EduNext organiseerde co-Teaching avond met Dian Fluijt
Het beeld van de eenzame leraar voor de klas is achterhaald, maar hoe maak je de stap naar een effectieve duo-praktijk? Dian Fluijt toont aan dat co-teaching veel verder gaat dan simpelweg een lokaal delen. Het vraagt om kwetsbaarheid, afstemming en een herverdeling van expertise om de leerwinst voor álle leerlingen te maximaliseren in een inclusieve setting.
Op 26 oktober in Gent en op 13 november in Hasselt vonden de boekvoorstellingen over co-teaching met Dian Fluijt plaats. Dian is net aan de universiteit van Utrecht gepromoveerd op dit thema. En ze blijkt een dame van de praktijk te zijn. Dian nam ons mee in de wereld van co-teaching, differentiatie en co-creatie. Want dat is volgens haar de kern van toekomstig onderwijs. Ze verwijst daarbij naar John Hattie, die aan Collective Teachers Efficacy een leereffect van 1,57 geeft, wat ver boven een gemiddeld leereffect van 0,40 ligt. Daarbij verplaats je je als leraar in de schoenen van de leerling en stap je ook geregeld uit je rol als leraar.
De internationaal aanvaarde definitie van co-teaching (teamteaching wordt minder gehanteerd) luidt: “Meerdere onderwijsprofessionals werken op gestructureerde wijze samen, gedurende een langere periode, op basis van een gedeelde visie en nemen daarbij gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs aan en de ontwikkeling van alle leerlingen in de groep.”
Dian Fluijt benadrukt dat co-teaching geen organisatorisch model (beangstigend!) maar een waardenbewust pedagogisch model is hoe je met kinderen wil werken. En dat uitgaat van behoeften en mogelijkheden. Ze gaf ook aan dat je eerst moet starten met het waarom van co-teaching om het dan pas te hebben over het ‘wat’ en het ‘hoe’. Co-teaching is een gevolg van de visie. Niet andersom.
Bij het ‘wat’ zijn kennis van leerdoelen en leerlijnen ontzettend belangrijk
“Je kan niet differentiëren als je geen berg kennis en kunde in huis over de leerdoelen en de leerwijze”
Bij het ‘hoe’ onderscheidt Dian drie vormen van differentiëren:
small: leerstofgericht, de docent regelt alles en gebruikt activerende werkvormen. Valkuilen hierbij zijn leraren die leerlingen te snel willen helpen
medium: autonomie, competentie en relatie; tegemoet komen aan verschillen in onderwijsbehoeften via een andere aanpak. Leerlingen mogen een eigen aanpak kiezen, mee bepalen waar, wanneer en hoe ze een opdracht uitvoeren
large: differentiëren als onderdeel van de totale schoolontwikkeling; omgaan en benutten van verschillen: de school als lerende community
Van small naar medium en large krijgen leerlingen steeds meer inspraak in hoe, wanneer en waar ze leren. Daarbij is het altijd belangrijk dat leraren samen voorbereiden, uitvoeren en nabespreken.
“Kunnen leraren vertellen waarom ze doen wat ze doen? Kunnen ze een professioneel gesprek voeren over wat goed is voor het kind en kunnen ze inschatten wat het kind op welk moment nodig heeft? Het gaat immers niet alleen over de leerstof, het gaat over de totale persoon”
Dian paste de theorie ook meteen toe via een Open Space methodiek waarbij de aanwezigen onder lichte tijdsdruk (15’) in groepen van gedachten konden wisselen over thema’s zoals autonomie, co-creatie, portfolio, …. Bij Open Space is er een duidelijke vraagstelling nodig die voor de deelnemers belangrijk is. De oplossing is onbekend en is het belangrijk om diverse deelnemers met een andere kijk erbij te hebben.
In het 2e deel van haar verhaal had Dian het over samenwerken en organisatie en ging ze in op een aantal vragen die door de deelnemers vooraf waren gesteld:
Dian vertelde dat als co-teachen niet goed loopt, het steeds te maken heeft met een van volgende vier elementen: open communicatie, gelijkwaardigheid, respect of vertrouwen. Maar ook dat het co-teaching team heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Er elk jaar een nieuw doel aan verbinden. Een deelnemer merkte op dat je de lat niet te hoog mag leggen naar de buitenwereld zodat er niet te veel druk op de leraren ontstaat. Waarop Dian zei dat als je niet goed communiceert met de ouders, je een probleem hebt. En dat je best ook zorgt voor meerdere en diverse perspectieven bij de samenstelling van het plan. Dan pas wordt het een zorgvuldig plan. Maar het is wel zo dat 20% van de mensen in de organisatie verantwoordelijk is voor 80% van de verandering. Dian benadrukte ook dat je als expert af en toe je rol als expert moet durven verlaten. En dat het in het begin voor het team een extra inspanning is. Veel voorbereidend werk om in de klas tijd te kunnen maken voor coachen en observeren.
“’s avonds als leraar geïnspireerd moe willen zijn”
Op het einde kreeg elke deelnemer een kadertje en kon daarin schrijven wat hij of zij meenam:
Om de kadertjes daarna fier omhoog te steken in een afsluitend moment.
Enkele reacties uit de evaluaties:
“Ik heb eruit geleerd dat ik op onze school meer zal moeten investeren in de opbouw van het team co-teaching”
“Co-teachen meer is dan samenwerking tussen leerkrachten in de klas.”
“Team teaching is in functie van het leren van de student/leerling”
“Milestones uitzetten en kleine succesjes vieren. Veel interessante info in de presentatie - Hattie's collective teacher efficacy. Ik kijk uit naar de ppt :-)”
Wil je er de volgende keer ook bij zijn? VZW EduNext organiseert jaarlijks een leerfestival (volgende editie woensdag namiddag 20 februari. Daarnaast zijn er diverse leeravonden over interessante en actuele onderwijsthema’s. We bezoeken ook innovatieve scholen (Atheneum Busleyden + Methodeschool Busleyden Mechelen op 28 januari). Je vindt meer informatie op onze website of op onze Facebook pagina en Facebook groep. En je kan ons ook volgen op Twitter.
9 hoogtepunten uit talks over onderwijs op TEDxAmsterdamED 2018
Op het snijvlak van passie en wetenschap biedt TEDxAmsterdamED een venster op de toekomst van het leren. Van de noodzaak om falen te omarmen tot het herdefiniëren van wat we onder 'succes' verstaan: deze negen inzichten dagen je uit om met een frisse, vaak ongemakkelijke blik naar de dagelijkse praktijk in de klas te kijken en de gangbare normen radicaal in vraag te stellen.
Velen kennen de TED filmpjes op YouTube waarin innovatoren straffe dingen over Technologie, Entertainment en Design vertellen. Deze video’s worden opgenomen tijdens de jaarlijkse TED conferentie in Californië. Een tijd terug besloot de organisatie om dit uit te breiden naar heel de wereld. Zo rezen lokale TedX conferenties als paddestoelen uit de grond. Amsterdam organiseert jaarlijks een speciale onderwijs TedX. De jongste editie was op 30 oktober. EduNext was er bij.
Ted talk Highlights
De hoofdmoot van het festival waren natuurlijk de TED talks. De rode draad doorheen de dag was radicale verandering. En hoe het onderwijs daarbij te kort schiet. Naast de oproep om actief in beweging te komen, maakten de sprekers ook de link met het ‘Dutch DNA’. Nederlanders zijn altijd exploratoren geweest en hebben het risico nooit geschuwd. Ze keken steeds uit naar nieuwe kansen. Zo hebben de lage landen altijd tegen het water moeten vechten. En tegen de Spaanse vorst. Ze beschikken ook over heel weinig grondstoffen. Dat heeft geresulteerd in een ondernemende mindset, openheid voor andere culturen en een continue zoektocht naar vrijheid. Waardoor ze steeds voorbereid waren op het nieuwe. Het is belangrijk om dat DNA te koesteren en ook te injecteren in het onderwijs, zei Cees van Lotringen. Zodanig dat iedereen denkt in oplossingen in plaats van in problemen. En zo zichzelf opnieuw uit kan vinden.
“A country is not a fact, it’s a decision”
Suzanne Baars: doden scholen ons DNA?
Deze PhD studente vertelde dat ze als tienjarige niet in het systeem paste en dat het onderwijs niet aan haar noden voldeed. Dus besloot ze om alles zelf te ontdekken. Ze verwees hierbij naar drop-out sterren als Jack Ma en Steve Jobs (en vergat daarbij te zeggen dat 99% van de schooldrop-outs het niet redt en dat de deze beroemdheden een op zijn minst onevenwichte balans werk-privé hadden of hebben).
“If Education does not fit the personal blueprint of the child, it will harm”
Ze had wel een punt toen ze zei dat meer en meer kinderen gedemotiveerd raken in het klassieke onderwijssysteem. En hield een pleidooi voor persoonlijk onderwijs. Daarbij is het noodzakelijk om te kijken wat kinderen inspireert, wat ze willen leren en wat hen fascineert. Ze deed een oproep om te luisteren naar kinderen en te leren hoe kinderen leren. En hen te helpen om hun interesse in de toekomst te maximaliseren en om hun wilde dromen te helpen najagen.
Damiaan Denys: angst nodig om te kunnen leren
Deze professor in psychiatrie hield een prachtige toespraak en had de zaal de ganse tijd in zijn greep. Hij stelt bij zijn eerstejaarsstudenten een hoog stressniveau vast. Studenten komen in een nieuwe omgeving terecht, er is sociale stress want ze leren nieuwe vrienden kennen. En er is druk van ouders en van de maatschappij. Vaak met faalangst tot gevolg. Daarnaast moeten ze ook nog hun eigen tijd leren managen.
Anderzijds beweert Denys dat we niet kunnen leren zonder angst. Leren is het verwerven van nieuwe kennis, vaardigheden en waarden. Maar het legt ook bloot wat we nog niet weten, onze incompetenties, onze onervarenheid. Dus is het ook vaak pijnlijk want je wordt continu op je fouten gewezen. Hoe meer je echter worstelt, hoe meer je te weten komt. En daardoor word je ook een andere persoon. Leren verandert je breinarchitectuur.
Denys maakt het onderscheid tussen kennis en begrijpen. Kennis is passief en beroert geen emotie. Begrijpen daarentegen is actief. Het vereist het verwerken van informatie en ook een verbintenis, een gretigheid om te veranderen. Alleen wanneer je verandert, heb je echt begrepen. Maar dat vereist een inspanning. Zoals fysieke training vereist leren heel wat pijn. Maar nadien komt de voldoening. Begrijpen is geen optie, het moet gewoon.
“A lot of learning for a few moments of understanding”
Damiaan Denys zegt ook dat mensen constant de toekomst willen voorspellen. Of zelfs anticiperen. Ons brein leert via dopamine dat ontstaat wanneer er een verschil is tussen het verwachte en het uiteindelijke resultaat. Als onze dopamine omhoog gaat, zijn we gelukkig en gemotiveerd. Maar ook als onze dopamine zakt, leren we.
Emma Stocks: waarom slim zijn je niet helpt om God te vinden
Emma haalde steeds goede scores op school. Ze dacht dat dat betekende dat ze slim was en een goed mens. Het bleek een illusie. Ze was de ideale uitkomst van onderwijs. Maar ze leerde niet hoe ze haar eigen leven en toekomst kon ontwerpen. Toen ze 18 jaar werd, wilde ze naar Harvard. Waar ze geweigerd werd.
“How can it be an intention to let young people feel that they are not good in learning?”
Emma begon zich vragen te stellen. Waarom was het niet zo dat elke jongere het gevoel meekrijgt dat hij of zij goed is in leren? En zo graag gaat leren …
Jan Rotmans: volgende maatschappij, volgende economie, volgend onderwijs
We leven in een tijdperk van verandering. Omdat we in een complex systeem zitten, is er chaos nodig. Daar moeten we positief durven naar kijken. Het oude verdwijnt geleidelijk terwijl het nieuwe opgebouwd wordt. We moeten vooruit naar het verleden in plaats van terug naar de toekomst. We hebben de collectieve kracht van alle studenten nodig om alle grote problemen van de wereld zoals ongelijkheid, klimaatopwarming en integratie op te lossen. Daartoe hebben we een transitie in het onderwijs nodig. Waarbij de leerling centraal moet staan, niet de schoolorganisatie. Maar er zijn geen antwoorden, enkel inzichten. Wel moeten we systeeminterventies doen. Op korte termijn zijn dat concrete acties, op middellange termijn is dat aanpassing van de structuur en op lange termijn is dat de cultuur veranderen.
“Those who can overcome their own fear, are better off”
We moeten druk zetten op het systeem. Daar zijn change agents en transformatieleiders voor nodig. Een bottom-up beweging is immers niet te stoppen. Het betekent wel dat je bereid moet zijn tot persoonlijke transitie. Je moet je angst voor de transformatie durven overwinnen. Het heeft ook kwalitatieve – Kairos - tijd nodig. Laat ons het systeem niet aanklagen. Maar het mee in beweging brengen. Want we zijn zelf het systeem!
Marcia Goddard – leren als een peuter
Kinderen worden geboren met een groeimindset. Maar in opvoeding en onderwijs zijn er standaarden. Als je er niet aan voldoet, ben je traag of dom. Daarnaast zijn ouders vaak in controle en behoeden ze hun kinderen om zich oncomfortabel te voelen. En dan bouwen de papa’s of de mama’s die Lego toren maar zelf. Zo missen kinderen feedback. Feedback geven is een proces dat altijd tot resultaten leidt.
“Instead of saying: ‘I can’t do this’ say ‘I can’t do this yet’”
Daarnaast passen we in onderwijs vaak framing toe. Waarbij we focussen op het eindresultaat. En niet op het proces waarbij zoveel te leren valt. Als we falen vermijden of niet leren omgaan met fouten, dan gaan we resultaatgericht te werk. Als we daarentegen niet focussen op wat er fout ging maar wat er toe leidde, dan zijn we leergericht bezig.
Verder zei Marcia Goddard terecht dat onderwijs zowel plaats vindt op school als thuis (en ook op andere plaatsen). Het is een gemeenschappelijke inspanning
De 10 onderwijsgeboden volgens Sjef Drummen
Onderwijskunstenaar Sjef Drummen, mede-oprichter van Niekée Roermond en Agora onderwijs, verrastte op Delfts porcelein het publiek met tien onderwijsgeboden:
Nieuwsgierigheid is de motor van alle leren en verbeelding is de brandstof
Er is dynamiek en dynamische gemeenschap nodig gebaseerd op autonomie en verbeelding
Leren 0,0 is de ouderlijke aanpak. En elk kind is zijn eigen recept
Behandel elk kind ongelijk
Leren is een autodidactische activiteit in een sociale context
“We have built a new school. Without input from one group: the teachers; otherwise we would have had standard classrooms”
Verwerp all institutionele onderwijsnonsens
Focus op kennis, vermindert de motivatie; focus op motivatie, verhoogt de kennis
Autonoom leren vindt plaats in vrijheid maar het is niet zonder verplichting
De ideale school is een mix van Harvard, een Boeddhistisch klooster, een atelier, een marktplaats en met stip de Efteling
Gelukkig thuis en gelukkig in school is het optimale leren.
En om te zorgen dat dit goed loopt, is er een Agora master. Hij functioneert als mediator
David Gyson: Codam – een nieuwe manier van leren
David Gyson was een ‘bijna drop-out’ die niet paste op een klassieke school. Hij hield van programmeren en computers. En kwam absoluut niet aan zijn trekken in de ICT lessen en de klassieke computerklas. Tot hij op een school terecht kwam die 24/7 open was, waar studenten elkaar hielpen en samenwerkten. Waar lessen niet verplicht waren en leren met zijn vrienden plaats vond.
“As a teacher it’s not so easy to stay up to date”
Zo verwijst Gyson als inspiratiebron naar de ‘42’ scholen die in Frankrijk gesticht werden en nu wereldwijd actief zijn. Het zijn privé scholen voor computer programmeren zonder leraar. Zelf heeft Gyson Codam opgericht. Daar krijg je een ‘cutting edge’ opleiding in computerwetenschappen. Om relevant te zijn, moet een school zeer adaptief zijn. ‘Leren hoe te leren’ is het model. Volgens hem zijn er 5 slimme kenmerken aan een modern onderwijssysteem:
Laagdrempelige toegang: geen diploma’s vereist, starten van scratch
Geen leraar of lector, het model is peer learning
Pragmatisch en project geörienteerd
Peer evaluatie: studenten geven elkaar punten
Iederen leert op eigen snelheid omdat iedereen anders is. Projecten hebben dan ook geen deadline.
Falen is deel van de leerervaring. Het is geen race naar het diploma. Het gaat over leren. Ook inclusie (onder andere van vrouwen) staat centraal want alleen in diversiteit kunnen we echte innovatie bewerkstelligen.
Peter Merry: gesmeed van de toekomst – the Ubiquity Experiment
Peter had het over 5 punten die het onderwijs positief kunnen veranderen:
Betrek de gehele persoon (zelfmeesterschap, actief in de wereld en academische studie)
Personaliseer en maak het modulair zodat iedereen zijn eigen menu kan samenstellen
Voorzie relevante leerinhouden
“We need ubiskills: collaborative, communicative, creative, flexible, technologie-savvy, global oriented, customer directed and disruptive skills”
Zorg dat het leuk is en aanspreekt. Bijvoorbeeld door gamification en door het verzamelen van punten of credits voor bepaalde modules. Of zorg voor credentials – geloofsbrieven - die door werknemers kunnen gebruikt worden
Zorg voor de human touch bij online cursussen (v.b. via online master)
Ruben Oost: give us freedom
Deze 17-jarige student uit het Technasium in Amsterdam liep helemaal vast in het klassieke systeem. Tot hij er via een Technasium project aan kon ontsnappen. En zelf verantwoordelijk werd. Hij maakte contact met bedrijven, leerde in team aan complexe problemen werken en samen met teamleden oplossingen bedenken. Dat zorgde voor onafhankelijkheid en motivatie. Want hij moest ook presteren.
‘Often our initiative is suppressed by the idea that what teachers think is the only way”
Zo heeft Ruben samen met zijn team een alternatief voor groene energie bedacht. Dat potentieel veel resultaat kan opleveren. Op die wijze hebben leerlingen het gevoel een verschil te kunnen maken. Voornamelijk door vrijheid te krijgen om te leren wat ze willen leren. Geef ons die vrijheid en daag ons op de juiste manier uit.
The ‘Dutch DNA based Education’ competition
Deze wedstrijd kende op TedX zijn apotheose waarbij de 3 finalisten er hun project mochten pitchen:
1. Barbara Winkelhuyzen – klik het netwerk van de school
Deze zoekapplicatie werd samen met studio Dott en De Nieuwste School ontwikkeld. Studenten interviewen ouders en maken een profiel aan zodat leerlingen en leraren kunnen googlen als ze een expert in de klas nodig hebben.
2. Yousssef El Bouhassi – leerlevels
Leren door middel van artificiële intelligentie. Een algoritme waar leerlingen hun kennissprong kunnen detecteren.
“Everybody can learn via an app”
3. Aiman Hassani – Pluswhats talents program
Wie een persoon is of waar hij opgegroeid is, zou geen rol mogen spelen. Laat ons deze jongeren uitdagen om de nieuwe werkers te worden. De maatschappij ziet hen als minderwaardig, Pluswhats kijkt naar hun talenten. Iedereen is met tenminste twee talenten geboren. Laat ons aan deze kinderen tonen wat ze kunnen. Leren door te doen. Actiegericht. Jammer genoeg zijn de meeste scholen gebouwd voor volume. Laat ons samen een wereld creëren waar we met elkaar connecteren gebaseerd op ons aangeboren potentieel om zo onze output maximaliseren.
Via Mentimeter mocht het publiek stemmen. Winnaar was Aiwan met Pluswhats. Hij mag gaan pitchen in Londen tijdens de Global Superleague Competition en kreeg van iemand uit het publiek een gratis werkplek aangeboden.
Catwalk of the future
Studenten (16 – 18 jaar) vertelden op een catwalk wat zij van onderwijs vonden en hoe het er volgens hen in de toekomst uit moet zien. Daarna gingen ze er met het publiek over in debat, dit gemodereerd door een lerares. Dit vinden de studenten:
“Ik was goed in wiskunde maar niet in Frans. Het tempo lag voor mij daar te hoog. Waardoor ik me minder voelde. En nog meer achterop hinkte. Ik vind dat het tempo van de les aangepast moet zijn aan de leerling”
“Ik heb enorm veel geleerd van expeditie-onderwijs. In het buitenland leer je zelfstandig zijn, zelf oplossingen zoeken. Ik vind dat dit een vaste plek moet krijgen in het onderwijs”
“Debat is essentieel voor leren. Zo leer je je mening uiten en je gedachten omzetten in de praktijk”
“Vorig jaar had ik een wiskundedocent die het niet zo goed uitlegde. Daar voelde ik me slecht bij. Maar nu heb ik een leraar die net zo lang doorgaat tot ik het snap. Dat soort leraren willen wij”
“Ik ben voor de afschaffing van het centraal eindexamen omdat leraren gaan lesgeven en wij gaan leren voor de test. En niet om het te kunnen.”
“Ik ben hoogbegaafd. Docenten begrijpen mij niet. Ik vind dat leraren zich meer moeten verdiepen in het individu. Zo wordt er ook beter gecommuniceerd met elkaar en gaat ons zelfbeeld omhoog”
“Ik wil het centraal eindexamen afschaffen. Zo kan er meer tijd gaan naar de praktijk. Geen momentopnamen meer. Maar focus op het leerproces. Bij een toets is er druk. Zo zouden bijvoorbeeld leerlingen die voor het eerst meedoen aan een schoolexamen daar op voorbereid moeten worden”
“Ik vind dat je docenten moet kunnen aanspreken met de voornaam. Daardoor wordt het respect voor elkaar groter. En kan er een persoonlijke band ontstaan. Want dat is belangrijk. Als leerlingen zich gehoord voelen, dan gaan ze niet door elkaar heen praten. Dan werkt iedereen mee aan een aangename sfeer”
“Ik krijg in mijn school ruimte. Bijvoorbeeld als ik mijn taken af heb. Dan mag ik iets anders doen. Dan is er ruimte voor een extra vak. Ik ben heel trots op mijn school” (studente Vathorst college)
Techlounge
Hier toonden leerlingen van het Amsterdamse Technasium hun ‘real life’ projecten. Daar blijken ze elk jaar 4 tot 5 uur per week te kunnen aan werken. Waarbij ze een concreet product of dienst opleveren. De leerlingen werken samen met bedrijven, ngo’s, sociale entrepreneurs. Wat resulteert in een mooie portfolio op het einde van hun secundaire studies. En zo verhogen ze de kans om met hun talenten in aanraking te komen. Jammer genoeg verlopen de andere lesuren heel klassiek, wisten enkele studentes me te vertellen.
The Courtyard
Er was ook een courtyard waarbij de studenten het klassieke onderwijssysteem aanklaagden en het publiek mocht oordelen (heb ik zelf niet gevolgd)
Innovation Examples
In een andere ruimte kon je met koptelefoons op naar video’s kijken waarin enkele vooruitstrevende scholen en leraren toonden hoe zij te werk gaan.
Tussenin was er ook heel veel mogelijkheid om te netwerken. En wie zin had, kon even op de electrische stier gaan zitten. In de ontvangsthal speelde een orkest dat door het publiek begeleid werd.
Onze conclusies
Heel positief en verrassend was de aanwezigheid van veel leerlingen op de conferentie. En dat ze hun standpunt over onderwijs zowel op het hoofdpodium als tijdens de breaks naar voor konden brengen. Ze wisten heel interessante dingen te vertellen. Ook was het boeiend om diverse sprekers te horen die er niet voor terugdeinzen om het roer radicaal om te gooien. Dat biedt inspiratie voor de eigen praktijk. Leraren waren dan weer weinig aanwezig op het podium. Voor een leraar in de zaal was het af en toe pijnlijk om de negatieve kanten te horen zonder enkele van de duizenden leraren te horen die heel innovatief bezig zijn. Dat werd op sociale media aardig wat kritiek op geleverd. En niet onterecht.
Het klassieke onderwijssysteem werd door veel sprekers inderdaad aangeklaagd (zonder altijd met alternatieven te komen). Toch waren er op het festival verschillende voorbeelden van scholen die het volledig anders aanpakken (Niekée, Codam, Ubiquity). Allemaal vrij extreem. Wat ik miste op het hoofdpodium waren enkele voorbeelden van scholen die een goede balans gevonden hebben tussen de sterke elementen van het klassieke en het vernieuwende onderwijs. Dat werd deels gecompenseerd via een aantal mooie voorbeelden die je tijdens de break kon bewonderen (video’s, leerlingen van het Vathorst college en het Technasium). Daarnaast was er aansluitend op TEDx ook een bijeenkomst van 50 Transformational Leaders (o.a. Claire Boonstra, Jasmijn Kester, Jan Fasen, Tijl Koenderink, Peter Hartkamp, voortrekkers OCW (ministerie van onderwijs, cultuur, wetenschap) en Nederlandse inspectie. Daarin werd doorgegaan op de conferentie en gebrainstormd hoe deze transitie verder tot stand kan gebracht worden.
Het was een zeer geslaagde dag en we gingen met een pak inspiratie naar huis. Proficiat aan het ganse TedX team voor de knappe organisatie!
Hoe een flexibele klasinrichting leren stimuleert. Er mag van je klassen hier en daar gerust een hoek af - Inge Nuyens
De fysieke leeromgeving is veel meer dan alleen decor; het is de 'derde leraar' die gedrag en motivatie stuurt. Inge Nuyens breekt een lans voor een klasinrichting die de rigide structuren van vroeger loslaat. Door de ruimte letterlijk open te breken, ontstaat er plaats voor verschillende leerstijlen en een dynamiek die aansluit bij de natuurlijke nieuwsgierigheid van jongeren.
Maak het schoolgebouw opnieuw spannend
Traditionele klasopstellingen, we kennen ze allemaal. Ze stimuleren meestal slechts één manier van leren: frontaal lesgeven. Stel dat je, naast aandacht geven aan de kinderen zelf, hun klasgenoten, hun leraren en hun ouders ook zou focussen op de derde pedagoog, de ruimte waarin geleerd wordt? Vanuit haar ervaring als CEO van Dox, ontwerper en producent van interieurconcepten voor onderwijsvernieuwing, heeft Inge Nuyens een visie hoe je een toekomstbestendige klasomgeving kunt creëren en realiseren. Het komt er volgens haar op aan om het schoolgebouw opnieuw inspirerend te maken. Zodat jongeren er graag zijn en gemotiveerd zijn om te leren. Laboratoria waar talent zich kan ontwikkelen.
Begin met het einde in gedachten
Bij een nieuwe klas- of schoolinrichting is een goede planning het halve werk. Daarbij onderscheidt Inge Nuyens verschillende fases. De pre-conceptuele fase is er een van ideeën en informatie verzamelen. Dat is een fase die lang duurt en waarbij je beste alle regels los laat. Je kan best een werkgroep oprichten met brede vertegenwoordiging die het project van begin tot einde opvolgt. Daarbij moet de directie zeker aanwezig zijn. Inge Nuyens is voorstander van een seminarie waarin je alle projectwensen naar boven laat komen. Bij voorkeur laat je dat extern begeleiden. Daarbij moet je voldoende aandacht schenken aan het maken van een projectmissie die de bestaande schoolvisie verruimt. Deze vormt dan de leidraad gedurende het ganse traject en fungeert als scheidsrechter bij het beoordelen van de vele ideeën. Want je kan ze niet allemaal uitvoeren. Daarna volgt de synthesefase waarin knopen doorgehakt worden en keuzes gemaakt. Zo kom je tot een concept waarin wensen en dromen geïntegreerd zijn. In een laatste fase kom je van een grof naar een finaal plan. Om het daarna uit te voeren. Nazorg en aanpassingen zijn onvermijdelijk.
Hoe moet de ruimte er dan uit zien?
Een dergelijke ruimte biedt volgens Inge Nuyens de kans om in te zetten op individuele vaardigheden, individueel werk en groepsactiviteiten. Ze moedigt ook afstandsonderwijs aan waarbij je de klas kan 'flippen'. Sleutelwoorden zijn flexibiliteit, beweging, communicatie, betrokkenheid en het belang van een mooie stijl bij het kiezen van meubilair.
De CONTENT methode
Interessant voor al wie een klasinrichting wil aanpakken, is de 8 E-methode, acht handvatten waarop je keuzes voor de inrichting kunt onderbouwen:
Educatief: inhoudelijk bijdragend tot het leerproces
Ergonomisch: zorgend voor grotere concentratie
Economisch: duurzaam met lagere kosten op lange termijn
Ecologisch: recycleerbaar, bio-afbreekbaar en betrouwbaar geproduceerd
Ethisch: authentiek en eerlijk
Emotioneel: gezellig, natuurlijk en met positieve kleuren
Esthetisch: schoonheid, harmonie, stijl en soberheid
Evolutief: voorbereid op toekomstige onderwijsvormen
Inge Nuyens roept scholengroepen op om iemand te hebben die bij deze keuzes onafhankelijk advies kan geven.
INSPIRATIE
In haar boek 'Klas met een hoek af' vind je een waaier aan inspiratie, voorbeelden en methodieken hoe je een toekomstige klas- of leeromgeving deskundig kunt aanpakken. Je krijgt een dieper inzicht hoe je een van de acht wielen van het EduNext transformatierad op geïntegreerde wijze kan aanpakken.
Het is bij het ontwerp van een nieuwe leeromgeving belangrijk om ook op de andere wielen in te zoomen om zo te komen tot een geïntegreerde die bij de projectmissie waarover Inge Nuyens spreekt, kan meegenomen worden.
Coherente flexibele trajecten dankzij visie en betrokkenheid
Flexibilisering in het onderwijs dreigt vaak te verzanden in een versnipperd aanbod zonder kompas. Het geheim van een geslaagd traject ligt niet in de techniek, maar in de diepgewortelde betrokkenheid van het team bij een gezamenlijke pedagogische visie. Ontdek hoe een scherp omlijnd kader juist de vrijheid creëert die nodig is voor echt maatwerk voor elke leerling.
Dit artikel verscheen eerder op Veranderwijs.nu
Het initiatief
Het besef dat de persoonlijke ontwikkeling van elke leerling belangrijk is samen met het inzicht dat de leerling nodig heeft in zijn/haar leerproces maakt dat we flexibele leergangen nodig hebben om het leerproces van de leerling centraal te kunnen zetten. Om het leerproces te kunnen opvolgen en coachen moet je bijvoorbeeld formatieve evaluatie zichtbaar maken en niet louter inzetten op summatieve evaluatie. Kogeka (Sancta Maria Instituut Kasterlee (SMIK)) houdt bij flexibele leerwegen ook telkens het hoe en waarom van elke stap voor ogen. Het waarom is vastgelegd in de visie die de school heeft op het leerproces van de leerling. Die visie is de kern waaraan alle leerwegen en beslissingen afgetoetst worden. Zo nemen we de leerinhoud, de leervorm, het leerproces, de leertijd, de leeromgeving, het leernetwerk, het leermateriaal en de organisatie mee in de transformatie van de school zodat de uitbouw van flexibele leerwegen conform de visie verlopen.
De vernieuwing
Vakgroepen werken aan assessment instrumenten met oog voor zelfevaluatie van de leerling, peerevaluatie en evaluatie door leraren en andere betrokken partijen. Hierdoor wordt het proces dat de leerling aflegt zichtbaarder.
Het bestaande leerlingenrapport wordt kritisch geanalyseerd en bijgestuurd conform de nieuwe visie op evalueren. Het leerproces van de leerling staat centraal en het rapport moet dit ook weerspiegelen. We bekijken hoe de formatieve evaluatie vertaald en gecommuniceerd kan worden aan alle betrokken partijen (leerling-leraar-ouders-directie-…). Op deze manier zullen ook hier de flexibele leerwegen zichtbaarder worden met als doel ze in te zetten in de communicatie met alle partijen.
Het format van het rapport finaliseren we met het oog op een voortdurende neerslag van de procesbegeleiding. Hoe formuleren we feedback? Hoe benoemen we het proces zodat we het naar alle betrokken partijen helder gecommuniceerd krijgen? Van een summatieve evaluatie naar een formatieve evaluatie. Op die manier brengen we het leerproces van de leerling en zijn eigen leerweg explicieter in kaart.
We evalueren ook een proeftuin peertutoring: in deze peerevaluatie (in de vakgroep talen) zitten leerlingen van de 3de graad samen met leerlingen van de 1ste graad. De leerlingen helpen, begeleiden én evalueren elkaar. We bekijken of dit kan uitgewerkt worden in een online tandemsysteem waarop leerlingen zich als vragende partij voor hulp voor een specifiek vak kunnen inschrijven en waarop leerlingen zich kunnen aanbieden als experten voor een specifiek vak. Op die manier vinden leerlingen elkaar (over de leeftijden heen). Ze krijgen ook een lokaal ter beschikking om elkaar te ondersteunen.
We plannen in het schooljaar 2018-2019 een proeftuin in de eerste graad waarin leerlingen, afhankelijk van de richting, gedurende 1 à 2 uur keuzes mogen opnemen in functie van hun talenten en kwaliteiten. Bijvoorbeeld: iemand vanuit een sterk wiskundige richting kan meer talen opnemen.
Verder willen we co-teaching van de bestaande STEM afdeling in het schooljaar 2018-2019 uitbreiden naar de volledige eerste graad door klassen voor een deel parallel te roosteren zodat Nederlands, Frans en Wiskunde naast elkaar lopen waardoor er meer flexibiliteit is om op verschillende sporen te werken.
We zijn ook bezig aan het verfijnen en uniformiseren van de vakgroepspecifieke formatieve feedbackformulieren zodat het gepersonaliseerde leerproces zichtbaarder en helderder wordt voor alle betrokken partijen.
Waarom en hoe?
Waarom doen we de dingen die we doen? Daar zit de visie van het SMIK. Die visie is heel duidelijk en transparant voor de leraren, leerlingen, ouders, administratief personeel, technisch personeel, directie en ondernemers.
Door voortdurend overleg, aftoetsen, bijsturen en met een duidelijk doel voor ogen, sleutelen we systematisch aan alle wielen van het transformatierad.
Resultaten
Het welbevinden van zowel de leerlingen als de leraar stijgt. Dit laatste gaat hand in hand met de manier van feedback geven en de hele communicatiecultuur in de school. Feedback en verbindende communicatie zijn sleutelbegrippen bij formatieve evaluaties waardoor het leerproces van de leerling gestimuleerd en gestructureerd wordt. De leerwinst is zal dus groter zijn.
Tips & tricks
Alles start vanuit drie vragen: Waarom? (Waarom doen we de dingen die we doen?), Hoe? (Op welke manier gaan wie die concreet maken? Via overleg? Dialoog? Participatie?) en Wat? (In welke concrete dingen kunnen we die aanpak bewerkstelligen en zien?). Het antwoord op de waarom-vraag is onze visie. Daaruit volgt het personeelsbeleid en de structuur. Het team betrekken bij al deze processen is cruciaal maar ook aan de leerlingen, de ouders en alle andere betrokken partijen vragen we systematisch feedback. Inspraak en en communicatie zijn sleutelbegrippen om het fundament voor een duurzame transformatie te leggen. Trial en error zijn sleuteltermen bij directie, leraren, leerlingen, ouders, … . Vertrouwen dat we vanuit de visie op een coherente manier werken aan het transformatierad. Bestaande informele initiatieven expliciteren en formaliseren. De krachten die er al zijn, erkennen, bevestigen en er ruimte voor maken.
Door een pedagogische studiedag met het hele lerarenteam te organiseren die doet nadenken over ieders visie op onderwijs, hebben we de draagkracht van alle betrokken partijen aangesproken. Om deze aanpak op een coherente manier aan te pakken en op een duurzame manier uit te bouwen hebben we een transformatiecoach onder de arm genomen.
EduNext, Ashoka en Teach for Belgium bundelen krachten om scholen te helpen transformeren
De uitdagingen in ons onderwijs zijn te groot om in isolatie op te lossen. Wanneer drie invloedrijke organisaties de handen ineenslaan, ontstaat er een krachtig ecosysteem voor verandering. Deze samenwerking onderzoekt hoe we de status quo kunnen doorbreken door collectieve expertise in te zetten voor scholen die durven te dromen van een fundamenteel andere aanpak.
Wil je met jouw school bij de innovators horen die het onderwijs van de toekomst maken?
EduNext, Ashoka, Teach for Belgium bundelen krachten om scholen te helpen transformeren
Wij gaan voor een maatschappij waarin iedereen gelukkig is en zelfvertrouwen heeft. Een samenleving waarin jongeren hun talenten ontdekken en actieve burgers worden die sociaal bewust zijn en streven naar gelijke kansen voor iedereen. De sleutel voor die nieuwe maatschappij ligt in het onderwijs.
Wij, dat zijn Ashoka, Teach for Belgium en EduNext.
Ashoka is een organisatie die van iedereen in de wereld een changemaker wil maken en veranderingsleiders in onderwijs met elkaar verbindt.
Teach for Belgium bestrijdt de ongelijkheid in het onderwijs door het aantrekken en ondersteunen van gemotiveerde talenten die als leraar aan de slag gaan in scholen met veel kansarme leerlingen.
Edunext inspireert en ondersteunt scholen bij hun transformatie
Leerling in het centrum van zijn leerproces
Samen bundelen we onze krachten om het onderwijs te transformeren. Een transformatie waarbij we de leerling in het centrum van zijn leerproces willen plaatsen, zodat hij eigenaarschap opneemt en zelf de controle neemt en behoudt in zijn leren.
Er zijn in Vlaanderen 1000 secundaire en 2500 basisscholen. De adaptatiecurve van innovatie leert dat als je 16% van die scholen transformeert de andere 84% ook kantelt. Dat betekent dus dat we 160 secundaire en 400 basisscholen nodig hebben. Daar gaan we voor! Samen hebben we beslist om te starten met het secundaire onderwijs. En om in stappen te werken. Eerst 5 scholen, dan 30, daarna 160.
transformatieRAD
Om de leerling in het centrum van zijn leerproces te plaatsen, zetten we integraal in op de acht wielen van het EduNext transformatierad. Alle wielen van het rad zijn met elkaar verbonden. En moeten dus samen in beweging komen.
Zo’n systemische verandering is niet eenvoudig. Omdat er heel veel vaste patronen en gewoontes zijn in elk van de wielen. Omdat de alternatieven niet eenvoudig zijn te realiseren. Daarom willen we scholen hulp aanbieden bij hun transitie naar de school van de toekomst. Om scholen te helpen bij hun transformatie zetten wij samen in op een aantal aspecten:
Transformatiecoaching
Lerend netwerk
Leiderschapsopleiding
Mogelijke hulp van Teach for Belgium leraren
Workshop activatie extern netwerk
Ondersteuning in natura
Sociale investeerders met hart voor onderwijs
Dankzij de steun van sociale investeerders en donateurs met een hart voor onderwijs kunnen we in september 2018 vijf scholen met meer dan 60% GOK-leerlingen de kans geven om aan interessante voorwaarden in te stappen in het project.
Eerste Infosessie in Diest
Op 17 mei 2018 hebben we in in de innovatieve Prins van Oranje middenschool in Diest een eerste infosessie gegeven. De directies van 12 geïnteresseerde scholen hebben we toegelicht welk soort onderwijs, volgens ons, in de toekomst nodig hebben. Wat de deelnemers daarna zelf konden zien tijdens het schoolbezoek.
Vanuit de aanwezige directeuren is er alvast heel veel interesse in het project. Ook directies die er niet bij konden zijn en die we apart hebben bezocht, voelen aan dat de uitdagingen van die aard zijn dat het klassieke systeem te kort schiet.
Metafoor van de boot
De directeuren hebben ook samen gebrainstormd. De transformatie kan je voorstellen als een boot die van de huidige school naar de toekomstige school vaart. Uit de boot hangen ankers (angsten en bezorgdheden) die de school tegenhouden om te veranderen. En die de boot afremmen. Maar er zijn ook zeilen die de boot voortstuwen. Innovaties die nu al gebeuren, maar misschien nog niet structureel zijn.
Als voornaamste ankers noemen de directeuren:
Het personeel meekrijgen.
Gebonden aan personeelsbeleid.
Bestaande infrastructuur.
Vertrouwen nodig in leerlingen (loslaten).
Vaardigheden leraren ontoereikend (zeker bij praktijkleraren beroeps- en technisch onderwijs).
Budgetten niet beschikbaar.
De voornaamste zeilen zijn:
Zorgen dat je quick wins realiseert.
Bereidheid om het ‘aloude’ achter te laten.
Graadklassen (vb: verbetering in 1 graad) en co-teaching.
Activerende werkvormen.
Inspraak – leerlingenparlement.
Wilskracht bij personeel.
Urgentie: meer en meer aanwezig: er moet iets veranderen.
Vertrekken vanuit het zichtbare.
De impact van verandering meten
Het is belangrijk dat de verandering impact heeft. Daarom gaan we die ook meten. Vanuit vzw EduNext loopt er een studie met hogeschool Vives om de impact van transformatie te meten. Dit zullen we verder uitdiepen zodat we voor het project de juiste metingen kunnen doen.
De directeuren dachten na welke factoren daarbij belangrijk zijn:
Schooluitval.
Gemotiveerde leerlingen en leraren.
Absenteïsme.
Aantal leerlingen.
Resultaten leerlingen.
Attesteringen.
Groei in taalvaardigheid.
Meedoen
Bent je directeur van een Vlaamse secundaire school met een meer dan 60% GOK leerlingen en wil je meer weten over dit project?
Stuur dan een mail naar dirkdeboe@edunext.be of naar klaartje.volders@TeachForBelgium.be. Bellen kan op nummer 0474 949 448 (Dirk)
Inschrijven kan tot 20 juni. Eind juni maken we de 5 scholen waarmee de grote transformatie van het Vlaamse secundair onderwijs starten.
EduNext On Tour: op bezoek bij Athenea Herzele en Geraardsbergen
Hoe transformeer je een school die op de rand van sluiting staat tot een innovatief baken van leerlinggestuurd onderwijs? Tijdens deze EduNext-tour door Herzele en Geraardsbergen wordt pijnlijk duidelijk dat echte onderwijsvernieuwing niet stopt bij de schoolpoort, maar vraagt om een radicale herverdeling van verantwoordelijkheid tussen leraar en leerling.
En of er bij directeuren en leraren interesse is voor bezoeken aan innovatieve scholen! De inschrijvingen om een kijkje te komen nemen in deze twee innovatieve scholen stonden amper open of het was reeds volzet. Om 8 uur ’s ochtends stonden de eerste belangstellenden vanuit Voeren (!) al aan de Herzeelse schoolpoort.
DE LEERLING IN HET CENTRUM VAN ZIJN LEERPROCES
Isabelle Truyen, coördinerend directeur van Scholengroep 20, vertelt hoe slecht de school er in Herzele aan toe was. Dalende leerlingenaantallen en een kwalijke reputatie. Een sluiting leek onvermijdbaar. Tot ze vijf jaar geleden begonnen aan de omslag.
Van receptief naar actief. Van leraren die hoofdzakelijk les geven naar leraren die verkorte instructies geven en coachen. Van leerlingen die passief les volgen naar leerlingen die zich bewust zijn van wat ze doen en controle hebben over hun leerproces. Van onderwijs voor de gemiddelde leerling naar onderwijs op maat. Van een les- naar een schoolopdracht.
De impact is enorm. Op het dieptepunt waren er nog 9 leerlingen in 1A. Voor volgend jaar zijn er al 81 leerlingen ingeschreven. De tamtam doet zijn werk in Herzele en omstreken.
WILD – het acroniem van de nieuwe aanpak
- Welbevinden: geen vrijheid blijheid. Leerlingen krijgen ruimte maar nemen ook verantwoordelijkheid. En ze spreken een resultaatsverbintenis af.
- Innovatie: de leerlingen trekken hun eigen leerproces. Elke leraar is coach van acht leerlingen. De leraren hebben het leerplan tot de draad ontleed en gestript tot de essentie.
- Leraren/leerlingen mindshift: leraren besteden extra tijd om leermateriaal te ontwikkelen, samen de weekplanning op te stellen en verkorte instructies voor te bereiden. Leerlingen moeten er leren op vertrouwen dat deze aanpak hen beter voorbereidt op leven en werk.
- Durven doen: flexibele leraren die durven loslaten. Die vertrouwen en ruimte geven. En die hun onderwijs niet dooddenken. En samen springen.
OPTIMALISEREN VAN LEERTIJD
Heel veel tijd gaat in een klassieke school naar klasmanagement. Zitten en zwijgen. Dit verloopt hier zonder veel problemen. Leerlingen komen binnen, nemen hun Chromebook en gaan aan de slag. Iedereen weet wat er van hem verwacht wordt. Leerlingen bepalen zelf het tempo.
Als een leraar ziek is, vliegen ze niet meer naar de studie. Ze kunnen zelfstandig verder. En er is steeds een tweede leraar omdat ze aan co-teaching doen.
Zorg wordt ook veel meer opgenomen in de klas. Als er conflicten zijn, wordt er meteen een kringgesprek georganiseerd. Tijd die vroeger verloren ging aan sanctioneren wordt positief gebruikt.
En examens zijn afgeschaft. Wat extra leertijd oplevert. Het helpt dat in het GO! de attestering van het 1e jaar uitgesteld wordt naar het 2e . Lessen van 50 minuten behoren tot het verleden.
Het atheneum in Herzele werkt met voormiddagen en namiddagen. Zo zijn de uren latijn voor de leerlingen die ervoor kiezen, gegroepeerd op woensdagvoormiddag. Daarin komt nu alles aan bod: woordenschat, grammatica en teksten. Leraren kunnen zo echt iets afwerken.
BUB
Nog een acroniem: BUB staat voor Begeleiden Uitdiepen en Bijschaven.
Twee BUB namiddagen per week zijn er geen instructiemomenten en worden leerlingen nog intensiever begeleid. Zij die het wat moeilijker hebben voor een bepaald deel van de leerstof, worden geremedieerd. Anderen worden extra uitgedaagd.
Door permanente feedback, leren leerlingen zich ook inschalen (hero, super hero, power hero). Waarna bij de toets blijkt of ze zich juist hebben ingeschat. Ze zien ook visueel wie power hero is voor welke leerstof. Een dergelijke leerling kunnen ze dan ook consulteren. In plaats van het altijd direct aan de leraar te vragen. Waardoor die meer tijd krijgt om andere leerlingen te helpen.
“Als we tijdens het bezoek aan de B-klas aan de leerlingen vragen of ze zich goed voelen in 1B, wijzen ze ons terecht. Dit is de 1OK klas! Elke leerling is hier oké.”
AGORA
15 km zuidwaarts ligt Geraardsbergen. In het atheneum hebben leerlingen van het 5e en 6e jaar sinds begin dit schooljaar een deel van de tijd les volgens Agora onderwijs. Het principe is vergelijkbaar met dat van Herzele. Leerlingen verwerken zelfstandig de leerstof. Andere leerlingen volgen ondertussen les in het instructielokaal. De leraren Jana De Geyter en Bram De Geeter wijzen op het belang dat dit concept vanuit de leraren is ontstaan. 7 leraren besloten samen om het anders aan te pakken. En werden daarbij gesteund door hun directeur.
“Het grote voordeel is dat je als leraar niet meer alleen staat in je pedagogische
bubbel”
Ze overleggen samen, pakken problemen aan en definiëren vakoverschrijdende projecten. Maar ook leerlingen met ongunstig deviant gedrag hebben het hier moeilijker om de boel op stelten te zetten. Ze staan nu niet meer tegenover één leraar, maar meestal tegenover twee. En het ganse team helpt elkaar. Leraren voelen zich ook veel meer verantwoordelijk voor hun leerlingen.
VLEK
Ook hier is er een acroniem voor de vier pijlers van Agora onderwijs: Verbondenheid, Leerplezier, Eigenaarschap en Kritisch denken. Op elk van deze pijlers doen de leraren via bevragingen bij de leerlingen gedurende het ganse jaar metingen.
Toen ze aan Agora begonnen, dachten de leraren dat de meeste weerstand van de ouders ging komen. En dat de leerlingen het
keitof gingen vinden. Het was net omgekeerd. Leerlingen die al 16 jaar in het klassieke systeem zaten, vonden het zeer vervelend om nu zelf actief hun leerproces te moeten trekken. Op een bepaald moment heeft de school een overleg met ouders en leerlingen moeten beleggen. Het waren de ouders die aan hun kinderen zeiden: ‘deze mensen doen dit wel voor je toekomst, hé”.
Dat was het kanteklmoment. De leraren zijn er zeker van dat de leerlingen later wel zullen beseffen dat zoveel zelfstandigheid hen veel beter voorbereidt op hogere studies. En dat het voor de 3e graad makkelijker zal zijn als ook de 1e en de 2e graad instapt in deze manier van onderwijs. Interessant is ook dat de leraren rubrics gebruiken voor de beoordeling van vaardigheden.
INFRASTRUCTUUR
“Eerst maken wij de ruimte, daarna maakt de ruimte ons.”
Infrastructuur is zeer belangrijk, beklemtoont Isabelle Truyen van het atheneum in Herzele. Heel wat directeuren en leraren rondom mij knikken. Het is belangrijk dat leerlingen zich thuis voelen. Dat ze in een leeromgeving vertoeven waarin ze graag zijn. En dat ze kunnen bewegen. Bijvoorbeeld door variatie in het meubilair. Hoge en lage stoelen, een zithoek. Ook het design is belangrijk. Mooie meubels en kleuren. Eenheid qua stijl. Zelfs de gangen worden hier benut. Bijvoorbeeld door uitklapbare houten planken aan de muur waaraan leerlingen kunnen werken.
Muren uitbreken is geen taboe meer in deze scholen. Zo zien we dat in Geraarsbergen drifig gewerkt wordt om nog meer Agora lokalen voor te bereiden. Want enkele leraren wiskunde en wetenschappen willen ook met dit concept aan de slag. Als ook leraren van deze vakken geloven in het concept, dan heeft de school de innovatieve wind in de zeilen.
En wat vonden de dertig directeuren en de leraren ervan? De Geraardsbergse mattetaarten en het Herzeels fruit smaakten alvast heerlijk. Afgaand op de vragen die bleven komen, was deze EduNext On Tour ook inhoudelijk een voltreffer. Iedereen ging met flink wat tips en inspiratie terug naar huis.
En de VRT kwam ook langs en maakte dit item voor in het journaal.
Heeft u als school ook goesting om hiermee zelf aan de slag te gaan?
Mail naar contact@edunext.be