EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext organiseerde een onderwijscafé over inclusief onderwijs met als gastspreker Beno Schraepen

Inclusief onderwijs wordt vaak beschreven als een technisch probleem, maar Beno Schraepen herinnert ons eraan dat het in essentie een maatschappelijk engagement is. Tijdens het EduNext onderwijscafé werd pijnlijk duidelijk hoe diep uitsluitingsmechanismen in onze schoolstructuren verankerd zitten. Hoe breken we de muren af die we zelf hebben opgetrokken? Een verslag van een indringend gesprek over de moed die nodig is om de school voor werkelijk iedereen open te stellen.

Als startschot voor onze leergemeenschap basisonderwijs, organiseerden we op 17 oktober een onderwijscafé over inclusief onderwijs. We mochten daarbij Beno Schraepen, othopedagoog, ervaringsdeskundige in het buitengewoon onderwijs en docent/onderzoeker aan de AP Hogeschool, als gast verwelkomen.

Beno lichtte eerst de 8 krachtlijnen van de commissie inclusief onderwijs in detail toe toe. Deze zijn prioritair en noodzakelijk om te kunnen evolueren naar één inclusief onderwijssysteem:
1. Een inclusieve schoolcultuur en schoolorganisatie realiseren in elke school 2. Evolueren van scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs naar scholen voor iedereen
3. Voldoende, gepaste en nabije ondersteuning voorzien in elke school
4. Professionaliseren van alle betrokken professionals in functie van inclusief onderwijs
5. Structureel partnerschap uitbouwen tussen onderwijs en welzijn
6. Bepalen van ondersteuningsnoden door middel van een onafhankelijk en beleidsdomeinoverschrijdend assessment
7. Doeltreffende financiering voorzien voor alle scholen
8. Realiseren van een inclusieve en toegankelijke infrastructuur in elke school
Het volledige rapport vind je hier: https://lnkd.in/e3g7SE3D

We gingen daarna met volgende stellingen aan de slag:
👉 Op onze school zijn wij overtuigd dat elk kind welkom is om bij ons te komen leren
👉 In onze school wordt iedereen meegenomen in de strijd tegen discriminatie
👉 De leeractiviteiten op onze school zijn zodanig ingericht dat we niet vertrekken vanuit het gemiddelde kind
👉 Op onze school is er een sterk partnerschap tussen alle collega’s, leerlingen, externe ondersteuning en ouders
👉 Op onze school gaan leerlingen en leraren respectvol met de aanwezige en de niet-aanwezige diversiteit

En we bogen ons over volgende uitdagende vragen:
⁉️ Op onze school gaan leerlingen en leraren respectvol om met de aanwezige en de niet-aanwezige diversiteit
⁉️ Hoe zorgen we voor een mentaliteitswijziging bij alle betrokkenen?
⁉️ Wat zijn kwaliteitscriteria voor een sterke externe ondersteuning?
⁉️ Hoe zorgen we voor een geprofessionaliseerd team om inclusie te realiseren?
⁉️ Hoe kunnen we de obstakels wat betreft leeromgeving en infrastructuur van onze scholen wegwerken?

Dit zorgde voor levendige en boeiende onderwijsgesprekken. Evelien vatte de avond samen in onderstaande visual.

Visual Evelien Moens

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schoolcijfers en hun relativiteit - Roger Standaert

Roger Standaert fileert de schijnbare objectiviteit van schoolcijfers en legt de vinger op de zere plek: meten is niet hetzelfde als weten. In een systeem dat geobsedeerd is door cijfermatige vergelijkingen, dreigt de werkelijke pedagogische voortgang uit het zicht te raken. Wat zeggen die getallen op een rapport werkelijk over het leerpotentieel van een kind? Een scherpe oproep om de dominantie van de puntenlijst te heroverwegen in het belang van een eerlijker onderwijs.

We hadden een boeiend gesprek met Roger Standaert, professor emeritus in de comparatieve pedagogiek Universiteit Gent. Een van de onderwerpen die aan bod kwamen, waren schoolcijfers en hun relativiteit:

👉 Punten op toetsen zijn een interessant en pedagogisch verantwoord hulpmiddel om met leerlingen in een bepaalde concrete context aan de slag te gaan. Ze zijn echter niet het doel van het onderwijs.
👉 De tendens om steeds maar meer verplichte toetsen in te voeren die dan exact meten of en in welke mate de leerlingen de doelen hebben bereikt zorgt voor een meetbaarheidsdenken dat leidt tot een bijna blind geloof in de waarde van toegekende cijfers en de steeds verder uitdijende bewerkingen ermee.
👉 Cijfers hebben het voordeel dat ze de werkelijkheid eenvoudig maken. Ze geven een gevoel van veiligheid omdat je dan je brein niet moet vermoeien met de vraag te stellen waarop die cijfers slaan en waarom ze die waarde kregen.
👉 De evolutie naar toetsbaarheid waarbij je leraren en scholen kan afrekenen op de behaalde resultaten maakt het vergelijken tussen scholen erg aanlokkelijk, zodat je via de verplichte toetsen ook de goede van de minder goede scholen kan onderscheiden.
👉 Door met exacte cijfers te werken, zie je meteen waar kansarme leerlingen niet voldoende aan hun trekken komen. Op die wijze kan je dan druk uitoefenen op leraren en scholen om die resultaten te verhogen.
👉 Het is belangrijk dat leraren, schoolbesturen en zelfs politici enig inzicht krijgen in cijfergeletterdheid, toegepast op het onderwijs. Het gaat dan op de eerste plaats over statistische basiskennis maar ook over inzicht in de psychologische, commerciële, economische en cultureel bepaalde mechanismen die cijfers versluieren of verdraaien.

💡 Lees het volledige artikel in Impuls Magazine: https://impuls-onderwijs.blogspot.com/2023/04/meetbaarheid-en-cijferbaarheid-roger.html

Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

Hoe basisschool Sint-Jozef in Evere haar schoolstructuur helemaal hertekende ...

Wanneer een nijpend lerarentekort de dagelijkse werking van een school bedreigt, is een noodgreep vaak de enige uitweg. De Sint-Jozefsschool in Evere koos echter voor een fundamentele hertekening van haar structuur in plaats van een tijdelijke pleister. Door de muren tussen klassen te slopen en in te zetten op teamteaching met zij-instromers, ontstond een nieuwe dynamiek die de leerling centraal stelt. Een hoopgevend verslag van creativiteit in tijden van schaarste.

De jongste jaren krijgen veel scholen in Vlaanderen te maken met een lerarentekort. Ook de Sint-Jozefsschool in Evere stond eind vorig schooljaar voor de uitdaging om vijf nieuwe leraren te vinden. Deze kleine Brusselse school telt 155 leerlingen, 17 teamleden en 2 directies. De ene directeur focust zich vooral op het pedagogische, de andere directeur meer op het administratieve en organisatorische. Er zijn 20 verschillende nationaliteiten op school. Slechts een klein aantal leerlingen heeft het Nederlands als thuistaal. De school zocht en vond vijf leraren. Echter, vier ervan hebben geen lerarendiploma. Daardoor was het onmogelijk om hen zonder extra ondersteuning in de klas te plaatsen.

Visual Evelien Moens

Miniteams

Om de leraren met minder ervaring en pedagogische achtergrond optimaal te begeleiden, ontwikkelde het schoolteam een innovatieve schoolstructuur met miniteams en teamcoaches. De school zorgde ervoor dat geen enkele starter of zij-instromer alleen voor de klas kwam te staan en dat ze iedereen zo goed mogelijk begeleiden en ondersteunen. Zo kwamen ze tot volgende teams:

Visual Evelien Moens

De miniteams kregen de autonomie om hun weekplanning, taken en rollen zelf te verdelen, op een manier die paste bij hun vaardigheden en talenten.

In team speelhuis (instapklas, eerste en tweede kleuterklas) hebben ze bijvoorbeeld hun thema’s gelijk getrokken. De twee klasleraren zijn leraren in opleiding. De teamcoach maakt de agenda samen met de hen. Ze helpt vooral bij het brainstormen en het kiezen van de doelen. Ze gaat hierbij stap voor stap te werk:

  • Hoe selecteer je doelen?

  • Hoe ga je deze doelen realiseren, observeren en evalueren?

  • Welke activiteiten zijn geschikt voor deze kleuters?

  • Hoe kun je je hoeken verrijken?

In team springkasteel (derde kleuterklas, eerste en tweede leerjaar) hebben ze ervoor gekozen om bepaalde vakken te verdelen. De leraren schuiven dan door. Ze organiseren ook wekelijks een voorleesmoment en hoekenwerk voor de drie klassen samen.

In team boomhut (derde, vierde, vijfde en zesde leerjaar) werken ze vooral per graad. Ook hier worden de vakken verdeeld. Sommige vakken, zoals wereldoriëntatie, geven de leraren met de twee klassen samen. Ook tijdens het dagcontract zitten de leerlingen samen zodat de leraren tijd en ruimte hebben om miniklasjes te begeleiden of leerlingen even apart te nemen. Voor rekenvaardigheden - waarbij ze wekelijks één uur besteden aan niveaugerichte oefeningen en automatisatie - organiseren ze de les over de vier klassen heen.

teamcoachES

De teamcoaches kregen een duidelijke taakomschrijving:

Visual Evelien Moens

Ze zorgen voor de aanvangsbegeleiding van de starters en het coachen van de leraren uit hun team. Ze zorgen voor regelmatig overleg en zorgen hierbij ook voor agendapunten.

De teamcoaches staan zoveel mogelijk mee op de klasvloer zodat ze alle kinderen van dichtbij kunnen observeren en mee begeleiden. Ze staan ook in voor de zorgcoördinatie van de kinderen uit hun team.

Elke vrijdagnamiddag is het overleg. De ene week is het zorgoverleg, de andere week teamoverleg. Zo denken ze samen na over alle kinderen, verdelen ze hun ‘zorgen’ en kijken ze welk team meer ondersteuning nodig heeft of waar ze moeten aanpassen. In dit teamoverleg bespreken ze ook agendapunten op schoolniveau zoals de outputgegevens en organisatorische thema’s. De directie is bij dit teamoverleg aanwezig.

Samenwerken

Uiteraard is het belangrijk dat de teamleden bij deze schoolstructuur goed kunnen samenwerken. Het team zet hiervoor heel erg in op een aantal teamwaarden:

Visual Evelien Moens

Het hele plaatje

Een dergelijke schoolorganisatie heeft enkele aandachtspunten maar heel wat voordelen:

Visuals Evelien Moens

Meer weten over deze aanpak?

Op woensdagnamiddag 25 februari zullen enkele leraren hun aanpak toelichten tijdens Sett Vlaanderen in Mechelen. Meer info via deze link.

ook TOE AAN een nieuwe organisatieSTRUCTUUR?

Het is belangrijk om hiervoor voldoende draagvlak te creëren bij je schoolteam. Daarbij kan deskundige begeleiding helpen. Vraag vrijblijvend advies via contact@edunext.be of bel Dirk De Boe op 0474/949448





Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

De kracht van intervisie tijdens veranderingsprocessen

Veranderen doe je niet alleen, maar de eenzaamheid van de vernieuwer is een bekend fenomeen op school. Intervisie biedt een krachtig tegenwicht door een gestructureerde ruimte te creëren voor collegiale feedback en reflectie. Door de eigen praktijk te spiegelen aan die van anderen, ontstaan er inzichten die je in je eentje nooit zou bereiken. Ontdek hoe intervisie de motor kan worden voor een lerende cultuur waarin expertise wordt gedeeld en innovatie een collectieve verantwoordelijkheid wordt.

Tijdens onze begeleiding van veranderingsprocessen in scholen, komen we regelmatig taaie vraagstukken tegen. Daarbij is hulp van collega’s zeer welkom. We houden daarom met de onze coaches om de twee weken intervisie over onze trajecten. Een van de coaches legt dan een casus voor aan de collega’s waarna die er volgens een gestructureerd proces feedback op geven. Het gebeurt ook regelmatig dat we daarbij een externe directie of leraar uitnodigen.

EduNext illustratie

Om dit proces optimaal te laten verlopen, gebruiken we de OASE intervisiemethodiek. Daarin onderscheiden we volgende fases:

Onderzoeksfase:

- De casusaanbrenger licht de casus toe en vertelt over de context van de school en het veranderingstraject

- De casusaanbrenger formuleert de uitdaging waarmee zij of hij geconfronteerd wordt in het traject. Bijvoorbeeld: ‘Hoe kunnen we bij een volgende interventie onder de waterlijn kijken en het verleden een plaats geven zonder de teamleden te kwetsen?’

- De deelnemers stellen verduidelijkende vragen bij de uitdaging

- De casusaanbrenger probeert zo goed mogelijk te antwoorden op de vragen. De andere deelnemers gaan daar niet op in tenzij ze een vraag hebben die daar bij aansluit

- Door de gestelde vragen kan de casusaanbrenger de uitdaging daarna al dan niet herformuleren

- Het gebeurt ook dat elke deelnemer de uitdaging zelf herformuleert waarna de casusaanbrenger kan kiezen uit de mogelijke geherformuleerde uitdagingen

Appreciatiefase:

- Altijd zijn er in het traject positieve zaken die al hebben plaatsgevonden, hoe zwaar de casus ook is of hoe moeizaam een bepaald traject ook verloopt

- Elke deelnemer waardeert de casusaanbrenger voor de acties die al ondernomen zijn of voor de manier waarop de begeleiding tot op heden is aangepakt.

- De casusaanbrenger accepteert de complimenten, bedankt de complimentengever en geniet van de feedback (niet altijd eenvoudig!)

Suggestiefase:

- Elke deelnemer denkt in stilte na over mogelijke adviezen

- De casusaanbrenger neemt ondertussen een pauze

- Elke deelnemer noteert zijn of haar adviezen en brengt er structuur in aan

- Elke deelnemer licht de adviezen toe terwijl de casusaanbrenger en de andere deelnemers luisteren en proberen niet in te pikken op wat er is verteld

- De casusaanbrenger kan wel verduidelijkende vragen stellen bij de geformuleerde adviezen

Evaluatiefase:

- De casusaanbrenger bedankt de deelnemers voor de geformuleerde adviezen

- De casusaanbrenger denkt zelf ook even na en geeft feedback over de adviezen en welke zij of hij bij een komende interventie denkt te zullen toepassen. Vaak is er daarvoor na de intervisie wat incubatietijd nodig

- Na de volgende interventie geeft de casusbrenger feedback aan de deelnemers over hoe zij of hij de interventie heeft aangepakt en hoe die is verlopen

Rollen in het intervisieproces

- Casusaanbrenger: persoon die de uitdaging toelicht

- Deelnemers: leven zich in de casus in en hebben als doel om de casusaanbrenger te inspireren en te helpen. Ze noteren hun adviezen en sturen ze door naar de verslaggever

- Moderator: begeleidt het intervisieproces en geeft het woord door. De moderator is zelf ook deelnemer aan het proces

- Verslaggever: vat de geformuleerde uitdagingen en adviezen samen

Een externe blik over JULLIE traject?

We zijn zeer enthousiast over deze werkwijze. Onze coaches zijn heel complementair en benaderen de uitdaging meestal vanuit een ander uitgangspunt waardoor de adviezen elkaar goed aanvullen en zeer verrijkend zijn. Doordat we dit al heel vaak hebben gedaan, hebben we hierin een grote expertise opgebouwd. Zo hielden we onlangs een intervisie over het innovatietraject van een basisschool (die we niet begeleiden). Via bovenvermelde methodiek heeft het beleidsteam van de school verteld over de context van de school en wat ze allemaal al gedaan hebben. Daarna formuleerden ze de uitdaging waar ze graag feedback op kregen. Twee en een half uur later, hadden ze verschillende suggesties om hun innovatietraject verder mee te versterken. Aansluitend ontvingen ze een rapport. Ze hebben al meteen een nieuwe intervisie gepland voor binnen enkele maanden!

Wil jij EduNext ook eens een blik laten werpen op jouw innovatie- of veranderingstraject? Mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Misschien wel de grootste uitdaging tijdens een veranderingstraject: hoe zorg je voor voldoende draagvlak en veerkracht in het schoolteam?

Draagvlak is de heilige graal van elk veranderingstraject, maar het is geen statisch gegeven dat je eenmalig 'haalt'. Het vraagt om een voortdurende investering in de veerkracht van het team. Hoe zorg je ervoor dat leraren zich veilig genoeg voelen om te experimenteren en te falen? In dit artikel onderzoeken we de psychologische factoren die bepalen of een team meebeweegt of afhaakt bij vernieuwing. De grootste uitdaging is niet de techniek van de verandering, maar de menselijke dynamiek erachter.

Bij een veranderingstraject is het belangrijk is om voldoende draagvlak te creëren in het lerarenteam. Je wacht daarmee best niet tot er al een of meerdere innovaties lopen. Voor de collega’s die hierbij niet rechtstreeks betrokken zijn, wordt het nadien zeer moeilijk om zich achter de vernieuwing te scharen die enkele collega’s onder elkaar hebben bedacht.

Creeer draagvlak voordat je begint

Als een leraar de leraarskamer binnen komt en zegt dat hij zich precies een octopus voelt, dat hij geen drie of vier sporen nodig heeft maar een multisporenaanpak, dan is er bij deze leraar een levensechte urgentie om de situatie te veranderen. Als dit bij meerdere collega’s het geval is, kan dit voor de school de aanleiding zijn voor een veranderingstraject. Is de urgentie echter minder aanwezig bij het lerarenteam maar bestaat ze wel voor de school, dan zul je die moeten aanwakkeren. Bijvoorbeeld door vanuit trends te kijken hoe je leerlingeninstroom er over enkele jaren uit zal zien en welke uitdagingen dat met zich mee zal brengen. Zo creëer je een interne motivatie. Die is vaak sterker dan een opgelegde urgentie zoals de Digisprong, een doorlichting of de modernisering.

EduNext visualisatie

Werk dagelijks aan de condities om tot een geslaagd veranderingstraject te komen zoals willen gaan voor één overkoepelend schoolproject en je schoolbestuur mee hebben. Daarnaast is het cruciaal om alle belanghebbende (leraren, leerlingen, ouders en coördinatoren) van in het begin te betrekken. En dat gaat ruimer dan informeren. Klim best enkele sporten hoger op de participatieladder.  En als je het ernstig meent, zorg ook voor voldoende gezamenlijke werktijd voor het lerarenteam. Bijvoorbeeld door leerlingen enkele uren per week volledig zelfstandig te laten werken of een samenwerking opzetten met een VZW die af en toe een halve dag leertijd voor hun rekening neemt.   

Breng een leidende coalitie op de been. Zoals een kernteam dat een goede representatie is van het hele lerarenteam. Zij kunnen als goede verkenners voorop lopen maar ook regelmatig terugkeren, overleggen, informeren en inspiratie opdoen bij hun collega’s. Voor kleinere lerarenteams valt het te overwegen om meteen met het hele team aan de slag te gaan. Voor de geloofwaardigheid en goede vertegenwoordiging is een juiste verhouding beleid/medewerkers in dit team nodig. Je kunt geen vijf beleidsmedewerkers hebben in een team van acht.  

Creëer draagvlak tijdens het veranderingstraject

Schenk aandacht aan de rouwcurve. Een significante verandering zoals het realiseren van een nieuw pedagogisch concept, is ook het oude loslaten. Volgens Elisabeth Kübler-Ross gaan we daarbij allemaal door een aantal emoties die beginnen bij een shock om dan x tijd later te  eindigen bij het omarmen van het nieuwe.

Gebaseerd op rouwcurve Elisabeth Kübler-Ross

Elke betrokkene gaat het best op eigen snelheid door deze curve. Forceer dit niet en geef mensen de tijd. Innovatoren zijn er pijlsnel door, een aantal andere collega’s zullen daar meer tijd voor nodig hebben. Dat kan te maken hebben met niet kunnen, niet durven of niet willen. In elk van de gevallen is coaching nodig. Uiteraard zijn er op een bepaald moment grenzen aan acceptatie van weerstand.

Herhaal en visualiseer: leerlingen hebben herhaling nodig om leerstof onder de knie te krijgen. Hetzelfde geldt voor leraren. Het is niet omdat ze enkele keren per jaar in een pv geïnformeerd zijn over het veranderingstraject dat ze mee zijn in het verhaal. Herhaal regelmatig en op verschillende manieren, zowel online als fysiek. Plaatsen waar leraren veel komen zoals de leraarskamer, het secretariaat of bij het binnen komen van de school zijn daarbij zeer geschikt. Laat het team zelf eens nadenken hoe ze de vooruitgang van het traject creatief kunnen visualiseren.

Werk met tussenstappen. Op een bepaald moment in het traject definieer je een aantal leidende pedagogische principes die aangeven hoe het onderwijs er in de toekomst uit zal zien. Het kan best zijn dat een aantal leraren een van de principes nog niet met de nodige intensiteit of diepgang kan toepassen. Stel dat je bijvoorbeeld de ambitie hebt om coachingsgesprekken met leerlingen te organiseren. Finaal doel wil je die om de veertien dagen houden. Maar voor een aantal leraren kan dit te hoog gegrepen zijn. Dan kun je starten met een gesprek per trimester en het jaar nadien de frequentie verhogen. Op die manier voelt het minder bedreigend aan en hebben leraren tijd om zich de vaardigheden eigen te maken die je ervoor nodig hebt. Door zo bepaalde uitdagende leidende pedagogische principes terug te denken, vergroot je het draagvlak en hou je toch het einddoel voor ogen.

Creëer draagvlak na het veranderingstraject

Een veranderingstraject is nooit af. Maar op een bepaald moment kom je wel in een nieuwe fase terecht. Waar je gaat opschalen en borgen. Ook dan is het belangrijk om voortdurend aandacht te schenken aan het creëren van draagvlak.

Zorg voor een duidelijke rolverdeling: het zijn vaak dezelfde mensen die in werkgroepen zitten. Die onbalans knaagt aan het draagvlak en ook aan de draagkracht van deze mensen. Breng eens de belangrijkste taken van het team in kaart en kijk welke kennis, expertise, vaardigheden en talenten je daarvoor nodig hebt. Als je daarna ook het aanwezige potentieel van het schoolteam in kaart brengt, kun je de match te maken tussen beide. Het valt aan te raden dat teamleden elkaar zelf nomineren voor een taak of rol omdat ze ervan overtuigd zijn dat die collega het wel goed zal uitvoeren. De voorwaarde hierbij is vertrouwen.

Werk aan de teamvaardigheden van het schoolteam. Vaak ontstaat draagvlak ook doordat mensen zich competenter voelen. EduNext heeft via een tweejarig praktijkonderzoek een aantal vaardigheden in kaart gebracht die leraren nodig hebben om een onderwijsconcept waarbij leraren eigenaarschap over hun leren nemen, te kunnen realiseren.

Kies er jaarlijks een of twee uit – niet meer – en kijk wat je ervoor nodig hebt. Maak daar een plan van aanpak voor. Een nascholing alleen is vaak niet de oplossing. Werk er gericht een heel schooljaar aan en zorg dat je de vertaling maakt van theoretische inzichten naar de context van de klas of school.

Kom tot een gedragen meerjarenplan. Niets zo motiverend voor een schoolteam om te weten waar ze samen naartoe gaan en op welke manier ze dat gaan bereiken. Dat meerjarenplan bevat pedagogisch-didactische keuzes, pilootprojecten, de aanpak van metingen, aanpassingen van infrastructuur, keuzes m.b.t. teamvaardigheden of schoolcultuur. Een dergelijk plan is een houvast en ook een filter voor het al dan niet toelaten van nieuwe initiatieven. Door het plan jaarlijks bij te sturen, zorg je ook dat het actueel blijft en dat je nieuwe ontwikkelingen mee neemt. Zonder dat je de essentie te veel verandert.

Het is dus belangrijk om continu aandacht te hebben voor het realiseren van draagvlak, zowel in de voorbereidingsfase, implementatiefase als verduurzamingsfase van een veranderingstraject.

Wil je hier graag meer over weten?

Naast de bovenvermelde tips zijn er nog heel wat andere manieren om aan draagvlak te werken. Je leest er meer over in het boek De ultieme gids voor transformatie van je school en in onze andere blogs. Tijdens onze masterclass transformatiecoaching is het creëren van voldoende draagvlak een centraal thema.

We gaan hierover met jou ook graag in gesprek. Contacteer Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Hoe je op school structureel onder de waterlijn kunt kijken in plaats van brandjes te blussen die telkens weer oplaaien

Veel schoolleiders besteden hun dagen aan het blussen van brandjes, terwijl de oorzaken van de problemen diep onder de waterlijn liggen. Hoe stap je uit de reactieve modus en leer je kijken naar de structurele patronen die steeds weer voor onrust zorgen? Door de focus te verleggen van symptoombestrijding naar systeemdenken, ontstaat er ruimte voor duurzame oplossingen. Een pleidooi om de diepte in te gaan en de fundamentele weeffouten in de organisatie eindelijk te adresseren.

Het is 16.00 uur in school X. Er is personeelsvergadering. Terwijl de directeur hard zijn best doet om de aandacht van zijn team erbij te houden zijn meerdere leraren collega’s met hun GSM bezig en staren anderen uit het raam. Er zijn ook enkele leraren te laat. De directeur kijkt collega’s aan die meer aandacht hebben voor hun toestel dan voor zijn dia’s in de hoop dat ze ermee stoppen. Hij stelt een vraag aan een leraar die naar buiten aan het kijken was. Die schrikt en lijkt er niet mee opgezet. Na de vergadering spreekt hij leraren aan die te laat waren. Maar de volgende pv komt er geen beterschap. Er zijn nu andere leraren te laat, de leraren babbelen veel met hun buren en iemand valt bijna in slaap.

Zo kan het niet verder

Blijkbaar is de personeelsvergadering niet interessant genoeg. En als de directeur er goed over nadenkt, zijn de pv’s vaak eenrichtingsverkeer. Iets wat hij leerkrachten die te veel instructie geven en te weinig activerende werkvormen toepassen zelf verwijt. De directeur besluit samen met zijn beleidsteam na te denken hoe ze de personeelsvergadering interessant kunnen maken Een collega oppert: ‘wat als we meer met elkaar in gesprek gaan dan dat we hoofdzakelijk in de luistermodus zitten?’. Nog iemand zegt: ‘misschien moeten we de zaal wel anders opstellen? ’Waarom maken we geen eilanden waar we in groepjes kunnen werken’. Een derde maakt zich volgende bedenking: ‘wat als we de personeelsvergadering als een gemeenschappelijk verantwoordelijkheid zien?’.

Ze besluiten om het op een andere manier te proberen. Ze sturen de info vooraf door en bespreken de inhoud daarna via een werkvorm in kleine groepjes om daarna de feedback over de groepen heen te delen. Het is de eerste keer nog wat wennen voor de leraren maar al snel ontstaat een andere dynamiek. Na enkele pv’s zijn de meeste leraren actief bezig waardoor de pv weer boeiend wordt. Iedereen is op tijd, de collega’s verliezen de klok uit het oog en achteraf praten kleine groepjes nog na.

EduNext visualisatie

In bovenstaand voorbeeld herkennen we de vier niveaus van onder de waterlijn kijken:

1) Gebeurtenis of feit (uit het raam staren, te laat komen, op GSM bezig zijn)

2) Patroon: pv is saai, we proberen de tijd door te komen

3) Structuur: opstelling in rijen, eenrichtingscommunicatie

4) Overtuiging: de pv is de taak van de directeur

Vaak proberen we op niveau 1) aanpassingen door te voeren (leraren aanspreken, confronteren, provoceren) terwijl dat meestal niet helpt. Vaak laat het patroon 2) zich dan via een andere weg zien. Daarnaast hebben we een structuur 3) gecreëerd die het patroon in stand houdt en zelfs versterkt en werken we weinig of niet op de overtuiging 4) waardoor er meestal ook geen gedragswijziging ontstaat.

Wil je een duurzame wijziging, dan kun je beter op het niveau van de overtuiging (of het mentaal model) interventies ontwikkelen, daarna de structuur of het systeem aanpassen waardoor alternatieve patronen kunnen ontstaan en uiteindelijk ook de gebeurtenissen of feiten zullen wijzigen:

5) Overtuiging (wij zijn samen verantwoordelijk voor de pv)

6) Structuur (we zetten de zaal in eilanden, we passen actieve werkvormen toe)

7) Patroon (de pv wordt interessant)

8) Gebeurtenis of feit (we starten tijdig, we verliezen de klok uit het oog, we praten na)

Uiteraard is deze aanpak niet eenvoudig omdat overtuigingen vaak vast zitten of omdat mentale modellen van mensen niet gemakkelijk verschuiven. Maar het kan wel. Gesprekken en interventies op het niveau van de overtuiging kunnen veel effect hebben. Breng het gedrag in kaart dat je zou willen en brainstorm hoe je dat met de betrokken personen kunt bespreken of hoe je hen ervoor kunt enthousiasmeren.

Breed toepasbaar

Deze aanpak kun je op heel wat gebeurtenissen op school toepassen:

- Leerlingen die te laat komen

- Leraren die weerhoudend zijn ten aanzien van digitalisatie

- Vakwerkgroepen die niet goed draaien

- Leraren die te veel of te weinig instructie geven

- Klassenraden die heel lang duren

ErmEE AAN DE SLAG?

Je kunt Ijsbergdenken goed aanleren via een workshop, bijvoorbeeld tijdens en van je beleidsteams of directiebijeenkomsten. Neem contact op met dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 044/949448

Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

In Edugo Lochristi nemen leerlingen uit 1B en 2B via het open ruimtemodel hun eigen leren in handen

In Edugo Lochristi doorbreken ze de traditionele klasmuren met een open ruimtemodel voor de eerste graad. Leerlingen uit de B-stroom nemen hier letterlijk hun eigen leerproces in handen, ondersteund door een team van leraren dat coacht in plaats van enkel zendt. Hoe beïnvloedt de fysieke omgeving het zelfvertrouwen en de motivatie van jongeren die vaak een moeizaam schoolparcours achter de rug hebben? Een getuigenis over de kracht van autonomie en een herwonnen geloof in eigen kunnen.

In de eerste graad van de B-stroom dachten enkele leraren na hoe leerlingen hun eigen leren in handen konden nemen. Ze vonden de oplossing in het open ruimtemodel (ORM) waarin de leerlingen gedurende 10 uur per week les krijgen. Voor de vakken Frans, Engels, Wiskunde en MaVo kiezen ze wanneer ze wat doen en hoe ze dat doen. De leerlingen krijgen coaching in het plannen en afwerken van hun werk zodat ze tegen het einde van de week alles netjes klaar hebben. En ze leren ook van hun klasgenoten. Niet alleen bereiken ze samen een ander resultaat dan wanneer ze alles alleen doen, ze leren ook rekening te houden met anderen. In het ORM werd over alles nagedacht: naast het aanbrengen van de vakinhoud, wordt ook veel aandacht besteed aan differentiatie, remediëring, coaching, taalontwikkelend lesgeven en het meubilair. EduNext ging er op 14 november samen met 30 onderwijsprofessionals op schoolbezoek.

Enkele inzichten

👉 Aparte fysieke hoeken voor Wiskunde, Engels, Frans en Maatschappelijke vorming (De 4 vakken binnen ORM). Omdenken vanuit kleuteronderwijs ;-)

👉 Leerlingen kiezen aan wat ze werken en waar ze gaan zitten

👉 Leerlingen maken een weekplanning voor 2 weken. Dit geeft ruimte om in de 2e week bij te sturen (v.b. ziekte in eerste week)

👉 Beperkte plenaire instructiemomenten, gevolgd door gedifferentieerde instructies (individueel, kleine groepjes ...)

👉 Papieren planning. Voor leerlingen die het moeilijk hebben: de planning in stukjes knippen, taken schrappen of dicht bij de leraar/begeleider plaatsnemen

👉 Groot planningsbord waarbij de leerlingen zelf via magneetjes visualiseren waar ze staan in hun planning

👉 Leerlingen plannen hun toetsen zelf en verbeteren ze zelf via verbetersleutel en batterijtjes (leeg, half vol, vol)

👉 Geen huiswerk mits planning leeractiviteiten op orde

👉 Taalontwikkelend lesgeven: taalsteun, context, interactie (via zelfevaluatiesjabloon)

👉 Reactionair beleid (i.p.v. sanctioneringdbeleid) via gespecialiseerde leerlingbegeleiders, schooleigen 4-ladenmodel, cooldownformulier en herstelgesprekken.

👉 Hulp van studenten orthopedagogie en ergotherapie van Arteveldehogeschool op de klasvloer

⁉️ Hoe ervaren leraren 2e graad leerlingen die in het ORM les kregen?

💡 Ze zijn veel zelfstandiger

💡 Ze vinden gemakkelijker oplossingen

💡 Ze kunnen beter plannen

OVERZICHT via transformatierad

Ook mee op schoolbezoek?

  • Op donderdagnamiddag 23 januari zijn we te gast bij het Immaculata Maria Instituut in Roosdaal

  • Op maandag namiddag 18 maart gaan we op bezoek bij GO! Mira te Hamme

Interesse om erbij te zijn? Geef een seintje aan dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448

Of volg het via de EduNext Linkedin pagina

Meer lezen
Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe Verdiepende Kaders & Modellen Dirk De Boe

Spanningen in het schoolteam: actie nemen of laten overwaaien?

Spanningen in een schoolteam zijn onvermijdelijk, zeker tijdens veranderingsprocessen. Maar wanneer is een conflict een kans voor groei en wanneer is het een destructieve kracht die de werking verlamt? De verleiding om lastige gesprekken uit te weg te gaan is groot, maar het laten overwaaien van problemen leidt vaak tot een diepere crisis onder de waterlijn. Een scherpe analyse van de dynamiek in de leraarskamer en de moed die nodig is om spanningen constructief aan te pakken.

EduNext krijgt meer en meer vragen van scholen om hen te helpen bij het oplossen van spanningen tussen teams of tussen leraren onderling. Deze spanningen zetten de interpersoonlijke relaties in het schoolteam op scherp en veroorzaken veel energieverlies. En dus willen een aantal directies daarvan af, andere directies maken de doos van Pandora liever niet open. Is dit laatste wel een optie?

EduNext visualisatie

Hoe komen deze spanningen tot stand?

Er zijn meerdere mogelijke oorzaken:

- De manier waarop de school wordt geleid of niet geleid: zo kan er door veel directiewissels een machtsvacuüm zijn ontstaan waar enkele leraren of coördinatoren inspringen. Dit kan zorgen voor gebrekkige besluitvorming of persoonlijke voordelen

- Een onevenwichtige rolverdeling in het schoolteam. Hierdoor zijn de lasten ongelijk verdeeld waardoor bepaalde leraren het gevoel kunnen hebben dat andere collega’s er de kantjes aflopen en dat ze daarin door de leiding worden gesteund

- Een nieuwe zorgcoördinator die verbaal sterk is en hiërarchisch werkt waardoor er te weinig aandacht is voor gezamenlijke beslissingen en teamdynamiek

- Een emotionele gebeurtenis die lang geleden plaatsvond maar die nooit goed is uitgepraat en die telkens weer naar boven komt

- Persoonlijke conflicten tussen teamleden die langzaam gegroeid zijn en die afstralen op andere collega’s waardoor de samenwerking bemoeilijkt wordt

- Eilandvorming waarbij collega’s kampen vormen die onder elkaar over de school, de leiding of collega’s praten zonder het er met de andere collega’s zelf over te hebben

- Afbouw van klassen waarbij er te weinig aandacht is geweest voor het rouwproces en er onrust kan zijn over mogelijke toekomstige verdere ontmanteling.

- Spanningen tussen verschillende graden, tussen vakwerkgroepen of tussen kleuterteam en team lager onderwijs. Bijvoorbeeld omdat de ene groep ten opzichte van de andere een bepaalde overtuiging heeft zoals ‘lesgeven aan kleuters is gemakkelijker dan aan leerlingen lager onderwijs’, ‘wiskunde is belangrijker dan muzische vorming’ of ‘masters zijn meer dan bachelors’

- Grensoverschrijdend gedrag van iemand op school waar de leiding of bestuur niet doortastend heeft op gereageerd.

Consequenties van deze spanningen?

Als spanningen blijven aanslepen, kunnen er heel wat schadelijke gevolgen zijn:

- De kans bestaat dat iedereen continu op eieren moet lopen en diplomatiek moet zijn. Doordat de emoties te veel binnen wordt gehouden, ontploft het af en toe

- Moeilijke samenwerking tussen bepaalde collega’s of teams. Teamleden die niet goed met elkaar overleggen, kunnen moeilijk gezamenlijke doelen bereiken

- Gebrekkige en agressieve communicatie, collega’s die niet meer vrijuit durven spreken of elkaar zelfs geen goeiemorgen meer zeggen

- Negatieve afstraling op de leerlingen. Die voelen deze spanningen zeer goed aan en kunnen die overnemen met een moeilijk klasmanagement als gevolg

- Weinig pedagogisch-didactische gesprekken wat het moeilijk maakt om verticale leerlijnen te creëren en te versterken

- Verhoogde stress, verminderd werkplezier en verlaagde motivatie bij bepaalde teamleden of teams. Dit kan aanleiding geven tot een hoger ziekteverzuim en verloop.

- Slecht voor het imago van de school: de interne wandelganggesprekken blijven meestal niet binnenskamers. Ook ouders, toekomstige leerlingen en andere externen kunnen hierdoor een negatieve perceptie van de school krijgen

- Ongunstig inspectierapport: de inspecteurs die komen doorlichten voelen deze spanningen tijdens hun gesprekken en besluiten dat dit een negatieve invloed heeft op de onderwijskwaliteit.

- Geen goede voedingsbodem voor innovatie en verandering. En op lange termijn een negatieve invloed op de schoolcultuur.

Enkele vragen DIE je kunt stellen

Hoe komen we terug tot verbindende en respectvolle communicatie waarbij we ook moeilijke boodschappen met elkaar kunnen en durven bespreken?

Hoe zorgen we ervoor dat wat gezegd moet worden ook gezegd wordt, zodat we samen weer vooruit kunnen kijken?

Hoe brengen we de gespannen onderlinge relaties op een veilige manier in kaart en kunnen we de energie in het schoolteam terug doen stromen?

Hoe pak je het aan?

De eerste vraag die zich stelt is: moet je het wel aanpakken? Haal je hiermee geen koeien uit de gracht die daar best mogen blijven zitten? Als het gaat over kleine spanningen die op termijn mogelijk weer zullen verdwijnen, kan dit een strategie zijn. Maar als de spanningen zodanig zijn dat ze een negatieve invloed hebben op het welbevinden van collega’s en op de realisatie van de school- en klasdoelen, dan is er actie nodig. De desbetreffende teams of collega’s zullen dat niet gewoon uit zichzelf doen. Daarvoor beschikken ze meestal niet over de methodieken en is het vaak niet veilig genoeg om zich uit te spreken of om de confrontatie aan te gaan met collega’s. Heel wat schoolteams willen elkaar geen pijn doen en hebben schrik om spanningen te benoemen. Want dan gaat de doos van Pandora open en gaat die daarna nog wel ooit dicht? Wat ook kan spelen is dat weinig collega’s zelf de boodschapper willen zijn. Of ze denken dat ze het toch niet kunnen oplossen. Daarom laten ze het vaak zo en houden ze het schadelijke patroon in stand, ook al hebben ze er elke dag last van.

Als directie of leidinggevende is het niet altijd gemakkelijk om als moderator op te treden bij dergelijke spanningen in het team. Je bent immers als deel van het schoolsysteem zelf betrokken partij. Een neutrale partij met de nodige expertise kan zinvol zijn, zeker ook omdat het gevoelige materie is waarbij het creëren van veiligheid, vertrouwen en de juiste interventies van ontzettend belang is.

De aanpak verschilt ook van het niveau van de spanningen. Gaat het hier over een ernstig trauma zoals het verlies van collega’s of leerlingen, dan kan een trauma-expert helpen. Gaat het over grensoverschrijdend gedrag, dan is bemiddeling wellicht aangewezen. Gaat het over andere spanningen dan kan een neutrale professionele begeleiding het team terug naar zichzelf leren kijken en met elkaar in gesprek laten gaan over bepaalde emotionele gebeurtenissen. We gaan hieronder verder in op het laatste.

Historielijn

Een relatief veilige manier en een eerste stap om de dingen te benoemen, is samen terugkijken naar het verleden. Daarbij brengt het team samen de feiten en gebeurtenissen in kaart vanaf het moment dat de collega met de langste anciënniteit in de school is gestart tot op de dag van vandaag. Door bij elke gebeurtenis ook de emoties - zowel positief als negatief - te vermelden, ontstaat een geschiedenis van blije en droevige momenten. Doordat collega's dat op een veilige manier met elkaar kunnen delen, ontstaat er begrip, komen er emoties los en kan er terug al wat energie beginnen stromen.

EduNext visualisatie

Veilig verder verkennen

Een volgende mogelijke stap is om de meeste emotionele gebeurtenissen uit de historielijn samen te bespreken in een proactieve cirkel. Daarbij gelden een aantal afspraken zoals dat elke collega iets kan zeggen vanuit zijn eigen persoon zonder dat de groep daarover in discussie gaat. Iemand anders kan daar wel op reageren of iets nieuws toevoegen. Doordat er tussenin stiltes vallen, ontstaat er een speciale dynamiek. Een ongemakkelijke stilte kan er immers voor zorgen dat iemand op een bepaald moment begint te spreken en iets zegt dat hij eigenlijk niet van plan was om te delen. Het gebeurt heel vaak dat collega’s sorry zeggen, dat ze elkaar complimenten geven, dat ze hulp aanbieden en dat er tranen vloeien. Maar evengoed kan het zijn dat de groep rond de hete brij blijft cirkelen en de 'olifant in de kamer' nog niet benoemt. Het effect van een goed begeleide proactieve cirkel kan zijn dat bepaalde teamleden elkaar nadien aanspreken of een gesprek aanvragen met de begeleider.

EduNext visualisatie

Een andere methode is een gesprek op voeten. Dit is een gespreksvorm uit Deep Democracy waarbij je bewegend in een ruimte met elkaar in gesprek gaat en op zoek gaat naar verschillende invalshoeken en iedereen actief in het gesprek betrekt.

Bijkomende gesprekken

De gesprekken met iedereen doe je best ook niet te lang. Het is belangrijk dat mensen die nog maar pas in het team zijn, de historiek kennen en weten vanwaar de spanningen - die ze ook voelen - komen, maar meestal hebben ze er geen behoefte aan om bij de verdere gesprekken aanwezig te zijn. Ook andere collega’s die niet rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de spanningen, kunnen kiezen om niet verder deel te nemen. Afhankelijk van wat er uit de proactieve cirkel komt, kun je gesprekken plannen in kleinere groepen, per twee of per drie. Je kan ook de relationele bedrading tussen (bepaalde) teamleden in kaart brengen, bijvoorbeeld door hen de onderlinge relaties te laten tekenen zodat ze er een beter begrip van krijgen. Of je organiseert een opstelling met de desbetreffende betrokkenen om uit te spreken wat er moet gezegd worden.

Streep eronder

Op een bepaald moment moet je weer vooruit. Je kunt niet blijven achterom kijken, ook al hebben sommige collega's daar nog verder behoefte aan. Je kunt dan wel vragen wat ze nodig hebben om weer vooruit te kunnen kijken en hen daarbij helpen. Het kan sterk zijn om op dat moment een toekomstgericht project op te starten zoals het actualiseren van je schoolvisie of samen op zoek gaan aar een aangepaste schoolorganisatie. Zo schuift de focus van het verleden naar de toekomst.

Ondersteuning nodig?

EduNext heeft hierin ondertussen al heel wat ervaring opgebouwd. Wil je hierover een vrijblijvend gesprek? Contacteer Dirk De Boe voor meer info => dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448




Meer lezen
Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe Leerverhalen & Praktijk Dirk De Boe

In Vrije Basisschool De Wijnberg in Wevelgem zetten ze sterk in op cognitief sterk functionerende leerlingen

Basisschool De Wijnberg in Wevelgem toont aan dat aandacht voor cognitief sterk functionerende leerlingen geen luxe is, maar een noodzaak voor een inclusieve school. Hoe creëer je een omgeving waarin deze kinderen werkelijk uitgedaagd worden zonder hen te isoleren van de groep? Hun aanpak laat zien dat investeren in differentiatie voor de top van de piramide uiteindelijk de kwaliteit voor álle leerlingen ten goede komt. Een inspirerend voorbeeld van onderwijs op maat in de praktijk.

Op 12 november was de EduNext leergemeenschap basisonderwijs samen met enkele andere onderwijsprofessionals te gast in VBS De Wijnberg te Wevelgem. Coördinator Hans Van de Moortel gaf op gepassioneerde wijze toelichting over hun CSF aanpak. Daarna konden we de klassen bezichtigen en kregen we bijkomende uitleg over de werking van de kangoeroeklas. Een samenvatting van een inspirerende voormiddag.

Hoe het allemaal begon

In VBS De Wijnberg kwamen ouders in 2013 met een inschrijving van een peuter die hoge cognitieve vaardigheden toonde. ‘Wat overkomt ons?’, dachten ze toen. Samen met de ouders zijn ze op stap gegaan en gingen ze voor het best mogelijke onderwijs voor hun kind. Via infoavonden van Hoogbloeier en Exentra ontstond het eerste bewustzijn. Meerdere leraren volgende een 4-jarige opleiding bij Exentra. Daarna was er een traject van schooleigen en teamgerichte professionalisering tijdens personeelsvergaderingen en pedagogische studiedagen over binnenklasdifferentiatie. Ze verdiepten zich in formatief assessment, breed evalueren, systeemdenken en talentontwikkeling. Uiteindelijk besloot de school om gedurende 3 schooljaren deel te nemen aan het lerend netwerk van Project Talent. In 2023 dienden ze een aanvraag in om zelf ankerschool te worden van een lerend netwerk van 12 scholen en ondertussen is er al een 2e lerend netwerk met nog eens 8 scholen opgestart.

Mindset van het team

De perceptie is vaak dat een CSF leerling een jongetje is met een bril die sterk is in wiskunde. Door op zoek te gaan naar wetenschappelijke inzichten leerde de school het onderscheid maken tussen dergelijke fabels en feiten. Ze onderzochten hoe hun verschillende leraren naar kinderen met cognitief talent kijken. Daarbij is het belangrijk om je niet te richten op 1 punt maar het hele spectrum in kaart te brengen. Via gesprekken met ouders, door kinderen uitdagingen te geven, gerichte te observeren en deze observaties samen te bespreken, ontstond een breder inzicht. Ook brachten ze de mindset van de leraren ten aanzien van CSF leerlingen in kaart. Het team leerde dat er niet zoiets bestaat als ‘de cognitief sterk functionerende leerling’. CSF leerlingen vormen een heterogene groep met een eigen profiel, unieke ontwikkeling en eigen opvoedings-, onderwijs-, ondersteuningsnoden.


Een cognitief sterk functionerende leerling is een leerling die voor brede cognitieve vaardigheden en/of prestaties op schoolvorderingstoetsen tot de beste 10% van een relevante vergelijkingsgroep behoort.’

— Bron Podia

Herkennen en signaleren

In het kleuteronderwijs gebeurt dit via een vragenlijst voor ouders en kleuterleidsters (geen klasscreenings), gerichte observatie en multidisciplinair overleg met het kernteam maatwerk. In de lagere school gebeurt dit via gerichte observatie van binnenklasdifferentiatie, toetsen, leerlingvolgsysteem (met doortesten), pretoetsen, AVI, IQ-test, begeleiding en evaluatie. Via het multidisciplinair overleg met het kernteam maatwerk beslissen ze of de leerling enkele uren per week naar de kangoeroeklas gaat voor verdere uitdaging. Hierbij is het belangrijk om een onderscheid te leren maken tussen leerkenmerken (snel van begrip, weinig instructie nodig, grote denksprongen kunnen maken, abstract kunnen denken, verbanden zien en een sterk geheugen) en persoonskenmerken (perfectionistisch, faalangstig, zelfontdekkend, leergierig, humoristisch, gedreven, gezag in vraag stellen). Leerkenmerken leiden naar afgestemd onderwijs, het opzoeken van de leerzone en het aanbieden van cognitieve uitdagingen. Persoonskenmerken leiden naar extra coaching van mindset, het trainen van executieve vaardigheden en motivationele interventies. Persoonskenmerken kunnen zowel belemmerend als versterkend zijn.

Compacten en verrijken

Leraren moeten nadenken over wat ze zullen schrappen:

- Moet een kind bij elke activiteit aanwezig zijn?

- Kunnen er stappen overgeslagen worden?

- Kan er verkorte instructie gegeven worden?

- Hebben ze herhaling nodig?

Daarnaast dienen ze op zoek te gaan naar aangepaste verrijking. De school gebruikt daarvoor de taxonomie van Bloom (onthouden, begrijpen, analyseren, evalueren en creëren). Bij kleuters gaat het dan over uitdagende opdrachten in de hoeken of opdrachten met hogere denkorde. In de lagere school kan dit gaan over verdieping, verbreding via extra curriculum, taken en projecten van hogere denkorde of extra uitdagingen. Ze gebruiken de autometafoor (sturen, remmen, gas geven …) om executieve functies te trainen en ook Breinkrachten zoals stopkracht, doorzetkracht of plan- en regelkracht.

Klasexterne verrijking via kangoeroeklas

Na multidisciplinair overleg en communicatie met leerling en ouders) kunnen leerlingen vanaf het 4e leerjaar – naast binnenklasdifferentiatie in elke klas tijdens de rest van de week - anderhalf uur per week naar de kangoeroeklas waarbij CSF leerlingen van het derde leerjaar vanaf Pasen kunnen komen proeven. De school onderzoekt momenteel of het ook een kangoeroewerking kan opzetten voor de kleuters. Uitdagingen daarbij zijn het inrichten van lestijden en het vinden van gemotiveerde leraren met ervaring.

In de kangoeroeklas komen CSF leerlingen op het moment dat er voor andere leerlingen herhalingslessen zijn. Ze werken niet met invulblaadjes, er is geen handleiding of methode. Coördinator Hans werkt voornamelijk vanuit de interesse en motivatie van het kind. Met een variatie aan werkvormen en leerinhouden. Ze bepalen samen waarover ze zullen leren. Regelmatig zijn er breinlessen en komen er gastdocenten op bezoek. Ze doen ook af en toe aan duotekengesprekken (zonder praten), ze leren filosoferen of organiseren een pi-dag.

Een bioloog komt tijdens de kangoeroewerking spreken over de dieren in Zuid-Amerika. Daarna mogen de leerlingen een dier kiezen, brengen ze de biotoop van deze dieren in kaart en maken er uiteindelijk een tentoonstelling van

Ook in de kangoeroeklas komt de taxonomie van Bloom op de voorgrond zoals samen verhalen creëren, begrijpen via close reading of evalueren van elkaars werk. Ze werken steeds met een brede of gelaagde evaluatie (vanuit geheugen => met de notities erbij => met chromebook).

Een van de deelnemers stelde terecht de vraag: ‘gaan leerlingen tijdens zo een kangoeroewerking wel diep genoeg en blijft het niet te oppervlakkig?’

Door methodieken aan te reiken, criteria te bepalen bij doelen en uitdagingen, zelfreflectie, groeigesprekken en oudergesprekken, schriftelijke onverwachte toetsen … voorkomen ze dit. De rapportage van de kangoeroeklas vormt een extra onderdeel in het Questi rapport dat de school voor elke leerling gebruikt. Daarnaast gaf Hans ook aan om niet te snel overstag te gaan wanneer leerlingen niet meteen uit hun leerkuil geraken. Dan moet je doorzetten.

De kangoeroewerking is een extra spoor boven op de al bestaande sporen. Het kan niet werken als de leraren zelf niet geloven in het stimuleren van CSF leerlingen en hen gewoon naar de kangoeroeklas sturen. De kangoeroewerking is een extra stap als de andere stappen al gezet zijn.

Bekijk het hele spectrum!

We hebben de neiging om ons zorgbeleid af te stemmen op de minder begaafden en daar de meeste uren aan te besteden:

Illustratie L-aTent vzw (uit PP presentatie Hans Van de Moortel)-

Terwijl het zinvol zou zijn om het meer als volgt te organiseren:

Illustratie L-aTent vzw (uit PP presentatie Hans Van de Moortel)-

4 pijlers voor afgestemd onderwijs

1. Professionalisering: lerend netwerk, teamgericht en persoonlijk, gluren bij de buren (intern en extern), leren van en met elkaar, delen en samen ontwikkelen, een pad uittekenen (groeitijd en perspectief), op maat van de school

2. Talentontwikkeling: ontdekken en inzetten op het ontwikkelen van cognitief talent, denkvaardigheden Bloom ontwikkelen, begrijpen dat elk kind uniek is en elk cognitief talent een eigen profiel heeft, het belang van de ontwikkeling van executieve vaardigheden erkennen om het (cognitieve) talent te laten groeien en ontwikkelen en het model van Kuipers toepassen.

3. Zorgbeleid: de 2 belangrijkste vragen zijn volgens Hans:

- Wat als een kind niet (of weinig) tot leren komt …?

- Wat als een kind niet (of weinig) geniet van leren…?

Om dan te kijken of dit een onderzoeksvraag waardig is, hoe we dit zien of herkennen, wat er allemaal meespeelt, wat we ermee doen en hoe we komen we tot een plan van aanpak.

4. Didactische en pedagogische organisatie en aanpak: lestijdenpakket en opdrachten herbekijken, co-teaching als mogelijkheid onderzoeken, het leerstofjaarklassensysteem in vraag stellen, andere groeperingsvormen overwegen, binnenklasdifferentiatie optimaliseren, gebruik van diverse materialen, het klasklimaat en klasmanagement versterken, bijkomende ondersteuning voorzien, faciliteren en kans creëren en durven experimenteren

Ook mee op schoolbezoek?

De deelnemende onderwijsprofessionals gingen naar huis met heel wat inzichten en ideeën. Dank aan Hans Van de Moortel en directie Elien Tant voor hun deskundige uitleg en visie. EduNext organiseert regelmatig schoolbezoeken. Volg daarvoor zeker ook de EduNext nieuwsbrief (doorscrollen naar beneden op deze pagina) of onze Linkedin pagina.

Onze volgende schoolbezoeken basisonderwijs zijn gepland op:

- 24 januari in GO! De Driesprong te Maldegem

- 24 maart in VBS Heilige Familie te Schaarbeek

Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be als je erbij wil zijn. Gezien dit een schoolbezoek is dat we doen met onze leergemeenschap (15 personen), voorzien we maximaal 10 extra tickets, dus reserveer snel je plaatsje!







Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Artificiële intelligentie, krankzinnige mogelijkheden – Lieven Scheire

Lieven Scheire neemt ons mee in de duizelingwekkende wereld van artificiële intelligentie en de impact ervan op ons dagelijks leven en leren. De mogelijkheden lijken krankzinnig, maar wat betekent dit voor de essentie van ons onderwijs? Terwijl de technologie sneller evolueert dan ons bevattingsvermogen, moeten we de vraag stellen welke vaardigheden we jongeren nog moeten aanleren. Een boeiende verkenning van een toekomst die al begonnen is en die ons dwingt onze menselijkheid te herdefiniëren.

Cevora, het vormingscentrum van paritair comité 200, dat in België bijna 60.000 bedrijven en 500.000 werknemers telt, organiseerde voor haar docenten een dag over artificiële intelligentie en nodigde Lieven Scheire uit om er zijn licht over te werpen. Wat hij met verve deed. Hij maakte de toch wel complexe materie heel bevattelijk. En steeds met een vleugje humor. EduNext collega Dirk De Boe was erbij.

Artificiële intelligentie is pensioensgerechtigd!

In 1956 viel de naam artificiële intelligentie voor de eerste keer tijdens het Dartmouth Summer Research Project. Het probleem was dat de computers op dat moment onvoldoende krachtig waren om de benodigde rekencapaciteit te leveren. Eind de jaren 90 worden de eerste schuchtere AI pogingen gedaan zoals het gebruik van de Clippy assistent die als een digitale paperclip te pas en te onpas in ons computerscherm opdook om ons te helpen. Maar de gebruikers zagen hem eerder als een vervelend fenomeen dat vaak de verkeerde vragen stelde en die ze zo snel mogelijk wegklikten.

Exponentiële stijging van rekenkracht

Onze huidige generatie smartphones zijn 100.000 keer sterker in rekenkracht dan de Houston computers die de maanlanding in 1969 coördineerden. En rekenkracht is wat je – naast heel veel data - nodig hebt om AI voldoende te trainen. Tot voorheen werkten de meeste SW programma’s met rule-based SW. Dat is klassieke software die uitgaat van logisch uitvoerbare stappen. Daarmee kun je echter alleen maar automatiseren. En over de jaren zijn heel wat zaken rondom ons geautomatiseerd maar bepaalde zaken niet omdat ze te complex waren voor deze software.  

Een fantastische patroonherkenningsmachine

Mensen kunnen heel goed patronen herkennen zoals bijvoorbeeld een hond onderscheiden van een kat. De beperking van de klassieke SW is dat ze dat moeilijk kunnen. En patroonherkenning heb je net nodig voor bepaalde handelingen zoals bijvoorbeeld fruit plukken. Je  moet een appel kunnen onderscheiden van een blad in de omgeving. Artificiële Intelligentie is een software die ontworpen is zoals het menselijk brein en die zo heel goed patronen zoals gezichten, gedrag en stemgeluiden kan herkennen. Na de stoommachine, de lopende band en het internet zal deze software zorgen voor een nieuwe golf van automatisatie. Dit wordt de snelste automatisatiegolf die we ooit hebben gekend. AI wordt op termijn een heel handig en dagelijks hulpmiddel zoals elektriciteit en water dat al lang zijn.

De wiskundeleraar met de handen in het haar?

AI is fenomenaal. Zo kun je bijvoorbeeld met de app Photomath heel eenvoudig een integraal oplossen door er een foto van te nemen. De oplossing verschijnt meteen op je scherm. ‘Ha’, zegt de leraar. ‘Dan vraag ik de leerling om de tussenstappen te benoemen. Zo weet ik of zij of hij het begrijpt’. Maar ook dat kan de software. Met een druk op de knop verschijnen alle tussenstappen. En je kunt op elke tussenstap klikken om te kijken hoe deze tot stand is gekomen. Dit opent enorme mogelijkheden. Zo kan een leraar in plaats van klassikaal te verbeteren leerlingen vragen om in de app te kijken of ze de juiste stappen hebben doorlopen. Als ze daarbij vastlopen of meer uitleg nodig hebben, kunnen ze de leraar roepen. Zo kan die zijn tijd efficiënter besteden.

De taalleerkracht EN DE toren van Babylon

Google translate werkte vroeger met rule based software. Enkele jaren geleden kreeg je nog woorden die verkeerd vertaald werden of onlogisch samengestelde zinnen. Intussen is de kwaliteit spectaculair verbeterd. En dat is omdat het op artificiële Intelligentie sofware draait. Wat extra mogelijkheden geeft dan alleen maar geschreven woorden te vertalen. Door bijvoorbeeld op het icoontje camera te drukken, kun je stukken tekst in een beeld ogenblikkelijk vertalen. Klik je op microfoon, dan herhaalt hij het gesprokene in een andere taal. Je hebt een gratis simultaan tolk op zak.  Dit kun je heel goed gebruiken voor meertaligheid in de klas. We weten ondertussen dat het gebruiken van de thuistaal op school zorgt dat leerlingen het Nederlands gemakkelijker oppikken. Een leraar kan dus nu via Google translate  een instructie eenvoudig vertalen in de taal van de leerling waardoor die het sneller begrijpt. En voor oudercontacten heb je misschien niet altijd een menselijke tolk nodig.

Ons brein gekopieerd

Onze hersenen werken niet met logisch voorgeprogrammeerde stappen. Het is netwerk van neuronen dat onderling met elkaar verbonden is en waarbij verbindingen die meermaals gebruikt worden zich versterken. Dat maakt het brein zeer krachtig. Zo kunnen we door iets te ruiken ogenblikkelijk terug gekatapulteerd worden naar de tijd waarin die geur in ons leven vaak voorkwam.  Dus het menselijk neuraal netwerk wordt steeds krachtiger naarmate het goed getraind en onderhouden wordt.

Nu zijn wiskundigen erin geslaagd om dat neuraal netwerk na te bouwen. Ze creëerden een netwerk van knooppunten met een ingang en een uitgang. Maar dat neuraal netwerk kan helemaal niets tenzij je het traint. Bijvoorbeeld door het een foto van een kat te tonen en te zeggen dat het een kat is. Dat doe je heel veel keren, daarna toon je een foto van een hond en zegt dat het een hond is en dat doe je ook in veelvoud. Hierdoor zullen sommige verbindingen in het netwerk versterkt worden, andere zullen verzwakken. Op een bepaald moment toon je weerom een foto van een hond of een kat maar je zegt er niet bij wat het is. De software zal dan een uitspraak te doen. Hoe meer data je toevoegt, hoe nauwkeurig de voorspelling zal worden. Op die manier programmeren we de structuur van onze hersenen in dat systeem. En het wordt elke keer sterker. En blijkbaar niet alleen voor het herkennen van honden en katten maar ook voor andere objecten.

Caveat

Dit neuraal netwerk is een zwarte doos. We hebben wiskunde ontwikkeld die zorgt dat het werkt, we weten echter niet hoe het werkt. Van elk knooppunt kunnen we informatie opvragen maar we kunnen niet vragen waarom het programma een fout heeft gemaakt. Zo bleek dit neutraal netwerk heel goed te werken voor het onderscheiden van wolven en huskeys. Tot het op zekere keer een wolf voor een huskey hield. Uiteindelijk bleek dat de het grootste onderscheid tussen de foto’s met wolven en huskeys de sneeuw op de achtergrond was. Dus de SW weet helemaal niet wat een wolf of een huskey is maar probeert de patronen te herkennen. De computer zoekt het grootste statistisch verschil tussen 2 datasets en dat kan evengoed de achtergrond zijn.

We moeten dus opletten voor bias. Dergelijke fouten zijn lastig te ontdekken. De meeste neurale netwerken zijn immers niet explainable. Daarom zijn ze in Europa ook verboden. In Amerika mogen ze wel. Zo trainde Amazon voor haar sollicitatieprocedure het systeem met succesvolle profielen van de laatste 50 jaar. Op die manier haalde de machine er echter alleen mannen uit van allochtone origine (omdat die vroeger dat soort jobs deden). Amerikanen gebruiken AI ook om te bepalen wie er voorwaardelijk vrijkomt uit de gevangenis. De grote vraag is hoe we omgaan met neurale netwerken zodanig dat zo weinig mogelijk mensen benadeeld worden.

AI zelf aan zet

AI is de  laatste tijd ook heel sterk in creatie. Dat gebeurt via een reinforcement netwerk waarbij er miljoenen keren geprobeerd wordt en er steeds een feedback loop gaat naar een ander AI netwerk. We spreken hier over generatieve AI die zelf creëert. De software kan dit omdat het genoeg kennis heeft van patronen in de wereld. Zo vraagt Lieven Scheire de software voor de grap om een panda te creëren die in een glas-in-loodraam een kruiswoordraadsel aan het oplossen is. Enkele seconden later verschijnt het resultaat. Via beeldassociaties en een reservoir van miljoenen patronen, komt hij razendsnel tot een creatie.

Chat GPT

Een van de bekendste AI software producten die we kennen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is Chat GPT geen zoekmachine maar een taalmodel. Je kunt hem trainen met menselijke feedback zodat je betere antwoorden op vragen krijgt maar hij kan zelf ook een tekst verder aanvullen. De eerste versies waren belabberd maar intussen is het resultaat indrukwekkend. Zo vraagt Lieven Scheire bij iemand in de zaal naar een vakantie-ervaring. Blijkt dat die met zijn dochter naar een ballonnenmuseum is geweest. Op basis van een stukje begintekst vertelt de software het verhaal verder van hoe het bezoek kon verlopen zijn. Het is een prachtig verhaal, ook al heeft de software geen idee van wat een ballon is. Het is een staaltje wiskundig vernuft. Maar er is altijd eindredactie van de mens nodig. Lieven Scheire noemt Chat GPT een hardwerkende stagiair die niet te vertrouwen is.

Eindeloze mogelijkheden

AI kan een taal herkennen, gesproken taal omzetten in geschreven taal, je stem imiteren, video’s maken, die video’s omzetten in een andere taal met jouw stemgeluid en mondbewegingen erbij. Het kost 1 Euro en  tien minuten rekentijd. AI kan ook zelf programmeren. Software programmeurs gebruiken AI als assistent. Je kunt een boek invoeren en dit laten bespreken. Je kunt afbeeldingen maken via Image creator. Je kunt een deel van een boek omzetten in een filmscenario met bijvoorbeeld de stijl van Friends, van een tekst een podcast of een sonnet maken of je Powerpoint slides via AI maken. Lieven Scheire deelde ook enkele interessante links: https://www.lievenscheire.com/ailinks

Impact op het klimaat

Iemand uit het publiek stelde deze toch wel heel terechte vraag. Chat GPT verbruikt voor 1500 woorden ongeveer 1 KWH. Er zal hiervoor dus enorm veel energie nodig zijn, zeker als dit een consumentenproduct wordt. En dat wordt het. Maar volgens Lieven Scheire kan AI kan ook meedenken over energiecreatie zoals kernfusie.

Samenvatting

De keynote van Lieven Scheire werd in real life visueel geoogst door Axelle Vanquaillie. Een knap staaltje visueel en auditief vernuft.

Meer lezen