Blog

Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Wat mentoren in het onderwijs kunnen leren van topsportmentoren: boekrecensie Mentor Moves - Ann Wouters, Matthias Haspeslagh en Sabine Appelmans

In de topsport is mentoring de sleutel tot succes, maar wat kunnen wij daar in de leraarskamer van leren? 'Mentor Moves' vertaalt de dynamiek van het veld naar de schoolvloer. Ann Wouters en Sabine Appelmans tonen aan dat het begeleiden van talent een vak apart is dat vraagt om scherpe observatie en de juiste 'moves' op het juiste moment. Een verfrissende blik op de rol van de mentor als facilitator van groei, waarbij de mens achter de prestatie altijd centraal blijft staan.

Van sportveld tot klaslokaal: mentorschap als katalysator voor groei

In Mentor Moves bundelen gewezen topsporters Ann Wouters (Belgian Cats), Sabine Appelmans (toptennisster) en Mathias Haspeslag (mental- en performance coach) hun ervaring en kennis over topsportmentorschap. Wat begint als een reflectie over de rol van de mentor in een sportieve context, groeit uit tot een genuanceerde beschrijving van het menselijk groeiproces. Hoewel het boek niet over onderwijs gaat, vinden mentoren in het onderwijs hierin een waaier aan inzichten en reflecties die met wat creativiteit vertaald kunnen worden naar de eigen praktijk. Want onderwijs is toch ook topsport, niet?

Relaties boven prestaties

Terwijl een (topsport)coach vaak de focus heeft op resultaten, bewaken (topsport)mentoren niet alleen de ontwikkeling van technische vaardigheden, maar ook het evenwicht tussen mens en atleet. Net zoals ook onderwijsmentoren zich niet alleen richten op leer- en studievoortgang, maar ook op het mentale welzijn, de identiteit en het groeipotentieel van hun mentees (leraren of leerlingen). Dat vraagt om een fundamentele verschuiving van output naar ontwikkeling. De leraar als mentor die niet primair evalueert maar begeleidt. Die luistert zonder te sturen, ondersteunt zonder over te nemen.

Het helpt als je iemand hebt die je onvoorwaardelijk steunt, die tijd voor je maakt om echt te luisteren.
— Ann Wouters - Mathias Haspeslagh - Sabine Appelmans

Mentorschap als proces van wederzijdse groei

Het boek vertrekt vanuit de opvatting dat mentorschap draait om verbinding, ondersteuning en het zichtbaar maken van iemands potentieel. De schrijvers positioneren de mentor als iemand die geen antwoorden oplegt en ruimte creëert voor bewustwording, groei en eigenaarschap. Die rol vraagt om meer dan kennisoverdracht: het vergt ook durf, empathie en het vermogen om met spanningen en onzekerheden om te gaan.

Voor mentoren in het onderwijs biedt dit een interessante spiegel. Ook zij begeleiden jongeren of collega’s in een ontwikkelproces dat niet altijd lineair verloopt. De auteurs maken duidelijk dat een mentor geen tovenaar is, maar eerder een aanwezige gids die vanuit ervaring en betrokkenheid mee optrekt.

Van ervaring naar rolbewustzijn

Volgens de auteurs kan een topsportmentor vijf mogelijke rollen aannemen:

1.        Ervaren Praktijkgids: als een mentor zijn persoonlijke ervaringen deelt (zowel de succesvolle als de uitdagende momenten) kan dat de mentee inzicht geven In de praktische aspecten van het vakgebied of de branche.

2.        Inspirerende dirigent: door een heldere en motiverende kijk op de toekomst te presenteren, stimuleert de mentor de mentee om grotere doelen na te streven, te dromen en een beter begrip te ontwikkelen van de eigen mogelijkheden.

3.        Ondersteunde coach: door actief te luisteren en de antwoorden of ideeën van de mentee te absorberen en te verwerken, creëert de mentor ruimte voor een open communicatie en een empathisch luisterend oor.

4.        Koersvaste kapitein: door als navigator een duidelijke richting en begeleiding te bieden, identificeert de mentor samen met de mentee haalbare en stimulerende doelstellingen voor de professionele ontwikkeling.

5.        Rechtvaardige rechter: deze rol gaat over het aanbieden van structuur, begeleiding en uitdagingen.

De nadruk ligt steeds op de afstemming met de mentee en het bewust schakelen tussen nabijheid en begrenzing, richting en ruimte.

De eigenschappen van een kampioen liggen in een meester worden in het overwinnen van moeilijke momenten -
— Roger Federer

GROEIEN VANUIT spanning tussen polariteiten

Een tweede krachtig kader dat het boek biedt, is dat van de spanningsvelden. De auteurs benoemen zeven dualiteiten waarmee topsporters tijdens hun loopbaan geconfronteerd worden:

-            moed versus angst

-            korte termijn versus lange termijn

-            doelen stellen versus bijsturen

-            gevoel versus data

-            sterktes ontwikkelen versus zwaktes bijwerken

-            ritme versus timing

-            vrijheid versus verbondenheid

Ze stellen deze spanningsvelden niet voor als dilemma’s die opgelost moeten worden, maar eerder als dynamieken waarin de mentor bewust kan begeleiden. Het idee van generatieve complementariteit — het samengaan van beide polen in plaats van het kiezen tussen — vormt hierin de rode draad. Dit inzicht is bruikbaar in elke context waar groei en ontwikkeling centraal staan en biedt houvast voor mentoren die hun mentees willen helpen navigeren in complexe leer- of loopbaantrajecten.

Mentorschap als reis

Het beeld van mentorschap als een reis is een mooie metafoor. Er is sprake van vertrek, navigatie, heroriëntatie en aankomst. Deze beeldspraak sluit aan bij de realiteit: leertrajecten verlopen zelden volgens plan en het is net in de onvoorspelbaarheid dat de waarde van begeleiding zichtbaar wordt.

Voor wie werkzaam is in het onderwijs, kan deze metafoor helpen om het mentorproces minder als controle- of sturingsproces te zien en meer als een gedeeld traject. De nadruk ligt op tijdelijkheid: de mentor is geen blijvende kapitein maar een tijdelijke reisgezel die richting geeft, uitdaagt en uiteindelijk loslaat.

Systemisch bewustzijn: plek, orde en balans

We vinden het heel fijn om in het boek - naast de persoonlijke relatie tussen mentor en mentee - de auteurs ook aandacht te zien besteden aan de bredere contexten waarin mensen functioneren. Ze introduceren hierbij drie systemische principes die je ook terugvindt in de literatuur over systeemdenken. Iedereen heeft of gaat op zoek naar zijn plek in een systeem (familie, entourage, sportclub). Ieder individu heeft immers de behoefte ergens bij te horen. Daarnaast is er ook een bepaalde rangorde of hiërarchie in elk systeem. Tot slot speelt de balans tussen geven en ontvangen. Als (topsport)mentor kun je bewaken of de mentee deze systemische wetmatigheden in acht neemt. Zo niet ontstaan er immers tegenwerkende krachten wat resulteert in een verlies aan energie.

Mathias Haspeslagh - Ann Wouters - Sabine Appelmans (Linkedin pagina Ann Wouters)

Zeven stappen naar verankering

In  het derde deel van het boek formuleren de auteurs zeven concrete stappen die een mentor-menteeproces kunnen verdiepen: intentie, actie, reflectie, verlangen, vertrouwen, volharding en dromen waarmaken. Deze stappen zijn niet bedoeld als lineair model, maar eerder als bouwstenen van een proces waarin bewustwording, motivatie en veerkracht centraal staan.

De toon is uitnodigend: elke stap is verbonden met voorbeelden, reflectievragen en praktische tips. Deze kunnen als inspiratiebron dienen voor gesprekken met mentees of als reflectiekader voor mentoren zelf.

Before you win, you have to learn how to lose
— Usain Bolt

Conclusie

De stijl van Mentor Moves is open, verhalend en toegankelijk. De auteurs gebruiken metaforen, persoonlijke anekdotes en citaten uit de topsport om hun betoog te ondersteunen. Die literaire benadering maakt het boek prettig leesbaar, ook voor lezers zonder sportachtergrond. Tegelijkertijd biedt het boek diepgang en is het onderbouwd met concepten uit psychologie, coaching en systeemdenken. Het boek nodigt uit tot zelfonderzoek. Mentor Moves is een mooi werkstuk dat voor mentoren in het onderwijs - waar relationele begeleiding steeds belangrijker wordt - een waaier aan inzichten en kapstokken laat opengaan. Maar ook voor mentoren uit andere sectoren is dit zeer bruikbaar. Het boek is uitgegeven bij LannooCampus. Tip voor de volgende druk: zwarte letters voor de broodtekst (de paarse letters maken het boek minder leesbaar). 

Meer lezen
Overzichten & Gidsen Dirk De Boe Overzichten & Gidsen Dirk De Boe

Terugblik: boeken die we het voorbije schooljaar recenseerden

Een goed boek kan een transformatietraject een onverwachte wending geven. In dit overzicht blikken we terug op de meest invloedrijke publicaties die we het afgelopen jaar hebben gefileerd. Van neurowetenschappen tot systemisch leiderschap: de rode draad doorheen al deze werken is de zoektocht naar een meer menselijk en effectief onderwijs. Laat je inspireren door de wijsheid van denkers die de grenzen van het mogelijke in onze scholen steeds weer verleggen.

EduNext inspireert en begeleidt scholen om van binnenuit te veranderen. Daartoe volgen we nauwgezet welke interessante onderwijsboeken verschijnen en recenseren we maandelijks een lezenswaardig boek. Hieronder vind je de werkstukken die we het voorbije schooljaar hebben besproken. Hieronder vind je een korte beschrijving. Klik op de kop bovenaan en je krijgt de volledige recensie te zien.

Boekrecensie: Excluses – Wat uitsluiting doet met mensen -  Beno Schraepen

In zijn confronterend boek Excluses – Wat uitsluiting doet met mensen legt Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent/onderzoeker aan de AP Hogeschool, het mechanisme van sociale uitsluiting en segregatie in onze samenleving bloot. Hij legt de vinger op de wonde van onze maatschappelijke structuren en toont de urgentie en noodzaak van een inclusieve samenleving waarin alle burgers - ongeacht hun beperkingen - volwaardig kunnen deelnemen. Het resultaat is een werkstuk dat uitnodigt tot reflectie en actie.

Boekrecensie - Het ABC van motivatie - Maarten Van Steenkiste en Bart Soenens

Dit lijvig boek legt de fundamenten van motivatie in het onderwijs helder en praktisch uit en gaat nog een stuk verder. Het biedt handvatten voor leraren, opvoeders, ouders en beleidsmakers om te streven naar betere leerprestaties via een ondersteundende leerervaring waarin leerlingen centraal staan, op motiverende wijze gesteund en begeleid door hun leraren. Auteurs Maarten Van Steenkiste en Bart Soenens, beiden hoogleraren aan de UGent, combineren in dit werk hun wetenschappelijke expertise met een warme en menselijke blik op onderwijs en opvoeding.

Leraar zijn, leraar worden is een genuanceerd, reflectief en mensgericht boek van Geert Kelchtermans

Het beroep van leraar is vandaag de dag complexer dan ooit. Leraren staan onder druk door hoge maatschappelijke verwachtingen, beleidsmatige vernieuwingen, prestatiemetingen en diversificatie in de klas. In dit uitdagende landschap biedt Leraar zijn, leraar worden van gewoon hoogleraar KU Leuven Geert Kelchtermans een diepgravende en menselijke benadering van het leraarschap. De auteur slaagt erin om het beroep van leraar in zijn volle gelaagdheid te belichten. Zijn uitgangspunt is duidelijk: leraar zijn is wat je doet én wie je bent. Het boek is een krachtig pleidooi voor een herwaardering van het leraarschap als moreel, relationeel en persoonlijk engagement.

Houden van leraren – Een ode aan onderwijs met hart en lef - Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck

Het boek Houden van leraren is een warm en doordacht pleidooi voor een onderwijs dat vertrekt vanuit vertrouwen, verbondenheid en professionaliteit. In een tijd waarin het debat over onderwijs vaak draait om tekorten, werkdruk en prestaties, kiezen de auteurs bewust voor een ander perspectief: dat van hoop, verbinding, nuance, zorg en samenwerking.

Zij stellen een kernvraag die lang niet genoeg gesteld wordt: hoe kunnen we beter zorgen voor de mensen die elke dag zorgen voor het leren van onze kinderen?

Coach je onderwijscollega - praktische gids voor coaches op school - Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst

Dit boek biedt een diepgaande en praktijkgerichte benadering van coaching binnen het onderwijs. In een tijd waarin samenwerking, professionele ontwikkeling en welzijn van leerkrachten steeds belangrijker worden, reikt dit werk handvatten aan om op een empathische, systematische en effectieve manier collega's te begeleiden. De auteurs hebben duidelijk niet alleen theoretische kaders, maar ook veel ervaring in het werkveld, waardoor het boek zowel inspireert als houvast biedt.

Wat een leraar tot leraar maakt - Joris Vlieghe Een pedagogisch manifest voor leraarschap als levenshouding

Joris Vlieghe, Professor en docent aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van KU Leuven, schreef met dit boek een filosofisch manifest dat het leraarschap niet enkel beschouwt als een beroep maar als een fundamentele manier van in het leven staan. Een zijnswijze. De auteur stelt dat een echte leraar niet enkel voor de klas staat, maar 24 op 7 leraar ís, op existentiële wijze gevormd door een diepe liefde voor de wereld en voor de inhouden die hij deelt met zijn leerlingen. In lesgeven gaat het om het richten van de aandacht op een inhoud die ertoe doet. En die er door deze interventie misschien ook voor de leerling toe gaat doen.

De basis van klassenmanagement - Tom Adams en William Buys

Een groep leerlingen meekrijgen in jouw verhaal en een veilige en productieve leeromgeving creëren: een complexe opgave voor leraren. Dit leerproces kost vaak jaren en verloopt voor iedereen anders. Wat als je niet alle fouten die anderen hebben gemaakt, zelf ook moet maken? Wat als je kon leren van hoe anderen het succesvol hebben aangepakt? In hun boek geven de auteurs aan (aanstaande) leraren praktische tips hoe ze een klasklimaat kunnen faciliteren waarin leerlingen goed kunnen leren.

Artificiële Intelligentie in de klas – praktische gids voor onderwijsprofessionals – Robbe Wulgaert

Technologie zoals ChatGPT zet ons onderwijs al een tijdje op losse schroeven. Artificiële intelligentie is overal en blijkt in het onderwijs een eindeloos discussiepunt. Gaat AI onze job overnemen? Gaan leerlingen hun huiswerk maken met GPT-tools? Boek je leerwinst met een AI-tutor? Robbe Wulgaert, leraar informaticawetenschappen en AI aan het Sint-Lievenscollege te Gent en gastdocent aan de Universiteit Antwerpen, toont in zijn boek hoe we leerlingen essentiële A.I.-competenties kunnen bijbrengen. Gebaseerd op Europese richtlijnen en recent onderzoek, geeft hij inzage in concreet uitgewerkte lesmaterialen tot een leerlijn AI.

Boekrecensie - De gestreste samenleving - Stephan Claes

Meer en meer mensen waaronder ook leraren en directies gaan met lichamelijke of psychische klachten naar hun huisdokter. Die vindt meestal geen oorzaak en verwijst hen door naar een specialist. Daar krijgen ze vaak te horen dat de geneeskunde geen verklaring en geen oplossing kan bieden voor hun probleem. ‘Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen niet meer mee kunnen?’, vraagt Stephan Claes, Professor en Doctor aan de KU Leuven, zich af in zijn boek ‘De gestreste samenleving’. De auteur, expert in stemmingsstoornissen, vreest dat mensen hun veerkracht (die voor een heel leven bedoeld is) vandaag misschien te snel opgebruiken en dat de 21eeuwse uitdagingen voor velen moeilijk om dragen zijn.

Vijftien lessen die kleurrijke basisscholen ons leren – Cordula Rooijendijk

Cordula Rooijendijk, directeur van Montessori school De Amstel in Amsterdam, ging op bezoek bij tientallen gekleurde Nederlandse basisscholen. Zoals wellicht velen onder ons had ze initieel heel wat vooroordelen over deze scholen en over wat er allemaal fout loopt. Maar ze is positief verrast teruggekeerd en onder de indruk over hoe deze scholen hun grote uitdagingen aanpakken en zorgen voor een onderwijskwaliteit die ze niet voor mogelijk had gehouden. Ze vatte haar bezoeken in haar boek samen in vijftien lessen waarvan we er in deze recensie enkele uitlichten.

Alleen de verbeelding kan ons redden - Michael De Cock

Michael De Cock schakelt in dit meeslepend boek continu tussen verbeelding en realiteit en geeft daarbij onverbloemd zijn mening over kunst en cultuur. De kunst alleen kan ons volgens de auteur niet redden. Maar het is op zijn minst wel wat ons verbindt, en wat overblijft. Het is wat we kwetsbaar in het midden leggen. Het is een ritueel dat de angst en de dood bezweert. Het is de gemeenschappelijke grond waarop we elkaar vinden, het bord waarop we schaken, de liefde die we delen.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Boekrecensie: Excluses – Wat uitsluiting doet met mensen -  Beno Schraepen

Beno Schraepen confronteert ons in 'Excluses' met de pijnlijke gevolgen van uitsluiting in ons onderwijssysteem en de bredere samenleving. Voorbij de goede bedoelingen legt hij bloot hoe onze structuren onbewust mensen aan de kant schuiven. Dit boek is een noodzakelijke spiegel voor iedereen die werkzaam is in het onderwijs. Hoe medeplichtig zijn wij aan de uitsluiting van degenen die 'anders' zijn? Een krachtig pleidooi om radicale inclusie niet als luxe, maar als noodzaak te omarmen.

In zijn confronterend boek Excluses – Wat uitsluiting doet met mensen legt Beno Schraepen, orthopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent/onderzoeker aan de AP Hogeschool, het mechanisme van sociale uitsluiting en segregatie in onze samenleving bloot. Hij legt de vinger op de wonde van onze maatschappelijke structuren en toont de urgentie en noodzaak van een inclusieve samenleving waarin alle burgers - ongeacht hun beperkingen - volwaardig kunnen deelnemen. Het resultaat is een werkstuk dat uitnodigt tot reflectie en actie.

Cover van het boek en de achterflap - Owl Press

Thema’s en kernboodschap

De auteur opent met de stelling dat uitsluiting in ons DNA zit. Dit is een ongemakkelijke waarheid, zeker als hij je uitnodigt om zelf een antwoord te geven op enkele prikkelende vragen:

-            Hoe vaak ga je op stap met iemand in een rolstoel?

-            Hoe natuurlijk gedraag jij je tegenover mensen met een beperking?

-            Heb jij mensen met een beperking in je vriendenkring (als ze geen familie zijn)?

Deze alledaagse situaties ontmaskeren een samenleving waarin mensen met een beperking steevast achteraan in de rij staan of zelfs onzichtbaar blijven. De kern van zijn betoog is dat uitsluiting niet zomaar een sociaal ongemak is maar een fundamentele breuk in de relaties tussen mensen en de samenleving.

Volgens de auteur is segregatie een vorm van discriminatie. Hij stelt dat speciale voorzieningen zoals aparte scholen en instellingen - vaak goedbedoeld - juist bijdragen aan een structurele uitsluiting. Mensen met een beperking worden niet als volwaardige burgers gezien, maar als ‘anderen’ waarvoor aparte omgevingen noodzakelijk zijn. Dit schept fysieke, psychologische en symbolische muren.

Kritiek op segregatie in onderwijs en zorg

Onderwijs is in Vlaanderen de motor van segregatie. Met meer dan 4% van de leerlingen in het buitengewoon onderwijs – een cijfer dat ver boven het Europese gemiddelde ligt – hebben we een van de meest gesegregeerde onderwijssystemen. Beno Schraepen legt uit hoe dit systeem systematisch kansen ontneemt en kinderen stigmatiseert.

Hij wijst erop dat deze segregatie niet alleen de kinderen zelf treft, maar ook de bredere maatschappij. Omgekeerd biedt inclusief onderwijs voordelen voor kinderen met een beperking én voor hun klasgenoten zonder beperking. Het creëert een cultuur van wederzijds begrip en respect die de basis vormt voor een inclusieve samenleving. Toch blijft het Vlaamse beleid volgens hem hangen in excuses en “ja maar”-redeneringen:

-            ja, maar we hebben de draagkracht niet

-            Ja, maar het is beter voor hen in het buitengewoon

-            Ja, maar we hebben er geen middelen voor.

De schrijver ontkracht deze excuses systematisch en roept op tot politieke moed en gedragsverandering.

Het VN-Verdrag en het recht op inclusie

Het recht op inclusie is een fundamenteel mensenrecht, verankerd in het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De auteur legt helder uit hoe het verdrag uitgaat van een dynamische visie op handicap: niet de beperking zelf, maar de belemmeringen in de omgeving maken dat iemand gehandicapt is. Redelijke aanpassingen – zowel materieel (zoals een traplift of brailleleesregel) als immaterieel (zoals aangepaste lestijden of alternatieve evaluatievormen) zijn cruciaal om deze barrières weg te nemen. Deze redelijke aanpassingen worden nog te vaak onvoldoende of helemaal niet doorgevoerd, waardoor het VN-Verdrag in de praktijk dode letter blijft, zeker in Vlaanderen. De politiek hanteert nog steeds een dubbelzinnig discours: inclusie waar het kan, apart als het moet. Maar het mag niet de meerderheid zijn die beslist of en wanneer inclusie moet. Het is de minderheidsgroep, de mensen met een beperking zelf, die mee moeten kunnen bepalen wat nodig is voor hun deelname aan de samenleving.

Met ongeveer 15% van de wereldbevolking zijn personen met een handicap de grootste minderheidsgroep.
— Beno Schraepen


De kracht van taal en beeldvorming

Een ander krachtig aspect van het boek is hoe we spreken over mensen met een beperking: de gehandicapte versus een persoon met een handicap. Het is een wereld van verschil. Door mensen niet te reduceren tot hun beperking, tonen we respect voor hun volledige identiteit. We hebben taal nodig die de mens centraal stelt en uitgaat van verschillen als iets fundamenteel menselijks, in plaats van als afwijking van de norm. Labels en diagnoses hebben daarbij een dubbelzinnig effect: ze openen deuren naar noodzakelijke ondersteuning en dragen tegelijk bij aan stereotypering en stigmatisering. Dit labelingsmechanisme grijpt diep in op de identiteitsontwikkeling van mensen met een beperking.

Van integratie naar inclusie

Waar integratie uitgaat van de noodzaak om aan te passen aan de bestaande normen van de samenleving, staat inclusie voor een intrinsieke rijkdom aan diversiteit. Inclusie vraagt tevens om een fundamentele hertekening van onze structuren en relaties, en dat vereist verandering op alle niveaus: van het onderwijs en de arbeidsmarkt tot de sociale omgangsvormen in alledaagse situaties.

De auteur wijst erop dat integratiebeleid momenteel vaak neerkomt op vrijblijvende tolerantie. Zolang mensen met een beperking zich aanpassen aan de regels van de meerderheid, mogen ze erbij horen. Maar als het niet lukt, is het zogenaamd hun eigen verantwoordelijkheid. Inclusie daarentegen vraagt om een diepgaande transformatie waarin urgentie, visie, consensus, middelen en vaardigheden onmisbaar zijn.

Praktijkvoorbeelden en toekomstperspectief

Een van de sterke kanten van Excluses is dat de auteur zijn betoog illustreert met talrijke voorbeelden uit de praktijk – van scholen die wel succesvol inclusief werken tot internationale onderzoeken die aantonen dat inclusief onderwijs niet alleen mogelijk is, maar ook beter werkt. Zo blijkt uit een Amerikaanse studie onder 11.000 leerlingen dat kinderen met beperkingen in een inclusief onderwijssysteem later in het leven betere kansen hebben op werk en zelfstandigheid. En dat dit geen negatieve effecten heeft op andere leerlingen, integendeel. Daarnaast komt William Boeva, stand-up comedian met een beperking, in het boek regelmatig aan het woord en vertelt hij wat exclusie met hem als persoon gedaan heeft.

Auteur Beno Schraepen - foto: Kristof Ghyselinck

Kritische noot en hoopvolle toon

Wat dit boek bijzonder maakt, is dat het ondanks de scherpe kritiek op het huidige beleid een hoopvolle toon behoudt. De auteur gelooft in de kracht van verbeelding en in de mogelijkheid tot verandering. Hij benadrukt dat verandering niet altijd begint bij wetten of structuren, maar bij de bereidheid van mensen om anders te kijken en te handelen. Daarbij is het essentieel dat we het anders-zijn van de ander niet zien als een tekort, maar als een gelijkwaardig verschil dat ons allemaal rijker maakt. Er is echter nog veel werk, zowel aan de systemen als aan de mensen zelf. Ouders, leerkrachten en hulpverleners voelen zich nog vaak handelingsverlegen of overbelast. Nu ligt juist daarin de kiem van verandering. In het doorbreken van angst en het erkennen van diversiteit als een bron van mogelijkheden. Het vergt creativiteit maar waar een wil is, is vaak ook een weg.

Conclusie

Excluses – Wat uitsluiting doet met mensen houdt ons een spiegel voor en zet aan tot zelfreflectie. Het boek verdient een breed lezerspubliek: van beleidsmakers en leraren tot hulpverleners, ouders en eigenlijk iedereen die gelooft dat een samenleving pas echt menselijk is als we iedereen insluiten. Het boek is een inspirerend manifest voor een samenleving waarin we verschillen koesteren. Een aanrader voor iedereen die gelooft in de kracht van inclusie en voor hen die zich daar vragen bij stellen. Het boek is uitgegeven bij Owl press.

EduNext en inclusie

De titel van het boek had ook Incluses, wat insluiting doet met mensen kunnen heten. Zoals uit eerdere blogs bleek, verdiept EduNext zich regelmatig in dit thema. Het EduNext transformatierad is een uitdagend denkmodel om na te denken over inclusie, om concrete acties te formuleren voor elk van de elementen en om er één coherent geheel van te maken. We gebruikten het al verschillende keren tijdens workshops met leersteuncentra. Leerondersteuners worden - zoals ook in het boek vermeld - bijna elke dag geconfrontreerd met de vraag: ‘hoe krijgen we leraren en directies mee?’. Scholen kunnen het ook zelf gebruiken om stappen te zetten naar inclusie en om leerlingen met en zonder beperking stap per stap meer eigenaarschap over hun leerproces te geven en hen daarbij zelf keuzes te laten maken. Meer info of een vrijblijvend intakegesprek? => contact@edunext.be

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Boekrecensie - Het ABC van motivatie - Maarten Van Steenkiste en Bart Soenens

De Zelfdeterminatietheorie van Van Steenkiste en Soenens biedt een kristalhelder kader voor motivatie in de klas. Autonomie, Verbondenheid en Competentie zijn de universele bouwstenen voor een zinvol leerproces. Maar hoe vertaal je deze abstracte concepten naar de dagelijkse praktijk? Deze recensie fileert de kerninzichten van het boek en toont aan dat motiveren geen kwestie is van belonen en straffen, but van het creëren van de juiste condities waarin de interne drive van de leerling kan gedijen.

Dit lijvig boek legt de fundamenten van motivatie in het onderwijs helder en praktisch uit en gaat nog een stuk verder. Het biedt handvatten voor leraren, opvoeders, ouders en beleidsmakers om te streven naar betere leerprestaties via een ondersteundende leerervaring waarin leerlingen centraal staan, op motiverende wijze gesteund en begeleid door hun leraren. Auteurs Maarten Van Steenkiste en Bart Soenens, beiden hoogleraren aan de UGent, combineren in dit werk hun wetenschappelijke expertise met een warme en menselijke blik op onderwijs en opvoeding.

De essentie van het ABC

Het uitgangspunt van het boek is de zelfdeterminatietheorie van Edward Deci en Richard Ryan waarin autonomie (psychologische vrijheid en authenticiteit), verbondenheid (warme relaties) en competentie (iets kunnen, groeien, doelen bereiken) de drie psychologische basisbehoeften zijn van elke mens. Deze drie basisbehoeften vormen de motor achter motivatie, betrokkenheid en welbevinden van leerlingen.

Wat het boek sterk maakt, is dat het deze drie basisbehoeften niet als losstaande puzzelstukjes behandelt, maar als een geïntegreerd geheel dat de kern raakt van wat onderwijs zou moeten zijn: een plek waar leerlingen zichzelf kunnen zijn, zich verbonden voelen en succeservaringen opdoen.

Van theorie naar praktijk

Het boek blinkt uit in toegankelijkheid en vertaalt wetenschappelijke inzichten in een concrete praktijk. Het is rijk aan voorbeelden, herkenbare situaties en praktische handvatten. De auteurs gaan daarbij systematisch te werk: eerst leggen ze de fundamenten van het ABC uit, daarna tonen ze hoe je als leraar of opvoeder deze behoeften kunt ondersteunen, frustreren of negeren, en tot slot reiken ze een kompas aan om hier bewust mee om te gaan.

ABC-bevrediging en ABC-frustratie

ABC-bevrediging ontstaat als leerlingen de ruimte krijgen om keuzes te maken, zich verbonden weten met medeleerlingen en leraren en vertrouwen hebben in hun eigen kunnen. Dat zorgt motivatie en sterkere leerprestaties. Bij ABC-frustratie daarentegen worden leerlingen beknot in hun autonomie, voelen ze zich alleen en twijfelen ze over zichzelf en hun competentie. Frustratie van basisbehoeften is niet neutraal en kan negatieve effecten hebben op het welbevinden en zelfs op de geestelijke gezondheid van leerlingen. ABC-frustratie is een voorspeller voor gedragsproblematieken, demotivatie, schoolverzuim en lage leerprestaties.

Een genuanceerde kijk op autonomie

Vaak wordt autonomie verward met volledige zelfstandigheid, maar volgens de auteurs gaat autonomie vooral over psychologische vrijheid en vrijwilligheid, ook als de leraar duidelijke kaders biedt of begeleidt. Dit onderscheid tussen zelfstandig functioneren en vrijwillig functioneren geeft leraren de ruimte om zowel structuur te bieden als autonomie te ondersteunen. Dat betekent tijdelijk helpen om daarna geleidelijk los te laten zodat leerlingen het alleen kunnen of klaar zijn voor een hoger niveau (scaffolding).

Autonomie-ondersteunende directe instructie

Misschien wel een van de belangrijkste woorden in het boek: autonomie-ondersteunend. Het woord komt in het werkstuk terecht veel voor. Het is voor de schrijvers cruciaal om bij directe instructie structurerend en autonomie-ondersteunend te werk te gaan. Als je daarbij te veel je expertise wil demonstreren of je geeft les op een verplichtende manier, dan riskeer je dat leerlingen hun motivatie verliezen. In de praktijk kan een te sterke drang om expertise te delen via directe instructie ook een competentie- en autonomie-ondermijnend effect uitoefenen op leerlingen.

Het leraRENkompas als richtingaanwijzer

Een van de sterke troeven van het boek is het lerarenkompas dat de auteurs hebben ontwikkelend. Het is een instrument dat leraren kan helpen om bewust te kiezen voor een bepaalde stijl of houding in de klas. Ze beschrijven daarin volgende motiverende lerarenstijlen:

  • Participatieve stijl: je voorziet waar mogelijk in keuzes en laat je leerlingen mee bepalen. Zo maak je leerlingen medeverantwoordelijk voor hun leerproces en verhoog je hun betrokkenheid.

  • Afstemmende stijl: hierbij probeer je aansluiting te vinden bij het perspectief van leerlingen door uitnodigende taal te hanteren en mee te veren met hun weerstand.

  • Begeleidende stijl: je bouwt de les stapsgewijs op en begeleid je leerlingen optimaal in hun leerproces, zodat ze zich bekwaam voelen om de opgedragen leertaken goed aan te pakken.

  • Verhelderende stijl: je communiceert duidelijke verwachtingen naar leerlingen, je geeft kwaliteitsvolle instructie en je bent transparant over leerdoelen en beoordelingscriteria.

Het lerarenkompas bevat ook demotiverende lerarenstijlen:

  • Afwachtende stijl: je laat de zaken op hun beloop

  • Opgevende stijl: je hebt de neiging om ruziënde of klagende leerlingen te negeren

  • dominerende stijl: je laat als leraar je macht gelden om je leerlingen tot de orde te roepen. Je zet hen op hun plaats door hen te kleineren of te vernederen

  • Eisende stijl: je staat er - via forse en bevelende taal - op dat leerlingen discipline, medewerking en doorzettingsvermogen tonen.

De auteurs erkennen dat een leraar – afhankelijk van de leeftijd, het beginniveau en de context van de leerling - moet schakelen tussen stijlen. Toch leggen ze duidelijk uit waarom autonomie-ondersteunende (participatief, afstemmend) en structuur-ondersteunende stijlen (verhelderend, begeleidend) wenselijk zijn omdat ze het ABC voeden en leerlingen helpen om met goesting te leren. En dat chaotische stijlen (afwachtend en opgevend) en controlerende stijlen (dominerend en eisend) nefast zijn voor de motivatie van leerlingen.

De overgang van ‘moetivatie’ naar ‘goesting’

De auteurs houden een pleidooi voor kwaliteitsvolle motivatie. Ze onderscheiden intrinsieke en extrinsieke motivatie en vooral het verschil tussen gecontroleerde en autonome motivatie. Ook extrinsieke motivatie kan waardevol zijn, zolang leerlingen maar het gevoel hebben dat ze zelf willen en mogen. Het gaat om de binnenkant van de motivatie: doe je iets omdat je moet, of omdat je er zelf achter staat? De overgang van moetivatie naar goesting is het moment waarop leerlingen niet alleen begrijpen wat ze leren, maar ook waarom het belangrijk is – of dat nu gaat om burgerschap, duurzaamheid of hun persoonlijke dromen.

ABC-groeigesprekken

Bart Soenens en Maarten Van Steenkiste breken een lans voor ABC-groeigesprekken. Dit zijn open gesprekken waarin de leraar samen met de leerling reflecteert op hoe het met hun autonomie, verbondenheid en competentie gesteld is. Zo een gesprek hoeft niet therapeutisch te zijn, het kan een krachtig middel zijn om leerlingen te helpen meer zicht te krijgen op zichzelf, hun ambities en de dingen die hen energie geven. Onderwijs gaat niet alleen over sterke resultaten, het gaat ook over het vormen van mensen.

Bart Soenens (links) – Maarten Van Steenkiste (midden) en uitgever Charles Derre (rechts) tijdens de boekvoorstelling – foto via Linkedin.

Conclusie

Een van de grote sterktes van Het ABC van motivatie is de manier waarop theorie en praktijk hand in hand gaan. De auteurs putten uit tientallen jaren onderzoek, maar blijven altijd dicht bij de leefwereld van de leraar en de leerling. Het boek biedt concrete voorbeelden, handvatten en gespreksmodellen die je meteen kan toepassen in de klas. Een aandachtspunt is dat de rijkdom aan concepten en voorbeelden soms wat overweldigend is. Daardoor kan het boek – ook omdat het 432 pagina’s telt – leraren tegenhouden om het te lezen. Wat jammer zou zijn. Je kunt het boek ook zien als een naslagwerk waar je als onderwijsprofessional steeds opnieuw kan naar terugkeren.

Anders kijken naar onderwijs

De auteurs dagen leraren uit om verder te kijken dan punten en prestaties, en te investeren in wat leerlingen werkelijk nodig hebben om te groeien: autonomie, verbondenheid en competentie. En hetzelfde geldt – ook al is dat geen thema van het boek – ook voor leraren, directies en andere onderwijsprofessionals. De schrijfstijl van het boek is helder, vriendelijk en uitnodigend. Hoewel het boek stevig is onderbouwd met wetenschappelijke inzichten, voelt het nooit zwaar of ontoegankelijk aan. Integendeel: het is een pleidooi voor mensgericht onderwijs, geschreven door auteurs die zichtbaar passie hebben voor hun vak en voor hun studenten. Het boek is uitgegeven bij LannooCampus.

 

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Diversiteit op school: hoe zorgen we ervoor dat elke leerling zich thuis voelt en slaagt?

Diversiteit is geen uitdaging die we moeten 'oplossen', maar een realiteit die ons dwingt onze eigen blinde vlekken onder ogen te zien. Hoe creëren we een schoolklimaat waarin elke leerling, ongeacht achtergrond, zich werkelijk herkend en gewaardeerd voelt? Dit artikel verkent de weg naar inclusie via culturele responsiviteit en hoge verwachtingen voor iedereen. Het gaat niet om het vieren van verschillen, maar om het slopen van de barrières die succes in de weg staan.

Diversiteit is alomtegenwoordig in onze Vlaamse scholen. Dat zorgt voor hevige debatten in de leraarskamer en in de media. Moeten we vasthouden aan één norm of net alle verschillen omarmen? Het recente ECDIS-project van de KU Leuven (Etnisch Culturele Diversiteit in Scholen) brengt via een grootschalig onderzoek bij duizenden leerlingen in Vlaamse basisscholen wetenschappelijk onderbouwde antwoorden op deze cruciale vragen. De resultaten zijn duidelijk: de manier waarop scholen omgaan met diversiteit heeft een enorme impact op hoe leerlingen zich voelen op school en op hun prestaties.

Afbeelding Erin Gordon - Drawify

3 manieren waarop scholen diversiteit benaderen

Assimilatie: hierbij is het idee dat leerlingen met een migratieachtergrond zich moeten aanpassen aan de Vlaamse cultuur en hun eigen taal en gewoonten best achterwege laten op school. Verschillen worden gezien als tekorten die weggewerkt moet worden.

Kleurenblindheid: deze benadering wil etnische verschillen negeren of minder belangrijk maken. De focus ligt op neutraliteit of het benadrukken dat we "allemaal mensen" zijn.

Pluralisme: deze visie ziet diversiteit als een meerwaarde en wil deze actief inzetten en omarmen.

Deze drie benaderingen hebben hetzelfde doel: alle leerlingen optimaal laten presteren. Maar wat is nu het effect van elke benadering?

Assimilatie ONDERMIJNT SCHOOLPrestaties

De resultaten van het ECDIS-project en de enquêtes tonen aan dat leerlingen zich naarmate ze meer assimilatie waarnemen op school significant mínder thuis voelen, ongeacht het domein (van taalverbod tot niet-erkenning van niet-christelijke religie). Zich minder thuis voelen, vertaalt zich steevast in lagere wiskundeprestaties. Als een leraar het bijvoorbeeld niet goed vindt als leerlingen trots zijn op hun niet-Vlaamse roots, dan heeft dat een rechtstreeks negatief effect op hun prestaties. Cruciaal is dat deze negatieve effecten gelden voor alle leerlingen (de effecten zijn wel sterker voor leerlingen met een migratieachtergrond). Tijdens focusgroepen met leerlingen, hebben deze laatste kritiek op assimilatie (inclusief het hoofddoekenverbod) omdat ze vinden dat ze daardoor niet kunnen tonen wie ze écht zijn en zich dus niet echt thuis kunnen voelen. Zich thuis voelen kan pas als je geaccepteerd wordt om wie je bent. Ook leerlingen zonder migratieachtergrond zijn tegen assimilatie. Ze vinden het belangrijk te kunnen leren over andere culturen. In bijna elke focusgroep vinden leerlingen een assimilatiebeleid discriminerend omdat leerlingen met een migratieachtergrond minder mogen dan andere leerlingen (zoals trots zijn op hun cultuur of hun moedertaal spreken). Gelijke behandeling is voor hen essentieel. De conclusie is duidelijk: regels zoals 'enkel Nederlands' op school zijn geen goed idee. Ook het hoofddoekenverbod heeft negatieve associaties met het zich thuis voelen en met prestaties voor alle leerlingen, wellicht omdat leerlingen het zien als discriminerend en een belemmering om zichzelf te zijn.

Kleurenblindheid: goede intenties …

De bevindingen over kleurenblinde praktijken zijn minder eenduidig. Over het algemeen hebben praktijken waarbij diversiteit volledig genegeerd wordt, zoals een laissez-faire taalbeleid (geen regels) of een verbod op alle religieuze tekens omwille van neutraliteit negatieve gevolgen voor het zich thuis voelen. De enige positieve associatie met kleurenblindheid is wanneer scholen verschillen minder belangrijk maken door te benadrukken dat we allemaal mensen zijn. Leerlingen vinden dat kleurenblinde scholen wel een gelijke behandeling nastreven - wat ze waarderen – maar vinden het jammer dat ze nog steeds niet trots mogen zijn op hun etniciteit of kunnen leren over elkaars culturen.

Pluralisme: groeikansen voor iedereen!

De onderzoekers vinden eenduidig positieve effecten voor alle pluralistische praktijken. Leerlingen die meer pluralisme ervaren op school, voelen zich meer thuis.  En dit sterkere gevoel van zich thuis voelen, hangt op zijn beurt samen met betere prestaties op de wiskundetoets. Voorbeelden van effectieve pluralistische praktijken zijn:

• Het inzetten van de thuistaal van leerlingen als hulpbron om te leren

• Het bespreken dat alle culturen waardevol zijn

• Het voorzien van lesmateriaal met gelijke representatie van mensen uit diverse culturen

Sommige pluralistische praktijken zijn nog effectiever voor zowel zich thuis voelen als voor prestaties:

• Een anti-discriminatiecurriculum: discriminatie bespreekbaar maken in de les

• Het bespreken van het Belgische koloniale verleden op school

Inclusief multiculturalisme: benadrukken dat alle etnische identiteiten positief gewaardeerd worden, inclusief de Vlaamse

Deze effecten gelden opnieuw voor leerlingen met een migratieachtergrond, en bevorderen in dezelfde mate ook het zich thuis voelen en de prestaties van leerlingen zonder migratieachtergrond. Iedereen wordt beter van het erkennen en omarmen van etnisch-culturele diversiteit. Leerlingen vinden het belangrijk dat hun identiteit positief gewaardeerd wordt en dat ze trots kunnen zijn op hun herkomst. Ze zien het leren over de culturen van klasgenoten als een meerwaarde. Ze hebben ook een sterke behoefte om discriminatie bespreekbaar te maken op school. Ze willen een kritische vorm van pluralisme die ongelijkheid aanpakt. Door leerlingen actief te betrekken bij het oplossen van problemen zoals ongelijke behandeling, voelen ze zich serieus genomen en competent. Dit grootschalige onderzoek toont aan dat het waarderen van diversiteit essentieel is voor het welzijn en de schoolresultaten van alle leerlingen in Vlaanderen. Assimilatie schaadt, kleurenblindheid is wisselend effectief, pluralisme biedt aantoonbare groeikansen voor iedereen.

Concreet aan de slag

Scholen en leraren kunnen dit concretiseren door:

Ruimte te maken voor de thuistalen van leerlingen (bijvoorbeeld door ze in te zetten als hulpbron) en diverse religieuze expressies.

• Meer algemeen aandacht te besteden aan diversiteit in het curriculum op een diepgaande manier.

• Leerlingen het gevoel te geven dat ze trots mogen zijn op hun etnische identiteiten.

• Zeker de meest effectieve praktijken te implementeren: het bespreekbaar maken van discriminatie en het kritisch bespreken van het Belgische koloniale verleden.

Conclusie onderzoek

Dit onderzoek is een oproep om etnisch-culturele verschillen te erkennen en aan te boren als een hulpbron om tot welzijn en leren te komen. Een doordacht pluralistisch diversiteitsbeleid kan zo een krachtige hefboom zijn om de algehele kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en ervoor te zorgen dat alle leerlingen zich optimaal thuis voelen en presteren. Op die manier zorgen we voor echt inclusieve scholen. Samenvattend wijst het onderzoek sterk in de richting van een schoolorganisatie, leeromgeving en curriculum die diversiteit omarmen en waarderen. Dit omvat het kritisch bespreken van ongelijkheid en het verleden, en het creëren van een omgeving waarin leerlingen geaccepteerd worden voor wie ze zijn en trots kunnen zijn op hun identiteit. Deze benadering is gunstig voor alle leerlingen.

Bron: ECDIS-project van de KU Leuven (Etnisch Culturele Diversiteit in Scholen) - Konings & De Leersnyder

Systemische aanpak via het transformatierad

Om effectief en versterkend in te zetten op diversiteit kun je inzetten op meerdere wielen van het transformatierad:

EduNext transformatierad

Aan de slag met inclusie?

EduNext heeft zich de voorbije jaren gespecialiseerd in het thema inclusie. Wil je hierover in gesprek gaan? Geef een seintje aan dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Zeven hefbomen om van werk- en vakgroepen sterke professionele leergemeenschappen te maken

Waarom blijft de samenwerking in sommige vakgroepen steken in vrijblijvendheid, terwijl andere teams bergen verzetten? Deze zeven hefbomen bieden een concreet actieplan om de professionele cultuur op school te versterken. Van gedeeld leiderschap tot een focus op leerresultaten: het transformeren van de samenwerkingsstructuur is de sleutel tot duurzame schoolverbetering. Een praktische gids voor directies en teamleiders die de kracht van het collectief werkelijk willen ontsluiten.

Een van de manieren om kwaliteitsvol onderwijs te realiseren, zijn goed functionerende vak- en werkgroepen. Werk- en vakgroepen kunnen bijdragen tot een collectieve verantwoordelijkheid en een sterke bijdrage leveren tot de realisatie van kwaliteitsverwachtingen. Zeker als die van louter samenwerken evolueert naar systematisch en als groep samen leren. Dat betekent dat vak- en werkgroepen regelmatig over hun werking reflecteren en hun werking bijsturen. In deze blog zeven vind je zeven hefbomen om van je vakgroepen PLG’s te maken en om je werkgroepen goed te laten functioneren.

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

  1. Maak een duidelijke koppeling met de visie

Voor leraren kunnen vak- of werkgroepen als een verplicht nummer aanvoelen. Je hebt je eigen lessen al voor te bereiden en dan moet je ook nog eens tijd steken in overleg met collega’s uit dezelfde of een andere graad. Als er geen duidelijk doel is op schoolniveau, dan blijft het vaak bij fragmentarische bijeenkomsten. Daarbij houden leraren bijvoorbeeld een nieuwe methode tegen het licht , geven ze terugkoppeling over een nascholing of besprejeb ze examenvragen met elkaar . Ze worden dan verplicht om horizontaal en verticaal samen te werken zonder concreet doel. Vak- en werkgroepen kunnen een sterke hefboom zijn in het vertalen van een gedragen gemeenschappelijke visie naar de klasvloer. Elk leraar heeft zo duidelijke doelstellingen waarvan ze het nut inzien en waar ze zich achter kunnen scharen.

Tip: Vertaal je visie in leidende pedagogische principes zoals bijvoorbeeld: ‘wij maken elke les een koppeling tussen de leerinhoud en de leerdoelen’. Werk- en vakgroepen kunnen dan mee kijken hoe ze deze doelstelling kunnen realiseren.

2. Voorzie voldoende tijd

Een team dat maar een paar keer per jaar samenkomt, wordt geen hechte professionele leergemeenschap. Op het moment dat iedereen terug mee is, is de vergadering al voor de helft afgelopen. Wil je echt inzetten op goed werkende vak- en werkgroepen, dan moet je hiervoor structureel tijd inplannen. Dat betekent minstens maandelijks samenkomen en liefst ook tussenin voldoende tijd voorzien. Dat zet je als schoolteam voor de uitdaging om in je jaaragenda structureel overlegtijd voor het schoolteam te voorzien. Een deel kan van die tijd kan door de vak- of werkgroepen worden benut.

Tip: creëer teamtijd als hefboom voor innovatie en kwaliteitsontwikkeling. Bijvoorbeeld door leerlingen regelmatig gedurende een halve dag zelfstandig met minimaal toezicht aan een opdracht te laten werken of door een breed extern netwerk uit te bouwen.

3. Zorg voor efficiënte bijeenkomsten

Het is belangrijk om een duidelijke structuur aan te brengen in de vergaderingen. Het kan een idee zijn om een onderscheid te maken tussen inhoudelijke bijeenkomsten en opvolgingsvergaderingen. Bij een opvolgingsmeeting ga je niet in de diepte in op de inhoud maar kijk je naar de status en wat teamleden nodig hebben om hun acties een stap verder te brengen. Je kunt het zien als een sprint met maximaal 5 minuten per punt. Op een half uur of een uur ben je klaar. Bij een inhoudelijke bijeenkomst ga je in de diepte in op één thema (bijvoorbeeld vooraf bepaald via een jaarkalender). Daarin kun je telkens 3 stappen onderkennen:

- Het onderwerp of thema duidelijk omschrijven. ‘Waarom’ en ‘wat houdt ons tegen’-vragen kunnen helpen om tot de kern van de uitdaging of het thema te komen.

- Verbreden: meerdere mogelijke oplossingen of richtingen verkennen. Daarbij durf je bestaande patronen doorbreken en vermijd je ‘ja maren’.

- Vernauwen: uit de bedachte oplossingen of richtingen één of meerdere kiezen en deze onderbouwen. En verder onderzoeken na de bijeenkomst.

Tip: haal mosterd uit Nederland: Hoe start je een professionele leergemeenschap? Of ga voor minimale verslaggeving via een teambord zoals Trello of Monday. Heel handig voor opvolging en weinig administratie.

4. Ontwikkel sterke procescoachingsvaardigheden

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

Een vak- of werkgroepcoördinator kan deze rol gekregen hebben omdat zij of hij inhoudelijk heel sterk is. Om een vak- of werkgroep voldoende progressie te laten maken zijn ook coachingsvaardigheden van groot belang. In een groep kan er immers weerstand en groepsdruk ontstaan. Hoe ga je bijvoorbeeld om met onwrikbare onderwijsideeën of verworven rechten? Daarbij is het belangrijk dat de moderator van de bijeenkomsten (is niet noodzakelijk de vak- of werkgroepcoördinator) inzicht heeft in groepsdynamiek, onder de waterlijn kan kijken en collega’s kan coachen.

Tip: zorg ervoor dat coördinatoren onder onder de ijsberg kunnen duiken of leer hen de principes van Deep Democracy zoals luisteren naar de stem van de minderheid, vragen of er nog mensen zijn die er zo over denken en zorgen dat iedereen een evenwaardige bijdrage kan leveren tijdens een bijeenkomst.

5. Werk systemisch en vakoverschrijdend

Het risico van vakgroepen is dat iedereen binnen het vak blijft waardoor je de verbindingen over de vakken heen mist. Dit kun je als volgt vermijden:

• Zoek naar de kruisverbindingen tussen de inhoud van vak- of werkgroepen. In welke mate kunnen bijvoorbeeld bepaalde leerdoelstellingen op een vakintegratieve manier beter en efficiënter gerealiseerd worden? Benarder de pedagogisch-didactische aanpak op een systemische manier en kom zo tot verticale leerlijnen. Het EduNext transformatierad kan daar als denkmodel bij helpen.

• Zorg voor intervisie tussen de vakwerkgroepcoördinatoren. Die kunnen naar elkaar toe een casus brengen (v.b. een probleem of een uitdaging binnen haar of zijn vakwerkgroep) waarbij de collega’s volgens een intervisiemethodiek luisteren, vragen stellen en advies geven. Op de manier staan de coördinatoren er niet alleen voor en kunnen ze elkaar helpen en coachen.

Tip: Laat coördinatoren elkaar casussen voorleggen via de OASE methodiek.

6. Werk aan zelfregulerende vaardigheden

We hebben het vaak over zelfregulerende vaardigheden van leerlingen zoals emotieregulatie, impulscontrole, werkgeheugen, taakinitiatie, planning, respons-inhibitie, doelgericht gedrag, volgehouden aandacht, metacognitie, organisatie, flexibiliteit en time-management. Maar ook de zelfregulerende vaardigheden van leraren zijn cruciaal om van chaotische, besluiteloze, ongemotiveerde, conflicterende, perfectionistische, te weinig kritische en afhankelijke vak- of werkgroepen te evolueren naar efficiënte, leerzame, samenwerkende, flexibele, leerlinggerichte, duurzame en diverse professionele leergemeenschappen.

Tip: Ga na hoe sterk de zelfregulerende vaardigheden van de deelnemers aan de vak- en werkgroepen zijn ontwikkeld. Kijk ook eens is het gesteld is met andere belangrijke vaardigheden zoals elkaar groeigericht feedback kunnen en durven geven, feedback kunnen ontvangen, kunnen (zelf)reflecteren of elkaar kunnen en mogen coachen.

7. Implementeer een evenwichtige rolverdeling

Collega’s die goed werk uitvoeren, trekken meestal extra werk aan. In een vak- of werkgroep kan er zo een onbalans ontstaan in de taakverdeling wat nefast is voor de dynamiek. Een evenwichtige taakverdeling waarbij iedereen bijdraagt en waarbij het duidelijk is wie wat doet, geeft veel energie. Naast de normale rollen in een vergadering (modereren, tijd bewaken en verslag maken) is een goede match tussen kennis, vaardigheden, expertise en talenten van de vak- en werkgroepleden enerzijds en de taken die ze er uitvoeren anderzijds cruciaal.

Tip: breng in de vak- en werkgroepen de belangrijkste taken in kaart, inventariseer ieders competenties en talenten en verdeel die nadien op sociocratische wijze evenwichtig onder elkaar.

HULP nodig bij het versterken van je vakgroepen?

Bovenvermelde hefbomen mee helpen vertalen op maat van jouw school? We denken graag mee na. Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448 voor een vrijblijvend intakegesprek.



Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schoolcijfers en hun relativiteit - Roger Standaert

Roger Standaert fileert de schijnbare objectiviteit van schoolcijfers en legt de vinger op de zere plek: meten is niet hetzelfde als weten. In een systeem dat geobsedeerd is door cijfermatige vergelijkingen, dreigt de werkelijke pedagogische voortgang uit het zicht te raken. Wat zeggen die getallen op een rapport werkelijk over het leerpotentieel van een kind? Een scherpe oproep om de dominantie van de puntenlijst te heroverwegen in het belang van een eerlijker onderwijs.

We hadden een boeiend gesprek met Roger Standaert, professor emeritus in de comparatieve pedagogiek Universiteit Gent. Een van de onderwerpen die aan bod kwamen, waren schoolcijfers en hun relativiteit:

👉 Punten op toetsen zijn een interessant en pedagogisch verantwoord hulpmiddel om met leerlingen in een bepaalde concrete context aan de slag te gaan. Ze zijn echter niet het doel van het onderwijs.
👉 De tendens om steeds maar meer verplichte toetsen in te voeren die dan exact meten of en in welke mate de leerlingen de doelen hebben bereikt zorgt voor een meetbaarheidsdenken dat leidt tot een bijna blind geloof in de waarde van toegekende cijfers en de steeds verder uitdijende bewerkingen ermee.
👉 Cijfers hebben het voordeel dat ze de werkelijkheid eenvoudig maken. Ze geven een gevoel van veiligheid omdat je dan je brein niet moet vermoeien met de vraag te stellen waarop die cijfers slaan en waarom ze die waarde kregen.
👉 De evolutie naar toetsbaarheid waarbij je leraren en scholen kan afrekenen op de behaalde resultaten maakt het vergelijken tussen scholen erg aanlokkelijk, zodat je via de verplichte toetsen ook de goede van de minder goede scholen kan onderscheiden.
👉 Door met exacte cijfers te werken, zie je meteen waar kansarme leerlingen niet voldoende aan hun trekken komen. Op die wijze kan je dan druk uitoefenen op leraren en scholen om die resultaten te verhogen.
👉 Het is belangrijk dat leraren, schoolbesturen en zelfs politici enig inzicht krijgen in cijfergeletterdheid, toegepast op het onderwijs. Het gaat dan op de eerste plaats over statistische basiskennis maar ook over inzicht in de psychologische, commerciële, economische en cultureel bepaalde mechanismen die cijfers versluieren of verdraaien.

💡 Lees het volledige artikel in Impuls Magazine: https://impuls-onderwijs.blogspot.com/2023/04/meetbaarheid-en-cijferbaarheid-roger.html

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Leraar zijn, leraar worden is een genuanceerd, reflectief en mensgericht boek van Geert Kelchtermans

Geert Kelchtermans ontleedt de professionele biografie van de leraar met een ongeëvenaarde diepgang. Leraar worden is geen eenmalige gebeurtenis, maar een levenslang proces van persoonlijke en professionele identiteitsvorming. Kelchtermans waarschuwt voor de versimpeling van het vak tot een set technieken en pleit voor de erkenning van de kwetsbaarheid die inherent is aan het leraarschap. Een essentieel werk voor iedereen die de complexiteit van de onderwijspraktijk werkelijk wil begrijpen.

Het beroep van leraar is vandaag de dag complexer dan ooit. Leraren staan onder druk door hoge maatschappelijke verwachtingen, beleidsmatige vernieuwingen, prestatiemetingen en diversificatie in de klas. In dit uitdagende landschap biedt Leraar zijn, leraar worden van gewoon hoogleraar KU Leuven Geert Kelchtermans een diepgravende en menselijke benadering van het leraarschap. De auteur slaagt erin om het beroep van leraar in zijn volle gelaagdheid te belichten. Zijn uitgangspunt is duidelijk: leraar zijn is wat je doet én wie je bent. Het boek is een krachtig pleidooi voor een herwaardering van het leraarschap als moreel, relationeel en persoonlijk engagement.

Professioneel zelfverstaan

De centrale focus van het boek is het idee dat leraarschap nauw verbonden is met de persoon die de leraar is. Geert Kelchtermans gaat in op de manier waarop leraren zichzelf begrijpen in hun rol, hun beroep beleven en hun professionele identiteit vormgeven. Dit zelfverstaan is geen statisch gegeven, maar een dynamisch proces dat voortdurend evolueert in wisselwerking met de ervaringen die een leraar opdoet, zowel positief als negatief.

Het professioneel zelfverstaan wordt uitgewerkt aan de hand van vijf onderling verbonden componenten:

  1. Zelfbeeld: hoe ziet de leraar zichzelf als professional? Als expert, als begeleider, als motivator, als vakdidacticus.

  2. Het zelfwaardegevoel verwijst naar de emotionele zelfwaardering. In welke mate vindt een leraar dat zij of hij een goede leraar is?

  3. Taakopvatting: wat beschouwt een leraar als haar of zijn kerntaken? Is dat kennisoverdracht, persoonlijke begeleiding, maatschappelijke opvoeding?

  4. Beroepsmotivatie: waarom kies een leraar voor dit beroep en waarom blijft hij het doen?

  5. Toekomstperspectief: hoe ziet de leraar zijn of haar professionele toekomst? Ziet hij mogelijkheden tot groei of overheerst het gevoel van stagnatie?

    Deze componenten geven samen richting aan het professionele handelen van de leraar. Ze zijn persoonlijk en worden gevormd in interactie met leerlingen, collega’s, schoolculturen en bredere maatschappelijke verwachtingen. Het zelfverstaan is dus tegelijk individueel en contextueel.

Subjectieve onderwijstheorie

Deze verwijst naar het geheel van persoonlijke opvattingen en overtuigingen die leraren ontwikkelen over wat werkt in onderwijs, gebaseerd op hun eigen ervaringen. Deze is ‘subjectief’ omdat ze uniek is voor elke leraar. Ze wordt gevormd door biografie, opleiding, ervaringen in de klas en de bredere schoolcontext.

Deze onderwijstheorie vormt het fundament van het handelen van de leraar. Het bepaalt bijvoorbeeld hoe men omgaat met ordeverstoring, hoe men differentiatie aanpakt of welke rol men ziet voor toetsing. Door deze theorie te expliciteren en bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor professionele dialoog, groei en reflectie. De schrijver toont aan dat professionalisering niet zozeer bestaat uit het ‘aanleren’ van nieuwe technieken, maar uit het verdiepen en verfijnen van deze subjectieve theorieën in interactie met anderen.

Bron: afbeelding uit Leraar zijn, leraar worden - Geert Kelchtermans - Pelckmans

De tragiek van het leraarschap

Een krachtig en ontroerend element in het boek is dat kwetsbaarheid onlosmakelijk verbonden is met het leraarschap. De ervaring is dat idealen vaak botsen met de weerbarstige realiteit. Leraren willen het beste voor hun leerlingen, maar worden geconfronteerd met beperkte middelen, tijdsdruk, gedragsproblemen, beleidsdruk en soms een gebrek aan maatschappelijke erkenning. Deze tragiek is volgens Geert Kelchtermans geen teken van falen, maar juist een kernkenmerk van het beroep. Het erkennen van die kwetsbaarheid, zowel bij beginnende als ervaren leraren, is essentieel voor professionele ontwikkeling en voor het behoud van motivatie. Wie voortdurend het gevoel heeft tekort te schieten, zonder daarover te mogen spreken, loopt een groot risico op demotivatie of burn-out. De auteur pleit daarom voor een onderwijspraktijk waarin ruimte is voor reflectie, voor het delen van onzekerheden en voor professionele solidariteit.

De kracht van verhalen

Een van de grote troeven van het boek is de manier waarop Kelchtermans theorie verbindt aan praktijk. Hij doet dit niet met schema’s of modellen, maar met verhalen. Deze verhalen – gebaseerd op zijn eigen onderzoek, interviews en observaties – tonen het dagelijkse leven van leraren in al zijn complexiteit, schoonheid en worsteling.

Het komt erop aan om de juiste relatie te vinden met de leerlingen. Dicht genoeg bij hen, zodat ze zich gezien op bevestigd voelen en tegelijkertijd ook op de juiste afstand. Ik ben immers de leraar, ik moet mijn gezag kunnen Laten helden. Ik moet niet de toffe kameraad spelen
— Verhaal uit Leraar zijn, leraar worden

Door verhalen centraal te stellen, onderstreept Geert Kelchtermans dat het leraarschap niet objectief te vatten is in meetbare prestaties. Het gaat om context, om relaties, om moraal, om betekenisgeving. Een verhaal over een beginnende leraar die worstelt met orde in een moeilijke klas zegt vaak meer dan een beleidsrapport vol cijfers. Bovendien nodigt het vertellen en beluisteren van verhalen uit tot herkenning, dialoog en gedeelde reflectie. Verhalen worden zo een instrument van professionalisering op zich.

Leraar worden

Professionalisering is een levenslang proces van groei, bijleren, vallen en opstaan. Geert Kelchtermans benadrukt dat deze ontwikkeling niet alleen afhangt van individuele inzet, maar van de context waarin een leraar werkt. Beginnende leraren worden vaak ondergedompeld in een realiteit waarvoor geen enkele opleiding volledig kan voorbereiden. De aanwezigheid van mentorfiguren, ondersteunende collega’s en een schoolcultuur waarin openheid heerst, maakt het verschil voor startende en groeiende leraren.

Professionalisering betekent ook: samen leren. De auteur pleit voor leergemeenschappen waarin leraren hun praktijk samen onderzoeken en verbeteren. Dat vergt tijd, vertrouwen en ruimte.

Kritische reflectie

Een ander sterk punt van het boek is de kritische houding ten aanzien van beleidsmatige benaderingen van onderwijs. Geert Kelchtermans verzet zich tegen het idee dat goed onderwijs vooral draait om ‘evidence-based’ technieken, prestatiemetingen, efficiëntie en verantwoording. Niet omdat hij tegen effectiviteit is, maar omdat deze benadering vaak voorbijgaat aan de menselijke dimensie van het onderwijs. Onderwijzen is een relationeel en moreel geladen proces. Wat werkt in de ene klas, kan in een andere situatie totaal anders uitpakken. Daarom heeft de leraar professionele ruimte nodig om op basis van context, ervaring en morele afwegingen in elke situatie een zo goed mogelijk oordeel te vellen. Het onderwijsbeleid doet er goed aan om die ruimte te beschermen, eerder dan haar te beperken.

Gewoon hoogleraar KU Leuven - Geert Kelchtermans

Conclusie

Leraar zijn, leraar worden is geen eenvoudig boek. Het is wel een essentieel boek voor iedereen die het onderwijs ter harte neemt. Het biedt geen pasklare antwoorden of kant-en-klare methodieken, maar nodigt uit tot reflectie, dialoog en herbronning. Het is tegelijk kritisch en hoopgevend, wetenschappelijk onderbouwd en doorleefd menselijk.

Voor leraren, lerarenopleiders, schoolleiders, aanvangsbeleiders en beleidsmakers biedt dit boek een waardevol denkkader dat de mens achter de leraar erkent en respecteert. In een tijd waarin het onderwijs vaak onder druk staat, is Leraar zijn, leraar worden een krachtig pleidooi voor meer menselijkheid, vertrouwen en diepgang in het hart van het leraarsberoep. Het boek is uitgegeven bij Pelckmans.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Houden van leraren – Een ode aan onderwijs met hart en lef - Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck

In een klimaat van tekorten en kritiek brengen Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck een broodnodige ode aan de leraar. 'Houden van leraren' is een manifest voor een schoolcultuur waarin zorg voor de leraar de basis is voor zorg voor de leerling. Het vraagt om lef om weer vanuit het hart te onderwijzen in een systeem dat vaak kil en zakelijk aanvoelt. Een inspirerend boek dat de menselijkheid terug centraal stelt en leraren de erkenning geeft die ze zo broodnodig hebben.

Het boek Houden van leraren is een warm en doordacht pleidooi voor een onderwijs dat vertrekt vanuit vertrouwen, verbondenheid en professionaliteit. In een tijd waarin het debat over onderwijs vaak draait om tekorten, werkdruk en prestaties, kiezen de auteurs bewust voor een ander perspectief: dat van hoop, verbinding, nuance, zorg en samenwerking.

Zij stellen een kernvraag die lang niet genoeg gesteld wordt: hoe kunnen we beter zorgen voor de mensen die elke dag zorgen voor het leren van onze kinderen?

Uitnodiging tot actie

Wat opvalt aan dit boek is de toon. De auteurs zetten bewust in op een positieve, oplossingsgerichte benadering. Ze reiken zeven hefbomen aan die het verschil kunnen maken in het leven en werk van leraren en daarmee ook in de kwaliteit van onderwijs. Elke hefboom is rijk geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, getuigenissen van leraren, directeurs en beleidsmakers uit het Vlaamse onderwijs. Hierdoor blijft het boek dicht bij de praktijk. Het leest als een reeks inspirerende portretten en vormt tegelijk een krachtig en samenhangend betoog.

1. Houden van collega’s

Leraren hebben nood aan steun, erkenning en samenwerking met collega’s. De schrijvers pleiten voor een sterk teamgevoel, waar klasdeuren openstaan, feedback geven vanzelfsprekend is en er ruimte is voor kwetsbaarheid.

De spreidstand voor leraren om tegemoet te komen aan de enorme verschillen tussen leerlingen werd zo groot dat dat in een klassieke organisatiestructuur niet haalbaar was. Binnen het bestaande uren pakket werken vaste teams van 7 tot 10 learen intensief samen om 60 tot 100 leerlingen te begeleiden over de jaren en de vakken heen.

Birgit Van Eyck, basisschool Terra, Antwerpen

2. Houden van leiders met lef

Leiderschap is cruciaal in elke schoolorganisatie. Maar niet elke leider maakt impact. Het boek stelt dat een goede schoolleider visie én nabijheid combineert. Leiderschap is een relationele, inspirerende rol. Goede leiders kennen hun leraren, staan mee op de vloer en durven zichzelf in vraag te stellen. Tegelijk pleiten ze voor leiders die het leerproces van leraren faciliteren en uitdagen. Leiderschap met lef en met liefde.

Het houvast voor een directeur moet in al zijn beslissingen zijn: wat brengt het op voor de kinderen, voor hun leren, voor hun welzijn?

Bart Jonkers - directeur basisschool Leopold 3 Berchem

3. Houden van startende leraren

De auteurs raken hiermee aan een actueel thema: hoe zorgen we ervoor dat startende leraren aan boord blijven? Ze tonen aan dat stabiliteit, begeleiding en groeimogelijkheden startende leraren motiveert. Als starters begeleiding krijgen, ruimte om te groeien én een gevoel van thuishoren, dan vergroot de kans dat ze in onderwijs blijven. Ze breken een lans voor mentorschap op maat, begeleidingstrajecten en buddywerking.

Als we kunnen, laten we onze frisse starters beginnen in een rol als co teacher. Gedurende twee jaar dragen ze de volle verantwoordelijkheid voor een klas niet alleen maar krijgen ze ruimte om te groeien. Bijna elke starter heeft dus een constante begeleider en ervaren co-teacher.

Esther Wallace - directeur vrije basisschool Sancta Maria, Leuven

4. Houden van een afwisselende loopbaan

Wie in onderwijs werkt, weet hoe belangrijk het is om zich te blijven ontwikkelen. Toch zijn veel loopbanen in onderwijs vandaag nog lineair en weinig gedifferentieerd. Greet Decin, Sanne Baeck en Bert Maes doen een oproep voor flexibele loopbaanpaden die leraren uitdagen volgens hun talenten en ambities waarbij autonomie, verbondenheid en competentie hun motivatie voedt.

Wij zetten in onze scholengemeenschap sterk in op in huis-experten. Naast een digicoach willen we ook ontwikkelcoaches inzetten. Dat zijn coaches die al meer ervaring hebben met lesgeven en een opleiding zullen krijgen om hun collega te helpen reflecteren en zich verder te ontwikkelen.

Tom Cox, Coördinerend Directeur Scholengemeenschap Sint Quintinus Hasselt

5. Houden van efficiënte administratie

Eén van de grootste frustraties in het onderwijs is de administratieve last. Leraren verliezen te veel tijd aan invulwerk, verslaggeving en verantwoording. De auteurs denken dat dit efficiënter en slimmer kan. Zo is er het voorbeeld van scholengroep Adite die hun zorgoverleg efficiënter hebben gemaakt. Zo werken ze met een algemeen klasbeeld met kleurencodes zodat ze in een oogopslag kunnen zien wie extra zorg nodig heeft, een systeem dat ook voor efficiëntie zorgt in de klassenraden.

Als ouders zich welkom voelen op school en je in dialoog gaat met hen, verlaagt dat ook de druk om met allerlei papieren te willen verantwoorden.

Annelies Steenacker, directie François Laurent Instituut Gent

6. Houden van ouderparticipatie

Wanneer ouders betrokken zijn, presteren leerlingen beter. Maar ouderbetrokkenheid is meer dan een oudercontact of een agenda-ondertekening. Het boek laat zien hoe scholen ouders als volwaardige partners kunnen benaderen, via formele én informele contacten. De auteurs onderstrepen ook het belang van inclusie: taalondersteuning, vertaling en drempelverlaging zijn essentieel om élke ouder te bereiken.

Ga naar de wijk. Wij organiseren verbindende eetmomenten in wijken en werken daarvoor samen met organisaties die al vertrouwd zijn met onze ouders. Aan de inkom kunnen ouders op de wereldkaart aangeven waar ze vandaan komen. Onze ouders organiseren ook een tweede kans winkeltje op school. Daarnaast organiseren we babbelboxavonden en bij elk oudercontact is er een oudercafé met een gratis drankje. De leerkrachten bellen ouders waarvan ze weten dat ze minder makkelijk naar een ouder contact komen, op voorhand op. We voorzien vertaling voor anderstalige ouders en zoeken naar oplossingen als een ouder later op de avond niet meer met de bus tot op school geraakt. Als we merken dat ouders niet inloggen op een schoolplatform, dan bellen we hen op.

Nancy van Hoof, GOK-coördinator van de talentenschool in Turnhout

7. Houden van samen leraren opleiden

De laatste hefboom richt zich op de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en beleid. Hier pleiten de auteurs voor een systeem van samen opleiden, samen onderzoeken en samen groeien. Opleiders moeten meer betrokken worden bij de praktijk, scholen moeten meer kunnen investeren in de begeleiding van nieuwe collega’s.

Netwerken waarin scholen en opleidingen samenwerken, kunnen een krachtige hefboom zijn voor kwaliteitsvol onderwijs. Dit vraagt wel visie én structuur op hoger niveau.

Bert Maes (auteur), Sanne Baeck (auteur), Zuhal Demir (minister van onderwijs), Greet Decin (auteur) en Marc Vandewalle (AD UCLL)

Menselijke toon, herkenbare verhalen

Wat dit boek zo bijzonder maakt, is de menselijke toon. De auteurs oordelen niet, maar observeren en reiken uit. Ze benoemen wat moeilijk is, maar blijven altijd gericht op mogelijkheden. De praktijkvoorbeelden zijn concrete casussen die tonen dat verandering mogelijk is mits visie, samenwerking en moed. Dat maakt het boek inspirerend en motiverend.

Conclusie

Houden van leraren is een ode aan de kracht van verbinding in onderwijs. Het herinnert ons eraan dat scholen niet draaien om structuren of systemen, maar om mensen. Leraren die zich gezien voelen, schoolleiders die durven leiden met hun hart, ouders die zich welkom voelen en starters die hun weg vinden in het mooie onderwijsvak. Het boek is uitgegeven bij Lannoo Campus.








Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Coach je onderwijscollega - praktische gids voor coaches op school - Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst

Collega's coachen vraagt om een fragiele balans tussen nabijheid en distantie. Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst bieden een uiterst praktische gids voor wie op school de rol van coach op zich neemt. Voorbij de technieken gaat het om het creëren van een veilige ruimte waarin echte reflectie kan plaatsvinden. Hoe help je een collega om de eigen blinde vlekken te ontdekken zonder de werkrelatie te belasten? Een onmisbaar werkinstrument voor elke interne mentor of coach.

Dit boek biedt een diepgaande en praktijkgerichte benadering van coaching binnen het onderwijs. In een tijd waarin samenwerking, professionele ontwikkeling en welzijn van leerkrachten steeds belangrijker worden, reikt dit werk handvatten aan om op een empathische, systematische en effectieve manier collega's te begeleiden. De auteurs hebben duidelijk niet alleen theoretische kaders, maar ook veel ervaring in het werkveld, waardoor het boek zowel inspireert als houvast biedt.

Coaching als proces van binnenuit

Centraal in dit boek staat het idee dat coachen geen corrigerende, maar een faciliterende rol is. Het is een proces dat niet gestuurd wordt door de coach, maar door de coachee zelf. De coach stelt vragen, helpt reflecteren en stimuleert bewustwording; de inzichten en oplossingen komen van de gecoachte persoon. De nadruk ligt op het erkennen van verlangens, blokkades en groeipotentieel achter schijnbaar ‘negatieve’ houdingen. De coachee zit aan het stuur, de coach wandelt mee, stelt vragen, spiegelt en confronteert met respect en betrokkenheid.

Coaching is geen rol, het is een houding.

Rijkdom aan kaders

De auteurs bieden de lezer een waaier aan praktische modellen aan waaronder:

Het kernkwadrant van Ofman: een intuïtieve en effectieve manier om kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën in kaart te brengen.

De logische niveaus van Dilts: nuttig om te verkennen op welk niveau belemmeringen of veranderingen zich situeren (omgeving, gedrag, overtuigingen, identiteit).

Het GRROW-model volgens Jef Clement (gebaseerd op John Whitmore): een gestructureerde gesprekskapstok gebaseerd op doelen, realiteit, hulpbronnen, opties en actie.

Het professionele zelfverstaan van Geert Kelchtermans: een krachtig model dat de dieperliggende drijfveren en overtuigingen van een leraar blootlegt.

De auteurs maken deze modellen toegankelijk en tonen ook aan hoe je ze als coach kunt gebruiken, afhankelijk van de aard van het gesprek of de hulpvraag van de coachee.

Praktische toepasbaarheid

Een sterk punt van het boek is de praktische vertaalslag van theorie naar praktijk. De auteurs leggen gesprekstechnieken zoals doorvragen, herkaderen, concretiseren helder uit en bespreken ook hun effect en valkuilen. Zo raden ze aan om de ‘waarom-vraag’ zoveel mogelijk te vermijden omdat die vaak in het verleden graaft en defensieve reacties kan oproepen. In plaats daarvan focussen ze op coachende toekomstgerichte vragen die nieuwsgierigheid en exploratie stimuleren.

De auteurs schenken ook aandacht aan actief luisteren, stiltes en het leren lezen van non-verbale signalen. Ze behandelen verschillende gespreksvormen (reflectie-, feedback- en feedforwardgesprekken), geven duidelijke richtlijnen over hoe en wanneer ze in te zetten en bespreken het belang van timing, voorbereiding en sfeer bij coachingsgesprekken.

Persoonlijke kwaliteiten van een goede coach

Een ander waardevol aspect van het boek is de nadruk op de innerlijke houding van de coach. Eigenschappen zoals empathie, discretie, betrouwbaarheid, aanwezigheid en toewijding zijn volgens de schrijvers cruciale bouwstenen om succesvol te coachen.

Het boek daagt de lezer uit tot zelfreflectie. Ben ik écht aanwezig in het gesprek? Ben ik geneigd te snel advies te geven of het gesprek te veel te sturen? Heb ik voldoende oog voor mijn eigen emotionele reacties? Deze meta-reflectie verhoogt de kwaliteit van het coachingsproces en draagt bij aan de professionalisering van de coach zelf.

Uitdagingen en valkuilen

Het laatste deel van het boek gaat in op specifieke moeilijkheden waar coaches mee kunnen worstelen, zoals het omgaan met emoties (boosheid, verdriet, angst, vreugde), overdracht en weerstand. De auteurs slagen erin deze thema’s met nuance en respect voor de complexiteit ervan te behandelen. Ze wijzen ook op valkuilen zoals relativeren (“zo erg is het toch niet?”), egocentrische empathie (“ik heb dat ook meegemaakt”) en het aandragen van snelle oplossingen. Zulke reacties - hoewel vaak goed bedoeld - kunnen het reflectieproces blokkeren of de coachee het gevoel geven niet écht gehoord te worden.

Ook de wijze waarop de auteurs weerstand benaderen is sterk: niet als een hinderpaal, maar als een ingang voor verdieping. Door weerstand te erkennen, bespreekbaar te maken en samen te onderzoeken, ontstaat er ruimte voor betekenisvolle verandering.

Conclusie

De stijl van het boek is helder, vriendelijk en aanmoedigend. Hoewel het boek een aantal modellen bevat, is het zeer toegankelijk en herkenbaar voor iedereen die in het onderwijs werkt. Wat bijdraagt aan de leesbaarheid zijn de vele concrete voorbeelden en gespreksfragmenten die illustreren hoe de theorie in de praktijk tot leven komt. Coach je Onderwijscollega is een warm, deskundig en diepgaand handboek dat elke leerkracht, mentor, begeleider of directielid - die de ambitie heeft om collega’s te ondersteunen in hun professionele groei - kan versterken. Aangezien onderwijs meer en meer een teamsport wordt, is elkaar goed kunnen coachen een belangrijke vaardigheid in een lerarenteam. Dat leer je via dit boek en uiteraard door het veel te doen. Het boek is uitgegeven bij Pelckmans.

Meer lezen