beklimmen

  • Voldoende tijd voor het lerarenteam voor het veranderingstraject voorzien

  • Je schoolbestuur mee hebben

3) Breng een leidende coalitie op de been, een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in een kernteam team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een kernteam van acht. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan.

Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject

4) Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan een tijd later te  eindigen bij het omarmen van het nieuwe.

Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross

Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, andere collega’s zullen meer tijd nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching of opleiding aangewezen.

5) Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar via een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of de ingang van de school zijn daarvoor zeer geschikt. Laat het team zelf nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.

6) Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject kan je bijvoorbeeld komen tot een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een of meerdere van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal wil je die om de veertien dagen houden. Voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich er de nodige vaardigheden voor eigen te maken . Door bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.

Creëer draagvlak na het veranderingstraject

Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.

7) Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. Om dat te kunnen doen, is vertrouwen nodig maar dat kun je tijdens een veranderingstraject opbouwen.

8) Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.

Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daarvoor een plan van aanpak. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.

9) Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.

Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.

Wil je hier graag meer over weten?

Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school. Voldoende draagvlak creëren bij het schoolteam is ook een centraal thema tijdens onze masterclass transformatiecoaching .

We gaan hierover met jou ook graag vrijblijvend in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Reken af met tijdrovers op school

De leraarskamer gonst vaak van de klachten over werkdruk, maar veel kostbare tijd lekt weg in inefficiënte vergaderingen en administratieve ruis. Het aanpakken van tijdrovers is geen kwestie van harder werken, maar van radicale keuzes durven maken in wat we níét meer doen. Ontdek hoe je door kritisch te kijken naar routineuze processen de broodnodige ademruimte creëert voor wat er werkelijk toe doet: de kwalitatieve interactie met de leerling.

Tijdens het schooljaar lopen elke ochtend en avond veel mensen door de schoolpoort. Ongemerkt glippen er telkens enkele dieven mee. Zij zijn niet uit op materieel gewin, het gaat hen onze tijd. Brutaal en ongemaskerd sluipen ze dagelijks binnen. Waar zijn ze op uit? Zoveel mogelijk werkuren stelen. En dat lukt ze prima. Hoewel iedereen ze kent, mogen ze op veel plaatsen gewoon hun gang blijven gaan. Nochtans hebben we allemaal tijd te kort en worden we dagelijks door de tijd ingehaald. Bovendien hebben deze tijdrovers ook een negatieve impact op ons welbevinden. Tijdrovers zijn immers meedogenloos en verslavend. En het zijn broertjes van elkaar. De eerste letter van hun naam begint met een m en ze roven ook graag samen tijd.

Drawify illustratie

Tijdrover 1: Multitasking

Af en toe horen we tijdens begeleidingen leraren zeggen dat zij wel kunnen multitasken. En niet kort daarna iemand die zegt dat vrouwen dat wel kunnen. Een mythe. Je kunt wel autorijden en ondertussen aan iets denken. Dat lukt omdat we het autorijden hebben geautomatiseerd en ons denkend brein - bij rustig verkeer - beschikbaar is. Tegelijkertijd aan twee dingen denken, lukt niemand. En toch blijven velen het dagelijks proberen. Multitasken leidt tot veel concentratieverlies en belast je brein intensief waardoor je snel moe wordt en je productiviteit fel zakt.

Drawify illustratie

Tips

  • Werk je taken na elkaar af. Weersta aan de drang om van hier naar daar te flippen.

  • Zorg dat enkel ziet of hoort wat je nodig hebt. Neem verleidingen weg en ontloop stoorzenders

  • Richt bewust je aandacht en ban aanlokkelijke nevengedachten

  • Zet jezelf een tijdsdoel voor een werkstuk dat je af wil hebben

  • Beloon jezelf na het singletasken

 Tijdrover 2: Mail

We mailen ons te pletter. Voor je het weet, besteed je een halve dagtaak aan het lezen en beantwoorden van mails. Er zijn nog altijd veel mensen die een lege inbox willen hebben. Dat kan voordelen hebben maar het kost ons veel tijd en het is vaak dweilen met de kraan open.

Drawify illustratie

Tips

  • Voorzie tweemaal per dag een tijdsblok waarin je mails beantwoordt

  • Sluit je mailbox steeds af na gebruik

  • Gun jezelf max x minuten mailtijd per dag. Analyseer je huidig aantal minuten en zet wekelijks een scherper doel

  • Reduceer het aantal mails per dag en verminder het aantal lijnen per mail

  • Laat je mails in cc in een aparte folder binnenkomen en bekijk die twee keer per week

  • Laat je mails die je verzendt enkele minuten in je ‘postvak uit’ waarna ze automatisch verzonden worden. Zo kun je nog correcties doen

Tijdrover 3: Meetings

Te veel. Te lang. Niet voorbereid. Niet efficiënt. Geen agenda. Geen verslag: vergaderingen, we kennen ze allemaal. En toch blijven we eraan deelnemen. En ja, we hebben natuurlijk onze laptop mee zodat we ons kunnen bezighouden met de vorige tijdrover terwijl de directeur of een collega aan het woord is. Als je bij online meetings je video en je microfoon afzet, lukt dit je vast ook.

Drawify illustratie

Tips

  • Halveer de vergadertijd of verminder de frequentie.

  • Check of iedereen (de hele tijd) aanwezig moet zijn

  • Installeer een nieuwe regel: iedereen mag de meeting verlaten als het niet meer interessant is

  • Vergader af en toe staand

  • Voorzie een ‘bullshit’ knop. Als iemand te lang aan het woord is, kun je daar op drukken

https://www.pilz.com/nl-BE

Tijdrover 4: Minuutje?

Meestal vragen mensen het niet eens. Ze onderbreken je zomaar. Probeer in de gemiddelde leraarskamer – meestal ingericht als landschapsbureau – maar eens te werken. Je moet al een geoefende mediterende monnik zijn om je in een dergelijke omgeving te kunnen focussen. Er loopt wel altijd iemand langs of er komt een whatsappje binnen. En ben je dan toch even geconcentreerd aan het werk, dan komen enkele collega’s in jouw buurt een mini-vergadering houden.

 TIPS

  • Voorzie in stilleruimtes of vergaderboxen of zoek een plek waar je rustig kunt werken.

  • Durf pratende mensen erop aan te spreken om hun gesprekken in een afgesloten ruimte verder te zetten.

  • Zet je pop-ups af. Zorg dat je een tijdje onvindbaar bent

  • Plaats een bordje ‘niet storen’ of zet een koptelefoon op

Tijdrover 5: Multimedia

Zo sociaal zijn ze vaak niet. Ze kunnen je lang bezig houden waardoor je nadien je werk mag inhalen. Eens je er aan begint, kun je erin verdwalen. Voor je het weet is er een uur voorbij. Of je gaat toch gauw nog eens checken hoeveel likes je intussen op je meest recente post hebt.

Drawify illustratie

 TIPS

  • Leg je smartphone weg of zet hem op stil.

  • Voorzie een telefoontas in vergaderruimtes

  • Plan je sociale mediamomenten in, bijvoorbeeld als beloning na een flink stuk werk.

  • Sluit al je sociale media vensters en schakel pop-up’s uit

  • Neem je GSM niet mee naar toilet

Tijdrover 6: Matig plannen

Ook deze tijdrover kan gigantisch veel tijd stelen. Heel wat mensen brengen geen of weinig structuur aan in hun werk. Of ze beschikken over geen goede tool. Daarnaast leert onderzoek dat we te optimistisch zijn in onze planning.

Drawify illustratie

TIPS

  • Plan lege ruimte in je agenda in. Vermom het desnoods als een taak

  • Voorzie blokken van tijd om geconcentreerd te werken

  • Verzamel alle informatie voor je begint

  • Overschat de benodigde tijd voor een taak met een factor twee

  • Verdeel je werk in vier categorieën (dringend, onbelangrijk, niet dringend, belangrijk). Spendeer de meeste tijd aan niet dringende, belangrijke taken

Gedragsverandering

Deze tijdrovers aanpakken, vergt een gedragswijziging. En dat is niet eenvoudig. Veel mensen blijven vaak in intenties steken en vallen snel terug op hun vroegere gewoontes. Om voorgoed af te rekenen met tijdrovers zal je bovenstaande en andere tips minstens 21 dagen moeten volhouden (sommige onderzoeken spreken over 63 dagen), dan pas worden het nieuwe gewoontes.

Hulp nodig?

Wil je de tijdrovers in je school eens en voorgoed uitschakelen? Dit kan via een begeleidingstraject op maat. Neem voor een vrijblijvend intakegesprek contact op met Dirk (dirkdeboe@edunext.be - 0474/949448).  

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Provoceren, terugdenken en vooruitdenken tijdens veranderingsprocessen

Hoe doorbreek je de verlammende logica van 'zo hebben we het altijd gedaan'? De kunst van de provocatie dwingt een team om buiten de gebaande paden te treden door het ondenkbare te suggereren. Door vanuit een ideale toekomst terug te denken naar het nu, worden belemmeringen plotseling hanteerbaar. Een praktische methodiek voor scholen die vastzitten in lineaire verbetertrajecten en toe zijn aan een creatieve sprong voorwaarts die de verbeelding weer activeert.

Vastgeroeste patronen op school, waarschijnlijk heb je er wel enkele. Gewoontes die al heel lang bestaan en die je moeilijk kunt doorbreken. En dat is ook niet nodig als het over goede gewoontes gaat. Er zijn echter patronen die verandering of innovatie in je school danig kunnen afremmen. De provocatie- en terugdenktechniek kan zorgen dat je toch een uitweg vindt voor zo’n nefaste gewoonte. Edward de Bono, creativiteitsexpert en bedenker van onder meer de 6 denkhoeden ontwikkelde met de provocatie een laterale denktechniek die zorgt dat je bestaande logische denkpaden verlaat en zo tot verrassende ideeën komt. Het gebeurt vaak dat dergelijke provocatieve ideeën niet gerealiseerd worden omdat er nog geen draagvlak voor is, omdat de technologie nog niet rijp is of omdat het idee te gewaagd is. Door het extreme idee terug te denken tot een haalbaar idee, kun je het toch realiseren. Deze techniek passen we met succes in talloze workshops, brainstorms en begeleidingen en jij kunt hem ook gebruiken om jouw hardnekkige patronen te doorbreken.

Beweging creëren door te provoceren

Door te provoceren komen mensen uit hun comfortzone, verlaten ze platgetreden paden en komen ze tot verrassende ideeën. Die kunnen echter te radicaal zijn. Als ze bij dat extreme idee blijven, zullen ze het nooit realiseren. Ze kunnen het gewaagde idee wel terugdenken tot een idee dat wel haalbaar is zonder terug in de box te belanden.

Saaie lEeromgeving

Stel dat we op onze fysieke leeromgeving provoceren en we nodigen Walt Disney uit? Wat als we van onze school een pretpark maken? Wellicht gaat dit toch een beetje te ver. Je kunt dit extreme idee terugdenken en zo kom je bij ideeën die meer kans maken om te landen zoals muziek bij het binnenkomen van de school, een zintuigelijke route op de speelplaats of gedecoreerde traptredes.

De techniek zorgt ervoor dat je brein via een omweg tot ideeën komt waar je in eerste instantie niet aan denkt. Laat ons het nog even oefenen op twee andere uitdagingen.

Toezicht houden

Niemand doet het graag en toch moet het gebeuren. Maar moet het wel op dezelfde manier? Wat als we de toezichten zouden afschaffen? Tja, chaos en gevaarlijke situaties willen we natuurlijk niet, dus denken we dat provocatieve idee terug tot ideeën die wel kans maken:

Leraren krijgen TE veel mails en Smartschool berichten

In elke school kampen ze er mee. Maar stel nu dat we geen controle meer zouden hebben over onze mailbox en Smartschool? Stel dat onze computer in onze plaats zou beslissen hoe en wanneer we mails lezen? Dat willen we waarschijnlijk niet. Maar als we erop terugdenken, kan het wel mooie ideeën opleveren zoals mailetiquette, een maximum aantal woorden per mail of je mail enkele minuten later automatisch laten versturen zodat je er nog fouten kunt uithalen die je te binnen schieten of een annex toevoegen die je vergeten was.  

Hoe provoceren en hoe terugdenken?

Provoceren kun je door aan onmogelijke of onwaarschijnlijke zaken te denken, door flink te overdrijven of een keer het omgekeerde te doen. De ‘Wat als’ filmpjes van Tim Van Aelst maken daar veel gebruik van. Je mag ook dingen verbieden, afschaffen of verplichten. Terugdenken doe je door de tijd te beperken (v.b. vergaderingen van 1 uur i.p.v. 2 uur), het idee gedeeltelijk door te voeren (v.b. we geven bepaalde leerlingen een coach i.p.v. alle leerlingen) of door de ruimte te verkleinen (v.b. we richten één ruimte in geïnspireerd door een pretpark i.p.v. de volledige school).

Terugdenken en vooruitdenken bij veranderingSPROCESSEN

Tijdens een veranderingstraject kunnen leraren moeite hebben met bepaalde ideeën. Stel dat je op termijn wekelijks coachingsgesprekken met de leerlingen wil organiseren, dan kan dat wel eens heel bedreigend zijn voor bepaalde leraren. Door het idee te gaan terugdenken naar één keer per maand, naar één keer per trimester of naar één keer per jaar vergroot de slaagkans. Om het idee op een bepaald moment weer te gaan vooruitdenken en bijvoorbeeld de frequentie van de coachingsgesprekken te verhogen. Onhaalbare ideeën kunnen zo toch realiseerbaar worden omdat je ze via het terugdenken kleiner maakt, wetende dat je die ideeën na een tijd ook weer kan vooruitdenken. En zo kun je het tempo van de innovaties of veranderingen verlagen of verhogen.

Voor veel uitdagingen toepasbaar

Deze methodiek kan je toepassen op allerlei uitdagingen op school (vakwerkgroepen, speelplaats, wachtrijen leerlingen, de studie, klassenraden, oudercommunicatie …) maar ook op pedagogisch-didactische patronen zoals frontaal lesgeven, methodes, jaarklassensysteem of de manier van toetsen. De methodiek brengt mensen in een context waarin ze gemakkelijker tot ideeën komen en waarbij ze op een andere manier naar het patroon kijken.

Wil je er zelf ook mee aan de slag?

Dan kun je de provocatie- en terugdenkmethode zelf uitproberen. EduNext heeft ook een workshop out-of-the box denken ontwikkeld waarbij de provocatie- en terugdenkmethode een van de technieken is. Ideaal voor tijdens een pedagogische studiedag. Wil je creatief denken structureel inbedden in je school, dan is er ook een begeleidingstraject out-of-the-box denken mogelijk. Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext Masterclass 2024-2025

Echte transformatie vraagt om meer dan een snelle workshop; het is een reis van persoonlijke en professionele groei. De Masterclass 2024-2025 biedt een intensief traject voor wie de status quo op school fundamenteel wil uitdagen. Hier ontmoet je gelijkgestemden die begrijpen dat je eerst jezelf moet leiden voordat je een heel team kunt meenemen in verandering. Durf jij de confrontatie aan met je eigen overtuigingen om ruimte te maken voor het onderwijs van morgen?

Veel onderwijsprofessionals voelen aan dat hun huidig onderwijsconcept tegen zijn limieten aanloopt en niet meer geschikt is voor de uitdagingen die zich in sneltempo aandienen. Zoals een gewijzigde leerlingeninstroom, de noodzaak om meer gepersonaliseerd te leren, kansarmoede of meertaligheid. Om duurzaam in te zetten op deze uitdagingen, heb je een nieuw onderwijsconcept nodig. Daarbij stellen zich op zijn minst twee vragen:

  • Hoe kom je tot zo een nieuw onderwijsconcept?

  • Hoe zorg je voor draagvlak bij je schoolteam tijdens zo een proces?

Directies, coördinatoren en beleidsmedewerkers zijn niet altijd klaar om een dergelijke complexe verandering te leiden en ontbreken vaak de tools en de inzichten om het proces in hun school vorm te geven. Die vragen zijn het thema van onze vijfdaagse Masterclass transformatiecoaching die we spreiden over vijf maanden. De volgende editie gaat door op 14 en 15 november 2024, 16 en 17 januari 2025 en 13 maart 2025.

Deelnemers eerste editie EduNext Masterclass

Intakegesprekken

Met elk van de deelnemers organiseren docenten Dirk De Boe en Peter Van de Moortel vooraf een videogesprek. Daarin gaan ze in op de uitdagingen en de noden van de school. Dit zorgt voor heel wat input die de begeleiders meenemen in hun voorbereiding. Anderzijds legt dit al meteen de basis voor een vertrouwensrelatie.

De locatie

Bij een dergelijke masterclass hoort naast een functionele werkruimte ook rust, een mooie omgeving en gezelligheid. Die is er in De Kluizerij in Affligem te over. Het is een prachtige omgeving om het samen over verandering te hebben. Zaal De Linde heeft een parketvloer en voldoende buitenlicht. De ruimte is knus en biedt de mogelijkheid om met meerdere werkvormen aan de slag te gaan. Daarnaast is de keuken ook zeer aangenaam voor de smaakpapillen. Enkele deelnemers uit de vorige editie geraakten tijdens de Masterclass verliefd op deze plek.

Dag 1 en DAG 2

We focussen op deelnemers uit diverse onderwijsniveaus en verschillende netten. Dit zorgt voor een brede waaier van uitdagingen en invalshoeken. Peter en Dirk zullen zich de eerste dag richten op de verschillende fases tijdens een transformatietraject. Zo word je je als deelnemer bewust van de fase waarin jouw school zich momenteel bevindt en wat er bij elke fase komt kijken. Je leert ook hoe belangrijk het is om de condities te creëren voor een geslaagd veranderingsproces. Via workshops in kleine groepjes vertaal je het geleerde naar je eigen context en pas je het meteen toe op jouw schoolcontext.

De beste opleiding die ik ooit volgde!
— Herlinde Debackere - Edugo Lochristi

Een ander belangrijk aspect tijdens de eerste twee dagen is het creëren van draagvlak in het team. De verhalen die je hierbij als deelnemer deelt, zijn vaak zeer herkenbaar voor andere deelnemers. Zo leer je niet alleen van de docenten maar ook van elkaars casussen. Door dit in een veilige omgeving te kunnen doen, ontstaat er snel verbondenheid .

Tussentijdse opdracht en contactMOGELIJKHEID

EduNext ontwikkelde een transformatiescan dat je toelaat om in te schalen waar je als school al staat op vlak van het pedagogisch-didactische, de teamvaardigheden, de schoolcultuur en de processen. Je krijgt de kans om die voor je eigen school in te vullen. Zo krijg je een beeld waar je school nu al staat en welke weg je nog moeten afleggen. De scan zorgt er voor dat je de complexiteit van een veranderingsproces overzichtelijk in kaart kunt brengen. Ideaal om je meerjarenplan te maken of bij te sturen.

Als deelnemer kun je tijdens de looptijd van de Masterclass met Peter en Dirk ook overleggen, bijvoorbeeld over een op til staande doorlichting of over de voorbereiding van een pedagogische studiedag. De docenten kunnen op je vragen feedback en advies geven.

Blij deel te mogen uitmaken van de pilootgroep die de Masterclass van EduNext mocht volgen. Deze fantastische groep gedreven en gepassioneerde mensen uit basis en secundair onderwijs bracht elkaar naar een hoger niveau. Dirk De Boe en Peter Van de Moortel faciliteren. Dit is waar ‘samen school maken’ om draait.
— Sofie De Pauw - Basisschool GAAF! Aalst

Dag 3 en dag 4

We bespreken de resultaten van de transformatiescan en zoomen in op de teamvaardigheden en de schoolcultuur die nodig zijn om een nieuw pedagogisch concept in je school te kunnen introduceren. We besteden ook heel wat tijd aan de procescoachingsvaardigheden die je nodig hebt om je schoolteam in beweging te krijgen. Daarbij leer je onder de waterlijn kijken en hoe je weerstand kunt veranderen in draagvlak. Je leert hoe je kunt omgaan met groepsdruk en hoe je de relationele bedrading in je team kunt versterken. Daarnaast leer je ook hoe je tot een evenwichtige rolverdeling in een schoolteam komt.

DAG 5

Als deelnemer mag je na dag 4 een van de technieken van teamcoaching kiezen en toepassen in je school. Bij het begin van de vijfde dag delen we dit met elkaar. Dit levert terug heel wat inzichten en leerkansen op. Daarna gaan we via keuze workshops aan de slag met een aantal proceselementen zoals hoe je op school voldoende teamtijd kunt creëren of hoe een co-creatieve toolbox kan zorgen voor het beter delen van kennis tussen de collega’s. Daarna nemen we alles samen en mag je een meerjarenplan voor je school maken en aan elkaar toelichten. Dit zorgt voor heel waardevolle feedback van de andere deelnemers en de docenten. Nadien je dit aan de andere deelnemers toe en krijg je van elkaar en van de docenten tips.

Wij hangen zo goed aan elkaar dat we hebben besloten om na de Masterclass ons lerend netwerk verder te zetten en bij elkaar maandelijks op schoolbezoek te gaan
— Deelnemers EduNext Masterclass

Leermateriaal beschikbaar via MIRO

We bieden aan de deelnemers een online visueel collaboratieplatform aan waar we alle leerinhouden en andere informatie plaatsen. Ook suggesties van deelnemers, leestips, tools, applicaties … krijgen daar een plaats. Zo beschik je na afloop van de Masterclass over een naslagwerk waar je steeds kan op terugvallen.

wat zeggen de deelnemers VAN VORIGE KEER Erover?

Wil je er volgende editie bij zijn?

In het najaar 2024 - voorjaar 2025 organiseert EduNext een nieuwe Masterclass in De Kluizerij in Affligem. Deze biedt kans aan 15 tot maximaal 20 onderwijsprofessionals die actief zijn in een school. Meer informatie en inschrijvingsmogelijkheid vind je hier: https://www.edunext.be/masterclass-transformatiecoaching

Contacteer de docenten VOOR MEER INFO

Dirk De Boe – 0474/949448 – dirkdeboe@edunext.be

Peter Van de Moortel - 0477 48 88 52 – petervandemoortel@edunext.be

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Recensie boek KleuterLeerkracht – Eva Dierickx en Astrid Koelman

Het beroep van kleuteronderwijzer wordt vaak onderschat, terwijl daar de fundamenten van het leerproces worden gelegd. Eva Dierickx en Astrid Koelman breken een lans voor een wetenschappelijk onderbouwde én speelse benadering van het jonge kind. Dit boek is een eerbetoon aan het vakmanschap in de kleuterklas en biedt tegelijkertijd scherpe inzichten over hoe we de overgang naar de lagere school veel vloeiender en kindgerichter kunnen organiseren.

Toen het boek Kleuterleerkracht in 2021 verscheen, lazen we het diagonaal door en op basis daarvan gaven we auteurs Eva Dierickx en Astrid Koelman een podium op Sett 2023. Deze paasvakantie groeven we dieper in het boek.

KleuterLeerkracht - Academia Press

Zie je kinderen graag

Het boek begint met iets wat vanzelfsprekend lijkt, je kleuters graag zien. Het is een van de redenen waarom veel jongeren kiezen voor kleuteronderwijs. Toch gaat dat niet vanzelf, het vergt dagelijkse aandacht. Als kinderen zich emotioneel veilig voelen in de klas, zullen ze meer gaan exploreren waardoor ze nieuwe leerervaringen opdoen. Het gaat vaak om het vinden en herkennen van de positieve eigenschappen van elk kind. Om gelijke onderwijskansen te geven, is het volgens de schrijvers belangrijk dat je de kinderen echt leert kennen, dat je ze observeert en naar ze luistert. Maar ook om beschikbaar te zijn voor je kleuters en om consistent warmte en geborgenheid te bieden. Dat betekent dus ook voldoende quality-time met elk kind doorbrengen zodat je een goede relatie kunt opbouwen. Je dient daarbij in je basishouding te investeren zoals authentiek zijn, reflecteren over je handelen en meespelen. Een belangrijke stap daarbij is het herkennen van je denkpatronen en de daarbij verbonden (soms negatieve) emoties. Je kunt je bewust worden van een negatieve vicieuze cirkel door grondig te reflecteren en zelfonderzoek uit te voeren. De auteurs geven veel tips hoe je dat kunt aanpakken in je klas zoals het vragen van feedback aan collega’s om je eigen blinde vlekken beter te leren zien of voldoende aandacht te besteden aan zelfzorg.

Zet zoals in het vliegtuig eerst je eigen zuurstofmasker op om daarna comfortabel dat van de kleuters in werking te kunnen zetten

BEGELEID Positief pedagogisch

Eva en Astrid zijn geen voorstanders van belonen en straffen van kleuters. Dat zijn volgens hen vormen van extrinsieke motivatie. Denk voorbij strafstoeltjes, nadenkplekjes en stickersystemen. Positief pedagogisch begeleiden gaat om het begeleiden bij het ontwikkelen van een gezond gevoel van eigenwaarde bij de kleuters, respect voor zichzelf en anderen en vaardigheden om stress te leren beheersen. Op korte termijn is het doel van positieve pedagogische begeleiding om kinderen te helpen om de gevolgen van hun gedrag te begrijpen en dit gedrag op een gepaste manier te leren inzetten. Het gedrag van kleuters kan immers een uiting zijn van onvervulde behoeftes, een opeenstapeling van spanning, een gebrek aan informatie of gewoon eigen aan de ontwikkelingsfase waarin de kleuter zit. Het is aan jou als leerkracht om de codering van het kind te ontcijferen. Je kunt dat gedrag zien als een ijsberg. Wat toont zich boven de oppervlakte en wat zit eronder? De schrijvers maken bij dit sociaal gedrag ook de link naar de zelfdeterminatietheorie. Ook kleuters willen zelfstandige keuzes kunnen maken en vat krijgen op hun dag en activiteiten (autonomie), ze willen er bij horen (verbondenheid) en hebben behoefte aan succeservaringen en een gevoel van ‘slagen’ (competentie).

Behandel kleuters zoals je zelf behandeld wil worden

Daarom is het belangrijk om initiatief bij de kleuters aan te moedigen zodat ze ruimte krijgen om te denken, te doen en te voelen. Zo neem je hen serieus en toon je respect voor hun wensen, ideeën, zorgen en klachten. Daarbij hebben ze ook nood aan duidelijk gecommuniceerde grenzen, regels en verwachtingen. De schrijvers raden aan om eerder aandacht te geven aan het gewenste gedrag en minder het ongewenste gedrag te benoemen of te verbieden. En het is nog krachtiger als je samen met de kleuters tot een aantal zinvolle en gepaste afspraken komt. Om dit goed te kunnen doen, is het belangrijk om kleuters te leren om gevoelens en emoties te aanvaarden en te benoemen. Daarbij maak je het best het onderscheid tussen gedrag en gevoelens. Gevoelens dienen je steeds te accepteren en te erkennen, gedrag moet je (soms) begrenzen en heroriënteren. De auteurs raden aan om dit proactief te doen, niet als je geduld op is. Overgangsmomenten (wachten, wisselen, omkleden) zijn daarvoor goed geschikt. Die nemen in kleuteronderwijs immers 13-25% van de leertijd in beslag. Als je de leertijd optimaal wil gebruiken, moet je maximale leerkansen uit de overgangsmomenten halen zoals kinderen hierop voorbereiden of ze helpen om hun gedrag hierbij te reguleren. De manier waarop je zelf reageert bij emotionele situaties is cruciaal om kinderen te helpen bij het ontwikkelen van een gezonde emotionele identiteit.

Eva en Astrid adviseren om te kiezen voor kleinere kringgesprekken waarin kinderen meer spreektijd krijgen en spontaan kunnen reageren op elkaar. Ook kunnen rituelen heel sterk zijn. Dat zijn procedures of routines met een diepere betekenis die kunnen ontstaan om gespannen momenten zoals afscheid nemen te vergemakkelijken. Ook is het gebruik van humor een sterk middel zoals als leraar bewust visueel of verbaal fouten maken waarbij de kleuters kunnen helpen om te corrigeren.

Wees zuinig met de regel ‘steek je vinger op als je iets wil zeggen

Doe Ontwikkelingsgerichte interacties

HIerin spelen taal- en denkontwikkelende activiteiten een belangrijke rol. Kwaliteitsvolle gesprekken waarin je samen met de kleuters doordenkt, lokken de rijkste ontwikkelingskansen uit. Actief-productieve interacties zijn rijke, open en gelijkwaardige gesprekken met kleuters die vertrekken vanuit betekenisvolle, gedeelde ervaringen. Neem de tijd om echt in gesprek te gaan en laat niet te snel los. Span je in om samen op een nadenkende manier een probleem op te lossen, een begrip te verduidelijken, een activiteit te evalueren of een verhaal uit te breiden. Zowel kleuter als leraar moeten bijdragen aan het denken en als leraar kan je helpen om het denken verder te ontwikkelen en uitbreiden. Dit bijvoorbeeld door wij-uitingen, te parafraseren (in je eigen woorden omschrijven wat het kind bedoelt en dat terugspelen), spiegelen of herhalen van kernwoorden op vraagtoon of een eigen ervaring inbrengen.

Het is volgens de schrijvers belangrijk om vanuit een gedeelde blik te vertrekken en een balans te zoeken tussen je eigen doelgerichte initiatieven en de initiatieven van kleuters. Volg de kleuters en reageer daarop. Stel vragen waarop meer dan een antwoord mogelijk is en waarbij er ruimte is voor eigen inbreng en ideeën. Wees spaarzaam met je vragen en laat kleuters zoveel mogelijk uitpraten (of laat een stilte). Hou voldoende mentale en organisatorische ruimte open voor echte gesprekken zodat je geïnteresseerd kunt zijn in wat de kleuters antwoorden en sluit daarbij aan.

Stel jezelf op als een gelijkwaardige gesprekspartner en niet als ondervrager

Door gebruik te maken van complexere taaldenkfuncties zoals vergelijken, concluderen, classificeren, associëren of relaties leggen, ondersteun en verdiep je de interacties. Daarbij verbind je nieuwe woordenschat met de aanwezige mentale ankers en talige voorkennis. Wees hierbij steeds aandachtig voor de zone van naaste ontwikkeling van de kleuters en pas scaffolding toe. Dat betekent dat je eerst ondersteuning aanbiedt bij activiteiten die een kind nog niet zelfstandig kan uitvoeren om de ondersteuning daarna langzaam af te bouwen.

Astrid Koelman en Eva Dierickx

Speel mee met de kinderen

De auteurs raden een balans aan tussen vrij en begeleid spel na te streven. Vrij spel is een activiteit waarbij de kleuters zelf de inhoud, vorm en tijdsduur bepalen. In vrij spel moeten kinderen samenwerken om regels af te spreken, om grenzen te stellen en samen een nieuwe doe-alsofwereld op te bouwen. Hierdoor leren kinderen onder meer het perspectief van anderen in te nemen en te begrijpen. Als leraar ben je in de eerste plaats toeschouwer of observator. Bij begeleid spel gaat het over speelse activiteiten die doelgericht zijn opgestart of worden begeleid door de leraar.

De auteurs vinden ook dat elke leraar Expliciete Directe Instructie in haar of zijn didactisch repertoire zou moeten hebben. EDI is een zeer actieve en doelgerichte werkvorm waarbij je elke stap modelleert en dirigeert en kun je inzetten om kennis en vaardigheden gericht aan te brengen. EDI bestaat uit een aantal vaste lesonderdelen en technieken, waarbij stapsgewijs werken, nadenken en opvolgen van het denken van de kleuters centraal staan.

Voorzie voldoende kansen tot vrij en begeleid spel naast korte en activerende EDI activiteiten van maximaal twintig minuten

Het begeleiden van spel vraagt om pedagogische tact. Ga als leraar door de knieën om door de ogen van kinderen de wereld te kunnen bekijken en om je in te leven in wat de kleuters ervaren. Het gaat daarbij om de drie V’s:

-            Verken eerst wat de kleuters aan het spelen zijn. Je verstoort het spel door te weinig ruimte te laten voor initiatief van de kinderen, door een te dominante rol in te nemen of door te gericht te zijn op je vooropgestelde doelen

-            Verbind en ga mee in het denken en doen van een kleuter om een gezamenlijke betrokkenheid te creëren.

-            Verrijk het spel door nieuwe impulsen of uitdagende taal toe te voegen of door verbindingen te maken met andere activiteiten  of andere leerdomeinen. Bijvoorbeeld door het bouwspel verbinden met andere activiteiten of leerdomeinen.

Nabijheid en speelse betrokkenheid is voor jonge kinderen een voorwaarde om zich veilig te voelen en te kunnen opgaan in hun spel. Door als leraar te veel rond te lopen in je klas creëer je onbedoeld onrust en verminderde betrokkenheid in de groep. Je kunt zelf wel het gevoel hebben dat je een goed overzicht hebt, maar je ontneemt hierdoor wel een stukje de controle van de kleuters.

Blijf langere tijd aanwezig bij één groepje kinderen waarbij je diepgaand het spel kunt verkennen om vervolgens te verbinden en te verdiepen of bied gewoon je rustige nabijheid aan
— Quote Source

Zowel bij vrij en begeleid spel blik je ook het best terug op de genomen initiatieven:

-            Stimuleer kleuters om aan te geven waar hun sterktes en beperkingen liggen

-            Bespreek de verschillende oplossingswijzen

-            Luister naar de verschillende spelscenario’s en bekijk de verschillende knutselresultaten

Hierdoor kunnen kinderen op ideeën komen en beseffen dat de dingen niet vanzelf gebeuren maar daardoor ook kennis vastzetten die in eerdere fases werd verworven. 

De vraag die je je misschien stelt is: ‘Moet je ook risicovol spel toelaten?’ De auteurs vinden van wel maar je moet het de kleuters aanleren. Neem veiligheidsmaatregelen voor kinderen aan het spelen gaan en onderbreek daarna het spel zo weinig mogelijk. Je komt het best enkel tussenbeide als de risico’s onaanvaardbaar zijn, in alle andere gevallen primeert de spannende ervaring. Ook hier strooien de schrijvers met tips zoals je superheldenmodus uitschakelen.

ZET IN OP executieve functies

Astrid en Eva focussen hierbij op drie kernfuncties  die zich vooral in de kleuterperiode ontwikkelen:

-            Impulscontrole: het vermogen om na te denken voor je iets doet of om prikkels uit de omgeving of van binnenuit te onderdrukken. Daarbij geven ze tips zoals het creëren van afgebakende hoeken waardoor kleuters zonder afleiding van prikkels geconcentreerd kunnen spelen

-            Werkgeheugen: tijdelijke opslagcapaciteit van ons brein dat zorgt dat je informatie kunt vasthouden terwijl je andere handelingen uitvoert. Dit kun je als leraar doen door luidop te denken waardoor je het stemmetje in het brein van de kleuters overneemt.

-            Cognitieve flexibiliteit: de vaardigheid om te kunnen veranderen van perspectief en het vlot kunnen aanpassen en wisselen van regels in nieuwe situaties. Dit kun je bijvoorbeeld oefenen door spelletjes te spelen waarbij kleuters tegengesteld moeten handelen (v.b. snel dansen op langzame muziek).

Daarnaast krijgt ook emotieregulatie aandacht. Dit gaat om de kennis die kleuters hebben over hun eigen emoties en hun strategieën om deze onder controle te houden. Je kunt deze bijvoorbeeld versterken door kleuters te leren om hun emoties te benoemen en om een emotiewoordenschat op te bouwen zodat ze bijvoorbeeld hun gevoel kunnen opschrijven.

Schenk voldoende aandacht aan de leerruimte

Denk na over wat jouw kernwaarden zijn. Wat vind jij belangrijk en waar wil je school voor staan? In een volgende stap kun je dan nadenken over hoe je dit concreet kunt maken door de inrichting. De schrijvers adviseren om het klaslokaal in te richten als een (leer)architect. Daarbij staat doelgericht voorop:

-            Welk doel heb je met de hoek en het speelgoed voor ogen?

-            Hoe draagt het bij aan de ontwikkeling van de kleuters?

Schenk bij het kiezen van speelgoed voldoende aandacht aan loose parts: veelzijdige, onbestemde en makkelijk verplaatsbare materialen die kinderen uitnodigen om er op oneindig veel manieren mee aan de slag te gaan. Aangezien kleuters zelf hun uitdagingen bepalen, zullen deze vaak aansluiten bij hun zone van naaste ontwikkeling.

Bij loose parts is het proces belangrijker dan het eindproduct

De auteurs wijden tot slot nog een hoofdstuk aan planmatig werken en het opzetten van een sterke relatie met ouders, ondersteuners en externe opvoeders.

Onze bevinding?

KleuterLeerkracht is een geweldig boek dat iedere (toekomstige) leraar zou moeten lezen. En daarmee bedoelen we niet alleen kleuterjuffen en -meesters. Heel veel van de inhoud is immers ook toepasbaar voor leraren en docenten lager, secundair, hoger en volwassenenonderwijs. De voorbeelden komen weliswaar uit het kleuteronderwijs, dus je kunt het specifiek voor dat niveau gebruiken maar heel veel is vertaalbaar naar oudere kinderen en jongeren. Daarnaast appreciëren we ook de groeimindset en de groeitaal die haast in elke regel van het boek terug te vinden is. Het boek is heel vlot geschreven en leest als een trein. Bovendien bevat het veel concrete tips voor wie er mee aan de slag wil gaan. Iets waar we tijdens het hele boek telkens aan dachten: ‘dit is nog veel sterker als je dit in teams kunt doen in plaats van als leraar alleen’. Eva en Astrid verwijzen in hun boek niet expliciet naar teamteaching maar volgens ons kan dit de inhoud nog verder versterken. Bij de samenvattingen van de verkoopswebsites lezen we dat de auteurs het boek schreven dat ze misten als lerarenopleider en als kleuterleerkracht. We denken dan ook dat dit boek heel wat leraren kan helpen in hun dagelijkse lespraktijk maar ook toekomstige leraren kan inspireren om voor dit geweldige vak te kiezen.

Welke volwassene maakte een positief verschil in je kindertijd? Hoe heeft die persoon jouw jeugd beïnvloed? Hoe heeft zij of hij je aangemoedigd? Is je zelfbeeld of het beeld van de mensen rondom je veranderd door iets wat zij of hij zei of deed?
— KleuterLeerkracht - Eva Dierickx en Astrid Koelman

KleuterLeerkracht is te koop bij Academia Press. Daarnaast kun je ook de blog van Eva volgen: https://kleutergewijs.wordpress.com/author/evadierickx/

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

“Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk leraren zijn voor jonge mensen die in hun bestaan zoekende zijn” - Dirk De Wachter

In de stilte van zijn consultatieruimte fileert psychiater Dirk De Wachter de essentie van het leraarschap. Voorbij de overdracht van kennis ziet hij de leraar als een cruciaal ankerpunt in de existentiële zoektocht van jongeren. Een pleidooi om onderwijs niet te herleiden tot kille data, maar te herwaarderen als een diepmenselijke ontmoeting waarin verbinding en het vinden van een plek in de wereld centraal staan.

Mischa Verheijden, medeoprichter van re-story.be, had een heel boeiend gesprek met Dirk De Wachter. Wil je het interview liever beluisteren, scroll dan even door deze pagina tot aan de podcast.

We dalen neer in de krochten van de ziel. Het zijn de uitnodigende woorden waarmee psychiater en psychotherapeut Dirk De Wachter ons de weg wijst naar zijn consultatieruimte in het souterrain van zijn thuispraktijk. Buiten is er het Antwerpse stadsverkeer, binnen is er rust. Het is een vrij donkere kamer met fauteuils en een bureau vol boeken. Aan de muur hangt zoals op meerdere plaatsen in zijn huis een werk van de schilder Bruneau. We hebben afgesproken voor een gesprek over onderwijs en al voordat we zitten, verontschuldigt hij zich dat hij geen onderwijsexpert is: “Ik denk dat het onderwijs de kerntaak heeft mensen te leren, maar even belangrijk is het sociale aspect om ergens in de wereld een plek te vinden. Een verbinding te maken.”

Foto Leen Wouters Fotografie

Foto Leen Wouters Fotografie

Als we zitten, vraag ik Dirk De Wachter naar de herinneringen aan zijn schooltijd. Ik vertel hem dat ik heb gelezen dat in de lessen Frans en wiskunde ook over kunst werd gesproken en dat hij vrij jong was toen hij al een werkstuk over Freud maakte.

“Ja ja”, zegt hij hoorbaar enthousiast als hij de herinneringen aan die tijd bovenhaalt, “Dat is in het middelbaar onderwijs. Ja ja. Ik kan overal verhalen over vertellen, maar het belangrijkste verhaal daar is waarom ik psychiater ben geworden. 

De momentum, een soort van aha-erlebnis, een Paulus-moment was een leraar Nederlands die over de toen gangbare literatuur sprak: Clem Schouwenaars en allemaal schrijvers die vergeten zijn.

En hij zei: ‘Er is nog een schrijver en een boek dat ik jullie zou aanraden, maar daar zijn jullie nog te jong voor. Dat is voor later.’ Die schrijver was Gerard Reve en dat boek was De Avonden.

Dezelfde avond ben ik naar de bibliotheek gegaan om dat boek, waar ik nog te jong voor was, te gaan lenen. Ik heb die hele nacht gelezen en was volkomen van mijn paard gebliksemd.

Ongelofelijk. Ik kom uit een klein dorp, uit een andere tijd. Ik wist van de wereld niet. En ik zag daar dat een mens gedachten kan hebben: Frits Echters, het hoofdpersonage van De Avonden heeft gedachten en die worden neergeschreven. Het begint trouwens ook met een droom die beschreven wordt. Ik was bezig met dromen. 

Ik vertelde die leraar natuurlijk ook dat dat boek mij zo getroffen had. En dan heeft hij vanuit zijn eigen passie en belangstelling een les buiten het programma - niets interessanter dan de lessen buiten het programma - besteed aan de psychoanalyse, het onbewuste en die dromen. Hij gaf les over Freud, Adler en Jung. 

Ik was verkocht en vanaf toen, het voorlaatste jaar van de humaniora, ben ik me heel erg gaan inlezen in de weliswaar secundaire toegankelijke psychoanalytische literatuur en ik wou psychoanalyticus worden. En het heeft me nooit meer losgelaten.

Ik ben geen psychoanalyticus, dat is dan nog wel veranderd naar andere richtingen, maar goed de psychiatrie heeft me daar gegrepen tot vandaag. Door de leraar Nederlands die dus op een zeer gedreven authentieke manier iets vertelde buiten zijn programma.

Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk leraren zijn voor jonge mensen die in hun bestaan zoekende zijn. Dat was bij mij in elk geval zo. Niet dat ik zeer ongelukkig was, maar in ieder geval zeer twijfelend en zoekend.

Leermeesters

Borderline Times, het boek waarin Dirk De Wachter overtuigend duidelijk maakt dat psychiatrie de spiegel van de wereld is en stelt dat de lijn tussen de mensen, de patiënten die hij in zijn praktijk ontvangt en niet-patiënten flinterdun is, maakte hem tot een bekende Vlaming.

Niet dat hij daar tegen is, maar het maakt ook dat hem over van alles en nog wat naar zijn mening wordt gevraagd. Nu dus ook over onderwijs. Hoewel dit interview niet helemaal uit de lucht komt vallen, omdat hij door EduNext als hoofdspreker is uitgenodigd op de grote onderwijsbeurs SETT in Gent neemt hij toch een bescheiden houding aan als het over onderwijs gaat.

Dirk: “Ik ben geen onderwijsexpert, ik kan alleen out of the box vertellen over die dingen. Vanuit mijn eigen ervaring, mijn kinderen hun ervaring. Het is niet dat ik buiten de wereld sta, maar ik ben geen expert. Ik denk dat het onderwijs de kerntaak heeft mensen te leren, maar even belangrijk is het sociale aspect om ergens in de wereld een plek te vinden. Een verbinding te maken.

En dan, dat vind ik erg belangrijk, in mijn leven is dat altijd heel erg belangrijk geweest: het fenomeen van de meester. Misschien raar, een beetje ouderwets zelfs, maar ik hecht heel veel belang aan een meester.

Ik heb mij altijd heel erg graag aan een figuur kunnen hechten, waar ik van kon leren, maar waarmee ik me ook voor een stuk kon identificeren. Van wie zijn leven - ‘zijn’ omdat het in mijn tijd allemaal mannen waren, ik kon leren, niet alleen in de zin van informatie, ook in de zin van leven. 

Ik heb het grote geluk gehad een aantal meesters in mijn leven te mogen meemaken. Dat zijn mensen die mij gemaakt hebben.

Ook in de psychiatrie. Ik heb een leermeester gehad in mijn vak: Luc Isebaert, die vorig jaar is overleden, die mij eigenlijk als psychiater een identiteit heeft gegeven. 

En dan vele jaren later ook heel belangrijk was Sam IJsseling, een filosoof in Leuven waar ik ook heel veel mee heb mogen lezen en nadenken. Dat zijn mensen die mij gemaakt hebben.”

Voor mij is dat heel belangrijk geweest. En ik zie dat ook in mijn vak heel belangrijk is, dat mensen nood hebben aan de psychiater die niet alleen een soort technicus is die zegt wat er kan gebeuren, maar ook als mens, als hechtingsfiguur. Dat is erg belangrijk in het leven in het algemeen. Ook in het onderwijs.”

De mens ontmoeten

Dirk de Wachter is ook als opleider en supervisor in de gezinstherapie verbonden aan de KU Leuven. Welke boodschap wil hij er overbrengen aan zijn studenten.

Dirk: “Mijn lessen zijn wat anders dan bij anderen. Dat had u wel kunnen verwachten zeker. Ik heb de cursus die ik geef overgenomen van Manu Keirse, de bekende rouwspecialist. 

En de kern van de cursus zijn getuigenissen van patiënten, ervaringsdeskundigen die komen vertellen over hun leven met een handicap, een beperking, een lastigheid. Een blinde patiënt, een patiënt met een geschiedenis van kanker, een dame die haar partner heeft verloren aan suïcide, een patiënt met schizofrenie, een patiënt met multiple sclerose ...  

Ik geef een raamwerk, een beetje theorie, dat moet er ook wel zijn, maar verder bestaat de cursus uit die getuigenissen. Mijn boodschap impliciet is: luister naar de patiënt, die heeft iets te zeggen. Ze worden heel erg aangezet om de mens te ontmoeten en het verdriet niet uit de weg te gaan, dat is waar het eigenlijk echt over gaat.

Als die getuigenissen aan bod zijn, dan is dat auditorium waar dan 400 studenten zitten muisstil. Als ik mijn les geef dan wordt er geroezemoest, gefoefeld en gezeverd en dan zitten ze op hun Facebook. Het gaat nog, maar dan is het duidelijk zo’n beetje halvelings. Maar als die getuigenissen spreken, is het muisstil. Dat raakt hen wel.

Het narratief

Is dat dan ook wat u in het begin voordat de opname startte zei: Re-story, dat is wat ik doe?

Dirk: “Ja natuurlijk, dat is mijn werk, Ik ben een narratief therapeut. Narratief betekent dat ik geloof in de mens als verhaal, wij zijn verhalen. Wij zijn dieren die spreken en dat spreken maakt ons mens en ons verhaal maakt wie we zijn. 

Ik maak de mensen hun verhaal niet, maar in de dialoog probeer ik met mijn patiënten tot een beter verhaal te komen. A better story. En dus via woorden de identiteit maken van een mens.

Het is zelfs zo dat we met mensen met een heel ernstig psychiatrische problematiek ook heel letterlijk een nieuw verhaal maken. Het schrijven en vertellen van het verhaal is eigenlijk het wezen van mijn consultaties. Ook het verbinden van die verhalen, ik ben een systeemtherapeut, dus ik geloof heel erg in de verbinding tussen mensen. De mens als relatie. 

Ik hecht dan ook heel veel belang aan het directe contact. Ook in het onderwijs. Met de meester, maar ook met de leerlingen onder mekaar.

Ik denk dat met de coronatoestand nu ook iedereen in het onderwijs het er wel over eens is hoe belangrijk het is om die scholen te laten functioneren als ontmoetingsplaatsen.

Samen te babbelen. De face-en-face om het zo te zeggen. Dat de leraar daar ook aanwezig is in vlees en bloed. Wat niet wil zeggen dat ook internetachtige dingen en webinars interessant kunnen zijn. Blend het en al wat je wilt, maar ik hoop van ganser harte dat het het directe contact niet in de weg gaat staan. Want dan verarmt de mens. Dat staat de menselijkheid in de weg. 

De menselijkheid is gediend bij directe verbinding. Soms rechtstreeks in wat Levinas, de filosoof die ik veel citeer, la caresse noemt, het mekaar aanraken. Dat voelen we nu zo sterk omdat het niet kan. En niet mag. Dat is heel letterlijk ook: als hier een patiënt binnenkomt, dan wil ik die een hand geven. En dat klinkt zomaar iets banaal, maar dat is heel wezenlijk die aanraking. Die verbinding. 

Ik ben het niet eens met de virologen die hopen dat we dat handen geven vanaf nu niet meer gaan doen. Dat we dat afschaffen. Alle appreciatie voor Marc van Ranst en zijn kennis, maar dat vind ik dus niet.

Ik hoop dat we terug handen kunnen geven omdat dat binnen de menselijke gemeenschap ook een teken van verbinding is. Het handen geven heeft een heel belangrijke symbolische betekenis: ik heb geen wapen, ik dood u niet. Je geeft handen aan de mensen die je ook niet zo goed kent. 

et argument is dat je de mensen die je graag hebt wel kunt omhelzen en kussen. Ja, dat zal ik wel blijven doen. Graag. Maar, ik wil de mensen die ik niet zo goed ken, de vreemdeling, l’ étranger, the stranger, een hand geven: ik ken u niet, maar ik verbind mij. Ik dood u niet om het in Levinasiaanse termen te zeggen. Ik vind dat heel essentieel. 

Daar wil ik graag een punt van maken. Tegen de virologen, stel u voor. Zij maken de werkelijkheid vandaag. Enfin er komt een beetje tegenwind. Persoonlijk bedoel ik het alvast niet tegenover hen als mens, maar tegenover het maatschappelijke gebeuren dat de werkelijkheid toch wel heel erg door de virologische gevaren is gemaakt. 

En we zijn nu een beetje verder, er is voortschrijdend inzicht, we hebben een klein beetje meer greep op de werkelijkheid, dus we kunnen toch wat beginnen nuanceren. En kritisch reflecteren.”

Toename psychopathologie na quarantaine

Al van in het begin van de coronacrisis heeft Dirk De Wachter gezegd dat hij en zijn collega’s door het gebrek aan die verbinding straks veel overwerk gaan hebben.

Dirk: “Daar is ook veel kritiek op geweest, maar dat is mijn aanvoelen. Uit de Verenigde Staten, uit China en stilletjes aan ook uit Europa komen er toch heel veel wetenschappelijke analyses dat stress, depressie en angst,  posttraumatische stressstoornis en middelengebruik en al die parameters van de psychopathologie significant toenemen na de quarantaine. 

Dan denk ik: daar moeten we toch op bedacht zijn. Het is een gegeven, dus dan hoop ik dat we kunnen nadenken over de geestelijke gezondheidszorg die toch de afgelopen decennia altijd een klein beetje het stiefkindje van de gezondheidszorg is geweest

Nu ook weer: alle bedden werden vrijgemaakt voor de intensieve zorgen en de beademing. En terecht, maar gaan wij de volgende maanden en jaren ook bedden, personeel en geld hebben voor de grote hoeveelheid depressie, psychose, angst, middelengebruik die ons te wachten staat. Ik ben niet altijd optimistisch daarover.”

Socialiserende weefsel van de school

Om nog even terug te gaan naar onderwijs en jongeren: lopen die daarbij een extra risico? Mijn dochter heeft school echt gemist.

Dirk: “Dat is een gezonde reflex. Laat mij u geruststellen, als mensen zeggen: 'Goh, dat was toch niet gemakkelijk. Ik miste mijn vriendjes'. Dan denk ik: goed zo, dat komt in orde. 

Zij die de school niet gemist hebben, daar maak ik mij grote zorgen over. Er zijn een aantal mensen die zeggen: 'Goh, ik voelde mij eigenlijk heel goed in de quarantaine. Ik was thuis, ik hoefde niks te doen, ik kon een filmpje kijken en ik had niks nodig'. Daar maak ik mij zorgen over. 

Ik wil natuurlijk ook niet te snel psychiatriseren: laten we binnen de normaliteit in het onderwijs met de meester, met de leerlingen onder mekaar, met de scholen als systeem dit probleem onderkennen en daar zo goed mogelijk mee omgaan. Het bespreekbaar maken. Verbinding maken. 

Zodanig dat we niet te snel, wat soms dreigt, psychiatriseren, want dat is wat de wereld doet. Dat is heel mijn discours van Borderline Times. De wereld maakt van elk tekort, elk verdriet en elke lastigheid een diagnostisch etiket. 

Om hen dan naar de psychiater te sturen die met lange wachtlijsten geen tijd heeft om dat allemaal aan te pakken. En zo zit dat helemaal strop. Zo krijgen we een wereld die compleet gepsychiatriseerd is en tegelijkertijd machteloos is om daar iets aan te doen.

Dus, preventief denk ik, heeft het onderwijs een heel belangrijke taak om ‘het leven met lastigheid en tekort’ ook goed te leven. Zeggen: ‘Die corona dat was me wat, daar heb ik het lastig mee gehad.’

Daarvoor moet ik niet naar de psychiater. Nee, nee, daar moeten we samen eens een keer over spreken. Voor mijn part een traantje laten en eens zagen, zeveren, klagen en ambetant doen tegen mekaar. En mekaar vinden. Daar heeft het socialiserende weefsel van de school en hebben de leerkrachten een belangrijke taak om dat ook aan te kaarten en daar iets mee te doen

Het is ook een opportuniteit zelfs om met dat lastige gegeven aan de slag te gaan en te wijzen op de nood aan verbinding. Nogmaals, in het verbod toont zich toch de grote nood. Niet naar school kunnen gaan, dat is toch verschrikkelijk. Dat is een van de verworvenheden van de moderne tijd. 

Als jonge mensen zeggen: ‘Ik wil niet naar school gaan’, dan denk ik: onze voorouders hebben ervoor gestreden dat kinderen naar school kunnen gaan.

Dat ze kunnen leren. Dat ze van de wereld kunnen weten. Dat ze met elkaar kunnen omgaan.

En dat ze niet zoals in mijn streek, de Rupelstreek, op hun acht jaar als kind in de steenbakkerijen stenen moesten dragen. Om een beetje geld te verdienen om de alcohol voor hun verslaafde vaders te betalen. Miserie. Wat een chance dat we daar voorbij zijn. Dus school is echt wel godsgeschenk, om het seculier uit te drukken.”

Dit artikel werd opgetekend door Mischa Verheijden en verscheen eerder op re-story.be, een platform voor denkers en doeners van deze tijd.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Hoe we ons lerend brein kunnen ontgrendelen – Steven Laureys

Neurowetenschapper Steven Laureys duikt dieper in de relatie tussen breinplasticiteit en leeromgevingen. Onze hersenen zijn gebouwd om te blijven groeien, mits ze de juiste prikkels krijgen. Dit artikel verkent hoe we de 'mentale spieren' van leerlingen kunnen trainen door rust en actie strategisch af te wisselen. Een wetenschappelijk onderbouwde visie die aantoont dat we vaak tegen de natuur van ons brein in lesgeven, en hoe we dat morgen anders kunnen doen.

Steven Laureys, professor en klinisch neuroloog aan de Universiteit van Luik, heeft een onderzoeksgroep die zich toelegt op de studie van de werking van de hersenen bij patiënten met ernstige bewustzijnsstoornissen. Het onderzoek in het domein van neurologische aandoeningen zet grote stappen vooruit en de resultaten zijn bemoedigend. Maar ook de dagelijkse werking van onze hersenen blijft een belangrijk onderzoeksdomein. Het is een mysterieuze wereld waarin nog veel te ontdekken valt maar waarvan we ondertussen toch al iets weten. De kracht van ons brein ligt niet alleen in het aantal neuronen (miljoenen) maar vooral in het aantal connecties tussen de neuronen en de kwaliteit ervan. Hoe de neuronen met elkaar verbonden worden, daar kun je invloed op uitoefenen. Via breincomputerinterfaces en artificiële intelligentie kunnen onderzoekers dat in kaart brengen. En zo kunnen ze het fascinerende geheim van het brein stap voor stap ontrafelen.

De emotieloze robot

Steven Laureys geeft aan dat zelfs de krachtigste robot nog altijd niets voelt. Zo bestaan er basketbalrobots die de bal vanop een afstand succesvol in de korf kunnen gooien en nooit falen. Ze zullen echter nooit de adrenaline kennen van een basketbalspeelster die onder druk een driepunter binnen gooit. We kunnen ons brein niet vergelijken met een computer, het is niet digitaal. Robots kunnen wel doen alsof ze empathie hebben maar ze voelen natuurlijk niets. Het is belangrijk om als mens geen robot te worden en veel flexibiliteit te creëren. Dit kan door een groot zelfbewustzijn op te bouwen, je empathisch vermogen te doen groeien en een gematigd ego te hebben. Dat laatste kan met ons aan de haal gaan maar het kan ook een kracht zijn.

Steven Laureys tijdens Cevora/Cefora Academy Talks

MediTatie en mindfullness als mentale gymnastiek

Tijdens zijn lezingen doet de professor met het publiek regelmatig een meditatie. Hij vraagt dan om de ogen te sluiten en om rustig in te ademen (via de neus) en uit de ademen (langs de mond). Hij wil dat iedereen zich concentreert op zijn ademhaling en iets langer uit dan inademt. En als er gedachten binnen komen, om die er te laten zijn en dan los te laten.

Vanaf het moment dat je focust, komt er een soort kalmte over jou die een positief effect heeft op je brein. Dit vraagt natuurlijk oefening maar onderzoek van zijn team toont aan dat als je elke dag twee keer twintig minuten mediteert, dit al na acht weken een wezenlijk verschil oplevert in onze hersenen. Er ontstaat een structurele verandering in ons brein. Bepaalde delen van ons brein zijn groter geworden. Afhankelijk van wat je doet ga je bepaalde gebieden zien veranderen. Zo heeft het aanleren van een vreemde taal een positieve impact op je abstract denken, op je wiskundig denken en zorgt dit voor een grotere plasticiteit van je hersenen.

Het blijkt dat mensen die een opleiding volgen met hun gedachten vaak elders vertoeven. Ze zijn dan dikwijls al aan het anticiperen en aan het nadenken over andere dingen. Focus leren houden is daarom cruciaal en meditatie is een van de mogelijkheden om die capaciteit te verhogen.  

Stress- en ouderdomspreventie

Het blijkt dat meditatie ook kan helpen tegen stress. Als er gevaar dreigt, dan bereiden we ons voor om te vechten of te vluchten. Dat is zeer gezond maar het kan te veel worden en leiden tot chronische stress. De sabeltandtijgers van vroeger zijn nu mails, vergaderingen of managers geworden. Langdurige en overmatige stress heeft een structurele impact op het brein. Daardoor kunnen onze hersenen hyperalert worden waardoor er een continue stroom van gedachten, percepties en emoties kan ontstaan. Het stemmetje in ons hoofd helpt ons om mooie dingen te verbeelden maar te veel is te veel. Je kunt op een bepaald moment in denkcirkels blijven hangen.

Ons denkend brein gebruikt zeer veel energie en heeft dus ook regelmatig nood aan rust. Zo vertelt de professor dat hij ’s ochtends een gesprek had met de decaan van de universiteit. Het liet hem niet los en toen hij ’s nachts samen met zijn vrouw in bed lag, lag de decaan er ook bij …

Als je de verkeerde rij neemt in de Colruyt of de langste file op de autosnelweg hebt gekozen, jaag je niet op en doe even een ademhalingsoefening
— Steven Laureys

Tegenwoordig geven mensen flink wat geld uit om niet ouder te worden. Meditatie blijkt een meetbaar effect te hebben op het verouderingsproces. Mensen die bijvoorbeeld risico lopen op dementie kunnen via mentale gymnastiek een collectieve reserve en flexibiliteit opbouwen.

Geen tijd?

Twintig minuten ’s ochtends en twintig minuten ’s avonds mediteren is een inspanning en misschien niet altijd haalbaar. Doe zoveel als je kan en weet dat je overal kan mediteren. Daarnaast zijn er ook informele oefeningen die je altijd kunt doen. Bijvoorbeeld enkele stiltemomenten inbouwen gedurende de dag of bij het begin van een vergadering kunnen veel deugd doen. Je kunt tijdens de middagpauze een mindful walk doen in plaats van op je smartphonescherm te scrollen. Tijdens die wandeling kun je aandacht hebben voor een sensoriële beleving. Wat zie je (misschien wel voor de eerste keer)? Wat voel je daarbij? Op die manier kun je wat afstand nemen van je gevoelens van de voormiddag.

Het effect van meditatie is vaak groter dan het effect van medicatie zoals angstremmers, antidepressiva en pijnstillers
— Steven Laureys

Cognitieve flexibiliteit

Dit is een belangrijke capaciteit om anders om te gaan met de realiteit. Het blijkt met een structurele verandering in het brein te correleren. Leiders die succesvol zijn in een sterk veranderende context blijken over een sterk bewustzijn te beschikken, vertrouwen erop dat het goed zal gaan en kunnen zich vlot aanpassen aan veranderingen.  

Degelijk dodo doen

Voor leren is naast kennis en vaardigheden ook het emotioneel welzijn en motivatie belangrijk. Een niet te onderschatten element is de kwaliteit van onze slaap. Wat je leert overdag, wordt ’s nachts verwerkt. Metingen met personen ‘s nachts tonen dat de hippocampus dan oplicht. Het reactiveert het geleerde. Niet goed slapen heef een negatieve impact op het leerproces en op het emotioneel welzijn. Het blijkt ook dat we - als we minder goed slapen - minder solidair zijn. Daarnaast vindt tijdens onze slaap ook in ons brein ook een natuurlijke detox plaats. Toen iemand de vraag stelde of ze vroeger moest opstaan om te mediteren, raadde de professor haar aan om toch te blijven liggen.

Balans geest en lichaam

Een mens is een systemisch geheel zoals in de dia hieronder mooi voorgesteld:

Steven Laureys tijdens Cevora/Cefora Academy Talks

We kunnen een heel leven lang iets doen aan onze gezondheid, onze vaardigheden en het behoud van onze hersenen. Steven Laureys adviseert om onderweg van het parcours te genieten en niet alleen te focussen op de mijlpalen. Het is belangrijk om zorg te dragen voor jezelf en om flexibel te blijven. Bewust zijn van je lichaam, meer bewegen en meditatie kunnen daarbij belangrijke hulpmiddelen zijn.  

Alternatieven

Er zijn ook meditatie-apps zoals Petit Bamboo of Headspace maar er zijn ook mensen die daar zenuwachtig van worden. Andere mogelijkheden zijn hypnose, cognitieve trance, ritmische muziek, mentale verbeelding, gebed, bodyscan en ook wearables zoals Moonbird. Ook regelmatig luisteren naar klassieke muziek kan een positieve impact hebben.

Le talent c’est d’avoir envie de faire quelque chose
— Jacques Brel

Breinbreker

Wie er meer over wil weten, kan in onderstaand boek inspiratie vinden.

Boek Breinbreker - Borgerhoff & Lamberigts

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Het einde van het leerstofjaarklassensysteem zoals we het kennen?

Het indelen van kinderen op basis van hun 'productiedatum' is een relic uit het industriële tijdperk dat steeds minder aansluit bij de grillige realiteit van menselijke ontwikkeling. Wat gebeurt er als we de muren tussen leerjaren slopen en leerlingen laten groeien op hun eigen tempo? Een verkenning van leeftijdsdoorbrekend werken en gepersonaliseerde leerpaden. De vraag is niet óf het systeem zal vallen, maar wat de moedige alternatieven zijn die we er voor in de plaats stellen.

Het organisatiemodel van scholen omschrijft de manier waarop we het leren van leerlingen organiseren, hoe leraren hun onderwijsopdracht uitvoeren en welke organisatorische leerroutes leerlingen kunnen kiezen. Tot voor kort was het traditionele leerstofjaarklassensysteem het organisatiemodel dat bijna elke school ter wereld hanteert.

Intussen is de wereld fel veranderd en krijgen scholen te maken met veel meer uitdagingen dan vroeger. Zoals inspelen op een sterk gewijzigde leerlingeninstroom, meertalige kinderen onderwijzen, omgaan met sterk verschillende instapniveaus, leerlingen gemotiveerd houden, gaan voor inclusief onderwijs, hoogbegaafde leerlingen uitdagen en het aantrekken en behouden van sterke leraren. Het leerstofjaarklassensysteem schiet voor deze uitdagingen te kort.

Vragen die we ons moeten stellen

•     Is onze leerorganisatie nog wel afgestemd op het leren van de leerling of is ze eerder het resultaat van het comfort van leraren?

•     Kunnen we met onze leerorganisatie voor elke leerling nog altijd een optimale leervordering garanderen?

•     Vertrekken we bij onze leerorganisatie vanuit een inclusief perspectief?

•     Laat onze leerorganisatie toe om onze leerlingen centraal te stellen in hun leerproces?

•     Kunnen we op onze huidige manier zorgen voor leerroutes zonder onderbrekingen?

•     Zorgt onze leerorganisatie voor een kwaliteitsontwikkelend perspectief?

Laat ons bij het samenstellen van lesroosters minder rekening houden met desiderata van leraren en prioriteit geven aan wat leerlingen nodig hebben.

Soorten leerorganisatiemodellen

•     Het leerstofjaarklassensysteem: de leerstof is onderverdeeld in jaarpakketten op basis van de leerontwikkeling van de gemiddelde leerling. Leerlingen zijn gegroepeerd volgens leeftijd.

•     Individueel onderwijs: het onderwijs wordt individueel aangestuurd en aangeboden. Dit via een één op één onderwijsrelatie in de vorm van een pupil/mentor relatie.

•     Unit onderwijs: onderwijs georganiseerd in grotere klasgroepen met aandacht voor doorlopende ontwikkelingslijnen. Teams van leraren begeleiden gemengde leeftijdsgroepen en hebben veel aandacht voor zelfsturing, coöperatief werk en leerbegeleiding. 

•     Thuisonderwijs: het onderwijs wordt thuis georganiseerd, veelal door ouders zelf of door een privéleraar. Leerlingen leggen op het einde toetsen af voor een examencommissie op basis van eindtermen of einddoelen.

•     Methode onderwijs: dit onderwijs wordt georganiseerd vanuit een centrale visie en filosofie (v.b. Steiner, Freinet, Montessori) en heeft meestal een specifieke pedagogie en didactiek ontwikkeld.

•     Modulair onderwijs: de leerstof wordt georganiseerd in modules (leerstofonderdelen) die naast elkaar en op verschillende tijdstippen kunnen gevolgd worden. De modules staan op zich waarvoor leerlingen telkens deelattesten kunnen behalen. Wie alle modules van een opleiding heeft doorlopen krijgt een diploma.

•     Blended learning onderwijs is een organisatievorm die oorspronkelijk gebaseerd was op een doordachte mix van contact- en online onderwijs maar vaak ook toegepast wordt via een mix van didactische strategieën ongeacht het gebruik van technologie.

•     Brede school onderwijs: deze leerorganisatie streeft een sterke samenwerking met de (lokale) omgeving na met focus op een multidisciplinaire samenwerking in functie van levenslang leren.

De uitdaging bestaat er in om als school pedagogisch architect te zijn en te kiezen voor een mix van leerorganisatiemodellen aangepast aan de noden van de leerlingen en de lokale context. Het doel daarbij is om een ononderbroken leerproces te creëren waarbij de school de leeromgeving aanpast aan de ontwikkeling van leerlingen (en niet omgekeerd).

Mag zo een nieuwe leerorganisatie wel?

Het is antwoord is ja. De groeperingsvorm die de school kiest, behoort tot haar autonomie. De school kan zelf beslissen over tijdsbesteding, weekuurroosters, aanbod gemeenschappelijke vakken, aanpassingen van het leertempo, onderwijskundige methodes en werkvormen. Dit volgens het decreet basisonderwijs uit 1997 en het decreet secundair onderwijs uit 1999. Meerdere scholen in Vlaanderen passen een alternatieve leerorganisatie toe.

Bekijk het breder dan puur het organisatorische!

Scholen vertellen ons regelmatig dat hun leerstofjaarklassensysteem niet meer werkt. De eerste vraag die we dan stellen is of ze ook bereid zijn om te kijken naar hun leerinhouden, naar hun manier van lesgeven, naar hoe ze evalueren, naar hun lestabellen, naar hun fysieke leeromgeving, naar het leermateriaal en naar hun leernetwerk. Als het antwoord negatief is, dan heeft het geen zin en blijft het bij een cosmetische aanpassing of het kan zelfs leiden tot een achteruitgang. Er zijn verschillende scholen die te weinig doordacht flex leertijd voor leerlingen hebben ingevoerd met als gevolg een negatief resultaat en de perceptie bij hun leraren dat flex niet werkt. Andere scholen gingen in zelfsturende teams werken zonder hun pedagogie aan te passen. Ook dit bleek op termijn te resulteren in weinig meerwaarde. Je leerorganisatie aanpassen vergt een systemische aanpak. Een van de manieren om de leerorganisatie vanuit verschillende perspectieven te bekijken, is via het transformatierad:

Het is een denkmodel met acht wielen waarbij je je huidig pedagogisch concept in vraag kan stellen, bijvoorbeeld startend vanuit de ingangspoort organisatie. Dit wiel aanpassen heeft invloed op elk van de andere wielen. Om succesvol te zijn, zul je immers je naast je leerorganisatie ook je leerinhouden, leervormen, leerproces, leertijd, leeromgeving, leernetwerk en leermateriaal voldoende moeten aanpassen en er één versterkend en samenhangend geheel van maken.

Flexibele organisatievormen

Bij de nieuwe uitdagingen in ons onderwijs zijn flexibele organisatievormen noodzakelijk. Op die manier kunnen leerlingen meer eigenaarschap nemen over hun leren en kunnen leraren hen maximale ontplooiingskansen geven. Daarbij hou je het best rekening met vijf bouwstenen:

  1. Outputgerichte leeruitkomsten: voor flexibel onderwijs zijn heldere leeruitkomsten cruciaal. Ze geven aan wat de leerling kan aan het einde van een leerperiode. Belangrijke kenmerken van goede leeruitkomsten zijn outputgerichtheid en herkenbaarheid. Resultaat van deze bouwsteen: helder en goed geformuleerde leeruitkomsten.

  2. Leerwegonafhankelijke toetsing: deze is gericht op het beoordelen van door leerlingen gerealiseerde leeruitkomsten. Deze vorm van toetsing is dus niet afgeleid van het onderwijsaanbod. Leerlingen kunnen via divers ‘bewijsmateriaal’ worden beoordeeld. Het formuleren van beoordelingscriteria bij de leeruitkomsten is hierbij essentieel. Resultaat van deze bouwsteen: Instrumenten en beoordelingscriteria geschikt voor toetsing en validatie.

  3. Onderwijstoolbox: een geheel aan divers en gevarieerd didactisch leermateriaal en leeractiviteiten waarmee de leerling aan het bereiken van de leeruitkomsten kan werken. Resultaat van deze bouwsteen: een variëteit aan leeractiviteiten die verschillende typen leerlingen kunnen gebruiken om hun leeruitkomsten te bereiken

  4. Leerscenario’s: vanuit een onderwijstoolbox kunnen bij een leerling of groep leerlingen een passende set leeractiviteiten en leermateriaal ontwikkeld worden, aansluitend bij persoonlijke leervoorkeuren, leerstrategieën en leeromstandigheden van deze leerlingen. Resultaat van deze bouwsteen: vormgegeven leerscenario’s op basis van persona’s (type en kenmerken leerlingen) die ook individueel maatwerk mogelijk maken.

  5. Coördinatie en organisatie: dit zorgt ervoor dat flexibel onderwijs binnen het team van leraren en tussen leerlingen en leraren onderling prettig en soepel verloopt. Resultaat van deze bouwsteen: duidelijke afspraken binnen het lerarenteam.

Meer info of ondersteuning?

Met het transformatierad en de bouwstenen kun je verschillende leerroutes voor leerlingen ontwerpen. Het spreekt voor zich dat dit het best op een participatieve manier gebeurt en dat je hierbij leraren, leerlingen en ouders voldoende betrekt. EduNext heeft heel wat ervaring op dit vlak en begeleidt verschillende scholen in dit proces. Daarnaast hebben we voor de leerorganisatie ook een rubric ontwikkeld met een aantal criteria die je kunnen uitdagen en helpen om je leerorganisatie te hertekenen. Heb je hierover vragen? Stuur een mail naar contact@edunext.be of bel Dirk De Boe op 0474/949448

Meer lezen