Leraar zijn, leraar worden is een genuanceerd, reflectief en mensgericht boek van Geert Kelchtermans
Geert Kelchtermans ontleedt de professionele biografie van de leraar met een ongeëvenaarde diepgang. Leraar worden is geen eenmalige gebeurtenis, maar een levenslang proces van persoonlijke en professionele identiteitsvorming. Kelchtermans waarschuwt voor de versimpeling van het vak tot een set technieken en pleit voor de erkenning van de kwetsbaarheid die inherent is aan het leraarschap. Een essentieel werk voor iedereen die de complexiteit van de onderwijspraktijk werkelijk wil begrijpen.
Het beroep van leraar is vandaag de dag complexer dan ooit. Leraren staan onder druk door hoge maatschappelijke verwachtingen, beleidsmatige vernieuwingen, prestatiemetingen en diversificatie in de klas. In dit uitdagende landschap biedt Leraar zijn, leraar worden van gewoon hoogleraar KU Leuven Geert Kelchtermans een diepgravende en menselijke benadering van het leraarschap. De auteur slaagt erin om het beroep van leraar in zijn volle gelaagdheid te belichten. Zijn uitgangspunt is duidelijk: leraar zijn is wat je doet én wie je bent. Het boek is een krachtig pleidooi voor een herwaardering van het leraarschap als moreel, relationeel en persoonlijk engagement.
Professioneel zelfverstaan
De centrale focus van het boek is het idee dat leraarschap nauw verbonden is met de persoon die de leraar is. Geert Kelchtermans gaat in op de manier waarop leraren zichzelf begrijpen in hun rol, hun beroep beleven en hun professionele identiteit vormgeven. Dit zelfverstaan is geen statisch gegeven, maar een dynamisch proces dat voortdurend evolueert in wisselwerking met de ervaringen die een leraar opdoet, zowel positief als negatief.
Het professioneel zelfverstaan wordt uitgewerkt aan de hand van vijf onderling verbonden componenten:
Zelfbeeld: hoe ziet de leraar zichzelf als professional? Als expert, als begeleider, als motivator, als vakdidacticus.
Het zelfwaardegevoel verwijst naar de emotionele zelfwaardering. In welke mate vindt een leraar dat zij of hij een goede leraar is?
Taakopvatting: wat beschouwt een leraar als haar of zijn kerntaken? Is dat kennisoverdracht, persoonlijke begeleiding, maatschappelijke opvoeding?
Beroepsmotivatie: waarom kies een leraar voor dit beroep en waarom blijft hij het doen?
Toekomstperspectief: hoe ziet de leraar zijn of haar professionele toekomst? Ziet hij mogelijkheden tot groei of overheerst het gevoel van stagnatie?
Deze componenten geven samen richting aan het professionele handelen van de leraar. Ze zijn persoonlijk en worden gevormd in interactie met leerlingen, collega’s, schoolculturen en bredere maatschappelijke verwachtingen. Het zelfverstaan is dus tegelijk individueel en contextueel.
Subjectieve onderwijstheorie
Deze verwijst naar het geheel van persoonlijke opvattingen en overtuigingen die leraren ontwikkelen over wat werkt in onderwijs, gebaseerd op hun eigen ervaringen. Deze is ‘subjectief’ omdat ze uniek is voor elke leraar. Ze wordt gevormd door biografie, opleiding, ervaringen in de klas en de bredere schoolcontext.
Deze onderwijstheorie vormt het fundament van het handelen van de leraar. Het bepaalt bijvoorbeeld hoe men omgaat met ordeverstoring, hoe men differentiatie aanpakt of welke rol men ziet voor toetsing. Door deze theorie te expliciteren en bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor professionele dialoog, groei en reflectie. De schrijver toont aan dat professionalisering niet zozeer bestaat uit het ‘aanleren’ van nieuwe technieken, maar uit het verdiepen en verfijnen van deze subjectieve theorieën in interactie met anderen.
Bron: afbeelding uit Leraar zijn, leraar worden - Geert Kelchtermans - Pelckmans
De tragiek van het leraarschap
Een krachtig en ontroerend element in het boek is dat kwetsbaarheid onlosmakelijk verbonden is met het leraarschap. De ervaring is dat idealen vaak botsen met de weerbarstige realiteit. Leraren willen het beste voor hun leerlingen, maar worden geconfronteerd met beperkte middelen, tijdsdruk, gedragsproblemen, beleidsdruk en soms een gebrek aan maatschappelijke erkenning. Deze tragiek is volgens Geert Kelchtermans geen teken van falen, maar juist een kernkenmerk van het beroep. Het erkennen van die kwetsbaarheid, zowel bij beginnende als ervaren leraren, is essentieel voor professionele ontwikkeling en voor het behoud van motivatie. Wie voortdurend het gevoel heeft tekort te schieten, zonder daarover te mogen spreken, loopt een groot risico op demotivatie of burn-out. De auteur pleit daarom voor een onderwijspraktijk waarin ruimte is voor reflectie, voor het delen van onzekerheden en voor professionele solidariteit.
De kracht van verhalen
Een van de grote troeven van het boek is de manier waarop Kelchtermans theorie verbindt aan praktijk. Hij doet dit niet met schema’s of modellen, maar met verhalen. Deze verhalen – gebaseerd op zijn eigen onderzoek, interviews en observaties – tonen het dagelijkse leven van leraren in al zijn complexiteit, schoonheid en worsteling.
“Het komt erop aan om de juiste relatie te vinden met de leerlingen. Dicht genoeg bij hen, zodat ze zich gezien op bevestigd voelen en tegelijkertijd ook op de juiste afstand. Ik ben immers de leraar, ik moet mijn gezag kunnen Laten helden. Ik moet niet de toffe kameraad spelen ”
Door verhalen centraal te stellen, onderstreept Geert Kelchtermans dat het leraarschap niet objectief te vatten is in meetbare prestaties. Het gaat om context, om relaties, om moraal, om betekenisgeving. Een verhaal over een beginnende leraar die worstelt met orde in een moeilijke klas zegt vaak meer dan een beleidsrapport vol cijfers. Bovendien nodigt het vertellen en beluisteren van verhalen uit tot herkenning, dialoog en gedeelde reflectie. Verhalen worden zo een instrument van professionalisering op zich.
Leraar worden
Professionalisering is een levenslang proces van groei, bijleren, vallen en opstaan. Geert Kelchtermans benadrukt dat deze ontwikkeling niet alleen afhangt van individuele inzet, maar van de context waarin een leraar werkt. Beginnende leraren worden vaak ondergedompeld in een realiteit waarvoor geen enkele opleiding volledig kan voorbereiden. De aanwezigheid van mentorfiguren, ondersteunende collega’s en een schoolcultuur waarin openheid heerst, maakt het verschil voor startende en groeiende leraren.
Professionalisering betekent ook: samen leren. De auteur pleit voor leergemeenschappen waarin leraren hun praktijk samen onderzoeken en verbeteren. Dat vergt tijd, vertrouwen en ruimte.
Kritische reflectie
Een ander sterk punt van het boek is de kritische houding ten aanzien van beleidsmatige benaderingen van onderwijs. Geert Kelchtermans verzet zich tegen het idee dat goed onderwijs vooral draait om ‘evidence-based’ technieken, prestatiemetingen, efficiëntie en verantwoording. Niet omdat hij tegen effectiviteit is, maar omdat deze benadering vaak voorbijgaat aan de menselijke dimensie van het onderwijs. Onderwijzen is een relationeel en moreel geladen proces. Wat werkt in de ene klas, kan in een andere situatie totaal anders uitpakken. Daarom heeft de leraar professionele ruimte nodig om op basis van context, ervaring en morele afwegingen in elke situatie een zo goed mogelijk oordeel te vellen. Het onderwijsbeleid doet er goed aan om die ruimte te beschermen, eerder dan haar te beperken.
Gewoon hoogleraar KU Leuven - Geert Kelchtermans
Conclusie
Leraar zijn, leraar worden is geen eenvoudig boek. Het is wel een essentieel boek voor iedereen die het onderwijs ter harte neemt. Het biedt geen pasklare antwoorden of kant-en-klare methodieken, maar nodigt uit tot reflectie, dialoog en herbronning. Het is tegelijk kritisch en hoopgevend, wetenschappelijk onderbouwd en doorleefd menselijk.
Voor leraren, lerarenopleiders, schoolleiders, aanvangsbeleiders en beleidsmakers biedt dit boek een waardevol denkkader dat de mens achter de leraar erkent en respecteert. In een tijd waarin het onderwijs vaak onder druk staat, is Leraar zijn, leraar worden een krachtig pleidooi voor meer menselijkheid, vertrouwen en diepgang in het hart van het leraarsberoep. Het boek is uitgegeven bij Pelckmans.
Houden van leraren – Een ode aan onderwijs met hart en lef - Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck
In een klimaat van tekorten en kritiek brengen Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck een broodnodige ode aan de leraar. 'Houden van leraren' is een manifest voor een schoolcultuur waarin zorg voor de leraar de basis is voor zorg voor de leerling. Het vraagt om lef om weer vanuit het hart te onderwijzen in een systeem dat vaak kil en zakelijk aanvoelt. Een inspirerend boek dat de menselijkheid terug centraal stelt en leraren de erkenning geeft die ze zo broodnodig hebben.
Het boek Houden van leraren is een warm en doordacht pleidooi voor een onderwijs dat vertrekt vanuit vertrouwen, verbondenheid en professionaliteit. In een tijd waarin het debat over onderwijs vaak draait om tekorten, werkdruk en prestaties, kiezen de auteurs bewust voor een ander perspectief: dat van hoop, verbinding, nuance, zorg en samenwerking.
Zij stellen een kernvraag die lang niet genoeg gesteld wordt: hoe kunnen we beter zorgen voor de mensen die elke dag zorgen voor het leren van onze kinderen?
Uitnodiging tot actie
Wat opvalt aan dit boek is de toon. De auteurs zetten bewust in op een positieve, oplossingsgerichte benadering. Ze reiken zeven hefbomen aan die het verschil kunnen maken in het leven en werk van leraren en daarmee ook in de kwaliteit van onderwijs. Elke hefboom is rijk geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, getuigenissen van leraren, directeurs en beleidsmakers uit het Vlaamse onderwijs. Hierdoor blijft het boek dicht bij de praktijk. Het leest als een reeks inspirerende portretten en vormt tegelijk een krachtig en samenhangend betoog.
1. Houden van collega’s
Leraren hebben nood aan steun, erkenning en samenwerking met collega’s. De schrijvers pleiten voor een sterk teamgevoel, waar klasdeuren openstaan, feedback geven vanzelfsprekend is en er ruimte is voor kwetsbaarheid.
“De spreidstand voor leraren om tegemoet te komen aan de enorme verschillen tussen leerlingen werd zo groot dat dat in een klassieke organisatiestructuur niet haalbaar was. Binnen het bestaande uren pakket werken vaste teams van 7 tot 10 learen intensief samen om 60 tot 100 leerlingen te begeleiden over de jaren en de vakken heen.
Birgit Van Eyck, basisschool Terra, Antwerpen”
2. Houden van leiders met lef
Leiderschap is cruciaal in elke schoolorganisatie. Maar niet elke leider maakt impact. Het boek stelt dat een goede schoolleider visie én nabijheid combineert. Leiderschap is een relationele, inspirerende rol. Goede leiders kennen hun leraren, staan mee op de vloer en durven zichzelf in vraag te stellen. Tegelijk pleiten ze voor leiders die het leerproces van leraren faciliteren en uitdagen. Leiderschap met lef en met liefde.
“Het houvast voor een directeur moet in al zijn beslissingen zijn: wat brengt het op voor de kinderen, voor hun leren, voor hun welzijn?
Bart Jonkers - directeur basisschool Leopold 3 Berchem”
3. Houden van startende leraren
De auteurs raken hiermee aan een actueel thema: hoe zorgen we ervoor dat startende leraren aan boord blijven? Ze tonen aan dat stabiliteit, begeleiding en groeimogelijkheden startende leraren motiveert. Als starters begeleiding krijgen, ruimte om te groeien én een gevoel van thuishoren, dan vergroot de kans dat ze in onderwijs blijven. Ze breken een lans voor mentorschap op maat, begeleidingstrajecten en buddywerking.
“Als we kunnen, laten we onze frisse starters beginnen in een rol als co teacher. Gedurende twee jaar dragen ze de volle verantwoordelijkheid voor een klas niet alleen maar krijgen ze ruimte om te groeien. Bijna elke starter heeft dus een constante begeleider en ervaren co-teacher.
Esther Wallace - directeur vrije basisschool Sancta Maria, Leuven”
4. Houden van een afwisselende loopbaan
Wie in onderwijs werkt, weet hoe belangrijk het is om zich te blijven ontwikkelen. Toch zijn veel loopbanen in onderwijs vandaag nog lineair en weinig gedifferentieerd. Greet Decin, Sanne Baeck en Bert Maes doen een oproep voor flexibele loopbaanpaden die leraren uitdagen volgens hun talenten en ambities waarbij autonomie, verbondenheid en competentie hun motivatie voedt.
“Wij zetten in onze scholengemeenschap sterk in op in huis-experten. Naast een digicoach willen we ook ontwikkelcoaches inzetten. Dat zijn coaches die al meer ervaring hebben met lesgeven en een opleiding zullen krijgen om hun collega te helpen reflecteren en zich verder te ontwikkelen.
Tom Cox, Coördinerend Directeur Scholengemeenschap Sint Quintinus Hasselt”
5. Houden van efficiënte administratie
Eén van de grootste frustraties in het onderwijs is de administratieve last. Leraren verliezen te veel tijd aan invulwerk, verslaggeving en verantwoording. De auteurs denken dat dit efficiënter en slimmer kan. Zo is er het voorbeeld van scholengroep Adite die hun zorgoverleg efficiënter hebben gemaakt. Zo werken ze met een algemeen klasbeeld met kleurencodes zodat ze in een oogopslag kunnen zien wie extra zorg nodig heeft, een systeem dat ook voor efficiëntie zorgt in de klassenraden.
“Als ouders zich welkom voelen op school en je in dialoog gaat met hen, verlaagt dat ook de druk om met allerlei papieren te willen verantwoorden.
Annelies Steenacker, directie François Laurent Instituut Gent”
6. Houden van ouderparticipatie
Wanneer ouders betrokken zijn, presteren leerlingen beter. Maar ouderbetrokkenheid is meer dan een oudercontact of een agenda-ondertekening. Het boek laat zien hoe scholen ouders als volwaardige partners kunnen benaderen, via formele én informele contacten. De auteurs onderstrepen ook het belang van inclusie: taalondersteuning, vertaling en drempelverlaging zijn essentieel om élke ouder te bereiken.
“Ga naar de wijk. Wij organiseren verbindende eetmomenten in wijken en werken daarvoor samen met organisaties die al vertrouwd zijn met onze ouders. Aan de inkom kunnen ouders op de wereldkaart aangeven waar ze vandaan komen. Onze ouders organiseren ook een tweede kans winkeltje op school. Daarnaast organiseren we babbelboxavonden en bij elk oudercontact is er een oudercafé met een gratis drankje. De leerkrachten bellen ouders waarvan ze weten dat ze minder makkelijk naar een ouder contact komen, op voorhand op. We voorzien vertaling voor anderstalige ouders en zoeken naar oplossingen als een ouder later op de avond niet meer met de bus tot op school geraakt. Als we merken dat ouders niet inloggen op een schoolplatform, dan bellen we hen op.
Nancy van Hoof, GOK-coördinator van de talentenschool in Turnhout”
7. Houden van samen leraren opleiden
De laatste hefboom richt zich op de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en beleid. Hier pleiten de auteurs voor een systeem van samen opleiden, samen onderzoeken en samen groeien. Opleiders moeten meer betrokken worden bij de praktijk, scholen moeten meer kunnen investeren in de begeleiding van nieuwe collega’s.
Netwerken waarin scholen en opleidingen samenwerken, kunnen een krachtige hefboom zijn voor kwaliteitsvol onderwijs. Dit vraagt wel visie én structuur op hoger niveau.
Bert Maes (auteur), Sanne Baeck (auteur), Zuhal Demir (minister van onderwijs), Greet Decin (auteur) en Marc Vandewalle (AD UCLL)
Menselijke toon, herkenbare verhalen
Wat dit boek zo bijzonder maakt, is de menselijke toon. De auteurs oordelen niet, maar observeren en reiken uit. Ze benoemen wat moeilijk is, maar blijven altijd gericht op mogelijkheden. De praktijkvoorbeelden zijn concrete casussen die tonen dat verandering mogelijk is mits visie, samenwerking en moed. Dat maakt het boek inspirerend en motiverend.
Conclusie
Houden van leraren is een ode aan de kracht van verbinding in onderwijs. Het herinnert ons eraan dat scholen niet draaien om structuren of systemen, maar om mensen. Leraren die zich gezien voelen, schoolleiders die durven leiden met hun hart, ouders die zich welkom voelen en starters die hun weg vinden in het mooie onderwijsvak. Het boek is uitgegeven bij Lannoo Campus.
Coach je onderwijscollega - praktische gids voor coaches op school - Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst
Collega's coachen vraagt om een fragiele balans tussen nabijheid en distantie. Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst bieden een uiterst praktische gids voor wie op school de rol van coach op zich neemt. Voorbij de technieken gaat het om het creëren van een veilige ruimte waarin echte reflectie kan plaatsvinden. Hoe help je een collega om de eigen blinde vlekken te ontdekken zonder de werkrelatie te belasten? Een onmisbaar werkinstrument voor elke interne mentor of coach.
Dit boek biedt een diepgaande en praktijkgerichte benadering van coaching binnen het onderwijs. In een tijd waarin samenwerking, professionele ontwikkeling en welzijn van leerkrachten steeds belangrijker worden, reikt dit werk handvatten aan om op een empathische, systematische en effectieve manier collega's te begeleiden. De auteurs hebben duidelijk niet alleen theoretische kaders, maar ook veel ervaring in het werkveld, waardoor het boek zowel inspireert als houvast biedt.
Coaching als proces van binnenuit
Centraal in dit boek staat het idee dat coachen geen corrigerende, maar een faciliterende rol is. Het is een proces dat niet gestuurd wordt door de coach, maar door de coachee zelf. De coach stelt vragen, helpt reflecteren en stimuleert bewustwording; de inzichten en oplossingen komen van de gecoachte persoon. De nadruk ligt op het erkennen van verlangens, blokkades en groeipotentieel achter schijnbaar ‘negatieve’ houdingen. De coachee zit aan het stuur, de coach wandelt mee, stelt vragen, spiegelt en confronteert met respect en betrokkenheid.
“Coaching is geen rol, het is een houding.”
Rijkdom aan kaders
De auteurs bieden de lezer een waaier aan praktische modellen aan waaronder:
Het kernkwadrant van Ofman: een intuïtieve en effectieve manier om kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën in kaart te brengen.
De logische niveaus van Dilts: nuttig om te verkennen op welk niveau belemmeringen of veranderingen zich situeren (omgeving, gedrag, overtuigingen, identiteit).
Het GRROW-model volgens Jef Clement (gebaseerd op John Whitmore): een gestructureerde gesprekskapstok gebaseerd op doelen, realiteit, hulpbronnen, opties en actie.
Het professionele zelfverstaan van Geert Kelchtermans: een krachtig model dat de dieperliggende drijfveren en overtuigingen van een leraar blootlegt.
De auteurs maken deze modellen toegankelijk en tonen ook aan hoe je ze als coach kunt gebruiken, afhankelijk van de aard van het gesprek of de hulpvraag van de coachee.
Praktische toepasbaarheid
Een sterk punt van het boek is de praktische vertaalslag van theorie naar praktijk. De auteurs leggen gesprekstechnieken zoals doorvragen, herkaderen, concretiseren helder uit en bespreken ook hun effect en valkuilen. Zo raden ze aan om de ‘waarom-vraag’ zoveel mogelijk te vermijden omdat die vaak in het verleden graaft en defensieve reacties kan oproepen. In plaats daarvan focussen ze op coachende toekomstgerichte vragen die nieuwsgierigheid en exploratie stimuleren.
De auteurs schenken ook aandacht aan actief luisteren, stiltes en het leren lezen van non-verbale signalen. Ze behandelen verschillende gespreksvormen (reflectie-, feedback- en feedforwardgesprekken), geven duidelijke richtlijnen over hoe en wanneer ze in te zetten en bespreken het belang van timing, voorbereiding en sfeer bij coachingsgesprekken.
Persoonlijke kwaliteiten van een goede coach
Een ander waardevol aspect van het boek is de nadruk op de innerlijke houding van de coach. Eigenschappen zoals empathie, discretie, betrouwbaarheid, aanwezigheid en toewijding zijn volgens de schrijvers cruciale bouwstenen om succesvol te coachen.
Het boek daagt de lezer uit tot zelfreflectie. Ben ik écht aanwezig in het gesprek? Ben ik geneigd te snel advies te geven of het gesprek te veel te sturen? Heb ik voldoende oog voor mijn eigen emotionele reacties? Deze meta-reflectie verhoogt de kwaliteit van het coachingsproces en draagt bij aan de professionalisering van de coach zelf.
Uitdagingen en valkuilen
Het laatste deel van het boek gaat in op specifieke moeilijkheden waar coaches mee kunnen worstelen, zoals het omgaan met emoties (boosheid, verdriet, angst, vreugde), overdracht en weerstand. De auteurs slagen erin deze thema’s met nuance en respect voor de complexiteit ervan te behandelen. Ze wijzen ook op valkuilen zoals relativeren (“zo erg is het toch niet?”), egocentrische empathie (“ik heb dat ook meegemaakt”) en het aandragen van snelle oplossingen. Zulke reacties - hoewel vaak goed bedoeld - kunnen het reflectieproces blokkeren of de coachee het gevoel geven niet écht gehoord te worden.
Ook de wijze waarop de auteurs weerstand benaderen is sterk: niet als een hinderpaal, maar als een ingang voor verdieping. Door weerstand te erkennen, bespreekbaar te maken en samen te onderzoeken, ontstaat er ruimte voor betekenisvolle verandering.
Conclusie
De stijl van het boek is helder, vriendelijk en aanmoedigend. Hoewel het boek een aantal modellen bevat, is het zeer toegankelijk en herkenbaar voor iedereen die in het onderwijs werkt. Wat bijdraagt aan de leesbaarheid zijn de vele concrete voorbeelden en gespreksfragmenten die illustreren hoe de theorie in de praktijk tot leven komt. Coach je Onderwijscollega is een warm, deskundig en diepgaand handboek dat elke leerkracht, mentor, begeleider of directielid - die de ambitie heeft om collega’s te ondersteunen in hun professionele groei - kan versterken. Aangezien onderwijs meer en meer een teamsport wordt, is elkaar goed kunnen coachen een belangrijke vaardigheid in een lerarenteam. Dat leer je via dit boek en uiteraard door het veel te doen. Het boek is uitgegeven bij Pelckmans.
Wat een leraar tot leraar maakt - Joris Vlieghe Een pedagogisch manifest voor leraarschap als levenshouding
Joris Vlieghe brengt een vurig pleidooi voor de leraar als iemand die een passie deelt en een nieuwe wereld opent voor jongeren. In een tijd waarin de leraar vaak wordt herleid tot een 'begeleider van leerprocessen', herstelt Vlieghe de essentie van het vakmanschap. Leraarschap is geen optelsom van competenties, maar een levenshouding die gebaseerd is op liefde voor de wereld en voor de leerling. Een diepzinnig manifest dat ons uitdaagt om de ziel van het onderwijs te herontdekken.
Joris Vlieghe, Professor en docent aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van KU Leuven, schreef met dit boek een filosofisch manifest dat het leraarschap niet enkel beschouwt als een beroep maar als een fundamentele manier van in het leven staan. Een zijnswijze. De auteur stelt dat een echte leraar niet enkel voor de klas staat, maar 24 op 7 leraar ís, op existentiële wijze gevormd door een diepe liefde voor de wereld en voor de inhouden die hij deelt met zijn leerlingen. In lesgeven gaat het om het richten van de aandacht op een inhoud die ertoe doet. En die er door deze interventie misschien ook voor de leerling toe gaat doen.
Vorming boven kennisoverdracht
Een centraal concept in het boek is vorming, dat Joris Vlieghe tegenover de dominante, utilitaire visie op onderwijs plaatst. Terwijl hedendaags onderwijs vaak draait rond meetbare leeruitkomsten, vaardigheden en prestaties, pleit de schrijver voor vorming als een transformerende ervaring. Die ervaring gebeurt wanneer leerlingen worden geraakt door een gebeurtenis of een vak, waardoor ze op existentieel niveau veranderen. Dit is geen lineair groeiproces, maar een breuk: een moment waarop een leerling iemand anders wordt. De leraar is in die zin geen instructeur, maar een gids naar zelfwording.
De auteur is voor alle duidelijkheid niet tegen kennisoverdracht. Het kan immers een van de grootste opgaven zijn van een leraar om jonge mensen tot leren te brengen. Maar als de leraar zich hier enkel toe beperkt, dan verliest zij of hij we twee belangrijke vragen uit het oog:
Waarom en hoe de leerling tot het leren komt en wat er nodig is dat dit leren de leerling kan raken en transformeren.
Welke de precieze betekenis is van de leraar in wat er tijdens het leren gebeurt.
“Leraar word je niet door een diploma maar door een existentiële keuze”
zaakgerichtheid
Het boek overstijgt de discussie of je dan wel de leerling of de leraar centraal moet zetten in het onderwijs. De auteur introduceert het idee van de zaakgerichtheid. Niet de leerling of de leraar staat centraal maar de zaak, de gedeelde aandacht voor iets dat ertoe doet. Of dat nu wiskunde, houtbewerking of literatuur is. Onderwijs ontstaat waar leraar en leerling samen iets proberen te begrijpen of beheersen dat groter is dan henzelf. De autoriteit van de leraar ligt dan niet in zijn gezag over de leerling maar in zijn toewijding aan de zaak. En precies daarin schuilt zijn pedagogische geloofwaardigheid. De autoriteit van de leraar komt niet voort uit zijn positie maar uit zijn trouw aan de zaak. Hij nodigt de leerling uit om de regels van de zaak te respecteren. Of dat nu de grammatica is van een taal of de meetkundige wetten van een driehoek. De leraar oefent dus macht uit, maar altijd ten dienste van iets groters en met de verantwoordelijkheid om deze macht pedagogisch te verantwoorden.
“Als leraar ben je zelf ook aan de regels onderworpen. Je draagt dit uit in het lesgeven omdat je je niet beroept op een gezagsargument. Wanneer leerlingen de regels niet verstaan of toch maar lastig vinden, dan komt het er op aan te tonen dat ze dat de zaak zelf om respect voor de regels vraagt. Zo is de som van de hoeken van een driehoek altijd 180 graden en mag je nooit delen door nul. In die zin ligt de autoriteit bij de dingen zelf, niet bij de leraar of leerling.”
Transparante ontwikkeling onderbreken
Volgens de schrijver is het een onverwacht gebeuren of een sterk confronterende ervaring die opvoeding mogelijk maakt. Omdat je dan losgerukt wordt uit de gevangenschap van de zelfgerichtheid en omdat de logica van een afwikkeling van een reeds vastgelegde identiteit radicaal wordt onderbroken. Het betreft dan een botsen op iets wat groter en belangrijker is dan wat je tot op dan toe waardevol achtte. Dit kan leiden tot een onverwachte wending in je leven, een nieuw begin, en soms zelfs een pijnlijke breuk met wat je spontaan geloofde. Het illustreert hoe ervaringen en gebeurtenissen, iemands leven, plots en compleet kunnen veranderen. De ontmoeting met een leraar kan zo bij een leerling zorgen voor een belangrijke levenswending.
Pedagogische liefde: een unieke relatie
Joris Vlieghe beschrijft een bijzondere vorm van liefde die eigen is aan de leraar: een combinatie van passie, zorg, geduld en discipline. Hij verwijst naar Gilles Deleuze die een onderscheid maakt tussen leerlingen die zich als ‘sadisten’ gedragen (voor wie studeren een berekend en mechanisch proces is) en leerlingen die eerder ‘masochisten’ zijn (voor wie vorming een bron van verlangen en zelftransformatie is). De taak van de leraar is om sadistische leerlingen die enkel willen weten, te transformeren in masochistische leerlingen die willen leren. Pedagogische liefde betekent dan ook leerlingen uitdagen, confronteren én begeleiden. Met het risico op afwijzing. Het kan als leraar immers zeer pijnlijk zijn om op te gaan in een vak terwijl een leerling daar totaal geen interesse in blijkt te hebben.
“De ontmoeting met een leerkracht of met een vak kan de zin van je leven fundamenteel tekenen”
Gelijkheid als vertrekpunt, niet als doel
In plaats van gelijkheid te beschouwen als een einddoel dat we pas na veel inspanning bereiken, stelt hij voor dat leraren vertrekken vanuit het geloof in de gedeelde intelligentie van alle leerlingen. Een leraar beschouwt elke leerling als iemand die kán denken, observeren, onderscheiden, redeneren en betekenisvol spreken. Het is aan de leraar om dit te activeren. De leraar handelt dus vanuit vertrouwen, zonder vooraf te oordelen over het potentieel van zijn leerlingen. Emancipatie ontstaat net doordat leerlingen in aanraking komen met nieuwe werelden, nieuwe inzichten, en de kans krijgen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Deze houding vereist vertrouwen en een weigering om jongeren te reduceren tot hun achtergrond, testresultaten of gedrag. Onderwijs wordt hier een daad van hoop: een leraar gelooft niet dat een leerling iets zal bereiken, maar gelooft in de leerling als denker en deelnemer aan de wereld.
De school als ruimte van studie en frictie
De auteur verzet zich tegen een school die draait om welzijn, veiligheid, aanpassingsproblemen of het herstellen van maatschappelijke ongelijkheid. Onderwijs is geen therapie, stelt hij, maar een ruimte voor studie: een vrijplaats waar leerlingen in aanraking komen met iets dat hen kan vormen, confronteren of ontregelen. Vorming is pas mogelijk in een omgeving waarin leerlingen vrij zijn van de eisen van gezin en samenleving. De school moet hen dus niet belasten met politieke verantwoordelijkheden die de volwassen wereld niet kan dragen. Tegelijk is de school geen plek voor vrijblijvendheid of comfort: onderwijs moet schuren, verwarren en uitdagen.
Kritiek op digitalisering en de beleveniscultuur
Een van de meest actuele passages in het boek is Joris Vlieghe’s kritiek op de digitalisering van het onderwijs. Digitale technologieën creëren volgens de auteur een wereld waarin leerlingen alles efficiënt, frictieloos en individueel consumeren. Daarnaast ergert hij zich ook aan de overheersing van de beleveniscultuur. In een wereld waarin alles snel en leuk moet zijn, verliest onderwijs zijn vormende kracht. Vorming is namelijk ongemakkelijk, traag en confronterend. Digitale lessen, snelle kennisoverdracht en belevingsgerichte onderwijsprojecten kunnen dat zelden of nooit vervangen. In plaats van leerlingen een comfortabele ervaring te bieden, moeten we hen de kans geven om zich diepgaand met iets bezig te houden – met volle aandacht, in lichamelijke en sociale aanwezigheid.
Online onderwijs leidt volgens de schrijver tot een ernstige ervaringsarmoede. Er is geen klasruimte meer waarin gezamenlijke aandacht ontstaat, geen confrontatie met anderen of met de wereld, geen kwetsbaarheid of ontmoeting. De pedagogische relatie verdwijnt achter het scherm, en daarmee ook de mogelijkheid tot echte vorming. Volgens Vlieghe moeten we onderwijs weer opvatten als iets dat lichamelijk, sociaal en wereldgericht is.
“In plaats van comfortabele, gepersonaliseerde belevenissen die niet raken, maar verdoven, hebben leerlingen authentieke ervaringen nodig. ”
Een pleidooi voor de lerarenopleiding als zelfvorming
Tot slot pleit Vlieghe voor een fundamentele herziening van de lerarenopleiding. In plaats van een technische training gericht op het verwerven van gestandaardiseerde vaardigheden, moet de opleiding gezien worden als een proces van zelfvorming: leraren moeten niet enkel leren hoe ze een vak geven, maar vooral wie ze willen zijn als leraar. Dit vraagt toewijding, discipline en een levenslange inzet om het eigen bestaan af te stemmen op de zaak die men onderwijst. Leraar word je niet door een diploma, maar door een existentiële keuze. De auteur pleit hij voor een trage, brede, existentiële voorbereiding, waarbij toekomstige leraren gevormd worden tot mensen die werkelijk geven om hun vak en de wereld.
Deze leraar volgens de woorden van Henri Giroux een transformatieve intellectueel en handelt niet enkel binnen het systeem, maar durft het ook in vraag te stellen. Een echte leraar blijft nadenken over waarom hij iets onderwijst, en wat hij eigenlijk probeert op te wekken in leerlingen.
Conclusie
Wat een leraar tot leraar maakt is een krachtig en confronterend boek dat fundamentele vragen stelt bij de manier waarop we naar onderwijs kijken. Het roept op tot een radicale herwaardering van wat het betekent om leraar te zijn: niet als uitvoerder van leerdoelen, maar als iemand die — uit liefde voor de wereld — jonge mensen uitnodigt om zichzelf te worden. Het is een boek met een diepgaand pleidooi voor de leraar als iemand die niet enkel onderwijst, maar zich inzet voor de vorming van jongeren en van zichzelf. Het leraarschap is in deze visie geen beroep met duidelijke grenzen, maar een voortdurende oefening in aandacht, liefde, verantwoordelijkheid en zelfzorg. Joris Vlieghe’s stijl is filosofisch en geëngageerd, soms provocerend, maar altijd doordrongen van een diepe bekommernis voor onderwijs als plek van vorming, emancipatie en zingeving. Het is een boek dat elke (toekomstige) leraar zou moeten lezen. Niet omdat het praktische tips geeft, maar omdat het raakt aan de ziel van het onderwijs. Wat een leraar tot leraar maakt is een filosofische ode aan het leraarschap als levenswijze. Een diepgravend boek dat leraren niet leert hoe ze moeten lesgeven, maar vooral laat voelen waarom. In een tijd waarin het lerarenberoep door prestatiedruk, digitalisering en maatschappelijke verwachtingen steeds vaker onder druk staat, is dit boek een broodnodige herinnering aan het belang en de diepgang van echte pedagogie.
EduNext leergemeenschap basisonderwijs regio Antwerpen/Limburg/Brabant - schooljaar 2025 - 2026
De kiem voor een succesvolle schoolloopbaan wordt gelegd in het basisonderwijs, maar de weg naar vernieuwing is vaak bezaaid met obstakels. In de regio Antwerpen, Limburg en Brabant verenigen we scholen die de status quo willen doorbreken. Door samen te leren over effectieve professionalisering en nieuwe vormen van leerlingbegeleiding, versterken we de fundamenten van ons onderwijs. Een traject voor scholen die geloven in de kracht van samenwerking boven concurrentie.
LERend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en een webinar:
Schoolbezoek: GO! inclusiecampus Wemmel: 25 november (9 - 12)
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 11 december – Via Via Mechelen (18.30 - 21.30)
Schoolbezoek: O.B.A.M.A. Beringen: 27 januari (9 – 12)
Schoolbezoek: Vennebos Schilde: 26 maart (9 - 12)
Onderwijscafé: breinvriendelijk leren: 7 mei - Via Via Mechelen (18.30-21.30)
Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap basisonderwijs Antwerpen-Limburg- Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
Gedetailleerd programma
Schoolbezoek: GO! inclusiecampus Wemmel: 25 november (9 - 12)
Ontdek de kracht van inclusie tijdens een inspirerend schoolbezoek aan GO! Inclusiecampus Wemmel. Hier groeien kinderen – met en zonder ondersteuningsnoden – samen op in een warme, innovatieve leeromgeving waar iedereen meetelt. Maak kennis met deze unieke aanpak waarbij gewoon en buitengewoon onderwijs hand in hand gaan. Laat je verrassen door onze leerruimtes, gedreven schoolteam en het échte inclusieverhaal dat leeft in elke klas. Tijdens het bezoek ervaar je hoe diversiteit een troef wordt en samenwerking centraal staat. Ideaal voor onderwijsprofessionals die inclusie in de praktijk willen zien. Stap binnen in de toekomst van onderwijs. Welkom op de Inclusiecampus!
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 11 december – Via Via Mechelen (18.30 - 21.30)
De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.
Schoolbezoek: O.B.A.M.A Beringen: 27 januari (9 – 12)
Cognitief sterk functionerende leerlingen zijn een vergeten zorggroep. De visie van basisschool O.B.A.M.A. is gebaseerd op het idee dat iedere leerling het recht heeft om op zijn of haar eigen niveau uitgedaagd te worden. We streven ernaar om onderwijs te bieden dat zowel diepgaand als breed is, zodat leerlingen zich op academisch, creatief en sociaal gebied kunnen ontwikkelen. De leerlingen starten ‘s ochtends in hun peergroep met hun coach als roedelleider. Daarna is er tijd voor instructie en begeleid zelfstandig werken. De school werkt met tredevakken (het geleerde is nodig voor een volgende trede) en themavakken (onderzoeksmatig en projectmatig).
Schoolbezoek: Vennebos Schilde - 26 maart (13 - 16)
Bij Vennebos geloven ze in een stapsgewijze begeleiding naar zelfstandigheid. Leerlingen leren doelen stellen, keuzes maken en hun leerproces bewust leren sturen. Met Zelf Regulerend Leren (ZRL) bouwen ze aan kennis en ook aan metacognitieve vaardigheden: weten wat je leert, waarom en hoe. Tijdens het schoolbezoek krijg je inzicht in hun klaspraktijk: je observeert hoe ZRL verweven is in het dagelijkse klasgebeuren, ervaart de leercultuur van dichtbij en ontdekt hoe professionele leergemeenschappen samenwerken om dit duurzaam te borgen. Vennebos streeft ernaar om leerlingen te laten uitgroeien tot zelfbewuste, levenslange leerders. Laat je inspireren door hun aanpak en zie hoe zij leerlingen écht zelf aan het stuur van hun leerproces zetten.
Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Via Via Mechelen: 7 mei (18.30-21.30)
We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap basisonderwijs Antwerpen/Limburg/Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.
EduNext leergemeenschap secundair onderwijs regio Antwerpen/Limburg/Brabant - schooljaar 2025 - 2026
Voor scholen in de regio Antwerpen, Limburg en Brabant biedt deze leergemeenschap een uniek platform voor professionele uitwisseling in het secundair onderwijs. De uitdagingen zijn groot, maar de collectieve wijsheid van een netwerk is groter. Hoe ga je om met diversiteit, motivatie en structuurveranderingen in een grootstedelijke of regionale context? Ontdek hoe intervisie en collegiale bezoeken de motor kunnen worden voor een gedragen transformatie binnen jouw eigen schoolteam.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
(voor volledig programma - scroll naar beneden)
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en een webinar:
Schoolbezoek: Kobos secundair: 20 november (13 - 16)
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: – Via Via Mechelen: 11 december (18.30 - 21.30)
Schoolbezoek: A-Maze Beringen: 27 januari 2026 (13 – 16)
Schoolbezoek: Spectrumschool Deurne: 26 maart (13 - 16)
Onderwijscafé: Breinvriendelijk leren – Via Via Mechelen: 7 mei (18.30-21.30)
Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap secundair onderwijs Antwerpen - Limburg - Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij in.
Gedetailleerd programma
Schoolbezoek: Kobos Kapelle-op-den-Bos: 20 november (13 - 16)
De school besloot vanuit een sterke visie en met een kernteam van leerkrachten hun eerste graad volledig te herzien. Het doel is om leerlingen te laten ontdekken waar hun talenten liggen en hen te begeleiden in een gepersonaliseerd leertraject. Met een 6-wekensysteem doorbreekt de school de traditionele trimesterindeling. Flexuren bieden ruimte voor differentiatie en persoonlijke groei, terwijl het vak Natuur-Ruimte-Techniek projectmatig werken stimuleert. De school evalueert doorlopend om een volledig beeld van elke leerling te krijgen, en hanteert hierbij verschillende evaluatiemethodes en perspectieven. Zo kijken ze niet alleen naar cijfers, maar ook naar hun sterktes en groeikansen. In plaats van klassieke proefwerken voorzien ze regelmatige synthesemomenten en opdrachten. Elke zes weken sluiten ze af met een project- en uitdagingsweek, waarin de leraren samen met de leerlingen reflecteren op hun vooruitgang en leerproces. Daarbij zetten ze sterk in op de volledige ontwikkeling van de leerling.
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Via Via Mechelen (18.30 - 21.30)
De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.
Schoolbezoek: A-Maze Beringen: 27 januari – 13 – 16 uur
A-Maze realiseert een verbazingwekkend nieuw en innovatief schoolconcept geïnspireerd op het Scandinavisch onderwijsveld. De school biedt een ander lessenrooster, evalueert anders en zet in op de werking van het tienerbrein en de ontwikkeling van de executieve functies. De leerlingen leren alles wat ze moeten leren, maar wel op de meest zinvolle manier. Sommige leerdoelen in projecten, andere daarbuiten. Leerlingen leren er met veel goesting in een levensechte context. Ze worden hierbij begeleid door een coach die samen met hen een planning maakt, de resultaten bekijkt en luistert naar hoe zij zich voelen. Daarnaast is A-Maze een volledig digitale school, werken ze projectmatig en hebben ze een routesysteem. Het team heeft zich ook geprofessionaliseerd in hoogbegaafdheid en de school heeft haar zorgvisie hierop afgestemd.
Schoolbezoek: Spectrumschool Deurne: 26 maart – 13 – 16 uur
Spectrumschool Deurne is een bruisende campus waar leerlingen terecht kunnen voor ASO, TSO, BSO en duaal leren. Tijdens dit schoolbezoek maak je kennis met hoe het schoolteam het maximale uit elke leerling haalt. De focus op het leren komt tot leven via doelgerichte evaluatie, eigen ontwikkeld lesmateriaal en een sterke vakgroepwerking. Het leren stopt niet in het klaslokaal. Met hun PLUS werking, legt de school de klemtoon op persoonlijke groei, creativiteit en brede ontwikkeling. Denk aan inspirerende cultuurprojecten, boeiende workshops en samenwerkingen met externe partners. Spectrumschool Deurne combineert sterke inhouden met ruimte voor talent, zodat elke leerling groeit in kennis én als mens. Kom beleven hoe deze school het leren versterkt en verrijken.
Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Via Via Mechelen: 7 mei (18.30-21.30)
We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs Antwerpen - Limburg - Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.
EduNext leergemeenschap secundair onderwijs regio West-Vlaanderen/Oost-Vlaanderen - schooljaar 2025 - 2026
De transformatie van het secundair onderwijs vraagt om gedeeld leiderschap en de durf om buiten de gebaande paden te treden. In de leergemeenschap voor West- en Oost-Vlaanderen vinden directies en coördinatoren een netwerk van kritische vrienden die de complexiteit van hun rol begrijpen. Door ervaringen te delen over teamontwikkeling en nieuwe leerorganisaties, versnellen we de noodzakelijke verandering. Een uitnodiging om samen de koers te bepalen voor een toekomstgericht secundair onderwijs.
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
(voor volledig programma - scroll naar beneden)
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van 3 schoolbezoeken en 2 onderwijscafés:
Schoolbezoek: VTI Zeebrugge: 20 november (13 - 16)
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)
Schoolbezoek: GO! middenschool Avelgem: 27 januari 2026 (13 – 16)
Schoolbezoek: 't Vier Kortrijk: 26 maart (13 - 16)
Onderwijscafé: Breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30)
Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het secundair onderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar je school terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap secundair onderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.
Gedetailleerd programma
Schoolbezoek: VTI Zeebrugge: 20 november (13 - 16)
In het VTI in Zeebrugge vind je geen klassieke lessen Nederlands, Frans, Wiskunde of MAVO maar wel SAM-projecten. Leerlingen werken in groep of zelfstandig aan de leerdoelen van de verschillende vakken. Het nieuwe evaluatiesysteem dat focust op doelstellingsniveau geeft leerlingen heldere verwachtingen en bevordert diepere leerervaringen. Daarnaast versterkt de school het zorgbeleid via prikkelarme klassen en een nieuw leerlingenvolgsysteem. Zo slaagt de school erin om beter tegemoet te komen aan de diverse leer- en zorgbehoeften van al haar leerlingen. De school werkt met graadklassen waar leerlingen telkens 2 jaar krijgen om de leerdoelen te behalen waardoor de kans op zittenblijven minimaal is geworden. Daarnaast werkt de school heel nauw samen met de industrie. Benieuwd hoe ze in deze school technisch onderwijs innovatief aanpakken en erin slagen om hun leerlingen elke dag te motiveren?
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)
De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.
Schoolbezoek: GO! Avelgem: 27 januari (13-16)
Sinds 8 jaar biedt GO! middenschool Avelgem in de eerste graad B-stroom onderwijs op maat aan. In het kader van het TOP-project (Team, Op maat, Piloot van je eigen traject) geven een team van twee leraren de algemene vakken gebundeld. Tijdens de TOP-lessen leert iedere leerling op zijn of haar eigen tempo, terwijl hij of zij onder begeleiding de regie heeft over het eigen leerproces. Dit maakt het mogelijk om in te spelen op de steeds diverser wordende groep leerlingen met verschillende zorgnoden. Het project gaat door in aangepaste klaslokalen die voldoende ruimte bieden om samen te werken, te leren, te lezen en te ontspannen. Er is daarnaast veel aandacht voor het sociaal-emotionele aspect zodat gedragsproblemen minder kans krijgen om zich te uiten. Sinds een paar jaar is het team gestart met het leesinterventieproject voor scholen (LIST) dat de leraren integreren in de TOP-aanpak. Naast algemene vorming krijgen de leerlingen ook praktische vorming in drie praktijkmodules waardoor ze later een beter geïnformeerde studiekeuze kunnen maken.
Schoolbezoek: 'tvier Kortrijk: 26 maart (13 – 16)
Deze secundaire Freinetschool biedt A-stroom, B-stroom, doorstroom, dubbele finaliteit en arbeidsmarktfinaliteit aan. Ze werken met instructielessen, zelfstandige leertijd, ateliers, projectwerk, rondes en een schoolforum. De school draagt dialoog, inspraak en overleg hoog in het vaandel en iedereen gaat gelijkwaardig met elkaar om. Het schoolteam zet in op verbinding en gelooft in herstelgericht werken. Als coöperatieve school verzorgen ze onderwijs samen met leerlingen, ouders en het schoolteam. De leerlingen krijgen autonomie, keuzevrijheid en vertrouwen en hun begeleiders coachen hen actief bij hun leerproces. Daarbij bieden zij leerlingen structuur om optimaal te leren en te ontwikkelen. Als onderzoekende school gaat het schoolteam uit van wat echt werkt in onderwijs. Naast een stevige basiskennis zijn ook vaardigheden en attitudes heel belangrijk.
Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30)
We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.
Schenk aandacht aan meerdere kanten van het zorgspectrum!
Zorg op school wordt vaak gereduceerd tot het helpen van leerlingen die onder de lat blijven, maar wat met degenen die er moeiteloos bovenuit stijgen of die sociaal-emotioneel buiten de boot vallen? Een werkelijk inclusieve school schenkt aandacht aan alle kanten van het spectrum. Dit artikel daagt ons uit om breed te kijken en zorg niet langer als een apart eilandje te zien, maar als een integraal onderdeel van de pedagogische basiswerking. Hoe creëren we een vangnet dat niemand uitsluit?
Sommige scholen hebben de neiging om hun zorgbeleid af te stemmen op de minder begaafden en daar hun meeste zorguren aan te besteden. Dat kan in een aantal gevallen zeer terecht zijn. Maar hoeft dat altijd zo te zijn?
DE meestE zorg NAAR de minder begaafden
Geïnspireerd door Hans Van de Moortel (De Wijnberg Wevelgem)
Terwijl het ook zou kunnen dat er leerlingen langs de linkerkant van de Gausscurve zitten omwille van factoren die minder te maken hebben met hun begaafdheid:
Kinderen uit een sociaal uitdagende context
Meertalige kinderen
Onderbrekingen in de schoolloopbaan
Anderzijds zitten er wellicht ook leerlingen aan de rechterkant van de Gausscurve met:
Gedrag dat hun begaafdheid camoufleert
Nog niet gedetecteerde hoogbegaafdheid
Daardoor krijgen die leerlingen niet de ondersteuning en uitdagingen die ze nodig hebben.
Omgekeerde ZORGGausscurve?
Je zou je zorguren ook anders kunnen verdelen. Meer zorguren voor de minder begaafden en meer zorguren voor de hoogbegaafden.
Geïnspireerd door Hans Van de Moortel (De Wijnberg Wevelgem)
Creëer je eigen zorgcurve
Misschien goed om samen met je beleidsteam en schoolteam eens na te denken over hoe de zorgcurve er op jouw school uit zou kunnen zien en volgende vragen te beantwoorden:
Welke informatie verzamelen we over leerlingen om te weten waar zij zich nu bevinden?
Hoe kunnen we beter observeren wat de mogelijkheden van leerlingen zijn en waar zij zich in de toekomst zouden kunnen bevinden?
Hoe kunnen we ons onderwijs anders organiseren zodanig dat de zorguren op de juiste plaats terechtkomen?
Meer dan IQ!
In bovenstaande afbeeldingen (en ook vaak in literatuur) ligt de focus vaak op het intelligentiequotiënt. Dat is één kant van het verhaal. We kennen allemaal hoogbegaafde leerlingen die sociaal moeilijk contacten leggen. En we kennen ook cognitief minder begaafde leerlingen die zich enorm kunnen inleven in andere mensen. Misschien goed om te bekijken hoe de curves voor onze leerlingen verlopen op vlak van:
IQ: intelligentiequotiënt
EQ: emotioneel intelligentiequotiënt
SQ: sociaal intelligentiequotiënt
Veel kans dat die drie curves niet op elkaar liggen.
Vragen?
We gaan graag met jou in gesprek over hoe je je organisatie kunt aanpassen om tot een betere zorgbesteding te komen. Bel Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be
EduNext leergemeenschap basisonderwijs regio West-Vlaanderen/Oost-Vlaanderen - schooljaar 2025 - 2026
Samen met collega's uit de regio de diepte ingaan over de uitdagingen in het basisonderwijs: dat is de kern van de EduNext leergemeenschap. In West- en Oost-Vlaanderen bundelen we de krachten om transformatieprocessen te versterken. Geen droge theorie, maar een traject waarin we elkaars scholen bezoeken en de rauwe praktijk als studieobject nemen. Ben je klaar om je eigen werking te spiegelen aan die van gelijkgestemde pioniers en samen te bouwen aan de school van morgen?
lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS
Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school?
Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen?
Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?
EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en een webinar:
Schoolbezoek: Freinetschool De Koorddanser Meulebeke: 19 november (9 - 12)
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)
Schoolbezoek: De Springplank Brugge: 27 januari (13 – 16)
Schoolbezoek: Sint-Camillus Sint-Niklaas: 12 maart (9 - 12)
Onderwijscafé: Breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30)
Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?
De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap basisonderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.
Gedetailleerd programma
Schoolbezoek: Freinetschool De Koorddanser Meulebeke: 19 november (9 - 12)
In deze school komen kinderen én begeleiders elke dag met goesting leren en groeien. Het is een hecht team van bevlogen leraren met een gedeelde missie: samen leren, zoeken, proberen en verbeteren. De school focust op kennis en via de taal van de deugden ook op karaktervorming. Het schoolteam heeft een jarenlange en rijke ervaring in de Freinet pedagogie. Laat je inspireren door hun doordachte leeromgeving waar elke fysische ruimte de pedagogie en didactiek versterkt. Ontdek hoe samenwerking en kindgericht werken de dagelijkse praktijk van de school vormen. Leer waarom en hoe het schoolteam hun kinderen met hart en ziel begeleidt.
Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)
De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.
Schoolbezoek: De Springplank Brugge: 27 januari (13 – 16)
Deze school benadert onderwijs vanuit de behoeften van elk kind. Ontdek hoe het schoolteam traditionele leeftijdsgrenzen doorbreekt en kinderen op hun eigen tempo laten leren. Je krijgt een kijkje in hun innovatieve leermethoden waaronder co-teaching, klasdoorbrekend werk en de integratie van technologie, actief leren, personalisatie en creatief denken. De gepassioneerde talentencoaches van de school werken nauw samen om elke leerling te ondersteunen en bieden gepersonaliseerde leerpaden die aansluiten bij hun unieke talenten. Zo creërt de school een dynamische leeromgeving waarin motivatie, betrokkenheid en leerresultaten centraal staan. En leren de leerlingen vaardigheden die ze in een snel veranderende wereld nodig hebben.
Schoolbezoek: Sint-Camillus Sint-Niklaas: 12 maart (9 - 12)
In deze talentenschool staan differentiatie en welbevinden centraal. De didactische pijlers zijn een sterk taalonderwijs, brede evaluatie en executieve functies. Elke leerlingengroep wordt begeleid door drie leerkrachten, zodat er ondersteuning is voor iedere leerling. Differentiatie gebeurt door leerlingen op niveau in te delen. Naast reguliere klasgroepen biedt deze school extra mogelijkheden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben:
Boostklas: begeleidt kleuters (die naar de lagere school gaan) en de jongste leerlingen in de lagere school bij een soepele overgang.
Rakkersklas: ocust op projectwerking en functioneel leren.
Wereldklas: richt zich op het leren van Nederlands voor anderstalige nieuwkomers uit alle reguliere groepen.
Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30)
We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen.
DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?
Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap basisonderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en themabijeenkomsten. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.
De basis van klassenmanagement - Tom Adams en William Buys
Zonder een solide basis van klassenmanagement komt zelfs de meest briljante pedagogische visie nooit van de grond. Tom Adams en William Buys herinneren ons eraan dat effectieve interactie begint bij voorspelbaarheid en heldere structuren. Maar hoe pas je deze klassieke principes toe in een moderne, open leeromgeving? Dit artikel fileert de fundamentele vaardigheden die elke leraar moet beheersen om een veilig en vruchtbaar leerklimaat te creëren waarin elke leerling tot leren kan komen.
Een groep leerlingen meekrijgen in jouw verhaal en een veilige en productieve leeromgeving creëren: een complexe opgave voor leraren. Dit leerproces kost vaak jaren en verloopt voor iedereen anders. Wat als je niet alle fouten die anderen hebben gemaakt, zelf ook moet maken? Wat als je kon leren van hoe anderen het succesvol hebben aangepakt? In hun boek geven de auteurs aan (aanstaande) leraren praktische tips hoe ze een klasklimaat kunnen faciliteren waarin leerlingen goed kunnen leren.
Een flexibel repertoire
Klassenmanagement is volgens Tom Adams en William Buys een geïntegreerd concept waarbij pedagogische, onderwijskundige en (vak)didactische elementen met elkaar in verbinding staan en elkaar beïnvloeden. Als leraar kun je bijvoorbeeld nadenken over je les (vakdidactiek), terwijl je rekening houdt met de specifieke kenmerken van je doelgroep (pedagogisch) en de wijze waarop je als leraar de kennis overbrengt (onderwijskundig). Een leraar moet adequaat kunnen handelen, gebruik kunnen maken van verschillende manieren van lesgeven en als een methode niet werkt, kunnen overschakelen op iets anders.
Het is belangrijk om zelf voorbeeldgedrag te laten zien maar ook om structuur en duidelijkheid te bieden. Eerst werken aan de relatie met je leerlingen, dan komt pas presteren. Als leraar neem je best de regie vanuit een natuurlijk overwicht in plaats van vanuit macht te handelen. En veelvuldig met waarschuwingen te moeten strooien of straffen uit te delen. Naast nabijheid en betrokkenheid zorgen duidelijke regels en structuur voor een rustig en overzichtelijk leerklimaat.
Vijf vaardigheden voor goed klassenmanagement
De auteurs beroepen zich op Evertson & Weinstein die volgende vaardigheden definiëren:
- Bouw aan een relatie met en tussen leerlingen. Dit heeft betrekking op je interpersoonlijk handelen in relatie tot je klas en je leerlingen
- Zorg voor een productief leerklimaat: via de organisatie van je les, de activiteiten die je in de les doet en/of de wijze waarop je werkvormen aanbiedt
- Creëer een veilig leerklimaat: bepaal en ga goed om met regels. Zorg voor een balans tussen een goede relatie met je leerlingen en gezag hebben
- Ondersteun de ontwikkeling van sociale vaardigheden en zelfregulatie: help leerlingen bij hun leerproces en coach hen op emotioneel en gedragsniveau
- Treed op bij gedrags- of ordeproblematiek: in situaties waarbij preventieve acties niet meer werken, is de wijze waarop je als leraar omgaat met ongewenst leerlingengedrag en/of ongewenst klasklimaat cruciaal.
Geef leerlingen uit een moeilijk te handhaven klas het voordeel van de twijfel en probeer achter het gedrag te kijken dat ze in eerste instantie laten zien.
Creëer een productief leerklimaat
De schrijvers adviseren om vooraf goed na te denken over welke interventies je in de klas wil inzetten. Wil je nog terugkomen op voorvallen of afspraken uit de vorige les? Wat is de beginsituatie als je een nieuw onderwerp start? Hoe ga je achterhalen welke voorkennis je leerlingen al hebben? Wat zijn je lesdoelen, welke leeractiviteiten ga je inzetten en hoe ga je op het einde van de les evalueren? Door je goed voor te bereiden, heb je meer tijd om te observeren wat er zich in het klaslokaal afspeelt.
William Buys en Tom Adams spreken uit ervaring als ze zeggen dat het belangrijk is om tijdens je les keuzes te durven maken in wat je nog wel gaat behandelen en wat je laat vallen. We hebben vaak de neiging om te veel leerstof te willen zien die dan minder goed blijft plakken bij de leerlingen of hen stress bezorgt.
Voor een productief leerklimaat is het ook belangrijk om als leraar zelf positief gedrag te laten zien. Dat zorgt voor een sterkere relatie met je leerlingen en maakt meteen duidelijk wat het gewenst gedrag is. De leerlingen gaan dit dan spiegelen en nemen jouw gedrag over.
Lees je gedrag en dat van je leerlingen
De roos van Leary biedt de mogelijkheid voor leraren om hun gedrag in een groep en dat van leerlingen te analyseren te analyseren en aan te passen. Het beschrijft 8 verschillende gedragsstijlen en verklaart hoe individuen op elkaars communicatieve stijl reageren. Hiermee geeft het handvaten voor de subtiele beïnvloeding van groepsprocessen en de verbetering van de omgang met leerlingen.
De roos van Leary
“Maak gebruik van de ik-boodschap, maak duidelijk dat jij het niet wil in plaats van dat het niet mag volgens de regels van de school.”
Het ligt niet aan de leerling
Goed onderwijs en de relatie tussen leerling en leraar zijn de meest belangrijke factoren bij het effectief voorkomen van gedragsproblemen. Leraren hebben echter lang niet altijd oog voor hun eigen aandeel in de gedragsproblemen van leerlingen. Ze zijn vaak geneigd om de problemen toe te schrijven aan leerlingenkenmerken en/of gezinsomstandigheden. Wanneer een leraar over een beter inzicht en een passend handelingsrepertoire beschikt, nemen de negatieve gevoelens ten opzichte van de leerlingen met gedragsproblemen af en verlopen de interacties met deze leerlingen positiever.
De houding van de leraar heeft misschien wel de grootste invloed op goed klassenmanagement. Deze houding bestaat uit alertheid en emotionele objectiviteit. Alertheid is het bewustzijn van wat er in je groep gebeurt. Het is belangrijk om je daar als leraar heel bewust van te zijn. En om vriendelijkheid uit te stralen, een open, uitnodigende houding te hebben en oogcontact te maken. Zo geef je leerlingen het gevoel dat ze gezien worden. De schrijvers waarschuwen om daarin ook niet te ver te gaan en je steeds bewust te blijven van je rol als leraar. Niet proberen het ‘vriendje’ van de leerlingen te worden.
“Sta bij de deur als de les begint, begroet iedereen en zorg dat je de namen kent. Praat met je leerlingen, vraag wat ze in het weekend gedaan hebben en wat hen bezighoudt.”
Hoe ongemanierd, onfatsoenlijk of ronduit bedreigend of asociaal het gedrag van leerlingen ook kan zijn, het is belangrijk om te beseffen dat dit nooit persoonlijk naar jou bedoeld is. Ongewenst gedrag is te verklaren doordat leerlingen status willen krijgen in de klas, stoer willen doen naar anderen, of gefrustreerd zijn omdat ze de stof niet snappen of omdat er in een andere les of thuis iets speelt dat invloed heeft op hun emotionele toestand.
Klassenmanagement bij verschillende schooltypes
De schrijvers hebben in hun boek aandacht voor de verschillende types onderwijs. Zo kan klassenmanagement in buitengewoon onderwijs ook heel uitdagend zijn. Er kan immers internaliserend gedrag ontstaan van leerlingen met faalangst of psychosociale problemen. Hierdoor trekken deze leerlingen zich terug, maken ze moeilijker contact met anderen en is er sprake van depressieve gedachten. Daarnaast kan er ook externaliserend gedrag optreden, storend voor de omgeving: driftbuien, agressief en respectloos gedrag en pesten. Leerlingen met een licht verstandelijke beperking kunnen het vermogen ontbreken om emoties te filteren op momenten dat het misgaat. De schrijvers stippen aan dat het belangrijk is dat de leraar deze leerlingen niet als kwetsbaar ziet, maar hen ‘normaal’ behandelt ondanks dat ze extra begeleiding nodig hebben.
Ze adviseren om bij aanvang van het schooljaar te investeren in groepsvorming en in te zetten op respect, gezelligheid en samenwerken. Daarnaast kan een wekelijks moment waarop het aanleren van sociale vaardigheden centraal staat, ook goed werken.
Vier effectieve vormen van docenthandelingen:
- Vermijd een persoonlijke strijd met leerlingen
- Corrigeer storend gedrag van leidersfiguren
- Gebruik straf met mate
- Vermijd conflicten tijdens de les
De auteurs raden aan om altijd de balans tussen zachtheid en helderheid te bewaken. Zachtheid in mimiek en stem in combinatie met een duidelijke boodschap. Belangrijk is dat je bij storend gedrag de leerling aanspreekt op het gedrag en niet op de persoon. En om het gedrag wat je ziet te benoemen en aan te geven dat je dit storend vindt. Probeer altijd te achterhalen waar het gedrag vandaan komt. Om vervolgens te zeggen wat voor gedrag je dan wel wil zien.
Inzetten op zelfregulerend leren is volgens William Buys en Tom Adams dan ook cruciaal. Zorgen dat leerlingen afhankelijk van hun context hun gedrag, gedachten en motivatie zelf richting kunnen geven met het oog op het bereiken van hun leerdoelen.
William Buys (onderwijskundige, lerarenopleider Fontys) - Tom Adams (practor Koning Willem I college)
Herstelrecht in het onderwijs: groen en rood
Hoop, humor en herstel zijn volgens de auteurs belangrijke bouwstenen voor een schoolbrede aanpak:
• Hoop: het vertrouwen dat leerlingen en leraren moeten hebben dat er een waardevol leven in het verschiet kan liggen
• Humor: de smeerolie die de raderen soepel laat draaien
• Herstel: de levensvisie die de veilige basis weer laat glimmen nadat die krassen of deuken heeft opgelopen
Bij herstelrecht kun je de kleuren groen en rood onderscheiden:
• Van groen gedrag wordt iedereen beter
• Bij rood gedrag is er altijd iemand die schade van iets ondervindt
Mensen die rood communiceren, proberen jou mee te trekken naar het rode vlak. Aanklagers maken slachtoffers en slachtoffers zoeken redders (dramadriehoek).
De kunst is om ook in spannende en stressvolle situaties groen te reageren, juist op rood gedrag van anderen. Het streven is dat leerlingen groen handelen en zich bewust zijn van hun rode gedrag, dat meestal narigheid oplevert ten opzichte van anderen en zichzelf (agressie, depressie en wanhoop). Door rood te handelen, sluiten ze zichzelf namelijk uit van anderen.
“Behandel je leerlingen als mensen en dan heb je geen problemen. Behandel je hen als leerplichtigen, dan loop je grote kans om problemen te krijgen omdat in dit geval het onderwijs centraal komt te staan en niet de persoon die het onderwijs volgt. ”
Niet één maar drie culturen
Leerlingen leven in drie culturen, elk met een eigen dynamiek en sociale ladders:
• De thuiscultuur
• De straatcultuur
• De schoolcultuur
Het onderwijs moet deze drie culturen erkennen en de onderling tegenstrijdige codes en boodschappen leren begrijpen en productief hanteren. Volgens Iliass El Hadioui, grondlegger van de filosofie achter de Transformatieve School, zijn jongeren constant bezig met de beklimming van deze drie ladders. Terwijl leraren het liefst zien dat ze de schoolladder beklimmen, bestaat de uitdaging erin om een match te vinden tussen de school, thuis en de straat. Alleen zo kunnen jongeren een bepaalde rust ervaren.
Conclusie
De auteurs strooien in hun boek met waardevolle tips: tips om een relatie te creëren met en tussen je leerlingen, tips om een productief leerklimaat te creëren, tips om vanuit je handelen te komen tot een veilige leeromgeving, tips om de ontwikkeling van sociale vaardigheden en zelfregulatie te ondersteunen, tips om vat te krijgen op ordeverstorend gedrag. Dit kan voor de beginnende leraar overweldigend overkomen. Hoe slaag je erin om al die tips in de praktijk te brengen? Anderzijds is er een leerproces en kun je het niet van in het begin perfect doen. De tips zijn handig om op terug te vallen en als reflectie dienen als het eens wat minder loopt. De basis van klassenmanagement is een met onderzoek onderbouwd sterk boek dat een houvast kan bieden voor elke leraar, niet alleen voor starters. Het boek is uitgegeven bij LannooCampus.