Blog

EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext leergemeenschap basisonderwijs regio West-Vlaanderen/Oost-Vlaanderen - schooljaar 2025 - 2026

Samen met collega's uit de regio de diepte ingaan over de uitdagingen in het basisonderwijs: dat is de kern van de EduNext leergemeenschap. In West- en Oost-Vlaanderen bundelen we de krachten om transformatieprocessen te versterken. Geen droge theorie, maar een traject waarin we elkaars scholen bezoeken en de rauwe praktijk als studieobject nemen. Ben je klaar om je eigen werking te spiegelen aan die van gelijkgestemde pioniers en samen te bouwen aan de school van morgen?

lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS

Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school? 

  • Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen

  • Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?

EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en een webinar:

  1. Schoolbezoek: Freinetschool De Koorddanser Meulebeke: 19 november (9 - 12)

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)

  3. Schoolbezoek: De Springplank Brugge: 27 januari (13 – 16)

  4. Schoolbezoek: Sint-Camillus Sint-Niklaas: 12 maart (9 - 12)

  5. Onderwijscafé: Breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30) 

Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?

De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.     

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap basisonderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.

Gedetailleerd programma

  1. Schoolbezoek: Freinetschool De Koorddanser Meulebeke: 19 november (9 - 12)

    In deze school komen kinderen én begeleiders elke dag met goesting leren en groeien. Het is een hecht team van bevlogen leraren met een gedeelde missie: samen leren, zoeken, proberen en verbeteren. De school focust op kennis en via de taal van de deugden ook op karaktervorming. Het schoolteam heeft een jarenlange en rijke ervaring in de Freinet pedagogie. Laat je inspireren door hun doordachte leeromgeving waar elke fysische ruimte de pedagogie en didactiek versterkt. Ontdek hoe samenwerking en kindgericht werken de dagelijkse praktijk van de school vormen. Leer waarom en hoe het schoolteam hun kinderen met hart en ziel begeleidt.

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)

    De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.

  3. Schoolbezoek: De Springplank Brugge: 27 januari (13 – 16)

    Deze school benadert onderwijs vanuit de behoeften van elk kind. Ontdek hoe het schoolteam traditionele leeftijdsgrenzen doorbreekt en kinderen op hun eigen tempo laten leren. Je krijgt een kijkje in hun innovatieve leermethoden waaronder co-teaching, klasdoorbrekend werk en de integratie van technologie, actief leren, personalisatie en creatief denken. De gepassioneerde talentencoaches van de school werken nauw samen om elke leerling te ondersteunen en bieden gepersonaliseerde leerpaden die aansluiten bij hun unieke talenten. Zo creërt de school een dynamische leeromgeving waarin motivatie, betrokkenheid en leerresultaten centraal staan. En leren de leerlingen vaardigheden die ze in een snel veranderende wereld nodig hebben.

  4. Schoolbezoek: Sint-Camillus Sint-Niklaas: 12 maart (9 - 12)

    In deze talentenschool staan differentiatie en welbevinden centraal. De didactische pijlers zijn een sterk taalonderwijs, brede evaluatie en executieve functies. Elke leerlingengroep wordt begeleid door drie leerkrachten, zodat er ondersteuning is voor iedere leerling. Differentiatie gebeurt door leerlingen op niveau in te delen. Naast reguliere klasgroepen biedt deze school extra mogelijkheden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben:

    • Boostklas: begeleidt kleuters (die naar de lagere school gaan) en de jongste leerlingen in de lagere school bij een soepele overgang.

    • Rakkersklas: ocust op projectwerking en functioneel leren.

    • Wereldklas: richt zich op het leren van Nederlands voor anderstalige nieuwkomers uit alle reguliere groepen.

  5. Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30) 

    We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen. 

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap basisonderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en themabijeenkomsten.  Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

De basis van klassenmanagement - Tom Adams en William Buys

Zonder een solide basis van klassenmanagement komt zelfs de meest briljante pedagogische visie nooit van de grond. Tom Adams en William Buys herinneren ons eraan dat effectieve interactie begint bij voorspelbaarheid en heldere structuren. Maar hoe pas je deze klassieke principes toe in een moderne, open leeromgeving? Dit artikel fileert de fundamentele vaardigheden die elke leraar moet beheersen om een veilig en vruchtbaar leerklimaat te creëren waarin elke leerling tot leren kan komen.

Een groep leerlingen meekrijgen in jouw verhaal en een veilige en productieve leeromgeving creëren: een complexe opgave voor leraren. Dit leerproces kost vaak jaren en verloopt voor iedereen anders. Wat als je niet alle fouten die anderen hebben gemaakt, zelf ook moet maken? Wat als je kon leren van hoe anderen het succesvol hebben aangepakt? In hun boek geven de auteurs aan (aanstaande) leraren praktische tips hoe ze een klasklimaat kunnen faciliteren waarin leerlingen goed kunnen leren.

Een flexibel repertoire

Klassenmanagement is volgens Tom Adams en William Buys een geïntegreerd concept waarbij pedagogische, onderwijskundige en (vak)didactische elementen met elkaar in verbinding staan en elkaar beïnvloeden. Als leraar kun je bijvoorbeeld nadenken over je les (vakdidactiek), terwijl je rekening houdt met de specifieke kenmerken van je doelgroep (pedagogisch) en de wijze waarop je als leraar de kennis overbrengt (onderwijskundig). Een leraar moet adequaat kunnen handelen, gebruik kunnen maken van verschillende manieren van lesgeven en als een methode niet werkt, kunnen overschakelen op iets anders.

Het is belangrijk om zelf voorbeeldgedrag te laten zien maar ook om structuur en duidelijkheid te bieden. Eerst werken aan de relatie met je leerlingen, dan komt pas presteren. Als leraar neem je best de regie vanuit een natuurlijk overwicht in plaats van vanuit macht te handelen. En veelvuldig met waarschuwingen te moeten strooien of straffen uit te delen. Naast nabijheid en betrokkenheid zorgen duidelijke regels en structuur voor een rustig en overzichtelijk leerklimaat.

Vijf vaardigheden voor goed klassenmanagement

De auteurs beroepen zich op Evertson & Weinstein die volgende vaardigheden definiëren:

- Bouw aan een relatie met en tussen leerlingen. Dit heeft betrekking op je interpersoonlijk handelen in relatie tot je klas en je leerlingen

- Zorg voor een productief leerklimaat: via de organisatie van je les, de activiteiten die je in de les doet en/of de wijze waarop je werkvormen aanbiedt

- Creëer een veilig leerklimaat: bepaal en ga goed om met regels. Zorg voor een balans tussen een goede relatie met je leerlingen en gezag hebben

- Ondersteun de ontwikkeling van sociale vaardigheden en zelfregulatie: help leerlingen bij hun leerproces en coach hen op emotioneel en gedragsniveau

- Treed op bij gedrags- of ordeproblematiek: in situaties waarbij preventieve acties niet meer werken, is de wijze waarop je als leraar omgaat met ongewenst leerlingengedrag en/of ongewenst klasklimaat cruciaal.

Geef leerlingen uit een moeilijk te handhaven klas het voordeel van de twijfel en probeer achter het gedrag te kijken dat ze in eerste instantie laten zien.

Creëer een productief leerklimaat

De schrijvers adviseren om vooraf goed na te denken over welke interventies je in de klas wil inzetten. Wil je nog terugkomen op voorvallen of afspraken uit de vorige les? Wat is de beginsituatie als je een nieuw onderwerp start? Hoe ga je achterhalen welke voorkennis je leerlingen al hebben? Wat zijn je lesdoelen, welke leeractiviteiten ga je inzetten en hoe ga je op het einde van de les evalueren? Door je goed voor te bereiden, heb je meer tijd om te observeren wat er zich in het klaslokaal afspeelt.

William Buys en Tom Adams spreken uit ervaring als ze zeggen dat het belangrijk is om tijdens je les keuzes te durven maken in wat je nog wel gaat behandelen en wat je laat vallen. We hebben vaak de neiging om te veel leerstof te willen zien die dan minder goed blijft plakken bij de leerlingen of hen stress bezorgt.

Voor een productief leerklimaat is het ook belangrijk om als leraar zelf positief gedrag te laten zien. Dat zorgt voor een sterkere relatie met je leerlingen en maakt meteen duidelijk wat het gewenst gedrag is. De leerlingen gaan dit dan spiegelen en nemen jouw gedrag over.

Lees je gedrag en dat van je leerlingen

De roos van Leary biedt de mogelijkheid voor leraren om hun gedrag in een groep en dat van leerlingen te analyseren te analyseren en aan te passen. Het beschrijft 8 verschillende gedragsstijlen en verklaart hoe individuen op elkaars communicatieve stijl reageren. Hiermee geeft het handvaten voor de subtiele beïnvloeding van groepsprocessen en de verbetering van de omgang met leerlingen.

De roos van Leary

Maak gebruik van de ik-boodschap, maak duidelijk dat jij het niet wil in plaats van dat het niet mag volgens de regels van de school.

Het ligt niet aan de leerling

Goed onderwijs en de relatie tussen leerling en leraar zijn de meest belangrijke factoren bij het effectief voorkomen van gedragsproblemen. Leraren hebben echter lang niet altijd oog voor hun eigen aandeel in de gedragsproblemen van leerlingen. Ze zijn vaak geneigd om de problemen toe te schrijven aan leerlingenkenmerken en/of gezinsomstandigheden. Wanneer een leraar over een beter inzicht en een passend handelingsrepertoire beschikt, nemen de negatieve gevoelens ten opzichte van de leerlingen met gedragsproblemen af en verlopen de interacties met deze leerlingen positiever.

De houding van de leraar heeft misschien wel de grootste invloed op goed klassenmanagement. Deze houding bestaat uit alertheid en emotionele objectiviteit. Alertheid is het bewustzijn van wat er in je groep gebeurt. Het is belangrijk om je daar als leraar heel bewust van te zijn. En om vriendelijkheid uit te stralen, een open, uitnodigende houding te hebben en oogcontact te maken. Zo geef je leerlingen het gevoel dat ze gezien worden. De schrijvers waarschuwen om daarin ook niet te ver te gaan en je steeds bewust te blijven van je rol als leraar. Niet proberen het ‘vriendje’ van de leerlingen te worden.

Sta bij de deur als de les begint, begroet iedereen en zorg dat je de namen kent. Praat met je leerlingen, vraag wat ze in het weekend gedaan hebben en wat hen bezighoudt.

Hoe ongemanierd, onfatsoenlijk of ronduit bedreigend of asociaal het gedrag van leerlingen ook kan zijn, het is belangrijk om te beseffen dat dit nooit persoonlijk naar jou bedoeld is. Ongewenst gedrag is te verklaren doordat leerlingen status willen krijgen in de klas, stoer willen doen naar anderen, of gefrustreerd zijn omdat ze de stof niet snappen of omdat er in een andere les of thuis iets speelt dat invloed heeft op hun emotionele toestand.

Klassenmanagement bij verschillende schooltypes

De schrijvers hebben in hun boek aandacht voor de verschillende types onderwijs. Zo kan klassenmanagement in buitengewoon onderwijs ook heel uitdagend zijn. Er kan immers internaliserend gedrag ontstaan van leerlingen met faalangst of psychosociale problemen. Hierdoor trekken deze leerlingen zich terug, maken ze moeilijker contact met anderen en is er sprake van depressieve gedachten. Daarnaast kan er ook externaliserend gedrag optreden, storend voor de omgeving: driftbuien, agressief en respectloos gedrag en pesten. Leerlingen met een licht verstandelijke beperking kunnen het vermogen ontbreken om emoties te filteren op momenten dat het misgaat. De schrijvers stippen aan dat het belangrijk is dat de leraar deze leerlingen niet als kwetsbaar ziet, maar hen ‘normaal’ behandelt ondanks dat ze extra begeleiding nodig hebben.

Ze adviseren om bij aanvang van het schooljaar te investeren in groepsvorming en in te zetten op respect, gezelligheid en samenwerken. Daarnaast kan een wekelijks moment waarop het aanleren van sociale vaardigheden centraal staat, ook goed werken.

Vier effectieve vormen van docenthandelingen:

- Vermijd een persoonlijke strijd met leerlingen

- Corrigeer storend gedrag van leidersfiguren

- Gebruik straf met mate

- Vermijd conflicten tijdens de les

De auteurs raden aan om altijd de balans tussen zachtheid en helderheid te bewaken. Zachtheid in mimiek en stem in combinatie met een duidelijke boodschap. Belangrijk is dat je bij storend gedrag de leerling aanspreekt op het gedrag en niet op de persoon. En om het gedrag wat je ziet te benoemen en aan te geven dat je dit storend vindt. Probeer altijd te achterhalen waar het gedrag vandaan komt. Om vervolgens te zeggen wat voor gedrag je dan wel wil zien.

Inzetten op zelfregulerend leren is volgens William Buys en Tom Adams dan ook cruciaal. Zorgen dat leerlingen afhankelijk van hun context hun gedrag, gedachten en motivatie zelf richting kunnen geven met het oog op het bereiken van hun leerdoelen.

William Buys (onderwijskundige, lerarenopleider Fontys) - Tom Adams (practor Koning Willem I college)

Herstelrecht in het onderwijs: groen en rood

Hoop, humor en herstel zijn volgens de auteurs belangrijke bouwstenen voor een schoolbrede aanpak:

• Hoop: het vertrouwen dat leerlingen en leraren moeten hebben dat er een waardevol leven in het verschiet kan liggen

• Humor: de smeerolie die de raderen soepel laat draaien

• Herstel: de levensvisie die de veilige basis weer laat glimmen nadat die krassen of deuken heeft opgelopen

Bij herstelrecht kun je de kleuren groen en rood onderscheiden:

• Van groen gedrag wordt iedereen beter

• Bij rood gedrag is er altijd iemand die schade van iets ondervindt

Mensen die rood communiceren, proberen jou mee te trekken naar het rode vlak. Aanklagers maken slachtoffers en slachtoffers zoeken redders (dramadriehoek).

De kunst is om ook in spannende en stressvolle situaties groen te reageren, juist op rood gedrag van anderen. Het streven is dat leerlingen groen handelen en zich bewust zijn van hun rode gedrag, dat meestal narigheid oplevert ten opzichte van anderen en zichzelf (agressie, depressie en wanhoop). Door rood te handelen, sluiten ze zichzelf namelijk uit van anderen.

Behandel je leerlingen als mensen en dan heb je geen problemen. Behandel je hen als leerplichtigen, dan loop je grote kans om problemen te krijgen omdat in dit geval het onderwijs centraal komt te staan en niet de persoon die het onderwijs volgt.

Niet één maar drie culturen

Leerlingen leven in drie culturen, elk met een eigen dynamiek en sociale ladders:

• De thuiscultuur

• De straatcultuur

• De schoolcultuur

Het onderwijs moet deze drie culturen erkennen en de onderling tegenstrijdige codes en boodschappen leren begrijpen en productief hanteren. Volgens Iliass El Hadioui, grondlegger van de filosofie achter de Transformatieve School, zijn jongeren constant bezig met de beklimming van deze drie ladders. Terwijl leraren het liefst zien dat ze de schoolladder beklimmen, bestaat de uitdaging erin om een match te vinden tussen de school, thuis en de straat. Alleen zo kunnen jongeren een bepaalde rust ervaren.

Conclusie

De auteurs strooien in hun boek met waardevolle tips: tips om een relatie te creëren met en tussen je leerlingen, tips om een productief leerklimaat te creëren, tips om vanuit je handelen te komen tot een veilige leeromgeving, tips om de ontwikkeling van sociale vaardigheden en zelfregulatie te ondersteunen, tips om vat te krijgen op ordeverstorend gedrag. Dit kan voor de beginnende leraar overweldigend overkomen. Hoe slaag je erin om al die tips in de praktijk te brengen? Anderzijds is er een leerproces en kun je het niet van in het begin perfect doen. De tips zijn handig om op terug te vallen en als reflectie dienen als het eens wat minder loopt. De basis van klassenmanagement is een met onderzoek onderbouwd sterk boek dat een houvast kan bieden voor elke leraar, niet alleen voor starters. Het boek is uitgegeven bij LannooCampus.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Artificiële Intelligentie in de klas – praktische gids voor onderwijsprofessionals – Robbe Wulgaert

Robbe Wulgaert snijdt door de hype en biedt een nuchtere, praktische gids voor het gebruik van AI in het onderwijs. Voor veel leraren voelt artificiële intelligentie als een bedreiging, maar Wulgaert laat zien hoe het een krachtige bondgenoot kan zijn bij het differentiëren en het verminderen van de planlast. Een verkenning van de mogelijkheden en ethische grenzen van een technologie die de klas van morgen fundamenteel zal veranderen. Hoe behouden we de regie in een algoritme-gestuurde wereld?

Technologie zoals ChatGPT zet ons onderwijs al een tijdje op losse schroeven. Artificiële intelligentie is overal en blijkt in het onderwijs een eindeloos discussiepunt. Gaat AI onze job overnemen? Gaan leerlingen hun huiswerk maken met GPT-tools? Boek je leerwinst met een AI-tutor? Robbe Wulgaert, leraar informaticawetenschappen en AI aan het Sint-Lievenscollege te Gent en gastdocent aan de Universiteit Antwerpen, toont in zijn boek hoe we leerlingen essentiële A.I.-competenties kunnen bijbrengen. Gebaseerd op Europese richtlijnen en recent onderzoek, geeft hij inzage in concreet uitgewerkte lesmaterialen tot een leerlijn AI.

AI verwijst naar op machines gebaseerde systemen die – gegeven een reeks door de mens gedefinieerde doelstellingen – voorspellingen, aanbevelingen of beslissingen kunnen doen die van invloed zijn op echte of virtuele omgevingen.

Onderwijs voor, met en over AI

De auteur deelt de AI competenties op in drie overlappende categorieën:

- Onderwijs voor AI: ontwikkelen van vaardigheden om kritisch en veilig met AI systemen om te gaan. Dit vertrekt vanuit het gebruikersperspectief.

- Onderwijs met AI: het gebruik van AI systemen ter ondersteuning van educatieve doelen uit diverse vakdomeinen met inbegrip van pedagogische beoordeling en kennis van de werking van algoritmes. Dit vertrekt vanuit het vakperspectief.

- Onderwijs over AI: alle aspecten van AI waarbij zowel technologische als menselijke dimensies worden benadrukt. Kennis en vaardigheden uit de vorige categorieën combineren om eigen toepassingen te ontwikkelen. Dit vertrekt vanuit het ontwikkelaarsperspectief.

Copy change paste

Robbe Wulgaert biedt in het boek mooi uitgewerkte lessen maar waarschuwt de lezende leraren om deze niet klakkeloos over te nemen maar om ze te contextualiseren en naar hun hand te zetten. Het is belangrijk om de aanpak aan te passen naar hun eigen lespraktijk, hun specifieke schoolomgeving en hun persoonlijke voorkeuren. Hij nodigt hen uit om met de beschreven aanpak aan de slag te gaan, deze te herinterpreteren en in andere vormen te gieten. Gewoon kopiëren en plakken zal niet het gewenste effect hebben.

DigComp 2.2

Robbe Wulgaert verwijst naar onderstaand model van de Europese Commissie:

Het DigCompEdu kader is bedoeld om te beschrijven hoe je digitale technologieën kunt gebruiken om onderwijs en vorming te verbeteren en te innoveren. Het beschrijft 24 competenties, georganiseerd in 6 gebieden.

• Professionele betrokkenheid.

• Gebruiken, vinden, creëren en delen van digitaal lesmateriaal.

• Gebruik van digitale tools voor lesgeven en leren.

• Digitaal toetsen en evalueren.

• Gebruik van digitale technologieën voor de ondersteuning van leerlingen. 

• Aanleren van digitale competenties aan leerlingen.

De auteur lijst in het boek in detail de kennis en vaardigheden op die leraren moeten verwerven om hieraan te voldoen.

AI onderwijs koppelen aan competenties

De lessen die de schrijver vanuit onderzoek en ervaring heeft uitgewerkt zijn telkens gekoppeld aan te bereiken leerdoelen. Hij schenkt daarbij aandacht aan:

- begrijpen hoe zoekmachines, sociale media en bepaalde apps algoritmes voor inhoudsaanbevelingen gebruiken om de gebruikerservaring te personaliseren en te optimaliseren.

- herkennen dat bestaande algoritmes en hun gebruikers bestaande denkbeelden kunnen versterken en digitale echokamers of filterbubbels kunnen creëren.

- bewust worden van vooroordelen in data die AI-systemen nodig hebben om te trainen. Dat kan ervoor zorgen dat bestaande vooroordelen geautomatiseerd worden en verergeren.

- signalen weten te herkennen die aangeven of je communiceert met een mens of met een AI-gebaseerde gespreksagent (v.b. bij chatbots)

- weten dat AI-systemen gebruikt kunnen worden om automatisch digitale inhoud te creëren met bestaande digitale inhoud als bron, vaak moeilijk te onderscheiden van menselijke creaties

- verstaan hoe je AI-bewerkte/gemanipuleerde digitale inhoud in je eigen werk kan verwerken. Dit kan vragen oproepen wie daarvoor geaccrediteerd moet worden

- bewust zijn van de ethische gevolgen van AI-systemen zoals de gevolgen voor milieu en maatschappij (platformisering van werk, algoritmisch beheer van privacy, onderdrukken rechten werknemers of gebruik van goedkope arbeidskrachten voor het labelen van beelden om AI-systemen te trainen).

TIEN voor taal

Chat GPT is intussen goed ingeburgerd in heel wat scholen. Hoewel het essentieel is, vinden veel leraren het overweldigend om consequent feedback te geven aan grote aantallen leerlingen. Het kost al snel dertig minuten per leerling om duidelijke en diepgaande feedback op een schrijftaak te formuleren. Een mix van AI-gegenereerde feedback voor vroege versies van een schrijftaak en menselijke feedback voor latere of definitieve versies leidt tot de beste leerresultaten. Daarbij wijst Robbe Wulgaert ook op het belang van goede prompts (een aanwijzing die je aan het model geeft om het gewenste antwoord uit te lokken). Een te algemene prompt levert vaak vage antwoorden op, terwijl een te specifieke prompt de creativiteit van het model kan beknotten. Voor het geven van feedback integreer je best vijf ingrediënten in je prompt: de rol en het doel van de feedback, duidelijke instructies, pedagogische principes, begrenzingen van de taak en de persona van de AI.

De auteur waarschuwt om AI-tools kritiekloos te gebruiken en raadt aan om nooit blindelings te vertrouwen op de output en de AI-resultaten altijd met je eigen kennis en verwachtingen te vergelijken. Zo niet kan dit leiden tot een scenario waarin feedback een vorm van vrijstelling wordt in plaats van ondersteuning. Dat risico bedreigt een cruciale rol van onderwijs, namelijk diepgaande cognitieve verwerking stimuleren. Leren gaat over herhaalde inspanningen en ‘wrijving’, uitdagingen die studenten stimuleren om na te denken en hun begrip en vaardigheden te herzien. Wanneer AI feedbacktools die uitdagingen te veel verminderen of zelfs volledig overnemen, kunnen ze belangrijke onderwijsdoelen ondermijnen. Het is essentieel dat we die technologieën inzetten om zelfstandig denken en probleemoplossende vaardigheden te ontwikkelen, om oefen- en verbeterkansen te bieden, niet om ze te vervangen.

Robbe Wulgaert

Robbe Wulgaert geeft aan dat AI-tools ook waardevol zijn voor cultuurstudies. Zo kunnen moderne AI-technologieën kunnen ook oude verhalen (v.b. Grieks/Romeins) tot leven brengen.

Reflectie en vooruitblik

De schrijver is ervan overtuigd dat leraren vakexperten kunnen blijven en zich niet hoeven om te scholen tot informatici. Bij de ontwikkeling van een nieuwe les bepaal je eerst de lesdoelen, gebaseerd op leerplannen, competentieprofielen en deelcompetenties. De volgende stap is de vakdidactiek. Welke lesmethoden, leerstrategieën en klasaanpakken hanteer je om die doelen te bereiken? Kies je voor directe instructie of is er een meerwaarde in een geleide praktijkopdracht? De keuze van onderwijstools zoals AI-applicaties komt pas nadat je de doelen en de didactische aanpakken bepaald hebt. Het belangrijkste is om open te staan voor nieuwe mogelijkheden en om deze technologieën op een verantwoorde, kritische en ethische manier in te zetten. De toekomst van onderwijs en technologie ligt niet in het vervangen maar wellicht eerder in het versterken van menselijke capaciteiten door AI. Tot slot raadt Robbe Wulgaert aan om zelf te blijven leren, ook in tijden van artificiële intelligentie.

Conclusie

Hands-on boek dat goesting doet krijgen om met A.I. aan de slag te gaan in de klas. Tal van mooi uitgewerkte lessen gekoppeld aan concrete leerdoelen. Verwijzend naar de voordelen van A.I. en waarschuwend voor de beperkingen en gevaren. Heel belangrijk dat we onze leerlingen hierin opleiden. A.I. in de klas is een geweldig boek en is uitgegeven bij Owl Press.

Robbe Wulgaert aan het werk zien?

Op donderdagavond 8 mei organiseert EduNext een onderwijscafé over Artificiële Intelligentie. Wil je erbij zijn? Geef een seintje via contact@edunext.be. Zodra de inschrijvingslink beschikbaar is, sturen we je die dan door.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Boekrecensie - De gestreste samenleving - Stephan Claes

In een tijd waarin burn-out en mentale vermoeidheid de leraarskamer binnensluipen, biedt psychiater Stephan Claes een broodnodige analyse van de 'gestreste samenleving'. Stress is niet langer een individueel probleem, maar een systemisch fenomeen dat ook onze scholen verlamt. Dit artikel verkent de biologische en sociale mechanismen achter onze collectieve gejaagdheid. Hoe kunnen we als onderwijsgemeenschap een tegenwicht bieden aan de druk van buitenaf en een klimaat van duurzame inzetbaarheid creëren?

Meer en meer mensen waaronder ook leraren en directies gaan met lichamelijke of psychische klachten naar hun huisdokter. Die vindt meestal geen oorzaak en verwijst hen door naar een specialist. Daar krijgen ze vaak te horen dat de geneeskunde geen verklaring en geen oplossing kan bieden voor hun probleem. ‘Hoe is het mogelijk dat zoveel mensen niet meer mee kunnen?’, vraagt Stephan Claes, Professor en Doctor aan de KU Leuven, zich af in zijn boek ‘De gestreste samenleving’. De auteur, expert in stemmingsstoornissen, vreest dat mensen hun veerkracht (die voor een heel leven bedoeld is) vandaag misschien te snel opgebruiken en dat de 21eeuwse uitdagingen voor velen moeilijk om dragen zijn.

Lichamelijke klachten

De lichamelijke klachten ontstaan rechtstreeks door de negatieve effecten van de chronische overmatige stress op het lichaam, waardoor biologische systemen zoals het stressresponssysteem en het immuunstelsel ontregeld raken. De chronische druk die veel mensen ervaren, doet zich rechtstreeks voelen in hun lichaam, dat daar niet tegen opgewassen is. Dat uit zich in verhoogde spierspanning wat kan leiden tot pijn in de schouders, hals, hoofd en lage rugpijn. Volgens Stephan Claes komt die druk vaak voort uit zaken die we zelf graag willen en waar we voor gekozen hebben maar het lichaam kan niet volgen en laat het afweten. Het lichaam spreekt dan op zijn eigen manier. Het komt er dan op aan om de draaglast te verminderen en de grenzen van de draagkracht te verleggen. Dat betekent vaak de werk- en levensstijl aanpassen. En als dat niet tijdig gebeurt, dan kan het leiden tot een depressie of burn-out. De laatste wordt gekenmerkt door zijn drie grote symptomen: uitputting, cynisme en een lager zelfbeeld.

Lichaam en geest vormen één systeem

Lichaam en geest spreken hun eigen taal en zijn sterk verweven met elkaar. Het is een systeem waarbij het ene aspect niet noodzakelijk het andere veroorzaakt of voorafgaat. We moeten ons volgens de schrijver hoeden voor te eenvoudige redeneringen als dat wat eerst komt de oorzaak is van wat volgt. Onderzoek toont aan dat psychische factoren zoals angst en depressiviteit niet enkel het gevolg maar ook de oorzaak kunnen zijn van darmstoornissen. Het effect gaat in beide richtingen, het is een systeem van wederzijds beïnvloeding. Lichamelijke en psychologische symptomen hangen sterk met elkaar samen. Lichaam en brein hebben elkaar heel hard nodig in alles wat ons tot mens maakt: denken, voelen, willen en handelen. Ze vormen daarin één geheel vormen. We zijn geen brein, ondersteund door een machinaal lichaam. We zijn een brein-lichaam.

Ons prachtig stresssysteem

Ons stresssysteem is uitermate geschikt om met druk om te gaan: heel kort of redelijk kort in actie komen, om dan weer tot volle rust te komen. Dat soort reacties van ons lichaam hebben we nodig om de uitdagingen in ons leven succesvol aan te gaan. De psychische en lichamelijke veranderingen die ermee gepaard gaan, zijn niet altijd aangenaam, maar ze zijn de prijs die we betalen om de bedreigingen van het leven het hoofd te bieden zoals het houden van een belangrijke voordracht, een mondeling examen of een gevaarlijk dichterbij komende wagen.

Dit systeem komt niet alleen in actie in het gezelschap van belangrijke presentaties, aanstormende auto’s of lastige examinatoren. Het is het enige antwoord dat ons lichaam kent als het moet omgaan met zoveel andere dingen die bedreigend zijn: deadlines, relationele problemen, onzekerheid over wie we zijn en over wat we willen. Als je stresssysteem langdurig overbelast is, raakt het ontregeld, en dan kan het best zijn dat die cortisolstijging niet optreedt na de normale zeven uur slaap maar al na een uur of vier. Je stressysteem gaat dan in alarmmodus op het verkeerde moment, je bent wakker en geraakt niet meer in slaap.

Onze weerbaarheid tegen stress is voor een kleine helft al vastgelegd bij onze geboorte, bepaald door variaties in het DNA. Het overige deel valt te verklaren door wat we meemaken vroeg in ons leven. Mensen die op jonge leeftijd moeten opgroeien in moeilijke omstandigheden, zullen later veel minder goed bestand zijn tegen langdurige stress. Het lichaam houdt als het ware een boekhouding bij van de dingen die je overkomen zijn.

Je kunt ook je lichaam het zwijgen opleggen met allerlei middelen zoals pijnstillers, alcohol en kalmeermiddelen. Op die manier demp je je lichaam zodat het geen hinderpaal vormt. Maar zo kan je lichaam je ook niets meer vertellen.



Veel patiënten zijn boos op hun lijf omdat het in hun ogen dienst weigert of minstens onberekenbaar is. Ze kijken naar hun lichaam als naar een kapotte auto en naar de arts als een garagist. Wat mindfulness hen kan leren is om dat vermoeide en pijnlijke lijf niet meer te zien als een weerbarstige machine maar als een deel van zichzelf dat de moeite waard is om te ontdekken - Stephan Claes.

De auteur raadt aan om de signalen van je lichaam ernstig te nemen. Je lichaam laten spreken als het aangeeft dat het de plannen van je ambitieuze en rusteloze brein niet meer kan en wil volgen. Het spreekt en zal desnoods roepen, ook als je het probeert het zwijgen op te leggen.

Drie belangrijke eigenschappen van ons mens-zijn

Volgens de auteur doet onze maatschappij een beroep op een paar belangrijke en op zich positieve eigenschappen van mensen: de drang naar volmaaktheid, de mogelijkheid om onszelf te ontwerpen en de noodzaak om de toekomst te zien.

De drang naar volmaaktheid kan zich uiten in perfectionisme. Jezelf bijvoorbeeld voortdurend afvragen of je wel goed genoeg bezig bent en wat anderen van je denken. Het is niet zozeer het streven naar perfectie dat gepaard gaat met overmatige stress en uitputtingssyndromen maar wel het zich zorgen maken over perfectie, het zelfkritisch perfectionisme. Het is dus niet gewoon mensen erop wijzen om het wat rustiger aan te doen maar hen helpen om milder te zijn voor zichzelf. Maar ook doorgedreven kwaliteitsbeleid op het werk kan een reden van overbelasting zijn. Registritis of evaluitis geeft mensen de indruk dat hun gezond verstand en hun competenties niet meer vertrouwd worden waardoor hun werkplezier fel afneemt. Ze geloven niet meer dat wat ze moeten registreren de kwaliteit van hun werk verhoogt. Ze hebben het gevoel niet ernstig genomen te worden in hun competenties en hun goede bedoelingen. De druk die dat veroorzaakt, maakt dat dat ze uitgeput raken, cynisch worden en beginnen te twijfelen over hun eigen capaciteiten.


Leraren die bij Stephan Claes op consultatie komen melden niet dat ze hun vak beu zijn of dat ze het contact met jonge mensen niet meer leuk vinden. Ze geven ook niet aan dat hun collega’s hen het bloed van onder de nagels halen. Ze zijn doodmoe van de druk die ze voortdurend voelen door de administratieve overlast, het registreren en evalueren, en vooral door het gebrek aan vertrouwen dat ze ervaren vanwege directies, overheden en ouders.
— De Gestreste Samenleving

De mogelijkheid om onszelf te ontwerpen is fantastisch maar we zijn daarbij wel degelijk aan beperkingen onderworpen zoals onze aanleg en onze talenten. Het feit dat levenskeuzes, die vroeger in grote mate bepaald werden door maatschappelijke en sociale regels, nu bij de persoon zelf komen te liggen, maakt dat het individu voor de verantwoordelijkheid geplaatst wordt om te ontdekken wie hij eigenlijk is en wat bij hem past. Dat op zoek gaan naar de eigen identiteit kan de persoon die zich gaat spiegelen aan anderen, onzeker en kwetsbaar maken. Mensen willen er immers bij horen en zijn geneigd om te denken dat hun waarde bepaald wordt door wat anderen over hen denken. Als anderen hen bevestigen in hun keuzes en gedrag, zijn ze goed bezig. De goed- of afkeuring van anderen over ons en doen kan een nuttige leidraad zijn. Maar tegelijk een valstrik als we er ons laten door leiden en het verlangen koesteren om anderen te overtroeven. Dan dreigt het in sommige gevallen een (zware) verplichting te worden.

De wil om zich te kunnen projecteren in de toekomst. Ons mentaal welzijn hangt niet alleen af van onze huidige situatie of van wat we in het verleden hebben meegemaakt maar ook van de vraag hoe we onze toekomst zien, als veilig of als bedreigend. Het creëren van een algemeen gevoel van uitzichtloosheid vanuit doemdenken over het klimaat en andere problemen draagt bij tot een verhoogd stressniveau bij mensen die daar gevoelig voor zijn. Optimisme is volgens de schrijver niet alleen een morele plicht, het is een psychologische noodzaak.

Professor - doctor Stephan Claes

Wat kunnen we eraan doen?

Je kunt je stressysteem gezond houden via lichaamsoefeningen, een gezond dieet, een regelmatig slaappatroon, matig tot minimaal alcoholgebruik en niet roken. Door fysiek te bewegen komen endorfines vrij, wat pijnklachten kan verminderen en je slaap kan verbeteren. Je moet niet noodzakelijk meer slapen of op een vast uur in bed kruipen maar gewoon beter slapen, dieper, meer ontspannen. Mindfullness kan daarbij helpen. Door met aandacht te kijken naar wat er zich in je lichaam en geest afspeelt, kunnen mensen terugvinden wat ze verloren waren: contact met hun eigen lichaam, emoties en gedachten. Ze voelen opnieuw wat zich in hun lichaam en geest afspeelt, mild en niet-oordelend. Je kan ook tot meer spierontspanning komen door relaxatie of ademhalingsoefeningen. De auteur is er zich wel van bewust dat het niet is door enkele sessies te volgen dat je in staat bent om dit vlot toe te passen in je dagelijkse praktijk. Het vergt discipline – zeker als het terug wat beter gaat – om deze technieken en oefeningen vol te houden.

Daarnaast zijn er ook heel wat mogelijkheden om je lichaam te monitoren. Het systematisch meten van parameters zoals hartslag, hartritmevariabiliteit, huidtemperatuur, huidgeleiding en ademhalingsfrequentie kan een indicatie geven voor de biologische stressrespons. Dus in principe kun je ook zo je stress reguleren. Maar ook dat heeft nog zijn beperkingen.

Vergeten vaardigheden

Stephan Claes kijkt in het boek ook naar de maatschappij. Hij vindt dat we een brede reflectie nodig hebben waarin experten in arbeid, opvoeding en onderwijs, antropologen, filosofen en werkers uit het levensbeschouwelijke veld, mee betrokken worden. Een verandering van de maatschappij is maar mogelijk vanuit een veranderende kijk op de wereld van de mensen die de maatschappij vormen. Hij komt uit bij vergeten vaardigheden. Vaardigheden die al eeuwen bestaan en die ons nu meer dan ooit van pas komen.

1) Mededogen: in eerste instantie voor het eigen lichaam: begrip hebben voor het feit dat de druk voor het lichaam te groot is geweest en dat het tijd en rust moet krijgen om te herstellen. Dat lichaam niet meer zien als een te bedwingen hindernis maar als een waardevolle bondgenoot. Daarnaast ook mededogen voor jezelf als persoon. De mate waarin we geneigd zijn om op moeilijke momenten vriendelijk en mild te blijven voor onszelf en aan zelfzorg te doen. Zelfmededogen beschermt tegen negatieve mentale toestanden zoals angst en depressiviteit, leidt tot minder negatieve gedachten, tot minder piekeren en tot minder schuld- en schaamtegevoelens. Deze vaardigheid kan je aanleren en ontwikkelen. Tot slot ook mededogen voor anderen.

2) Zelfkennis: jezelf aanvaarden met al je beperkingen. Dat betekent soms afstand doen van lang gekoesterde doelen en verlangens. De opdracht is om van je troon af te komen, je eigen begrenzingen ruiterlijk te aanvaarden en er vrede mee te nemen. Met de nodige mildheid maar met de voeten op de grond. Nederigheid met vertrouwen, zelfzekere bescheidenheid, weten wat je kunt en wat niet. Opvoeding en onderwijs dienen om kinderen te leren ontdekken waar ze goed in zijn maar ook waar ze niet goed in zijn.

3) Vergeving: kunnen vergeven leidt ertoe dat het stresssysteem minder fel reageert op allerlei prikkels, zeker die welke te maken hebben met het geleden onrecht. Kunnen vergeven is essentieel, niet alleen vanuit ethisch standpunt maar om lichamelijk en geestelijk gezond te blijven. Dat kan op voorwaardelijke en onvoorwaardelijke wijze. De auteur krijgt in zijn praktijk vaak te horen dat een gemiste promotie een negatieve impact heeft op het stressniveau van een patiënt. Die voelt zich tekort gedaan omdat een collega de job gekregen heeft. Een optie die bij haar of hem meestal niet opkomt is dat die collega misschien wel over bepaalde competenties beschikt die cruciaal zijn voor die job en die hij of zij zelf in mindere mate heeft. Je collega kunnen vergeven en haar of hem steunen is essentieel om terug je draai te vinden in je werk en er weer bovenop te komen. Daarbij moet je volgens de auteur ook het moeilijkste van allemaal kunnen: jezelf vergeven.

4) Dankbaarheid voor wat er is. Het waarderen van anderen, de focus op wat je wel hebt, verwondering over het mooie van de natuur, de neiging om anderen in woord en daad te bedanken, het belang van af en toe stil te staan en blij te zijn met wat er is, je regelmatig realiseren hoeveel geluk je hebt gehad in vergelijking met veel anderen. Dankbaarheid zorgt voor een meer positieve stemming en beschermt tegen depressie. De auteur raadt aan om een lijst van dingen te maken waarvoor je dankbaar bent. Het lijkt zeer eenvoudig maar het helpt bijna altijd. Als we het allemaal op een rijtje zetten, hebben we meestal heel veel om te bedanken.

Conclusie

‘De gestreste samenleving’ is een zeer onderhoudend en lezenswaardig boek. Door de vele geanonimiseerde casussen uit zijn eigen psychiatrische praktijk is het boek zeer concreet. Stephan Claes schrijft vlot en richt zich doorheen het boek continu tot de lezer. Je kunt de vele inzichten ook heel goed toepassen in de onderwijscontext. En op die manier technieken en tools in handen krijgen om jezelf en collega’s proactief te helpen. Uitermate belangrijk in een sector die zo onder druk staat. ‘De gestreste samenleving’ is uitgegeven bij LannooCampus.





Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

Wat we kunnen leren van basisschool De Driesprong te Maldegem

Basisschool De Driesprong in Maldegem is een inspirerend voorbeeld van hoe een duidelijke pedagogische koers de hele schoolorganisatie kan optillen. Door consequent te kiezen voor een aanpak die de autonomie van de leerling versterkt, hebben zij een leeromgeving gecreëerd waar rust en focus heersen. Wat is het geheim van hun succes en welke hindernissen hebben zij moeten overwinnen? Een praktijkverhaal over de kracht van volgehouden keuzes en de impact van een gedeelde visie op het welbevinden van team en leerlingen.

We gingen op 24 januari met 21 onderwijsprofessionals uit de EduNext leergemeenschap basisonderwijs op bezoek bij GO! De Driesprong te Maldegem.

EduNext leergemeenschap basisonderwijs op schoolbezoek

Deze Oost-Vlaamse basisschool telt 400 leerlingen en een 35-tal leraren. De school ging de jongste 10 jaar door een transformatie. De aanleiding hiervoor was een stijgende nood aan differentiatie en het gevoel om altijd tekort te schieten. Door knelpunten op de klasvloer uit te spreken, ontwikkelden ze gezamenlijk een nieuwe visie waarbij ze de leerlingen vanaf het begin betrokken.

Big 5

Het schoolteam kwam samen tot vijf focuspunten:

1. Atelier

o In de namiddag doen de leerlingen projectwerk via coöperatieve werkvormen.

o De groepen bestaan uit jongere en oudere kinderen, geclusterd per graad.

o Elke leerkracht heeft een talent mogen uitwerken voor de atelierwerking, waarbij hij of zij een domein konden kiezen. Ook voor muzische vorming verdeelden ze de domeinen .

o In de atelierwerking ligt de nadruk op doen, ontdekken en veel naar buiten gaan.

2. Outdoor

o Buiten leren door te ontdekken en spelend te leren en niet eenvoudig binnenactiviteiten buiten uitvoeren.

o Er komt een nieuwe speelplaatsomgeving waarin de school de buitenklassen zal integreren.

3. Tweekracht

o Dit concept hebben ze parallel aan de atelierwerking uitgewerkt en begon met de vraag van twee leerkrachten die parallel lesgaven.

o Door een kleine ingreep, zoals een gat in de muur en een deur, maakten ze samen lesgeven mogelijk.

o Tweekracht gaat verder dan co-teaching; de twee leraren zijn samen verantwoordelijk voor één groep leerlingen.

o Eén leraar is gespecialiseerd in wiskunde (ijsbergrekenen: vertrekken vanuit het concrete om dan naar het abstracte te gaan), de ander in taal.

o Voor het 1e tot en met het 3e leerjaar werken de leraren samen een week- en dagplanning uit. De dag begint met instructie voor taal en wiskunde, waarna ze wisselen. Leerlingen die de instructie niet nodig hebben, kunnen zelfstandig aan de slag waarbij beide leraren coachen.

4. Digitaal-ICT

o De leraar verantwoordelijk voor wiskunde in het 4e leerjaar is in de namiddag pedagogisch ICT-coördinator en leert andere leraren hoe ze met ICT kunnen werken.

o De school heeft gekozen voor Apple vanwege de duurzaamheid. Elke leerling heeft vanaf het 4e leerjaar een eigen toestel waardoor een digibord niet nodig is. Leerlingen volgen op hun scherm en krijgen directe feedback via Snappet.

o Het gebruik van Snappet vervangt handboeken; leerlingen vullen oefeningen in en krijgen meteen feedback, waardoor ze kunnen reflecteren en hun eigen cursus maken.

o Ze hebben gekozen om enkel met een beamer te werken en op eigen toestellen (Apple) te noteren. Alle leraren en leerlingen hebben dezelfde toestellen.

o In het 1e en 2e leerjaar zijn interactieve borden wel belangrijk om de beweging van het schrijven te zien.

o De school zorgt ook voor interne workshops om leraren bij te scholen in het gebruik van de iPad.

o De school heeft een leerlijn computationeel denken ontwikkeld van kleuterklas 1 tot en met leerjaar 6.

o Alle scholen van de scholengroep hebben budget verzameld om een IT-lab te maken. Ze ondersteunen leraren om hiermee aan de slag te gaan.

5. List lezen

o Moeizaam traject met ongelooflijke effecten.

o Er is een werkgroep List met kartrekkers uit elke graad.

o Er is een vast rooster voor List, elke ochtend na de zachte landing.

o Ze hebben de klasbibliotheken rijk ingericht en werken samen met de openbare bibliotheek. Boekpromotie en leesactiviteiten zijn gericht op verschillende leerjaren.

o Interactief voorlezen bij peuters en kleuters gebeurt in overeenstemming met de verschillende hoeken in de klas. De leraren gebruiken gevarieerde prentenboeken in samenwerking met de bibliotheek. Ook kleuters doen mee aan de leesjury. De kinderen genieten van het lezen en het doen alsof, waarbij materiaal, ruimte en inrichting een rol spelen.

o In het eerste leerjaar ligt de focus op boekpromotie. Elke week wordt er een nieuw boek van de week geïntroduceerd. De leerlingen maken kennis met de klasbibliotheek en er zijn voorleesmomenten. Na nieuwjaar begint het hommelen, waarbij dagelijks tien minuten wordt gelezen. Twee dagen per week lezen oudere leerlingen, ouders en grootouders voor. AVI-lezen wordt hierbij geïntegreerd.

o In het tweede leerjaar wordt lezen gekoppeld aan spelling. Van het derde tot en met het zesde leerjaar wordt er vier keer per week gelezen. De leerkracht doet aan boekpromotie door een stukje voor te lezen en een leesopdracht te geven. Daarna lezen de leerlingen twintig minuten in hun eigen boek. Minstens één keer per week is er een miniles verbonden aan het voorlezen.

o Een uitgebreide bibliotheek, ingericht in de gangen, is van groot belang. Leraren moeten de boeken kennen en de doelen geïntegreerd realiseren via List. Ze gebruiken de boeken niet alleen voor taal, maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de ateliers.

o De kinderen maken een boekportfolio met de titel, een bladwijzer en een foto van het gelezen boek. Ze geven aan welk boek ze het leukst vonden, waarna de leraren hierover in gesprek gaan met de leerlingen. Zo hebben de leraren zicht op de doelen en zetten ze in op herkenning. AVI-afname gebeurt door de taalankers en de resultaten komen in het zorgsysteem. Ze werken klasdoorbrekend en op niveau. Boeken zijn altijd en overal zichtbaar.

o Voor de professionalisering van leraren gebruiken ze ICT. Ze hebben een WhatsApp-groep van taalankers waarin leraren alle kennis over de boeken delen en elkaar vragen kunnen stellen. Ze gebruiken ook Apps zoals Hebban en Goodreads, Instagram-accounts en sites met "rijke teksten".

o Er is een link met internationalisering, waarbij ze samen een sprookje herwerken. Er is ook een link met ICT, waarbij ze verhalen vertellen met behulp van ICT. De Schatkamerbende leest 's middags in hun boek.

o Het taalanker heeft de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling, voorbereiding en evaluatie van het domein taal. Andere leraren zijn betrokken en coachen de kinderen bij alle domeinen. Ze overleggen na school en er sturen veel berichten naar elkaar.

Verdere aanpak

Internationalisering

o Internationalisering is geen doel op zich maar een manier om de visie sterker uit te werken.

o Evi is zorgcoördinator en internationaliseringscoördinator. De meerwaarde van internationalisering is er zowel voor de leerkracht als voor de leerlingen.

o Samenwerking met leraren uit verschillende landen aan projecten voor de leerlingen. Leerlingen van de 3e graad kunnen zich kandidaat stellen om mee te gaan op mobiliteit.

o Ze benaderen internationalisering vanuit het kind, met alle beslissingen in functie van de leerlingen. Het vraagt veel administratie, maar het biedt een bredere blik op onderwijs en gedeelde uitdagingen. Hierdoor ontstaat een nieuwe dynamiek in het schoolteam en dragen ze als team alle inspanningen.

o Mobiliteit voor leerkrachten werkt vanuit de visie (vb. i.f.v. List lezen) en biedt de mogelijkheid om zich volledig onder te dompelen in een thema. Het team neemt het werk over van afwezige collega's. Dit vraagt veel organisatie maar iedereen springt voor elkaar in.

Differentiatie: via Snappet werken leerlingen op hun eigen niveau en krijgen ze directe feedback.

Leraren: er is geen aparte leraar lichamelijke opvoeding waardoor een FTE beschikbaar komt. Leraren zijn gekoppeld aan groepen kinderen in plaats van klassen, wat flexibiliteit biedt.

Innovatie: tijd maken voor nascholing en fouten mogen maken. Er is ondersteuning van de scholengemeenschap en van de coördinerend directeur.

Community: de keuze voor Apple creëert een eigen community. Leerlingen krijgen de toestellen niet mee naar huis.

Wat vinden de bezoekers van deze school?

Exit kaartjes na een schoolbezoek: schitterend idee! De aanwezigen mochten na afloop feedback geven waarna ze de kaartjes aan het team kunnen laten zien en hen zo nog verder te motiveren!

Een greep uit de feedback:

📚 'Dank je wel, was zeer interessant. We gaan tijdens onze pedagogische studiedag aan de slag om een LIST verhaal uit te werken en te implementeren. Fijn om te zien dat leerlingen en leraren hier veel leesvreugde uit halen'

💡 'LIST lijkt ons een grote meerwaarde. Durven out-of-the-box denken betreffende je schoolorganisatie. Snappet, we zoeken de mogelijkheden verder uit. Hoe Erasmus bepaalde weerstanden kan ombuigen'

💗 'Dank je wel, Nina. Je verhaal is inspirerend. Feit dat je je teamleden betrekt om ons dit te vertellen, toont dat jullie visie en keuzes gedragen worden door het hele team. Ik denk dat het hier fijn is om te werken'

🧒 'Leuk om te zien hoe een warm team jullie zijn en het kind steeds centraal zetten in jullie werking'

👀 'Zoveel visie, zoveel inspiratie, zoveel passie, zoveel engagement, zoveel leerkracht voor en door de kinderen. Ik heb genoten en neem zeker nog contact op'

📕 'Heel mooie schoolwerking. Vaak zien we scholen die een light versie van LIST promoten. Dat is bij jullie zeker niet het geval. Ik neem ook talenten en tussendeuren mee'

👍 'Genoten van de inspirerende verhalen: LIST, ICT en Internationaal. Hier wordt een visie uitgeschreven waar er verder wordt nagedacht dan één jaar. Fijn om te zien dat de directeur investeert in haar leraren, gelooft in haar leraren, hen complimenteert. Hier zou ik graag werken'

👨‍👨‍👦‍👦 'Knap hoe jullie bevlogen leraren vertellen over het traject dat de school loopt. Het werken met groepen in plaats van met klassen is heel inspirerend'

🔥 'Wat een enthousiasme, de goesting spat eraf. De leerkrachten hun motor wordt aangedreven door directie en enkele trekkers. Zin om met enkele ideeën aan de slag te gaan. LIST en visie leerlingvolgsysteem neem ik mee'

🙏 Dank je wel voor dit verslag, An Godart. Dank je wel voor de organisatie, Peter Van de Moortel!

DIRECTIE ZELF BEZIG HOREN?

Op woensdag 26 februari om 10.30 brengt directie Nina Beeckmans tijdens Sett Vlaanderen in Mechelen samen met Filip Bisschop en Filip Van Vooren een lezing over digitale onderwijstransformatie met Erasmus+

Ook mee op schoolbezoeK?

Volg onze Linkedin pagina: https://www.linkedin.com/company/edunext-vzw/ of abonneer op onze nieuwsbrief. Inschrijven kan onderaan elke pagina van de EduNext website.





Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Kernprofiel voor schoolleiderschap in het Vlaamse Onderwijs - visueel voorgesteld

Wat maakt een schoolleider effectief in een context die steeds complexer wordt? Het nieuwe kernprofiel voor schoolleiderschap biedt een visueel anker om de verschillende facetten van de rol te begrijpen. Voorbij het management gaat het om pedagogisch leiderschap en het vermogen om een gemeenschap te bouwen. Deze visuele voorstelling helpt directies en besturen om de dialoog aan te gaan over wat werkelijk telt bij het leiden van een school in transformatie. Een instrument voor groei en reflectie.

In het Vlaamse onderwijs speelt schoolleiderschap een cruciale rol in het bieden van kwaliteitsvol onderwijs. Het kernprofiel voor schoolleiderschap biedt een duidelijk kader voor de verwachtingen die we aan schoolleiders stellen. Sterke schoolleiders ontwerpen niet alleen strategische visies, ze ontwikkelen ook hun schoolteam en stellen leerlingen centraal .

Hoofdcomponenten van het kernprofiel:

1. Definitie van Schoolleiderschap

Schoolleiderschap is gericht op het verbeteren van de leeromgeving en de kwaliteit van onderwijs, vanuit een duidelijke morele en professionele basis.

2. Bouwstenen

o Waarden: eerlijke en integratieve principes die de basis vormen voor een schoolleider

o Persoonsgebonden eigenschappen: essentiële eigenschappen zoals optimisme, communicatievaardigheden en probleemoplossend vermogen die een schoolleider nodig heeft

o Leiderschapspraktijken: vijf belangrijke pijlers voor schoolleiders:

1. Richting geven aan de schoolvisie;

2. Team ontwikkelen en motiveren;

3. De schoolorganisatie efficiënt vormgeven;

4. Externe relaties en netwerken opbouwen;

5. Kwaliteitsvol onderwijs waarborgen.

Functie van het Profiel:

Dit kernprofiel dient als een referentiekader voor schoolleiders, schoolbesturen en alle betrokkenen in het onderwijsveld. Het heeft als doel om schoolleiders te ondersteunen in hun rol, hun ontwikkeling te stimuleren en hen te inspireren om effectievere onderwijsomgevingen te creëren.

Dit profiel bevestigt de belangrijke rol van schoolleiders in het onderwijs en hun invloed op de leerresultaten van hun leerlingen.

Het ‘Kernprofiel voor Schoolleiderschap in het Vlaamse Onderwijs’ werd ontwikkeld onder leiding van prof. Dr. Geert Devos, doctor en de sociale wetenschappen en verbonden aan de vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent, waar hij de onderzoeksgroep BELLON leidt. In de werkgroep die het kernprofiel ontwikkelden zaten vertegenwoordigers van de inspectie, de onderwijsnetten, de vakbonden en het ministerie van Onderwijs en Vorming.

visual

Je vindt hier alle informatie over het kernprofiel schoolleiderschap. Collega Evelien Moens maakte er bovenstaande mooie visual van. Handig om op te hangen in je bureau of waar de beleidsmedewerker(s) zit(ten). Stuur een mail naar evelienmoens@edunext.be voor een printbare versie.

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Leidende pedagogische principes als dagelijks kompas voor je school

Een visietekst is pas waardevol als hij vertaald wordt naar leidende pedagogische principes die voelbaar zijn in elke hoek van de school. Deze principes vormen het onzichtbare raster waarbinnen alle beslissingen — van lokaalinrichting tot evaluatiemethodiek — worden getoetst. Hoe voorkom je dat deze richtlijnen slechts mooie woorden blijven en hoe maak je ze tot het gedeelde kompas voor het hele team? Een wegwijzer voor wie streeft naar een school die consequent handelt naar haar eigen idealen.

Je kunt als school een mooie visie hebben. Als je daarnaast niet over een gemeenschappelijk pedagogisch kader beschikt, dan is het heel moeilijk om die visie te realiseren, om een consistent schoolbeleid te ontwikkelen en om gezamenlijke doelen te definiëren. Een manier om tot een gemeenschappelijk raamwerk te komen is om samen met het schoolteam leidende pedagogische principes te ontwerpen. Zij vormen de vertaling van de schoolvisie en schooldoelen naar de dagelijkse pedagogie en didactiek. We gaan er in deze blog van uit dat de visie en doelstellingen van de school duidelijk zijn. Zijn ze dat nog niet of niet meer, lees dan eerst dit artikel.

Wat zijn leidende pedagogische principes?

• Zijn een pedagogisch-didactische vertaling van de visie en de doelstellingen

• Maken de essentie uit van de toekomstige pedagogisch-didactische aanpak

• Bieden een leidraad voor toekomstige dagelijkse onderwijsactiviteiten

• Vormen samen één integraal, consistent en versterkend geheel

• Zijn gelijk voor de hele school

• Kunnen anders zijn in uitvoering afhankelijk van klas of graad

Waarom leidende pedagogische principes?

- Ze maken de visie en doelstellingen heel concreet en tastbaar

- Ze zorgen voor één samenhangend, consistent en versterkend verhaal

- Ze scheppen duidelijkheid, voorspelbaarheid en structuur bij leerlingen en ouders en dit onafhankelijk van vak of leraar

- Ze vergemakkelijken de realisatie van verticale leerlijnen

- Ze dagen het schoolteam uit om hun onderwijspraktijk verder te onderzoeken

- Zij nodigen uit tot een sterkere samenwerking tussen leraren

- Ze kunnen zorgen voor een meer gerichte professionalisering

Hoe BEDENK je leidende pedagogische principes?

Een van de manieren is om het EduNext transformatierad als denkmodel te gebruiken. Daarbij ga je samen met het lerarenteam na hoe je voor elk van de wielen van het transformatierad je visie en doelstellingen concreet kunt vertalen in leidende pedagogische principes. Bijvoorbeeld door in eerste instantie de bestaande patronen in kaart te brengen en mogelijke alternatieven te formuleren:

EduNext transformatierad

Met de resultaten kun je daarna per wiel een 3 tot 5 principes bepalen. Goed gedefinieerde leidende principes zijn voldoende concreet, dagen uit, bieden richting en geven toch genoeg ruimte om er een draai aan te geven in de klas. Meestal werk je van grof naar fijn. Met een kernteam een voorzet geven en daarna feedback verzamelen van het schoolteam. Om die weer te verwerken en terug voor te leggen. Tot er geen fundamentele bezwaren meer zijn en iedereen er zich erachter kan scharen.

Voorbeelden van leidende pedagogische principes

- Leerinhoud: we gaan bij de start en/of einde van de les het lesdoel en het belang ervan verwoorden, visualiseren en bespreken

- Leervorm: we leren onze leerlingen stap per stap zelfregulerend te leren

- Leerproces: onze leraren zullen leerlingen stimuleren om geleidelijk aan verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces, waarbij ze leren keuzes te maken en over hun voortgang en inzet te reflecteren.

- Leertijd: we benutten de lestijd optimaal door verkorte instructie, efficiëntere oefentijd, werktijd, onderzoektijd en vermijden nutteloos wachten

- Leeromgeving: we gaan buitenruimtes, leesruimtes en werkruimtes creëren om het leren breed te stimuleren

- Leernetwerk: we gaan actief op zoek naar duurzame samenwerkingen met vrijwilligers, gastdocenten en externe partners om de leerervaring van leerlingen te verrijken.

- Leermateriaal: we gaan kritisch kijken naar de beschikbare leermaterialen en plukken daaruit de voor ons geschikte lesmaterialen in plaats van te kiezen voor één specifieke methode

- Leerorganisatie: we willen sterke samenwerkingsverbanden creëren tussen de verschillende klas- of leergroepen in onze school

Reeds geruime tijd waren we in onze school aan het nadenken over het scherp stellen van onze pedagogische visie. Omdat we wat bleven hangen in het maken van doordachte keuzes of het helder maken van ons pedagogisch project wilden we ons hiervoor extern laten begeleiden. Tijdens het schooljaar 2023-2024 gingen samen met EduNext in zee. Een pedagogische studiedag en een aantal intervisies later blikken we tevreden terug op dit traject.
Neen, we hebben geen kant-en-klaar concept gekregen maar we zijn in team gegroeid naar het scherp stellen van onze finale doelen als leerling – als leraar – als school. Die finale doelen resulteerden in leidende pedagogische principes waarmee we dit schooljaar sterk mee aan de slag gaan. Dit traject bracht ons duidelijkheid en is ons kompas geworden.
Bij het brainstormen of nemen van beslissingen met het team nemen we telkens dit kompas bij de hand. Deze toetssteen brengt dus rust en duidelijkheid. Natuurlijk is dit een dynamisch gegeven en zullen we ook de principes zelf blijvend onder de loep nemen. Bedankt EduNext om ons daarin zo accuraat als mogelijk in te begeleiden.
— Gonda Lootens / Nele Peeters (directies VBS Beke)

Hoe draagvlak creëren?

Het is belangrijk om het hele schoolteam van bij het begin te betrekken. Leidende pedagogische principes kunnen alleen maar werken als de collega’s erachter staan. Dat wil niet zeggen dat ze elke principe nu al kunnen toepassen maar wel dat ze dat op termijn willen kunnen. Bepaalde leidende pedagogische principes kunnen bij leraren immers angst oproepen omdat ze nu nog niet helemaal haalbaar zijn, omdat ze zich nog niet competent genoeg voelen of omdat ze nog ervaring moeten opdoen. Coaching is daarbij heel belangrijk, zowel door de collega’s als door directie. Daarom is het zinvol om deze principes in de toekomst te formuleren (bijvoorbeeld: over drie jaar in 2028). Dat geeft leraren de tijd om zich deze principes eigen te maken. Bijvoorbeeld door erover te lezen, door een nascholing te volgen, door ze samen met collega’s in de klas uit te proberen, door bij een andere school te gaan kijken, door een expert uit te nodigen …

Tijdens het bedenken en vormgeven van deze principes hou je ook best telkens je doelstellingen voor ogen en check je of je via deze leidende pedagogische principes je visie wel degelijk realiseert. Eens het schoolteam het eens wordt over de leidende pedagogische principes, vormen ze je kompas tijdens je dagdagelijkse onderwijs. Een volgende stap is dan pilootprojecten of leerlabo’s opstarten om te zorgen dat de leidende pedagogische principes effectief en efficiënt op de klasvloer landen. Daarover meer in een volgende blog.

Wil je ook leidende pedagogische principes voor jouw school?

En kun je daarbij deskundige hulp gebruiken? Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448.




Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieontwikkeling

Het sturen van individuele leraren naar losse workshops is een inefficiënte manier om een hele school te verbeteren. Echte transformatie vraagt om een verschuiving naar gezamenlijke competentieontwikkeling, waarbij de leerbehoefte van de organisatie het vertrekpunt is. Wanneer een team samen leert aan een gedeelde uitdaging, wordt de opgedane kennis direct verankerd in de dagelijkse werking. Een pleidooi voor een strategisch professionaliseringsbeleid dat de collectieve intelligentie benut.

De uitdagingen in onderwijs zijn van die aard dat je het als leraar alleen niet meer kunt bolwerken. Heel wat scholen zijn ervan overtuigd dat je het als één team moet aan pakken. Het is dus ook logisch dat je dat doortrekt naar opleidingen toe en evolueert naar gezamenlijke ontwikkeling van competenties.

Tijdens een tweejarig Vlaio praktijkonderzoek, deden we een diepte-interview met 28 directies uit basis- en secundair onderwijs. We vroegen hen welke competenties volgens hen nodig hebben om hoog kwalitatief onderwijs te kunnen realiseren. Daarnaast deden we een uitgebreide literatuurstudie, hielden we onze bevindingen tussentijds tegen het licht via een intervisiegroep uit het werkveld en leerden we via onze begeleidingen op de schoolvloer welke kennis, vaardigheden en attitudes leraren nodig hebben om als team samen een sterke onderwijskwaliteit te kunnen realiseren. We kwamen uit op 11 competenties:

Kenniscompetenties

Sommige scholen wachten voorlopig met de nodige veranderingen in te voeren omdat hun leraren nog niet over bepaalde basiscompetenties beschikken om gewoon al goed les te kunnen geven, laat staan dat ze dat de volgende stap zouden kunnen zetten. Drie belangrijke kenniscompetenties voeden elkaar.

Didactisch handelen

De manier waarop de leerstof het best kan onderwezen worden. Zoals leerlingen in de zone van naaste ontwikkeling kunnen brengen, in staat zijn om verkorte instructies zonder kwaliteitsverlies te ontwerpen of vakoverstijgende leerinhouden slim kunnen samenstellen. Leraren moeten ook het metacognitieve niveau van hun handelen kunnen ontwikkelen. Aanvullend op hun lespraktijk samen met collega’s kunnen reflecteren in welke mate hun les heeft gewerkt en waarom. Daarop kunnen bijsturen en zo theoretische kennis contextualiseren en koppelen aan hun eigen lespraktijk.

In welke mate beheersen onze collega’s de bouwstenen van effectieve didactiek?

Breinvriendelijk leren

Stel dat je als leraar niet goed zou weten hoe het brein van je leerlingen werkt. Hoe kun je dan goed lesgeven? Eén facet daarvan is weten dat leerlingen over een denkend/bewust brein en een associatief/onbewust brein beschikken. Het onbewuste brein is zeer belangrijk voor het verwerken van leerstof. Het werkt op de achtergrond, op momenten dat leerlingen niet bewust aan het nadenken zijn. Leraren moeten dus weten dat ze het brein van hun leerlingen af en toe rust moeten gunnen. Vanuit dat oogpunt is het goed dat leerlingen tijdens de speeltijd hun brein niet actief belasten, bijvoorbeeld door met hun GSM bezig te zijn. Tijdens het spelen of met elkaar praten, kunnen ze onbewust belangrijke verbanden leggen over de leerstof die ze eerder gezien hebben. Daarnaast gebruikt het denkend brein veel energie. Daarom kunnen leraren leeractiviteiten waarbij leerlingen veel aandacht en denkvermogen nodig hebben, het best in de ochtend inplannen. Bijvoorbeeld cognitieve vakken.

In welke mate hebben leraren inzichten in hoe het brein van hun leerlingen evolueert met hun leeftijd?

Zelfregulerende vaardigheden

Heel wat leraren denken dat leerlingen geen eigenaarschap over hun leren kunnen opnemen. Leerlingen moeten dat inderdaad leren en leraren kunnen hen daarbij helpen. Dat kan door aan hun zelfregulerende vaardigheden te werken. Maar even goed is dat belangrijk voor het lerarenteam. Als je goed wil samenwerken met elkaar zijn, dan zijn emotieregulatie, impulscontrole, respons-inhibitie, beschikken over een goed werkgeheugen, aan een taak kunnen beginnen, goed kunnen plannen en time-management belangrijke vaardigheden. En ook bij volwassenen zijn die vaardigheden niet altijd ontwikkeld, temeer omdat daar vroeger op school geen aandacht aan werd besteed.

In welke mate beschikt het lerarenteam zelf over sterke zelfregulerende vaardigheden?

Vaardigheidscompetenties

Elkaar kunnen coachen

Als je leerlingen eigenaarschap wil geven over hun leren en verwacht dat leraren hen daarbij goed begeleiden, dan is het essentieel dat het ganse schoolteam over voldoende coachingsvaardigheden beschikt. Toen ze in de vrije basisschool in Blankenberge in grote units gingen werken, kregen de alle leraren een meerdaagse opleiding in coaching. Aangezien ze het geleerde daarna meteen konden toepassen, was het leereffect groot. Ga dus eerder voor een vormingstraject in plaats van een opleidingsmoment. Zorg voor teamtijd waarin leraren samen kaders en inzichten kunnen opdoen, om het geleerde toe te passen, erop te reflecteren en te leren van wat werkt of niet. Op die manier schep je voorwaarden om te leren en te groeien en leren leraren elkaars potentiële kwaliteiten vrijmaken.

In welke mate staan leraren open voor coaching van collega’s?

Feedback kunnen geven en ontvangen

Om een lerende organisatie te worden, is bij het schoolteam een mindset nodig om continu op zoek te gaan naar feedback. Daarbij is de eerste stap om feedback niet langer te zien als iets negatief of als een evaluatie. Zo legt de ontvanger van de feedback de oorzaak van zijn falen niet buiten zichzelf. Uitzoeken waarom iets minder goed ging en hoe dat in de toekomst anders aan te pakken. Maar alles begint natuurlijk met vertrouwen en eerlijkheid. Door elkaar veel waarderende feedback te geven, kunnen leraren een sterke voedingsbodem leggen waarna ze in tweede instantie ook meer open zullen staan voor corrigerende feedback.

In welke mate ervaren collega’s feedback eerder als kritiek?

Systeemdenken

Een school is een levend ecosysteem waarbij alles met elkaar verbonden is. Leraren moeten in staat zijn om het overzicht te behouden en tegelijk ook kunnen inzoomen. De kunst bestaat erin om die twee met elkaar te verbinden.  Door het geheel te leren zien in plaats van de onderdelen afzonderlijk, kun je patronen en relaties ontdekken. Als onderwijsprofessional maak je deel uit van het ecosysteem. Meer nog, je hebt er een rol in en je kunt er ook invloed op uitoefenen. Door regelmatig te kijken naar het groter geheel en de relaties tussen de verschillende elementen, vergroot je de impact op lange termijn, kom je tot betere besluiten en meer effectieve acties.

In welke mate evolueren jullie van korte termijn branden blussen naar duurzame oplossingen op lange termijn?

Over deze en andere competenties kun je meer lezen in De ultieme gids voor transformatie van je school .

Hoe kun je aan deze teamvaardigheden werken?

Het eerste inzicht is om te evolueren van individuele opleidingen naar gezamenlijke competentieverwerving. Het blijft natuurlijk belangrijk dat leraren zichzelf individueel blijven nascholen maar de hefboom vergroot als ze dit samen in team doen. Dat heeft vaak een groter effect. Zeker als ze samen gaan onderzoeken, ideeën uittesten en hun bevindingen ook met elkaar communiceren.

De valkuil bestaat er in om aan al deze vaardigheden tegelijk te willen beginnen. Of om er te weinig structuur of opvolging in te hebben zoals een topspreker op je pedagogische studiedag uitnodigen en daarna niet de link leggen met de toepassing ervan in de klas. Het is daarom belangrijk om een selectie te maken van de teamvaardigheden die het meest prioritair zijn voor jullie toekomstig schoolproject en om daarvan een plan van aanpak te maken.

hoe weet je nu op welke vaardigheden je gaat focussen?

Je hebt als directie, beleidsmedewerker of innovatieve leraar wellicht een vermoeden waar je school goed op scoort en waar er groeikansen zijn. Maar jouw perceptie komt niet noodzakelijk over de hele lijn overeen met die van je collega’s. Daarnaast kun je ook een aantal blinde vlekken hebben. Het is dus goed om eerst een gezamenlijk beeld over de huidige competenties in het schoolteam te hebben om daarna te kijken welke de zinvolle focuspunten voor de toekomst zijn.

Dit kan evntueel via een vaardigheidsscan. EduNext heeft daarvoor een vragenlijst ontwikkeld die je samen met een aantal collega’s kunt invullen. Daarbij schaal je je per vaardigheid in op 4 niveaus: zwak, matig, sterk, uitmuntend.

Door telkens voorbeelden of verklaringen toe te voegen aan je score, krijg je een overzicht hoe sterk je al scoort op elk van de vaardigheden. Door nadien de scores en vooral de voorbeelden en verklaringen te analyseren en te interpreteren, kom je tot een gezamenlijk beeld. De gesprekken die collega’s daarbij voeren zijn van onschatbare waarde. Daarna kun je er samen - bijvoorbeeld door erover te stemmen - enkele elementen uitkiezen en er verder op verdiepen. Dat kan via de voorbeelden die het team samen gegeven heeft maar ook door andere inspiratie toe te voegen. EduNext heeft daartoe rubrics ontwikkeld. Deze bevatten per element een aantal criteria en geven via indicatoren op elk van de vier niveaus mogelijke invulling.

Zo kom je per gekozen element tot een actieplan. Dit bevat een aantal concrete elementen om voor de gekozen vaardigheden als team een niveau te groeien. Voor zelfregulerende vaardigheden zou dit mogelijke acties kunnen zijn:

  • Enkele personen van het team een intensieve opleiding laten volgen

  • Een kennismakingssessie voor het hele team organiseren

  • Teamtijd creëren voor het schoolteam voor de teamvaardigheid zelfregulerende vaardigheden

  • Een leerlijn zelfregulerende vaardigheden ontwikkelen

  • Workshops tijdens pedagogische studiedagen en pv’s organiseren

  • Samen met leerlingen zelfregulerende vaardigheden in de hele school visualiseren

  • Sterke voorbeelden een podium geven

  • Regelmatig reflectiemomenten inbouwen

Het komt er op aan om met volgehouden aandacht en inspanning samen sterker te worden in een bepaalde vaardigheid. In een meerjarenplan kun je dan vastleggen om elk jaar op één vaardigheid grondig en duurzaam een niveau te stijgen.

samen met JE team een vaardigheidsscan doen?

Dit houdt in dat we de deelnemers – tussen de tien en de twintig – voorafgaand aan de scan goed briefen. Ze krijgen dan een Survey Monkey vragenlijst die ze individueel invullen (scoren en argumenteren). Ze hebben daarvoor een half uur tot een uur tijd nodig. We verwerken de resultaten en sturen die vooraf door. In een interventie van een halve dag in de school bekijken we samen de resultaten en kiezen we enkele vaardigheden waarop we verdiepen. Het resultaat is een actieplan voor de gekozen teamvaardigheden.

Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be  of bel Dirk op 074/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe maak je van je vakgroepen sterke professionele leergemeenschappen en hoe zorg je voor goed draaiende werkgroepen?

Vakgroepen verworden vaak tot administratieve organen waar vooral praktische afspraken worden gemaakt. Hoe transformeer je deze eilandjes tot bruisende professionele leergemeenschappen die werkelijk impact hebben op de klaspraktijk? Het succes van een transformatie valt of staat bij de kwaliteit van de samenwerking op de werkvloer. Ontdek de hefbomen die nodig zijn om van een groep individuele specialisten een hecht team te maken dat voortdurend van en met elkaar leert.

Een van de manieren om kwaliteitsvol onderwijs te realiseren, zijn goed functionerende vak- en werkgroepen. Werk- en vakgroepen kunnen bijdragen tot een collectieve verantwoordelijkheid en een sterke bijdrage leveren tot de realisatie van kwaliteitsverwachtingen. Zeker als die van louter samenwerken evolueert naar systematisch en als groep samen leren. Dat betekent dat vak- en werkgroepen regelmatig over hun werking reflecteren en hun werking bijsturen. In deze blog zeven vind je zeven hefbomen om van je vakgroepen PLG’s te maken en om je werkgroepen goed te laten functioneren.

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

  1. Maak een duidelijke koppeling met de visie

Voor leraren kunnen vak- of werkgroepen als een verplicht nummer aanvoelen. Je hebt je eigen lessen al voor te bereiden en dan moet je ook nog eens tijd steken in overleg met collega’s uit dezelfde graad of een lagere of hogere graad. Als er geen duidelijk doel is op schoolniveau, dan blijft het vaak bij fragmentarische bijeenkomsten om bijvoorbeeld een nieuwe methode tegen het licht te houden, terugkoppeling te geven over een nascholing of examenvragen met elkaar bespreken. Je wordt dan verplicht om horizontaal en verticaal samen te werken zonder concreet doel. Vak- en werkgroepen kunnen helpen in het vertalen van een gedragen gemeenschappelijke visie naar de klasvloer. Elk schooljaar heeft een zo een groep duidelijke doelstellingen nodig waarvan ze het nut inzien en waar ze zich achter kunnen scharen.

Tip: Vertaal je visie in leidende pedagogische principes zoals ‘wij maken elke les een koppeling tussen de leerinhoud en de leerdoelen’. Werk- en vakgroepen kunnen dan mee kijken hoe ze deze doelstelling kunnen realiseren.

2. Voorzie voldoende tijd

Een team die maar een paar keer per jaar samenkomt, wordt geen hechte professionele leergemeenschap. Eer iedereen terug mee is, is de vergadering al voor de helft afgelopen. Wil je echt inzetten op goed werkende vak- en werkgroepen, dan moet je hiervoor structureel tijd inplannen. Dat betekent minstens maandelijks samenkomen en liefst ook tussenin voldoende tijd voorzien. Dat zet je als schoolteam voor de uitdaging om in je jaaragenda structureel overlegtijd voor het schoolteam te voorzien. Een deel kan van die tijd kan door de vak- en werkgroepen worden benut.

Tip: creëer teamtijd als hefboom voor innovatie en kwaliteitsontwikkeling. Bijvoorbeeld door leerlingen regelmatig gedurende een halve dag zelfstandig met minimaal toezicht aan een opdracht te laten werken of door een breed extern netwerk uit te bouwen.

3. Zorg voor efficiënte bijeenkomsten

Het is belangrijk om een duidelijke structuur aan te brengen in de vergaderingen. Het kan een idee zijn om een onderscheid te maken tussen inhoudelijke bijeenkomsten en opvolgingsvergaderingen. Bij een opvolgingsmeeting ga je niet in de diepte in op de inhoud maar kijk je naar de status en wat teamleden nodig hebben om hun actiepunten verder te brengen. Het is dus een sprint met maximaal 5 minuten per punt. Op een half uur of een uur ben je klaar. Bij een inhoudelijke bijeenkomst ga je in de diepte in op één thema (bijvoorbeeld vooraf bepaald via een jaarkalender). Daarin kun je telkens 3 stappen onderkennen:

- Het onderwerp of thema duidelijk omschrijven. ‘Waarom’ en ‘wat houdt ons tegen’-vragen kunnen helpen om tot de kern van de uitdaging of het thema te komen.

- Verbreden: meerdere mogelijke oplossingen of richtingen verkennen. Daarbij durf je bestaande patronen doorbreken en vermijd je ‘ja maren’.

- Vernauwen: uit de bedachte oplossingen of richtingen één of meerdere kiezen en deze onderbouwen. En verder verder onderzoeken na de bijeenkomst.

Tip: haal mosterd uit Nederland: Hoe start je een professionele leergemeenschap? Of ga voor minimale verslaggeving via een teambord zoals Trello of Monday. Heel handig voor opvolging.

4. Ontwikkel sterke procescoachingsvaardigheden

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

Een vak- of werkgroepcoördinator kan deze rol gekregen hebben omdat zij of hij inhoudelijk heel sterk is. Om een vak- of werkgroep voldoende progressie te laten maken zijn coachingsvaardigheden van groot belang. In een groep kan er immers weerstand en groepsdruk ontstaan. Hoe ga je bijvoorbeeld om met onwrikbare onderwijsideeën of verworven rechten? Daarbij is het belangrijk dat de moderator van de bijeenkomsten (is niet noodzakelijk de vak- of werkgroepcoördinator) inzicht heeft in groepsdynamiek, onder de waterlijn kan kijken en collega’s kan coachen.

Tip: zorg ervoor dat coördinatoren onder onder de ijsberg kunnen duiken of leer hen de principes van Deep Democracy kennen zoals luisteren naar de stem van de minderheid, vragen of er nog mensen zijn die er zo over denken en zorgen dat iedereen een evenwaardige bijdrage kan leveren tijdens een bijeenkomst.

5. Werk systemisch en vakoverschrijdend

Het risico van vakgroepen is dat iedereen binnen het vak blijft waardoor je de verbindingen over de vakken heen mist. Dit vermijd je als volgt:

• Zoek naar de kruisverbindingen tussen de inhoud van vak- of werkgroepen. In welke mate kunnen bijvoorbeeld bepaalde leerdoelstellingen op een vakintegratieve manier beter en efficiënter gerealiseerd worden? Benarder de pedagogisch-didactische aanpak op een systemische manier en kom zo tot verticale leerlijnen. Het EduNext transformatierad kan daar als denkmodel bij helpen.

• Zorg voor intervisie tussen de vakwerkgroepcoördinatoren. Die kunnen naar elkaar toe een casus brengen (v.b. een probleem of een uitdaging binnen haar of zijn vakwerkgroep) waarbij de collega’s volgens een bepaalde intervisiemethodiek luisteren, vragen stellen en advies geven. Op de manier staan de coördinatoren er niet alleen voor en kunnen ze elkaar helpen en coachen.

Tip: Laat coördinatoren elkaar casussen voorleggen via de OASE methodiek.

6. Werk aan zelfregulerende vaardigheden

We hebben het vaak over zelfregulerende vaardigheden van leerlingen zoals emotieregulatie, impulscontrole, werkgeheugen, taakinitiatie, planning, respons-inhibitie, doelgericht gedrag, volgehouden aandacht, metacognitie, organisatie, flexibiliteit en time-management. Maar ook de zelfregulerende vaardigheden van leraren zijn cruciaal om van chaotische, besluiteloze, ongemotiveerde, conflicterende, perfectionistische, te weinig kritische en afhankelijke vakgroepen te evolueren naar efficiënte, leerzame, samenwerkende, flexibele, leerlinggerichte, duurzame en diverse professionele leergemeenschappen.

Tip: Ga na hoe sterk de zelfregulerende vaardigheden van de deelnemers aan de vak- en werkgroepen zijn ontwikkeld. Kijk ook eens is het gesteld is met andere belangrijke vaardigheden zoals elkaar groeigericht feedback kunnen en durven geven, feedback kunnen ontvangen, kunnen (zelf)reflecteren of elkaar kunnen en mogen coachen.

7. Implementeer een evenwichtige rolverdeling

Collega’s die goed werk uitvoeren, trekken meestal extra werk aan. In een vak- of werkgroep kan er zo een onbalans ontstaan in de taakverdeling wat nefast is voor de dynamiek. Een evenwichtige taakverdeling waarbij iedereen bijdraagt en waarbij het duidelijk is wie wat doet, geeft veel energie. Naast de normale rollen in een vergadering (modereren, tijd bewaken en verslag maken) is een goede match tussen kennis, vaardigheden, expertise en talenten van de vak- en werkgroepleden en de taken die ze er uitvoeren cruciaal.

Tip: breng in de vak- en werkgroepen de belangrijkste taken in kaart, inventariseer ieders competenties en talenten en verdeel die nadien op sociocratische wijze evenwichtig onder elkaar.

HULP nodig bij het versterken van je vakgroepen?

Bovenvermelde hefbomen mee helpen vertalen op maat van jouw school? Denken we graag mee over na. Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448 voor een vrijblijvend intakegesprek.



Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe sterk zijn de zelfregulerende vaardigheden van het lerarenteam ontwikkeld?

We verwachten van leerlingen dat ze hun eigen leerproces sturen, maar hoe zit het met de zelfregulering van de professionals die hen begeleiden? Een lerarenteam dat niet in staat is om de eigen professionele groei collectief te reguleren, zal moeite hebben om vernieuwing vast te houden. Dit artikel onderzoekt hoe zelfsturing op teamniveau de noodzakelijke motor is voor een wendbare school. Durven we als team in de spiegel te kijken en onze eigen leerstrategieën te evalueren?

Heel wat scholen zetten in op zelfregulerende vaardigheden van leerlingen. Maar hoe zit het met die van leraren, coördinatoren, directies en beleidsmedewerkers?

Hoe zit het met jezelf?

We weten onbewust van onszelf dat we soms de mist ingaan bij planning, dat we nogal eens dingen durven uitstellen of dat we af en toe ‘ontploffen’. Als we van leerlingen verwachten dat hun zelfregulerende vaardigheden goed ontwikkelen, kunnen we zelf niet achterblijven op vlak van emotieregulatie, impulscontrole, werkgeheugen, taakinitiatie, planning, respons-inhibitie, doelgericht gedrag, volgehouden aandacht, metacognitie, organisatie, flexibiliteit, time-management. Een idee van hoe jij er voor staat, krijg je via een vragenlijst Executieve Vaardigheden voor volwassenen.

klas- en schoolniveau

Er zijn op zijn minst twee niveaus waarop zelfregulerende vaardigheden van leraren een belangrijke rol spelen:

=> In functie van hun klasopdracht: het is belangrijk om onze leerlingen zelfregulerende vaardigheden aan te leren zowel om hun eigen leren in handen te kunnen nemen als dat ze dit later ook kunnen toepassen in hun leven en werk.

in welke mate kun je leerlingen zelfregulerende vaardigheden bijbrengen als je ze zelf onvoldoende beheerst?

Sommige zelfregulerende vaardigheden zoals emotieregulatie, impulscontrole en respons-inhibitie zijn onontbeerlijk voor leraren. Maar niet iedereen kan goed zijn in alle andere. Bij teamteaching kun je dat ondervangen door te zorgen dat je samen met je collega’s alle zelfregulerende vaardigheden in huis hebt.

=> In functie van de schoolopdracht: zowel voor kwaliteitsontwikkeling als tijdens veranderingsprocessen zijn zelfregulerende vaardigheden van leraren heel belangrijk.

Kun je voldoende vooruitgang boeken bij de realisatie van je visie, doelen en schoolplan zonder sterke zelfregulerende vaardigheden bij je leraren?

Zelfregulerende vaardigheden als hefboom

We kunnen hierbij 6 domeinen onderscheiden:
1️⃣ Planning, flexibiliteit en aanpassingsvermogen zoals visueel denken via teamborden om taken, voortgang en doelen visueel voor te stellen en te begrijpen.
2️⃣ Samenwerking en communicatie zoals constructief omgaan met meningsverschillen en het vinden van oplossingen die voor iedereen werken.
3️⃣ Probleemoplossend denken zoals zich snel aanpassen aan veranderende omstandigheden en creatieve ideeën bedenken voor onverwachte problemen.
4️⃣ Organisatie en tijdmanagement zoals het ontwikkelen van realistische tijdlijnen en het monitoren van de voortgang.
5️⃣ Zelfreflectie en professionele ontwikkeling zoals actief zoeken naar feedback van collega's en constructief reageren op feedback.
6️⃣ Leiderschap zoals verantwoordelijkheden verdelen en stimuleren van de betrokkenheid van alle teamleden.


Van disfunctionerende naar excellerende werkgroepen

Scholen werken vaak met werkgroepen die samen een bepaalde uitdaging (organisatorisch, pedagogisch, relationeel) aangaan en daarbij samen tot oplossingen komen. Niet elk van die werkgroepen functioneert goed. Ook hier kunnen sterke zelfregulerende vaardigheden van leraren helpen om van chaotische, besluiteloze, ongemotiveerde, conflicterende, perfectionistische, te weinig kritische en afhankelijke werkgroepen te evolueren naar efficiënte, leerzame, samenwerkende, flexibele, leerlinggerichte, duurzame en diverse werkgroepen.

Meer info?

Beschikken over sterke zelfregulerende is cruciaal voor leraren. Het vormt een van de teamvaardigheden die we met EduNext in kaart hebben gebracht om te kunnen werken aan onderwijskwaliteit, -innovatie en -transformatie. We hebben daarvoor ook een scan en rubrics ontwikkeld waarbij je kunt komen tot inzichten en acties om de teamvaardigheden van je schoolteam een boost te geven. Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel op 0474/949448




Meer lezen