EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext OnTour op bezoek bij Leefschool De Vlieger en De Studio in Oostende

In Oostende laten De Vlieger en De Studio zien dat een doorlopende lijn in innovatief onderwijs geen utopie is. Door de grenzen tussen basisonderwijs en secundair te vervagen en de leefwereld van het kind als startpunt te nemen, creëren zij een omgeving waar eigenaarschap vanzelfsprekend is. Een boeiende inkijk in hoe een gedeelde visie een hele schoolgemeenschap kan optillen.

Op 19 november trokken we met 30 leraren en directeuren naar Oostende om er twee innovatieve scholen te bezoeken.

Basisschool Leefschool De Vlieger

De naam Leefschool staat voor ‘voorbereiding op het leven’. Een school om te leven. Hoe ga je in het leven staan? Wie wil je zijn? (en niet alleen wat wil je zijn?)

We vergaderen in zetels en zorgen dat laptops dichtgeklapt zijn. We kijken naar elkaar. De lerarenkamer is hier een beetje thuiskomen en zich goed voelen.
— Siska Willem

Het pedagogisch concept van de school verloopt volgens 5 fases:

Fase 1: geborgenheid en vrijheid

  • Kinderen doen pantoffeltjes aan

  • Speelplaats met hoeken

  • Een buitenklas

  • Een kring als begin- en eindpunt van de dag

  • Poppenhoek, bewegingshoek, snoezelhoek, …

  • Vertrouwen geven: bijvoorbeeld materiaal waar de kinderen niet aan mogen komen, zit niet achter slot. Wel staan er op die bak rode handjes (daar mag je niet aan komen. Aan al de rest wel)

  • Koffiehoek voor de ouders (thuiskomen). Ouders mogen mee naar de klas. Om 8.35 gaan de deuren dicht voor de kring (ouders mogen meedoen maar blijven er dan wel de ganse tijd bij). Dus niet: je kind afzetten en dag!

  • Leerlingen en leraar zitten bij elkaar aan een grote tafel. De school werkt met graadsklassen => afwisselend 1 leerjaar aan de tafel en een ander leerjaar in hoeken (verkleedhoek, werkhoek, leeshoek, ..)

Fase 2: sociale fase

  • Graadsklassen zorgen ook voor minder zittenblijvers. Je moet er niet staan in juni maar pas het volgend jaar in juni. Zittenblijven is je tijd anders nemen. En dat plannen ze vooraf in bij de leerlingen. Bijvoorbeeld: we willen in 3 jaar 2 jaar verder staan. Kinderen gaan nooit leerstof herdoen. Maar ook vooruit lopen: 1 jaar doen over 2 jaar. Als het lukt: oké maar indien te veel stress, terugdraaien

  • Wij-gevoel creëren via kringgesprekken, het stimuleren van luistergedrag, een wekelijkse klassenraad (kinderen kunnen opmerkingen en ideeën in een schriftje schrijven). Om de 3 weken is er Vliegerraad (geen klaagbaak, je moet ook een positief punt meebrengen)

  • Elke vrijdag is er forum: dan stoppen ze vroeger en gaan alle kinderen op de tribune (speelplaats): wat hebben we geleerd, welke projecten hebben we gehad, ... => op creatieve manier gebracht (doelen bereiken is leuk!). Zo leren ze ook waar anderen mee bezig zijn. Ouders en grootouders komen hier graag naartoe

  • Regels zijn regels. Geen discussie (v.b. lopen op de trappen). Via ludieke manieren wordt dit gestimuleerd (v.b. foto van directeur die op de trappen loopt met een rood kruis er door)

  • Taken zelf aanpakken – zelfevaluatie – kinderen kiezen hun weg. Ze laten ze af en toe mislukken, zo krijgen ze feedback

  • Teamvorming: elkaar graag hebben als leraar => kinderen voelen dit

  • Ouderparticipatie: mee doen, mee denken, .. Er is een werkgroep met een mandaat! Als daar iets uitkomt, dan wordt het ook gedaan. Pedagogische zaken zijn voor het lerarenteam

  • Jarigen mogen geen traktaat meebrengen (zorgt voor ongelijkheid en problematische situaties bij leerlingen die het thuis minder hebben). De leerlingen krijgen een troon en mogen een wens doen (v.b. een dag iedereen in pyama, samen pannekoeken bakken, ..)

  • Kring: gespreksleider, verslagnemer, journalist => feedback hoe ze als gespreksleider gefungeerd hebben

Veel investeren in fase 1 en fase 2 en dan zijn leerlingen gemotiveerd

Fase 3: kiezen

  • WO en muzische vormen gebeuren voornamelijk in projecten

  • Ervaringsgericht onderwijs: kinderen richten zich op een probleem en maken er een product van zodat dit concreet wordt

  • Kinderen doen voorstellen en dan worden die gekozen aan de hand van criteria (het moet een product opleveren en probleemgericht zijn: wat wil je precies weten?). Daardoor krijg je focus. V.b. hoe maak je een brood?

    • Aankondigen (via les Nederlands (kaderen – context)

    • Recepten zoeken (verhoudingen: 1 brood = x gram …)

    • Verpakken (papieren zak ontwerpen, begrijpend lezen, …)

  • De kinderen werken veel gerichter naar het eindproduct en hebben niet door dat ze aan het leren zijn. De doelen die je daarmee bereikt, kunnen aan bod komen in de verwerkingsfase (v.b. eetgewoontes, werd brood altijd al gegeten? Manna, …)

  • Kiezen: hoofd/handen/hart is belangrijk

  • De leerstof voor de projecten komt uit de kringen (democratische stem met munten). Maar niet alle leerstof wordt in projecten gestopt; de school houdt een balans tussen leren door ervaren en leren door onderwijzen

  • Doelen worden als graadsdoelen gepland.

  • Atelier voor de hele school (2 tot 3 keer per jaar; alle leraren hebben een aanbod)

  • De leraren leren kinderen doelgericht te werken. Niet iedereen doet tegelijk wiskunde of taal. Er wordt met een weekplanning gewerkt. Dit via picto’s(veel kinderen met ASS maar we doen het niet voor hen, we doen het voor iedereen, zo voelt niemand zich gestigmatiseerd).

  • Kinderen kiezen ook wanneer ze dingen doen. Leraren bouwen in dagindeling dingen in zodat leerlingen weten dat ze er aan mogen beginnen of dat er eerst een les volgt.

  • Op vrijdagmorgen is er vrije werktijd

  • Werkvormen zijn afwisselend zelfstandig (pictogram met 1 kindje er op), in groep (co-operatieve werkvormen => kinderen leren ze snel), via hoeken of kring

  • Projecten duren drie weken (4 tot 5 per jaar). Elke klas heeft dan hetzelfde project (wij-gevoel). Projecten vinden in de namiddag plaats; in de voormiddag werk (oefening, remediering, ..)

  • Leraren creëren vaak eigen materiaal (v.b. zandlopers in grote plastic flessen)

  • Organisatie van taken via takenbord en wasknijpers

Fase 4: ordenen en begrijpen

  • V.b. criteria voor projecten

  • V.b leerstof kaderen

  • V;b. Frans via de methode (sec)

  • Muzinami (namiddag muziek) en muzivomi (voormiddag muziek)

  • Het is veel loslaten

  • Ze werken ook veel met place-mats

  • Steeds dingen doen die nut hebben

Fase 5: ingrijpen en initiatief nemen

  • Evalueren en verruimen van het geleerde

  • Maatschappelijke relevantie

  • Afstand nemen en het proces overschouwen

  • Verschil maken tussen product en proces

  • Creativiteit

  • Evaluatie sociale vaardigheden (link leggen met dieren)

Preventiepiramide:

  • om pesten te voorkomen worden de kinderen opgeleid tot kinderbemiddelaar

  • Ze leren eerst luisteren zonder oordeel, gevoelens herkennen, verschil tussen ruzie en pesten kennen

  • Ze zijn herkenbaar via T-shirt

Organisatie:

“Je kan pas loslaten als je heel goed gestructureerd hebt”
  • Regelmatig leraren vrijroosteren

  • elke maandagochtend 1 uur vergaderen als team.

  • Het is dus niet: doe maar. Eerste de structuur goed uitdenken, dan pas ervoor gaan. Alles zit in de organisatie, dan pas kan je het lossen

  • Iedereen werkt op zijn niveau en tempo maar rustig

  • Je kan alleen maar resultaat halen als je ook voldoende instructie geeft

De keuzewaaier:

Alle leerdoelen zijn gefiltered. Maar hoe weet je dat iedereen krijgt wat hij moet krijgen? Als ze een nieuw project kiezen, nemen ze er de waaier bij en kijken ze of ze daarmee wel nieuwe doelen bereiken (niet steeds dezelfde). Langs de achterkant staat wat ze allemaal moeten doen. Als de doelen bereikt zijn, kunnen de leerlingen een sticker kleven. De kinderen hebben hun waaier (en worden dus betrokken bij het opbouwen van het leermateriaal) en de leraren hebben dezelfde waaier (met andere informatie)

Meer info en foto’s van leefschool De Vlieger vind je hier: https://prezi.com/e2x17_xftzp3/leefschool-een-vreemde-eend-in-de-bijt/

Secundaire school De Studio

De school werd opgericht door ouders uit De Vlieger die bang waren dat leerlingen dit soort onderwijs gingen missen in het secundair. In 2013 – 2014 begonnen met visievergaderingen: hoe moet het er uit zien? Ze hebben ook veel buitenlandse scholen bezocht. In Vlaanderen waren er toen weinig scholen die aan het systeem ‘rammelen’. En als je aan één ding begint te rammelen, kom je aan het ganse kaartenhuis. De visie condenseerden ze tot een 3 – 4 tal zinnen. Deze was 100% congruent met die van GO! Scholengroep Stroom die meteen enthousiast was. In 2015 werd Lodewijck Jonckheere coördinator en in 2016 zijn ze gestarten. 

Waarom een school oprichten?

  • Voorbereiden op vervolgstudies – arbeidsmarkt

  • Brede persoonsontwikkeling (waarden, normen, talenten)

  • Ontwikkeling tot actieve, betrokken, enthousiaste en kritische burgers

Jan Rotmans inspireerde Lodewijck op het EduNext Leerfestival. We evolueren naar een wereld die bottom-up, decentraal, gepersonaliseerd, individueel en fluide wordt. Waarin we geleidelijk aan afscheid nemen van top-down, central systemen, iedereen gelijk behandelen en alles in hokjes steken.

De disruptieve burger is waarde gedreven, werkt samen en gebruikt dingen in plaats van ze te bezitten. Terwijl het oude paradigma stoelt op standaards, bureaucratie, rendement en ongelijkheid is het nieuwe paradigma personaliseren, leerling en leraar centraal stellen, kwaliteit en ruimte bieden evenals gelijke kansen bieden.

Deze transitie Dit gaat gepaard met chaos. De gevolgen voor onderwijs zijn dat we niet langer disciplineren maar stimuleren, onze leerlingen voorbereiden op continue verandering, hen laten experimenteren en falen. Zodat ze wendbaar worden en veerkracht hebben.

De uitdagingen zijn dan ook enorm:

  • kloof kinderen lager-hoger opgeleide ouders is groot (ongelijkheid door de thuistaal die niet de schooltaal is. Kinderen uit hogere sociaal-economische context maken gemakkelijker de transfer)

  • inclusie en superdiversiteit

  • ongekwalificeerde uitstroom

  • daling prestaties hoogpresterende leerlingen (wiskunde, taal, wetenschappen)

  • bruuske overgang basis naar secundair onderwijs

  • falende en negatieve studiekeuzen (v.b. leerling heeft interesse in wetenschap maar wiskunde lukt niet. Hij komt in humane terecht terwijl dat hem niet interesseert

  • watervalsysteem – brede eerste graad

  • zittenblijven

  • geleidelijk aan vermindert het enthousiasme en de motivatie van de leerlingen (cfr onderzoek Maarten Van Steenkiste)

  • bepaald opleidingen zullen verdwijnen (opleiding kantoor staat in de top 3 van de sneuvelrichtingen)

  • onderwijs is zeer normatief georganiseerd en de wetenschap ondersteunt dit. De stap maken van evidence based naar evidence informed (v.b. groepswerk draagt niet bij tot groepswinst. Het hangt er van af hoe je het toepast)

De pijlers van De Studio

Pijler 1: inspireren en motivatie

  • Ze passen de zelfdeterminatietheorie toe: Autonomie, Betrokkenheid, Competentie

  • Ze willen dat goesting in leren bewaard blijft. Mensen zijn lerende wezens. En moeten daar geen moeite voor doen

  • Bouw keuzes in die er toe doen. Als leerlingen geen feedback krijgen, dan motiveert hen dat niet. Als ze feedback krijgen, dan ontstaat vertrouwen en competentie

  • Leraren zijn meerwaardezoekers: past die school bij mij?

  • Leerling en leraar centraal

Pijler 2: create your future (ondernemingszin)

  • Gevoel van betrokkenheid, een verschil kunnen maken

  • Er is geen link tussen leren en stress. Stress heeft wel een negatief effect op de creativiteit (fouten durven maken, essentieel voor leren)

  • Leerlingen moeten zelf eigenaar worden van hun leerproces onder begeleiding van leraren

Leerlingen moeten hun eigen leraar zijn.
— John Hattie

Pijler 3: Verbinding (open, respectvol, brede school, ouders als partner)

  • Het creëren van verbondenheid (relatie met de leerling – hoog leereffect cfr Hattie)

  • Betrokkenheid (feedback op de taak)

Pijler 4: Kritische zin

  • De tendens “elke mening is evenveel waard” klopt niet!

  • Een gefundeerde mening kunnen vormen.

  • Zijn eigen denkfouten en die van anderen er uithalen.

  • Over een mening leren discussiëren zonder zich aangevallen te voelen

Aanpak

De Studio werkt in blokken van 90 minuten. Elke ochtend is er ‘momentum’. Dan zijn er  energizers, sociale werkvormen, iets over de organisatie, planning van het leren, leesmomenten, ....

Projectwerk

  • Gebeurt op maandag- en dinsdagnamiddag

  • Niet om feitelijke kennis te verwerven maar wel om een bede kennis te bekomen, om linken te kunnen leggen, om een beter conceptueel inzicht te krijgen

  • het zorgt voor motivatie

  • er zijn verschillende stappen: intro (voorstelling van het project), verkenning (wat weten we daar al van en wat zouden we daarvan moeten weten), voorbereiding, uitvoering, presentatie en reflectie

  • ze gebruiken de Double Diamand Design Thinking methodologie

  • projectwerk loopt over de jaren heen

  • vrij project: aangeboden modules en eigen voorstellen

 Instructie

  • beperkt tot 20’ (1e graad).

  • Frans/Wiskunde/Engels

  • automatisering en herhalen zijn belangrijk (info naar permanent geheugen krijgen)

Keuzewerktijd

  • tijd om te oefenen (je mag gaan gamen maar zorg dat je je doelen haalt)

  • leerlingen hebben grote autonomie maar moeten ook stap per stap discipline aankweken

  • zelfstandig plannen en verwerken

  • doel: eigenaarschap, zelfsturing, differentiëring (eigen tempo!), motivatie

Samengooien klasgroepen

  • Een leraar geeft verlengde instructie

  • Een leraar is coach

  • Een leraar verdiept

Differentiëringsmodel via verdiepingsniveaus en keuzemogelijkheid

  1. Basis

  2. Eerste uitbreiding (gevorderd)

  3. Tweede uitbreiding (excellent)

Evaluatie

  • groeigericht, evolutie, motiverend, eigenaarschap (door coaching)

  • leerlingen leren zichzelf evalueren:

    • waar ben ik?

    • waar wil ik naartoe?

    • hoe geraak ik van 1 naar 2?

  • oudergesprekken: leerlingen + coach doen het gesprek. De leerlingen leggen het uit

  • doelen als uitgangspunt (via database en rubriks)

  • samen reflecteren en rapporteren

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext cureert transformatieve sessies gerenommeerd onderwijsevent SETT Gent

Op SETT Gent vloeien technologie en pedagogie in elkaar, maar hoe behoud je de menselijke maat in een digitaal tijdperk? EduNext heeft een selectie sessies samengesteld die voorbij de hype kijken. Centraal staat de vraag hoe digitale middelen geen doel op zich worden, maar een katalysator voor diepgaand leren en het versterken van de autonomie van de leerling.

Ooit gehoord van de BETT Londen of SETT Zweden? Het zijn twee gerenommeerde Europese onderwijsevents. Easyfairs gaat met SETT Gent een vergelijkbaar event opzetten. Omdat EduNext heel veel ervaring en kennis heeft in het opzetten van kwalitatieve leerfestivals zijn we door Easyfairs als curator gevraagd voor de transformatieve sessies. Noteer alvast 23 en 24 oktober 2019 in je agenda. We houden je op de hoogte.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

Laat je op 20 februari inspireren door het zevende EduNext leerfestival!

Inspiratie ontstaat zelden achter een bureau, maar bloeit op tijdens ontmoetingen tussen onderwijsprofessionals die de praktijk van morgen al vormgeven. Het EduNext leerfestival is geen klassieke conferentie, maar een bruisende proeftuin. Hier wissel je geen theorieën uit, maar deel je de rauwe ervaringen van vallen en opstaan in de zoektocht naar betekenisvolle schoolinnovatie.

Het centrale thema van deze editie is onderwijstransformatie. We kiezen voor sessies waarin de leerling zoveel mogelijk eigenaar van zijn leerproces wordt. En hanteren daarbij het EduNext transformatierad.

Koen Timmers, leraar webdesign en specialist in e-learning, opent het leerfestival. Koen werd onlangs uitgeroepen tot een van de tien beste leraren ter wereld. Hou je klaar voor deze out-of-the-box onderwijzer!

Bert Smits, sociaalpedagoog, ondernemer en onderwijstransformator, zal het onderwijsfeest met een primeur afsluiten. Hij geeft ons een inkijk in zijn nieuw boek dat in april 2019 verschijnt. 

Daarnaast hebben we heel wat directeuren en leraren die komen vertellen hoe zij hun school aan het transformeren zijn. Ben je op zoek naar inspiratie hoe je dat aanpakt? Dan kan je komen leren hoe andere scholen dat doen.

  • Eerstegraadsschool De Stroom: niet bang voor een stroomstoot. Stel dat je helemaal opnieuw zou mogen beginnen met je school? In Leuven kreeg onderwijsinnovator Willem Schoors samen met zijn team die kans. Benieuwd hoe ze dat aanpakken? En hoe de eerste maanden verliepen?

  • Secundaire school Atheneum Bree: school zonder punten. Werken met leerdoelen, het klinkt mooi. Maar hoe doe je dat in de praktijk? Het lukt niet als je niet bereid bent om aan je leerinhouden en leervormen te sleutelen. Christel Moors vertelt gepassioneerd hun verhaal.

  • Eerstegraadsschool Kindsheid Jesu Hasselt: traject op maat van elke leerling. Transformeren kan volgens Tom Cox ook door eerst een zeer goede basis te leggen. In zijn school heeft hij samen met zijn korps een gedragen project uitgewerkt rond remediëren, excelleren en verbreden.

  • Secundaire school KTA Halle: 1A en 1B samen in één leeromgeving. Onmogelijk? Kom dan eens kijken hoe ze het in Halle aanpakken. We zijn blij dat we Bertien Boon, ICT coördinator van het jaar konden strikken. Digitaal leermateriaal komt vast aan bod in deze sessie 😊

  • Inspirocollege Houthalen-Helchteren (SO): ben je benieuwd hoe een inspirerende leeromgeving bijdraagt tot de transformatie van de school? Kom dan luisteren naar het verhaal achter de inspirodroom.

  • Lucernacollege Campus INNOVA Anderlecht creëert via een brede en diepe samenwerking met verschillende stakeholders een breed draagvlak en schakelt alle actoren in om samen mee te denken en de maatschappij van de toekomst vorm te geven .

    Ook vernieuwende basisscholen komen aan bod op het leerfestival:  

  • Basischool Go! Denderleeuw: Gedifferentieerd Onderwijs met Vak Ankers. Hier dagen leraren in team kinderen maximaal uit op hun niveau. Daarbij houden ze rekening met hun interesses en leerprofiel. Directeur Peter Van Hove aan het woord.

  • Stedelijke basisschool Kosmos Antwerpen: terug naar de basis De school kiest voor belangrijke waarden als duurzaamheid, ecologie, respect, empathie, moed, engagement en doorzettingsvermogen. Linda Avet en haar teamleden nemen je mee langs successen en hindernissen.

  • Basisschool MondoMio Balen: (ondernemende zelf opgerichte innovatieve school ). Stel dat je afgestudeerd bent als leraar? En dat je je draai niet vindt in het klassieke onderwijs. Debbie Goudiaan richtte haar eigen school op en doorbrak daarbij heel wat heilige huisjes. Creativiteit en ondernemerschap ten voeten uit.

  • Basisschool Sint-Pieter Sint-Jozef Blankenberge pioniert met oplossingen voor eigentijds onderwijs. Bij het invullen van de ruimtes, lesplateaus, werkruimtes, overlegplekken en speelklas werd optimaal ingezet op mensvriendelijke meubels waarbij elke denkbare klasinrichting mogelijk is. Directeur Bart Boydens aan het woord.

  • Vrije Basisschool De Klimtoren Jabbeke: hoe zet je een schooleigen visie om in een kracht om aan kwaliteitsontwikkeling te doen? Hoe maak je van je schoolvisie een missie en ga je met het hele team aan de slag om een veranderingsproces op gang te zetten waarmee je de kwaliteit van je onderwijs vergroot? Rebekka Buyse vertelt het. Een voorsmaakje.

We zijn blij om ook Tienerschool Anderlecht aan het woord te laten met een nieuw onderwijsconcept: vier jaar in de lagere school, vier jaar in de tienerschool en vier jaar in het secundair onderwijs. Dit verlaagt de overstap van lager naar secundair onderwijs.

Daarnaast hebben we ook reeds enkele inspirerende ‘Harvard’ sessies:

  • Jan Royackers, actief bij Schoolmakers en wetenschappelijk medewerker aan het Steunpunt Diversiteit en Leren (UGent) komt vertellen hoe je kwaliteitsvol kan evalueren in de praktijk. Met een brug tussen onderzoek en toegankelijkheid voor leraren.

  • Dag De Baere en Vinciane Costa - Teach for Belgium - in deze interactieve sessie leer je eenvoudige technieken die onmiddellijk leerrendement voor je lessen opleveren. Feedback en coaching om efficiënt en doelgericht aan de slag te gaan.

  • Piet Vervaecke is directeur van het Onderwijscentrum Brussel dat onderwijstransformatie in Brussel stimuleert (o.a. Tienerschool in Anderlecht). Thema’s die aan bod komen zijn: wereldburgerschapseducatie, omgaan met diversiteit, ouder- en buurtbetrokkenheid, taal en meertaligheid, brede school.

  • Transformatie? Hoe en waarom?! - Annemie Decavele, EduNext transformatiecoach. Waarom doen we de dingen die we doen? Het antwoord is de visie. Die helder, transparant en concreet krijgen voor iedereen in en buiten de school is de start van het transformatieproces. Lees hierover in deze blog van Annemie

Tja, dat wordt stilaan moeilijk kiezen. Misschien moet je wel met een schoolteam komen en de sessies onder elkaar verdelen? Of er een pedagogische studiedag van maken? Weet je dat er een flinke groepskorting is vanaf 12 personen? En wie individueel inschrijft voor Kerstmis, krijgt een flinke korting. Meer info en inschrijven via deze link.

We ontvangen je heel graag in Bel Brussel op 20 februari!

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext organiseerde co-Teaching avond met Dian Fluijt

Het beeld van de eenzame leraar voor de klas is achterhaald, maar hoe maak je de stap naar een effectieve duo-praktijk? Dian Fluijt toont aan dat co-teaching veel verder gaat dan simpelweg een lokaal delen. Het vraagt om kwetsbaarheid, afstemming en een herverdeling van expertise om de leerwinst voor álle leerlingen te maximaliseren in een inclusieve setting.

Op 26 oktober in Gent en op 13 november in Hasselt vonden de boekvoorstellingen over co-teaching met Dian Fluijt plaats. Dian is net aan de universiteit van Utrecht gepromoveerd op dit thema. En ze blijkt een dame van de praktijk te zijn. Dian nam ons mee in de wereld van co-teaching, differentiatie en co-creatie. Want dat is volgens haar de kern van toekomstig onderwijs. Ze verwijst daarbij naar John Hattie, die aan Collective Teachers Efficacy een leereffect van 1,57 geeft, wat ver boven een gemiddeld leereffect van 0,40 ligt. Daarbij verplaats je je als leraar in de schoenen van de leerling en stap je ook geregeld uit je rol als leraar.

DIAN FOTO 1.jpg
DIAN FOTO 2.jpg

De internationaal aanvaarde definitie van co-teaching (teamteaching wordt minder gehanteerd) luidt: “Meerdere onderwijsprofessionals werken op gestructureerde wijze samen, gedurende een langere periode, op basis van een gedeelde visie en nemen daarbij gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs aan en de ontwikkeling van alle leerlingen in de groep.”

Dian Fluijt benadrukt dat co-teaching geen organisatorisch model (beangstigend!) maar een waardenbewust pedagogisch model is hoe je met kinderen wil werken. En dat uitgaat van behoeften en mogelijkheden. Ze gaf ook aan dat je eerst moet starten met het waarom van co-teaching om het dan pas te hebben over het ‘wat’ en het ‘hoe’. Co-teaching is een gevolg van de visie. Niet andersom.

Bij het ‘wat’ zijn kennis van leerdoelen en leerlijnen ontzettend belangrijk

“Je kan niet differentiëren als je geen berg kennis en kunde in huis over de leerdoelen en de leerwijze”

Bij het ‘hoe’ onderscheidt Dian drie vormen van differentiëren:

  • small: leerstofgericht, de docent regelt alles en gebruikt activerende werkvormen. Valkuilen hierbij zijn leraren die leerlingen te snel willen helpen

  • medium: autonomie, competentie en relatie; tegemoet komen aan verschillen in onderwijsbehoeften via een andere aanpak. Leerlingen mogen een eigen aanpak kiezen, mee bepalen waar, wanneer en hoe ze een opdracht uitvoeren

  • large: differentiëren als onderdeel van de totale schoolontwikkeling; omgaan en benutten van verschillen: de school als lerende community

Van small naar medium en large krijgen leerlingen steeds meer inspraak in hoe, wanneer en waar ze leren. Daarbij is het altijd belangrijk dat leraren samen voorbereiden, uitvoeren en nabespreken.

“Kunnen leraren vertellen waarom ze doen wat ze doen? Kunnen ze een professioneel gesprek voeren over wat goed is voor het kind en kunnen ze inschatten wat het kind op welk moment nodig heeft? Het gaat immers niet alleen over de leerstof, het gaat over de totale persoon”

Dian paste de theorie ook meteen toe via een Open Space methodiek waarbij de aanwezigen onder lichte tijdsdruk (15’)  in groepen van gedachten konden wisselen over thema’s zoals autonomie, co-creatie, portfolio, …. Bij Open Space is er een duidelijke vraagstelling nodig die voor de deelnemers belangrijk is. De oplossing is onbekend en is het belangrijk om diverse deelnemers met een andere kijk erbij te hebben.

DIAN FOTO 3.jpg

In het 2e deel van haar verhaal had Dian het over samenwerken en organisatie en ging ze in op een aantal vragen die door de deelnemers vooraf waren gesteld:

Dian vertelde dat als co-teachen niet goed loopt, het steeds te maken heeft met een van volgende vier elementen: open communicatie, gelijkwaardigheid, respect of vertrouwen. Maar ook dat het co-teaching team heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Er elk jaar een nieuw doel aan verbinden. Een deelnemer merkte op dat je de lat niet te hoog mag leggen naar de buitenwereld zodat er niet te veel druk op de leraren ontstaat. Waarop Dian zei dat als je niet goed communiceert met de ouders, je een probleem hebt. En dat je best ook zorgt voor meerdere en diverse perspectieven bij de samenstelling van het plan. Dan pas wordt het een zorgvuldig plan. Maar het is wel zo dat 20% van de mensen in de organisatie verantwoordelijk is voor 80% van de verandering. Dian benadrukte ook dat je als expert af en toe je rol als expert moet durven verlaten. En dat het in het begin voor het team een extra inspanning is. Veel voorbereidend werk om in de klas tijd te kunnen maken voor coachen en observeren.

 “’s avonds als leraar geïnspireerd moe willen zijn”

Op het einde kreeg elke deelnemer een kadertje en kon daarin schrijven wat hij of zij meenam:

Om de kadertjes daarna fier omhoog te steken in een afsluitend moment.

DIAN FOTO 5.jpg

Enkele reacties uit de evaluaties:

“Ik heb eruit geleerd dat ik op onze school meer zal moeten investeren in de opbouw van het team co-teaching”

“Co-teachen meer is dan samenwerking tussen leerkrachten in de klas.”

“Team teaching is in functie van het leren van de student/leerling”

“Milestones uitzetten en kleine succesjes vieren. Veel interessante info in de presentatie - Hattie's collective teacher efficacy. Ik kijk uit naar de ppt :-)”

Wil je er de volgende keer ook bij zijn? VZW EduNext organiseert jaarlijks een leerfestival (volgende editie woensdag namiddag 20 februari. Daarnaast zijn er diverse leeravonden over interessante en actuele onderwijsthema’s. We bezoeken ook innovatieve scholen (Atheneum Busleyden + Methodeschool Busleyden Mechelen op 28 januari). Je vindt meer informatie op onze website of op onze Facebook pagina en Facebook groep. En je kan ons ook volgen op Twitter.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext, Ashoka en Teach for Belgium bundelen krachten om scholen te helpen transformeren

De uitdagingen in ons onderwijs zijn te groot om in isolatie op te lossen. Wanneer drie invloedrijke organisaties de handen ineenslaan, ontstaat er een krachtig ecosysteem voor verandering. Deze samenwerking onderzoekt hoe we de status quo kunnen doorbreken door collectieve expertise in te zetten voor scholen die durven te dromen van een fundamenteel andere aanpak.

Wil je met jouw school bij de innovators horen die het onderwijs van de toekomst maken?

EduNext, Ashoka, Teach for Belgium bundelen krachten om scholen te helpen transformeren

Wij gaan voor een maatschappij waarin iedereen gelukkig is en zelfvertrouwen heeft. Een samenleving waarin jongeren hun talenten ontdekken en actieve burgers worden die sociaal bewust zijn en streven naar gelijke kansen voor iedereen. De sleutel voor die nieuwe maatschappij ligt in het onderwijs. 

Wij, dat zijn Ashoka, Teach for Belgium en EduNext.

ashoka
Diest 2.png
Diest 3.jpg

Ashoka is een organisatie die van iedereen in de wereld een changemaker wil maken en veranderingsleiders in onderwijs met elkaar verbindt. 
Teach for Belgium bestrijdt de ongelijkheid in het onderwijs door het aantrekken en ondersteunen van gemotiveerde talenten die als leraar aan de slag gaan in scholen met veel kansarme leerlingen.
Edunext inspireert en ondersteunt scholen bij hun transformatie

 

Leerling in het centrum van zijn leerproces

Samen bundelen we onze krachten om het onderwijs te transformeren. Een transformatie waarbij we de leerling in het centrum van zijn leerproces willen plaatsen, zodat hij eigenaarschap opneemt en zelf de controle neemt en behoudt in zijn leren.

Er zijn in Vlaanderen 1000 secundaire en 2500 basisscholen. De adaptatiecurve van innovatie leert dat als je 16% van die scholen transformeert de andere 84% ook kantelt. Dat betekent dus dat we 160 secundaire en 400 basisscholen nodig hebben. Daar gaan we voor! Samen hebben we beslist om te starten met het secundaire onderwijs. En om in stappen te werken. Eerst 5 scholen, dan 30, daarna 160.

 

transformatieRAD

transformatierad

Om de leerling in het centrum van zijn leerproces te plaatsen, zetten we integraal in op de acht wielen van het EduNext transformatierad. Alle wielen van het rad zijn met elkaar verbonden. En moeten dus samen in beweging komen. 

Zo’n systemische verandering is niet eenvoudig. Omdat er heel veel vaste patronen en gewoontes zijn in elk van de wielen. Omdat de alternatieven niet eenvoudig zijn te realiseren. Daarom willen we scholen hulp aanbieden bij hun transitie naar de school van de toekomst. Om scholen te helpen bij hun transformatie zetten wij samen in op een aantal aspecten:

  • Transformatiecoaching

  • Lerend netwerk

  • Leiderschapsopleiding

  • Mogelijke hulp van Teach for Belgium leraren

  • Workshop activatie extern netwerk

  • Ondersteuning in natura

 

Sociale investeerders met hart voor onderwijs

Dankzij de steun van sociale investeerders en donateurs met een hart voor onderwijs kunnen we in september 2018 vijf scholen met meer dan 60% GOK-leerlingen de kans geven om aan interessante voorwaarden in te stappen in het project.
 

Eerste Infosessie in Diest

Diest 5.jpg

Op 17 mei 2018 hebben we in in de innovatieve Prins van Oranje middenschool in Diest een eerste infosessie gegeven. De directies van 12 geïnteresseerde scholen hebben we toegelicht welk soort onderwijs, volgens ons, in de toekomst nodig hebben. Wat de deelnemers daarna zelf konden zien tijdens het schoolbezoek. 

Vanuit de aanwezige directeuren is er alvast heel veel interesse in het project. Ook directies die er niet bij konden zijn en die we apart hebben bezocht, voelen aan dat de uitdagingen van die aard zijn dat het klassieke systeem te kort schiet.
 

Metafoor van de boot

Diest 6.jpg

De directeuren hebben ook samen gebrainstormd. De transformatie kan je voorstellen als een boot die van de huidige school naar de toekomstige school vaart. Uit de boot hangen ankers (angsten en bezorgdheden) die de school tegenhouden om te veranderen. En die de boot afremmen. Maar er zijn ook zeilen die de boot voortstuwen. Innovaties die nu al gebeuren, maar misschien nog niet structureel zijn.

Als voornaamste ankers noemen de directeuren:

  • Het personeel meekrijgen.

  • Gebonden aan personeelsbeleid.

  • Bestaande infrastructuur.

  • Vertrouwen nodig in leerlingen (loslaten).

  • Vaardigheden leraren ontoereikend (zeker bij praktijkleraren beroeps- en technisch onderwijs).

  • Budgetten niet beschikbaar.

Diest 7.jpg

De voornaamste zeilen zijn:

  • Zorgen dat je quick wins realiseert.

  • Bereidheid om het ‘aloude’ achter te laten.

  • Graadklassen (vb: verbetering in 1 graad) en co-teaching.

  • Activerende werkvormen.

  • Inspraak – leerlingenparlement.

  • Wilskracht bij personeel.

  • Urgentie: meer en meer aanwezig: er moet iets veranderen.

  • Vertrekken vanuit het zichtbare.

 

De impact van verandering meten

Het is belangrijk dat de verandering impact heeft. Daarom gaan we die ook meten. Vanuit vzw EduNext loopt er een studie met hogeschool Vives om de impact van transformatie te meten. Dit zullen we verder uitdiepen zodat we voor het project de juiste metingen kunnen doen.

De directeuren dachten na welke factoren daarbij belangrijk zijn:

  • Schooluitval.

  • Gemotiveerde leerlingen en leraren.

  • Absenteïsme.

  • Aantal leerlingen.

  • Resultaten leerlingen.

  • Attesteringen.

  • Groei in taalvaardigheid.


Meedoen

Bent je directeur van een Vlaamse secundaire school met een meer dan 60% GOK leerlingen en wil je meer weten over dit project? 

Stuur dan een mail naar dirkdeboe@edunext.be of naar klaartje.volders@TeachForBelgium.be.  Bellen kan op nummer 0474 949 448 (Dirk)

Inschrijven kan tot 20 juni. Eind juni maken we de 5 scholen waarmee de grote transformatie van het Vlaamse secundair onderwijs starten.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext On Tour: op bezoek bij Athenea Herzele en Geraardsbergen

Hoe transformeer je een school die op de rand van sluiting staat tot een innovatief baken van leerlinggestuurd onderwijs? Tijdens deze EduNext-tour door Herzele en Geraardsbergen wordt pijnlijk duidelijk dat echte onderwijsvernieuwing niet stopt bij de schoolpoort, maar vraagt om een radicale herverdeling van verantwoordelijkheid tussen leraar en leerling.

En of er bij directeuren en leraren interesse is voor bezoeken aan innovatieve scholen! De inschrijvingen om een kijkje te komen nemen in deze twee innovatieve scholen stonden amper open of het was reeds volzet. Om 8 uur ’s ochtends stonden de eerste belangstellenden vanuit Voeren (!) al aan de Herzeelse schoolpoort.

DE LEERLING IN HET CENTRUM VAN ZIJN LEERPROCES

Isabelle Truyen, coördinerend directeur van Scholengroep 20, vertelt hoe slecht de school er in Herzele aan toe was. Dalende leerlingenaantallen en een kwalijke reputatie. Een sluiting leek onvermijdbaar. Tot ze vijf jaar geleden begonnen aan de omslag.

Van receptief naar actief. Van leraren die hoofdzakelijk les geven naar leraren die verkorte instructies geven en coachen. Van leerlingen die passief les volgen naar leerlingen die zich bewust zijn van wat ze doen en controle hebben over hun leerproces. Van onderwijs voor de gemiddelde leerling naar onderwijs op maat. Van een les- naar een schoolopdracht.

De impact is enorm. Op het dieptepunt waren er nog 9 leerlingen in 1A. Voor volgend jaar zijn er al 81 leerlingen ingeschreven. De tamtam doet zijn werk in Herzele en omstreken.

On Tour 1.jpg
On Tour 2.jpg

WILD – het acroniem van de nieuwe aanpak

  • Welbevinden: geen vrijheid blijheid. Leerlingen krijgen ruimte maar nemen ook verantwoordelijkheid. En ze spreken een resultaatsverbintenis af.
  • Innovatie: de leerlingen trekken hun eigen leerproces. Elke leraar is coach van acht leerlingen. De leraren hebben het leerplan tot de draad ontleed en gestript tot de essentie.
  • Leraren/leerlingen mindshift: leraren besteden extra tijd om leermateriaal te ontwikkelen, samen de weekplanning op te stellen en verkorte instructies voor te bereiden. Leerlingen moeten er leren op vertrouwen dat deze aanpak hen beter voorbereidt op leven en werk.
  • Durven doen: flexibele leraren die durven loslaten. Die vertrouwen en ruimte geven. En die hun onderwijs niet dooddenken. En samen springen.

OPTIMALISEREN VAN LEERTIJD

Heel veel tijd gaat in een klassieke school naar klasmanagement. Zitten en zwijgen. Dit verloopt hier zonder veel problemen. Leerlingen komen binnen, nemen hun Chromebook en gaan aan de slag. Iedereen weet wat er van hem verwacht wordt. Leerlingen bepalen zelf het tempo.

Als een leraar ziek is, vliegen ze niet meer naar de studie. Ze kunnen zelfstandig verder. En er is steeds een tweede leraar omdat ze aan co-teaching doen.

Zorg wordt ook veel meer opgenomen in de klas. Als er conflicten zijn, wordt er meteen een kringgesprek georganiseerd. Tijd die vroeger verloren ging aan sanctioneren wordt positief gebruikt.

En examens zijn afgeschaft. Wat extra leertijd oplevert. Het helpt dat in het GO! de attestering van het 1e jaar uitgesteld wordt naar het 2e . Lessen van 50 minuten behoren tot het verleden.

Het atheneum in Herzele werkt met voormiddagen en namiddagen. Zo zijn de uren latijn voor de leerlingen die ervoor kiezen, gegroepeerd op woensdagvoormiddag. Daarin komt nu alles aan bod: woordenschat, grammatica en teksten. Leraren kunnen zo echt iets afwerken.

BUB

Nog een acroniem: BUB staat voor Begeleiden Uitdiepen en Bijschaven.

Twee BUB namiddagen per week zijn er geen instructiemomenten en worden leerlingen nog intensiever begeleid. Zij die het wat moeilijker hebben voor een bepaald deel van de leerstof, worden geremedieerd. Anderen worden extra uitgedaagd.

Door permanente feedback, leren leerlingen zich ook inschalen (hero, super hero, power hero). Waarna bij de toets blijkt of ze zich juist hebben ingeschat. Ze zien ook visueel wie power hero is voor welke leerstof. Een dergelijke leerling kunnen ze dan ook consulteren. In plaats van het altijd direct aan de leraar te vragen. Waardoor die meer tijd krijgt om andere leerlingen te helpen.

On Tour 3.jpg
On Tour 4.jpg
Als we tijdens het bezoek aan de B-klas aan de leerlingen vragen of ze zich goed voelen in 1B, wijzen ze ons terecht. Dit is de 1OK klas! Elke leerling is hier oké.

AGORA

15 km zuidwaarts ligt Geraardsbergen. In het atheneum hebben leerlingen van het 5e en 6e jaar sinds begin dit schooljaar een deel van de tijd les volgens Agora onderwijs. Het principe is vergelijkbaar met dat van Herzele. Leerlingen verwerken zelfstandig de leerstof. Andere leerlingen volgen ondertussen les in het instructielokaal. De leraren Jana De Geyter en Bram De Geeter wijzen op het belang dat dit concept vanuit de leraren is ontstaan. 7 leraren besloten samen om het anders aan te pakken. En werden daarbij gesteund door hun directeur.

Het grote voordeel is dat je als leraar niet meer alleen staat in je pedagogische
bubbel

Ze overleggen samen, pakken problemen aan en definiëren vakoverschrijdende projecten. Maar ook leerlingen met ongunstig deviant gedrag hebben het hier moeilijker om de boel op stelten te zetten. Ze staan nu niet meer tegenover één leraar, maar meestal tegenover twee. En het ganse team helpt elkaar. Leraren voelen zich ook veel meer verantwoordelijk voor hun leerlingen.

On Tour 5.jpg
On Tour 6.jpg

VLEK

Ook hier is er een acroniem voor de vier pijlers van Agora onderwijs: Verbondenheid, Leerplezier, Eigenaarschap en Kritisch denken. Op elk van deze pijlers doen de leraren via bevragingen bij de leerlingen gedurende het ganse jaar metingen.

Toen ze aan Agora begonnen, dachten de leraren dat de meeste weerstand van de ouders ging komen. En dat de leerlingen het
keitof gingen vinden. Het was net omgekeerd. Leerlingen die al 16 jaar in het klassieke systeem zaten, vonden het zeer vervelend om nu zelf actief hun leerproces te moeten trekken. Op een bepaald moment heeft de school een overleg met ouders en leerlingen moeten beleggen. Het waren de ouders die aan hun kinderen zeiden: ‘deze mensen doen dit wel voor je toekomst, hé”.

Dat was het kanteklmoment. De leraren zijn er zeker van dat de leerlingen later wel zullen beseffen dat zoveel zelfstandigheid hen veel beter voorbereidt op hogere studies. En dat het voor de 3e graad makkelijker zal zijn als ook de 1e en de 2e graad instapt in deze manier van onderwijs. Interessant is ook dat de leraren rubrics gebruiken voor de beoordeling van vaardigheden.

INFRASTRUCTUUR

Eerst maken wij de ruimte, daarna maakt de ruimte ons.

Infrastructuur is zeer belangrijk, beklemtoont Isabelle Truyen van het atheneum in Herzele. Heel wat directeuren en leraren rondom mij knikken. Het is belangrijk dat leerlingen zich thuis voelen. Dat ze in een leeromgeving vertoeven waarin ze graag zijn. En dat ze kunnen bewegen. Bijvoorbeeld door variatie in het meubilair. Hoge en lage stoelen, een zithoek. Ook het design is belangrijk. Mooie meubels en kleuren. Eenheid qua stijl. Zelfs de gangen worden hier benut. Bijvoorbeeld door uitklapbare houten planken aan de muur waaraan leerlingen kunnen werken.

On Tour 7.jpg
On Tour 8.jpg

Muren uitbreken is geen taboe meer in deze scholen. Zo zien we dat in Geraarsbergen drifig gewerkt wordt om nog meer Agora lokalen voor te bereiden. Want enkele leraren wiskunde en wetenschappen willen ook met dit concept aan de slag. Als ook leraren van deze vakken geloven in het concept, dan heeft de school de innovatieve wind in de zeilen.

En wat vonden de dertig directeuren en de leraren ervan? De Geraardsbergse mattetaarten en het Herzeels fruit smaakten alvast heerlijk. Afgaand op de vragen die bleven komen, was deze EduNext On Tour ook inhoudelijk een voltreffer. Iedereen ging met flink wat tips en inspiratie terug naar huis.

unnamed.jpg
unnamed (1).jpg

En de VRT kwam ook langs en maakte dit item voor in het journaal.


Heeft u als school ook goesting om hiermee zelf aan de slag te gaan?

Mail naar contact@edunext.be

Meer lezen