Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

Coherente flexibele trajecten dankzij visie en betrokkenheid

Flexibilisering in het onderwijs dreigt vaak te verzanden in een versnipperd aanbod zonder kompas. Het geheim van een geslaagd traject ligt niet in de techniek, maar in de diepgewortelde betrokkenheid van het team bij een gezamenlijke pedagogische visie. Ontdek hoe een scherp omlijnd kader juist de vrijheid creëert die nodig is voor echt maatwerk voor elke leerling.

Dit artikel verscheen eerder op Veranderwijs.nu

Het initiatief

Smik_3.jpg

Het besef dat de persoonlijke ontwikkeling van elke leerling belangrijk is samen met het inzicht dat de leerling nodig heeft in zijn/haar leerproces maakt dat we flexibele leergangen nodig hebben om het leerproces van de leerling centraal te kunnen zetten. Om het leerproces te kunnen opvolgen en coachen moet je bijvoorbeeld formatieve evaluatie zichtbaar maken en niet louter inzetten op summatieve evaluatie. Kogeka (Sancta Maria Instituut Kasterlee (SMIK)) houdt bij flexibele leerwegen ook telkens het hoe en waarom van elke stap voor ogen. Het waarom is vastgelegd in de visie die de school heeft op het leerproces van de leerling. Die visie is de kern waaraan alle leerwegen en beslissingen afgetoetst worden. Zo nemen we de leerinhoud, de leervorm, het leerproces, de leertijd, de leeromgeving, het leernetwerk, het leermateriaal en de organisatie mee in de transformatie van de school zodat de uitbouw van flexibele leerwegen conform de visie verlopen.

De vernieuwing

Vakgroepen werken aan assessment instrumenten met oog voor zelfevaluatie van de leerling, peerevaluatie en evaluatie door leraren en andere betrokken partijen. Hierdoor wordt het proces dat de leerling aflegt zichtbaarder.

Het bestaande leerlingenrapport wordt kritisch geanalyseerd en bijgestuurd conform de nieuwe visie op evalueren. Het leerproces van de leerling staat centraal en het rapport moet dit ook weerspiegelen. We bekijken hoe de formatieve evaluatie vertaald en gecommuniceerd kan worden aan alle betrokken partijen (leerling-leraar-ouders-directie-…). Op deze manier zullen ook hier de flexibele leerwegen zichtbaarder worden met als doel ze in te zetten in de communicatie met alle partijen.

Het format van het rapport finaliseren we met het oog op een voortdurende neerslag van de procesbegeleiding. Hoe formuleren we feedback? Hoe benoemen we het proces zodat we het naar alle betrokken partijen helder gecommuniceerd krijgen? Van een summatieve evaluatie naar een formatieve evaluatie. Op die manier brengen we het leerproces van de leerling en zijn eigen leerweg explicieter in kaart.

We evalueren ook een proeftuin peertutoring: in deze peerevaluatie (in de vakgroep talen) zitten leerlingen van de 3de graad samen met leerlingen van de 1ste graad. De leerlingen helpen, begeleiden én evalueren elkaar. We bekijken of dit kan uitgewerkt worden in een online tandemsysteem waarop leerlingen zich als vragende partij voor hulp voor een specifiek vak kunnen inschrijven en waarop leerlingen zich kunnen aanbieden als experten voor een specifiek vak. Op die manier vinden leerlingen elkaar (over de leeftijden heen). Ze krijgen ook een lokaal ter beschikking om elkaar te ondersteunen.

We plannen in het schooljaar 2018-2019 een proeftuin in de eerste graad waarin leerlingen, afhankelijk van de richting, gedurende 1 à 2 uur keuzes mogen opnemen in functie van hun talenten en kwaliteiten. Bijvoorbeeld: iemand vanuit een sterk wiskundige richting kan meer talen opnemen.

Verder willen we co-teaching van de bestaande STEM afdeling in het schooljaar 2018-2019 uitbreiden naar de volledige eerste graad door klassen voor een deel parallel te roosteren zodat Nederlands, Frans en Wiskunde naast elkaar lopen waardoor er meer flexibiliteit is om op verschillende sporen te werken.

We zijn ook bezig aan het verfijnen en uniformiseren van de vakgroepspecifieke formatieve feedbackformulieren zodat het gepersonaliseerde leerproces zichtbaarder en helderder wordt voor alle betrokken partijen.

Waarom en hoe?

Waarom doen we de dingen die we doen? Daar zit de visie van het SMIK. Die visie is heel duidelijk en transparant voor de leraren, leerlingen, ouders, administratief personeel, technisch personeel, directie en ondernemers.

Door voortdurend overleg, aftoetsen, bijsturen en met een duidelijk doel voor ogen, sleutelen we systematisch aan alle wielen van het transformatierad.

Resultaten

Het welbevinden van zowel de leerlingen als de leraar stijgt. Dit laatste gaat hand in hand met de manier van feedback geven en de hele communicatiecultuur in de school. Feedback en verbindende communicatie zijn sleutelbegrippen bij formatieve evaluaties waardoor het leerproces van de leerling gestimuleerd en gestructureerd wordt. De leerwinst is zal dus groter zijn.

Tips & tricks

Alles start vanuit drie vragen: Waarom? (Waarom doen we de dingen die we doen?), Hoe? (Op welke manier gaan wie die concreet maken? Via overleg? Dialoog? Participatie?) en Wat? (In welke concrete dingen kunnen we die aanpak bewerkstelligen en zien?). Het antwoord op de waarom-vraag is onze visie. Daaruit volgt het personeelsbeleid en de structuur. Het team betrekken bij al deze processen is cruciaal maar ook aan de leerlingen, de ouders en alle andere betrokken partijen vragen we systematisch feedback. Inspraak en en communicatie zijn sleutelbegrippen om het fundament voor een duurzame transformatie te leggen. Trial en error zijn sleuteltermen bij directie, leraren, leerlingen, ouders, … . Vertrouwen dat we vanuit de visie op een coherente manier werken aan het transformatierad. Bestaande informele initiatieven expliciteren en formaliseren. De krachten die er al zijn, erkennen, bevestigen en er ruimte voor maken.

Door een pedagogische studiedag met het hele lerarenteam te organiseren die doet nadenken over ieders visie op onderwijs, hebben we de draagkracht van alle betrokken partijen aangesproken. Om deze aanpak op een coherente manier aan te pakken en op een duurzame manier uit te bouwen hebben we een transformatiecoach onder de arm genomen.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext, Ashoka en Teach for Belgium bundelen krachten om scholen te helpen transformeren

De uitdagingen in ons onderwijs zijn te groot om in isolatie op te lossen. Wanneer drie invloedrijke organisaties de handen ineenslaan, ontstaat er een krachtig ecosysteem voor verandering. Deze samenwerking onderzoekt hoe we de status quo kunnen doorbreken door collectieve expertise in te zetten voor scholen die durven te dromen van een fundamenteel andere aanpak.

Wil je met jouw school bij de innovators horen die het onderwijs van de toekomst maken?

EduNext, Ashoka, Teach for Belgium bundelen krachten om scholen te helpen transformeren

Wij gaan voor een maatschappij waarin iedereen gelukkig is en zelfvertrouwen heeft. Een samenleving waarin jongeren hun talenten ontdekken en actieve burgers worden die sociaal bewust zijn en streven naar gelijke kansen voor iedereen. De sleutel voor die nieuwe maatschappij ligt in het onderwijs. 

Wij, dat zijn Ashoka, Teach for Belgium en EduNext.

ashoka
Diest 2.png
Diest 3.jpg

Ashoka is een organisatie die van iedereen in de wereld een changemaker wil maken en veranderingsleiders in onderwijs met elkaar verbindt. 
Teach for Belgium bestrijdt de ongelijkheid in het onderwijs door het aantrekken en ondersteunen van gemotiveerde talenten die als leraar aan de slag gaan in scholen met veel kansarme leerlingen.
Edunext inspireert en ondersteunt scholen bij hun transformatie

 

Leerling in het centrum van zijn leerproces

Samen bundelen we onze krachten om het onderwijs te transformeren. Een transformatie waarbij we de leerling in het centrum van zijn leerproces willen plaatsen, zodat hij eigenaarschap opneemt en zelf de controle neemt en behoudt in zijn leren.

Er zijn in Vlaanderen 1000 secundaire en 2500 basisscholen. De adaptatiecurve van innovatie leert dat als je 16% van die scholen transformeert de andere 84% ook kantelt. Dat betekent dus dat we 160 secundaire en 400 basisscholen nodig hebben. Daar gaan we voor! Samen hebben we beslist om te starten met het secundaire onderwijs. En om in stappen te werken. Eerst 5 scholen, dan 30, daarna 160.

 

transformatieRAD

transformatierad

Om de leerling in het centrum van zijn leerproces te plaatsen, zetten we integraal in op de acht wielen van het EduNext transformatierad. Alle wielen van het rad zijn met elkaar verbonden. En moeten dus samen in beweging komen. 

Zo’n systemische verandering is niet eenvoudig. Omdat er heel veel vaste patronen en gewoontes zijn in elk van de wielen. Omdat de alternatieven niet eenvoudig zijn te realiseren. Daarom willen we scholen hulp aanbieden bij hun transitie naar de school van de toekomst. Om scholen te helpen bij hun transformatie zetten wij samen in op een aantal aspecten:

  • Transformatiecoaching

  • Lerend netwerk

  • Leiderschapsopleiding

  • Mogelijke hulp van Teach for Belgium leraren

  • Workshop activatie extern netwerk

  • Ondersteuning in natura

 

Sociale investeerders met hart voor onderwijs

Dankzij de steun van sociale investeerders en donateurs met een hart voor onderwijs kunnen we in september 2018 vijf scholen met meer dan 60% GOK-leerlingen de kans geven om aan interessante voorwaarden in te stappen in het project.
 

Eerste Infosessie in Diest

Diest 5.jpg

Op 17 mei 2018 hebben we in in de innovatieve Prins van Oranje middenschool in Diest een eerste infosessie gegeven. De directies van 12 geïnteresseerde scholen hebben we toegelicht welk soort onderwijs, volgens ons, in de toekomst nodig hebben. Wat de deelnemers daarna zelf konden zien tijdens het schoolbezoek. 

Vanuit de aanwezige directeuren is er alvast heel veel interesse in het project. Ook directies die er niet bij konden zijn en die we apart hebben bezocht, voelen aan dat de uitdagingen van die aard zijn dat het klassieke systeem te kort schiet.
 

Metafoor van de boot

Diest 6.jpg

De directeuren hebben ook samen gebrainstormd. De transformatie kan je voorstellen als een boot die van de huidige school naar de toekomstige school vaart. Uit de boot hangen ankers (angsten en bezorgdheden) die de school tegenhouden om te veranderen. En die de boot afremmen. Maar er zijn ook zeilen die de boot voortstuwen. Innovaties die nu al gebeuren, maar misschien nog niet structureel zijn.

Als voornaamste ankers noemen de directeuren:

  • Het personeel meekrijgen.

  • Gebonden aan personeelsbeleid.

  • Bestaande infrastructuur.

  • Vertrouwen nodig in leerlingen (loslaten).

  • Vaardigheden leraren ontoereikend (zeker bij praktijkleraren beroeps- en technisch onderwijs).

  • Budgetten niet beschikbaar.

Diest 7.jpg

De voornaamste zeilen zijn:

  • Zorgen dat je quick wins realiseert.

  • Bereidheid om het ‘aloude’ achter te laten.

  • Graadklassen (vb: verbetering in 1 graad) en co-teaching.

  • Activerende werkvormen.

  • Inspraak – leerlingenparlement.

  • Wilskracht bij personeel.

  • Urgentie: meer en meer aanwezig: er moet iets veranderen.

  • Vertrekken vanuit het zichtbare.

 

De impact van verandering meten

Het is belangrijk dat de verandering impact heeft. Daarom gaan we die ook meten. Vanuit vzw EduNext loopt er een studie met hogeschool Vives om de impact van transformatie te meten. Dit zullen we verder uitdiepen zodat we voor het project de juiste metingen kunnen doen.

De directeuren dachten na welke factoren daarbij belangrijk zijn:

  • Schooluitval.

  • Gemotiveerde leerlingen en leraren.

  • Absenteïsme.

  • Aantal leerlingen.

  • Resultaten leerlingen.

  • Attesteringen.

  • Groei in taalvaardigheid.


Meedoen

Bent je directeur van een Vlaamse secundaire school met een meer dan 60% GOK leerlingen en wil je meer weten over dit project? 

Stuur dan een mail naar dirkdeboe@edunext.be of naar klaartje.volders@TeachForBelgium.be.  Bellen kan op nummer 0474 949 448 (Dirk)

Inschrijven kan tot 20 juni. Eind juni maken we de 5 scholen waarmee de grote transformatie van het Vlaamse secundair onderwijs starten.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext On Tour: op bezoek bij Athenea Herzele en Geraardsbergen

Hoe transformeer je een school die op de rand van sluiting staat tot een innovatief baken van leerlinggestuurd onderwijs? Tijdens deze EduNext-tour door Herzele en Geraardsbergen wordt pijnlijk duidelijk dat echte onderwijsvernieuwing niet stopt bij de schoolpoort, maar vraagt om een radicale herverdeling van verantwoordelijkheid tussen leraar en leerling.

En of er bij directeuren en leraren interesse is voor bezoeken aan innovatieve scholen! De inschrijvingen om een kijkje te komen nemen in deze twee innovatieve scholen stonden amper open of het was reeds volzet. Om 8 uur ’s ochtends stonden de eerste belangstellenden vanuit Voeren (!) al aan de Herzeelse schoolpoort.

DE LEERLING IN HET CENTRUM VAN ZIJN LEERPROCES

Isabelle Truyen, coördinerend directeur van Scholengroep 20, vertelt hoe slecht de school er in Herzele aan toe was. Dalende leerlingenaantallen en een kwalijke reputatie. Een sluiting leek onvermijdbaar. Tot ze vijf jaar geleden begonnen aan de omslag.

Van receptief naar actief. Van leraren die hoofdzakelijk les geven naar leraren die verkorte instructies geven en coachen. Van leerlingen die passief les volgen naar leerlingen die zich bewust zijn van wat ze doen en controle hebben over hun leerproces. Van onderwijs voor de gemiddelde leerling naar onderwijs op maat. Van een les- naar een schoolopdracht.

De impact is enorm. Op het dieptepunt waren er nog 9 leerlingen in 1A. Voor volgend jaar zijn er al 81 leerlingen ingeschreven. De tamtam doet zijn werk in Herzele en omstreken.

On Tour 1.jpg
On Tour 2.jpg

WILD – het acroniem van de nieuwe aanpak

  • Welbevinden: geen vrijheid blijheid. Leerlingen krijgen ruimte maar nemen ook verantwoordelijkheid. En ze spreken een resultaatsverbintenis af.
  • Innovatie: de leerlingen trekken hun eigen leerproces. Elke leraar is coach van acht leerlingen. De leraren hebben het leerplan tot de draad ontleed en gestript tot de essentie.
  • Leraren/leerlingen mindshift: leraren besteden extra tijd om leermateriaal te ontwikkelen, samen de weekplanning op te stellen en verkorte instructies voor te bereiden. Leerlingen moeten er leren op vertrouwen dat deze aanpak hen beter voorbereidt op leven en werk.
  • Durven doen: flexibele leraren die durven loslaten. Die vertrouwen en ruimte geven. En die hun onderwijs niet dooddenken. En samen springen.

OPTIMALISEREN VAN LEERTIJD

Heel veel tijd gaat in een klassieke school naar klasmanagement. Zitten en zwijgen. Dit verloopt hier zonder veel problemen. Leerlingen komen binnen, nemen hun Chromebook en gaan aan de slag. Iedereen weet wat er van hem verwacht wordt. Leerlingen bepalen zelf het tempo.

Als een leraar ziek is, vliegen ze niet meer naar de studie. Ze kunnen zelfstandig verder. En er is steeds een tweede leraar omdat ze aan co-teaching doen.

Zorg wordt ook veel meer opgenomen in de klas. Als er conflicten zijn, wordt er meteen een kringgesprek georganiseerd. Tijd die vroeger verloren ging aan sanctioneren wordt positief gebruikt.

En examens zijn afgeschaft. Wat extra leertijd oplevert. Het helpt dat in het GO! de attestering van het 1e jaar uitgesteld wordt naar het 2e . Lessen van 50 minuten behoren tot het verleden.

Het atheneum in Herzele werkt met voormiddagen en namiddagen. Zo zijn de uren latijn voor de leerlingen die ervoor kiezen, gegroepeerd op woensdagvoormiddag. Daarin komt nu alles aan bod: woordenschat, grammatica en teksten. Leraren kunnen zo echt iets afwerken.

BUB

Nog een acroniem: BUB staat voor Begeleiden Uitdiepen en Bijschaven.

Twee BUB namiddagen per week zijn er geen instructiemomenten en worden leerlingen nog intensiever begeleid. Zij die het wat moeilijker hebben voor een bepaald deel van de leerstof, worden geremedieerd. Anderen worden extra uitgedaagd.

Door permanente feedback, leren leerlingen zich ook inschalen (hero, super hero, power hero). Waarna bij de toets blijkt of ze zich juist hebben ingeschat. Ze zien ook visueel wie power hero is voor welke leerstof. Een dergelijke leerling kunnen ze dan ook consulteren. In plaats van het altijd direct aan de leraar te vragen. Waardoor die meer tijd krijgt om andere leerlingen te helpen.

On Tour 3.jpg
On Tour 4.jpg
Als we tijdens het bezoek aan de B-klas aan de leerlingen vragen of ze zich goed voelen in 1B, wijzen ze ons terecht. Dit is de 1OK klas! Elke leerling is hier oké.

AGORA

15 km zuidwaarts ligt Geraardsbergen. In het atheneum hebben leerlingen van het 5e en 6e jaar sinds begin dit schooljaar een deel van de tijd les volgens Agora onderwijs. Het principe is vergelijkbaar met dat van Herzele. Leerlingen verwerken zelfstandig de leerstof. Andere leerlingen volgen ondertussen les in het instructielokaal. De leraren Jana De Geyter en Bram De Geeter wijzen op het belang dat dit concept vanuit de leraren is ontstaan. 7 leraren besloten samen om het anders aan te pakken. En werden daarbij gesteund door hun directeur.

Het grote voordeel is dat je als leraar niet meer alleen staat in je pedagogische
bubbel

Ze overleggen samen, pakken problemen aan en definiëren vakoverschrijdende projecten. Maar ook leerlingen met ongunstig deviant gedrag hebben het hier moeilijker om de boel op stelten te zetten. Ze staan nu niet meer tegenover één leraar, maar meestal tegenover twee. En het ganse team helpt elkaar. Leraren voelen zich ook veel meer verantwoordelijk voor hun leerlingen.

On Tour 5.jpg
On Tour 6.jpg

VLEK

Ook hier is er een acroniem voor de vier pijlers van Agora onderwijs: Verbondenheid, Leerplezier, Eigenaarschap en Kritisch denken. Op elk van deze pijlers doen de leraren via bevragingen bij de leerlingen gedurende het ganse jaar metingen.

Toen ze aan Agora begonnen, dachten de leraren dat de meeste weerstand van de ouders ging komen. En dat de leerlingen het
keitof gingen vinden. Het was net omgekeerd. Leerlingen die al 16 jaar in het klassieke systeem zaten, vonden het zeer vervelend om nu zelf actief hun leerproces te moeten trekken. Op een bepaald moment heeft de school een overleg met ouders en leerlingen moeten beleggen. Het waren de ouders die aan hun kinderen zeiden: ‘deze mensen doen dit wel voor je toekomst, hé”.

Dat was het kanteklmoment. De leraren zijn er zeker van dat de leerlingen later wel zullen beseffen dat zoveel zelfstandigheid hen veel beter voorbereidt op hogere studies. En dat het voor de 3e graad makkelijker zal zijn als ook de 1e en de 2e graad instapt in deze manier van onderwijs. Interessant is ook dat de leraren rubrics gebruiken voor de beoordeling van vaardigheden.

INFRASTRUCTUUR

Eerst maken wij de ruimte, daarna maakt de ruimte ons.

Infrastructuur is zeer belangrijk, beklemtoont Isabelle Truyen van het atheneum in Herzele. Heel wat directeuren en leraren rondom mij knikken. Het is belangrijk dat leerlingen zich thuis voelen. Dat ze in een leeromgeving vertoeven waarin ze graag zijn. En dat ze kunnen bewegen. Bijvoorbeeld door variatie in het meubilair. Hoge en lage stoelen, een zithoek. Ook het design is belangrijk. Mooie meubels en kleuren. Eenheid qua stijl. Zelfs de gangen worden hier benut. Bijvoorbeeld door uitklapbare houten planken aan de muur waaraan leerlingen kunnen werken.

On Tour 7.jpg
On Tour 8.jpg

Muren uitbreken is geen taboe meer in deze scholen. Zo zien we dat in Geraarsbergen drifig gewerkt wordt om nog meer Agora lokalen voor te bereiden. Want enkele leraren wiskunde en wetenschappen willen ook met dit concept aan de slag. Als ook leraren van deze vakken geloven in het concept, dan heeft de school de innovatieve wind in de zeilen.

En wat vonden de dertig directeuren en de leraren ervan? De Geraardsbergse mattetaarten en het Herzeels fruit smaakten alvast heerlijk. Afgaand op de vragen die bleven komen, was deze EduNext On Tour ook inhoudelijk een voltreffer. Iedereen ging met flink wat tips en inspiratie terug naar huis.

unnamed.jpg
unnamed (1).jpg

En de VRT kwam ook langs en maakte dit item voor in het journaal.


Heeft u als school ook goesting om hiermee zelf aan de slag te gaan?

Mail naar contact@edunext.be

Meer lezen