Blog

Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Zeven hefbomen om van werk- en vakgroepen sterke professionele leergemeenschappen te maken

Waarom blijft de samenwerking in sommige vakgroepen steken in vrijblijvendheid, terwijl andere teams bergen verzetten? Deze zeven hefbomen bieden een concreet actieplan om de professionele cultuur op school te versterken. Van gedeeld leiderschap tot een focus op leerresultaten: het transformeren van de samenwerkingsstructuur is de sleutel tot duurzame schoolverbetering. Een praktische gids voor directies en teamleiders die de kracht van het collectief werkelijk willen ontsluiten.

Een van de manieren om kwaliteitsvol onderwijs te realiseren, zijn goed functionerende vak- en werkgroepen. Werk- en vakgroepen kunnen bijdragen tot een collectieve verantwoordelijkheid en een sterke bijdrage leveren tot de realisatie van kwaliteitsverwachtingen. Zeker als die van louter samenwerken evolueert naar systematisch en als groep samen leren. Dat betekent dat vak- en werkgroepen regelmatig over hun werking reflecteren en hun werking bijsturen. In deze blog zeven vind je zeven hefbomen om van je vakgroepen PLG’s te maken en om je werkgroepen goed te laten functioneren.

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

  1. Maak een duidelijke koppeling met de visie

Voor leraren kunnen vak- of werkgroepen als een verplicht nummer aanvoelen. Je hebt je eigen lessen al voor te bereiden en dan moet je ook nog eens tijd steken in overleg met collega’s uit dezelfde of een andere graad. Als er geen duidelijk doel is op schoolniveau, dan blijft het vaak bij fragmentarische bijeenkomsten. Daarbij houden leraren bijvoorbeeld een nieuwe methode tegen het licht , geven ze terugkoppeling over een nascholing of besprejeb ze examenvragen met elkaar . Ze worden dan verplicht om horizontaal en verticaal samen te werken zonder concreet doel. Vak- en werkgroepen kunnen een sterke hefboom zijn in het vertalen van een gedragen gemeenschappelijke visie naar de klasvloer. Elk leraar heeft zo duidelijke doelstellingen waarvan ze het nut inzien en waar ze zich achter kunnen scharen.

Tip: Vertaal je visie in leidende pedagogische principes zoals bijvoorbeeld: ‘wij maken elke les een koppeling tussen de leerinhoud en de leerdoelen’. Werk- en vakgroepen kunnen dan mee kijken hoe ze deze doelstelling kunnen realiseren.

2. Voorzie voldoende tijd

Een team dat maar een paar keer per jaar samenkomt, wordt geen hechte professionele leergemeenschap. Op het moment dat iedereen terug mee is, is de vergadering al voor de helft afgelopen. Wil je echt inzetten op goed werkende vak- en werkgroepen, dan moet je hiervoor structureel tijd inplannen. Dat betekent minstens maandelijks samenkomen en liefst ook tussenin voldoende tijd voorzien. Dat zet je als schoolteam voor de uitdaging om in je jaaragenda structureel overlegtijd voor het schoolteam te voorzien. Een deel kan van die tijd kan door de vak- of werkgroepen worden benut.

Tip: creëer teamtijd als hefboom voor innovatie en kwaliteitsontwikkeling. Bijvoorbeeld door leerlingen regelmatig gedurende een halve dag zelfstandig met minimaal toezicht aan een opdracht te laten werken of door een breed extern netwerk uit te bouwen.

3. Zorg voor efficiënte bijeenkomsten

Het is belangrijk om een duidelijke structuur aan te brengen in de vergaderingen. Het kan een idee zijn om een onderscheid te maken tussen inhoudelijke bijeenkomsten en opvolgingsvergaderingen. Bij een opvolgingsmeeting ga je niet in de diepte in op de inhoud maar kijk je naar de status en wat teamleden nodig hebben om hun acties een stap verder te brengen. Je kunt het zien als een sprint met maximaal 5 minuten per punt. Op een half uur of een uur ben je klaar. Bij een inhoudelijke bijeenkomst ga je in de diepte in op één thema (bijvoorbeeld vooraf bepaald via een jaarkalender). Daarin kun je telkens 3 stappen onderkennen:

- Het onderwerp of thema duidelijk omschrijven. ‘Waarom’ en ‘wat houdt ons tegen’-vragen kunnen helpen om tot de kern van de uitdaging of het thema te komen.

- Verbreden: meerdere mogelijke oplossingen of richtingen verkennen. Daarbij durf je bestaande patronen doorbreken en vermijd je ‘ja maren’.

- Vernauwen: uit de bedachte oplossingen of richtingen één of meerdere kiezen en deze onderbouwen. En verder onderzoeken na de bijeenkomst.

Tip: haal mosterd uit Nederland: Hoe start je een professionele leergemeenschap? Of ga voor minimale verslaggeving via een teambord zoals Trello of Monday. Heel handig voor opvolging en weinig administratie.

4. Ontwikkel sterke procescoachingsvaardigheden

EduNext illustratie door Axelle Vanquaillie

Een vak- of werkgroepcoördinator kan deze rol gekregen hebben omdat zij of hij inhoudelijk heel sterk is. Om een vak- of werkgroep voldoende progressie te laten maken zijn ook coachingsvaardigheden van groot belang. In een groep kan er immers weerstand en groepsdruk ontstaan. Hoe ga je bijvoorbeeld om met onwrikbare onderwijsideeën of verworven rechten? Daarbij is het belangrijk dat de moderator van de bijeenkomsten (is niet noodzakelijk de vak- of werkgroepcoördinator) inzicht heeft in groepsdynamiek, onder de waterlijn kan kijken en collega’s kan coachen.

Tip: zorg ervoor dat coördinatoren onder onder de ijsberg kunnen duiken of leer hen de principes van Deep Democracy zoals luisteren naar de stem van de minderheid, vragen of er nog mensen zijn die er zo over denken en zorgen dat iedereen een evenwaardige bijdrage kan leveren tijdens een bijeenkomst.

5. Werk systemisch en vakoverschrijdend

Het risico van vakgroepen is dat iedereen binnen het vak blijft waardoor je de verbindingen over de vakken heen mist. Dit kun je als volgt vermijden:

• Zoek naar de kruisverbindingen tussen de inhoud van vak- of werkgroepen. In welke mate kunnen bijvoorbeeld bepaalde leerdoelstellingen op een vakintegratieve manier beter en efficiënter gerealiseerd worden? Benarder de pedagogisch-didactische aanpak op een systemische manier en kom zo tot verticale leerlijnen. Het EduNext transformatierad kan daar als denkmodel bij helpen.

• Zorg voor intervisie tussen de vakwerkgroepcoördinatoren. Die kunnen naar elkaar toe een casus brengen (v.b. een probleem of een uitdaging binnen haar of zijn vakwerkgroep) waarbij de collega’s volgens een intervisiemethodiek luisteren, vragen stellen en advies geven. Op de manier staan de coördinatoren er niet alleen voor en kunnen ze elkaar helpen en coachen.

Tip: Laat coördinatoren elkaar casussen voorleggen via de OASE methodiek.

6. Werk aan zelfregulerende vaardigheden

We hebben het vaak over zelfregulerende vaardigheden van leerlingen zoals emotieregulatie, impulscontrole, werkgeheugen, taakinitiatie, planning, respons-inhibitie, doelgericht gedrag, volgehouden aandacht, metacognitie, organisatie, flexibiliteit en time-management. Maar ook de zelfregulerende vaardigheden van leraren zijn cruciaal om van chaotische, besluiteloze, ongemotiveerde, conflicterende, perfectionistische, te weinig kritische en afhankelijke vak- of werkgroepen te evolueren naar efficiënte, leerzame, samenwerkende, flexibele, leerlinggerichte, duurzame en diverse professionele leergemeenschappen.

Tip: Ga na hoe sterk de zelfregulerende vaardigheden van de deelnemers aan de vak- en werkgroepen zijn ontwikkeld. Kijk ook eens is het gesteld is met andere belangrijke vaardigheden zoals elkaar groeigericht feedback kunnen en durven geven, feedback kunnen ontvangen, kunnen (zelf)reflecteren of elkaar kunnen en mogen coachen.

7. Implementeer een evenwichtige rolverdeling

Collega’s die goed werk uitvoeren, trekken meestal extra werk aan. In een vak- of werkgroep kan er zo een onbalans ontstaan in de taakverdeling wat nefast is voor de dynamiek. Een evenwichtige taakverdeling waarbij iedereen bijdraagt en waarbij het duidelijk is wie wat doet, geeft veel energie. Naast de normale rollen in een vergadering (modereren, tijd bewaken en verslag maken) is een goede match tussen kennis, vaardigheden, expertise en talenten van de vak- en werkgroepleden enerzijds en de taken die ze er uitvoeren anderzijds cruciaal.

Tip: breng in de vak- en werkgroepen de belangrijkste taken in kaart, inventariseer ieders competenties en talenten en verdeel die nadien op sociocratische wijze evenwichtig onder elkaar.

HULP nodig bij het versterken van je vakgroepen?

Bovenvermelde hefbomen mee helpen vertalen op maat van jouw school? We denken graag mee na. Stuur een mail naar dirkdeboe@edunext.be of bel Dirk op 0474/949448 voor een vrijblijvend intakegesprek.



Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schoolcijfers en hun relativiteit - Roger Standaert

Roger Standaert fileert de schijnbare objectiviteit van schoolcijfers en legt de vinger op de zere plek: meten is niet hetzelfde als weten. In een systeem dat geobsedeerd is door cijfermatige vergelijkingen, dreigt de werkelijke pedagogische voortgang uit het zicht te raken. Wat zeggen die getallen op een rapport werkelijk over het leerpotentieel van een kind? Een scherpe oproep om de dominantie van de puntenlijst te heroverwegen in het belang van een eerlijker onderwijs.

We hadden een boeiend gesprek met Roger Standaert, professor emeritus in de comparatieve pedagogiek Universiteit Gent. Een van de onderwerpen die aan bod kwamen, waren schoolcijfers en hun relativiteit:

👉 Punten op toetsen zijn een interessant en pedagogisch verantwoord hulpmiddel om met leerlingen in een bepaalde concrete context aan de slag te gaan. Ze zijn echter niet het doel van het onderwijs.
👉 De tendens om steeds maar meer verplichte toetsen in te voeren die dan exact meten of en in welke mate de leerlingen de doelen hebben bereikt zorgt voor een meetbaarheidsdenken dat leidt tot een bijna blind geloof in de waarde van toegekende cijfers en de steeds verder uitdijende bewerkingen ermee.
👉 Cijfers hebben het voordeel dat ze de werkelijkheid eenvoudig maken. Ze geven een gevoel van veiligheid omdat je dan je brein niet moet vermoeien met de vraag te stellen waarop die cijfers slaan en waarom ze die waarde kregen.
👉 De evolutie naar toetsbaarheid waarbij je leraren en scholen kan afrekenen op de behaalde resultaten maakt het vergelijken tussen scholen erg aanlokkelijk, zodat je via de verplichte toetsen ook de goede van de minder goede scholen kan onderscheiden.
👉 Door met exacte cijfers te werken, zie je meteen waar kansarme leerlingen niet voldoende aan hun trekken komen. Op die wijze kan je dan druk uitoefenen op leraren en scholen om die resultaten te verhogen.
👉 Het is belangrijk dat leraren, schoolbesturen en zelfs politici enig inzicht krijgen in cijfergeletterdheid, toegepast op het onderwijs. Het gaat dan op de eerste plaats over statistische basiskennis maar ook over inzicht in de psychologische, commerciële, economische en cultureel bepaalde mechanismen die cijfers versluieren of verdraaien.

💡 Lees het volledige artikel in Impuls Magazine: https://impuls-onderwijs.blogspot.com/2023/04/meetbaarheid-en-cijferbaarheid-roger.html

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Leraar zijn, leraar worden is een genuanceerd, reflectief en mensgericht boek van Geert Kelchtermans

Geert Kelchtermans ontleedt de professionele biografie van de leraar met een ongeëvenaarde diepgang. Leraar worden is geen eenmalige gebeurtenis, maar een levenslang proces van persoonlijke en professionele identiteitsvorming. Kelchtermans waarschuwt voor de versimpeling van het vak tot een set technieken en pleit voor de erkenning van de kwetsbaarheid die inherent is aan het leraarschap. Een essentieel werk voor iedereen die de complexiteit van de onderwijspraktijk werkelijk wil begrijpen.

Het beroep van leraar is vandaag de dag complexer dan ooit. Leraren staan onder druk door hoge maatschappelijke verwachtingen, beleidsmatige vernieuwingen, prestatiemetingen en diversificatie in de klas. In dit uitdagende landschap biedt Leraar zijn, leraar worden van gewoon hoogleraar KU Leuven Geert Kelchtermans een diepgravende en menselijke benadering van het leraarschap. De auteur slaagt erin om het beroep van leraar in zijn volle gelaagdheid te belichten. Zijn uitgangspunt is duidelijk: leraar zijn is wat je doet én wie je bent. Het boek is een krachtig pleidooi voor een herwaardering van het leraarschap als moreel, relationeel en persoonlijk engagement.

Professioneel zelfverstaan

De centrale focus van het boek is het idee dat leraarschap nauw verbonden is met de persoon die de leraar is. Geert Kelchtermans gaat in op de manier waarop leraren zichzelf begrijpen in hun rol, hun beroep beleven en hun professionele identiteit vormgeven. Dit zelfverstaan is geen statisch gegeven, maar een dynamisch proces dat voortdurend evolueert in wisselwerking met de ervaringen die een leraar opdoet, zowel positief als negatief.

Het professioneel zelfverstaan wordt uitgewerkt aan de hand van vijf onderling verbonden componenten:

  1. Zelfbeeld: hoe ziet de leraar zichzelf als professional? Als expert, als begeleider, als motivator, als vakdidacticus.

  2. Het zelfwaardegevoel verwijst naar de emotionele zelfwaardering. In welke mate vindt een leraar dat zij of hij een goede leraar is?

  3. Taakopvatting: wat beschouwt een leraar als haar of zijn kerntaken? Is dat kennisoverdracht, persoonlijke begeleiding, maatschappelijke opvoeding?

  4. Beroepsmotivatie: waarom kies een leraar voor dit beroep en waarom blijft hij het doen?

  5. Toekomstperspectief: hoe ziet de leraar zijn of haar professionele toekomst? Ziet hij mogelijkheden tot groei of overheerst het gevoel van stagnatie?

    Deze componenten geven samen richting aan het professionele handelen van de leraar. Ze zijn persoonlijk en worden gevormd in interactie met leerlingen, collega’s, schoolculturen en bredere maatschappelijke verwachtingen. Het zelfverstaan is dus tegelijk individueel en contextueel.

Subjectieve onderwijstheorie

Deze verwijst naar het geheel van persoonlijke opvattingen en overtuigingen die leraren ontwikkelen over wat werkt in onderwijs, gebaseerd op hun eigen ervaringen. Deze is ‘subjectief’ omdat ze uniek is voor elke leraar. Ze wordt gevormd door biografie, opleiding, ervaringen in de klas en de bredere schoolcontext.

Deze onderwijstheorie vormt het fundament van het handelen van de leraar. Het bepaalt bijvoorbeeld hoe men omgaat met ordeverstoring, hoe men differentiatie aanpakt of welke rol men ziet voor toetsing. Door deze theorie te expliciteren en bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte voor professionele dialoog, groei en reflectie. De schrijver toont aan dat professionalisering niet zozeer bestaat uit het ‘aanleren’ van nieuwe technieken, maar uit het verdiepen en verfijnen van deze subjectieve theorieën in interactie met anderen.

Bron: afbeelding uit Leraar zijn, leraar worden - Geert Kelchtermans - Pelckmans

De tragiek van het leraarschap

Een krachtig en ontroerend element in het boek is dat kwetsbaarheid onlosmakelijk verbonden is met het leraarschap. De ervaring is dat idealen vaak botsen met de weerbarstige realiteit. Leraren willen het beste voor hun leerlingen, maar worden geconfronteerd met beperkte middelen, tijdsdruk, gedragsproblemen, beleidsdruk en soms een gebrek aan maatschappelijke erkenning. Deze tragiek is volgens Geert Kelchtermans geen teken van falen, maar juist een kernkenmerk van het beroep. Het erkennen van die kwetsbaarheid, zowel bij beginnende als ervaren leraren, is essentieel voor professionele ontwikkeling en voor het behoud van motivatie. Wie voortdurend het gevoel heeft tekort te schieten, zonder daarover te mogen spreken, loopt een groot risico op demotivatie of burn-out. De auteur pleit daarom voor een onderwijspraktijk waarin ruimte is voor reflectie, voor het delen van onzekerheden en voor professionele solidariteit.

De kracht van verhalen

Een van de grote troeven van het boek is de manier waarop Kelchtermans theorie verbindt aan praktijk. Hij doet dit niet met schema’s of modellen, maar met verhalen. Deze verhalen – gebaseerd op zijn eigen onderzoek, interviews en observaties – tonen het dagelijkse leven van leraren in al zijn complexiteit, schoonheid en worsteling.

Het komt erop aan om de juiste relatie te vinden met de leerlingen. Dicht genoeg bij hen, zodat ze zich gezien op bevestigd voelen en tegelijkertijd ook op de juiste afstand. Ik ben immers de leraar, ik moet mijn gezag kunnen Laten helden. Ik moet niet de toffe kameraad spelen
— Verhaal uit Leraar zijn, leraar worden

Door verhalen centraal te stellen, onderstreept Geert Kelchtermans dat het leraarschap niet objectief te vatten is in meetbare prestaties. Het gaat om context, om relaties, om moraal, om betekenisgeving. Een verhaal over een beginnende leraar die worstelt met orde in een moeilijke klas zegt vaak meer dan een beleidsrapport vol cijfers. Bovendien nodigt het vertellen en beluisteren van verhalen uit tot herkenning, dialoog en gedeelde reflectie. Verhalen worden zo een instrument van professionalisering op zich.

Leraar worden

Professionalisering is een levenslang proces van groei, bijleren, vallen en opstaan. Geert Kelchtermans benadrukt dat deze ontwikkeling niet alleen afhangt van individuele inzet, maar van de context waarin een leraar werkt. Beginnende leraren worden vaak ondergedompeld in een realiteit waarvoor geen enkele opleiding volledig kan voorbereiden. De aanwezigheid van mentorfiguren, ondersteunende collega’s en een schoolcultuur waarin openheid heerst, maakt het verschil voor startende en groeiende leraren.

Professionalisering betekent ook: samen leren. De auteur pleit voor leergemeenschappen waarin leraren hun praktijk samen onderzoeken en verbeteren. Dat vergt tijd, vertrouwen en ruimte.

Kritische reflectie

Een ander sterk punt van het boek is de kritische houding ten aanzien van beleidsmatige benaderingen van onderwijs. Geert Kelchtermans verzet zich tegen het idee dat goed onderwijs vooral draait om ‘evidence-based’ technieken, prestatiemetingen, efficiëntie en verantwoording. Niet omdat hij tegen effectiviteit is, maar omdat deze benadering vaak voorbijgaat aan de menselijke dimensie van het onderwijs. Onderwijzen is een relationeel en moreel geladen proces. Wat werkt in de ene klas, kan in een andere situatie totaal anders uitpakken. Daarom heeft de leraar professionele ruimte nodig om op basis van context, ervaring en morele afwegingen in elke situatie een zo goed mogelijk oordeel te vellen. Het onderwijsbeleid doet er goed aan om die ruimte te beschermen, eerder dan haar te beperken.

Gewoon hoogleraar KU Leuven - Geert Kelchtermans

Conclusie

Leraar zijn, leraar worden is geen eenvoudig boek. Het is wel een essentieel boek voor iedereen die het onderwijs ter harte neemt. Het biedt geen pasklare antwoorden of kant-en-klare methodieken, maar nodigt uit tot reflectie, dialoog en herbronning. Het is tegelijk kritisch en hoopgevend, wetenschappelijk onderbouwd en doorleefd menselijk.

Voor leraren, lerarenopleiders, schoolleiders, aanvangsbeleiders en beleidsmakers biedt dit boek een waardevol denkkader dat de mens achter de leraar erkent en respecteert. In een tijd waarin het onderwijs vaak onder druk staat, is Leraar zijn, leraar worden een krachtig pleidooi voor meer menselijkheid, vertrouwen en diepgang in het hart van het leraarsberoep. Het boek is uitgegeven bij Pelckmans.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Houden van leraren – Een ode aan onderwijs met hart en lef - Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck

In een klimaat van tekorten en kritiek brengen Greet Decin, Bert Maes en Sanne Baeck een broodnodige ode aan de leraar. 'Houden van leraren' is een manifest voor een schoolcultuur waarin zorg voor de leraar de basis is voor zorg voor de leerling. Het vraagt om lef om weer vanuit het hart te onderwijzen in een systeem dat vaak kil en zakelijk aanvoelt. Een inspirerend boek dat de menselijkheid terug centraal stelt en leraren de erkenning geeft die ze zo broodnodig hebben.

Het boek Houden van leraren is een warm en doordacht pleidooi voor een onderwijs dat vertrekt vanuit vertrouwen, verbondenheid en professionaliteit. In een tijd waarin het debat over onderwijs vaak draait om tekorten, werkdruk en prestaties, kiezen de auteurs bewust voor een ander perspectief: dat van hoop, verbinding, nuance, zorg en samenwerking.

Zij stellen een kernvraag die lang niet genoeg gesteld wordt: hoe kunnen we beter zorgen voor de mensen die elke dag zorgen voor het leren van onze kinderen?

Uitnodiging tot actie

Wat opvalt aan dit boek is de toon. De auteurs zetten bewust in op een positieve, oplossingsgerichte benadering. Ze reiken zeven hefbomen aan die het verschil kunnen maken in het leven en werk van leraren en daarmee ook in de kwaliteit van onderwijs. Elke hefboom is rijk geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, getuigenissen van leraren, directeurs en beleidsmakers uit het Vlaamse onderwijs. Hierdoor blijft het boek dicht bij de praktijk. Het leest als een reeks inspirerende portretten en vormt tegelijk een krachtig en samenhangend betoog.

1. Houden van collega’s

Leraren hebben nood aan steun, erkenning en samenwerking met collega’s. De schrijvers pleiten voor een sterk teamgevoel, waar klasdeuren openstaan, feedback geven vanzelfsprekend is en er ruimte is voor kwetsbaarheid.

De spreidstand voor leraren om tegemoet te komen aan de enorme verschillen tussen leerlingen werd zo groot dat dat in een klassieke organisatiestructuur niet haalbaar was. Binnen het bestaande uren pakket werken vaste teams van 7 tot 10 learen intensief samen om 60 tot 100 leerlingen te begeleiden over de jaren en de vakken heen.

Birgit Van Eyck, basisschool Terra, Antwerpen

2. Houden van leiders met lef

Leiderschap is cruciaal in elke schoolorganisatie. Maar niet elke leider maakt impact. Het boek stelt dat een goede schoolleider visie én nabijheid combineert. Leiderschap is een relationele, inspirerende rol. Goede leiders kennen hun leraren, staan mee op de vloer en durven zichzelf in vraag te stellen. Tegelijk pleiten ze voor leiders die het leerproces van leraren faciliteren en uitdagen. Leiderschap met lef en met liefde.

Het houvast voor een directeur moet in al zijn beslissingen zijn: wat brengt het op voor de kinderen, voor hun leren, voor hun welzijn?

Bart Jonkers - directeur basisschool Leopold 3 Berchem

3. Houden van startende leraren

De auteurs raken hiermee aan een actueel thema: hoe zorgen we ervoor dat startende leraren aan boord blijven? Ze tonen aan dat stabiliteit, begeleiding en groeimogelijkheden startende leraren motiveert. Als starters begeleiding krijgen, ruimte om te groeien én een gevoel van thuishoren, dan vergroot de kans dat ze in onderwijs blijven. Ze breken een lans voor mentorschap op maat, begeleidingstrajecten en buddywerking.

Als we kunnen, laten we onze frisse starters beginnen in een rol als co teacher. Gedurende twee jaar dragen ze de volle verantwoordelijkheid voor een klas niet alleen maar krijgen ze ruimte om te groeien. Bijna elke starter heeft dus een constante begeleider en ervaren co-teacher.

Esther Wallace - directeur vrije basisschool Sancta Maria, Leuven

4. Houden van een afwisselende loopbaan

Wie in onderwijs werkt, weet hoe belangrijk het is om zich te blijven ontwikkelen. Toch zijn veel loopbanen in onderwijs vandaag nog lineair en weinig gedifferentieerd. Greet Decin, Sanne Baeck en Bert Maes doen een oproep voor flexibele loopbaanpaden die leraren uitdagen volgens hun talenten en ambities waarbij autonomie, verbondenheid en competentie hun motivatie voedt.

Wij zetten in onze scholengemeenschap sterk in op in huis-experten. Naast een digicoach willen we ook ontwikkelcoaches inzetten. Dat zijn coaches die al meer ervaring hebben met lesgeven en een opleiding zullen krijgen om hun collega te helpen reflecteren en zich verder te ontwikkelen.

Tom Cox, Coördinerend Directeur Scholengemeenschap Sint Quintinus Hasselt

5. Houden van efficiënte administratie

Eén van de grootste frustraties in het onderwijs is de administratieve last. Leraren verliezen te veel tijd aan invulwerk, verslaggeving en verantwoording. De auteurs denken dat dit efficiënter en slimmer kan. Zo is er het voorbeeld van scholengroep Adite die hun zorgoverleg efficiënter hebben gemaakt. Zo werken ze met een algemeen klasbeeld met kleurencodes zodat ze in een oogopslag kunnen zien wie extra zorg nodig heeft, een systeem dat ook voor efficiëntie zorgt in de klassenraden.

Als ouders zich welkom voelen op school en je in dialoog gaat met hen, verlaagt dat ook de druk om met allerlei papieren te willen verantwoorden.

Annelies Steenacker, directie François Laurent Instituut Gent

6. Houden van ouderparticipatie

Wanneer ouders betrokken zijn, presteren leerlingen beter. Maar ouderbetrokkenheid is meer dan een oudercontact of een agenda-ondertekening. Het boek laat zien hoe scholen ouders als volwaardige partners kunnen benaderen, via formele én informele contacten. De auteurs onderstrepen ook het belang van inclusie: taalondersteuning, vertaling en drempelverlaging zijn essentieel om élke ouder te bereiken.

Ga naar de wijk. Wij organiseren verbindende eetmomenten in wijken en werken daarvoor samen met organisaties die al vertrouwd zijn met onze ouders. Aan de inkom kunnen ouders op de wereldkaart aangeven waar ze vandaan komen. Onze ouders organiseren ook een tweede kans winkeltje op school. Daarnaast organiseren we babbelboxavonden en bij elk oudercontact is er een oudercafé met een gratis drankje. De leerkrachten bellen ouders waarvan ze weten dat ze minder makkelijk naar een ouder contact komen, op voorhand op. We voorzien vertaling voor anderstalige ouders en zoeken naar oplossingen als een ouder later op de avond niet meer met de bus tot op school geraakt. Als we merken dat ouders niet inloggen op een schoolplatform, dan bellen we hen op.

Nancy van Hoof, GOK-coördinator van de talentenschool in Turnhout

7. Houden van samen leraren opleiden

De laatste hefboom richt zich op de samenwerking tussen scholen, lerarenopleidingen en beleid. Hier pleiten de auteurs voor een systeem van samen opleiden, samen onderzoeken en samen groeien. Opleiders moeten meer betrokken worden bij de praktijk, scholen moeten meer kunnen investeren in de begeleiding van nieuwe collega’s.

Netwerken waarin scholen en opleidingen samenwerken, kunnen een krachtige hefboom zijn voor kwaliteitsvol onderwijs. Dit vraagt wel visie én structuur op hoger niveau.

Bert Maes (auteur), Sanne Baeck (auteur), Zuhal Demir (minister van onderwijs), Greet Decin (auteur) en Marc Vandewalle (AD UCLL)

Menselijke toon, herkenbare verhalen

Wat dit boek zo bijzonder maakt, is de menselijke toon. De auteurs oordelen niet, maar observeren en reiken uit. Ze benoemen wat moeilijk is, maar blijven altijd gericht op mogelijkheden. De praktijkvoorbeelden zijn concrete casussen die tonen dat verandering mogelijk is mits visie, samenwerking en moed. Dat maakt het boek inspirerend en motiverend.

Conclusie

Houden van leraren is een ode aan de kracht van verbinding in onderwijs. Het herinnert ons eraan dat scholen niet draaien om structuren of systemen, maar om mensen. Leraren die zich gezien voelen, schoolleiders die durven leiden met hun hart, ouders die zich welkom voelen en starters die hun weg vinden in het mooie onderwijsvak. Het boek is uitgegeven bij Lannoo Campus.








Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Coach je onderwijscollega - praktische gids voor coaches op school - Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst

Collega's coachen vraagt om een fragiele balans tussen nabijheid en distantie. Johan Dehandschutter en Raf Sondervorst bieden een uiterst praktische gids voor wie op school de rol van coach op zich neemt. Voorbij de technieken gaat het om het creëren van een veilige ruimte waarin echte reflectie kan plaatsvinden. Hoe help je een collega om de eigen blinde vlekken te ontdekken zonder de werkrelatie te belasten? Een onmisbaar werkinstrument voor elke interne mentor of coach.

Dit boek biedt een diepgaande en praktijkgerichte benadering van coaching binnen het onderwijs. In een tijd waarin samenwerking, professionele ontwikkeling en welzijn van leerkrachten steeds belangrijker worden, reikt dit werk handvatten aan om op een empathische, systematische en effectieve manier collega's te begeleiden. De auteurs hebben duidelijk niet alleen theoretische kaders, maar ook veel ervaring in het werkveld, waardoor het boek zowel inspireert als houvast biedt.

Coaching als proces van binnenuit

Centraal in dit boek staat het idee dat coachen geen corrigerende, maar een faciliterende rol is. Het is een proces dat niet gestuurd wordt door de coach, maar door de coachee zelf. De coach stelt vragen, helpt reflecteren en stimuleert bewustwording; de inzichten en oplossingen komen van de gecoachte persoon. De nadruk ligt op het erkennen van verlangens, blokkades en groeipotentieel achter schijnbaar ‘negatieve’ houdingen. De coachee zit aan het stuur, de coach wandelt mee, stelt vragen, spiegelt en confronteert met respect en betrokkenheid.

Coaching is geen rol, het is een houding.

Rijkdom aan kaders

De auteurs bieden de lezer een waaier aan praktische modellen aan waaronder:

Het kernkwadrant van Ofman: een intuïtieve en effectieve manier om kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën in kaart te brengen.

De logische niveaus van Dilts: nuttig om te verkennen op welk niveau belemmeringen of veranderingen zich situeren (omgeving, gedrag, overtuigingen, identiteit).

Het GRROW-model volgens Jef Clement (gebaseerd op John Whitmore): een gestructureerde gesprekskapstok gebaseerd op doelen, realiteit, hulpbronnen, opties en actie.

Het professionele zelfverstaan van Geert Kelchtermans: een krachtig model dat de dieperliggende drijfveren en overtuigingen van een leraar blootlegt.

De auteurs maken deze modellen toegankelijk en tonen ook aan hoe je ze als coach kunt gebruiken, afhankelijk van de aard van het gesprek of de hulpvraag van de coachee.

Praktische toepasbaarheid

Een sterk punt van het boek is de praktische vertaalslag van theorie naar praktijk. De auteurs leggen gesprekstechnieken zoals doorvragen, herkaderen, concretiseren helder uit en bespreken ook hun effect en valkuilen. Zo raden ze aan om de ‘waarom-vraag’ zoveel mogelijk te vermijden omdat die vaak in het verleden graaft en defensieve reacties kan oproepen. In plaats daarvan focussen ze op coachende toekomstgerichte vragen die nieuwsgierigheid en exploratie stimuleren.

De auteurs schenken ook aandacht aan actief luisteren, stiltes en het leren lezen van non-verbale signalen. Ze behandelen verschillende gespreksvormen (reflectie-, feedback- en feedforwardgesprekken), geven duidelijke richtlijnen over hoe en wanneer ze in te zetten en bespreken het belang van timing, voorbereiding en sfeer bij coachingsgesprekken.

Persoonlijke kwaliteiten van een goede coach

Een ander waardevol aspect van het boek is de nadruk op de innerlijke houding van de coach. Eigenschappen zoals empathie, discretie, betrouwbaarheid, aanwezigheid en toewijding zijn volgens de schrijvers cruciale bouwstenen om succesvol te coachen.

Het boek daagt de lezer uit tot zelfreflectie. Ben ik écht aanwezig in het gesprek? Ben ik geneigd te snel advies te geven of het gesprek te veel te sturen? Heb ik voldoende oog voor mijn eigen emotionele reacties? Deze meta-reflectie verhoogt de kwaliteit van het coachingsproces en draagt bij aan de professionalisering van de coach zelf.

Uitdagingen en valkuilen

Het laatste deel van het boek gaat in op specifieke moeilijkheden waar coaches mee kunnen worstelen, zoals het omgaan met emoties (boosheid, verdriet, angst, vreugde), overdracht en weerstand. De auteurs slagen erin deze thema’s met nuance en respect voor de complexiteit ervan te behandelen. Ze wijzen ook op valkuilen zoals relativeren (“zo erg is het toch niet?”), egocentrische empathie (“ik heb dat ook meegemaakt”) en het aandragen van snelle oplossingen. Zulke reacties - hoewel vaak goed bedoeld - kunnen het reflectieproces blokkeren of de coachee het gevoel geven niet écht gehoord te worden.

Ook de wijze waarop de auteurs weerstand benaderen is sterk: niet als een hinderpaal, maar als een ingang voor verdieping. Door weerstand te erkennen, bespreekbaar te maken en samen te onderzoeken, ontstaat er ruimte voor betekenisvolle verandering.

Conclusie

De stijl van het boek is helder, vriendelijk en aanmoedigend. Hoewel het boek een aantal modellen bevat, is het zeer toegankelijk en herkenbaar voor iedereen die in het onderwijs werkt. Wat bijdraagt aan de leesbaarheid zijn de vele concrete voorbeelden en gespreksfragmenten die illustreren hoe de theorie in de praktijk tot leven komt. Coach je Onderwijscollega is een warm, deskundig en diepgaand handboek dat elke leerkracht, mentor, begeleider of directielid - die de ambitie heeft om collega’s te ondersteunen in hun professionele groei - kan versterken. Aangezien onderwijs meer en meer een teamsport wordt, is elkaar goed kunnen coachen een belangrijke vaardigheid in een lerarenteam. Dat leer je via dit boek en uiteraard door het veel te doen. Het boek is uitgegeven bij Pelckmans.

Meer lezen
Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe Boek- & Kennisreflecties Dirk De Boe

Wat een leraar tot leraar maakt - Joris Vlieghe Een pedagogisch manifest voor leraarschap als levenshouding

Joris Vlieghe brengt een vurig pleidooi voor de leraar als iemand die een passie deelt en een nieuwe wereld opent voor jongeren. In een tijd waarin de leraar vaak wordt herleid tot een 'begeleider van leerprocessen', herstelt Vlieghe de essentie van het vakmanschap. Leraarschap is geen optelsom van competenties, maar een levenshouding die gebaseerd is op liefde voor de wereld en voor de leerling. Een diepzinnig manifest dat ons uitdaagt om de ziel van het onderwijs te herontdekken.

Joris Vlieghe, Professor en docent aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van KU Leuven, schreef met dit boek een filosofisch manifest dat het leraarschap niet enkel beschouwt als een beroep maar als een fundamentele manier van in het leven staan. Een zijnswijze. De auteur stelt dat een echte leraar niet enkel voor de klas staat, maar 24 op 7 leraar ís, op existentiële wijze gevormd door een diepe liefde voor de wereld en voor de inhouden die hij deelt met zijn leerlingen. In lesgeven gaat het om het richten van de aandacht op een inhoud die ertoe doet. En die er door deze interventie misschien ook voor de leerling toe gaat doen.

Vorming boven kennisoverdracht

Een centraal concept in het boek is vorming, dat Joris Vlieghe tegenover de dominante, utilitaire visie op onderwijs plaatst. Terwijl hedendaags onderwijs vaak draait rond meetbare leeruitkomsten, vaardigheden en prestaties, pleit de schrijver voor vorming als een transformerende ervaring. Die ervaring gebeurt wanneer leerlingen worden geraakt door een gebeurtenis of een vak, waardoor ze op existentieel niveau veranderen. Dit is geen lineair groeiproces, maar een breuk: een moment waarop een leerling iemand anders wordt. De leraar is in die zin geen instructeur, maar een gids naar zelfwording.

De auteur is voor alle duidelijkheid niet tegen kennisoverdracht. Het kan immers een van de grootste opgaven zijn van een leraar om jonge mensen tot leren te brengen. Maar als de leraar zich hier enkel toe beperkt, dan verliest zij of hij we twee belangrijke vragen uit het oog:

  • Waarom en hoe de leerling tot het leren komt en wat er nodig is dat dit leren de leerling kan raken en transformeren.

  • Welke de precieze betekenis is van de leraar in wat er tijdens het leren gebeurt.

Leraar word je niet door een diploma maar door een existentiële keuze

zaakgerichtheid

Het boek overstijgt de discussie of je dan wel de leerling of de leraar centraal moet zetten in het onderwijs. De auteur introduceert het idee van de zaakgerichtheid. Niet de leerling of de leraar staat centraal maar de zaak, de gedeelde aandacht voor iets dat ertoe doet. Of dat nu wiskunde, houtbewerking of literatuur is. Onderwijs ontstaat waar leraar en leerling samen iets proberen te begrijpen of beheersen dat groter is dan henzelf. De autoriteit van de leraar ligt dan niet in zijn gezag over de leerling maar in zijn toewijding aan de zaak. En precies daarin schuilt zijn pedagogische geloofwaardigheid. De autoriteit van de leraar komt niet voort uit zijn positie maar uit zijn trouw aan de zaak. Hij nodigt de leerling uit om de regels van de zaak te respecteren. Of dat nu de grammatica is van een taal of de meetkundige wetten van een driehoek. De leraar oefent dus macht uit, maar altijd ten dienste van iets groters en met de verantwoordelijkheid om deze macht pedagogisch te verantwoorden.​

Als leraar ben je zelf ook aan de regels onderworpen. Je draagt dit uit in het lesgeven omdat je je niet beroept op een gezagsargument. Wanneer leerlingen de regels niet verstaan of toch maar lastig vinden, dan komt het er op aan te tonen dat ze dat de zaak zelf om respect voor de regels vraagt. Zo is de som van de hoeken van een driehoek altijd 180 graden en mag je nooit delen door nul. In die zin ligt de autoriteit bij de dingen zelf, niet bij de leraar of leerling.

Transparante ontwikkeling onderbreken

Volgens de schrijver is het een onverwacht gebeuren of een sterk confronterende ervaring die opvoeding mogelijk maakt. Omdat je dan losgerukt wordt uit de gevangenschap van de zelfgerichtheid en omdat de logica van een afwikkeling van een reeds vastgelegde identiteit radicaal wordt onderbroken. Het betreft dan een botsen op iets wat groter en belangrijker is dan wat je tot op dan toe waardevol achtte. Dit kan leiden tot een onverwachte wending in je leven, een nieuw begin, en soms zelfs een pijnlijke breuk met wat je spontaan geloofde. Het illustreert hoe ervaringen en gebeurtenissen, iemands leven, plots en compleet kunnen veranderen. De ontmoeting met een leraar kan zo bij een leerling zorgen voor een belangrijke levenswending.

Pedagogische liefde: een unieke relatie

Joris Vlieghe beschrijft een bijzondere vorm van liefde die eigen is aan de leraar: een combinatie van passie, zorg, geduld en discipline. Hij verwijst naar Gilles Deleuze die een onderscheid maakt tussen leerlingen die zich als ‘sadisten’ gedragen (voor wie studeren een berekend en mechanisch proces is) en leerlingen die eerder ‘masochisten’ zijn (voor wie vorming een bron van verlangen en zelftransformatie is). De taak van de leraar is om sadistische leerlingen die enkel willen weten, te transformeren in masochistische leerlingen die willen leren. Pedagogische liefde betekent dan ook leerlingen uitdagen, confronteren én begeleiden. Met het risico op afwijzing. Het kan als leraar immers zeer pijnlijk zijn om op te gaan in een vak terwijl een leerling daar totaal geen interesse in blijkt te hebben.

De ontmoeting met een leerkracht of met een vak kan de zin van je leven fundamenteel tekenen
— Joris Vlieghe

Gelijkheid als vertrekpunt, niet als doel

In plaats van gelijkheid te beschouwen als een einddoel dat we pas na veel inspanning bereiken, stelt hij voor dat leraren vertrekken vanuit het geloof in de gedeelde intelligentie van alle leerlingen. Een leraar beschouwt elke leerling als iemand die kán denken, observeren, onderscheiden, redeneren en betekenisvol spreken. Het is aan de leraar om dit te activeren. De leraar handelt dus vanuit vertrouwen, zonder vooraf te oordelen over het potentieel van zijn leerlingen. Emancipatie ontstaat net doordat leerlingen in aanraking komen met nieuwe werelden, nieuwe inzichten, en de kans krijgen om zichzelf opnieuw uit te vinden. Deze houding vereist vertrouwen en een weigering om jongeren te reduceren tot hun achtergrond, testresultaten of gedrag. Onderwijs wordt hier een daad van hoop: een leraar gelooft niet dat een leerling iets zal bereiken, maar gelooft in de leerling als denker en deelnemer aan de wereld​.

De school als ruimte van studie en frictie

De auteur verzet zich tegen een school die draait om welzijn, veiligheid, aanpassingsproblemen of het herstellen van maatschappelijke ongelijkheid. Onderwijs is geen therapie, stelt hij, maar een ruimte voor studie: een vrijplaats waar leerlingen in aanraking komen met iets dat hen kan vormen, confronteren of ontregelen. Vorming is pas mogelijk in een omgeving waarin leerlingen vrij zijn van de eisen van gezin en samenleving. De school moet hen dus niet belasten met politieke verantwoordelijkheden die de volwassen wereld niet kan dragen. Tegelijk is de school geen plek voor vrijblijvendheid of comfort: onderwijs moet schuren, verwarren en uitdagen.

Kritiek op digitalisering en de beleveniscultuur

Een van de meest actuele passages in het boek is Joris Vlieghe’s kritiek op de digitalisering van het onderwijs. Digitale technologieën creëren volgens de auteur een wereld waarin leerlingen alles efficiënt, frictieloos en individueel consumeren. Daarnaast ergert hij zich ook aan de overheersing van de beleveniscultuur. In een wereld waarin alles snel en leuk moet zijn, verliest onderwijs zijn vormende kracht. Vorming is namelijk ongemakkelijk, traag en confronterend. Digitale lessen, snelle kennisoverdracht en belevingsgerichte onderwijsprojecten kunnen dat zelden of nooit vervangen. In plaats van leerlingen een comfortabele ervaring te bieden, moeten we hen de kans geven om zich diepgaand met iets bezig te houden – met volle aandacht, in lichamelijke en sociale aanwezigheid.

Online onderwijs leidt volgens de schrijver tot een ernstige ervaringsarmoede. Er is geen klasruimte meer waarin gezamenlijke aandacht ontstaat, geen confrontatie met anderen of met de wereld, geen kwetsbaarheid of ontmoeting. De pedagogische relatie verdwijnt achter het scherm, en daarmee ook de mogelijkheid tot echte vorming. Volgens Vlieghe moeten we onderwijs weer opvatten als iets dat lichamelijk, sociaal en wereldgericht is.

In plaats van comfortabele, gepersonaliseerde belevenissen die niet raken, maar verdoven, hebben leerlingen authentieke ervaringen nodig.
— Quote Source

Video: kan technologie de leraar vervangen?

Een pleidooi voor de lerarenopleiding als zelfvorming

Tot slot pleit Vlieghe voor een fundamentele herziening van de lerarenopleiding. In plaats van een technische training gericht op het verwerven van gestandaardiseerde vaardigheden, moet de opleiding gezien worden als een proces van zelfvorming: leraren moeten niet enkel leren hoe ze een vak geven, maar vooral wie ze willen zijn als leraar. Dit vraagt toewijding, discipline en een levenslange inzet om het eigen bestaan af te stemmen op de zaak die men onderwijst. Leraar word je niet door een diploma, maar door een existentiële keuze. De auteur pleit hij voor een trage, brede, existentiële voorbereiding, waarbij toekomstige leraren gevormd worden tot mensen die werkelijk geven om hun vak en de wereld.

Deze leraar volgens de woorden van Henri Giroux een transformatieve intellectueel en handelt niet enkel binnen het systeem, maar durft het ook in vraag te stellen. Een echte leraar blijft nadenken over waarom hij iets onderwijst, en wat hij eigenlijk probeert op te wekken in leerlingen.

Conclusie

Wat een leraar tot leraar maakt is een krachtig en confronterend boek dat fundamentele vragen stelt bij de manier waarop we naar onderwijs kijken. Het roept op tot een radicale herwaardering van wat het betekent om leraar te zijn: niet als uitvoerder van leerdoelen, maar als iemand die — uit liefde voor de wereld — jonge mensen uitnodigt om zichzelf te worden. Het is een boek met een diepgaand pleidooi voor de leraar als iemand die niet enkel onderwijst, maar zich inzet voor de vorming van jongeren en van zichzelf. Het leraarschap is in deze visie geen beroep met duidelijke grenzen, maar een voortdurende oefening in aandacht, liefde, verantwoordelijkheid en zelfzorg. Joris Vlieghe’s stijl is filosofisch en geëngageerd, soms provocerend, maar altijd doordrongen van een diepe bekommernis voor onderwijs als plek van vorming, emancipatie en zingeving. Het is een boek dat elke (toekomstige) leraar zou moeten lezen. Niet omdat het praktische tips geeft, maar omdat het raakt aan de ziel van het onderwijs. Wat een leraar tot leraar maakt is een filosofische ode aan het leraarschap als levenswijze. Een diepgravend boek dat leraren niet leert hoe ze moeten lesgeven, maar vooral laat voelen waarom. In een tijd waarin het lerarenberoep door prestatiedruk, digitalisering en maatschappelijke verwachtingen steeds vaker onder druk staat, is dit boek een broodnodige herinnering aan het belang en de diepgang van echte pedagogie.






Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext leergemeenschap basisonderwijs regio Antwerpen/Limburg/Brabant - schooljaar 2025 - 2026

De kiem voor een succesvolle schoolloopbaan wordt gelegd in het basisonderwijs, maar de weg naar vernieuwing is vaak bezaaid met obstakels. In de regio Antwerpen, Limburg en Brabant verenigen we scholen die de status quo willen doorbreken. Door samen te leren over effectieve professionalisering en nieuwe vormen van leerlingbegeleiding, versterken we de fundamenten van ons onderwijs. Een traject voor scholen die geloven in de kracht van samenwerking boven concurrentie.

LERend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS

Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school? 

  • Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen

  • Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?

EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en een webinar:

  1. Schoolbezoek: GO! inclusiecampus Wemmel: 25 november (9 - 12)

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 11 december – Via Via Mechelen (18.30 - 21.30)

  3. Schoolbezoek: O.B.A.M.A. Beringen: 27 januari (9 – 12)

  4. Schoolbezoek: Vennebos Schilde: 26 maart (9 - 12)

  5. Onderwijscafé: breinvriendelijk leren: 7 mei - Via Via Mechelen (18.30-21.30) 

Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?

De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.  

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap basisonderwijs Antwerpen-Limburg- Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro. Na betaling ben je definitief ingeschreven.

Gedetailleerd programma

  1. Schoolbezoek: GO! inclusiecampus Wemmel: 25 november (9 - 12)

    Ontdek de kracht van inclusie tijdens een inspirerend schoolbezoek aan GO! Inclusiecampus Wemmel. Hier groeien kinderen – met en zonder ondersteuningsnoden – samen op in een warme, innovatieve leeromgeving waar iedereen meetelt. Maak kennis met deze unieke aanpak waarbij gewoon en buitengewoon onderwijs hand in hand gaan. Laat je verrassen door onze leerruimtes, gedreven schoolteam en het échte inclusieverhaal dat leeft in elke klas. Tijdens het bezoek ervaar je hoe diversiteit een troef wordt en samenwerking centraal staat. Ideaal voor onderwijsprofessionals die inclusie in de praktijk willen zien. Stap binnen in de toekomst van onderwijs. Welkom op de Inclusiecampus!

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 11 december – Via Via Mechelen (18.30 - 21.30)

    De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.

  3. Schoolbezoek: O.B.A.M.A Beringen: 27 januari (9 – 12)

    Cognitief sterk functionerende leerlingen zijn een vergeten zorggroep. De visie van basisschool O.B.A.M.A. is gebaseerd op het idee dat iedere leerling het recht heeft om op zijn of haar eigen niveau uitgedaagd te worden. We streven ernaar om onderwijs te bieden dat zowel diepgaand als breed is, zodat leerlingen zich op academisch, creatief en sociaal gebied kunnen ontwikkelen. De leerlingen starten ‘s ochtends in hun peergroep met hun coach als roedelleider. Daarna is er tijd voor instructie en begeleid zelfstandig werken. De school werkt met tredevakken (het geleerde is nodig voor een volgende trede) en themavakken (onderzoeksmatig en projectmatig).

  4. Schoolbezoek: Vennebos Schilde - 26 maart (13 - 16)

    Bij Vennebos geloven ze in een stapsgewijze begeleiding naar zelfstandigheid. Leerlingen leren doelen stellen, keuzes maken en hun leerproces bewust leren sturen. Met Zelf Regulerend Leren (ZRL) bouwen ze aan kennis en ook aan metacognitieve vaardigheden: weten wat je leert, waarom en hoe. Tijdens het schoolbezoek krijg je inzicht in hun klaspraktijk: je observeert hoe ZRL verweven is in het dagelijkse klasgebeuren, ervaart de leercultuur van dichtbij en ontdekt hoe professionele leergemeenschappen samenwerken om dit duurzaam te borgen. Vennebos streeft ernaar om leerlingen te laten uitgroeien tot zelfbewuste, levenslange leerders. Laat je inspireren door hun aanpak en zie hoe zij leerlingen écht zelf aan het stuur van hun leerproces zetten.

  5. Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Via Via Mechelen: 7 mei (18.30-21.30) 

    We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen. 

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap basisonderwijs Antwerpen/Limburg/Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés.  Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext leergemeenschap secundair onderwijs regio Antwerpen/Limburg/Brabant - schooljaar 2025 - 2026

Voor scholen in de regio Antwerpen, Limburg en Brabant biedt deze leergemeenschap een uniek platform voor professionele uitwisseling in het secundair onderwijs. De uitdagingen zijn groot, maar de collectieve wijsheid van een netwerk is groter. Hoe ga je om met diversiteit, motivatie en structuurveranderingen in een grootstedelijke of regionale context? Ontdek hoe intervisie en collegiale bezoeken de motor kunnen worden voor een gedragen transformatie binnen jouw eigen schoolteam.

lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS

(voor volledig programma - scroll naar beneden)

Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school? 

  • Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen

  • Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?

EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van schoolbezoeken, themabijeenkomsten, onderwijscafés en een webinar:

  1. Schoolbezoek: Kobos secundair: 20 november (13 - 16)

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: Via Via Mechelen: 11 december (18.30 - 21.30)

  3. Schoolbezoek: A-Maze Beringen: 27 januari 2026 (13 – 16)

  4. Schoolbezoek: Spectrumschool Deurne: 26 maart (13 - 16)

  5. Onderwijscafé: Breinvriendelijk leren – Via Via Mechelen: 7 mei (18.30-21.30) 

Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het basisonderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar huis terugkeren?

De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.  

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap secundair onderwijs Antwerpen - Limburg - Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij in.

Gedetailleerd programma

  1. Schoolbezoek: Kobos Kapelle-op-den-Bos: 20 november (13 - 16)

    De school besloot vanuit een sterke visie en met een kernteam van leerkrachten hun eerste graad volledig te herzien. Het doel is om leerlingen te laten ontdekken waar hun talenten liggen en hen te begeleiden in een gepersonaliseerd leertraject. Met een 6-wekensysteem doorbreekt de school de traditionele trimesterindeling. Flexuren bieden ruimte voor differentiatie en persoonlijke groei, terwijl het vak Natuur-Ruimte-Techniek projectmatig werken stimuleert. De school evalueert doorlopend om een volledig beeld van elke leerling te krijgen, en hanteert hierbij verschillende evaluatiemethodes en perspectieven. Zo kijken ze niet alleen naar cijfers, maar ook naar hun sterktes en groeikansen. In plaats van klassieke proefwerken voorzien ze regelmatige synthesemomenten en opdrachten. Elke zes weken sluiten ze af met een project- en uitdagingsweek, waarin de leraren samen met de leerlingen reflecteren op hun vooruitgang en leerproces. Daarbij zetten ze sterk in op de volledige ontwikkeling van de leerling.

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Via Via Mechelen (18.30 - 21.30)

    De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.

  3. Schoolbezoek: A-Maze Beringen: 27 januari – 13 – 16 uur

    A-Maze realiseert een verbazingwekkend nieuw en innovatief schoolconcept geïnspireerd op het Scandinavisch onderwijsveld. De school biedt een ander lessenrooster, evalueert anders en zet in op de werking van het tienerbrein en de ontwikkeling van de executieve functies. De leerlingen leren alles wat ze moeten leren, maar wel op de meest zinvolle manier. Sommige leerdoelen in projecten, andere daarbuiten. Leerlingen leren er met veel goesting in een levensechte context. Ze worden hierbij begeleid door een coach die samen met hen een planning maakt, de resultaten bekijkt en luistert naar hoe zij zich voelen. Daarnaast is A-Maze een volledig digitale school, werken ze projectmatig en hebben ze een routesysteem. Het team heeft zich ook geprofessionaliseerd in hoogbegaafdheid en de school heeft haar zorgvisie hierop afgestemd.

  4. Schoolbezoek: Spectrumschool Deurne: 26 maart – 13 – 16 uur

    Spectrumschool Deurne is een bruisende campus waar leerlingen terecht kunnen voor ASO, TSO, BSO en duaal leren. Tijdens dit schoolbezoek maak je kennis met hoe het schoolteam het maximale uit elke leerling haalt. De focus op het leren komt tot leven via doelgerichte evaluatie, eigen ontwikkeld lesmateriaal en een sterke vakgroepwerking. Het leren stopt niet in het klaslokaal. Met hun PLUS werking, legt de school de klemtoon op persoonlijke groei, creativiteit en brede ontwikkeling. Denk aan inspirerende cultuurprojecten, boeiende workshops en samenwerkingen met externe partners. Spectrumschool Deurne combineert sterke inhouden met ruimte voor talent, zodat elke leerling groeit in kennis én als mens. Kom beleven hoe deze school het leren versterkt en verrijken.

  5. Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Via Via Mechelen: 7 mei (18.30-21.30) 

    We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen. 

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs Antwerpen - Limburg - Brabant en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés.  Na je inschrijving krijg je een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.

Meer lezen
EduNext in Actie Dirk De Boe EduNext in Actie Dirk De Boe

EduNext leergemeenschap secundair onderwijs regio West-Vlaanderen/Oost-Vlaanderen - schooljaar 2025 - 2026

De transformatie van het secundair onderwijs vraagt om gedeeld leiderschap en de durf om buiten de gebaande paden te treden. In de leergemeenschap voor West- en Oost-Vlaanderen vinden directies en coördinatoren een netwerk van kritische vrienden die de complexiteit van hun rol begrijpen. Door ervaringen te delen over teamontwikkeling en nieuwe leerorganisaties, versnellen we de noodzakelijke verandering. Een uitnodiging om samen de koers te bepalen voor een toekomstgericht secundair onderwijs.

lerend netwerk VOOR ONDERWIJSPROFESSIONALS

(voor volledig programma - scroll naar beneden)

Ben jij betrokken bij innovatie of veranderingstrajecten in jouw school? 

  • Wat als je inspiratie en inzichten kan opdoen bij andere scholen

  • Wat als je via een expert met elkaar in gesprek kan gaan over belangrijke onderwijsthema’s?

EduNext heeft voor volgende schooljaar een jaarprogramma samengesteld met een mix van 3 schoolbezoeken en 2 onderwijscafés:

  1. Schoolbezoek: VTI Zeebrugge: 20 november (13 - 16)

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)

  3. Schoolbezoek: GO! middenschool Avelgem: 27 januari 2026 (13 – 16)

  4. Schoolbezoek: 't Vier Kortrijk: 26 maart (13 - 16)

  5. Onderwijscafé: Breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30) 

Wil je samen met maximaal 20 andere onderwijsprofessionals uit het secundair onderwijs deel uitmaken van deze leergemeenschap en telkens met een goed gevulde rugzak naar je school terugkeren?

De kostprijs voor alle bijeenkomsten samen bedraagt in totaal slechts 200 Euro inclusief BTW. Voor die prijs heb je toegang tot alle activiteiten. Als je zelf verhinderd bent voor een ervan, mag je iemand anders afvaardigen. Je mag voor die prijs ook iemand extra uitnodigen.  

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor de leergemeenschap secundair onderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés. Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.

Gedetailleerd programma

  1. Schoolbezoek: VTI Zeebrugge: 20 november (13 - 16)

    In het VTI in Zeebrugge vind je geen klassieke lessen Nederlands, Frans, Wiskunde of MAVO maar wel SAM-projecten. Leerlingen werken in groep of zelfstandig aan de leerdoelen van de verschillende vakken. Het nieuwe evaluatiesysteem dat focust op doelstellingsniveau geeft leerlingen heldere verwachtingen en bevordert diepere leerervaringen. Daarnaast versterkt de school het zorgbeleid via prikkelarme klassen en een nieuw leerlingenvolgsysteem. Zo slaagt de school erin om beter tegemoet te komen aan de diverse leer- en zorgbehoeften van al haar leerlingen.​ De school werkt met graadklassen waar leerlingen telkens 2 jaar krijgen om de leerdoelen te behalen waardoor de kans op zittenblijven minimaal is geworden. Daarnaast werkt de school heel nauw samen met de industrie. Benieuwd hoe ze in deze school technisch onderwijs innovatief aanpakken en erin slagen om hun leerlingen elke dag te motiveren?

  2. Onderwijscafé: Kennisrijk curriculum: 9 december – Vives Kortrijk (18.30 - 21.30)

    De term ‘kennisrijk curriculum’ duikt de laatste tijd heel vaak op. Gaat het hierbij om modedenken of gaat het om een essentieel tekort in onze eindtermen, leerplannen en handboeken? Een analyse dringt zich op. Is het niet de zoveelste tegenstelling tussen kennis en vaardigheden die regelmatig in de geschiedenis van ons onderwijs opduikt? Nu eens te weinig kennis en te veel vaardigheden en vervolgens de omgekeerde beweging? In dit onderwijscafé zal emeritus professor pedagogiek Roger Standaert - die mee aan de wieg stond van de eindtermen - duiden wat een kennisrijk curriculum inhoudt, hoe belangrijk kennis is en welke kennis prioritair is. Het gaat immers om een sterk waardegeladen begrip waarin we een duidelijke focus moeten zoeken. Daarna gaan we hierover via stellingen en vragen met elkaar in gesprek.

  3. Schoolbezoek: GO! Avelgem: 27 januari (13-16)

    Sinds 8 jaar biedt GO! middenschool Avelgem in de eerste graad B-stroom onderwijs op maat aan. In het kader van het TOP-project (Team, Op maat, Piloot van je eigen traject) geven een team van twee leraren de algemene vakken gebundeld. Tijdens de TOP-lessen leert iedere leerling op zijn of haar eigen tempo, terwijl hij of zij onder begeleiding de regie heeft over het eigen leerproces. Dit maakt het mogelijk om in te spelen op de steeds diverser wordende groep leerlingen met verschillende zorgnoden. Het project gaat door in aangepaste klaslokalen die voldoende ruimte bieden om samen te werken, te leren, te lezen en te ontspannen. Er is daarnaast veel aandacht voor het sociaal-emotionele aspect zodat gedragsproblemen minder kans krijgen om zich te uiten. Sinds een paar jaar is het team gestart met het leesinterventieproject voor scholen (LIST) dat de leraren integreren in de TOP-aanpak. Naast algemene vorming krijgen de leerlingen ook praktische vorming in drie praktijkmodules waardoor ze later een beter geïnformeerde studiekeuze kunnen maken.

  4. Schoolbezoek: 'tvier Kortrijk: 26 maart (13 – 16)

    Deze secundaire Freinetschool biedt A-stroom, B-stroom, doorstroom, dubbele finaliteit en arbeidsmarktfinaliteit aan. Ze werken met instructielessen, zelfstandige leertijd, ateliers, projectwerk, rondes en een schoolforum. De school draagt dialoog, inspraak en overleg hoog in het vaandel en iedereen gaat gelijkwaardig met elkaar om. Het schoolteam zet in op verbinding en gelooft in herstelgericht werken. Als coöperatieve school verzorgen ze onderwijs samen met leerlingen, ouders en het schoolteam. De leerlingen krijgen autonomie, keuzevrijheid en vertrouwen en hun begeleiders coachen hen actief bij hun leerproces. Daarbij bieden zij leerlingen structuur om optimaal te leren en te ontwikkelen. Als onderzoekende school gaat het schoolteam uit van wat echt werkt in onderwijs. Naast een stevige basiskennis zijn ook vaardigheden en attitudes heel belangrijk. 

  5. Onderwijscafé: breinvriendelijk leren – Vives Kortrijk: 5 mei (18.30-21.30) 

    We worden overspoeld door een tsunami aan informatie, zowel op papier als digitaal. Met elke publicatie, elke swipe op onze tablet en elke muis-klik worden we bedolven onder een vloedgolf van gegevens. Het is een illusie dat ChatGPT en A.I. ons denken en onze creativiteit en dat van onze leerlingen zal overnemen. Tijdens het leren blijft ons brein met quasi onbegrensde mogelijkheden onze belangrijkste tool. En er is goed nieuws: we kunnen onze breinspieren trainen. Bernard Lernout, breinexpert en auteur van verschillende boeken over breinvriendelijk leren, neemt ons tijdens dit onderwijscafé mee in de wondere wereld van ons brein. Hij gaat in op een aantal technieken zoals snellezen, geheugentraining en focusconcentratie. We gaan daarna via een aantal stellingen in gesprek en maken tijd voor jouw vragen. 

DEEL UITMAKEN VAN DEZE LEERGEMEENSCHAP?

Schrijf je via deze link in voor onze leergemeenschap secundair onderwijs Oost-Vlaanderen/West-Vlaanderen en neem deel aan onze schoolbezoeken en onderwijscafés.  Na je inschrijving krijg je van ons een factuur ten bedrage van 200 Euro inclusief BTW. Na betaling ben je definitief ingeschreven. Ik schrijf mij meteen in.

Meer lezen
Opinie & Reflectie Dirk De Boe Opinie & Reflectie Dirk De Boe

Schenk aandacht aan meerdere kanten van het zorgspectrum!

Zorg op school wordt vaak gereduceerd tot het helpen van leerlingen die onder de lat blijven, maar wat met degenen die er moeiteloos bovenuit stijgen of die sociaal-emotioneel buiten de boot vallen? Een werkelijk inclusieve school schenkt aandacht aan alle kanten van het spectrum. Dit artikel daagt ons uit om breed te kijken en zorg niet langer als een apart eilandje te zien, maar als een integraal onderdeel van de pedagogische basiswerking. Hoe creëren we een vangnet dat niemand uitsluit?

Sommige scholen hebben de neiging om hun zorgbeleid af te stemmen op de minder begaafden en daar hun meeste zorguren aan te besteden. Dat kan in een aantal gevallen zeer terecht zijn. Maar hoeft dat altijd zo te zijn?

DE meestE zorg NAAR de minder begaafden

Geïnspireerd door Hans Van de Moortel (De Wijnberg Wevelgem)

Terwijl het ook zou kunnen dat er leerlingen langs de linkerkant van de Gausscurve zitten omwille van factoren die minder te maken hebben met hun begaafdheid:

  • Kinderen uit een sociaal uitdagende context

  • Meertalige kinderen

  • Onderbrekingen in de schoolloopbaan

Anderzijds zitten er wellicht ook leerlingen aan de rechterkant van de Gausscurve met:

  • Gedrag dat hun begaafdheid camoufleert

  • Nog niet gedetecteerde hoogbegaafdheid

Daardoor krijgen die leerlingen niet de ondersteuning en uitdagingen die ze nodig hebben.

Omgekeerde ZORGGausscurve?

Je zou je zorguren ook anders kunnen verdelen. Meer zorguren voor de minder begaafden en meer zorguren voor de hoogbegaafden.

Geïnspireerd door Hans Van de Moortel (De Wijnberg Wevelgem)

Creëer je eigen zorgcurve

Misschien goed om samen met je beleidsteam en schoolteam eens na te denken over hoe de zorgcurve er op jouw school uit zou kunnen zien en volgende vragen te beantwoorden:

  • Welke informatie verzamelen we over leerlingen om te weten waar zij zich nu bevinden?

  • Hoe kunnen we beter observeren wat de mogelijkheden van leerlingen zijn en waar zij zich in de toekomst zouden kunnen bevinden?

  • Hoe kunnen we ons onderwijs anders organiseren zodanig dat de zorguren op de juiste plaats terechtkomen?

Meer dan IQ!

In bovenstaande afbeeldingen (en ook vaak in literatuur) ligt de focus vaak op het intelligentiequotiënt. Dat is één kant van het verhaal. We kennen allemaal hoogbegaafde leerlingen die sociaal moeilijk contacten leggen. En we kennen ook cognitief minder begaafde leerlingen die zich enorm kunnen inleven in andere mensen. Misschien goed om te bekijken hoe de curves voor onze leerlingen verlopen op vlak van:

  • IQ: intelligentiequotiënt

  • EQ: emotioneel intelligentiequotiënt

  • SQ: sociaal intelligentiequotiënt

Veel kans dat die drie curves niet op elkaar liggen.

Vragen?

We gaan graag met jou in gesprek over hoe je je organisatie kunt aanpassen om tot een betere zorgbesteding te komen. Bel Dirk De Boe op 0474/949448 of mail naar dirkdeboe@edunext.be

Meer lezen